CD-nieuws augustus 2013


RAVI SHANKAR – The Living Room Sessions Part 2

RAVI SHANKAR – The Living Room Sessions Part 2

Begin vorig jaar blikte deze krasse knar zaliger op 91-jarige leeftijd deze opnames in. Deel 1verscheen vorig jaar. Naar eigen zeggen was hij thuis in Encinitas (Californië) wat aan het dollen op zijn sitar, samen met zijn compagnon de route, tabla-speler Tanmoy Bose. Wat we te horen kregen was echter wel veel meer dan gedol en spielerei: de 4 ragas ademden muzikale virtuositeit en technisch meesterschap alsook de energie en de passie die we kenden van zijn concerten. De algemene sfeer was relaxt en intiem en de -steeds vloeiende- speelstijl varieerde van ingehouden tot exuberant met nog andere schakeringen daar tussenin. Ons besluit was toen: “het moge duidelijk wezen: Ravi Shankar is terug van nooit weggeweest”. Nu is hij weg en komt hij nooit meer terug. Op 4 dagen tijd namen ze 7 ragas op in zijn living: de resterende 3 krijgen we nu met enige vertraging op ons bord (aanvankelijk was deze release reeds voor vorige herfst gepland). Deze opnames zijn dus een historisch document want de laatste van een geniale muzikale grootmeester. ‘Part 1’ won vorig jaar de Grammy Award voor Best World Music Album. Maar laten we nu terzake komen: ‘Part 2’ is van hetzelfde meesterlijke laken een broek en is wellicht ook dit jaar een grote kandidaat voor die Grammy. ‘Raga Mishra Kafi’ is een meditatieve raga in trage en medium tempo’s en is voor ons het mindere broertje uit de 2 cd’s, maar van dit soort “mindere” Shankar mogen ze er ons nog veel serveren. ‘Raga Sindhi Bhairavi’ is voor ons dan weer hét hoogtepunt uit de beide sessies: dit is één brok vreugdevolle ritmische magie met ook een zeer belangrijke rol voor tabla-speler Tanmoy Bose; naarmate het einde van deze raga nadert horen we een groeiende en magistrale synergie tussen beide muzikanten: dit is pure klasse. De slotraga is dan weer eerder speels en springerig waarbij je heel veel spelgenot hoort; er wordt quasi giechelend afgesloten met “Oh, that was fun – great fun.”, a.h.w. de aankondiging van een zwanenzang. Maar deze laatste opnames zijn vooral een bekroning en een magistraal grafschrift van een meer dan unieke muzikant. Bedankt voor alles Ravi, al was die Norah Jones niet echt nodig geweest (sorry voor dit flauw grapje dat we hier ook al eens in januari plaatsten, maar we konden het niet laten).
publieksprijs: 19,70




OANA CATALINA CHITU – Divine Romanian songs from the repertoire of Maria Tanase (1913-1963)

OANA CATALINA CHITU – Divine Romanian songs from the repertoire of Maria Tanase (1913-1963)

Eén van onze aangename kennismakingen in 2008 was het album ‘Bucharest Tango’ van Oana Catalina Chitu, een uitmuntende zangeres van de nieuwe Roemeense generatie. Met haar 7-koppige band bracht ze een eerherstel aan de “verloren” tango uit Boekarest uit de jaren 30 en en passant vertolkte ze ook nog wat folk van Maria Tanase. Deze korte inleiding brengt ons naadloos naar waar we willen zijn. Maria Tanase zou dit jaar honderd geworden zijn, vandaar deze ode van OCC. Wellicht is Tanase in Roemenië de meest geliefde zangeres ooit. Zij was toen een fenomeen en is nu nog steeds een nationaal monument. Ze zong volksliederen, tango’s, zigeunermelodieën en nog meer fraais. Ze speelde in restaurants, theaters en op de radio, waarbij ze zich meestal liet begeleiden door Roma-muzikanten. Toen Roemenië een communistische staat werd raakte Tanase al snel in de vergetelheid: haar plaatje klopte niet langer en paste al helemaal niet in het nieuwe staatsconcept, daarvoor was ze veel te extravagant en individualistisch en multicultureel ingesteld; haar trots verliezen stond niet in haar woordenboek. Ze stierf in 1963 en pas in de jaren 90 werd ze herontdekt. Tot hier wat voorafging. Oana Catalina Chitu groeide op in het noorden van Roemenië en na de val van de Berlijnse muur en van Ceausescu trok ze naar Berlijn. Met deze opnames wou ze niet zomaar klakkeloos Tanase coveren: ze wilde een dialoog aangaan met de fenomenale nalatenschap en er een eigen interpretatie aan geven waar ze meer dan bijzonder in geslaagd is. In die zin doet het ons denken aan wat Ghalia Benali deed met het werk van Oum Kalthoum. Berlijn heeft vandaag een bloeiende Balkan-scene met veel muzikale uitwisseling en Oana Catalina Chitu is met haar diva-uitstraling daarvan in die vibrante omgeving een belangrijke exponent: ze reminisceert naar lang vervlogen tijden in Berlijnse cabarets en de salons van Boekarest waar bohemiens en intellectuelen elkaar ontmoetten en waar jazz, tango en zigeunermuziek elkaars wegen kruisten en vonden tijdens het interbellum. De bonustrack ‘Cine iubeste si lasa’ deed ons helemaal plat gaan: de bizarre klanken doen ons denken aan het beste van Brecht en Weill. Het stemgeluid van OCC situeert zich in de buurt van Marlene Dietrich en Edith Piaf: er zijn slechtere referenties mogelijk. ‘Divine’ is een sprankelend eerbetoon van een hele grote in wording aan een monument zonder weerga en een schoolvoorbeeld van kunst en klasse met een grote K.
publieksprijs: 18,85




ORCHESTRE POLY-RYTHMO de COTONOU – The Skeletal Essences of Afro Funk 1969 – 1980

ORCHESTRE POLY-RYTHMO de COTONOU – The Skeletal Essences of Afro Funk 1969 – 1980

Nog zo’n aangename kennismaking, maar dan in 2011, was het album ‘Cotonou Club’ van Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou, ook wel eens Le Tout-Puissant Orchestre Poly-Rythmo genoemd. Dit legendarisch orkest uit Benin maakte ginds toen al 40 jaar furore met zijn swingende voodoo-funk maar was al die tijd het best bewaarde muzikale geheim van Benin. In 2009 bracht het Duitse label Analog Africa een verzamelaar uit en toerde de band voor het eerst in Europa. ‘Cotonou Club’ was hun eerste studio-album in twintig jaar. En dan is er nu de derde uitgave op Analog Africa. De muziek is een opzwepende mix van traditionele highlife, afrobeat, soul, funk, latin, inheemse stijlen en voodoo-tradities. Deze cd is een compilatie van songs die eerder niet buiten Afrika werden uitgebracht en volgt verder het spoor van de eerste compilatie uit 2009, ‘The Vodoun Effec’. We horen hier van begin tot einde een wervelende muzikale explosie met hypnotische en psychedelische Farfisa-orgels, zandkorrelige gitaarrifs, baslijnen met overvloedige distortie en vintage saxofoons. De zeer solide basis van dit orkest wordt gevormd door de ritmetandem, bassist Gustave Bentho en drummer Leopold Yehouessi: zij vormen één van de meest funky en hechte ritmesecties uit Afrika. De geesten van James Brown en The Meters zijn nooit ver uit de buurt en blijven stilzitten bij deze funky Afrikaanse muziek heeft veel weg van zelfkwelling. Voor deze cd werd een selectie gemaakt uit 500 songs uit de periode 1969-1980. Als mooi toetje krijgen we ook nog een zeer fraai tekst- en fotoboekje. ‘The Skeletal Essences of Afro Funk 1969 – 1980’ vind je eind dit jaar ongetwijfeld terug in het lijstje met de beste compilaties van 2013.
publieksprijs: 19,00




CÜNEYT SEPETCI & ORCHESTRA DOLAPDERE – Bahriye Ciftetellisi

CÜNEYT SEPETCI & ORCHESTRA DOLAPDERE – Bahriye Ciftetellisi

We gaan verder met de aangename verrassingen, maar deze dateert van vandaag. Dolapdere is een wijk aan de rand van het centrum van Istanbul; deze wijk staat niet op het lijstje van de toeristische musts en is in de eerste plaats de plek in Istanbul waar de zigeuners gedijen. Geen feest of andere bijzondere gelegenheid gaat er voorbij zonder dat een zigeunerorkest opdraaft. Klarinettist Cüneyt Sepetci is één van hen en met zijn Orchestra Dolapdere brengt hij hedendaagse interpretaties van klassieke Turkse Roma-muziek maar evenzeer van volksmuziek uit o.m. Macedonië, Thracië, Albanië…. Vorig jaar nam het fantastische A Hawk And A Hacksaw (zie cd-nieuws mei 2013) hen onder de vleugels en alzo ontstond deze internationale en zeer welverdiende release. Deze muziek is authentiek in de meest denkbare zin van het woord: het spelplezier stroomt er af en zuigt onweerstaanbaar de aandacht van de luisteraar: deze muziek is zeer vibrant, energiek, wervelend en intens. De klarinet van Sepetci tolt, dolt en raast doorheen deze plaat, begeleid door een uitzinnige wildemansbende op viool, kanun, ud, asma davul, darbuka en tef. Er wordt bijna constant in vierde versnelling gespeeld. Sepetci en zijn orkest zijn een ware revelatie en krijgen nu al een nominatie voor de zigeunerplaat van het jaar. Deze muziek is ook bijzonder druk en na beluistering is het even uitblazen maar toch is ‘Bahriye Ciftetellisi’ zonder twijfel de twaalfde titel voor de verplichte leerstof van 2013.
publieksprijs: 17,10




ORCHESTRA BAILAM e COMPAGNIA di CANTO TRALLALERO – Galata

ORCHESTRA BAILAM e COMPAGNIA di CANTO TRALLALERO – Galata

We blijven nog even in Istanbul, meer bepaald in Galata, zij het dan wel met een Italiaans orkest en koor. In de Middeleeuwen was het district Galata zowat het ‘Genua van het Midden Oosten’, want vele Genovezen kwamen zich daar toen vestigen. Galata is nu ook de naam van een muzikaal project van dit orkest en koor: een nieuw repertoire, dat verankerd zit in beide tradities en met invloeden van vele andere mediterrane tradities. De basis van het repertoire wordt gevormd door de Noord-Italiaanse trallalero: dit zijn fonetisch en a capella gezongen liederen uit Ligurië. De liederen zijn ook driestemmig: bas, bariton en tenor, waarbij één stem de tremolo van een gitaar imiteert. Deze mix van stijlen leidt hier tot merkwaardige resultaten, ook vanwege het gebruik van onregelmatige maatsoorten, Arabische tonaliteit en oosterse instrumenten zoals darbuka, ud, zurna, ney en baglama. ‘Galata’ is een boeiend, rijk en zeer verzorgd werkstuk.
publieksprijs: 16,30




JERI-JERI – 800% Ndagga

JERI-JERI – 800% Ndagga

Jeri-Jeri is eerder een project dan wel een bestaande groep. In 2011 trekt de Berlijnse techno producer Mark Ernestus naar Gambia en Senegal en belandt in de studio van Youssou N’Dour. Ernestus kennen we van zijn samenwerkingen (lees: remixes) met o.m. Tony Allen, Konono N°1 en Shangaan Electro. De kerngroep van Jeri-Jeri is een griot clan van Sabar drummers uit Kaolack in Senegal. Verder zijn ook nog hoofdrollen weggelegd voor enkele van de grootste Senegalese muzikanten zoals Doudou Ndiaye Rose, Mbene Diatta Seck, Ale & Khadim Mboup en the one and only Baaba Maal. We horen hier een orgie van adembenemende, repetitieve, complexe en aanstekelijke talking drum-polyritmiek uit de mbalax, getransponeerd naar een dialoog met een westers electro-kader en voorzien van schitterend vocaal werk. Qua sfeer en aanpak leunt het vaak dicht aan bij het baanbrekend album ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ van Brian Eno en David Byrne uit 1981. Het budget was ongeveer gelijk aan ‘no budget’ en zo gezegd zo gedaan werd er met minimale middelen gewerkt die resulteerden in maximale resultaten. Met veel respect voor de traditie heeft Mark Ernestus hier een geheel nieuwe input bezorgd aan deze muziek: deze cd klinkt alsof nooit iemand dit voorheen heeft gedaan en dat is een enorme verdienste maar zeker niet de enige, want ook kwalitatief is deze productie zeer sterk: hypnotiserend, messcherp en innoverend. Mocht u het nog niet goed begrepen hebben: in ’t schoon Vlaams heet dit STRAF SPUL. Er is ook nog een tweede editie beschikbaar, ‘Ndagga Versions’, waarop je de instrumentale versies hoort in een remix van Mark Ernestus. We hebben die niet gehoord maar kunnen er ons niet direct een meerwaarde bij voorstellen: het lijkt ons meer een item voor de dansvloer en bovendien willen wij de heerlijke vocalen niet missen (dat wordt geïllustreerd in de wat zoutloze en overbodige afsluiter ‘Daguagne’, het enige en te verwaarlozen minpunt op deze superbe productie). En mocht het nog niet hélemaal duidelijk zijn: Jeri-Jeri, Mark Ernestus en tutti quanti zorgen voor de dertiende parel van 2013.
publieksprijs: 17,65




DIRTMUSIC – Troubles

DIRTMUSIC – Troubles

Nog meer elektriciteit, elektronica en traditie samen op één schijfje. Terwijl ze toch in Mali waren voor de opnames en de productie van ‘Albala’ van Samba Touré (zie cd-nieuws juli) bleven Chris Eckman (The Walkabouts) en Hugo Race (The Bad Seeds) muzikaal nog wat verder aan de slag in Mali, en gelijk hadden ze. Trouwens, met Samba Touré waren ze niet aan hun Malinees proefstuk toe: in 2010 namen ze ‘BKO’ op in Bamako en toen nodigden ze Tamikrest uit om mee te spelen. Ze hadden Tamikrest in 2008 ontmoet op het Festival Au Désert, waar we het vorige maand nog over hadden. Tot daar de feiten en dan nu over naar de muziek. ‘Troubles’ kan in grote lijnen gezien worden als een follow-up van ‘BKO’, meer van hetzelfde, al is dat maar de eerste indruk. Rockgitaren en meestal spaarzame electronica op Afrikaanse ritmes, hard in de atmosferische songs (de mindere goden met uitzondering van ‘Sleeping Beauty’) maar lichter in de gestructureerde songs. Maar op de momenten dat de Afrikaanse vocalisten (Ben Zabo, Ibrahima Diouf, Samba Touré, Aminata Wassidjé Traoré, Virginie Dembélé en Zoumana Tereta) ingeschakeld worden krijgen we net dat ietsje meer. Op alle songs spelen ook Afrikaanse muzikanten mee, hoofdzakelijk op Afrikaanse instrumenten. Ook België is vertegenwoordigd met violiste Catherine Graindorge. De teksten zijn in 4 talen: Songhai, Tamasheq, Bambara en Engels. De meeste songs zijn gezamenlijke composities van Eckman, Race en de Afrikaanse muzikanten. Hoogtepunten zijn ‘Wa Ya You’ -scheurende desertblues met een grootse Samba Touré op zang en gitaar-, ‘Troubles’ -een haast onherkenbare, bluesy en stekelige cover van deze reggaesong van Keith Hudson-, ‘La Paix’-een hartstochtelijke schreeuw van Aminata Traoré tegen het terrorisme in Mali, aangrijpend gezongen door diezelfde Traoré-, het hitsige en repetitieve ‘Sleeping Beauty’ en ‘God Is A Mystery -de meest traditionele song op ‘Troubles’ met Zoumana Tereta op soku(een traditioneel strijkinstrument) en met bevreemdende zang van diezelfde Tereta-. ‘Troubles’ is een zéér fascinerend schijfje, ook al zijn niet alle songs even sterk. Ook de hoes en het infoboekje zijn beauties.
publieksprijs: 17,30




MELT YOURSELF DOWN – Melt Yourself Down

MELT YOURSELF DOWN – Melt Yourself Down

Niet enkel in rock en jazz kennen we het fenomeen ‘supergroep’, ook in wereldmuziek komt dat wel eens voor. Zo hadden we o.a. al Afro Celt Sound System en The Imagined Village, 2 projecten van Simon Emmerson. En dan is er nu met veel tromgeroffel en vooral met veel gierende saxen: Melt Yourself Down. Dit bont allegaartje wordt bevolkt door lui die het goede weer maken bij o.m. The Heliocentrics, Mulatu Astatke, Zun Zun Egui, Transglobal Underground en Rokia Traoré. MYD werd al omschreven als “the sound of Cairo ’57, Köln ’72, New York ’78 en London 2013’. Muziek uit diverse windstreken, hoeken en tijdperken dus en hier waren ook geesten rond: Can, James Chance and His Contortions, Rip Rig and Panic om maar deze te vernoemen. De zeer opwindende, losbandige, energieke, razende en dynamische muziek van MYD kan nog het best omschreven worden als gecontroleerde en georchestreerde chaos: het ene moment lijkt het alsof alles perfect in elkaar glijdt en even later krijg je de indruk dat de muzikanten verschillende composities door elkaar haspelen. Hoedanook, het resultaat is bijzonder fascinerend, wereldmuziek in de wel allerbreedste zin van het woord: afrojazz, tribal pop, avantgarde, psychedelische funk, wilde electronica, ongebreidelde zang en spel…. Voor wie dit niet veel duidelijk maakt: wat The Ex klaarspeelde met Getatchew Mekuria is een ijkpunt. Melt Yourself Down is een bijzonder geslaagd experiment met een unieke spirit: het laat zich in geen enkel vakje stoppen. Deze cd is dan ook de veertiende parel van 2013. En avant marche.
publieksprijs: 17,65




NITIN SAWHNEY – OneZero   Past, Present, Future Unplugged

NITIN SAWHNEY – OneZero Past, Present, Future Unplugged

Met ‘OneZero’ brengt Nitin Sawhney een retrospectieve van zijn carrière. Deze man is een zeer bezige bij: producer, songwriter, DJ, multi-instrumentalist, orkestcomponist, filmcomponist en nog veel meer (muziek voor dans, theater, videogames….). Hij werkte o.m. met Paul McCartney, Sting, London Symphony Orchestra, Brian Eno, Sinéad O’Connor, Anoushka Shankar, Jeff Beck, Shakira, Joss Stone (die hier een nieuwe song inzingt), Cirque Du Soleil…. Naast zijn artistiek werk is hij ook bezig met muzikale educatie en ontving hij vier universitaire eredoctoraten. In 2007 trad hij toe tot de Order of the British Empire op grond van zijn ethiek. Hij maakte 9 studio-albums en schreef meer dan 40 scores voor film en tv, o.m. voor de BBC-series ‘The Human Planet’. Dertien hoogtepunten werden in een nieuw kleedje gestopt en aangevuld met 4 nieuwe songs (dit verklaart mee de ondertitel). Daar waar Nitin Sawhney vaak Indiase muziek combineerde met electronica is deze recyclage volledig akoestisch, live opgenomen in een studio en dat in één track op zowel vinyl als tape, m.a.w. erop of eronder. Samen met zijn negenkoppige band bespeelt hij een mix van oosterse en westerse instrumenten. Deze vernieuwde benadering van zijn werk beklemtoont de immense kracht ervan: dit is geen goedkope recyclage maar een zeer respectvolle en intieme remake door een groep buitengewone muzikanten en vocalisten. Erop of eronder? Erop en weergaloos.
publieksprijs: 19,10




LAKHA KHAN – At Home

LAKHA KHAN – At Home

Vorige maand stelden we ‘Live At Amarrass Desert Music Festival 2011’ voor. Daarop was ook deze Lakha Khan te gast. De man wordt beschouwd als één van de voornaamste levende bespelers van de Sindhi sarangi (een nog zeldzaam voorkomend snaarinstrument met zeer veel mogelijkheden). Deze cd wordt , net als de recente cd van Madou Sidiki Diabaté, uitgegeven op het label van het Amarrass Festival. Lakha Khan komt uit de Manganiyargemeenschap, gemarginaliseerde moslims die om den brode muziek spelen langs beide zijden van de Indiaas-Pakistaanse grens; alle tracks werden in 1 take opgenomen in het huis van de plaatselijke schoolmeester, tussen de balen komijn. Zijn muziek kan gesitueerd worden binnen het brede kader van traditionele volksmuziek en klassieke muziek uit Rajasthan, maar Khan blijft niet binnen het enge kader: hij exploreert en overschrijdt die grenzen en speelt muziek uit diverse muzikale tradities. Hij zingt zowel in zijn plaatselijk als in verscheidene andere dialecten. De naam van het instrument is symbolisch: ‘sarangi’ betekent ‘honderd kleuren’ en suggereert hier de ongeëvenaarde veelzijdigheid ervan. Het kan in talloze stijlen bespeeld worden en wordt de verdienste toegedicht elke menselijke emotie te kunnen uitdrukken. Lakha Khan wordt begeleid door zijn zonen Dane en Pappu op dholak (een tweevellige trommel, zowat de kleine broer van de dhol: de dholak wordt met handen en vingers bespeeld, de dhol met stokken). Deze muziek klinkt zoals het gemeenzaam genoemd wordt “zeer moeilijk” en vraagt dus een grote inspanning en luisterbereidheid. Wie niet vertrouwd is met deze klanken kan maar beter deze cd mondjesmaat beluisteren, want ondanks de “moeilijkheidsgraad” is het die inspanning dubbel en dik waard. Voor wie dit het petje te boven gaat is de festival-cd ‘Live At Amarrass Desert Music Festival 2011’ een meer toegankelijke optie.
publieksprijs: 19,55




RODRIGO LEÃO – Songs (2004-2012)

RODRIGO LEÃO – Songs (2004-2012)

Misschien zegt de naam u niet zoveel, tenzij wij zeggen: Madredeus van 1986 tot 1994. ‘Songs’ is een compilatie van 7 Engelstalige songs uit zijn 3 vorige studioalbums, aangevuld met 2 nieuwe en nog een korte instrumental. Met uitzondering van deze instrumental zijn alle songs samenwerkingen met andere artiesten, en niet van de minsten: zo horen we o.m. Joan as Police Woman, Ana Vieira, Beth Gibbons, Stuart A. Staples. Met wereldmuziek heeft dit geen uitstaans meer, maar als ex-lid van Madredeus mag hij hier nog even aan de bak komen. De muziek van Leao drijft en kabbelt zowat tussen rock, jazz, pop, klassiek en filmmuziek. De dominerende stemmingen in de songs zijn melancholie en spijt over wat verwelkt is. ‘Songs’ staat bol van mooie luistermuziek maar kabbelt soms te veel: wij krijgen hier iets te weinig koud en warm van, ondanks de muzikale kwaliteit. En ‘Lonely Carousel’, subliem gezongen door Beth Gibbons, is een onwaarschijnlijke beauty. Naar verluidt zou dit het eerste deel van een trilogie zijn en zouden er compilaties op komst zijn met songs in het Portugees en in het Spaans. De zin van deze trilogie ontgaat ons volledig: de geïnteresseerden kunnen net zo goed de originele cd’s kopen waaruit die songs komen.
publieksprijs: 17,30



PUTUMAYO

 ‘ACOUSTIC AMERICA’

‘ACOUSTIC AMERICA’

Bij Putumayo werken ze o.m. met themareeksen en één daarvan is ‘Acoustic’. Op de nieuwe titel in deze reeks worden de wortels van de rijke Amerikaanse muzikale erfenis geëxploreerd, van folk over blues, jazz en country tot bluegrass. Naast aankomend talent staan hier ook enkele kanonnen te prijken zoals de bluesreuzen Sonny Terry and Brownie McGhee, Doc Watson (winnaar van 7 Grammy Awards en een Grammy Lifetime Achievement Award), The Jim Kweskin Band (met o.m. Maria Muldaur in de rangen) en Guy Davis. ‘Acoustic America’ biedt een mooie dwarsdoorsnede van de Amerikaanse rootsmuziek, gebracht door oud en nieuw talent.
publieksprijs: 13,75


ROUGH GUIDES

‘FLAMENCO 3rd edition’ (compilatie)

‘FLAMENCO 3rd edition’ (compilatie)

Bij Music Rough Guides hebben ze blijkbaar een boontje voor flamenco. Deze cd is nu al de tweede update (alle nummers zijn weliswaar nieuw) en daarnaast was er ook al de titel ‘Flamenco Dance’. Er wordt ook verder gekeken dan Andalusië, dat bewijst o.a. de bonus-cd overduidelijk. De laatste decennia kregen de traditionalisten gezelschap uit o.m. Noord-Afrika en Latijns-Amerika met daarbij ook openingen naar hedendaagse ritmes, tot spijt van wie het benijdt maar wij zijn voor. Bovendien is flamenco al van bij de oorsprong één van dé migratiemuziekgenres bij uitstek en deze spankracht blijft het genre ook levendig houden, wat op deze compilatie uitstekend in kaart gebracht wordt. In de openingstrack van het Spaans-Cubaanse gitaarquintet Son De La Frontera horen we al meteen deze mondialisering. Mayte Martin, één van de belangrijkste hedendaagse flamencozangeressen, laat ons de meer intieme kant van het genre horen in een interpretatie van een gedicht van Manuel Alcántara, begeleid door een treurig klinkende viool. We vinden niet alle bijdragen even boeiend maar we geven hier verder nog mee wat echt indruk maakt of het absolute tegendeel daarvan. First but not least is er de geweldige Carmen Linares die haar mosterd haalde bij de cante jondo. Londro uit Jerez brengt dan weer de rusteloze aard van het beestje en hij doet dat indrukwekkend. Wat velen in Yasmin Levy zien is ons nog steeds niet duidelijk, maar dat kan ook aan ons liggen. Dan gaan we wel plat voor La Macanita, nickname voor zangeres Tomasa Guerrero Carrasco, en haar hedendaagse en toch loyale interpretatie van de traditionele zigeuner-cante. Net als Carmen Linares is zangeres en danseres Carmelilla Montoya een icoon; ze werkte samen met o.m. Paco de Lucia en maakt ook deel uit van het beroemde familiebedrijfje La Familia Montoya. Bij Carlos Piñana gaat het er behoorlijk klassiek aan toe en dat doet hij ontzettend goed.
De bonus-cd ‘Buena Estrella’ van de Argentijnse groep Al Toque Flamenco is voor zover ons bekend hier nooit verschenen. Argentinië/flamenco? Jawel, en meer bepaald Buenos Aires, nog maar eens een levend bewijs van die migratie en mondialisering. Moet kunnen en zoals François M al zei: “et alors?” (daar kan Albert VSC een poepje aan ruiken). Al Toque Flamenco brengt zo nu en dan flamenco op een tango-bed (het kan ook andersom zijn) en dat is wel boeiend maar de algehele indruk is een flauwe. Tango in Buenos Aires is minder vreemd dan op het eerste zicht lijkt, want het dansvloergebeuren aldaar en in Andalusië is bepaald gelijkaardig en passie is een gemeenschappelijk sleutelwoord. De bonus-cd’s bij de Rough Guides zijn doorgaans sterke aanhangsels maar deze keer zijn we not quite impressed: de kwaliteit is zeer ongelijk en naast de schaarse sterke momenten is helaas de muzak-factor zeer aanwezig: Blankenberge, Benidorm, Kusadasi, supermarkten en consoorten zijn soms heel erg dichtbij.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)


 ‘MEDITERRANEAN’ (compilatie)

‘MEDITERRANEAN’ (compilatie)

Op deze Rough Guide zwemmen en luisteren we ons een muzikale baan doorheen de Middellandse Zee op zoek naar wat die mediterrane landen te bieden hebben en dat is heel wat. We gaan hier haast van hoogtepunt naar hoogtepunt (we gaan wel niet alles vermelden, enkel de essentiële stuff). We steken van wal in Griekenland met Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis die oude demotikaliederen remixen in hun innoverende nu-folk. Voor wie ze nog niet kent adviseren we dringend de beluistering van hun superbe cd ‘Greekadelia’. Daarna maken we de oversteek naar Algerije waar pianist Maurice El Medioni ons vergast op hupse en springerige tonen. Een volgend hoogtepunt brengt ons naar zowel Marokko als Israël, de 2 vaderlanden van Emile Zrihan: het eerste is zijn geboorteland, in het tweede is hij voorzanger in de synagoge van Ashkelon. De naam van deze stad is trouwens ook de titel van zijn klassieke cd uit het einde van de vorige eeuw waaruit het nummer dat we hier horen komt. Helaas is die cd al lange tijd niet meer verkrijgbaar. Zrihan vertolkt onwaarschijnlijk mooie mawals (vocale improvisaties) uit de Judeo-Andalusische traditie. Nog zo’n hoogtepunt wordt ons gebracht door de Turkse componist/muzikant/DJ/producer Mercan Dede die traditie verzoent met electronica. En wat dan gezegd van Fanfara Tirana? Deze briljante Albanese fanfare kunne julllie begin deze maand aan het werk zien in Dranouter, samen met Transglobal Underground waar ze hun uitstekende ‘Kabatronics’ live zullen voorstellen. Ook de bijdrage van de Griekse rebetika-vertolker Dimitris Mistadikis is van uitstekende makelij. En dan is het ook helemaal genieten van de betoverende en opzwepende raqs sharki (bij ons beter gekend als bellydance) van de Libanese zangeres Jalilah. Verder horen we hier ook nog muziek uit Italië, ex- Joegoslavië/Frankrijk, Egypte, Corsica, Palestina, Spanje, Algerije, Israël en Frankrijk. ‘The Rough Guide to the music of the Mediterranean’ is een bijzonder mooie staalkaart van en uitstalraam voor de muzikale rijkdom en diversiteit van dit gebied. De bonus-cd is ‘Mediterraneo’ van de Spaanse gitarist Eduardo Niebla en de Palestijnse oud-speler Adel Salameh. Deze cd verscheen in 1996 en is al lange tijd niet meer verkrijgbaar, dus is het mooi meegenomen dat je die hier als bonus cadeau krijgt. Spaanse en Arabische muziek hebben veel raakvlakken. De oud, een snaarinstrument, is de voorloper van de gitaar en de luit en werd in de elfde eeuw in Europa, meer bepaald in Spanje, geïntroduceerd door de Moren. Naast oud en gitaar horen we op ‘Mediterraneo’ ook nog Indiase en Egyptische percussie, respectievelijk tabla en riq. Dit album bulkt van muzikale passie, competentie en exuberantie. De klankkleur is complex en hybride maar ook delicaat en deliceus. Deze bonus-cd verantwoordt op zich al de aanschaf van deze Rough Guide: zeg dat wij het gezegd hebben.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)


RIVERBOAT RECORDS focust op India

Deze maand baden ze bij Riverboat helemaal in Indiase sferen met 3 nieuwe releases.

 DEBASHISH BHATTACHARYA and friends – Beyond The Ragasphere

DEBASHISH BHATTACHARYA and friends – Beyond The Ragasphere

Debashish Bhattacharya –die we verder in deze bespreking DB zullen noemen, kwestie van te besparen op onze letters- is een meester op wat we maar gemakshalve als de Indiase slide guitar zullen omschrijven, kwestie van onze tong niet te breken op woorden als chaturangui, anandi en gandharvi, 3 gitaren die hij zelf uitvond en bedacht met de naam “Trinity of Guitars”. Verwacht hier geen traditionele Indiase muziek en dat zeker niet in de strikte zin. Voor dit album nodigde hij schoon volk uit zoals gitaarlegendes John McLaughlin en Jerry Douglas en tabla-speler Tanmoy Bose (hij alweer: zie ook hoger dit cd-nieuws bij Ravi Shankar) en introduceerde hij zijn tienerdochter Anandi (tiens, ook een naam van één van zijn gitaren): zij mag hier als zangeres opdraven in de helft van de tracks en ze doet dat biiiiiiijjjjjzonder goed. Hier zijn ongetwijfeld klasbakken aan het werk maar toch staat de cd voor een groot deel volgestouwd met zeer vermoeiende en enerverende muziek waarbij de muzikanten zich te buiten gaan aan virtuoos maar ook oeverloos gepingel met een zeer hoog navelstaargehalte dat doet terugdenken aan de hoogdagen van de vermaledijde jazzrock. Gelukkig zijn er ook enkele rustpunten waarbij vooral zangeres Anandi schittert en de instrumenten een meer dienende rol vertolken, zoals in de heerlijke traditionele nachtraga ‘Khamay Tarana’. Ook ‘Indospaniola’ met flamencogitarist Adam del Monte in de hoofdrol is zo’n heerlijk rustpunt vol van eenvoud. En ook met de mooie, contemplatieve afsluiter ‘Ode to Love’ kunnen we ons absoluut verzoenen. Maar een 3 op 8 is werkelijk onvoldoende voor een artiest met een grote staat van verdienste. Het is de verdienste van DB om met de raga-vorm nieuwe wegen te willen inslaan maar daarbij houdt het voor ons op, ook al weet u onderhand wel dat wij absolute voorstanders zijn van nieuwe wegen en van fusie, maar voor ons is ‘Beyond The Ragasphere’ daarvan geen geslaagd voorbeeld.
publieksprijs: 13,15


JAIPUR KAWA BRASS BAND – Dance Of The Cobra

JAIPUR KAWA BRASS BAND – Dance Of The Cobra

Brassbands zijn populair in India sinds halfweg de achttiende eeuw, toen ze geïntroduceerd werden door de Britse kolonialisten. Vandaag zitten ze stevig verankerd in de Indiase traditie en zijn ze zeer populair bij huwelijken, geboortes, nationale evenementen en religieuze ceremonies. Bandleider Hameed Khan ‘Kawa’ groeide op met deze klanken; hij komt uit een muzikaal geslacht en werd als jongeling geschoold in klassieke en folktradities uit Hindustan. Hameed trok later naar Parijs en daar rijpte het idee om zijn traditie te vermengen met brassband muziek waarin hij een lang gekoesterde interesse had. Bij zijn terugkomst in zijn thuisland maakte hij al snel werk van de vorming van Jaipur Kawa Brass Band. Naast het kruim van de zigeunermuzikanten uit Rajasthan maakte Hameed ook plaats voor een Kalibelia-danser (ook gekend als sapera) en een fakir in zijn gezelschap. Naar verluidt is deze brass band live een uiterst dynamische sensatie en na beluistering van dit album kunnen we ons daar wel iets bij voorstellen. Her repertoire van JKBB is een eclectische greep uit zigeunerdansen, populaire liedjes, soundtracks van blockbuster Bollywoodfilms, traditionele folk, klassieke Indiase muziek en nog zoveel meer. Dit alles wordt gebracht met een bijzonder eigen smoel en met zeer veel bravoure en met tonnen vreugde en drama. ‘Dance Of The Cobra’ van Jaipur Kawa Brass Band is een exuberant en extreem feestelijk album. Deze brassband is een ware verrijking voor het muzikale firmament. Luistertip: draai de volumeknop zo ver open als je oren aankunnen, just play it loud. U had ons wellicht al voelen aankomen: ‘Dance Of The Cobra’ is de vijftiende titel voor de verplichte leerstof van 2013.
publieksprijs: 13,15


JYOTSNA SRIKANTH – Call of Bangalore

JYOTSNA SRIKANTH – Call of Bangalore

Viloiste Jyotsna Srikanth speelt Karnatische muziek, m.a.w. muziek uit Karnataka in het zuiden van India. Srikanth is afkomstig uit Bangalore, de hoofdstad van die staat. Kenmerkend voor deze muziek zijn de natuurlijke melodische vorm en de grote esthetiek. Ze speelt kunstzinnig in gãyaki (een stijl waarbij het net lijkt alsof de viool zingt), die kracht bijgezet wordt door percussionisten N. Amruth op mridangam (dubbelzijdige drum) en Patri Satish Kumar op khanjira (een kleien pot). De 6 composities op deze cd zijn Karnatische klassieke werken van grote componisten uit de regio. Jyotsna is een veelzijdige artieste: naast concerten geeft ze ook vioolles, is ze curator van het London International Arts Festival en speelt ze op Bollywood-soundtracks: bezige bij dus. We horen hier verschillende soorten ragas. Traditioneel beginnen concerten met Karnatische muziek met een varnam, zeg maar een korte raga. Trouw aan dit procédé opent dit album met de track ‘Varnam’. ‘Gopalaka Pahimam is een negentiende-eeuwse compositie en maakt gebruik van de ochtendlijke raga bhowli-structuur. ‘Annapoorne’ gebruikt dan weer de raga sama-structuur. Op de afsluiter ‘Thillana’ (een hedendaagse compositie) horen we een raga mand, een adaptatie van de Hindustaanse traditie. Het hoogtepunt, althans voor ons, is ‘Brovabarama’ dat ondanks zijn duur (39’38”) geen seconde verveelt. ‘Call of Bangalore’ is een uitermate fascinerend en vaak wervelend album. Wellicht is Jyotsna Srikanth wereldklasse in wording: te volgen en wordt wellicht ook vervolgd.
publieksprijs: 13,15


NASCENTE

 Classics And Collaborations

NATACHA ATLAS – Habibi: Classics And Collaborations

Nascente biedt in deze reeks dubbel-cd’s hoogstaande compilaties voor haast geen geld. Natacha Atlas hebben we hier al duizend keer voorgesteld (vorige maand was het nog maar eens van dat), dat kunnen we dus overslaan. Zoals de titel het aangeeft krijgen we hier een verzameling van haar ‘klassiekers’ en haar samenwerkingen met andere artiesten, aangevuld met 3 nooit eerder verschenen tracks (2 live-opnames + 1 remix door Syriana). Goede wijn behoeft geen krans en dus gaan we ons hier beperken tot wat summiere informatie, zoals een overzicht van de artiesten waarmee we haar hier horen samenwerken: Peter Gabriel/Big Blue Ball, Syriana, Zab Spencer, Transglobal Underground (waarbij ze debuteerde en haar grote opstap), Marc Eagleton Project, Jah Wobble, Musafir, Justin Adams, Yasmin Levy, David Arnold, Nitin Sawhney, Andrew Cronshaw, Jocelyn Pook. Voorwaar: dit lijstje oogt meer dan indrukwekkend. Voor wie al één en ander van deze grande dame in huis heeft is dit misschien een overbodige aanschaf, maar voor alle anderen is dit een essentiële en spotgoedkope aanrader; bovendien verwijzen we jullie graag nog naar helemaal onderaan deze pagina’s voor meer budget lekkers van la Atlas.
publieksprijs: 11,60 (2 cd)


REGGAE

Dat het zomer is zullen we geweten hebben: de reggaeproducenten steken weer eens een tandje bij, in dit geval zes tandjes.

FAT FREDDY’S DROP – Blackbird

FAT FREDDY’S DROP – Blackbird

Dit septet uit Nieuw-Zeeland is een liveband pur sang, getuige daarvan hun cd ‘Live At Roundhouse London’ uit 2010, een reggaeklassieker buiten categorie en samen met ‘Live!’ van Bob Marley and The Wailers ons favoriet live reggae album. FFD is in de eerste plaats een livefenomeen: ze toeren dat het een lieve lust is en brachten meer live- dan studioalbums uit. ‘Blackbird’ is nauwelijks hun derde studioalbum in veertien jaar. Ze zijn wellicht de beste reggaegroep in de wereld nu, maar ze zijn zoveel meer dan dat. De basis van hun muziek is reggae en dub maar bij momenten is dit nog moeilijk waar te nemen door de vele invloeden die hun sound, een unieke mix, mee bepalen: soul, funk, Ethiopische jazz (met blazers die lijken weggelopen te zijn bij Mulatu Astatke en waarbij trombonist Joseph Lindsay herinneringen oproept aan de grote Rico Rodriguez), rhythm and blues en techno. Bij concerten is het handelsmerk van de groep de lange improvisaties, waar de speelvreugde zo van afdruipt (‘Live At Roundhouse London’ duurde 80 minuten maar telde slechts 6 tracks). Op deze cd wordt er fenomenaal afgetrapt met de bijna tien minuten durende titeltrack en meteen is de toon gezet. Toch blijft ook nu hun studiowerk lomer van toon dan hun concerten, waar het steeds stoomt. De arrangementen zijn opvallend gelaagd en zetten de uitzonderlijke stem van Joe Dukie extra in de verf. Het zal schoon volk moeten zijn die ‘Blackbird’ van Fat Freddy’s Drop het predikaat ‘reggae-album van 2013’ zal ontnemen. Voor ons is het nu toch al de zomerplaat van het jaar.
publieksprijs: 18,55


‘SKA TRILOGY An Essential Guide to the Best of Ska, Two Tone and 
Blue Beat’ (compilatie)

‘SKA TRILOGY An Essential Guide to the Best of Ska, Two Tone and Blue Beat’ (compilatie)

We gaan even zéér kort door de bocht -kwestie van ons ook eens een vreselijke modeformulering te permitteren-: eerst was er mento, later was er ska en rocksteady en at the end was er reggae. Ska combineerde mento en calypso met jazz en rhythm and blues en maakte hierbij gebruik van een geheel eigen ritmiek en upbeat die het genre bijzonder succesvol maakten. Ska is meer dan een halve eeuw oud maar nog steeds zeer levend. En nu kan je voor een habbekrats deze 3 cd-box aanschaffen, met opnames vanaf begin jaren 60 tot begin jaren 80. Onze favorieten op deze heerlijke compilatie zijn alvast Madness, The Selecter, The Specials, Buster’s Allstars, THE SKATALITES (of course!), Desmond Dekker, Millie, The Maytals (met en zonder Toots), The Ethiopians, Bob Marley & The Wailers, Jimmy Osborne, Horace Andy, Roman Stewart, Dillinger en Sugar Minott. Voor de liefhebbers van het genre is dit een mooie aanschaf en voor de niet ingewijde geïnteresseerden een spotgoedkope kennismaking.
publieksprijs: 12,45 (3 cd)

JIMMY CLIFF – The KCRW Session

JIMMY CLIFF – The KCRW Session

Daar is opa Jimmy weer. Vorig jaar kwam hij na 8 jaar stilte nog eens aanzetten met nieuwe opnames en dat resulteerde in de uitstekende cd ‘Rebirth’ (www.oxfambrugge.be/site/cd-nieuws-4), een vlag die de lading dekte. Nu is er ‘The KCRW Session’, een cd vol uitgeklede versies van bekende en minder bekende songs uit zijn repertoire. KCRW (www.kcrw.com) is een publiek radiostation dat uitzendt van op de campus van Santa Monica College in Santa Monica, Californië. Elke weekdag wordt het programma ‘Morning Becomes Eclectic’ uitgezonden: dit programma geniet internationaal aanzien. In dit programma worden regelmatig live-sessies georganiseerd, zoals deze met reggae-veteraan Jimmy Cliff. We horen hier een man met zijn stem en zijn gitaar in grote doen. Een levende legende zet zichzelf op meesterlijke wijze in zijn blootje en speelt hier een bevlogen unplugged sessie. De sobere en respectvolle productie was net als op ‘Rebirth’ in handen van Tim Armstrong (frontman van Rancid). Ook akoestisch komt die sprankelende, skankende en springerige sound uit de jaren 70 tot zijn recht en op zijn wonderbaarlijke stem lijkt geen sleet te komen: luister maar eens naar het hartverscheurend mooi gezongen ‘Many Rivers To Cross’. ‘The KCRW Session’ is a.h.w. een tweede rebirth. Goed gedaan, opa.
publieksprijs: 19,50

CONGO NATTY – Jungle Revolution

CONGO NATTY – Jungle Revolution

Michael West, alias Congo Natty -hij heeft nog andere aliassen zoals Rebel MC en Conquering Lion- is een Londense zanger/muzikant die actief is sinds de jaren 80. Aanvankelijk speelde hij in skabands maar in 1991 debuteerde hij onder eigen naam met ‘Black Meaning Good’: hij mixte dub met reggae en legde zo de fundamenten voor een nieuw genre, jungle, voorloper van drum n bass en dubstep. Grosso modo valt dit album in 2 grote delen uiteen: uptempo nummers met veel beats en effecten, en meer traditionele, melodieuze songs. Er moet gezegd dat de man een eigen mix maakt van zijn vele invloeden zoals reggae, hip hop, dub, ska, trance en sound system. Verder blijft hij trouw aan zijn oorspronkelijk procédé: verwacht dus niets nieuws onder de zon, maar het oude onder die zon kan best overtuigen. Hij blijft zich ook bijzonder kwaad maken en dat vertaalt zich in de muzikale intensiteit en vooral in de zang. In zijn kwaadste momenten doet hij denken aan Asian Dub Foundation. De mixing was in handen van het koningskoppel Skip McDonald en Adrian Sherwood. Wij vallen vooral voor het zéér strakke ‘UK Allstars’, ‘Revolution’ (heerlijke melt van ska en dub), de springveer ‘Get Ready’ (jungle nineties op zijn best), ‘Jah Warriors’ (denk aan Asian Dub Foundation op hun best) en ‘London Dungeons’ (Massive Attack op hun reggaest). ‘Jungle Revolution’ is een zeer fijn plaatje: twintig jaar geleden zouden we het predikaat ‘revolutionair’ bovengehaald hebben, vandaag schrijven we: déjà entendu op hoog niveau.
publieksprijs: 18,00


CORNELL CAMPBELL meets SOOTHSAYERS – Nothing Can Stop Us

CORNELL CAMPBELL meets SOOTHSAYERS – Nothing Can Stop Us

Deze cd hoort thuis in de Inspiration Information-reeks van Strut Records, waarin artiesten een muzikale ontmoeting of clash aangaan. Cornell Campbell is een zoetgevooisd icoon uit de jaren 70. Deze uitzonderlijke zanger heeft een uitgebreid stembereik. Hier neemt hij het op tegen het Londens collectief Soothsayers, een veel jongere band, die in 2011 meewerkte aan de Antibalas-succesmusical ‘Fela!’ (over het leven van Fela Kuti). Hun sound is geïnspireerd door dub, reggae, afrobeat en nog één en ander en ongewild doen ze wat denken aan Fat Freddy’s Drop. En zo resulteert deze muzikale ontmoeting in een boeiende, denderende en vibrante mix van stijlen als roots reggae, dub, afrobeat en funk, al blijft dit in de eerste plaats ontegensprekelijk roots reggae, en dat dan nog wel van onberispelijk en onwaarschijnlijk hoog niveau. We rollen op deze prachtplaat van het ene hoogtepunt in het andere, inclusief 2 nieuwe versies van Campbell’s klassieker ‘Jah Jah Me No Born Yah’ (1 gezongen en 1 dub): de pret kan niet op en op het moment waarop we dit neerschrijven is dit de ideale soundtrack bij deze wel zeer zomerse dag (maandag 22 juli). Vergeet wat we schreven bij de bespreking van Fat Freddy’s Drop over reggae-cd en zomerplaat van het jaar: hier is het schoon volk dat die nominatie en die titel komt wegkapen, tenzij we er straks nog een betere voor de kiezen krijgen. ‘Nothing Can Stop Us’ is de zestiende parel op de lijst van de verplichte leerstof voor 2013.
publieksprijs: 17,05


BRINSLEY FORDE – Urban Jungle

BRINSLEY FORDE – Urban Jungle

De laatste reggae-cd in deze lange rij komt van Brinsley Forde, stichter en ex-frontman van de Britse reggaeband Aswad (die zijn ook ex). Dit jaar wordt de man 60 en dat vond hij blijkbaar het geschikte moment om als solo-artiest te debuteren. Het gros van zijn songteksten zijn aanklachten tegen politieke en sociale onrechtvaardigheden, al worden Jah en marihuana -alomtegenwoordig in de reggae- ook niet vergeten en horen we ook positieve boodschappen en veel love, love, love. De muziek werd geschreven door de Nederlanders Manu Genius en Marc Baronner die ook te horen zijn op ‘Urban Jungle’ en tevens voor de productie instonden. ‘Urban Jungle’ is in grote lijnen de muzikale voortzetting van Aswad met lichtvoetige, vrolijke, ritmische roots reggaedeuntjes waarbij het goed de beentjes losgooien is: niet meer maar ook niet minder, maar soms is dat genoeg.
publieksprijs: 16,20


GOUD VAN OUD

ORCHESTRA SUPER MAZEMBE – Mazembe @45RPM Vol. 1

ORCHESTRA SUPER MAZEMBE – Mazembe @45RPM Vol. 1

Eerder dit jaar verscheen deze compilatie van een ten onrechte vergeten Congolees orkest. Sindsdien laat deze cd ons niet meer los: reden te over dus om die nogmaals onder de aandacht te brengen, nu in de rubriek ‘Goud Van Oud’ (het is zeker niet dat onze inspiratie uitgeput is, dat merkt u volgende maand wel). Sinds enkele jaren werkt Doug Paterson samen met Stern’s Music aan een reeks compilaties met vergeten schatten en parels die put uit de rijke archieven van het Keniaanse label AIT Records. Deze uitgave is de zesde in de reeks. Na een jarenlange tocht van Zaire tot Tanzania kwam de Congolese band Orchestra Super Mazembe aan in Nairobi. Het Keniaanse publiek was niet meteen laaiend enthousiast maar in 1977 scoorden ze wel een gigantische hit met hun single ‘Kassongo’ (kijk maar eens op YouTube) en dat was het startpunt voor roem en fortuin in Oost-Afrika. De band was ook onwaarschijnlijk productief en bracht de ene na de andere single (je weet wel oudje, zo’n klein vinyl schijfje met een doorsnede van 17,5 cm en meestal met een relatief groot en soms met een zeer klein gaatje in het midden) uit en werd uitzinnig populair in Kenia. In de jaren 80 stonden ze even aan de rand van een internationale doorbraak na de wereldwijde release van een lp op Virgin Records, toen er in het zog van de new wave een plotse belangstelling kwam voor Afrikaanse muziek. Helaas, het mocht niet zijn, die belangstelling ging zo snel als ze was gekomen. Er is nog weinig materiaal van OSM beschikbaar en in dit licht is deze release een ware zegen. Deze compilatie is een verzameling van singles; in de jaren 60, 70 en 80 was de single koning op de Afrikaanse markt, omdat deze formule, in tegenstelling tot de lp, nog betaalbaar was: een single kostte 10 shilling, een lp 55. De zes lp’s van OSM waren destijds niets meer dan compilaties van singles, met uitzondering van hun Virgin-lp ‘Kaivaska’. Opvallend aan deze singles is de duur: gaande van 6’16” tot 9’31”. De structuur van de songs is standaard: ze zijn opgedeeld in 2 delen, voor de A- en de B-kant. Ook de muzikale structuur is identiek: we gaan hier niet over uitweiden want het loont echt wel de moeite om dit fenomeen zelf te ontdekken. Alleen jammer dat de fade-out en de fade-in van de originele singles hier niet behouden zijn. De groep deemsterde later weg maar heeft nooit echt opgehouden te bestaan en staat er nu in een jongere line-up met o.m. zonen van enkele originele bandleden. ‘Mazembe @45RPM Vol. 1’ is een waar godsgeschenk en een ontdekkingstocht en schattenjacht van zéér véél karaat. Kopen die handel!
publieksprijs: 18,10
Meer van deze artiesten:
Giants Of East Africa (compilatie, 18,10€). En misschien vind u in de Matongé nog wel vinyl van OSM. En terwijl ze toch bezig zijn bij Stern’s Music hebben we nog een verzoekje: voor ons mag er ook een compilatie komen van Orchestra Makassy, nog zo’n fijn orkestje met muzikanten uit Uganda en Zaire met een wat gelijklopend verhaal als OSM. Dóen! Van Makassy is 1 cd verkrijgbaar, ‘Legends Of East Africa’ (18,70€), een heruitgave van hun Virgin-lp ‘The Nairobi Agwaya Sessions’ uit 1982.


MALI CLASSICS

Na de REGGAE CLASSICS van vorige maand serveren we nu een 100% subjectief lijstje met Mali-klassiekers, dit als eerbetoon aan de vele Malinese muzikanten die strijden voor het behoud van hun muzikale cultuur die zeer zwaar bedreigd wordt door het moslimfundamentalisme in hun land.

Afrocubism - Afrocubism
Madou Sidiki Diabaté – Live In India at the Amarrass Desert Music Festival
Madou Sidiki Diabaté - Mariam Traditional Kora Music From Mali
Madou Sidiki Diabaté/Ahmed Fofana/Alex Wilson – Mali Latino
Toumani Diabaté – The Mandé Variations
Toumani Diabaté’s Symmetric Orchestra – Boulevard De L’Indépendance
Salif Keita – La différence
Salif Keita – M’Bemba
Salif Keita – Papa
Salif Keita – “Soro”
Oumou Sangare – ‘Seya’
Oumou Sangare - Worotan
Ballaké Sissoko – At Peace
Ballaké Sissoko & Vincent Segal – Chamber Music
Ali Farka Touré - Savane
Ali Farka Touré with Ry Cooder - Talking Timbuktu
Ali Farka Touré & Toumani Diabaté – ‘Ali & Toumani’
Ali Farka Touré & Toumani Diabaté – In The Heart Of The Moon
Boubacar Traoré – je chanterai pour toi
Rokia Traoré – Beautiful Africa
Rokia Traoré – Bowmboï
Rokia Traoré – Mouneïssa
Rokia Traoré – Tchamantché
Rokia Traoré - Wanita

KOOPJE VAN DE MAAND

‘EL GUSTO’ (original soundtrack)

Het Arabisch-Joodse antwoord op Buena Vista Social Club maar dan duizend keer beter (het is maar een mening als een andere).
publieksprijs: 10,80

VERWACHT

GOGOL BORDELLO – Pura Vida Conspiracy

publieksprijs: 19,70

EN VERDER NOG

NATACHA ATLAS – 5 Albums Box Set

Haar Heilige Drievuldigheid (‘Diaspora’, ‘Halim’, ‘Gedida’) is nu samen heruitgebracht in een box set, helaas gekoppeld aan twee veel mindere goden (‘Ayeshteni’, ‘Something Dangerous’). Maar toch is deze box een aanrader: 3 klassiekers voor een habbekrats.
publieksprijs: 22,60 (5 cd)