CD-nieuws oktober 2011

TINARIWEN – Tassili

TINARIWEN – Tassili

De peetvaders van de electrische woestijnblues doen het voor een keer akoestisch (gitaar, percussie, zang, handgeklap), met heel wat (verrassende) gasten van de partij: zangers/gitaristen van rockbands TV On The Radio en Wilco met wie ze de Algerijnse woestijn introkken om ginds in een tent deze opnames in te blikken. In New Orleans nam de legendarische brassband Dirty Dozen Brass Band enkele blaaspartijen op. Deze nieuwe invloeden werken verrijkend maar raken niet aan de ware kern van Tinariwen, met name de desertblues en de bedwelmende samenzang, die hier recht overeind blijven, even hynotiserend, hartverwarmend en meeslepend als altijd. Wij hier zijn onvoorwaardelijke fans, en we zijn in goed gezelschap, want zijn dat ook: Robert Plant, Carlos Santana, Brian Eno, Thom Yorke, Bono, The Edge, to name but a few. Slotsom: akoestisch klinkt Tinariwen nog intenser dan ooit tevoren (hun debuut ‘The Radio Tisdas Sessions’ was ook al deels akoestisch). Zoals ze het zo mooi kunnen zeggen boven de Moerdijk: een DIIIIIJJJJJK van een plaat. Op 19 oktober zijn ze te gast in de Brusselse AB: allen daarheen! publieksprijs: 18,60

BEIRUT – The Rip Tide

BEIRUT – The Rip Tide

Het succesverhaal van de jonge Amerikaanse straatmuzikant Zach Condon (alias Beirut) die in Frankrijk in contact kwam met Boban Markovic en zo in de ban geraakte van Balkanmuziek is ondertussen genoegzaam bekend: zo waren de cd ‘The Flying Club Cup’ en de single ‘Nantes’ dikke hits, en dat vooral in België. De afgelopen jaren sloot hij zich in onze harten en verblijdde hij de wereld met de pareltjes ‘Gulag Orkestar’, ‘Lon Gisland’ en ‘The Flying Club Cup’, maar daarna ontgoochelde hij met de letterlijk half geslaagde dubbel-ep ‘March of the Zapotec’ (1 goede plaat en 1 plaat volgestouwd met electronisch gezwalp). Laten we meteen met de deur in huis vallen: ‘The Rip Tide’ is grote klasse, maar heeft zo goed als niets meer met “wereldmuziek” (what’s in a name) te maken vanwege zijn grote koerswijziging. Geen Balkan of mariachi meer –alhoewel de klank vertrouwd blijft-, maar introspectieve en melancholische liedjes, subtiel opgebouwd vanuit de piano of de ukulele, aangevuld met opwindende ritmes en upbeat blazers, vaak contrasterend met slepende, klagende strijkpartijen. Zijn zeer aparte en kenmerkende stem zorgt voor een extra cachet en doet de rest. De arrangementen zijn uitgebreider en orkestraler dan voorheen. Ook nog een pluim voor de aparte, sobere hoes. ‘The Rip Tide’ duurt nauwelijks 33 minuten en dat is dan ook het enige minpunt (tegelijk staat er dan ook geen noot te veel op deze cd). Deze plaat is de zoveelste bevestiging van een groot talent. publieksprijs: 17,10

AMINA ALAOUI – Arco Iris

AMINA ALAOUI – Arco Iris

De Marokkaanse zangeres Amina Alaoui is zonder twijfel één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de jonge generatie van de arabo-andalus in de gharnati-stijl (de stijl van Granada), die in de negende eeuw vanuit Bagdad geïmporteerd werd. Alaoui maakt zeer rijke en rustgevende muziek waar je wel enige moeite moet voor doen. Vooral live klinkt haar muziek zeer bezwerend; bovendien heeft ze een indrukwekkend stemgeluid. Haar productie is wel zeer spaarzaam: in 1995 debuteerde ze met twee albums maar 16 jaar later is ‘Arco Iris’ pas haar vijfde worp. Ook deze cd is alweer van een bijna onaardse schoonheid. We horen hier een hedendaagse benadering van het arabo-andalus repertoire uit Moors Spanje met links naar flamenco én fado (fado is een nieuw gegeven in haar repertoire). Een groot deel van de teksten komt uit de oude literatuur (de oudste dateren uit de elfde eeuw). Haar schitterende stem wordt hier bijgestaan door 5 muzikanten buiten categorie, waaronder Idriss Agnel, zoon van haar vroegere compagnon de route Henri Agnel. Absolute hoogtepunten op deze cd zijn ‘Ya laylo layl’ en de donkere, krachtige flamenco ‘Las Morillas de Jaén’. Tot slot hebben we ook nog een pluim voor het prachtige en sfeervolle hoesje. ‘Arco Iris’ is de vijftiende topper in 2011. publieksprijs: 21,05



TRIO CHEMIRANI – Invite

TRIO CHEMIRANI – Invite

Trio Chemirani is een Iraans percussie-trio (vader Djamchid + de 2 zonen Keyvan en Bijan Chemirani) dat opereert vanuit Frankrijk. Ze zijn een begrip in de klassieke Perzische muziek. Voor dit album inviteerden de Chemirani’s zes absolute toppers uit de wereldmuziek: de Malinese kora-speler Ballaké Sissoko, de Cubaanse pianist Omar Sosa, de Kretenzische lyra-speler Ross Daly (die hier ook de Afghaanse rubab betokkelt) en de Fransen Renaud Garcia-Fons (double bass), Sylvain Luc (gitaar) en Titi Robin (Libanese buzuq). Deze zes muzikanten hebben ook een traditie in samenwerkingen. Hier wordt gemusiceerd op een constant zeer hoog niveau en wordt muzikaal vakmanschap geëtaleerd tot je er sterretjes bij ziet. Het enige minpunt van deze cd is dan ook dat de virtuositeit soms klinisch gaat klinken en een laboratoriumeffect creëert. publieksprijs: 20,80



SEZEN AKSU – Öptùm

SEZEN AKSU – Öptùm

Sezen Aksu wordt wel eens minachtend en smalend de koningin van de Turkse pop genoemd. Toegegeven, in het eerste decennium van deze eeuw bakte ze er nog weinig van en serveerde ze inderdaad vooral (f)lauwe pop. Maar ze is zoveel meer dan dat: reeds 30 jaar behoort ze tot de topvertolk(st)ers van het Turkse lied. Meer nog, in het laatste decennium van de vorige eeuw maakte ze 4 essentiële klassiekers: ‘Isik Dogudan Yükselir’, ‘Düs Bahçeleri’, ‘Dügün ve Cenaze’ (met Goran Bregovic: alle songs zijn van zijn hand en de titel is de Turkse vertaling van ‘The Wedding And The Funeral’) en ‘Deliveren’. In datzelfde decennium bezorgde ze me in het amfitheater van Efese één van mijn absolute muzikale kippevelmomenten. Eind vorig jaar was er het half hoopgevende album ‘Yürüyorum Düs Bahçelerinde’ en nu is er haar 24ste album, ‘Öptùm’. We kunnen gewag maken van eerherstel. Sezen Aksu werd heropgevist door het gereputeerde label World Village, dat vorig jaar al hetzelfde deed met Natacha Atlas na een gelijkaardige (f)lauwe pop-dip. De 10 songs op dit nieuwe album bewegen zich tussen Turkse traditie en westerse instrumenten. Met haar unieke en veelzijdige contralto-stem laveert ze probleemloos doorheen de songs, ongeacht de stemming of het thema. De teksten zijn van de hand van enkele van de belangrijkste dichters uit Turkije. ‘Öptùm’ is Aksu’s beste album in jaren en een zeer welgekomen terugkeer. Afsluiter “Ah Felek Yordun Beni’ is het hoogtepunt van deze cd en is Aksu zoals in haar grootste dagen en doet dus verlangen naar meer. Daarna volgt nog een bonustrack, een prachtige ballad, enkel begeleid op akoestische gitaar. Ze heeft de platte pop verbannen en daar kunnen we enkel blij mee zijn: Sezen Aksu is terug de Diva die ze vorige eeuw was. publieksprijs: 19,60



MAJID BEKKAS – Mabrouk

MAJID BEKKAS – Mabrouk

In april stelden we jullie de cd ‘Makenba’ voor, waarop de Marokkaanse zanger/componist/arrangeur/ud-guembri (driesnarige basluit)- en gitaarspeler Majid Bekkas samen met de Fransman Louis Sclavis, de Argentijn Minino Garay en de Malinees Aly Keïta een bijzonder boeiende cd maakte waarop een zeer geslaagde ontmoeting tussen Marokkaanse, Argentijnse en Malinese traditionele muziek te horen was. Nu is Majid Bekkas er opnieuw, ditmaal met een “solo”-cd waarop hij nog begeleid wordt door een kora-speler en een percussionist (beiden verzorgen ook de backing-vocals). Bekkas is een Gnawa-maâlem (meester); de Gnawas stammen af van West-Afrikaanse slaven. Deze polyritmische muziek heeft ook een zeer grote invloed gehad op vele jazz-, blues- en rockmuzikanten (Pharaoh Sanders, Don Cherry, Bill Laswell, Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Carlos Santana....). Voor wie meer wil te weten komen over Gnawa verwijzen we graag naar de uitstekende pagina op de Engelstalige Wikipedia. Vijf van de acht tracks op deze cd zijn Gnawa-traditionals. Op ‘Mabrouk’ horen we uitzonderlijk sterke traditionele muziek die gemakkelijk in het ( Westerse) gehoor ligt, misschien wel dankzij de raakvlakken die er toch zijn met o.a. jazz en blues. publieksprijs: 20,30

SAMBA TOURÉ – Crocodile Blues

SAMBA TOURÉ – Crocodile Blues

West-Afrika en blues: het lijkt stilaan een onuitputtelijk verhaal te worden. De Malinese zanger/gitarist Samba Touré is een protégé van de grote Ali Farka Touré. ‘Crocodile Blues’ is ‘s mans tweede internationale release. Zijn internationaal debuut, ‘Songhai Blues’ was een eerbetoon aan zijn leermeester en inspirator. Op ‘Crocodile Blues’ getuigen zijn composities al meer van een eigen stijl, waarbij hij put uit de muziek uit de verschillende regio’s en stammen in Mali. De sfeer is intens en tegelijkertijd ontspannen. Samba Touré is een begenadigd gitarist en zingt krachtig en bezwerend. “Moussoya” is een prachtig duet met de grote Oumou Sangaré en “White Crocodile Blues (A Song For M) is een heerlijke, ingetogen instrumental; dit zijn meteen ook de 2 hoogtepunten op deze cd. Dit is prima woestijnblues, al hoort deze Touré nog niet tot de top: hij is wel een man om te volgen. Iets meer variatie in de composities zou al een geweldige stap voorwaarts zijn. Op de site van worldmusic kan je terecht voor een video en een gratis MP3 download. publieksprijs: 16,45



ROLAND TCHAKOUNTÉ – Blues Menessen

ROLAND TCHAKOUNTÉ – Blues Menessen

Voor wie er niet genoeg van krijgt: nog meer van dat. Zanger/gitarist Roland Tchakounté klinkt alsof hij geboren is in de Mississippi-delta. Niets is minder waar: de man komt uit Kameroen. ‘Blues Menessen’ is alweer zijn vierde album. Hij beschouwt Ali Farka Touré en John Lee Hooker als zijn leermeesters en dat is er duidelijk aan te horen. De inspiratie voor zijn muziek vindt hij in zijn Afrikaanse jeugdjaren en in zijn liefde voor Amerikaanse blues. Tchakounté zingt de blues in het Bamiléké, een traditionele Afrikaanse taal, en in pidgin-Engels. ‘Blues Menessen’ is een voortreffelijke bluesplaat maar mist voldoende originaliteit om er boven uit te steken. publieksprijs: 16,35



TELEBOSSA – Telebossa

TELEBOSSA – Telebossa

Telebossa is een duo uit Berlijn: de Braziliaanse zanger/gitarist/pianist Chico Mello en de Duitse cellist/producer Nicholas Bussman. Op hun debuut-album brengen ze een zeer bijzondere en fascinerende mix van samba, bossa nova, jazz en kamermuziek. Dit doet denken aan het meer avant-gardistische werk van Caetano Veloso. We horen hier een zeer mooi samengaan van Mello’s emotieve zang en gitaarspel en van Bussman’s inventieve cellospel en productie. Deze fascinerende en bij momenten hypnotiserende muziek brengt de luisteraar moeiteloos in vervoering. Braziliaanse erfenis, minimal music, improvisatie en electronica gaan hier op volstrekt unieke wijze hand in hand. publieksprijs: 17,65



SHAOLIN AFRONAUTS – Flight Of The Ancients

SHAOLIN AFRONAUTS – Flight Of The Ancients

Kruisbestuiving is al lange tijd bon ton in de wereldmuziek, maar de voorbije jaren steekt een nieuwe trend steeds meer de kop op: genres die vroeger aan een welbepaalde regio, land of continent verbonden waren zijn dat steeds minder. In de reggae was dat al langer het geval in Afrika (Alpha Blondy, Tiken Jah Fakoly) en recent ook o.m. in de USA (Groundation), in België (Pura Vida) en in Nieuw-Zeeland, waar Fat Freddy’s Drop een zeer eigen sound neerzetten die sterk geënt is op reggae en dub. Recent maakten we ook kennis met het Canadese The Souljazz Orchestra en hun Nigeriaanse afrobeat en met het Zwitserse Imperial Tiger Orchestra en hun Ethio-jazz en daarvoor tot in Ethiopië erg gewaardeerd worden. Er zijn dus geen zekerheden meer. En dan is er nu het Australische funky elftal Shaolin Aftronauts die hun ding gevonden hebben in Nigeriaanse afrobeat en highlife en –in iets mindere mate- in Ethiopische jazz. En deze Australiërs doen dat met verve: dit overtuigt, dit stoomt, dit is een warme, gevarieerde instrumentale plaat geworden. Na 7 lappen stomende muziek sluit de plaat af in alle rust met het slome en zwoele ‘The Scarab’. De productie getuigt ook van bijzonder veel respect voor de originele Nigeriaanse sound, zonder dat die een copie wordt. HÉÉRLIJKE PLAAT! publieksprijs: 17,80



FERNANDO LAMEIRINHAS – Eterno

FERNANDO LAMEIRINHAS – Eterno

Fernando Lameirinhas vluchtte in 1958 als 14-jarige met zijn familie voor het dictatoriaal Salazar-regime van het Portugese platteland naar Charleroi. Hier zette hij ook zijn eerste muzikale stappen en in 1967 scoorde hij samen met zijn broer Antonio als Jess & James een monsterhit met ‘Move’. Later vestigde hij zich in Amsterdam en voegt hij zich bij het internationale latin-popgezelschap Sail/Joia (met latere leden van Zuco 103) met wie hij de hit ‘Amsterdao’ opnam. Daarna startte hij een solo-carrière met daarnaast voldoende ruimte voor samenwerkingen met artiesten van allerlei pluimage (Henny Vrienten, Raymond van het Groenewoud, Frank Boeijen, Lilian Vieira, Nynke Laverman, Stef Bos, Régis Gizavo, Louis Mhlanga....). Je kan Lameirinhas nog het best omschrijven als een muzikale bruggenbouwer met een unieke Portugeestalige crossover-stijl. Door de jaren heen creëerde hij een eigen klank met als basis het Portugese levenslied en waarbij hij gretig gaat vissen in de grote muzikale visvijver. ‘Eterno’ is een charmante, heerlijk eenvoudige plaat geworden. De dominante thema’s in de songs zijn liefde en dood. Een sonnet van Rentes de Carvalho, ‘The Borinage Kids’, siert de binnenhoes. In het tekstboekje vind je ook de Nederlandse vertalingen van de Portugese teksten. Bij de gastmuzikanten vinden we o.m. Régis Gizavo terug. publieksprijs: 19,70



REGGAE

LOTEK – International Rudeboy

LOTEK – International Rudeboy

De combinatie van dancehall en hiphop ontaardt vaak in macho-vuilbekkerij. Niet zo bij Wayne Bennett, alias Lotek. Deze Britse rapper met Jamaicaanse roots woont nu in Australië. Hij werd vooral bekend als producer van Roots Manuva (die hier ook een gastrol krijgt) en met zijn dub/reggae/hip-hop-groep Lotek Hi-Fi. ‘International Rudeboy’ is zijn solo-debuut en het is een voltreffer: we horen hier een zeer geslaagde mix van rocksteady, roots reggae, ska, dancehall en hip-hop. Zijn aanpak is vernieuwend maar doet toch ook denken aan de sound van de vroege sound systems. ‘International Rudeboy’ is moderne reggae (in een vlekkeloze productie) van zeer hoog niveau en dat was de voorbije jaren bijna een contradictio in terminis. ‘International Rudeboy’ is samen met ‘Madness’ van Professor de beste reggae die we dit jaar al hoorden. De hoes is een heerlijke pastiche op die van “The Harder They Come”, de uitmuntende soundtrack van de gelijknamige Jamaicaanse misdaadfilm (met reggaezanger Jimmy Cliff in de hoofdrol) uit 1972, die de doorbraak voor reggae betekende. publieksprijs: 15,45


ROUGH GUIDE-nieuwe titels

Na ‘World Lullabies’ gaat Rough Guide verder de kindertoer op met 2 nieuwe titels.

WORLD PLAYTIME

WORLD PLAYTIME

Muzikale speeltijd bij Rough Guide. Kinderliedjes van over de hele wereld worden hier vertolkt door artiesten van over de hele wereld. Kwelers van dienst zijn o.m. Mariza, Mory Kanté, Chico César, Akim El Sikameya, Kiran Ahluwalia.... De bonus-cd is van niemand minder dan Mory Kanté. publieksprijs: 11,30


AFRICAN LULLABIES

AFRICAN LULLABIES

Op deze cd staat een mooie collectie Afrikaanse slaapliedjes, vertolkt door schoon volk als Ladysmith Black Mambazo, Angelique Kidjo, Ali Farka Touré & Toumani Diabaté, Seprewa Kasa, Chiwoniso, Daby Balde en vooral die vele anderen. De bonus-cd is van de Zimbabwaanse Virginia Mukwesha. publieksprijs: 11,30


GOUD VAN OUD

ASIAN DUB FOUNDATION – Community Music

ASIAN DUB FOUNDATION – Community Music

Vorige maand gingen we in deze rubriek al global fusion met Afro Celt Sound System. We gaan nog even door op dit elan, maar dan wat scherper. Asian Dub Foundation is zonder twijfel een buitenbeentje, de splinterbom en het lelijke eendje in de wereldmuziek. Al 17 jaar brengt het multiculturele Brits-Aziatische ADF een unieke en onnavolgbare mix van bhangra, rock, dancehall, reggae, toasting, dub beats, break beats, drum-n-bass, ragga, rap, hiphop en Afrikaanse instrumentals; sleutelwoorden hierbij zijn avontuurlijk, messcherp en veel weerhaken. Hun karakteristieke sound combineert indo-dub baslijnen, harde ragga-jungle ritmes en hitsige sitar-geïnspireerde gitaren met traditionele klanken, dit alles overgoten met militante songteksten die vaak gerapt of getoast worden. Hun teksten zijn oproepen voor radicale politieke harmonie, rechtvaardigheid, sociale verandering en strijd tegen onderdrukking. Met hun muziek willen ze ook een brug slaan tussen zwarte invloeden en hun eigen Aziatische stijl; tegelijkertijd mixen ze die invloeden met allerlei andere muzikale stijlen. ADF kan je nog het best omschrijven als het Britse antwoord op Rage Against The Machine. ‘Community Music’ is samen met ‘Punkara’ het hoogtepunt uit hun oeuvre.
Bouwjaar: 2000 Hoogtepunten: ‘Community Music’ is een aaneenrijging van hoogtepunten. Er wordt meteen al zeer sterk geopend met het furieuze ‘Real Great Britain’. ‘New Way New Life’ is dan weer een eerbetoon aan hun voorouders. Op het meer relaxte ‘Collective Mode’ sporen ze de luisteraar aan tot collectief denken en handelen. Verderop komen we terecht bij het absolute top-trio op dit schijfje. Te beginnen met de briljante cover van Nusrat Fateh Ali Khan’s ‘Taa Deem’ met de zang-sample van Nusrat zelf en heftige metalen gitaar-distortie en percussiedreunen: de strofen klinken als mitrailleursalvo’s en worden mooi gecontrasteerd met het tegenritme uit het refrein. Het slepende en sluipende ‘Truth Hides’ met zijn vreemd krakende sfeer en betoverend donkere refrein wordt meeslepend gezongen door gastvocaliste Catalisa. Alsof het niet op kan worden we direct daarop getracteerd op hét hoogtepunt van de plaat, ‘Rebel Warrior’ , geïnspireerd door het gedicht “Bidrohi”(uit de jaren ’20) van de Bengaalse dichter Kazi Nazrul Islam, een pleitbezorger voor Indiase onafhankelijkheid. De song gaat over rassengeweld en rassenongelijkheid. Vermelden we hierbij nog dat ADF zich ook engageert voor educatie en sociaal werk bij de jeugd in de Londense East End en voor Britse anti-racismecampagnes. De cd wordt afgesloten met de zinderende instrumental ‘Scaling New Heights’ die bewijst dat de muziek zonder de teksten ook op zichzelf staat, en dan nog wel als een huis. ADF toont zich hier meester in de delicate balans tussen het schoppen van een geweten en het produceren van straffe dansbeats. ‘Community Music’ was een uiterst ambitieus project maar het loste alle beloftes in. Het betekende een revolutie, en bovendien één waarop je kon (en nog steeds kan) dansen.
publieksprijs: 11,10 Meer van deze artiesten:
A History Of Now (bouwjaar: 2011; 17,05€)
Enemy Of The Enemy (2003; 11,10)
Frontline 1993-1997 (2001; 15,45)
Punkara (2008; 18,40)
R.A.F.I (1997; 11,10)
Rafi’s Revenge (1998; 9,25)

KOOPJES VAN DE MAAND

LES NÉGRESSES VERTES – Mlah

LES NÉGRESSES VERTES – Mlah

Legendarisch debuut (uit 1988) van deze bonte Franse bende, met klassiekers zoals ‘Zobi la Mouche’, ‘C’est pas la mer à boire’, ‘Voilà l’été’ en ‘Il’. publieksprijs: 8,00


LINTON KWESI JOHNSON – Bass Culture

LINTON KWESI JOHNSON – Bass Culture

Destijds (1980) het derde album van de Jamaicaans-Britse dub poet, met veel bitter fraais zoals ‘Regga Fi Peach’, ‘Inglan Is A Bitch’ en ‘Loraine’: dit alles gereciteerd in zijn onnavolgbare Jamaicaanse patois. publieksprijs: 6,45


Verwacht

Putumayo Presents CELTIC CHRISTMAS

Putumayo Presents CELTIC CHRISTMAS”





EN VERDER NOG:

- RACHID TAHA – Voilà Voilà Le Best Of”

De Frans-Algerijnse zanger Rachid Taha is hier al jaren een lieveling, maar 2 jaar na ‘Rock El Casbah-Best of’ al weer komen aandraven met een nieuwe ‘best of’ lijkt ons toch wel meer dan iets van het goede te veel. Naar de reden hebben wij het raden; artistieke bloedarmoede? poenschepperij? wie zal het zeggen. Ya Rayah, Medina, Rock El Casbah en tutti quanti zijn pareltjes maar er zijn ondertussen al voldoende cd’s (inclusief live-cd’s) waarop je die songs terugvindt. Beste Rachid: jij bent één van de grootste live-performers, maar het is geleden van ‘Tekitoi?’ dat je ons nog eens kon omver blazen met een nieuwe plaat, en die dateert alweer van 2004. Veel liefs van bezorgde fans.

-“BEGINNER’S GUIDE TO BRASS” (compilatie)

Op deze compilatie-box toeteren 36 brassbands uit 15 landen er lustig op los. Cd 1: ‘Balkan & Klezmer Brass’, met o.m. The Klezmatics, Fanfare Ciocarlia, Kocani Orkestar, Mahala Raï Banda, Boban Markovic Orkestar, Frank London’s Klezmer Brass Allstars, Taraf De Haïdouks. Cd 2: ‘Global Brass’, met o.m. Gangbé Brass Band, Antibalas Afrobeat Orchestra, Bollywood Brass Band, Mahmoud Fadl, Ivo Papasov. Cd 3: ‘Club & Party Brass’, met o.m. LaBrassBanda, Shantel, Balkan Beat Box, Forty Thieves Orkestar, Watcha Clan. M.a.w: zéér véél waar voor zéér weinig geld. publieksprijs: 13,25 (3 cd)

-“Putumayo Presents ACOUSTIC CAFÉ” (compilatie)

Op deze compilatie horen we singer-songwriters uit de UK, de USA, Zuid-Afrika, Canada en Australië. publieksprijs: 13,75

-“CUBAN ALL JAZZ” (compilatie)

Deze compilatie biedt een mix van gevestigde namen (Paquito D’Rivera, Juan Pablo Torres) en vooral jonge, talentvolle artiesten (Michael Philip Mossman, Jane Bunnett, Julio Barreto, Humberto Ramirez….). publieksprijs: 15,25

-FÁBIA REBORDÃO – FADO A Oitava Cor

Ok, ze mag dan al familie zijn van Amália Rodrigues en diens zuster Celeste mag hier dan net als Lura al meekwelen op 1 lied en ze mag dan al een mooie licht-hese stem met een mooie zeggingskracht hebben en de belangrijke fado-componist Jorge Fernando (ook ontdekker van Mariza en Ana Moura) mag dan al de producer zijn van deze cd, om deze lange volzin kort te maken: hier krijgen we noch koud noch warm van. Dit is prima gespeeld en gezongen maar gaat ook het ene oor in en het andere direct weer uit. Dit is, weliswaar mooi verpakte, zout- en bloedloze fado. publieksprijs: 17,80