CD-nieuws oktober 2013


OLLA VOGALA – Live In De Sint-Baafsabdij

OLLA VOGALA – Live In De Sint-Baafsabdij

Dit project brengt de oorspronkelijke bezetting van Olla Vogala terug samen. Ze worden vocaal bijgestaan door klasbakken Elly Aerden, Ludo Vandeau en Soetkin Baptist en we maken ook kennis met de uitstekende Syrische udspeler Elias Bachoura. Olla Vogala brengt een eigenzinnige, avontuurlijke (maar wel zeer toegankelijke) en vernieuwende mix van wereldmuziek (oriëntaals, Aziatisch, Arabisch, Roma), folk, klassiek en jazz. De instrumentale composities zijn beïnvloed door Arabische muziektradities en de liederen behandelen grote thema’s zoals oorlog en liefde; 2 liederen zijn muzikale bewerkingen van gedichten van Jan Jacob Slauerhoff. De drijvende kracht achter Olla Vogala is violist Wouter Vandenabeele. Hij is verantwoordelijk voor de meeste composities, de arrangementen en is ook co-producer: dit alles doet hij met verve en con brio. Bovendien wordt er hier zeer exquis gemusiceerd en gezongen. En wij, wij zijn blij dat Olla Vogala terug is en zo een verrijking voor het Vlaamse muziekgebeuren betekent.
publieksprijs: 20,35



VIEUX FARKA TOURÉ – Mon Pays

VIEUX FARKA TOURÉ – Mon Pays

Nee, we zullen niet meer vermelden wiens zoon Vieux Farka Touré is, dat hebben we in het verleden al tot vervelens toe gedaan, fini daarmee. En dat hij een muzikale copie van zijn vader zou zijn willen we zeker nooit meer horen, laat staan dat jullie het nog van ons zouden horen. Ook al maakt hij het zichzelf onsterfelijk moeilijk door hier een cover van zijn vaders ‘Safare’ neer te zetten. Zo, als inleiding kan dit wel tellen. Na 3 boeiende maar nog wat ongelijke solo-albums en een opmerkelijke samenwerking met de Israëlische singer-songwriter Idan Raichel drukt VFT op ‘Mon Pays’ voor de volle 100% zijn eigen stempel door. Net zoals Bassekou Kouyate dat deed op zijn album ‘Jama Ko’ haalt Touré zijn provocatieve inspiratie uit de recente Malinese crisis die ook hem en zijn familie deed vluchten voor het islamitisch extremisme, van hun thuisbasis aan de Niger naar de meer veilige hoofdstad Bamako. Die boodschap draagt hij zeer direct en zonder de minste omweg uit op ‘Mon Pays’, dat tegelijkertijd ook een hommage aan zijn geboorteland is. Naast deze aanklachten is er ook nog wat ruimte voor rustpunten, met name in 2 meditatieve instrumentale duetten met de onovertroffen koraspeler Sidiki Diabaté (een graag gehoorde gast ten huize van Oxfam wereldwinkel Brugge en hopelijk ook ten huize van U), ‘Future’ en ‘Peace’. Ook Sidiki is zoon van en broer van maar steeds nadrukkelijker zijn eigen zelve, maar dat had u hier de voorbije maanden al begrepen. En dan is er ook nog de hernieuwde samenwerking met Idan Raichel in het slotnummer ‘Ay Bakoy’, een uiterst verkillende en beklijvende treurzang met zeer hoog kippevelgehalte en donkere piano-akkoorden van Raichel. ‘Mon Pays’ van Vieux Farka Touré is muzikaal Mali op zijn allerbest: als referentie kan dit tellen. Met dit album is hij dan ook volledig uit de schaduw getreden van…. (sorry, sorry, we zouden het niet meer vermelden). Rest ons nog te zeggen dat VFT net zoals zijn …. (euh sorry) een begenadigde gitarist is. Om maar te zeggen dat ‘Mon Pays’ de achttiende titel is voor de verplichte leerstof van 2013. Zeg dat wij het gezegd hebben.
publieksprijs: 20,40



THE GARIFUNA COLLECTIVE – Ayó

THE GARIFUNA COLLECTIVE – Ayó

In 2007 maakten we kennis met het album ‘Wátina’ van Andy Palacio & The Garifuna Collective. Dit album ontving internationaal unanieme bijval. Het zette ook de muziek en de cultuur van de Centraal-Amerikaanse Garifuna-gemeenschap op de wereldkaart. Kort daarna overleed Andy Palacio op 47-jarige leeftijd en was zijn volk meteen ook zijn belangrijkste stem kwijt. Maar zie, The Garifuna Collective heeft niet stil gezeten en wil met dit nieuwe album ‘Ayó’ (Garifuna voor ‘vaarwel’) aantonen dat zij deze taak aankunnen. Garifuna is een minderheidscultuur in Centraal-Amerika (voornamelijk in Belize); deze gemeenschap komt voort uit gemengde huwelijken tussen Afrikanen die ontsnapten uit hun koloniale gevangenschap en Arawak-Indianen. Deze bevolking voerde een lange strijd voor het behoud van hun unieke taal, hun culturele tradities en hun muziek. ‘Ayó’ is grotendeels bedoeld als een hommage aan Andy Palacio. Hij werd als zanger niet vervangen: TGC doet hier een beroep op meerdere vocalisten. ‘Ayo’ is een verzameling aanstekelijke, opzwepende en soulvolle songs die aangedreven worden door de gitaren en de karakteristieke ritmes van de Garifuna-handdrums, aangelengd met een scheutje dub en funk. Het vocale werk is van uitstekend gehalte. Wat The Garifuna Collective brengt is geen museumpresentatie van de oude tradities maar wel de levende muziek van een fier volk.
publieksprijs: 18,55



DANNY MICHEL with THE GARIFUNA COLLECTIVE – Black Birds Are Dancing Over Me

DANNY MICHEL with THE GARIFUNA COLLECTIVE – Black Birds Are Dancing Over Me

Nog meer werk van The Garifuna Collective, maar dan nu als begeleiders van de Canadese liedjesschrijver, zanger en multi-instrumentalist Danny Michel. Dit album werd deels in Belize, deels in Canada opgenomen. Qua opzet doet dit album in menig opzicht denken aan wat PaulSimon klaarstoomde met Zulu-jive op Graceland (en recenter en dichter thuis Zita Swoon Group met mandingue), met name een partnership en engagement aangaan met muzikanten uit een minder bekende traditie. Who the **** is Danny Michel eigenlijk, vraagt u zich misschien af? Dat is ook wat wij deden. Ondanks zijn indrukwekkende discografie (dit zou reeds zijn twaalfde album zijn) is hij voor ons een nobele onbekende. Om een lang verhaal kort te maken en zo meteen de link naar deze cd bloot te leggen: in 2011 stichtte hij de Danny Michel Ocean Academy Fund met de bedoeling beurzen in te zamelen voor de Caye Caulker Community School, een kleine non-profit gemeenschapshogeschool in Belize. Vorig jaar dan trok hij naar Belize om er dit album op te nemen, samen met The Garifuna Collective. De productie was in handen van Ivan Duran. Wie? Et alors? So what?....zal u misschien vragen? Dit is geen onbelangrijk detail, Duran is de man die ook zowel ‘Ayó’ als ‘Wátina’ van The Garifuna Collective producete. Dit gegeven zorgt voor een belangrijke continuïteit en Duran houdt ook op dit album de geest van Andy Palacio levendig. Danny Michel is begenadigd met een uitzonderlijk stemgeluid met een rauwe en raspende frasering (denk hierbij aan Stef Kamil Carlens). The Garifuna Collective doet hier meer dan zomaar begeleiden: de wisselwerking en de chemie tussen hen en Michel en tussen de genres werkt helemaal. En de sublieme songs geven een uniek en episch karakter aan deze muzikale en grens- en genre-overschrijdende onderneming. In tegenstelling tot ‘Ayó’ is ‘Black Birds Are Dancing Over Me’ een meer ingetogen en ingehouden album, maar toch is de inbreng van TGC nadrukkelijk aanwezig, zij het dat hun karakteristieke ritmiek minder domineert en eerder de songs ondersteunt. Daar waar de ritmiek de bovenhand haalt krijgen we een klank die nauw aanleunt bij de funk van Talking Heads. Danny Michel is voor ons een ware ontdekking en hopelijk gaat hij verder op deze nieuw ingeslagen weg en kan hij nog meer verrassen met soortgelijke experimenten. The Garifuna Collective scoort dus twee keer en samen met Danny Michel zorgen ze voor de negentiede toptitel in 2013.
publieksprijs: 18,55



ROUGH GUIDES

‘VOODOO’ (compilatie)

‘VOODOO’ (compilatie)

We kennen met zijn allen de populaire misvattingen over de Haïtiaanse Vodou-religie: zombies, poppen met spelden, sprekende geesten.... Wellicht is Vodou de meest verkeerd begrepen religie ter wereld. Generaties kolonisten alsook filmmakers maakten er een exotisch potje van en spraken bovendien de naam verkeerd uit als voodoo. De Haïtiaanse Vodou en de West-Afrikaanse Vodun refereren naar de vele culturen uit de diaspora. Vodou ontstond in Dahomey (nu Benin) en werd samen met de slaven getransporteerd naar Haïti. Hetzelfde verhaal geldt voor Santería en Candomblé: van Yoruba (nu Nigeria) naar respectievelijk Cuba en Brazilië. Tijdens de kolonisatie werden de Vodou-gelovigen tot het katholicisme gedwongen: hun tempels werden met de grond gelijk gemaakt, de priesters werden gearresteerd en de religie ging ondergronds. Deze onderdrukking leidde echter tot een fusie van de 2 godsdiensten: Vodou werd privaat gepraktiseerd, het katholicisme publiek. Muziek speelde steeds een hoofdrol in de religie en dat is ook vandaag nog zo. In de Haïtiaanse, Braziliaanse en Cubaanse varianten is er zowel een een materiële als een spirituele wereld. Voodoo, de variant uit New Orleans, heeft een complexe ontstaansgeschiedenis. Bij hun aankomst in Louisiana werden de slaven gescheiden. Aldus wilden de autoriteiten de kans op revolte doen afnemen, achterdochtig als ze waren voor een opstand naar het voorbeeld van de succesvolle Haïtiaanse rebellie (1791-1804), de eerste en meteen ook enige succesvolle slavenrebellie. Het scheiden van de slaven was ook een gedwongen assimilatie om te voorkomen dat ze nog konden communiceren in hun moedertaal en een maatregel bedoeld om de beleving van hun eigen cultuur in de kiem te smoren. Deze harde omstandigheden konden echter niet verhinderen dat in New Orleans Voodoo nadrukkelijk zijn opwachting maakte. Vandaag is er een duidelijke tweedeling tussen de huidige religieuze praktijk en de exotische benadering door Hollywood en de toeristenindustrie die de stereotiepen bestendigen en er een lucratief slaatje uit slaan. Bepaalde Amerikaanse poltieke en religieuze leiders blijven zich denigrerend opstellen t.a.v. deze religie. Zo was er o.m. televangelist Pat Robertson die het wel zeer bruin bakte door te verkondigen dat de orkaan Katrina en de verwoestende aardbeving in Haïti in 2010 wraaknemingen van God waren tegen de aanbidders van Voodoo en Vodou. Tot daar de geschiedenis en de moraal van het verhaal en dan nu over naar de muziek. De songs die we hier te horen krijgen zijn geplukt uit de sacrale muziek van de Haïtiaanse Vodou, de Cubaanse Santería en de Braziliaanse Candomblé alsook uit de Afrikaanse diaspora. Ze zijn het tastbare bewijs dat deze religies en hun muziekuitingen zeer veerkrachtig zijn en blijven gedijen, ondanks alle onderdrukking. We krijgen op deze Rough Guide een zeer breed spectrum geserveerd. Er wordt vocaal sterk afgetrapt door Grupo Vocal Desandann, alhier beter gekend onder de naam The Creole Choir of Cuba. De grote Dr. John brengt, enkel begeleid door zijn piano, een pakkende ode aan Marie Laveau, de beroemdste voodoopriesteres uit de 19° eeuw. Gangbé Brass Band uit Benin creëert een eigenzinnige mix van West-Afrikaanse ritmes, Amerikaanse jazz en Franse koloniale brassbandmuziek. De Haïtiaanse zangeres Toto Bissainthe brengt hier het zeer indringende en beklijvende treurlied ‘Dey’, waarin ze huilt voor de dode kinderen van Haïti en fel uithaalt naar dictator Jean Claude Duvalier. Bissainthe schopte wel meer tegen de schenen van de dictatuur en daagde die uit door in haar ballades ritmes binnen te smokkelen die afkomstig waren van de sacrale muziek van de toen nog verboden Vodou. Er wordt in schoonheid afgesloten door trombonist Craig Klein en zanger John Boutte. Ook dit jazzduo brengt een ode aan Marie Laveau. ‘The Rough Guide to Voodoo’ is een boeiende, doordachte en samenhangende reis doorheen genres die te weinig onder de aandacht komen. De bonus cd is ‘Régléman’ van EROL JOSUÉ. Deze cd uit 2007 is niet meer apart verkrijgbaar maar we krijgen die hier zomaar cadeau (dank u, oom Rough Guide). Erol Josué is een Haïtiaanse vodoupriester. Zijn muziek is een combinatie van traditionele ritmes, afropop (denk hierbij aan Angélique Kidjo, Geoffrey Oryema) en religie. Er zijn nog wel wat meer invloeden hoorbaar en de verdienste van Josué is dat hij er een coherent geheel uit distilleert. ‘Régléman’ is een concept-cd waarop Josué een muzikale versie van een vodouceremonie creëert: hij begint met een uitnodiging aan Papa Legba, bemiddelaar tussen geesten en mensen. Eindigen doet hij met een lied dat het geluid van een sluitende deur belichaamt, met name de toegangspoort tot de wereld van de geesten die achter ons gesloten wordt. Zonder wereldschokkend of muzikaal aardverschuivend te zijn is ‘Régléman’ vooral een charmant schijfje van een uitmuntende zanger.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)




RIVERBOAT RECORDS

 Mas Alla

MARTÍN ALVARADO and HORACIO AVILANO – Guitar Tango: Mas Alla

Zanger Martín Alvarado uit Buenos Aires reisde de halve wereld rond met zijn traditionele tango-repertoire. Gitarist Horacio Avilano speelt al sinds zijn kindertijd gitaar: hij speelt tango met een diep respect voor de tradities. Op ‘Guitar Tango: Mas Alla’ hebben beide heren elkaar gevonden. Met zijn zoete tenorstem is Alvarado duidelijk de leidende factor en wordt hij haast minimalistisch maar vooral met groot respect begeleid door de gitaar van Avilano. Beide heren brengen hier een eerbetoon aan de rijke geschiedenis van de tango, in hun eigen hedendaagse interpretatie van het beruchte genre. De combinatie van zang en gitaar in tango grijpt terug naar het werk van Alvarado’s overleden vriend Rubén Jùarez. Na hun kennismaking “bekeerde” de rocker Alvarado zich tot de tango. Trouw aan de nostalgie van tango handelen de meeste teksten over verloren liefde, verloren hoop en verloren tijd. De vertolkingen van Alvarado en Avilano zijn liefelijk en gracieus: dit is tango zonder franjes, naakt, subtiel maar ook zeer passioneel. De meeste songs werden in 1 take opgenomen. De cd wordt afgesloten met 4 bonustracks, live opgenomen in Buenos Aires.
publieksprijs: 13,15


LALA NJAVA – Malagasy Blues Song

LALA NJAVA – Malagasy Blues Song

Als kind werd Lala Njava geïnspireerd om te zingen door Mama Sana, de lokale sjamaan in het dorp waar zij opgroeide. Vanuit haar ervaringen met Mama Sana beschouwt Lala zingen niet als een puur aangeleerde bekwaamheid, maar als een natuurlijke en organische expressievorm. Naast deze vroege muzikale ervaringen trad ze ook dwars door Madagascar op met haar familiegroep Njava. In de jaren ’90 werd de groep professioneel en trok ze naar Europa waar ze relatief succesvol werd en 2 albums opnam voor EMI. Njava ging op wereldtoernee en zong enkele partijen in voor de destijds beroemde etno-electroband Deep Forest. Lala trad in die periode vaak op met Deep Forest en op dit nieuw album (tevens haar solodebuut) brengt ze ook een sterk afwijkende versie van ‘Sweet Lullaby’ van Deep Forest. Ze maakte ook deel uit van het ‘African Divas’-project van Frederic Galliano. ‘Malagasy Blues Song’ moet doorgaan voor haar eerste solo-album maar als je de som van de namen van de muzikanten optelt kom je gewoon uit bij de groep Njava. Verder zijn er nog gastrollen weggelegd voor o.a. de onvermijdelijke (als het op Madagascar uitkomt) Régis Gizavo en Quentin Dujardin. De klank van dit album lijkt op weinig van wat we gewoon zijn bij muziek uit Madagascar. Ok, de valiha (het nationale snaarinstrument) is nadrukkelijk aanwezig, maar de muziek bevat veel westerse invloeden en daar zal haar nieuwe thuisbasis sinds jaren (België) wellicht niet vreemd aan zijn. We horen verder ook opvallend invloeden van Garifunamuziek, meer bepaald van Aurelio Martinez. Wat er ook van zij, de muziek is rijk en suggestief en Lala zingt scherp en doordringend. De gitaren voeren de boventoon en worden krachtig ondersteund door de uitmuntende ritmesectie: het spelniveau is hoog en het resultaat is unieke, karakteristieke muziek. Muzikaal klinkt ‘Malagasy Blues Song’ helemaal niet als blues maar het heeft er wel de spirit van. En het is die spirit die dit album vooruitstuwt en doet uitmonden in een een emotionele communicatie die taal overstijgt. In de teksten spreekt Lala Njava haar verantwoordelijkheid uit t.a.v. haar thuisland en drukt ze ook de intentie uit ooit terug te keren, in de hoop haar steentje te kunnen bijdragen aan de oplossing van de vele sociale problemen aldaar. Lala en haar zusters hebben een eigen ngo, Dames d’Amour, die streeft naar een verbetering van de levensomstandigheden van vrouwen en kinderen in Madagascar. Ze doen dit o.m. door dorpen te herbouwen en renoveren, met handelsprojecten i.s.m. de VN en met theater waarbij ze het belang van contraceptie toelichten. Veel teksten op dit album behandelen dan ook vrouwenrechten. ‘Malagasy Blues Song’ is een sterk “debuut” van “een zangeres is een groep” die eigenlijk al debuteerde in de vorige eeuw.
publieksprijs: 13,15




REGGAE

 JOE HIGGS – Unity Is Power

JOE HIGGS – Unity Is Power

5 jaar geleden werd de klassieke reggae-lp ‘Life Of Contradiction’ (1975) van Joe Higgs heruitgebracht op cd. Nu is het de beurt aan opvolger ‘Unity Is Power’ (1979). Joe Higgs wordt wel eens the father of reggae music (dixit Jimmy Cliff) genoemd en de legende wil dat hij The Wailers geleerd heeft how to wail. Hij mag dan wel de mentor van The Wailers zijn geweest, zijn eigen verhaal had niet datzelfde succesgehalte. Vele tegenslagen herleidden zijn levensverhaal zowat tot een Griekse tragedie. Zijn repertoire beperkte zich niet enkel tot reggae, we horen hier ook mento, soul, gospel, jazz en croonerballads zodat hij moeilijk in één hokje onder te brengen viel, wat destijds een commerciële tegenindicatie was. Higgs’ grote troef was zijn authentiek, rijk, gevoelig en melancholisch stemgeluid. Zijn muziek was eerder mellow en mainstream: deze heruitgave is welgekomen maar is zeker niet essentieel. Joe Higgs zal vooral de geschiedenis ingaan als de man die Bob Marley, Bunny Wailer en Peter Tosh -alias The Wailers- de knepen van het vak leerde wat voorwaar geen geringe verdienste is.
publieksprijs: 17,65


 ‘IRIE IRIE 2013’ (compilatie)

‘IRIE IRIE 2013’ (compilatie)

Spotgoedkope compilatie met nieuw materiaal van zowel jonge honden als oude rakkers uit het genre. We horen o.m. Brinsley Forde, Chezidek, Cornell Campbell, Lutan Fyah, Natural Roots,Don Carlos....
publieksprijs: 7,05




GOUD VAN OUD

 KHALED – N’ssi N’ssi

KHALED – N’ssi N’ssi

De opstap van de moderne rai (met of zonder trema) vanuit de stedelijke achterbuurten van Algerije naar een grote internationale muzikale factor van belang was één van de succesverhalen uit de wereldmuziek aan het einde van de vorige eeuw. Synoniem voor deze opstap was Khaled, de onbetwiste en immer lachende koning van het genre. In de jaren 90 bracht Khaled Hadj Ibrahim 4 essentiële en baanbrekende albums uit op het Franse label Barclay: de keuze was dus moeilijk maar op intuïtie kozen we voor deze ‘N’ssi N’ssi’, in een opmerkelijke en doordachte productie van Don Was en Philippe Eidel. Deze 4 albums speelden een sleutelrol in de verspreiding van de rai-boodschap tot ver buiten de Maghreb, tot de buitenposten van de ballingschap in Marseille en Parijs. “Cheb” Khaled is de zoon van een mechanicien uit Oran in het westen van Algerije. In 1974, toen hij 14 was, nam hij zijn eerste plaat op. Al meteen raakte hij in onmin met de islamitische autoriteiten die de westerse popinvloed in zijn muziek verwierpen alsook de verheerlijking van hedonistisch genot in zijn teksten. Al snel werd zijn muziek verbannen op de Algerijnse radio en tv maar dat kon de verspreiding van de rebelse spirit van rai in de Maghreb niet tegengaan bij de ontevreden jeugd. Op het eerste officiële rai-festival in Oran in 1985 werd hij gekroond tot “koning van de rai”; een jaar later week hij uit naar Parijs. Hij liet de naam “Cheb” (jong) vallen en integreerde funk, jazz, reggae en rock in de rai-pop uit de jaren 80. Sommige stemmen beweerden dat hij het contact met zijn roots en in één adem ook een deel van zijn emotionele intensiteit kwijt raakte toen hij Algerije ontvluchtte: wij vinden deze houding kortzichtig. Zijn toegankelijke en vernieuwende benadering resulteerde in het verkopen van working-class Arabische muziek aan een blank burgerlijk publiek (vooral in Frankrijk, waar hij alras een superster werd), en dat voor de eerste keer in de geschiedenis. Maar zijn succes in de popwereld en zijn daaraan gekoppelde levensstijl bezorgden hem een banvloek bij de Algerijnse fundamentalisten. Hij kreeg doodsbedreigingen en besloot uit veiligheidsoverwegingen niet meer terug te keren naar zijn vaderland. Na zijn muzikale bloeiperiode met de reeds eerder vermelde 4 baanbrekende cd’s ging Khaled aanmodderen met vlotte popdeuntjes tot hij in 2009 terug aanknoopte met de wortels van de rai op het bijzonder geslaagde album ‘Liberté’. Deze opflakkering was helaas eenmalig want eerder dit jaar verscheen ‘C’Est La Vie’, een draak zonder weerga waarop alle subtiliteit overboord werd geworpen, mede dankzij de producer van Lady Gaga (of Haha).
Bouwjaar: 1993
Hoogtepunten: de sound wordt gekenmerkt door een sterke blazerssectie, synthesizer dance beats, de unieke en innemende stem van Khaled en de pulserende mix van Arabische, funk- en reggaebeats. ‘Serbi Serbi’ is een zeer straffe opener waarin rode wijn en sexuele openhartigheid rijkelijk vloeien. Andere hoogtepunten op deze verbluffende cd zijn het zeer hupse en aanstekelijke ‘Adieu’, ‘Chebba’ (misschien wel zijn allerbeste song ooit), ‘Alech Taadi’, het springerige en broeierige ‘N’ssi N’ssi’, het zeer funky ‘Zine A Zine’ en het betoverende ‘Abdel Kader’ (wellicht zijn tweede allerbeste song ooit). En ja, ook afsluiter ‘El Marsem’ is top, zoals eigenlijk alles op deze klassieker hors catégorie dat is. Nog niet in huis? Kopen dan deze handel, en dat voor een gunstprijs.
publieksprijs: 9,85
Meer (althans wat nog beschikbaar is) van deze artiest:
Aiysha (bouwjaar: 2000; 10,05€)
Best Of (2007; 18,00)
C’Est La Vie (2012; 20,00)
Hafla (1998; 9,20)
Kenza (1999; 10,80)
Khaled 1992; 9,85)
Khouf Ngadj Bahr (2008; 6,35)
Sahra (1996; 11,85)
Spirit Of Rai (2005; 13,55) (3 cd)
Ya-Rayi (2004; 18,85).


SONG VAN DE MAAND

VIEUX FARKA TOURÉ – Ay Bakoy


Verwacht:

“Putumayo presents ACOUSTIC CHRISTMAS” (compilatie)

publieksprijs: 13,75

En verder nog:

-‘DAORA Underground Sounds Of Urban Brasil Hip-Hop, Beats, Afro & Dub’ (compilatie)

Het relevante Braziliaanse label Mais Um Discos ging op zoek naar de nieuwste trends in de Braziliaanse underground. Daora is Sao Paulo street slang voor ‘f*cking cool’. Deze dubbel-cd wil een introductie zijn tot de meest toonaangevende beatcultuur en percussie-georiënteerde muziek uit modern Brazilië.
publieksprijs: 22,20 (2 cd)