CD-nieuws augustus 2014



KASAI ALLSTARS – Beware The Fetish

KASAI ALLSTARS – Beware The Fetish

Zes jaar na hun overweldigende en indrukwekkende debuutalbum presenteren Kasai Allstars de opvolger ‘Beware The Fetish’. Het is meteen ook deel 5 in de onvolprezen ‘Congotronics’-reeks van het Brusselse label Crammed Discs, die op unieke en onnavolgbare wijze muziek op de kaart zet die traditie en moderniteit organisch koppelt. Kasai Allstars verenigt 16 muzikanten uit 5 groepen die elk uit een andere etnische groep uit Kasai komen, een andere taal spreken en een verschillende muzikale cultuur vertegenwoordigen: met deze gegevens willen de muzikanten dan ook een zeer duidelijk signaal geven en zijn ze er dan ook in geslaagd het schijnbaar onverenigbare te verenigen. De meeste van deze muzikanten komen uit de jungle en hebben zich ondertussen in Kinshasa gevestigd. Op ‘Beware The Fetish’ worden ze nog eens bijgestaan door 24 gastmuzikanten. De muziek wordt gekenmerkt door karakteristieke, charismatische vraag-en-antwoord-gezangen, urgente percussie, hardnekkig aanhoudende gitaar- en xylofoonriffs en de prominent aanwezige, ambachtelijk versterkte en verwrongen likembe (een duimpiano; zie de hoesfoto). Congotronics kan zowat beschouwd worden als het geesteskind van producer Vincent Kenis (zie ook: Konono N°1 en Staff Benda Bilili) en het moet met nadruk gezegd dat Kenis dat kind met alle respect en egards behandelt. Dit verhaal ging ook niet onopgemerkt voorbij aan de aandacht van vele muzikanten uit de elektronische muziek en de indie rock, wat in 2010 resulteerde in het album ‘Tradi-Mods vs Rockers’. Dit zou het vermoeden kunnen opwekken dat we hier een stortvloed van ruige, urbane muziek krijgen. Mis poes dus. Basaal is dit muziek uit de jungle waarbij de sleutelwoorden ritualistisch, furieus, messcherp, spookachtig, hypnotisch, dreigend, resonerend en trance zijn. Ons slotadvies voor de luisteraar is: geef je voor de volle 100% over aan Kasai Allstars. Een overweldigende, overrompelende, meeslepende en extreem intense luisterervaring zal je deel zijn. 12 op 10, een bank vooruit, een kus van de juffrouw en vooral een plaats in de ultieme playlist van 2014.
publieksprijs: 20,80 (2 cd)





KAREYCE FOTSO – Mokte

KAREYCE FOTSO – Mokte

Vier jaar geleden zette de Kameroenese zangeres, multi-instrumentaliste, componiste en songschrijfster Kareyce Fotso met haar (althans internationaal) debuut ‘Kwegne’ één van de hoogtepunten van dat jaar neer. We maakten kennis met een begenadigde chansonnière die het vak o.m. leerde als backingvocaliste bij Sally Nyolo. Nu presenteert ze ‘Mokte’, de “moeilijke” tweede (of derde in haar geval), “moeilijk” omwille van de verwachte bevestiging. Ook ‘Mokte’ is uitgegeven bij het Waalse kwaliteitsmuziekhuis Contre Jour, waar het bulkt van het (West-)Afrikaanse talent (zie ook: Habib Koité, Dobet Gnahoré, Aly Keïta, Afel Bocoum, Gangbé Brass Band….). Met de ene voet in haar Kameroenese cultuur en de andere in de westerse is Fotso een bijzonder getalenteerde en energieke Afrikaanse vrouw met een zeer krachtig, flexibel, loepzuiver en vooral eigen stemgeluid met een zeer groot bereik. Ze zingt o.m. over haar geboortestreek Bamiléké en over de Beti-cultuur waarin ze opgroeide. Ze gaat strijdvaardig tekeer tegen gearrangeerde huwelijken, tribalisme, de exodus van gelukszoekers naar Europa en meer van dat fraais. Doch niet alles is kommer en kwel: “mokte” betekent “geloven” en hier staat dat voor geloven in jezelf en het waarmaken van je dromen, maar evenzeer gaat het over de teleurstellingen die je daarbij kan oplopen wanneer het even tegenzit. In tegenstelling tot bij haar debuut zijn hier meer muzikanten betrokken en dat geeft aan ‘Mokte’ toch een(kleur)rijkere klank. De sfeer die ze neerzet gaat van ingetogen tot uitbundig en strijdvaardig met nog wat schakeringen daar tussenin. Fotso maakt deel uit van een nieuwe generatie zangeressen die met veel fierheid hun roots bezingen maar verder kijken dan dat: ze komen gedecideerd op voor hun rechten en al even gedecideerd zijn ze bij het aanklagen van wantoestanden allerlei, en zo hebben we ze graag. ‘Mokte’ staat bol van hedendaags Afrikaans chanson van de allerbovenste plank en van zeer veel karaat dat de voorbije jaren floreert als nooit tevoren. De slappe bossa-afsluiter ‘Aya’ bedekken we met onze ondertussen legendarisch geworden mantel der liefde. Kareyce Fotso doet met ‘Mokte’ meer dan bevestigen: ze hijst zich moeiteloos op diezelfde eenzame hoogte waar andere fijne madams als Rokia Traoré, Dobet Gnahoré, Fatoumata Diawara, Oumou Sangare en vooral die vele anderen vertoeven. Wij wensen haar daar dan ook een levenslang verblijf toe en van ons mag ze best nog een etage bijbouwen. Bij ons is een plaats in de ultieme playlist van 2014 alvast haar deel.
publieksprijs: 17,90





MERIDIAN BROTHERS – Salvadora Robot

MERIDIAN BROTHERS – Salvadora Robot

Meridian Brothers kan het best omschreven worden als een alias van Eblis Álvarez, een Colombiaanse multi-instrumentalist die we ook kennen van Ondatrópica en Frente Cumbiero. In Colombia wordt hij aanzien als een genie. Twee jaar geleden konden we voor het eerst kennis maken met de bezieler van dit geweldige project bij de release van ‘Desesperanza’, het vierde album dat hij maakte onder die naam, het eerste dat ook buiten Colombia verscheen. Vorig jaar verscheen dan nog de compilatie ‘Devoción (Works 2005 – 2011)’, een bloemlezing uit de eerste 3 albums die tot dusver enkel verschenen op het lokale La Distritofónica label. Álvarez creëert een geheel eigen universum en een surrealistisch landschap met behulp van traditionele instrumenten, elektronica en verwrongen vocalen. In zijn elektronische speeltuin exploreert deze muzikale non-conformist en dissident doorheen zijn psychedelische lens een zeer brede waaier aan stijlen. Wanneer deze man aan het muzikale front verschijnt is geen enkele stijl nog veilig: vintage tropicália, salsa, cumbia, currulao (een Afro-Colombiaanse stijl), highlife, ethiojazz, surf, champeta, mestizo en tutti quanti: alle moesten ze er in het verleden al aan geloven. Daar waar op ‘Desesperanza’ vooral experimenten met salsa de hoofdtoon voerden is op ‘Salvadora Robot’ iedere track gebaseerd op een andere latin-stijl (merengue, cumbia, reggaeton, currulao, vallenato….). Ondertussen heeft de man wellicht het merendeel van de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische stijlen en ritmes aangepakt: het recept is quasi onveranderd gebleven maar dat kan vooral de pret niet deren. De klank is ook nu uitermate speels en weird maar soms ook wel donker. Het eindresultaat is naar goede gewoonte bij Eblis Álvarez bijwijlen briljant maar vooral overstuurd, freaky, extravagant en zéér prettig gestoord en het getuigt bovenal van een unieke esthetiek. ‘Salvadora Robot’ is m.a.w. Colombia voor gevorderden. Van bescheidenheid en gebrek aan gevoel voor humor kan de man zeker niet beschuldigd worden: Álvarez nam zoals steeds ook dit album op in zijn eigen studio in Bogotá, genaamd Isaac Newton studios.
publieksprijs: 18,40



AYNUR – Hevra

AYNUR – Hevra

Aynur is een Turks-Koerdische zangeres en ‘Hevra’ is haar achtste album. Wij ontdekten haar pas bij haar vorige album ‘Rewend’, 4 jaar geleden. Vroeger maakte ze nog deel uit van de agitfolkgroep Grup Yorum. Op haar nieuwe album verlaat ze haar vertrouwde format en verrijkt ze de traditionele Koerdische muziek met nieuwe invloeden en aldus creëert ze een meer diverse en kleurrijke klank. Meebepalend bij deze koerswijziging was Javier Limón: de productie was in zijn zeer goede handen en op een groot deel van de liederen speelt hij ook gitaar en wie de man kent weet wat dat laatste betekent. De liederen zijn deels Koerdische traditionals en deels originele composities van Aynur. Het gitaarspel is een duidelijke verrijking voor Aynur’s muziek en samen (Nederlands voor ‘hevra’) hebben ze een nieuwe en unieke fusie van Koerdische muziek en Spaanse flamenco gecreëerd. Het plaatje wordt vervolledigd door de zeer opvallende, intense en expressieve stem van Aynur met als resultaat een schitterend werkstuk. Limón deed veel meer dan enkel haar muziek verrijken met zijn gitaar: in zijn productie had hij ook een bijzonder oor voor Koerdische instrumenten zoals de ney en de bilûr (fluiten) en de tembûr (twee- of driesnarig instrument) en hij deinsde er ook niet voor terug om die te combineren met bas, percussie, piano, cello, klarinet, bouzouki en zelfs de klank van flamencodans. De grootste verdienste van Limón is misschien wel dat hij de uitzonderlijke zangkwaliteiten van Aynur en de bijzondere zeggingskracht van haar stem zeer centraal plaatst. En hoe goed ze wel kan zingen bewijst ze op de 2 livetracks op ‘Hevra’: live is wel dé lakmoesproef voor iedere vocalist en muzikant. Wij zijn ook bijzonder verheugd dat de teksten in het cd-boekje vertaald zijn naar het Engels. Aynur zingt over leven in ballingschap, verdriet, liefde en de Koerdische hoofdstad Diyarbekir in Oost-Turkije. En omdat Limón muzikaal veel meer beslagen is dan wij laten we hem tot slot zelf aan het woord: “De stem van Aynur is één van de opvallendste ter wereld. Ze verschijnt als een vlam uit de diepten van de aarde en ze doet onze ziel gloeien met een stem die, meer dan ze zingt, boven de instrumenten uitvliegt.” En zo prijst hij haar nog een eind verder in de hemel. Wij kunnen enkel beamen en zetten die ploate niet af want ze is fantasticó! En meer dan dat: ‘Hevra’ van Aynur (en ook van Javier Limón) is de twaalfde voltreffer van 2014.
publieksprijs: 13,25




METÁ METÁ – MetaL MetaL

METÁ METÁ – MetaL MetaL

Metá Metá komt uit het Braziliaanse muzikale mekka São Paulo alwaar ze één van de populairste bands zijn. Maar de belangrijkste invloed van hun buitengewone fusiestijl komt uit meer noordelijke regionen, met name uit Bahia, het centrum van de Candomblé, de Afro-Braziliaanse religie die banden vertoont met West-Afrika en met de slavernijtijden. Alle bandleden blijken ook trouwe aanhangers van de Candomblé te zijn. Enkele tracks op dit album zijn dan ook odes aan orishas (goden) uit dit geloof. Zelf omschrijven deze muzikanten hun muziek als afro-punk. Deze bijzondere band (een trio, aangevuld met gastmuzikanten) opent zijn tweede album met een korte, scherpe, dissonante wervelwind met verwrongen en weeklagend religieus gezang. Deze intro is slechts een korte storm die gevolgd wordt door een coole, afgemeten, strelende mix van funky Afro-Braziliaanse ritmes, art rock, de Braziliaanse variant van afrobeat, afrosamba en freejazz terwijl de teksten verhalen brengen over verwaarloosde goden en godinnen van het Yorubavolk uit de oudheid. Het geluid verandert voortdurend van richting, van vlotte danspassages en kabbelend Afrikaans getint gitaarwerk tot onverhoedse, wilde en eclectische geluidsgolven en een donderende geluidsmuur met de coole, dominante zang van Jucara Marcal die in felle concurrentie gaat met de furieuze saxofoon en percussie. Bij het beluisteren van deze bijzonder boeiende cd passeerden vele namen de revue in ons hoofd: Marc Ribot, Sonic Youth, The Thing, Los Cubanos Postizos, Tom Waits (in de arrangementen), John Coltrane, Sun Ra, Neneh Cherry, Melt Yourself Down (zie cd-nieuws augustus 2013). Metá Metá bereikt op het avontuurlijke en overweldigende ‘MetaL MetaL’ een haast perfecte balans tussen grensaftastende avant-garde en een nadrukkelijk talent voor merkwaardige hooks en dansbare grooves, met oog voor de eigen traditie. Niemand minder dan de onvermijdelijke en alomtegenwoordige Tony Allen drumt hier mee op 2 tracks en dit is wat hij heeft te vertellen over dit trio: “Rootsy and modern at the same time, Metá Metá are inventors for the new music scene in Brazil!”. Zeg dat hij het gezegd heeft. Amper een maand na ‘Ocupai’ van Bixiga 70 komt er ons vanuit Brazilië alweer een zeer frisse wind toegewaaid en dat waren we al een hele tijd niet meer gewend. ‘MetaL MetaL’ is goed voor de dertiende nominatie voor de ultieme playlist van 2014 én voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,40




SIMO LAGNAWI – Gnawa London

SIMO LAGNAWI – Gnawa London

Simo Lagnawi is een Mâalem (een Gnawa-meester-muzikant) uit Marokko en wordt aanzien als de belangrijkste hedendaagse vertolker van Gnawa in de UK. Zijn optredens bevatten naast zang en muziek ook acrobatische dans. Gnawa is de sacrale en spirituele trancemuziek van de nazaten van de slaven die dwars door de Sahara naar Noord-Afrika werden gedeporteerd. Traditioneel wordt deze repetitieve, hypnotische muziek -samen met rituele gezangen, poëzie, genezing en dans- gespeeld op Lilas (nachtelijke vieringen) waarbij aloude geesten worden opgeroepen. De vertolkers staan in hoog aanzien in Marokko. De Mâalem leidt zijn groep in vraag-en-antwoord-gezangen met zijn guembri (een driesnarige bas bedekt met kamelenhuid). De metalen krakebs zorgen samen met bellen, trommels en handgeklap voor de ritmische ondersteuning. ‘Gnawa London’ is een solo-album in de meest letterlijke zin van het woord. 8 van de 10 tracks op dit album zijn traditionals; de 2 eigen composities gaan over de Arabische lente en over zijn ervaringen als Marokkaanse immigrant in de UK. Juni vorig jaar won hij Battle Of The Bands van World Music Network en eerder dit jaar prijkte hij ook al op ‘The Rough Guide To The Best African Music You’ve Never Heard’. Dit najaar verschijnt de opvolger van ‘Gnawa London’ op Riverboat Records. Dit album is ondertussen een jaar oud maar is pas nu verkrijgbaar in onze kontreien. Aangezien Lagnawi de enige vertolker is op dit album worden de vocale harmonieën van de karakteristieke vraag-en-antwoord-gezangen vervangen door overdubs. Lagnawi creëert een hoogst persoonlijk klanktapijt en slaagt er in, ondanks de lange stukken, de focus zeer strak te houden. De stemmingen gaan van loom tot hoogst opgeladen. Lagnawi bespeelt de guembri op een zeer bluesy en gevoelvolle manier: dit vormt een stevige onderbouw voor de vele stemmingsfluctuaties in de composities. Bij ons zal deze muziek wel nooit populair worden maar ze verdient ten volle jullie aandacht, ook al vraagt die veel inspanning en uithoudingsvermogen.
publieksprijs: 20,10





NOURA MINT SEYMALI – Tzenni

NOURA MINT SEYMALI – Tzenni

De Mauritanische zangeres en griot Noura Mint Seymali begon te zingen als achtergrondzangeres bij haar stiefmoeder, de befaamde Dimi Mint Abba, maar heeft ondertussen een eigen, exuberante stijl ontwikkeld. ‘Tzenni’ betekent in het Hassaniya (een taal gebruikt in de westelijke Sahara) ‘ronddraaien’ en verwijst naar een wervelende dans die hoort bij de muziek van de Moorse griots. Dit album werd geproducet door Matthew C. Tinari die hier ook de drumsticks hanteert en werd opgenomen in New York, Mauritanië en Senegal door Tony Maimone (ex-Pere Ubu). Het instrumentarium is een mix van traditionele en westerse instrumenten: enerzijds ardine (verwant aan de kora en bespeeld door Seymali) en tidinite (verwant aan de ngoni en bespeeld door Seymali’s echtgenoot Jeiche Ould Chighaly), anderzijds het klassieke rocktrio gitaar, bas en drums. Seymali stamt uit een lang geslacht van muzikanten en laat op ‘Tzenni’ een frisse en hedendaagse interpretatie van de tradities van dat geslacht horen. De negensnarige ardine is een instrument dat traditioneel enkel door vrouwen wordt bespeeld. De songs worden echter vooral gedomineerd door de furieuze, verwrongen en hakke(le)nde elektrische gitaarlijnen van manlief, maar Seymali zorgt met haar ardine voor het nodige evenwicht. De klank op ‘Tzenni’ knettert bijwijlen als een soundsystem op een Noord-Afrikaanse markt, door Tinari opgepoetst met New Yorkse studioglans. Seymali heeft een lenige, uitbundige en bezwerende stem met een riante dosis vibrato en passie. Ook de muziek kan als uitbundig, wervelend, gedurfd en bezwerend omschreven worden. Het enige minpunt op ‘Tzenni’ zijn de arrangementen die wat te eendimensionaal zijn, maar voor de rest niets dan lof: Noura Mint Seymali is een ontdekking in de meest waarachtige zin van dat woord.
publieksprijs: 18,75




MAMY KANOUTÉ – Mousso Lou

MAMY KANOUTÉ – Mousso Lou

Dat de kora goed bevriend is met vele andere instrumenten werd in het recente verleden uitvoerig geïllustreerd. Denk maar aal pareltjes als ‘Chamber Music’ van koraspeler Ballaké Sissoko en cellist Vincent Segal, ‘Clychau Dibon’ van harpiste Catrin Finch en koraspeler Seckou Keita en ‘Faya’ van gitarist Joe Driscoll en koraspeler Sekou Kouyate. Tot diezelfde conclusie kwamen ook violist Wouter Vandenabeele en koraspeler Bao Sissoko toen ze in 2009 voor het eerst samenwerkten voor Issa Sow. Sindsdien werkten ze wel vaker samen zoals ook vorig jaar met de Senegalese griotzangeres Mamy Kanouté, bekend van het orkest van de grote Baaba Maal. Het resultaat van die samenwerking is deze cd ‘Mousso Lou’. De cd werd grotendeels opgenomen in Dakar; de opnames van de strijkers van The Ghent Violin Project en de mix gebeurden in Gent en in Luik. Ook op deze cd zijn naast het heerlijke en vurige stemmenwerk van 7 vocalisten de koras en de violen prominent aanwezig; daarnaast worden ook nog hoddus, balafons, gitaren, een violoncello, contrabassen, een sax, bassen en percussie aangevoerd: voorwaar een heel bataljon. Kanouté zorgde voor het grootste deel van de teksten; de composities zijn -naast 2 traditionals- van de hand van Kanouté, Baye Diop en Noumoucounda Cissokho. Het resultaat is een briljant samengaan van traditie en moderniteit, van Afrikaanse en westerse instrumenten en dit alles met een zeer diep respect voor en een hedendaags-dynamische impuls aan de traditie. Wat de teksten betreft krijgen we hier een gelijklopend verhaal zoals we hogerop al beschreven bij Kareyce Fotso: ook Mamy Kounaté maakt deel uit van die nieuwe generatie Afrikaanse zangeressen die het in de teksten opneemt tegen onrecht en onverdraagzaamheid allerhande en een lans breekt voor Afrika en voor de Afrikaanse vrouwen. ‘Mousso Lou’ staat voor uiterste verfijning en is een overweldigende luisterervaring waarbij de kora weer nieuwe vriendjes gemaakt heeft en waarbij vooral het stemmenwerk (ook van het achtergrondkoor) tonnen kippevel genereert.
publieksprijs: 20,40





OUMAR KONATÉ – Addoh

OUMAR KONATÉ – Addoh

Mali en zijn gitaristen: daarover kan stilaan een lijvig boek geschreven worden en op het WK voor elektrische gitaren zou het land wellicht de topfavoriet voor de titel zijn. Vandaag stellen we jullie Oumar Konaté voor. Reeds in de lagere school kon Konaté zijn klasgenootjes ontroeren met zijn passie voor muziek en zang. Na schooltijd speelde hij met zijn eerste band aan de voordeur van het ouderlijke huis. Toen hij op de middelbare school was trok hij mee met Orchestra of Gao (zijn thuisstad). Hij haalde later een graduaat aan het prestigieuze National Institute of Arts en aan het Institut de Formation des Maîtres. Sindsdien is hij een veel gesolliciteerde begeleider bij vele Malinese topmuzikanten. ‘Addoh’ is zijn internationaal debuut. Het album werd opgenomen tijdens de politieke crisis in 2012 en 2013. Aldus geeft het een overgangsperiode in zijn muzikale expeditie weer alsook een muzikale dissertatie over de emoties en de belevenissen van jonge Malinezen gedurende de rebellieperiode en de staatsgreep. Het mag dan ook niet verbazen dat die politieke toestand in enkele van de liederen het onderwerp is: ondanks alle calamiteiten horen we de uitdrukking van optimisme en hoop op vrede. Andere thema’s zijn o.m. respect voor de ouders, de liefde (!), oprechtheid, nakomen van beloftes, dansen…. Deze verscheidenheid aan onderwerpen zorgt dan ook voor een brede waaier aan muzikale sferen: van relaxt, zwierig, pastoraal en delicaat over ritmisch, dansbaar en hoekig tot donker en dreigend. Oumar Konaté wordt begeleid door een keur aan Afrikaanse en Amerikaanse gastmuzikanten waarvan de bekendste Dramane Toure, Professor Louie, Amadou Keita, Sidiki Diabaté en de blazerssectie van Debo Band zijn. Zoals zo dikwijls op cd’s van Malinese muzikanten horen we een boeiend, gesofisticeerd en geslaagd samengaan van oude en moderne instrumenten en stijlen en het zal jullie wellicht ook niet verwonderen dat de blues nooit ver weg is. Oumar Konaté is een begiftigde zanger en gitarist en heeft met ‘Addoh’ zijn selectie voor het Malinese team voor het WK voor elektrische gitaren in de wacht gesleept.
publieksprijs: 19,30





EDWIN SANZ – San Agustín

EDWIN SANZ – San Agustín

Edwin Sanz is een zeer getalenteerde Venezolaanse salsa-percussionist die al meer dan 20 jaar in het vak zit en al samenwerkte met o.m. Africando, Jimmy Bosch, Rodrigo y Gabriela, Alex Wilson, Mali Latino, Bobby Cruz, Tito Nieves…. Voor ‘San Agustín’ liet hij zich bijstaan door de grote Alex Wilson die voor de productie en de arrangementen instond en meeschreef aan de composities. Dit laatste deden ook stemmenarrangeur Rodrigo Rodriguez en tekstschrijver Rafael Quintero. Edwin Sanz presenteert ‘San Agustín’ als een viering van straatleven en -cultuur in zijn gelijknamige barrio (buurt) en van de muziek en dans die onlosmakelijk verbonden zijn met zijn jeugd in Caracas. Op dit album horen we een nieuwe generatie van toonaangevende salsamuzikanten en -vocalisten in Europa aan het werk, aangevoerd en aangevuurd door Edwin Sanz. Ze brengen een bruisende en zeer levendige mix van salsa dura, salsa soul en salsa moderna. ‘San Agustín’ duurt helaas 2 nummers te lang: er wordt afgesloten met het zeer melige ‘Eso Tierno’ en met de platte popcover van ‘You Gotta Be’ van Des’ree. Amper een maand na ‘Puerta Del Sur’ van Bio Ritmo wordt ons alweer een boeiende salsa-cd voorgeschoteld en met dat gemiddelde waren we al eeuwen niet meer vertrouwd.
publieksprijs: 20,40





MESTRE CUPIJÓ e SEU RITMO – Siriá

MESTRE CUPIJÓ e SEU RITMO – Siriá

Deze compilatie is wellicht één van de eerste internationale releases waarop één van de best bewaarde geheimen uit de Braziliaanse muziek wordt prijsgegeven: siriá. Op het eerste gehoor klinkt dit helemaal niet als wat wij als “typisch” Braziliaans kennen en ervaren: men zou zich eerder in Jamaica, Colombia of zelfs in bepaalde Afrikaanse regionen wanen. Deze muziek heeft absoluut geen uitstaans met samba, bossa nova, choro en andere hier wel gekende Braziliaanse genres. Siriá is een kruisbestuiving tussen de muziek uit de quilombos (nederzettingen van ontsnapte Afrikaanse slaven) en inheemse ritmes uit het Amazone-regenwoud. Deze muziek zette decennia lang straatfeesten in vuur en vlam in de noordelijke staat Pará en inspireerde Mestre (= meester) Cupijó om er een moderne versie van te creëren. De in 2012 overleden geboren Cupijó zag in 1936 het levenslicht in een muzikantenfamilie. Hij leerde klarinet, mandoline, piano en gitaar spelen maar ging zich later bijna hoofdzakelijk toeleggen op de altsax. Hij ging zich intensief verdiepen in de muziek uit de quilombos en dat zou zijn leven drastisch wijzigen: hij richtte Jazz Orquestra os Azes do Ritmo op dat alras de muzikale sensatie van de regio werd. In totaal namen Cupijó en zijn orkest 6 lp’s op tussen 1975 en 1982 en deze ‘Siriá’ is daarvan een compilatie. Naast siriá horen we hier ook mambo en ska en invloeden van wals, bolero, carimbó, merengue, dancehall, Cubaans/Colombiaanse brass en relaxte Afrikaanse ritmes. De totaalklank is verbazingwekkend, meeslepend, carnavalesk, uitzinnig en koortsig. Dit zeer goed bewaarde geheim is veel te laat prijsgegeven, maar zoals het cliché zegt: beter laat dan nooit. Wij hopen van harte dat jullie met zijn allen dit juweel willen ontdekken.
publieksprijs: 13,95




SAKAR KHAN – At Home

SAKAR KHAN – At Home

Sakar Khan, die vorig jaar op 75-jarige leeftijd overleed, wordt wereldwijd erkend als een meester op de kamancha. In een al wat verder verleden speelde hij samen met o.m. Yehudi Menuhin, Ravi Shankar en George Harrison. Wat Menuhin voor de viool betekende en Shankar voor de sitar, dat betekende Khan voor de kamancha. De kamancha is een gebogen strijkinstrument, uitgesneden uit mangohout en bedekt met geitenhuid. Het instrument heeft een rijke, lyrische cello-achtige klank. Sakar Khan was afkomstig uit de Manganiyar-gemeenschap uit Rajasthan en speelde muziek met een geschiedenis van meer dan duizend jaar en kon aldus beschouwd worden als een levend archief. De titel ‘At Home’ mag letterlijk begrepen worden want deze cd werd -op 1 track na- opgenomen bij hem thuis. Sakar wordt begeleid door zijn zonen Ghewar (kamancha, zang), Firoze (dholak drum, zang) en Dara (kamancha). De instrumentale stukken en de liederen zijn opgedragen aan koningen en goden. Het spel op deze veldopnames is verrukkelijk en zeer hoogstaand en maakt, geholpen door de opnameomstandigheden, een behaaglijk intieme en vertrouwelijke indruk. Deze muziek verraadt absolute topkwaliteit maar vergt ook een zeer grote inspanning van de luisteraar en, eerlijk toegegeven, voor ons plezier zullen we deze cd niet meer beluisteren. ‘At Home’ verschijnt op Amarrass Records uit Delhi dat gelieerd is aan het gelijknamige woestijnfestival. Dit label werd opgericht door 4 zeer enthousiaste bluesfanaten die de voorbije jaren Rajasthan doorkruisten om bij muzikanten thuis opnames te maken. Het label was ook al verantwoordelijk voor internationale releases van o.m. Madou Sidiki Diabaté en Lakha Khan.
publieksprijs: 16,85



RIVERBOAT RECORDS

SÖNDÖRGÖ – Tamburocket   Hungarian Fireworks

SÖNDÖRGÖ – Tamburocket Hungarian Fireworks

De tambura is een gevestigd en populair snaarinstrument (lijkt een beetje op de mandoline en de bouzouki) bij de Servische en Kroatische gemeenschappen in Hongarije. Het instrument is waarschijnlijk van Turkse origine en het kan bespeeld worden als solo-instrument, maar meestal wordt het gebruikt in kleine orkesten, zoals dit Söndörgö, een multi-etnisch familieorkest uit Hongarije. Dit orkest is samengesteld uit drie broers Eredics, een neef van hen en dan nog een vreemde eend in de bijt. De vijf muzikanten bespelen, naast nog andere instrumenten, diverse types tambura. Drie jaar geleden debuteerde dit orkest met het verbluffende album ‘Tamburising: Lost Music of the Balkan’. Voorheen hadden ze al een meer dan uitstekende cd gemaakt samen met saxofonist Ferus Mustafov. Voor de muziek op dit nieuwe album lieten ze zich inspireren door Béla Bartók (van wie hier een korte veldopname uit 1912 te horen is) en door Tihamér Vujicsics, een Hongaarse etnograaf van Zuid-Slavische muziek. Söndörgö doet meer dan het terug opleven van deze traditionele Servische en Kroatische muziek, het orkest exploreert en herwerkt ook muziek van dieper in de Balkan, met Macedonische, Bulgaarse en Turkse invloeden. Ook al gaat het om muziek die door de traditie is geïnspireerd, dan toch heeft het spel niets weg van wat wij kennen als traditionele Hongaarse vioolmuziek: Söndörgö klinkt lichtvoetig, dartel, veerkrachtig en uiterst delicaat. De groep combineert op meesterlijke wijze respect voor de tradities met de drang tot vernieuwing en doet dit met een bruisende virtuositeit. Iemand een etiket vandoen? Dan opteren we voor Hongaarse Nu-folk. Dranouter 2015 zou er zeer wel bij varen.
publieksprijs: 13,15



REGGAE

 The Foundation Sound’ (compilatie)

‘STUDIO ONE DANCEHALL Sir Coxsone In The Dance: The Foundation Sound’ (compilatie)

Sinds 2004 is Soul Jazz Records bezig met de inventarisatie van de opnames van de schatkamers van de iconische Jamaicaanse opnamestudio Studio One. Ondertussen staat de teller al op meer dan 30 albums maar dit is de eerste titel die volledig gewijd is aan de dancehallscene die ontstond aan het eind van de jaren 70. Naast gekende namen als Ernest Wilson, Johnny Osbourne, Lone Ranger en Sugar Minott bevat deze compilatie ook werk van minder bekende DJs die hun zanglijnen vertolken (in vaktermen: toasten) bovenop instrumentals die werden opgenomen door de geniale producer Clement “Coxsone” Dodd. Deze compilatie brengt het verhaal van een cruciaal moment in de geschiedenis van de Jamaicaanse muziek, toen een nieuwe generatie DJs en MCs een prominente rol gingen opeisen met een nieuwe sound en stijl die later uitmondde in de moderne dancehall zoals we die nu nog kennen maar die een stuk minder boeiend en vooral een stuk monotoner klinkt. Over Studio One en over het belang ervan hebben wij het hier al vaak gehad: voor wie dan nog eens wil nalezen verwijzen we graag naar het cd-nieuws van november 2011, juli 2012 en maart 2013. Wat Motown heeft betekend voor rhythm and blues en soul was Studio One voor ska, rocksteady, reggae, dub en dancehall. ‘Studio One Dancehall’ is alweer een briljante collectie die toegevoegd wordt aan deze uitstekende en essentiële compilatiereeks waarbij we wel één kanttekening hebben en dat is de hoge vraagprijs voor wat tenslotte toch nog steeds een recyclagereeks blijft, hoe belangrijk die ook moge zijn voor de inventarisatie van de schatkamers van een baanbrekende studio.
publieksprijs: 20,15



GOUD VAN OUD

ZIGGY MARLEY and THE MELODY MAKERS - Jahmekya

ZIGGY MARLEY and THE MELODY MAKERS - Jahmekya

Bouwjaar: 1991
Vorige maand hebben we in deze rubriek de monumentale erfenis van vader Bob in de vitrinekast geplaatst, nu is het de beurt aan het chef d’oeuvre van zijn oudste zoon. Ziggy is wellicht de muzikaal meest getalenteerde nakomeling uit het nageslacht van Bob (en met de jaren beginnen Ziggy’s uiterlijk en stem ook steeds meer op die van zijn vader te lijken), ook al heeft hij zich het voorbije decennium redelijk onsterfelijk belachelijk gemaakt met non-platen zoals ‘Wild and Free’, ‘In Concert’ en ‘Fly Rasta’. Maar eind jaren 80, begin jaren 90 heeft Ziggy Marley zich wel degelijk de muziekgeschiedenis in gezongen. Hij kwam toen zeer sterk uit de hoek met het drieluik ‘Conscious Party’, ‘One Bright Day’ en vooral het klassieke ‘Jahmekya’, zijn moment de gloire en vooralsnog zijn laatste noemenswaardige wapenfeit. Het is deze cd die we hier graag nog eens onder de meer dan welverdiende aandacht willen brengen. Uit dit drieluik kwamen superbe reggaeklassiekers zoals ‘Tomorrow People’, ‘One Bright Day’, ‘Look Who’s Dancing’, ‘Raw Riddim’ en ‘Kozmik’ (de laatste 2 uit ‘Jahmekya). Dit drieluik nam hij op met zijn toenmalige begeleidingsgroep en familiebedrijfje The Melody Makers (Ziggy, Sharon, Cedella en Stephen Marley) die hij dit jaar voor zijn recentste cd ‘Fly Rasta’ terug opviste. Na ‘Jahmekya’ deemsterde Ziggy beetje bij beetje weg en werd hij vooral politiek actief. In 2003 begon hij een solocarrière waarover we het hier al even terzijde hebben gehad. Dat de man ook nu nog steeds uitstekend kan zingen staat buiten kijf maar het gros van zijn composities uit de voorbije 2 decennia zijn routineuze lichtgewichten. Wanneer we nu deze ‘Jahmekya’ beluisteren dan is het moeilijk te geloven dat we met dezelfde artiest te maken hebben die verantwoordelijk is voor pakweg ‘Fly Rasta’. Met ‘Jahmekya’ ontgroeiden ze ook definitief hun teenybopfase en werd hun sound rijper, gesofistikeerder en potenter met gedigitaliseerde beats die schatplichtig waren aan de Jamaicaanse dancehalls. Ziggy en de zijnen dreven op ‘Jahmekya’ ook verder weg van de rootsy popreggae richting urbane hedendaagse klanken die op hen afkwamen uit de USA: het grootste deel van dit album exploreert die klanken en zo vlochten funk, soul en R&B zich in de groepssound. Dit zorgde er ook voor dat er een verschuiving ontstond in het publiek van Ziggy Marley van piepjong naar meer volwassen, een evolutie die de groep zelf ook aan het doormaken was. Een grote verdienste van dat album is ook dat Ziggy eindelijk uit de schaduw van zijn vader trad: hij was nu in de eerste plaats Ziggy Marley en niet langer meer enkel zoon van. Hoogtepunten: Naast de reeds vermelde kaskrakers en klassiekers ‘Raw Riddim’ en ‘Kozmik’ gingen wij ook nog voor de bijl voor ‘Rainbow Country’, ‘Drastic’, ‘Good Time’, ‘So Good So Right’ en ‘Namibia’.
publieksprijs: 9,20
Meer van deze artiest:
-met The Melody Makers:

Conscious Party (bouwjaar: 1988; 11,65€)
Live, Vol. 1 (2000; 11,75)
The Best Of (1998-1983) (1997; 20,45)
The Best Of (2008; 9,20)
-solowerk:
Love Is My Religion (2006; 7,80)
Love Is My Religion Live dvd (2008; 11,30)
Family Time 2009; 7,80)
Wild and Free (2011; 7,80)
In Concert (2013; 11,30)
Fly Rasta (2014; 17,05).


SONG VAN DE MAAND

AYNUR - Xerîw


EN VERDER NOG

-‘CALYPSO MUSICAL POETRY IN THE CARIBBEAN 1955-69’ (compilatie)

Calypso is, om het zeer summier uit te drukken, de onbeschaamde en subversieve carnavalsmuziek uit Trinidad. De eerste calypso-opnames dateren al uit 1912. De muziek verwierf een controversieel statuut omdat de zangers het medium aanwendden om de machthebbers te bekritiseren en in één en dezelfde beweging met veel branie op te scheppen over hun sexuele, drank- en gokprestaties. Het genre was een van de eerste Afro-diaspora-muziekvormen die internationale populariteit behaalden. De 19 zeldzame kleinoden op dit album zijn afkomstig uit Trinidad, Panama, Jamaica, NYC en London. Grote afwezige op deze compilatie is de onovertroffen Mighty Sparrow. We geven nog een dikke pluim aan huis van vertrouwen Soul Jazz Records om dit wat vergeten en verwaarloosde genre weer eens van onder het stof te halen en ook buiten het carnaval in Trinidad en London onder de aandacht te brengen. Bij de cd hoort ook een boekje (50 pag.) met info over geschiedenis, sociale context en geografie van calypso alsook met foto’s, origineel artwork en aantekeningen over alle artiesten en songs.
publieksprijs: 20,15

-MARIA BETHANIA – Carta De Amor

De koningin van de Braziliaanse MPB (Música Popular Brasileira) Maria Bethânia laat een dubbele live-cd los op de wereld. Het is de registratie van haar gelijknamige programma dat naast nieuwe nummers en ouder werk ook zes liederen bevat uit haar vorige studioalbum ‘Oasis’. We horen Bethânia in grote doen en de fans (en daar rekenen we onszelf niet toe) zullen hier van smullen maar onze cup of tea en zeker onze piece of cake is dit helemaal niet en zal dat ook nooit worden. Eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat we na cd 1 afgehaakt zijn want trop is te veel en in navolging van onze Vlaamschen gouwleider BDW hebben we dan maar die ploate afgezet. Voor de fans moeten we nog meegeven dat alle bijgevoegde info helaas ééntalig Portugees is.
publieksprijs: 21,60 (2 cd)