CD-nieuws april 2014

MUSIC FROM THE SOURCE’ (compilatie)

MUSIC FROM THE SOURCE’ (compilatie)

Riverboat, het oudste label in de schoot van World Music Network, blaast 25 kaarsjes uit en die kaarsjes staan geposteerd op een succulente verjaardagstaart in limited edition, met name deze dubbele compilatie die u voor een habbekrats wordt aangeboden, zegge en schrijve 7,90€. In 2013 won Riverboat nog de prestigieuze WOMEX Label Award voor Best Independent World Music Label. Op deze taart staan 35 tracks van 33 acts. Het label heeft er steeds naar gestreefd creatieve nieuwe muziek uit alle hoeken van de wereld te ondersteunen en dat heeft geresulteerd in heel wat uitmuntende en vernieuwende producties in een brede waaier aan stijlen. Voor een groot aantal van de hier geëtaleerde artiesten was hun release op Riverboat ook het eerste internationale platform en sommigen onder hen zijn ondertussen gevestigde waarden geworden en anderen zullen dat in de nabije toekomst wellicht ook worden. Van alle cd’s verschenen sinds januari 2010 kunnen jullie ook een bespreking terugvinden op onze site. We presenteren hier een greep uit de waslijst: Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis, Monoswezi, Debashish Bhattacharya, Jaipur Kawa Brass Band, Ramzi Aburedwan, Sotho Sounds, She’Koyokh, Krar Collective, Jyotsna Srikanth, Wayo. En tot slot breken wij ook nog graag een lans voor onze favoriete Riverboat-cd’s: Wayo (Trance Percussion Masters of South Sudan), Jaipur Kawa Brass Band (Dance Of The Cobra), Monoswezi (The Village), Sotho Sounds (Junk Funk), Krar Collective (Ethiopia Super Krar), Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis (Greekadelia), Ramzi Aburedwan (Reflections of Palestine), Seprewa Kasa (Seprewa Kasa). Happy birthday Riverboat en op naar de volgende 25!
publieksprijs: 7,90 (2 cd)



 SEUN KUTI + EGYPT 80 – A Long Way To The Beginning

SEUN KUTI + EGYPT 80 – A Long Way To The Beginning

Vorig jaar besloten we de bespreking van de muzikale orkaan ‘No Place For My Dream’ van zijn grote broer Femi met de bede: “Verder hopen we nog dat broer Seun dra met nieuw werk komt.”. En zie, wij worden al op onze wenken bediend en onze bede wordt aanhoord. Want bijna 3 jaar na zijn adembenemende en bloedstollende huzarenstuk ‘From Africa with Fury: Rise’ was onze honger naar nieuw werk van Seun Kuti bijzonder groot geworden. Op zijn zestiende nam hij na het overlijden van vader Fela diens laatste orkest over, het fantastische Egypt 80. Net zoals zijn vader al samenwerkte met niet-Afrikanen als Ginger Baker en Bill Laswell, zo ook gaat Seun dergelijke allianties aan: op zijn vorige album werkte hij met Brian Eno en John Reynolds, nu is jazzpianist Robert Glasper samen met Seun de bepalende en centrale figuur, zowel als muzikant maar vooral als producer. Naast het vertrouwde 14-koppige huisorkest en Glasper treden ook nog enkele gastmuzikanten aan zoals M1, David Neerman, Nneka en Blitz the Ambassador. Na ‘Many Things’ en ‘From Africa with Fury: Rise’ is ‘A Long Way To The Beginning’ het derde deel van een triptiek waarin Seun zich radicaal afzet tegen het steeds weerzinwekkender wordend onrecht in thuisland Nigeria waarover hij zich middels zeer vuurkrachtige muziek boos maakt. Bovendien draagt hij dit album op ‘To every protester all over the world, fighting for freedom and equality, this album is for you.’. Dit album heeft een duidelijk politieke boodschap met een offensieve stemming en stellingname en met de hakbijl voortdurend in de aanslag. Wanneer Seun Kuti gevraagd wordt naar de inhoud van zijn engagement antwoordt hij: “Being African means being politically involved. From the moment he wakes up in the morning, an African has a political attitude as everything he’ll be doing during the day will have something to do with survival.”. Ook nu liegen de teksten er weer niet om: dat wordt van bij de aftrap al geïllustreerd met het ziedende, militante en furieuze ‘I.M.F’. I.M.F staat hier zowel voor International Monetary Fund maar nog meer voor International Mother Fucker waarbij hij van de Wereldbank en konsoorten geen spaander heel laat. Seun klinkt als de appel die wel heel dicht bij de boom is gevallen: net als zijn vader klinkt hij zeer furieus, gedreven en geëngageerd en spuwt hij politiek vuur, maar vooral: hij brengt messcherpe afrobeat van de allerbovenste plank met een militante en moderne klank en met inbegrip van de klassieke afrobeat-elementen: funky tokkelende gitaren, broeierige en krijgshaftige blazers, hitsige drums. Vader Fela zou zeer fier geweest zijn en kan in zijn graf op beide oren slapen, zijn erfenis is zowel bij Seun als bij Femi in uitstekende handen. Dit gesofisticeerde album is een haast perfecte symbiose van gepassioneerd musiceren en fulmineren. Na 6 XL-lappen stomende afrobeat wordt er in de slotsong, de ode ‘Black Woman’, wat gas teruggenomen. Afrobeat staat -terecht- al enkele jaren terug helemaal boven op de kaart. De krachttoer genaamd ‘A Long Way To The Beginning’ is net als voorganger ‘From Africa with Fury: Rise’ en broer Femi’s ‘No Place For My Dream’ een muzikale orkaan: deze muziek raast door je hoofd en bijt er zich vervolgens in vast. Ziezo, dan kennen jullie meteen de vierde titel voor de ultieme playlist en de verplichte leerstof van 2014.
publieksprijs: 19,20



 THE SOULJAZZ ORCHESTRA – Inner Fire

THE SOULJAZZ ORCHESTRA – Inner Fire

Deze 5 heren en 1 dame hebben ook iets met afrobeat, ook al komen ze dan uit Canada. Hun vorige cd ‘Solidarity’ was in 2012 één van de absolute topalbums van dat jaar. Daarvoor hadden ze ons al vergast op en verrast met de uitstekende, warmbloedige, stomende, opzwepende en zeer aanstekelijke cd’s ‘Freedom No Go Die’, ‘Manifesto’ en ‘Rising Sun’ waarbij de geesten van Fela Kuti, Tito Puente, Mulatu Astatke, Pharoah Sanders en James Brown nooit veraf waren. Hun handelsmerk is een fusie van afrobeat, Latijnse stijlen, soul,(afro) jazz en funk die voorzien wordt van(schaarse) militante teksten. Op hun zesde cd blijven die teksten vooral beperkt tot achtergrondharmonieën. Ook op ‘Inner Fire’ serveren ze ons weer hun gekende en royale mix. En toch is dit niet ons favoriete Souljazz Orchestra-album: wij missen de inspiratie van de vorige albums en bij momenten wordt hier flink aangemodderd. TSO blijft zich wel onderscheiden met hun volstrekt eigen klank en gezicht maar er is een lounge-element in hun muziek geslopen en dat zint ons niet; daar waar voorheen het enthousiasme en de spelvreugde er zo van afdropen is dat nu veel minder het geval. TSO was de voorbije jaren één van onze huisfavorieten geworden maar ‘Inner Fire’ is een afknapper. We halen het voordeel van de twijfel en de mantel der liefde uit de kast en straks leggen we nog eens ‘Solidarity’ op.
publieksprijs: 17,05



DOBET GNAHORÉ – Na Drê

DOBET GNAHORÉ – Na Drê

We schrijven zaterdag 24 april 2004. Oxfam België bestaat 40 jaar en dat wordt die dag gevierd in Tour & Taxis. Het avondfeest wordt afgetrapt door de toen nog totaal onbekende jonge zangeres Dobet Gnahoré uit Ivoorkust die haar eerste concert buiten Afrika geeft. Wij stonden aan de grond genageld door haar stem, haar podiumprésence en haar danskunsten. Eind 2006 blaast dit podiumbeest ons nog eens van de sokken tijdens de Putumayo Acoustic Africa toernee (ten voordele van Oxfam), samen met Habib Koité en Vusi Mahlasela. In 2004 had ze net haar ondertussen klassiek geworden debuut ‘Ano Neko’ uit. Nog eens 3 jaar later bevestigt ze haar uitzonderlijk talent met de cd ‘Na Afriki’. En nog eens 3 jaar later ontgoochelt ze helaas over de ganse lijn op haar album ‘Djekpa La You’. We schreven toen: “Volgende keer weer beter dus, als het even kan.”. En nu is het zover: haar vierde cd ‘Na Drê’ is dus die volgende keer. In tegenstelling tot veel van haar Afrikaanse collega’s uit de vrouwelijke-singer-songwriter-met-een-boodschap-stal (Rokia Traoré, Netsayi, Fatoumata Diawara, Manou Gallo, Kareyce Fotso….) presenteert ze zich op de hoes op en top Afrikaans met alles erop en eraan. Hoewel Gnahoré muzikaal put uit de lokale tradities zijn de begeleidingsgroep en het gebruikte instrumentarium grotendeels westers. Als vrouw en chansonnière met een boodschap gaat ze ook nu weer de heikele thema’s niet uit de weg: god, vriendschap, werk, het lot van vrouwen wereldwijd en inzonderheid Afrika (mishandeling, sterven in het kraambed, gedwongen huwelijken), het belang van een Afrikaanse identiteit die conflicten overstijgt…. Zoals we dat ondertussen van haar gewoon zijn brengt ze haar songs in een bont allegaartje van talen (Bété, Malinke, Dida, Haïtiaans, Creools, Lingala, een flard Engels en Frans): alle teksten zijn in het hoesboekje wel vertaald naar het Engels en het Frans). Dobet Gnahoré heeft een bijzondere stem en schrijft briljante songs maar blijft steken in weer eens van hetzelfde ook al is datzelfde van hoge kwaliteit. We missen ook de opwinding en de tomeloze energie van haar concerten. Een andere aanpak en nieuwe invalswegen dringen zich op, zoniet dreigt het one trick pony-gevaar om de hoek. Misschien kan ze op de koffie te rade gaan bij Rokia Traoré? Of een live-album uitbrengen? Hoe dan ook, wij blijven Dobet Gnahoré diep in ons hart koesteren en ondanks enkele restricties is ‘Na Drê’ een dot van een album. Kwalitatief is dit album zeker even sterk als ‘Ano Neko’ en ‘Na Afriki’ maar die hadden het voordeel dat ze eerst waren en ‘Na Drê’ heeft dan weer het nadeel dat het een excellente herhalingsoefening is.
publieksprijs: 17,90



 HABIB KOITÉ – Soô

HABIB KOITÉ – Soô

“Here you are ‘Soô’ my new album for you, which again reflects the diversity of my country, Mali. And I still have hope it will come back as before.”. Met deze boodschap stelt Habib Koité op de binnenhoes zijn nieuwe cd voor aan de wereld. ‘Soô’ betekent ‘Thuis’ en na 20 jaar de wereld rondtrekken is thuis waarheen hij teruggekeerd is. ‘Soô’ werd dan ook in Mali opgenomen en na zijn lange zwerftochten lijkt zijn thuis een droom, een visie en een plaats om te koesteren te zijn geworden. Het was ook het moment om op adem te komen, te reflecteren en een andere weg in te slaan. 22 jaar lang toerde en nam hij op met zijn vaste begeleidingsgroep Bamada die nu plaats heeft geruimd voor nieuw, jong Malinees talent. Ook de instrumentatie onderging enige verandering: zo is het drumstel verdwenen en erfde Koité de banjo van Eric Bibb, de Amerikaanse bluesman waarmee hij in 2012 de cd ‘Brothers in Bamako’ opnam en ook op toernee ging; aldus komt de banjo ook terug thuis in Afrika, waar die vandaan is gekomen. Voor de rest horen we vooral akoestische Afrikaanse instrumenten zoals kamale n’goni, kalebas, djembe, barra, doun doun, kora, n’goni en percussie allerhande. Ook muzikaal is dit een terugkeer naar thuis: de diverse Malinese stijlen en ritmes komen aan bod en er wordt in verschillende landstalen gezongen (Koité groeide op in een Babylonisch aandoend talenbad). De muzikale hoofdtoon op deze zeer melodieuze plaat is melancholisch maar er straalt ook veel hoop uit. De aangesneden thema’s zijn o.m. gemeenschapszin, Afrikaanse broederlijkheid, liefde, besnijdenis, de grote Malinese muzikanten van weleer…. We ronden deze bespreking graag af met deze mooie woorden van Habib Koité zelf: “The word soô is a symbol of the heart. It’s the center of your life, the heart of life. It’s a place with your family, the place where you have old friends. A place where you know the climate. It is all of those. That’s what soô means. Your sweet home. It’s where your life makes sense.”. Rest ons nog te zeggen dat ‘Soô’ een uitstekend album is van een groot artiest en klinkt als een verademing uit een verscheurd land.
publieksprijs: 17,90



MAJID BEKKAS – Al qantara

MAJID BEKKAS – Al qantara

De Marokkaanse zanger/componist/arrangeur/gitarist en oud-, kalimba (duimpiano)- en guembri(driesnarige basluit)-speler Majid Bekkas is een Gnawa-maâlem (meester); de Gnawas stammen af van West-Afrikaanse slaven. Hun polyritmische trancemuziek heeft ook een zeer grote invloed gehad op vele jazz-, blues- en rockmuzikanten (Pharoah Sanders, Don Cherry, Bill Laswell, Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Santana….). In 2011 verblijdde de man ons nog met 2 knappe werkstukken. Eerst was er ‘Makenba’, een bijzonder boeiende cd waarop samen met Louis Sclavis, Minino Garay en Aly Keïta een zeer geslaagde ontmoeting tussen Marokkaanse, Argentijnse en Malinese traditionele muziek te horen was. Een half jaar later verscheen ‘Mabrouk’ waarop we uitzonderlijk sterke traditionele muziek ten gehore kregen begeleid door een kora-speler en een percussionist. En dan komt hij nu op de proppen met zijn Afro Oriental Jazz Trio en de cd ‘Al qantara’. Naast Bekkas wordt dit trio bevolkt door Manuel Hermia (bansuri, sopraansax, klarinet) en Khalid Kouhen (tablas, Afrikaanse percussie). ‘Qantara’ is het Arabisch woord voor ‘brug’ en daarmee is de toon voor dit album gezet: op ‘Al qantara’ slaan Bekkas en zijn kompanen een brug tussen diverse culturen. Marokko is steeds een kruispunt en een bruggenhoofd van tradities en culturen geweest en Bekkas toont met zijn muziek de wederzijdse beïnvloeding tussen Afrika, het Midden-Oosten en het Westen aan. Dit album is een coherent schoolvoorbeeld van de magie, de universaliteit en de authenticiteit die crossculturele ontmoetingen kunnen voortbrengen en die hij ook al tentoon spreidde op zijn meesterwerk ‘African Gnaoua Blues’ (2001) en bij uitbreiding op het merendeel van zijn werk. Hierbij was ook de keuze van zijn muzikale metgezellen welbewust overwogen: net als Bekkas zelf zijn ook Hermia en Kouhen beïnvloed door India en Afrika, door Oost en West. Bovendien, zo stelt Bekkas, ontwikkelde er zich een onvervalste compliciteit tussen zij 3 en vertellen de instrumenten van dienst het verhaal van muzikale migranten. Naast de reeds aangehaalde invloeden horen we ook nog echo’s van Andalusië en de Zijderoute en beklemtoont de cover van ‘Guinea’ van Don Cherry nog maar eens hoe belangrijk Afrika is (geweest) voor jazz. ‘Al qantara’ is pittige en levendige maar ook zeer subtiele fijnproeversmuziek en om het samen met onze noorderburen uit te bazuinen: een dijk van een plaat!
publieksprijs: 20,90



LA CHIVA GANTIVA – Vivo

LA CHIVA GANTIVA – Vivo

Het Belgische label Crammed Discs heeft van vernieuwing, verrassing en een groot respect voor de artiest haar handelsmerk gemaakt, denk maar aan Congotronics, Kasai All Stars, Konono N°1 en bovenal het wonderbaarlijke gezelschap Staff Benda Bilili (de film over SBB is één van de mooiste en meest pakkende muziekdocu’s ooit). Ook het verhaal van La Chiva Gantiva past helemaal in de Crammed-stal. Enkele jaren geleden beginnen in Brussel 3 Colombiaanse percussionisten samen te spelen. In hun muziek gebruiken ze vooral Colombiaanse ritmes en instrumenten en hun muziek is een samengaan van allerlei invloeden: Colombiaanse muziek, latin, afrobeat, rock, funk. Dit trio werd al snel vervoegd door 2 Belgische, 1 Franse en 1 Vietnamese muzikant. Eind 2011 debuteerden ze met ‘Pelao’, een héérlijke, warme, swingende plaat. Opvolger ‘Vivo’ tapt uit hetzelfde vaatje maar de explosieve en hectische cocktail bevat nog wat meer ingrediënten; de basis van hun muziek blijven evenwel de traditionele percussiepatronen die de andere instrumenten (en dat zijn er niet weinig) ondersteunen en voortstuwen. Een ander kenmerkend onderdeel van hun groepsklank zijn de exuberante blazersriffs die duchtig hun best doen om het explosieve karakter van de muziek nog wat de hoogte in te jagen. Op deze wijze gaat ‘Vivo’ klinken als een ideale carnavalssoundtrack; het woord ‘rustpunt’ ontbreekt in het woordenboek van deze 6 heren en 1 dame. Ondertussen is de groep België ontgroeid en zijn ze graag geziene gasten geworden in vele buitenlanden: een groot deel van Europa, de UK en de USA. Dit jaar staan Benin en het WOMAD-festival in Australië en Nieuw-Zeeland op de rol. En bovenal: in Colombië zijn ze ondertussen één van de populairste nieuwe acts geworden waar ze net nog prijsbeesten waren op de jaarlijkse Colombian TV Music Awards. Voorwaar, een grote toekomst staat La Chiva Gantiva te wachten en na 2 uistekende albums is dat meer dan verdiend.
publieksprijs: 17,05



 LA TROBA KUNG-FÚ – Santalegria

LA TROBA KUNG-FÚ – Santalegria

Deze Catalaanse groep met de toch wel zeer bijzondere naam is één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de mestizo, een mix van cumbia, Catalaanse rumba, Cubaanse son, reggae, salsa, dub, latin, ska, vallenato, rai en nog één en ander. LTKF staat voor pretentieloze, aanstekelijke en onweerstaanbaar zonnige muziek die naar de zomer en ook wel naar de Middellandse Zee doet verlangen en die klinkt als een heerlijke soundtrack bij een mooie zomeravond. Het eerste dat opvalt bij het ter hand nemen van de hoes is de meer dan opvallende en haast identieke gelijkenis met het hoesontwerp van ‘Studio One Story’, de Soul Jazz Records-compilatie die het verhaal bracht van de periode in de Jamaicaanse muziekgeschiedenis die reggae zou helpen definiëren (dat verhaal maakten wij hier vorige maand kond) . Deze gelijkenis berust op geen enkel toeval: ook ‘Santalegria’ brengt het verhaal van het ontstaan van een genre: rúmbia. Het hele verhaal wordt in het infoboekje uit de doeken gedaan maar zeer kort geschetst komt het hier op neer: eind jaren 70 begon Gato Perez, een boegbeeld van de rumba catalana, een flinke scheut cumbia doorheen zijn muziek te mengen. Het was echter wachten op La Troba Kung-Fú vooraleer het genre een naam en een gezicht kreeg. ‘Santalegria’ verscheen reeds vorig jaar in Spanje en werd meteen bekroond tot ‘millor disc de l’any 2013’ in het Catalaanse muziekmagazine Enderrock. Het vertrouwde recept werd weer bovengehaald en het smaakt nog steeds. Verwacht dus niets nieuws onder de Catalaanse zon maar als je je laat meedrijven op deze aanstekelijke tonen is het best genieten van dit opzwepende mestizo-feestje. A bailar is de boodschap op deze Catalaanse fiesta. Dat wij geen Catalaans en Castilliaans begrijpen mag daarbij niet deren: het gebruik van hun regionale talen versterkt de authenticiteit van de muziek. Voor wie hen binnenkort live wil meemaken: op zaterdag 17 mei spelen ze gratis ten dans in Brugge op de Burg, in het kader van Airbag.
publieksprijs: 15,35



BOSSACUCANOVA – Our Kind of Bossa

BOSSACUCANOVA – Our Kind of Bossa

Bossacucanova is de Braziliaanse band die 15 jaar geleden op hun debuutalbum als eerste bossa met electronica mixte en iets vergelijkbaar deden als bands zoals Gotan Project en Otros Aires met tango. De kern van de groep wordt gevormd door een trio: bassist/gitarist Marcio Menescal (zoon van bossa nova-pionier Roberto Menescal), DJ Dalua en toetsenspeler/producer/klanktechnicus Alex Moreira; de groep opereert meestal met 5 of 7 muzikanten. Op ‘Our Kind of Bossa’ wordt er naast hun vertrouwde electro-bossa nova ook gefocust op dat andere Braziliaanse muziekfenomeen, samba. Deze cd is opgevat als een testament van en een eerbetoon aan hun wortels en hun geschiedenis en de line-up is dan ook tot de nok gevuld met gasten die hun belang voor de Braziliaanse muziek al lang bewezen hebben. Een greep uit de waslijst: Maria Rita, de vorig jaar overleden Emilio Santiago en Oscar Castro-Neves, Flavio Mendes, Martinho DaVila, Wilson Simoninha, de levende legendes Os Cariocas, Marlon Sette en last but not least Roberto Menescal. Bossa en samba zullen wellicht nooit ‘our thing’ en zeker niet ‘our cup of tea’ en ‘our piece of cake’ worden maar ‘Our Kind of Bossa’ heeft ons wel veel milder gestemd. Met hun frisse en levendige aanpak is Bossacucanova er in ieder geval in geslaagd het wat kleffe imago van bossa op te poetsen.
publieksprijs: 20,40



JOE DRISCOLL & SEKOU KOUYATE – Faya

JOE DRISCOLL & SEKOU KOUYATE – Faya

Muzikale ontmoetingen tussen een Amerikaanse en een Afrikaanse muzikant zijn schering en inslag geworden (Ry Cooder en Ali Farka Touré moeten zowat de toon gezet hebben) en hebben al vaak boeiende resultaten opgeleverd. Zanger/rapper/gitarist/percussionist/human beatboxer/loopscreator (een heel brood) Joe Driscoll die in zijn eigen werk een unieke fusie van folk en hip-hop brengt en koraspeler/zanger Sekou Kouyate (die we kennen van de Guinese groep Ba Cissoko) ontmoetten elkaar voor het eerst in Marseille waar ze samen geprogrammeerd stonden op het ‘Nuits Métis’ (pour les Flamands: ‘nachten van de gemengde rassen’) festival. Hoewel ze geen gemeenschappelijke taal konden spreken slaagden ze er probleemloos in om te communiceren langs hun muziek. Daarna gingen ze samen gedurende enkele weken improviseren en jammen en nu ligt het resultaat van hun samenwerking op onze draaitafel en ook in ons winkelrek. De cd wordt furieus afgetrapt: Kouyate gaat danig te keer op zijn elektrisch versterkte kora waarbij het meteen duidelijk waarom hij wel eens de “Jimi Hendrix van de kora” genoemd wordt. Dit is dan ook het geluid dat overheerst op ‘Faya’ wat niet betekent dat alles zo furieus klinkt: er is ook voldoende ruimte voor relaxte rustpunten gelaten waarbij Driscoll dan eerder de boventoon voert met ritmisch gezang en gitaarwerk, uitstekend en geïnspireerd ondersteund door de korabegeleiding. ‘Faya’ is meer dan een fusie van de individuele stijlpatronen van beide heren: ze integreren ook naadloos andere genres (reggae in zijn vele facetten, jazzfunk, blues) in hun fusie zonder dat het geforceerd overkomt, integendeel, het geheel klinkt naturel en organisch en in al hun fusiedrang blijven ze bovenal toch trouw aan hun eigen stijl. Het geheel doet soms denken aan Michael Franti, maar dan wel in diens betere dagen. Het gereputeerde muziekmagazine Songlines verkoos dit zeer charmante schijfje als crossoveralbum van 2013 en daar valt wel iets voor te zeggen. Enig minpunt is de korte duur: na 37 minuten is alles over and out. Men kan ook stellen: beter een goede korte cd dan een halfgoede lange maar samen met Tom Lanoye verwerpen wij categoriek het ‘less is more’-principe (TL omschrijft dit als ‘artistieke anorexia nervosa’). Maar laat ons vooral geen kniesoren wezen: ‘Faya’ is een dot van een plaat en de reggae-artiest die dit jaar ‘Faya (Gentleman’s Dub Club Remix)’ naar de kroon van reggaesong van het jaar wil steken zal van ver moeten komen.
publieksprijs: 18,55



CATRIN FINCH & SECKOU KEITA – Clychau Dibon

CATRIN FINCH & SECKOU KEITA – Clychau Dibon

Ook ‘Clychau Dibon’ is een intercontinentale muzikale ontmoeting, zij het dan een Europees-Afrikaanse. Catrin Finch is een Welshe concertharpiste. Toen ze 6 was raakte ze in de ban van de harp nadat ze de Spaanse harpiste Marisa Robles aan het werk had gezien. Ze heeft een klassieke achtergrond maar werkte in het verleden ook al samen met artiesten uit de wereldmuziek, met name de Colombiaanse groep Cimarrón en de Malinese koravirtuoos Toumani Diabaté. Seckou Keita is een Senegalese koraspeler. Zijn moeder komt uit een griotfamilie en zijn vader is een afstammeling van Mandingue-koning Sundiata Keita. Seckou Keita is een geschoolde en zeer bedreven koraspeler en drummer (op dit album beroert hij enkel de kora). Hij werkte ook al samen met Cubaanse, Indiase en Scandinavische muzikanten. De harp en de kora zijn haast vanzelfsprekend muzikale partners en vrij naaste familie. Op ‘Clychau Dibon’ staan 7 instrumentals: 4 ervan zijn Welshe traditionals in een arrangement van Finch, Keita en producer John Hollis, de andere 3 zijn composities van Keita. Beide muzikanten komen dus uit uiteenlopende achtergronden maar de muziek uit zowel Wales als Mali is doorheen de geschiedenis generaties lang oraal doorgegeven. Hoewel er een frappante gelijkenis is in de klank van beide instrumenten is de wijze van bespelen zeer verschillend. Producer John Hollis heeft er mee voor gezorgd dat de technische subtiliteit in het spel van zowel Finch als Keita goed te horen en vooral goed te onderscheiden zijn. Beide muzikanten produceren zeer subtiele muziek met een torenhoge finessegraad waarbij het aangeraden is je ten zeerste te concentreren om deze muzikale weldaden tot in de details te absorberen. Dit album is een streling voor je oren en geeft je het gevoel dat je een heerlijke dag aan zee beleeft: de harp en de kora rollen aan en af alsof het golven zijn. De wisselwerking tussen beide muzikanten is opmerkelijk, fascinerend en magisch. Beurtelings nemen ze de leiding in het spel of nemen ze een ondersteunende en dienende rol aan. We horen zowel trage, gevoelige en delicate als snelle en zwierige passages. Met heel veel respect en enthousiasme brengen Finch en Keita de culturen van Wales en Senegal zeer dicht bij elkaar. ‘Clychau Dibon’ doet ons ook nog terugdenken aan 2 andere producties die als referentie zeker kunnen tellen. Vier jaar geleden ondernamen de Malinese koraspeler Ballaké Sissoko en de Bretoense cellist Vincent Segal al een soortgelijke onderneming met hun adembenemende cd ‘Chamber Music’. De tweede referentie behoeft geen verdere uitleg: ‘Renaissance De La Harpe Celtique’ van Alan Stivell. Bij deze muziek wordt een mens, en ook alles er omheen, helemaal stil en kan je helemaal weg dromen. Tenslotte geven we nog een dikke pluim voor het prachtige en uitstekend gedocumenteerde info- en fotoboekje.
publieksprijs: 19,45



BLACK BAZAR – Round 2

BLACK BAZAR – Round 2

Black Bazar kan je eerder definiëren als een muzikaal concept van de hand van de schrijver Alain Mabanckou dan als een groep. 2 jaar geleden verscheen de “eerste ronde” die als doel had de traditionele akoestische roots van de Congolese rumba te doen herleven. Over dat album kunnen wij verder niets vertellen aangezien dat helaas aan ons is voorbijgegaan, waarvoor excuus. ‘Round 2’ is gebaseerd op composities van de legendarische gitarist Popolipo Beniko en bassist Michel Lumana. Deze composities zijn diep geworteld in de muzikale traditie maar slaan ook nieuwe wegen in. De hedendaagse sound van Kinshasa, Brazzaville, Praia en Lagos gaan hier hand in hand met de traditionele ritmes en beats. Diverse bekende vocalisten en muzikanten zijn meegestapt in dit project: Ferre Gola, Soleil Wanga, Flamme Kapaya, Olivier Tshimanga, Roi David, Karashika, Wole Sentimenta, Izé Teixeira, Fanfan…. Maar de grote ster is wel degelijk Popolipo Beniko met zijn vloeiende, opwindende, twinkelende en extatische gitaarspel dat de basis legt voor de totaalklank en de muziek voor een groot deel draagt. Een stel uitstekende vocalisten, de rijke verscheidenheid aan muzikaal materiaal, de weelderige arrangementen en een excellente productie van Alain Mabanckou doen de rest op dit uiterst aanstekelijk, opwindend en magistraal dansalbum. Ondanks alle ellende komt veel van de beste dansmuziek tot nader orde nog steeds uit Congo. Als bonus zit hier nog een luimige videoclip van de titeltrack bij.
publieksprijs: 20,40



RAJAB SULEIMAN & KITHARA – Chungu

RAJAB SULEIMAN & KITHARA – Chungu

‘Chungu’ is de achtste titel in de ‘Zanzibara’-reeks die populaire Swahili-muziek uit de Oost-Afrikaanse kustregio’s archiveert en dit vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw tot anno nu, zoa ls deze die september vorig jaar werd ingeblikt. Taarabmuziek uit Zanzibar heeft een honderdjarige geschiedenis en is één van de vele schatten uit muzikaal Afrika. Traditioneel werd die muziek gespeeld door grote orkesten met violen, accordeon, oud, qanun (citer) en percussie maar vandaag de dag is dat nog moeilijk te financieren. Rajab Suleiman is leraar aan de Dhow Countries Music Academy en bandleider van het 11-koppige (6 muzikanten en 5 vocalisten) top-taarabensemble Culture Musical Club met wie hij dit album afgeleverd heeft. 2 van die 5 vocalisten gaan ook door het leven als het duo Kithara en verder worden ze nog bijgestaan door 2 bekenden uit het taarab-circuit. Wie vertrouwd is met het genre zal misschien de plechtstatig aangezwengelde violen van de grote orkesten van destijds missen maar kan zich in de plaats daarvan laten verrassen en charmeren door een intieme klank die wel wat weg heeft van kamermuziek. Die klank wordt grotendeels gedomineerd door de qanun van Rajab Suleiman die met bijzonder veel zwier speelt. Hij wordt daarbij begeleid door exquise vrouwenstemmen, Afrikaanse percussie, Arabische citer, Egyptische violen, Europese accordeon…. Deze muziek is nauw verbonden met de voormalige handelsgeschiedenis van het eiland en vertoont invloeden uit de Arabische wereld, Midden- en Noord-Afrika, Azië en Portugal waardoor het op organische wijze fascinerende mengmuziek is geworden.
publieksprijs: 18,75



ADRIAN RASO and FANFARE CIOCARLIA – Devil’s Tale

ADRIAN RASO and FANFARE CIOCARLIA – Devil’s Tale

Jullie hebben met zijn allen wellicht al van de Roemeense brassband Fanfare Ciocarlia gehoord, en ik weet niet hoe het met jullie zit, maar die Adrian Raso is voor ons een onbeschreven blad. Die man blijkt een Canadese gitarist te zijn met een passie voor rockabilly en Django Reinhardt en verder ook nog wel wat heeft met flamenco en frontera en nog meer van dat fraais. Met dit project komt voor hem een jarenlang gekoesterde droom uit. De grote vraag was of en hoe een gitarist zou standhouden binnen het 12-koppige geweld (10 blazers + 2 drummers) en vice versa of en hoe die fanfare zich zou aanpassen aan de vloeiende welluidendheid van een jazzgitarist. En alsof er nog niet voldoende volk op de set was werden ook nog enkele gastmuzikanten aangetrokken waarbij de bekendste Rodrigo (Rodrigo Y Gabriela) was. Het meest verbazende aan dit album is het aanpassingsvermogen van deze Roemeense geweldenaars: ze gaan hier een echt partnerschap aan met Raso. Hun gekende energie is gelukkig intact gebleven maar ze hebben die vertaald naar muzikale nuance daar waar ze normaal hun publiek van hun stoelen blazen. Door deze samenwerking op gelijke voet met Raso heeft de fanfare ook haar muzikale grenzen verkend en verlegd en horen we ze hier zoals we ze nog nooit gehoord hebben. En de nobele onbekende Adrian Raso? Deze man is een briljante gitarist die er hier schijnbaar achteloos in slaagt om met een groot naturel te communiceren met de fanfare. Zijn spel ademt joie de vivre uit en klinkt heerlijk losbandig. Op het eerste zicht zou je niet vermoeden dat een fanfare uit een afgelegen Roemeens dorp ook maar iets gemeen zou kunnen hebben met een gitarist uit een kleine Canadese stad. Op ‘Devil’s Tale’ tonen ze aan dat muziek lak heeft aan aardrijkskundige en eender welke andere grenzen, zeker als je beseft dat beide partijen geen gemeenschappelijke taal kenden buiten muziek. Deze muzikale synergie verraadt ook een enorm wederzijds respect. Een muzikale omschrijving geven van ‘Devil’s Tale’ is onbegonnen werk en doet misschien ook niet ter zake maar fasten your seatbells voor een heerlijk hybride mix van balkan brass en gypsy swing die stevig gekruid wordt met klezmer, rebetiko, flamenco, frontera….
publieksprijs: 18,85



 YANKELE – Rhapsodie Klezmer

YANKELE – Rhapsodie Klezmer

Yankele staat voor 5 uitstekende klezmermuzikanten (gitaar, accordeon, viool, zang, contrabas, klarinet) met verschillende muzikale achtergronden: jazz, klassiek en traditioneel. Op ‘Rhapsodie Klezmer’ reïnterpreteren ze werk van George Gershwin naast eigen werk en enkele composities van Jean-Marie Machado. Het zal u dan ook niet verbazen dat de titel ‘Rhapsodie Klezmer’ verwijst naar het beroemde werk ‘Rhapsody In Blue’ van Gershwin dat hier dan ook niet kon ontbreken naast andere evergreens als ‘Summertime’, ‘I Loves You Porgy’ en ‘The Man I Love’. De link tussen klezmer en Gershwin spreekt vanzelf: zijn Joods-Russische afkomst introduceerde hem tot de klezmermuziek die hij ook, op geheel eigen wijze, verwerkte in zijn composities. ‘Rhapsodie Klezmer’ is naast een eerbetoon aan Gershwin vooral een ode aan klezmer en de 4 heren en 1 dame doen dat voortreffelijk. Ook de eigen composities en die van Machado staan als een huis en het werk van Gershwin wordt zeer respectvol benaderd en behandeld en bovendien laat Yankele er een frisse oostenwind doorheen waaien, tegelijk speels en melancholisch.
publieksprijs: 18,75



AMSTERDAM KLEZMER BAND – Blitzmash

AMSTERDAM KLEZMER BAND – Blitzmash

Als we de tel niet kwijt zijn is ‘Blitzmash’ het tiende album van de 7-koppige Amsterdam Klezmer Band die ons 3 jaar geleden bijzonder verrasten met het ijzersterke en zeer explosieve album ‘Katla’. Voor ‘Blitzmash’ werd een AKB XL-versie opgetrommeld: een grote stoet gastmuzikanten passeert de revue, onder wie Haytham Safia (cd-tip: ‘U’duet’), Lilian Vieira (Zuco 103), Colin Benders (The Kyteman Orchestra), Pauni Trio (cd-tip: ‘Pauna Devojka’)…. ‘Blitzmash’ kan beschouwd worden als een vervolg dat gebreid wordt aan hun cd ‘Remixed’ (uit 2008) waarop de groep haar unieke mishmash van klezmer en balkan combineerde met scherpe percussie en elektronica. Hun muziek beperkt zich al lang niet meer tot klezmer en balkan: invloeden van diverse genres en maatsoorten hebben beetje bij beetje hun ingang gevonden en resulteren in een vaak uitzinnige crash die ons bij momenten doet denken aan The Kyteman Orchestra. Het spel van AKB is virtuoos en de speelvreugde en het jolijt lopen er van af. AKB brengt dansmuziek par excellence die ook de meest weerbarstige strijkplanken overstag zal doen gaan. Klezmerfans zullen het wellicht niet fijn vinden dat instrumenten als de viool en de tsimbl achterwege zijn gelaten en dat de groep meer hun toevlucht heeft genomen tot geprogrammeerde geluiden maar so be it. Het voegt hoe dan ook een nieuwe dimensie toe aan het groepsgeluid en ook aan klezmer. Wat er ook van zij, wij zijn pro maar ‘Blitzmash’ haalt helaas niet het niveau van voorganger ‘Katla’, het album dat voor ons symbool stond voor orkaankracht. Wat niet wegneemt dat ‘Blitzmash’ een sterk en evenwichtig album is. In tegenstelling tot bij traditionele klezmer wordt hier veel gezongen en in het geval van frontman Job Chajes is dat een uitstekende zaak: zijn zang en raps zijn een lieve lust voor de oren.
publieksprijs: 20,40



 THANASSIS VASSILOPOULOS - Atractos

THANASSIS VASSILOPOULOS - Atractos

Klarinettist Thanassis Vassilopoulos leerde vanaf zijn vierde muziek spelen. Op zijn negende gaf hij zijn eerste optreden en op zijn vijftiende zette hij zijn eerste stappen in de muziekindustrie. Sindsdien speelde hij in Griekenland als sessiemuzikant bij God en klein pierke en buiten de grenzen werkte hij samen met o.m. Björk, Joe Bonamassa, BB King…. ‘Atractos’ (‘de romp van een vliegtuig’) is zijn vierde solo-album. TV was al lang gefascineerd door het werk van Vangelis Papathanasiou (of kortweg: Vangelis) en vatte het plan op om een volledige cd te wijden aan dat werk van Vangelis. Samen kozen ze 13 melodieën die konden bewerkt worden voor klarinet. Het resultaat is echter banale muzak zonder weerga die het bombastische karakter van Vangelis’ muziek nog wat meer in de verf zet en die misschien wel zal scoren als achtergrondbehang in supermarkten, rommelmarkten, kerstmarkten…. Het doet ons trouwens heel erg sterk denken aan die geplaybackte nep-Indianenmuziek waarmee we in de zomer overal te lande geteisterd worden.
publieksprijs: 18,00



ANDREAS KATSIGIANNIS – Alexandros Papadiamantis-Ikona Achiropiïti

ANDREAS KATSIGIANNIS – Alexandros Papadiamantis-Ikona Achiropiïti

We blijven nog even in Griekenland maar dan voor gans andere koek. Multi-instrumentalist (santouri, kithara, luit, mandoline, piano….) Andreas Katsigiannis werd geboren in een muzikale familie met bijzondere aandacht voor rebetika en Byzantijnse muziek. Zijn professionele loopbaan begon al op zijn twaalfde. Na zijn studies Byzantijnse muziek en theologie richtte hij Estoudiantina op, een orkest dat etnische mediterraanse muziek speelt. Hij ging samenwerken met de fine fleur van de Griekse muziekscene waaronder Jorgos Dalaras, die ook fungeerde als artistiek raadgever en producer voor Estoudiantina. Naast muzikant is AK ook vooral bekend als componist voor theater, documentaires en tv-series. Voor deze cd zette hij gedichten van Alexandros Papadiamantis op muziek. AP (1851-1911) was een Griekse schrijver en dichter die het eenvoudige boerenleven op zijn geboorte-eiland Skiathos en zijn verlangen ernaar beschreef toen hij in de arme wijken van Athene woonde. De volkse rebetika die we hier horen (naast nog wat andere stijlen) sluit nauw aan bij het boerenleven dat AP beschreef. De liederen worden gezongen door een keur aan Griekse vocalisten waaronder enkele ronkende namen zoals Jorgos Dalaras, Glykeria en Nena Venetsanou die begeleid worden door een stel uitstekende muzikanten. ‘Alexandros Papadiamantis-Ikona Achiropiïti’ staat voor uitmuntende luistermuziek voorzien van ruime porties weemoed, tragiek en drama.
publieksprijs: 18,00



ROUGH GUIDES

 ‘SCOTTISH MUSIC 3rd edition’ (compilatie)

‘SCOTTISH MUSIC 3rd edition’ (compilatie)

Bij Rough Guides krijgen succesvolle titels eens in de zoveel tijd een integrale update en zo is ‘Scottish Music’ nu aan de derde editie toe. We horen zowel hedendaags werk van jonge acts als Lau, Admiral Fallow en Karine Polwart maar ook het klassiekere werk van o.m. The Campbells Of Greepe en Kathleen MacInnes. De bonus-cd wordt aangeleverd door Cliar, een band die Gaelic songs in een eigentijdse setting brengt.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)



RIVERBOAT RECORDS 25 JAAR

Hoger in deze nieuwsbrief hebben we al de verjaardagstaart aangesneden.

 BORIS KOVAC & LA CAMPANELLA – Eastern Moon Rising

BORIS KOVAC & LA CAMPANELLA – Eastern Moon Rising

Het is een hele tijd stil geweest rond de Servische saxofonist Boris Kovac: als we het juist voorhebben dateert zijn vorige studio-album van 2005. Kovac is niet enkel muzikant, maar ook componist, theater- en filmmedewerker en multimedia-artiest. Hij staat ook bekend onder de bijnaam ‘King of apocalyptic cabaret’ vanwege zijn eclectische, soms duistere muziek. Dat duistere is nog steeds aanwezig maar dan wel in mindere mate. Op ‘Eastern Moon Rising’ baseert hij zich vooral op de traditionele muziek uit zijn vaderland. Kovac groeide op in een uitgesproken multi-etnische regio en leefde o.a. in Italië, Slovenië en Oostenrijk en dat vertaalt zich in zijn muziek die doordrongen is van allerlei invloeden uit een breed folkrepertoire. Tango, latin, jazz, mediterrane klanken tot zelfs het Midden-Oosten: alle passeren ze de revue en doorspekken ze de Balkantraditie waarop de composities van Kovac gebaseerd zijn. Gezien zijn achtergrond mag het ook geen verbazing wekken dat de uitstekende arrangementen vaak een theatraal, dramatisch en vooral filmisch karakter vertonen. Boris Kovac & La Campanella komen ook verbazend goed weg met het brede scala aan aangewende sferen op dit ambitieuze en genre-overschrijdende album. De muziek die hier gebracht wordt verschilt in zowat alles van wat we meestal te horen krijgen uit de Balkan: ze heeft een bij uitstek dromerig en melancholisch karakter en lijkt ons zowat een ideale soundtrack voor een roadmovie. Rest ons nog te zeggen dat de 5 heren uitstekende muzikanten zijn: welcome back. En nog dit: slechts op 1 compositie krijgen we het excentrieke vocale gebrom/geknor van Kovac te horen en dat is een heel klein beetje jammer.
publieksprijs: 13,15

REGGAE

BOB MARLEY & THE WAILERS – 21st Century Remastered Audio

BOB MARLEY & THE WAILERS – 21st Century Remastered Audio

Nog maar eens heruitgegeven werk van Marley? Yep, nog maar eens heruitgegeven werk van Marley. Deze limited edition box bevat 6 cd’s met remastered materiaal van onze favoriete Bob, en dit aan een zeer scherpe prijs. Cd 1, ‘The Jamaican Singles’, en cd 5, ‘The Mystical Jamaican Masters’ verzamelen materiaal van de oer-Wailers. Cd 2 en 3 herbergen de legendarische ‘Lee Perry Sessions’. Cd 4, ‘Dub Versions For The Singles’ brengt wat het belooft: destijds was het vaste prik om de b-kantjes van reggae-singles op te smukken met de dubversie van de single wat van dit schijfje toch wel een waar hebbeding maakt. Cd 6, ‘Classics, Instrumental & Remixes’, is er voor ons wel iets te veel aan: de remixes op deze hodgepodge (hutsepot pour les Flamands) zijn vaak van minderwaardige kwaliteit en waren beter in de annalen der vergetelheid gebleven. Op de 5 andere cd’s horen we sublieme kwaliteit. Maar: is deze box essentieel? Zeker niet. Is deze box een hebbeding voor de Marley-fan? Ook niet, want de kans is groot dat die het merendeel van dit materiaal al op de plank heeft staan. Wij vinden enkel cd 4, ‘Dub Versions For The Singles’ gerechtvaardigd en essentieel als heruitgave. Aan wie nog niets of weinig van deze grootmeester in huis heeft en daar eindelijk eens werk wil van maken blijven wij het neusje van de zalm adviseren, hét onbetwiste reggae-standaardwerk -en wij blijven dit tot vervelens toe zowat halfjaarlijks in uw hersens rammen tot u met zijn allen overstag gaan- ‘SONGS OF FREEDOM’, 4 cd’s + 1 dvd + 1 boek: deze box is één van de mooiste verzamelingen die ooit op de mensheid is losgelaten. De 40,50€ die u daarvoor moet prijsgeven zijn een levenslange investering.
publieksprijs: 24,85 (6 cd)

 ‘PENTHOUSE RECORDS 25 YEARS THE JOURNEY CONTINUES’ (compilatie)

‘PENTHOUSE RECORDS 25 YEARS THE JOURNEY CONTINUES’ (compilatie)

Het label Penthouse Records bestaat 25 jaar en dat wordt o.m. gevierd met deze compilatie met 2 cd’s en 1 dvd. Aangezien dit label 25 kaarsjes uitblaast komt deze muziek uit de jaren 90 en de daarop volgende en laat dat nu net niet ons favoriete reggaetijdperk zijn: deze aalgladde deuntjes zonder peper en zout hebben veel meer weg van platte pop. Voor wie echter van het tegengestelde overtuigd is moet deze portemonneevriendelijke feestuitgave tegelijkertijd het walhalla en het nirwana zijn. “Belangrijste namen” op deze compilatie zijn Chaka Demus, Beres Hammond, Buju Banton, Sean Paul en nog wat andere nitwits. Enkele vergane grootheden uit vervlogen tijden houden zich hier ook nog schuil: Marcia Griffiths, Freddie McGregor, Dennis Brown. Nee, nu liefst niet op naar de volgende 25 jaren.
publieksprijs: 20,15 (2 cd + 1 dvd)


In memoriam PACO de LUCÍA

 In memoriam PACO de LUCÍA

Paco de Lucía was één van de meest invloedrijke flamencogitaristen van de tweede helft van de twintiste eeuw. Verder is hij ook bekend als 1/3de van The Guitar Trio. Deze topgitarist wordt aanzien als een grootmeester van de moderne flamenco. Zijn wieg stond in een familie waar muziek van generatie op generatie werd doorgegeven. Paco de Lucía speelde in een zeer persoonlijke en vernieuwende stijl waardoor hij “de grondlegger van de moderne flamenco” wordt genoemd. Maar hij was niet enkel actief in de flamenco maar ook nog in klassieke muziek en in jazz en ging deze genres ook mengen. Hij werkte samen met o.m. John McLaughlin, Al Di Meola, Larry Coryell, Chick Corea…. Zijn eerste opnames bracht hij uit begin jaren 60. Zijn grote en definitieve doorbraak kwam er in 1973 toen hij de rumba ‘Entre dos aguas’ opnam. Het nummer werd een groot succes maar de puristen konden zijn uitstap niet appreciëren. de Lucía reageerde als volgt: “Ik zal altijd trouw blijven aan de traditionele vormen van flamenco, maar er moet plaats zijn voor ontwikkeling.”. Eind jaren 70 ging hij zich concentreren op The Guitar Trio, samen met John McLaughlin en Larry Coryell, die in 1981 vervangen werd door Al Di Meola. Het trio nam 3 succesvolle albums op. Later richtte hij zijn Paco de Lucía Sextet op waarin ook 2 van zijn broers speelden. Ook al is hij in de eerste plaats bekend als solo-artiest en als flamencovertolker loopt er doorheen zijn hele loopbaan een leidraad van muzikale samenwerkingen en van het exploreren van andere stijlen (klassiek, jazz, fusion). de Lucía werd vaak bekroond: hij ontving o.m. de Latin Grammy Award voor beste flamenco-album en de Prins van Asturias-onderscheiding. De wereld -en Spanje in het bijzonder- en de muziek -en flamenco in het bijzonder- hebben afscheid moeten nemen van een indrukwekkende artiest die, om het met een torenhoog cliché te zeggen, zal blijven verder leven in zijn muziek.

GOUD VAN OUD

OUMOU SANGARE - Oumou

OUMOU SANGARE - Oumou

Grammy Award-winnares Oumou Sangare is een Malinese Wassoulou-zangeres die wel eens ‘de zangvogel van Wassoulou’ genoemd wordt. Wassoulou is een historische regio ten zuiden van de Nigerstroom. De regio kent een eeuwenoude liedtraditie. Oumou is de dochter van de lokaal zeer bekende zangeres Aminata Diakaté. Als ukkie in een éénoudergezin ging Oumou zingen om het gezin te helpen in leven houden. Op 5-jarige leeftijd stond ze al gekend als een getalenteerde zangeres. Toen ze 16 was ging ze toeren met de percussiegroep Djoliba en nog eens 6 jaar later nam ze haar debuutalbum ‘Moussoulou’ (‘Vrouwen’) op met Amadou Ba Guindo en niemand minder dan Ali Farka Touré hielp haar aan een contract bij het gerenommeerde World Circuit label. Sangare wordt beschouwd als een Wassoulou-ambassadrice: haar inspiratie haalt ze uit de traditionele muziek en dansen uit deze regio. Ze schrijft en componeert zelf haar liederen die vaak sociale kritiek bevatten, in het bijzonder over de lage status van de vrouw in de samenleving en gearrangeerde huwelijken, maar net zo goed schrijft ze over vrouwelijke sensualiteit zoals in haar grote hit ‘Diaraby Nene’ (‘de rillingen van de liefde’) uit haar eerste album. Nu eens schrijft ze metaforisch en ironisch, dan weer direct en expliciet. Veel van die teksten zorgden destijds voor beroering in een fundamenteel conservatieve samenleving. Andere albums van Sangare zijn ‘Ko Sira’ (1993), ‘Worotan’ (1996) en ‘Seya’ (2009). Oumou Sangare stond in sommige van de meest prestigieuze zalen en op de belangrijkste festivals wereldwijd. Extra-muzikaal staat ze ook bekend als een pleitbezorgster voor vrouwenrechten en een tegenstandster van kinderhuwelijken en polygamie. Ze is ook nog ambassadrice voor de FAO en won in 2001 de UNESCO International Music Prize voor “haar bijdrage tot de verrijking en de ontwikkeling van muziek alsook voor haar engagement voor de vrede, voor verstandhouding tussen diverse volkeren en voor internationale samenwerking”. En tot slot is Sangare ook nog eens zakenvrouw (hotelwezen, landbouw, automobielsector). En dan gaan we nu over naar datgene waar het hier eigenlijk om te doen is, met name haar muziek. Duizendwerf helaas: samen met ‘Seya’ is deze Goud Van Oud-cd ‘Oumou’ het enige nog verkrijgbare werk van Oumou Sangare en daarmee moeten we ons dus zien tevreden te houden. Deze dubbel-cd is voor 3/5de een compilatie van de 3 voorgaande cd’s, aangevuld met 8 nieuwe songs die zeker niet moeten onderdoen voor de oude bekenden. De selectie voor de compilatie werd gemaakt door DJ/musicoloog/schrijver Charlie Gillett zaliger en producer/World Circuit-baas Nick Gold. Met haar debuut introduceerde Sangare destijds gedurfde nieuwe ritmes en een muzikale kleur die de West-Afrikaanse dansvloeren stormenderhand innamen. Maar het betekende vooral de lancering van die bijzondere stem van een getalenteerde jonge vrouw met een immens charisma. Sangare’s idioom is dat van de jagersmuziek. Vóór de kolonisatie waren de herders de beschermers van de dorpen, de kostwinners, de genezers en de filosofen. Hun muziek werd gespeeld op een zessnarige harp en men geloofde dat die muziek magische krachten bezat die de jagers beschermden en de gevaarlijkste dieren konden temmen. Oumou wil de kracht en de betovering van die muziek in haar liederen overbrengen. Het belangrijkste instrument in haar groepsgeluid is dan ook de kamalengoni, een hedendaagse versie van de jagersharp. Die produceert gejaagde ritmes en grooves en resoneert met allerlei stijlen zoals funk, rhythm and blues en afrobeat. Er valt ook wel rustiger werk te beluisteren zoals het absolute kippevelmoment op dit album, ‘Djorolen’. Ook de viool is nadrukkelijk aanwezig en evoceert de treurige klank van de éénsnarige vedel van de Wassoulou. Doorheen haar hele oeuvre heeft Sangare er steeds naar gestreefd de diverse Malinese tradities te exploreren en dan vooral die van haar eigen Wassoulou. Of zoals ze zelf zegt: “Waarom andermans muziek spelen als die van ons zo rijk is?”. Voor wie nog niets in huis heeft van Oumou Sangare en door haar verhaal gefascineerd is geworden is ‘Oumou’ een absolute aanrader (ook al gezien dit naast ‘Seya’ haar enige nog verkrijgbare werk is). En terwijl je toch bij je Oxfam-platenboer aanbeland bent: schaf dan ook maar ‘Seya’ aan.
Bouwjaren: 1990-2003
publieksprijs: 19,45 (2 cd)



SONG VAN DE MAAND

  • JOE DRISCOLL & SEKOU KOUYATE – Faya (Gentleman’s Dub Club Remix)

KOOPJES VAN DE MAAND

PACO de LUCÍA

  • Siroco
    publieksprijs: 6,45
  • Entre dos aguas
    publieksprijs: 9,20

KONONO N° 1 – Assume Crash Position

Dit is een tijdelijke onwaarschijnlijk spotgoedkope aanbieding. Deze cd van de Congolese straatband Konono N° 1was het vierde deel in de Congotronics-serie van producer Vincent Kenis. Ook deze cd werd opgenomen in hun thuisstad Kinshasa. Hun bezwerende en opzwepende muziek wordt vooral gekenmerkt door de hypnotische percussie (duimpiano’s en drums gemaakt van schroot en oude auto-onderdelen). Je kan hun muziek het best omschrijven als een mix van traditionele bazombo trance en een overstuurde moderne sound: de klank is rauw, heftig en energiek. Of zoals het gerenommeerde muziekmagazine fRoots het omschrijft: ‘Extreme Congolese roots noise terror!’.
publieksprijs: 3,30