CD-nieuws februari 2013

EVA QUARTET & HECTOR ZAZOU – The Arch

EVA QUARTET & HECTOR ZAZOU – The Arch

‘The Arch’ is één van de meest buitengewone en prestigeuze projecten ooit in de wereldmuziek. De opnames gingen van start in 2006 en de laatste hand werd gelegd in 2009. Het is ook de zwanenzang van de Franse producer, componist en electronische klankentovenaar Hector Zazou die met god en klein pierke heeft samengewerkt. De andere protagonisten zijn de 4 dames (en 1 man!) van het Bulgaarse Eva Quartet, wereldvermaard om hun polyfone gezangen; zij maken ook deel uit van Le Mystère Des Voix Bulgares. Daarnaast zijn hier nog zowat 50 muzikanten aan de slag, uit 14 landen en uit zeer uiteenlopende muziekstijlen. De productie was in handen van Zazou en van Dimiter Panev, stichter en directeur van Elen Music, een Bulgaars-Duits label en boekingagentschap. Panev is vooral bekend geworden met zijn productie van het gelijknamige album van Ivo Papasov dat in 2005 bekroond werd met de BBC Music Award. Drie jaar lang trokken beide heren de wereld rond om dit unieke project te kunnen realiseren. De bijdragen van de gastmuzikanten werden op diverse locaties in 3 continenten opgenomen. Naast de vele Bulgaarse gastmuzikanten is er ook een indrukwekkende waslijst from all over the world, of wat dacht je van o.a. Laurie Anderson, Robert Fripp, Bill Frisell, Bollywood Orchestra, Ryuichi Sakamoto, Djivan Gasparyan, Zoltan Lantos, Carlos Nunez, Mehdi Haddab en vooral die vele, vele
anderen. Onwillekeurig doet het opzet en de grootse aanpak van dit project ons denken aan die van ‘Silk Road Journeys When Strangers Meet’ van Yo-Yo Ma & The Silk Road Ensemble, die klassieker uit 2002. ‘The Arch’ is een briljante ontmoeting tussen oude traditie, magische stemmen en moderne technieken: een mooier testament had Hector Zazou niet kunnen te beurt vallen. ‘The Arch’ is een monumentaal werkstuk en is meteen de eerste top-cd in dit prille 2013.
publieksprijs: 20,45

 AYSENUR KOLIVAR – Bahçeye Hanimeli

AYSENUR KOLIVAR – Bahçeye Hanimeli

Ook ‘Bahçeye Hanimeli’ kan je omschrijven als een project, zij het minder groots opgezet dan ‘The Arch’ maar daarom niet minder waardevol. Aysenur Kolivar is een bijzonder getalenteerde Turkse zangeres (o.a. gekend van haar werk bij Kardes Türküler) die sinds het ontstaan ervan in 2001 de gangmaakster is van het Helesa Project. Hierbij wordt muziek uit de oostelijke Zwarte Zee-regio gearchiveerd en uitgevoerd. Deze regio is in de loop van de geschiedenis een multiculturele smeltkroes geworden, door migraties allerhande. Kolivar wil met deze liederen een stem geven aan de vrouwen uit deze regio. De liederen vertellen verhalen over uitbuiting, migratie en verbanning. Zelf omschrijft Kolivar de Zwarte Zee als een “tuin van culturen” en vanuit deze visie deelde ze samen met haar collega-researchers het album op in 7 secties, elk genoemd naar een wilde bloem, specifiek voor de regio. Kolivar mag dan wel de stuwende kracht zijn achter dit project, zij is niet de enige vertolkster: op ‘Bahçeye Hanimeli’ is een wagonlading vocalisten aan het werk. Bij de cd hoort ook een práchtig boekje waarin de beschouwende informatie ook in het Engels vertaald is. Helaas is alle andere inhoud (teksten, info over muzikanten en instrumenten) ééntalig Turks. ‘Bahçeye Hanimeli’ is een indrukwekkend muzikaal, cultureel en sociaal (tijds)document met vooral zeer veel kippevelzang.
publieksprijs: 21,85 (2 cd)

 WU MAN and MASTER MUSICIANS from the SILK ROUTE – Borderlands   Music of Central Asia VOL.10 (cd/dvd)

WU MAN and MASTER MUSICIANS from the SILK ROUTE – Borderlands Music of Central Asia VOL.10 (cd/dvd)

Het lijkt wel de maand van het project te zullen worden. Deze uitgave is het tiende volume in een reeks van Aga Khan Music, dat in 2006 startte. Deze reeks verzamelt hoogtepunten uit de muzikale tradities van Centraal-Azië, zowel de traditionele als de hedendaagse. Telkens wordt ook een dvd gekoppeld aan de cd. De tien volumes zijn exemplarisch te noemen, zowel in hun productie en in hun presentatie. En vooral door het onder de aandacht brengen van muziek uit een regio die ondervertegenwoordigd is wanneer het om concerten en geluidsregistraties gaat. Maar wie is nu Wu Man? Zij is een Chinese componiste en bovenal een virtuoos op de pipa (familie van de luit). De muzikanten en vocalisten zijn hoofdzakelijk Tadjiken en Oeigoeren uit de autonome Chinese regio Xinjiang. Het merendeel van de muziek die we hier horen is afkomstig van tradities die ons heel vreemd in de oren klinken en dus op het eerste gehoor als moeilijk ervaren worden. Deze muziek vergt een grondige en doorgedreven beluistering om de expressieve kracht en de instrumentale competentie ervan te ontdekken. Op de bijhorende dvd zien we o.a. Wu Man aan het werk met de Oeigoerse muzikanten in Peking en met de Tadjikische in Parijs en die dvd zou naar verluidt (want wij hebben die niet gezien) bijdragen om dit concept beter te begrijpen.
publieksprijs: 24,65 (cd/dvd)


SÉKOUBA BAMBINO – The Griot’s Craft

SÉKOUBA BAMBINO – The Griot’s Craft

Sékouba Bambino is de artiestennaam van de Guinese zanger Sékouba Diabaté. Hij groeide op in een muzikale griotfamilie. Toen hij 3 was stierf zijn moeder, een zangeres die heelwat liederen had opgenomen. Hij wilde in moeders voetsporen treden maar zijn vader probeerde hem daarin te ontmoedigen. Gelukkig tevergeefs: toen hij 8 was begon hij te zingen in locale bandjes en in 1983, op zijn zestiende, trad hij toe tot Guinea’s populairste groep, de roemrijke Bembeya Jazz. Stormenderhand veroverde hij West-Afrika met zijn indrukwekkend stemgeluid. In 1991 verscheen zijn solodebuut en daarna werd hij zanger bij Africando. En dan is er nu ‘The Griot’s Craft’, een akoestisch album dat Bambino’s talent als songschrijver sterk in de verf zet. Zijn stem klinkt nog steeds zeer sterk en hij wordt begeleid door maar liefst 15 muzikanten en vocalisten, die geheel ten dienste staan van de composities. Sékouba Bambino is buiten West-Afrika weinig bekend (ondanks zijn grote staat van verdienste) en daar moet/mag met ‘The Griot’s Craft’ dringend iets aan veranderen. ‘The Griot’s Craft’ is een zeer fijn plaatje van een sublieme maar wat miskende zanger.
publieksprijs: 18,10


SOLORAZAF – Solonaïves / Sculptures with Gad ...

SOLORAZAF – Solonaïves / Sculptures with Gad ...

Voluit heet de man Solo Razafindrakoto. De muzikale roots van deze Frans-Malagassische gitarist liggen zowel in Frankrijk als Madagascar. ‘Solonaïves / Sculptures with Gad ...’ bevat 2 uiteenlopende cd’s. ‘Solonaïves’ is een suite die geïnspireerd is door de ritmes van Madagascar en specifiek door het werk van 2 belangrijke artiesten uit de Malagassische traditie, harpspeler Rakotozafy en gitarist Freddy Ranarison, die ook leider was van Point Rouge, het orkest waarin ook Solorazaf speelde in de jaren 70. Deze suite bestaat uit een reeks improvisaties op akoestische gitaar waarin hij akoestische bas, voetpercussie, baritongitaar en guitalele (een piepkleine gitaar die een kruising is tussen een klassieke gitaar en een tenor ukulele) overdubt. Hij besprenkelt dit met ingehouden gemompel, gefluit, geklik en gezoem. Zijn wortels en invloeden mogen dan wel in de ritmes van Madagascar te zoeken zijn, maar de sensibiliteit is doordringend jazzy en bluesy. En de man mag dan wel een briljant gitarist zijn, toch zijn we niet quite impressed door dit navelgestaar, ook al staat hier een schaars kippevelmoment te prijken zoals ‘Manjacook’. ‘Sculptures with Gad ...’ is dan weer een samenwerking met de Franse multi-artiest Georges Alain Duriot. Ook hier horen we opnieuw veel briljant getokkel, maar vooral gepingel, en dus kan ook dit ons maar zeer matig boeien. Duriot verwerkt de gitaarpartijen in soundscapes die veel weg hebben van een obscure ambient soundtrack maar die vooral veeleer een geeuw dan een “waauw” veroorzaken.
publieksprijs: 29,80 (2 cd)


 NAMGYAL LHAMO – Musical Offerings 1 An Anthology Of Tibetan Folk Songs

NAMGYAL LHAMO – Musical Offerings 1 An Anthology Of Tibetan Folk Songs

Namgyal Lhamo is een hoog gewaardeerde vertolkster van traditionele Tibetaanse gezangen en opera. Sinds 1980 (ze was toen 24) woont ze in Nederland en nu meer bepaald in Utrecht, waar ze ook een vegetarisch restaurant uitbaat. Ze startte haar muzikale opleiding toen ze 8 was en trainde 14 jaar onder grootmeesters van de Tibetaanse opera en klassieke muziek in de Tibetan Institute of Performing Arts, dat nog werd opgericht door de Dalai Lama. Haar levensmissie is het behoud van de Tibetaanse cultuur. In 2009 startte ze dit project, ‘Musical Offerings’, op dat moet uitmonden in een reeks van drie cd’s. Op dit eerste album presenteert ze een bloemlezing van Tibetaanse folksongs en draagt ze op als een offergave aan de Dalai Lama en de spirituele leermeesters. Thematisch zijn deze liederen vaak lofbetuigingen aan de boeddhistische leer en aan de spirituele leermeesters. In andere teksten zijn de natuur en de Tibetaanse landschappen een allegorie voor de religieuze overtuiging. Lhamo heeft een intense zangstijl en een uitzonderlijk stembereik en -geluid, waaraan het voor oortjes van hier toch wel even wennen is. Waarom ze de ‘nachtegaal van Tibet’ genoemd wordt zal u na beluistering vast begrijpen. Ze speelt ook zelf alle instrumenten: gyumang (dulcimer), dranyen (luit) en limbu (fluit). Dit werkstuk is een boeiende en indringende luisterervaring die wel wat inspanning van de luisteraar vraagt.
publieksprijs: 20,35


 ANA MOURA – Desfado

ANA MOURA – Desfado

Ana Moura is de naam, fadozangeres haar beroep en ‘Desfado’ is haar vijfde studioalbum. Wij genieten nog steeds na van haar adembenemend concert in Brugge anno 2009 dat in tegenstelling tot haar passage in de New Yorkse Carnegie Hall niet uitverkocht was. Grote fans zijn The Rolling Stones, die haar aan het werk zagen in een fadohuis in Linhares en haar meteen uitnodigden om daags nadien samen een duet te brengen op hun concert in Lissabon. We stelden al eens dat bij veel fado-artiesten een concert meer overtuigt dan een cd. En quod erat demonstrandum gebeurde begin 2010: tegelijkertijd verscheen er toen een studioalbum (‘Leva-Me Aos Fados’) en een live-cd (‘Coliseu’) van haar: deze laatste won, gedreven en gepassioneerd, met lengtes voorsprong. Dus wilden we nu ook wel met open vizier deze stelling nog eens te lijf gaan. Na het aanhoren van ‘Desfado’ twijfelen we er sterk aan of dit nog wel zin heeft. Haar succes in Amerika zette er haar blijkbaar ook toe aan om ginds op te nemen. Naast de traditionele fadomuzikanten spelen ook gerenommeerde Amerikaanse studiomuzikanten mee en de cd werd geproducet door niemand minder dan de befaamde Larry Klein. Op zich is daar helemaal niets mis mee, maar wij blijven achter met het verweesde gevoel dat de ziel van Moura’s muziek toch wel wat gekneusd is. Wij horen hier net iets te veel fado in een veel te grote popjas of pop in een fadojasje, soms op de rand van easylistening en muzak. En toegegeven: de pure fadonummers zijn voor ons dik ok en Ana Moura heeft een loepzuivere en tegelijkertijd krachtige maar ook fragiele stem, en die verdient meer dan deze halfslachtigheid. Nog een pluspunt: in tegenstelling tot bij de meeste van haar mediterraanse collega’s zijn de teksten hier ook afgedrukt in een voor ons begrijpbare taal, met name Engels, maar dat volstaat niet om ons milder te stemmen.
publieksprijs: 20,90


 RUPA & THE APRIL FISHES – Build

RUPA & THE APRIL FISHES – Build

Het is nog wat vroeg voor aprilvissen, maar Rupa is nu al welgekomen. Rupa Marya is een Indiase zangeres die opgroeide in Frankrijk maar ondertussen al een hele tijd in San Francisco woont. In 2008 maakten we kennis met hun zeer mooie debuut ‘Extraordinary Rendition’. Een jaar later was er al een vervolg, ‘Este Mundo’, maar dat was toch een beetje een tegenvaller. En nu is er ‘Build’, hun derde cd. Rupa bedient zich van een hele reeks talen, maar de overheersende taal is net als bij de twee vorige albums die van sociale verandering. ‘Build’ is dan ook een metafoor voor de bouw van een duurzame wereld en dito relaties en solidariteit. Geen onderwerp wordt uit de weg gegaan; passeren o.m. de revue: de privatisering van water, Tahrir, Griekenland, de Occupy-beweging.... Muzikaal is dit gezelschap niet voor één gat te vangen, de invloeden zijn legio en die zorgen voor een coherente sound, wat niet vanzelfsprekend is. Om het wat overdreven te stellen: noem een genre en je ontmoet er hier wel een vleugje van. ‘Build’ staat vol pretentieloze huppeldepup maar soms wordt het ook wel een tikje melig. Ondanks de coherente sound maakt dit album soms een wat stuurloze indruk. Wij zijn vooral gecharmeerd door de fragiel gezongen cover van het zeer militante ‘The Guns Of Brixton’ van The Clash en door het zeer verleidelijk, artistiek hoesje. Wie Rupa & The April Fishes op hun best wil horen raden we de beluistering van hun debuut ‘Extraordinary Rendition’ aan.
publieksprijs: 20,15



ROUGH GUIDES

‘SENEGAL’ (compilatie)

‘SENEGAL’ (compilatie)

Een ongewild neveneffect van de slavenhandel was de herschepping van het muzikale landschap in de Amerika’s. Talloze nieuwe genres werden geboren zoals blues, soul, funk, reggae, salsa, son, samba, jazz en dies meer. In de loop van de 20ste eeuw maakten deze genres de omgekeerde oversteek naar vele gebieden in Afrika, zo ook naar Senegal, om op hun beurt ook daar de locale muziek te herscheppen. Zowat begin jaren 80 zette Youssou N’Dour met zijn groep Etoile de Dakar Senegal definitief op de muzikale wereldkaart met de baanbrekende mbalax-sound en kon de wereld zo eindelijk kennismaken met de muzikale rijkdom van deze regio. En met Youssou N’Dour als nieuwe minister van Cultuur ziet de muzikale toekomst er alleszins stralend uit. Senegal telt tal van muzikale reuzen en de meesten onder hen staan hier ook te prijken: Cheikh Lo, Orchestra Baobab, Mansour Seck, Etoile de Dakar Feat. Youssou N’Dour, Baaba Maal, Africando All Stars Feat. Thione Seck en Ismael Lô vormen een indrukwekkende stoet. Maar ook de nieuwe generatie wordt niet vergeten: zij wordt hier vertegenwoordigd door o.m. Sister Fa, Nuru Kane, Amadou Diagne, Diabel Cissokho.... Onze prijsbeesten op deze compilatie zijn ‘Ndiatigue’ (Mansour Seck), ‘Baydikacce’ (Baaba Maal), ‘Soukabe Leydam’ (Ousmane Hamady Diop and Mansour Seck) en ‘Talibé’(Ismael Lô). De bonus cd van zanger-gitarist Daby Balde verscheen in 2005 in de Introducing-reeks. Toen schreven we: “van deze man zullen we nog horen”. In 2009 kreeg hij een “transfer” naar Riverboat en bracht er het album ‘Le Marigot Club Dakar’ uit, een mooie bevestiging van zijn opgemerkt debuut. Balde laat zich inspireren door de Fula-tradities. De meeste van zijn teksten hebben een politieke of sociale boodschap. Lange tijd was Daby Balde één van de best bewaarde geheimen van de Senegalese scene maar ondertussen heeft hij zijn stek op de internationale scene. ‘The Rough Guide to the music of Senegal’ is een aanrader en biedt meer dan 2 uur muziek voor een habbekrats.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)


‘SAMBA’ (compilatie)

‘SAMBA’ (compilatie)

Samba is een Braziliaanse dans en muziekgenre, ontstaan in Bahia en geworteld in Rio en in Afrika. Het is één van de populairste uitingen van de Braziliaanse cultuur en is een icoon van de nationale identiteit geworden: er is zelfs een jaarlijkse Nationale Samba Dag (2 december). De traditionele samba wordt gespeeld op snaar- en percussieinstrumenten. Na WO II werd ook in Brazilië de culturele impact van muziek uit de VS groot wat zich vertaalde in het gebruik van blaasinstrumenten in de samba. Samba is meer dan enkel dans en muziek: ook eten, kledij, design, kunst.... maken deel uit van de zeer levendige sambacultuur. Op deze compilatie staan de oude en de nieuwe generatie verenigd. De meest in het oog springende naam is superster Marisa Monte. Omdat schrijver dezes helemaal niet van samba houdt en er dus ook geen enkele affiniteit mee heeft is hij slecht geplaatst om deze Rough Guide van commentaar te voorzien en zal hij er zich dan ook van weerhouden. Enkel nog meegeven dat hij toch gecharmeerd werd door de zoetgevooisde Luisa Maita en door de underground samba van Loop B. De bonus cd is van Ruivão. Het is een recente uitgave uit de Introducing-reeks, maar is daar enkel als MP3 verkrijgbaar. Ruivão is ook multi-instrumentalist en is als zanger in Brazilië veelvuldig te horen in radio- en tv-commercials. Hij wordt beschouwd als één van de belangrijkste hedendaagse sambavertolkers die traditie linken aan moderniteit. Zijn samba is ook beïnvloed door Afro-Cubaanse ritmes. In 2009 werd hij geselecteerd voor ‘Samba Train’, het dagelijkse (!) sambaprogramma op de Braziliaanse tv. Maar omdat schrijver dezes.... (wat nu zou volgen kon u hoger al lezen). Al vinden we ‘Rapaz Sagaz’ wel een dot van een song!
publieksprijs: 13,15 (2 cd)



RIVERBOAT RECORDS

MONOSWEZI – The Village

MONOSWEZI – The Village

Op dit debuut van Monoswezi horen we een verzameling Zimbabwaanse traditionals die samen met een infuus frisse Nordische jazz in de blender gegaan zijn. De groepsleden komen uit Mozambique, Zimbabwe, Noorwegen en Zweden. Wonderwel blijken deze 2 muzikale werelden zeer goed te matchen. Monoswezi brengt een unieke sound met de mbira (duimpiano) van de uitstekende zangeres Hope Masike op een bed van kleurrijke blaasinstrumenten en een zachte ritmesectie. De structuur van de muziek is gebaseerd op cyclische loops en riffs en op solide ritmepatronen. Ook de invloed van minimalisten Philip Glass en Steve Reich is bijwijlen nadrukkelijk aanwezig. Zangeres Hope Masike heeft een zeer bijzonder stemgeluid. Ze is opgeleid in traditionele muziek, jazz en dans. Ze is ook één van de zeldzame vrouwen die mbira spelen. Alle muzikanten spelen hier op zeer hoog niveau. ‘The Village’ van Monoswezi is een opmerkelijk debuut en een ware ontdekking: de groep zou wel eens een grote toekomst kunnen wachten.
publieksprijs: 13,15



REGGAE

LEE PERRY AND THE SUFFERERS – The Sound Doctor Black Ark Singles And Dub Plates 1972 – 1978

LEE PERRY AND THE SUFFERERS – The Sound Doctor Black Ark Singles And Dub Plates 1972 – 1978

Lee Perry voorstellen hoeft echt niet meer, want deze geniale gek heeft al langer dan vandaag een abonnement in deze rubriek. In 1980 stak hij zijn eigen Black Ark studio in de fik maar zo te horen is het meeste opnamemateriaal wel gered. Voor de ikweetniethoeveelste keer verschijnt er bij Pressure Sounds een compilatie met productiewerk van The Upsetter. De opnames op ‘The Sound Doctor’ dateren alle uit de vroege Black Ark-jaren. Prima materiaal allemaal (of toch bijna), maar de zin ontgaat ons toch wat. Re-issue op cd als eufemisme voor ordinaire geldklopperij lijkt ons nog de betere definitie. De fans zullen de meeste van deze opnames al in huis hebben maar zullen wellicht zwichten voor de beruchte ‘rarities’ die vele compilaties bevolken en teisteren en aldus die fans gijzelen, ook al staan er hier nogal wat beauties op. Bovendien is ook de geluidskwaliteit niet steeds even optimaal. Vandaar deze warme oproep aan de productiehuizen: laat deze oude man met rust en in zijn waardigheid; zodoende kunnen we vooral genieten van zijn echte meesterwerken, en die zijn legio. Ondanks alle restricties willen we toch met een positieve noot eindigen: hier staan echt wel enkele kleppers te prijken en een half geslaagde Lee Perry-compilatie is nog veel beter dan veel nieuw materiaal dat ons vandaag uit Jamaica bereikt. Maar toch, trop is te veel.
publieksprijs: 18,00


TOOTS & THE MAYTALS – Live!

TOOTS & THE MAYTALS – Live!

Op het gevaar af de term ‘levende legendes’ te devalueren: Frederick Hibbert (alias Toots) & The Maytals zijn dat wel degelijk. Opgericht in 1962 stonden ze mee aan de wieg van de reggae. Toots wordt vanwege zijn stemgeluid ook wel eens de Jamaicaanse Otis Redding genoemd maar voor ons is hij Toots. Ze maakten hun eerste opnames op het legendarische Studio One label waarbij hun close harmony begeleid werd door huisband The Skatalites. Ze waren bijzonder succesvol in de jaren 60 en begin jaren 70, al haalden ze nooit de status van niet meer zo levende legendes als Bob Marley en Peter Tosh. Toch zijn ze nog steeds de absolute recordhouder qua nr. 1 hits in Jamaica. Eind jaren 70 kwamen ze weer tot leven tijdens de ska-revival, in de vorm van coverversies door The Specials en The Clash. Begin jaren 90 kwam de groep terug bijeen: ‘Live!’ is de weergave van een concert uit 1991. Naast een aantal van hun eigen klassiekers staan hier ook enkele covers van andermans werk, zoals o.m. ‘Get Up, Stand Up’, waarmee nogal matig wordt afgetrapt, en ‘Hard To Handle’ van Otis Redding (dat is er om vragen). Helaas is op deze cd niets meer te merken van de magie van weleer, meer zelfs, deze slappe vertoning doet die magie haast teniet, zeker wanneer hij zijn eigen klassiekers in de vernieling speelt (zoals bij ‘Monkey Man’). Jammer maar helaas: ‘Live!’ is een bijzonder overbodige release.
publieksprijs: 19,50

RESONATORS – The Constant

RESONATORS – The Constant

Van oude leeuwen naar jonge honden, het is maar een kleine stap en bovendien enkele euro’s goedkoper en een pak boeiender dan wat Lee en Toots ons voorschotelden. David Rodigan is een grote fan en dat is toch wel een referentie. ‘The Constant’ is de tweede full-cd van deze negenkoppige band uit Brighton en Londen met 2 leadzangeressen (Faye Houston en Kassia Zermon) en vooral met een uitgesproken eigen identiteit en sound. Deze 2 uitstekende zangeressen worden begeleid door een opwindende troep muzikanten met een uitgesproken en onbetwistbare liefde en passie voor authentieke roots reggae vibe. De samenhang van het album is opmerkelijk, zeker gezien hun relatief gebrek aan ervaring. De interactie tussen de 2 zangeressen is een voltreffer: ze hebben beiden een zeer uiteenlopende stijl, waarmee ze elkaar uitstekend aanvullen en geen van beiden de andere overschaduwt. Deze jonge, getalenteerde band met een originele aanpak voelt de roots reggae perfect aan en injecteert die met een unieke, hedendaagse, uiterst verfrissende en vernieuwende spirit. ‘The Constant’ is een ware ontdekking en revelatie: dit is Britse reggae op zijn allerbest. De collega’s rastabroeders en -zusters zullen dit jaar van ver moeten komen om dit te overtreffen.
publieksprijs: 14,05



VOICES UNITED for MALI

‘

N.a.v de situatie in Mali heeft Fatoumata Diawara meer dan 40 van de bekendste muzikanten uit het land samengebracht om een song en een video op te nemen, als oproep tot vrede. De song heet ‘Mali-ko (Peace / La Paix)’ en kan beluisterd en bekeken worden op http://www.worldcircuit.co.uk .




GOUD VAN OUD

‘ROAD OF THE GYPSIES’ (compilatie)

‘ROAD OF THE GYPSIES’ (compilatie)

Zigeuners behoren tot de meest flamboyante en eigenaardige muzikanten op de aardbol. Ze zijn ook toonaangevende en vooraanstaande vertolkers van een hele reeks populaire stijlen, gaande van bellydance tot flamenco. Arabische en Perzische historici beschrijven hoe Shah Bahram Gur in de vijfde eeuw muzikanten en dansers uit het noordwesten van India uitnodigde om zijn volk te entertainen. In ruil kregen ze graan, runderen en ezels zodat ze landbouwers zouden kunnen worden. Maar ze aten het graan en de runderen op en kwamen een jaar later uitgehongerd terug. De shah sommeerde ze hun instrumenten te voorzien van zijden snaren, hun have en goed op hun ezels te laden en rond te trekken in de wijde wereld. Of dit verhaal waar is of niet, het is een sterk beeld van de perceptie over zigeuners zoals we die tot op de dag van vandaag nog steeds kennen: die van nomadische muzikanten die overleven aan de rand van de samenleving, ongeschikt voor een gesetteld leven. Sinds hun eerste migratie westwaarts -wellicht vanuit India- meer dan duizend jaar geleden, hebben de zigeuners een onophoudelijke bijdrage aan onze muziekcultuur geleverd, ook al pasten ze vaak hun eigen stijl aan aan de culturen die ze ontmoetten op hun reizen.
Bouwjaar: 1996
Hoogtepunten: het zal geen verbazing wekken dat deze compilatie met hoogtepunten uit de zigeunermuziek tot 1996 muziek uit vele windstreken brengt, van Rajahsthan tot Andalusië, van Rusland tot Egypte, met een belangrijke focus op de Balkan, waar de meeste Europese zigeuners leven en waar deze Roma de toonaangevende professionele volksmuzikanten zijn geworden met een hoog show-gehalte. Deze collectie toont de grote variëteit en diversiteit binnen de zigeunermuziek maar tegelijkertijd ook de connectie tussen die diverse stijlen. De aftrap mag er zijn: de grote Spaanse flamencozanger Camarón laat zich hier niet op gitaar maar wel op sitar begeleiden en maakt aldus een indrukwekkende en eigen connectie tussen het begin en het einde van de zigeunerroute, van het noorden van India tot het zuiden van Spanje; de tekst van het lied is van ene Federico Garcia Lorca. Ook track 2 is een meesterwerkje: ‘Ederlezi’ van Balkangigant Goran Bregovic die ook op cd 2 nog eens schittert in ‘Mesecina’. Alle hoogtepunten uit de 32 tracks opnoemen zou ons te ver leiden -we zouden hier dan bijna de volledige tracklisting kunnen invoegen- en dus gaan we ons beperken tot de crème de la crème en de fine fleur. Van Esma Redzepova (begeleid door Ensemble Theodsievsky), een van de allergrootsten uit de Balkan, krijgen we haar “lijflied” ‘Szelem Szelem’ geserveerd, dat voorheen nooit uitgegeven werd. Dit is een Macedonisch lied dat in 1979 als de Roma-hymne werd aangenomen. De volslagen onbekende Rromano Dives vormen dan weer de Albanese tak van deze diaspora en brengen hier met verve ‘Besèna Rovèna’, speciaal opgenomen voor deze compilatie; ze doen dat op cd 2 nog eens briljant over met een tweede exclusiviteit, ‘Gelem, Gelem’. De volgende klap op de vuurpijl is ‘Romsli Cocek’ van het roemruchte Kocani Orkestar met hun zinderende blazerssectie. Ook de klarinet is een veelgebruikt instrument in de zigeunermuziek en dat wordt hier voortreffelijk gedemonstreerd door de Griekse grootmeester Yiorgos Mangas. Een ontdekking van formaat is de Slovaakse zangeres Valerie Buchacová i.s.m. Ensemble Horváthovci: ‘Soven Tscawe Soven’ is een muzikaal hoogstandje vol pathos en melodramatiek én een waar kippevelmoment. En dan is het de beurt aan een monument uit Turkije, Istanbul Oriental Ensemble, met als spilfiguur Burhan Öçal: van hen horen we hier het meeslepende, extatische ‘Roman Oyun Havasi’. De laatste tonen zijn nog maar uitgeblazen of daar komt al een nieuw instituut aanzetten: ‘Bitnadini Tani Lih’ van Musicians Of The Nile. Zoals u wellicht al vermoedde zijn we in Egypte aanbeland. Deze muzikanten van Nubische en zigeuner-origine houden al generaties lang hun tradities in eer. Naast al deze fine fleur zijn ook de andere tracks kwalitatief voldoende sterk om de aanschaf van dit essentiële kleinood zonder verpinken aan te raden. En traditiegetrouw biedt Network deze ‘World Network’-reeks aan in een fraaie longbox met veel drietalige info, vergezeld van prachtige foto’s.
publieksprijs: 21,05 (2 cd)

EN VERDER NOG:

-ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX – Cumbia Internacional
Van Balkanfanfare tot cumbiaorkest, voor die van de Vetex blijkt het maar een kleine stap. Het gaat hier om een single, maar dan wel een zeer uitgebreide (11 tracks), weliswaar met slechts 1 nieuw nummer, het sterke ‘Cumbia Internacional, in 2 versies. De rest van deze wel zeer extended single is volgestouwd met 6 zeer prettig gestoorde remixes (waaronder 5 van ‘Descarga Municipal’) en nog 3 tracks uit ‘Total Tajine’. De single was bedoeld als appetizer voor hun toernee in Argentinië afgelopen november. Wij zijn dol op het nieuwe nummer en op de remixes, maar alles welbeschouwd is dit wellicht enkel voer voor de diehardfans.
publieksprijs: 6,80