CD-nieuws december 2014

TONY ALLEN – Film Of Life

TONY ALLEN – Film Of Life

Samen met Fela Kuti was Tony Allen de grondlegger van de afrobeat. Over afrobeat hebben we hier de voorbije jaren bij wijze van spreken al boeken bijeen gepend, begeleid door een fanfare loftrompetten. Deze onwaarschijnlijk talentrijke Nigeriaanse drummer is in deze rubrieken ondertussen een abonnee. 35 jaar geleden trok hij de deur bij Fela Kuti’s Afrika 70 achter zich dicht en sindsdien was hij verantwoordelijk voor een ris intrigerende albums, onder eigen vlag maar ook in samenwerking met o.m. Afrobeat 2000, Ernest Ranglin, The Good,The Bad & The Queen (met Damon Albarn, Paul Simonon en Simon Tong), Jimi Tenor, Rocket Juice & The Moon…. Die albums laveerden tussen wereldmuziek, jazz en rock waarbij hij steeds op zoek ging naar nieuwe muzikale invalshoeken. De man is nu 74 en voor ‘Film Of Life’ (een bewust gekozen titel, want een terugblik op zijn muzikale leven) keerde hij terug naar Parijs om er dit album in te blikken. Alle stijlen waaraan hij zich gewaagd heeft komen hier aan bod: afrobeat, jazz, soul, funk, rock, pop…. Dit royale recept krijgt een (soms te) hippe saus mee waarvoor het producerstrio The Jazzbastards de hoofdverantwoordelijke is. En daar wringt nu net het schoentje: de uitstekende, dynamische en inventieve drumpartijen van Allen mogen dan wel de muziek domineren, bij momenten wordt het geheel de nek omgewrongen door nietszeggende en overbodige synths en andere spielereien die voor muzikaal behang zorgen dat je kan omschrijven als spacey muzak, een groot muzikant als Tony Allen onwaardig. De 2 bijdragen van een ander groot muzikant, met name Damon Albarn, zijn dat helaas ook. We blijven dus achter met gemengde gevoelens: ook de beste drummer ter wereld kan een half geslaagd werkstuk afleveren (de afrobeatpassages zijn wel van zeer sterke makelij). Tot slot nog deze kleine gedachte: een tijdje geleden trad Tony Allen aan op de Felabration in Brussel waar hij de affiche deelde met Seun Kuti; wat zou er gebeuren als beide heren de handen in elkaar sloegen en samen lekker loos gingen? Het is maar een eenvoudig verzoekje.
publieksprijs: 19,30





THE TOURÉ-RAICHEL COLLECTIVE – The Paris Session

THE TOURÉ-RAICHEL COLLECTIVE – The Paris Session

Twee jaar geleden bundelden twee aanstormende talenten hun krachten op ‘The Tel Aviv Session’. Zanger-gitarist Vieux Farka Touré, die toen steeds nadrukkelijker uit de schaduw van zijn wereldberoemde vader trad, sloeg de handen in elkaar met de Israëlische singer-songwriter en pianist Idan Raichel, die vooral bekend werd met het multiculturele The Idan Raichel Project. Dat album ontsproot aan jamsessies, oorspronkelijk enkel bedoeld voor het spelplezier. Het eindresultaat was een krachtig, hecht en bezwerend album met bijzonder emotieve melodieën in een heerlijke blend van Midden-Oosten-vibes en Mali-meets-Mississippi-blues naast nog tal van andere invloeden. The Touré-Raichel Collective openbaarde zich als een collectief in de ware zin van het woord: het was dus geen optelling van ego’s. Het oorspronkelijk plan was om deze nieuwe sessie in Bamako op te nemen maar de onstabiele situatie in Mali deed hen uitwijken naar Parijs. Uitgangspunt waren een aantal composities in vrije vorm (naast een coverversie van ‘Diaraby’ van Ali Farka Touré), maar ondanks de initiële improvisatorische benadering kwamen Touré en Raichel samen met hun muzikale kompanen Daby Touré (bas) en Abdourhamane Salaha (kalebas, conga’s) tot een goed gestructureerde klank. Beiden zijn iconen in eigen land en met hun samenwerking willen ze ook de kracht van muziek aantonen als bruggenbouwer tussen geografische, etnische, politieke en religieuze verschillen. In de woorden van Raichel is dit collectief “een nieuw imaginair eiland dat zich situeert ergens tussen Bamako en Tel Aviv”. Muzikaal slaan ze hier een andere weg in dan op ‘The Tel Aviv Session’: je zou de muziek op ‘The Paris Session’ eerder als elegante moderne jazz (vooral in de patronen die de piano neerzet) kunnen omschrijven, vertolkt doorheen een kaleidoscoop van cross-culturele invloeden en exploraties en verrijkt met een gediversifieerd smakenpalet. Dit kleinood herbergt samenwerking en improvisatie, bezield door de melodische en ritmische tradities van beide culturen. Het hoogtepunt van deze sessie is een sublieme, verkillende, verstilde en uitgeklede versie van Ali Farka Touré’s ‘Diaraby’ met enkel stem en piano.
publieksprijs: 18,55




KASSÉ MADY DIABATÉ – Kiriké

KASSÉ MADY DIABATÉ – Kiriké

Bij het aanschouwen van de muzikantenlijst sloegen wij aan het watertanden en likkebaarden. Koraspeler Ballaké Sissoko en cellist Vincent Segal zijn de voorbije jaren toegevoegd aan ons rijtje huisfavorieten. Vijf jaar geleden sloegen beide heren ons met verstomming met hun samenwerking op ‘Chamber Music’ en 2 jaar terug deed Sissoko dat nog eens op zijn eentje over op ‘At Peace’. Segal tekende voor de productie van ‘At Peace’ en dat doet hij ook nu voor ‘Kiriké’ van Kassy Mady Diabaté. Diabaté kennen we al langer en vooral van zijn eigen vroegere elektrische werk (nauw aansluitend bij dat van Salif Keita) alsook als zanger bij AfroCubism en Toumani Diabaté’s Symmetric Orchestra. Maar wellicht is de man op zijn best in een traditionele akoestische bezetting zoals hier, waarbij hij Mande-griotliederen van zijn voorouders zingt. De fluwelen klank van zijn diepe, resonante stem gedijt wonderwel in de akoestische omkadering van kora, balafon, ngoni en cello. Het contrast tussen de bedrieglijke eenvoud van de instrumentatie en de virtuoze complexiteit van het samenspel wordt dik in de verf gezet door de meesterlijke productie van Vincent Segal waarbij alle details van het spel ragfijn hoorbaar zijn maar waarbij de rijpe, intense en contemplatieve stem van Diabaté nadrukkelijk op de voorgrond blijft: op zijn 65ste lijkt die stem in betere staat dan ooit. Deze bijzonder ingetogen muziek vraagt een grote luisterbereidheid en -intensiteit maar net als bij het werk van Sissoko en van Segal krijg je daar ontzettend veel voor terug. ‘Kiriké’ verschijnt op het kleine maar fijne label No Format dat de wereld al vele pareltjes schonk van o.m. Julia Sarr & Patrice Larose, Mamani Keïta, Ballaké Sissoko, Vincent Segal, Lucas Santtana….
publieksprijs: 18,70



 Dubs & Versions I” (compilatie)

“GLITTERBEAT: Dubs & Versions I” (compilatie)

Vorige maand hebben we hier nog de lof van Glitterbeat Records gedicht n.a.v. het album van Fofoulah. Deze compilatie bevat -zoals de titel het aangeeft- dubs en versies van eerdere opnames op dit label. De originele opnames komen van Samba Touré, Ben Zabo, Aminata Wassidjé Traoré, Tamikrest, Lobi Traoré, Dirtmusic. De herwerkingen zijn creaties van Dennis Bovell, Mark Ernestus, Schneider TM, Nozinja, Harmonious Thelonious, Larry Achiampong, Mark Stewart, Studio Zuma. Dit project is niet zo vreemd als het misschien wel lijkt: gegeven dat bijna alle bewerkte acts Malinees zijn en dat reggae in de hedendaagse Malinese muziek een steeds grotere rol gaat spelen was de kans groot dat dit ooit stond te gebeuren, nog afgezien van het gegeven dat Mali muzikaal very hot is. Glitterbeat heeft steeds meer een voortrekkersrol in de verspreiding en de promotie van de Malinese muziekscene. Afgaande op wat we hier te horen krijgen lenen Malinese grooves zich ten zeerste voor dub en de vele variaties ervan. Hoewel niet alle bijdragen even geslaagd zijn (sommige zijn zelfs ronduit belabberd, zoals bv. Schneider TM) kunnen we toch gewagen van een geslaagd (geluids)experiment dat wis en zeker voor uitbreiding vatbaar is. Wij zijn vooral gecharmeerd door de versies van de Britse oerdubmeester Dennis Bovell (cfr. Linton Kwesi Johnson, The Slits, Fela Kuti….), Mark Ernestus (cfr. Jeri-Jeri, Rhythm & Sound-label), de Zuid-Afrikaanse producer Nozinja (shangaan electro) en Harmonious Thelonious (afrotechno).
publieksprijs: 18,75




MELIKE – Inn Of Love

MELIKE – Inn Of Love

Melike Tarhan is een Gentse zangeres, geboren uit een Turkse familie. ‘Inn Of Love’ is haar tweede solo-album maar daarnaast werkte ze ook al mee aan albums van JazzEra, Tri a Tolia en Het Muziek Lod. Ze werkte ook al samen met Olla Vogala, Osama Abdulrasol, John Snauwaert Kwartet en Dirk Brossé. Naast haar universitaire studies legde ze zich vooral toe op de studie van Turkse folk en van Indiase zangtechnieken. ‘Inn Of Love’ ontstond uit haar ontmoeting met jazzsaxofonist John Snauwaert die voorheen ook al aan de slag ging met Turkse muziek. Het repertoire bestaat deels uit eigen composities, deels uit traditionals en dat geldt ook voor de teksten; enkele liederen zijn gezongen Turkse gedichten. De teksten werden in het tekstboekje naar het Engels vertaald. ‘Inn Of Love’ wordt gekenmerkt door een combinatie van Turkse volksmuziek met jazz. De liefde is de rode draad doorheen de teksten. Voor wie houdt van de karakteristieke melancholie (en pathos) in veel Turkse muziek zal dit album als euh… muziek in de oren klinken. De jazzy ondertoon in de begeleiding (gitaar, saxofoon, percussie) geeft deze Turkse muziek wel een extra dimensie en impuls. Aan wie baalt van al die melancholie adviseren we het muzikale heil elders te gaan zoeken. En voor we het vergeten: Melike Tarhan heeft een wondermooi en zeer beheerst stemgeluid. ‘Inn Of Love’ is zondermeer een fijn schijfje maar ook niet meer dan dat.
publieksprijs: 20,40




MAROCKIN’ BRASS feat. Byron Wallen – Tout Droit

MAROCKIN’ BRASS feat. Byron Wallen – Tout Droit

We blijven nog even in het muzikaal gemengde België waar het goed toeven is. Marockin’ Brass is een gnawa-jazzproject van en rond saxofonist Luc Mishalle en ‘Tout Droit’ is hun tweede album. Het werd live opgenomen in de Rataplan (Antwerpen), de Handelsbeurs (Gent) en De Werf (Brugge). Voor dit album namen de zes heren de Britse trompettist Byron Wallen (die ook voor de helft van de composities tekende) onder de arm. Het instrumentarium bestaat uit saxen, trompetten, tuba, drums, percussie en uit de karakteristieke gnawa-instrumenten sentir (guembri), karkaba’s en tbel. Gnawa blijkt vandaag springlevend te zijn in Brussel. Gnawa is in de eerste plaats muziek die levend moet gebracht worden waarbij de improvisaties het best tot hun recht komen en vandaar wellicht de voor de hand liggende keuze voor een live-album. Op ‘Tout Droit’ brengt dit gezelschap een uiterst efficiënte combinatie van veelgelaagde soundscapes, vraag-en-antwoord-structuren en uiteenlopende akoestische timbres, en dit resulteert voorwaar in een sublieme dialoog tussen deze twee werelden. De improvisaties zijn overweldigend en de ritmesectie speelt meedogenloos. Deze muziek is hyperenergiek, overvloedig en mateloos genereus en elke beperking voorbij.
publieksprijs: 20,40




LENKA LICHTENBERG & YAIR DALAL – Lullabies from Exile

LENKA LICHTENBERG & YAIR DALAL – Lullabies from Exile

Yair Dalal is een Israëlische componist, zanger en muzikant (in hoofdzaak ud en viool) van Iraaks-joodse afkomst. Zijn invloeden zijn geput uit arabische en joodse tradities maar ook uit Europese klassieke muziek en Indiase muziek. Dalal is ook vredesactivist en wil in die hoedanigheid begrip en communicatie tussen Arabieren en Joden helpen bevorderen. Lenka Lichtenberg is een Canadese zangeres, componiste, liedjesschrijfster en dierenrechtenactiviste van Tjechisch-joodse afkomst. De joodse cultuur kent een grote traditie van wiegeliedjes, die vaak vanuit verdriet, desillusie en uit elkaar gespatte dromen zijn ontstaan. Toen Lenkenberg & Dalal elkaar ontmoetten op een concert in Slowakije ontstond het idee om wiegeliedjes uit de joods-Europese Ashkenazicultuur, vaak in het Jiddisch geschreven, en uit het oude Babylonië, de oudste joodse cultuur, samen te brengen. Dit project verenigt hun passie voor hun respectieve tradities en het verlangen om die tradities terug samen te brengen. Deze optiek past geheel in het objectief van beide muzikanten om volkeren en culturen via muziek bijeen te brengen. Lichtenberg en Dalal dragen dit album op aan hun respectieve moeders. Zang en spel zijn van uitstekende kwaliteit en voor wie het op wiegeliedjes begrepen heeft is dit album een aanrader, maar o.i. voegt dit weinig essentieels toe aan het indrukwekkende oeuvre van Yair Dalal.
publieksprijs: 19,30


FEIDMAN & GITANES BLONDES – Back to the Roots

FEIDMAN & GITANES BLONDES – Back to the Roots

Nog meer joodse muziek komt van de terecht wereldvermaarde klezmerklarinettist Giora Feidman. Hij stamt uit een muzikale familie: ook zijn vader speelde klarinet en zijn grootvader speelde als kind met de zigeuners op straat. Met ‘Back to the Roots’ keert Feidman terug naar die wortels. Feidman stelt steeds zijn eigen ensembles samen en voor de tweede keer op rij (na ‘Very Klezmer’ uit 2012) nodigde hij de jonge Duitse traditionele klezmergroep Gitanes Blondes uit. Feidman beschouwt dit kwartet als de beste klezmergroep die hij ooit ontmoette. Op deze cd krijgen we een mix van klezmer en traditionals uit Oost-Europa, aangevuld met enkele opvallende covers: ‘Dance me to the end of love’ van Leonard Cohen, ‘Gracias a la vida’ van Violeta Parra en de traditional ‘Nobody knows the trouble I’ve seen’. Waarom deze virtuoze klarinettist ook wel eens “de koning van de klezmer” genoemd wordt is na afloop van beluistering helemaal duidelijk. En Gitanes Blondes is inderdaad een uitmuntend kwartet.
publieksprijs: 20,40




AVAZ – Avaz

AVAZ – Avaz

En we blijven nog even (gedeeltelijk) in het Midden-Oosten. Vorige maand zongen we hier nog de lof van Trio Chemirani bij het verschijnen van ‘Le Silence De L’Exode’ van Yom, waarop Bijan Chemirani ook van de partij was. Vandaag lopen we broer Keyvan Chemirani tegen het lijf. Avaz bestaat naast percussionist Chemirani nog uit Hamid Khabbazi (târ: een oosters snaarinstrument), Sylvain Barou (fluiten) en de zangeressen Annie Ebrel en Mayram Chemirani (zuster van Bijan en Keyvan), m.a.w. een Iraans-Bretoens onderonsje. Dit album is uitgebracht op het Bretoense Innacor-label van Jacky Molard die ook voor de productie tekende. Dit label legt zich toe op de productie en de verspreiding van zowel Bretoense muziek als van werk uit vele andere contreien. Avaz is een project dat Perzische mystieke gedichten uit de 12de en 13de eeuw verenigt met traditionele Bretoense gwerzioù (klaagliederen). De composities zijn deels traditioneel, deels origineel. De muzikanten ontginnen de geschiedenis en de cultuur van beide tradities en ontwikkelen hun eigen verhalende vorm. Ze leiden de dans en de 2 uitstekende zangeressen doen de rest (nu eens samen, dan weer afzonderlijk): de subtiele alchemie tussen beiden is sterk aanwezig. Avaz mixt en benadrukt op subtiele wijze de grote eigenheid van de beide repertoires en levert hier een sublieme en delicate cocktail af waarbij de gelijkenissen eveneens aan bod komen maar die grote eigenheid nergens opgeofferd wordt.
publieksprijs: 17,05




ACHOLI MACHON – Lamwong “Freedom Fighters”

ACHOLI MACHON – Lamwong “Freedom Fighters”

Via een gewezen kindsoldaat ontdekte rockproducer, acteur, auteur en Grammywinnaar Ian Brennan (zie ook Malawi Mouse Boys, Tinariwen) een groep muzikanten uit de Oegandese Acholistam. ‘Acholi Machon’ betekent ‘oude Acholi’. De Acholi’s migreerden meer dan duizend jaar geleden vanuit het zuiden van Soedan naar het noorden van Oeganda en maken deel uit van de Luo-groep. De koloniale heersers maakten een leger van deze stam en dwongen hen tot talloze veldslagen met hun buurstammen. Joseph Kony, de leider van het beruchte Lords Resistance Army, is een Acholi. Gedurende de voorbije 50 jaar kreeg de stam aanhoudend conflicten te verduren, eerst in Uganda en later met de Arabische heersers in Noord-Soedan. Het sterftecijfer bij de Acholi’s behoort tot de hoogste in de wereld, te wijten aan AIDS en malaria. De kern van de groep bestaat uit een duo: zanger Gaetano Otira Tep Yer Yer en zanger Kornelio Odong Mulili, die ook de likembe (duimpiano) bespeelt. De groep heeft geen vaste bezetting maar telt soms tot 15 leden, die van heinde en ver kunnen komen (op deze cd horen we enkel het kernduo aan het werk). Yer Yer’s songschrijversschap is zeer vruchtbaar en zijn teksten zijn doorgaans relevant. Daarover zegt hij: “Ik kan geen tekst zonder betekenis zingen; het lied moet ergens over gaan.” Sommige titels zijn veelbetekenend of wat dacht je van (in Engelse vertaling): ‘Poisoned U.N. Food’, ‘Leaders You Should Look Out For The People Not For Your Own Benefit’, ‘Who’ll Build Good Roads For Us?’ of ‘Freedom Fighters’ (de titelsong ‘Lamwong’)? ‘Lamwong’ staat bol van compromisloze protestliederen en muzikaal is er een verrassend sterke aansluiting met Noord-Amerikaanse rootsmuziek. De percussieve aard en de zeer specifieke klankkleur van de instrumenten creëren een bezwerend en haast psychedelisch sonisch tapijt.
publieksprijs: 16,30




DJ TUDO E SUA GENTE DE TODO LUGAR – “Pancada Motor - Manifesto Da Festa”

DJ TUDO E SUA GENTE DE TODO LUGAR – “Pancada Motor - Manifesto Da Festa”

DJ Tudo’s handelsmerk is zijn zeer eigentijdse en eigenzinnige aanpak van traditionele Braziliaanse muziek. ‘Pancada Motor’ is de algemene term die gebruikt wordt voor de muziek en de specifieke ritmes uit het noorden en het noordoosten van Brazilië (met sterke Afrikaanse invloeden) en betekent zoveel als ‘het klappen van motoren’. De werkwijze van Alfredo Bello (DJ Tudo) gaat als volgt: hij loopt dorpsfeesten, carnavals en religieuze ceremonies af om er op te nemen en injecteert zijn veldwerk met funk, afrobeat, hiphop, jazz…. DJ Tudo is echter meer dan een DJ: hij is bassist, producer, etnomusicoloog en muzikale researcher. In het verleden werkte hij samen met o.m. Lee Scratch Perry, Gilberto Gil, Adrian Sherwood, Mad Professor, Naná Vasconcelos…. Als DJ selecteert hij enkel muziek die hij zelf geproducet heeft en uitbrengt op zijn eigen label Mundo Melhor. Dat betreft hoofdzakelijk muziek uit het noordoosten van Brazilië en uit zijn geboortestaat, Minas Gerais. Deze muziek is afkomstig van de Afrikaanse slaven alsook van huidige indianengemeenschappen die zich blijven verzetten tegen de oprukkende ‘beschaving’. Bij de gastmuzikanten treffen we o.m. sazspeler Murat Ertel (BaBa ZuLa), Dr Das (bassist bij Asian Dub Foundation) en “onze eigenste” Steven De Bruyn. De productie verzorgde hij samen met dubproducer Mad Professor en Dr Das, niet van de minsten dus. Pancada Motor is niet enkel een sound, het is ook een zienswijze omtrent cultuur waarbij de lokale gemeenschap, gedeelde ervaring en traditie de kern vormen. Deze zienswijze is dan ook het muzikale en artistieke fundament van DJ Tudo’s werk. Hij doorspekt dit rootsy fundament met elementen uit zijn muzikale verleden: dub, sonische experimenten, de Londense ravecultuur en jungle music uit de jaren 90, anarcho-punk. Het spel van zijn achtkoppige band Sua Gente De Todo Lugar strookt uitstekend en organisch met de Braziliaanse vocale samples. Karakteristiek voor de sound van Sua Gente De Todo Lugar zijn de basgrooves, de pittige blazerssectie en de funky gitaarlijnen. Hoewel de muziek van Tudo mondiaal is in klank en visie gelooft hij sterk in het belang van culturele identiteit, traditie en gemeenschap en dit geloof bezorgt het album een duidelijk lokale Braziliaanse focus. ‘Pancada Motor – Manifesto Da Festa’ is een uiterst geïnspireerd, intrigerend en magisch muzikaal lappendeken.
publieksprijs: 16,30




DONA ONETE – Feitiço Caboclo

DONA ONETE – Feitiço Caboclo

En we blijven nog even in Brazilië waar de term Caboclo staat voor mensen van gemengde inheemse en Europese afkomst. Deze Caboclos wonen vooral in het Amazonegebied. Etymologisch betekent het woord ‘afkomstig van de blanke’ en voor sommigen heeft het nog een negatieve connotatie. Het label Mais Um Discos legt zich toe op de promotie van nieuw Braziliaans talent en dan is het misschien wel even de wenkbrauwen fronsen om via dat label een release van een 70-plusser onder de neus te worden geschoven. Maar: ‘Feitiço Caboclo’ is wel degelijk het debuut van deze kranige dame! Voor deze professor in de geschiedenis was zingen steeds een hobby geweest. Maar 7 jaar geleden hoorden leden van Coletivo Radio Cipó haar zingen en een jaar later was Onete te horen op hun album ‘Formigando Na Calçada’: zo snel kan het dus keren. De muziek op ‘Feitiço Caboclo’ reflecteert haar jeugdige geest, haar wortels uit de Amazonetraditie en haar grote liefde voor de Candombléreligie (verwant met voodoo) en barst van de energie; de klanken zijn diep geworteld in de traditie maar tegelijkertijd uitermate fris. De ritmes die eigen zijn aan de staat Pará klinken staccato als uptempo salsa en worden gemixt met hitsige blazers, jengelende gitaren, rap, samba en een vleugje psychedelica. Lange tijd ervoeren we het gros van de Braziliaanse muziek als een anachronistisch en belegen gegeven maar dankzij het titanenwerk dat Mais Um Discos de voorbije jaren verricht weten we ondertussen wel beter: met de regelmaat van een Zwitserse klok wordt fris-van-de-lever-muziek met een vaak zeer vernieuwend gehalte op de mensheid losgelaten; we denken hierbij in de eerste plaats aan de recente meesterwerkjes van Bixiga 70 en Metá Metá maar ook aan werk van o.m. Rodrigo Amarante, Lucas Santtana, Siba en nu dus deze Dona Onete, waarvoor onze oprechte dank.
publieksprijs: 15,40





JUNGLE FIRE – Tropicoso

JUNGLE FIRE – Tropicoso

Na 2 ep’s is ‘Tropicoso’ het albumdebuut van Jungle Fire. De muziek van deze groep uit Los Angeles is een smeltkroes van Afro-Cubaanse ritmes, breakbeats, cumbia, 70’s psychedelische funk en afrobeat waarin invloeden als Fela Kuti, Ray Barretto, Manu Dibango en James Brown geïntegreerd worden. Met de explosieve klanken die ze hier neerzetten treden ze in de voetsporen van fijne lui als Mongo Santamaria, Joe Bataan, Nico Gomez, Fania, Eddie Palmieri, Carlos Santana…. De wortels van hun muziek liggen in de jaren 60 en 70 maar ze hebben die getransponeerd naar de muzikale wereld van 2014. Hun naam hebben ze in ieder geval niet gestolen. Na een korte percussie-intro wordt er fel en messcherp afgetrapt met een vurige cover van Fela Kuti’s opruiende ‘Let’s Start’ en meteen is de toon gezet. De klank is zeer groovy en funky met in de hoofdrol de 3 stomende blazers en de 4 percussionisten, ondersteund door bas en gitaren. Stilzitten bij deze muziek is absoluut geen optie. Al deze ingrediënten samen maken van ‘Tropicoso’ een bijzonder ontvlambaar goedje: u weze bij deze dus gewaarschuwd. Hou deze 10 heren in de gaten want dit is zeker niet het laatste en wellicht ook nog niet het allerbeste wat we van hen zullen horen.
publieksprijs: 15,50




MASSILIA SOUND SYSTEM – Massilia

MASSILIA SOUND SYSTEM – Massilia

Deze veteranen uit de wereldmuziek vieren hun dertigste verjaardag. In aanvang was MSS een reggaeband en ze ontwikkelde een Provençaalse hybride versie van reggae, rub-a-dub en raggamuffin. Hun muziek werd ook wel eens trobamuffin genoemd (samentrekking van het Occitaanse woord trobador en van raggamuffin). Ze zingen in het Frans en het Occitaans. In hun muziek slopen ook vele ritmes, beats en samples uit de lokale cultuur binnen. Gaandeweg verbreedde MSS het muzikale spectrum met elementen uit de wereldmuziek, rock, drum and bass en hip-hop. MSS bezingt Marseille, feesten, de liefde, vreugde, maar ook pijn, woede, onverdraagzaamheid, racisme, armoede en strijd. De bijna duizend jaar oude Occitaanse taal wordt niet gebruikt als een zich regionalistisch afsluiten maar als een middel om onmetelijk veel mogelijkheden te creëren. Ook nu gaat het er muzikaal zeer feestelijk aan toe, maar is er ook wel niets nieuws onder de zon. Ondanks het aanstekelijke gehalte valt vooral de eendimensionaliteit van de muziek op en kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat MSS in een doodlopend straatje zit. Ze voeren weer eens (zij het voortreffelijk) hetzelfde kunstje op en one trick ponies lopen er al voldoende rond in muziekland. Maar sympa: dat zijn ze wel.
publieksprijs: 18,85




RAZIA – Akory

RAZIA – Akory

Vier jaar geleden werden wij mateloos verveeld door ‘Zebu Nation’, het debuutalbum van de Malagassische chanteuse Razia Said. ‘Zebu Nation’ was een swingend maar helaas al even zoutloos en ongeïnspireerd schijfje. Met enigszins lange tanden maar met al even open armen en oren ontvangen we nu de opvolger ‘Akory’. Na een langdurig nomadisch bestaan dat haar zowat naar de vier windstreken voer reisde Razia in 2006 gedurende 6 weken door haar geboorteland en ontdekte ze de ontzettende milieuschade aldaar als gevolg van het uiterst ongelimiteerd roekeloze bos- en landbouwbeheer en van de klimaatverandering. Ook op haar nieuwe album exploreert Razia, die ook milieuactiviste is, de klimaat- en politieke uitdagingen waarmee haar geboorteland te kampen heeft en daarbij is de albumtitel veelbetekenend: ‘Akory’ betekent ‘wat nu?’. Razia pretendeert niet hierop het antwoord te hebben maar voert aan dat het mogelijk is het pad dat we nu bewandelen te wijzigen en samen te werken naar een positieve toekomst. Allemaal goed en wel, maar hoe zit het nu met de muziek? Meer dan op ‘Zebu Nation’ graaft ze in de muzikale grond van haar geboorteland. De liederen zijn merendeels uptempo met vibrante melodieën en gevoelvolle zangpartijen (Razia’s zang is uitmuntend en loepzuiver). Dit album heeft meer ‘ziel’ dan de voorganger maar het ééndimensionale karakter blijft een rem op onze muzikale appetijt.
publieksprijs: 18,55




TENTEMPIÉS – Rebelucionario

TENTEMPIÉS – Rebelucionario

Aan duidelijkheid laten de titel van dit album en de gebalde vuist op de hoes alvast niets te wensen over. TenTemPiés is een internationaal collectief dat opereert vanuit Amsterdam en een explosieve mix van o.m. latin rock, mestizo, reggae en ska brengt die het zelf omschrijft als ‘Damsko Mestizo’. Alle muziek en teksten zijn van de hand van Maurino Alarcón, een zoon van Chileense politieke vluchtelingen, wat wellicht verklaart dat dit een Spaanstalig album is (met Engelse vertalingen in het tekstboekje). TenTemPiés brengt muziek voor de barricaden maar dan wel met de dansschoenen aangebonden. De teksten behandelen vrijheid, hoop, vrede en vooral de frustratie over de belabberde toestand van hun onderwerpen. De invloed van Manu Chao is duidelijk hoorbaar op het tweede album van deze heren wat niet betekent dat ze hier een kopie neerzetten. Net als bij Chao zijn de liedjes kleurrijk, vrolijk en catchy -ze zetten zich gemakkelijk vast in het hoofd- maar soms ook onderling te inwisselbaar. En ook zoals bij Chao gaat achter de optimistisch klinkende muziek bittere ernst schuil in de teksten. Dit vertaalt zich hier in angst, pijn, honger en ontgoocheling maar ook in hoop en de wens voor vrede. ‘Rebelucionario’ is protest en rebellie verpakt in speelse, vrolijke, (soms te) lichtvoetige en bruisende liedjes waarbij stilzitten geen optie is. Zonder een hoogvlieger te zijn zorgt dit album voor een fijne verpozing en voor de aangename bevestiging dat politiek en sociaal engagement en muziek perfect verenigbaar zijn: de muziek klinkt pretentieloos en de teksten zijn allesbehalve vrijblijvend.
publieksprijs: 17,15



PUTUMAYO



‘CAFÉ DEL MUNDO’ (compilatie)

‘CAFÉ DEL MUNDO’ (compilatie)

Cafés en muziek gaan graag hand in hand en vormen vaak geslaagde huwelijken. Muziek kan naast een goede babbel en een goed glas ook ten volle bijdragen tot het welslagen van cafébezoek. Met deze compilatie beoogt Putumayo om de snel toenemende mondiale singer-songwriter-scene in je huiskamer en in je stamcafé binnen te brengen. Dit is ondertussen al de zevende release in deze ‘Café’-reeks: voorheen waren er al ‘Café Latino’, ‘French Café’, ‘Italian Café’, ‘Acoustic Café’, ‘Brazilian Café’ en ‘Café Cubano’. ‘Café Del Mundo’ wordt zeer overtuigend geopend met ‘Metro – Boulot – Dodo’ van het Senegalese vocale trio Les Frères Guissé, ons totaal onbekend maar een heuse ontdekking. Verder werden we ook nog ten zeerste bekoord door de bijdragen van de grote Gianmaria Testa, de Schotse folkzangeres Julie Fowlis, de Kameroense singer-songwriter met de soulvolle stem Blick Bassy, de Malagassische singer-songwriter Razia Said en de Canadese singer-songwriter Pascal Lejeune die hier intiem in schoonheid afsluit. Maar ook de andere bijdragen zorgen mee voor een charmante, uitgebalanceerde en samenhangende compilatie.
Als toetje bevat het infoboekje nog een recept voor chocoladekokosmelk: kokosmelk, chocolade en suiker vind je alvast in je plaatselijke wereldwinkel.
publieksprijs: 13,75




‘YOGA LOUNGE’ (compilatie)

‘YOGA LOUNGE’ (compilatie)

Na ‘Yoga’ en ‘World Yoga’ is ‘Yoga Lounge’ de derde titel in deze ‘Yoga’-reeks. En afgegaan op de verkoop van die vorige titels is er blijkbaar weer eens een yogahausse in het land, maar dit geheel terzijde. O.i. is het niet mogelijk om te definiëren wat “yogamuziek” is en we vragen ons zelf af of die objectief überhaupt bestaat. Feit is dat heden ten dage heel wat muzikanten, producers en DJs pretenderen zich onledig te houden in dit segment en dat bepaalde yogaleraars sommige muziek al dan niet terecht claimen als “yogamuziek”. De nieuwe generatie legt er zich vooral op toe traditionele instrumenten te linken aan moderne elektronische structuren en beats. Soms betreft het het laten samenvloeien van devotionele mantra’s met elektronica, een andere keer betreft het dan weer instrumentale ambient. Yoga-adepten zullen hier wellicht pap van lusten maar me, myself and i worden hier een beetje kregelig van en kennen interessantere muziek waar wij ook rustig van worden. Maar voor alle duidelijkheid: ieder zijn meug en verder even goede vrienden. Eerlijkheidshalve willen we nog meegeven dat we wel genoten hebben van de bijdrage van Niraj Chag & Japjit Kaur.
publieksprijs: 13,75



GOUD VAN OUD



RAVI SHANKAR – Live at Monterey

RAVI SHANKAR – Live at Monterey

Bouwjaar: 1998 Deze gigant had eigenlijk al lang opgenomen moeten zijn in deze galerij, waarvoor nostra culpa, nostra maxima culpa. We willen graag een open deur intrappen: Ravi Shankar is een creatieve geest zonder weerga met onnoemelijke verdiensten. Hij ontwikkelde de sitar, bouwde de techniek van het instrument uit, perfectioneerde de ‘zingende’ gayaki-speelstijl en was als uitvoerder nooit minder dan briljant. In samenspel met tablaspelers creëerde hij een vraag-en-antwoord-stijl die mettertijd de standaard is geworden voor het merendeel van de uitvoeringen van klassieke Indiase instrumentale muziek. En bovenal ging hij samenwerken met uitvoerders uit andere muziekvormen en was hij aldus een van de architecten van de fundamenten van veel hedendaagse fusiemuziek. Maar toch komen zijn verdiensten niet volledig tot hun recht in zijn nochtans immense discografie. Een raga in zijn volle lengte kan uren in beslag nemen en is daarom minder geschikt voor geluidsdragers. Om die reden bestaat het fysieke oeuvre van Shankar dan ook grotendeels uit behendig gecondenseerde ragabewerkingen: deze zijn in zijn handen een handelsmerk en een kunstvorm op zich geworden. Een keuze maken uit zijn haast onmetelijke catalogus is eigenlijk onbegonnen werk. Wij kozen dan maar voor deze opnames die afkomstig zijn van het historisch zeer belangrijke Monterey International Pop Festival uit 1967, waarop we Shankar aan het werk horen samen met de illustere tablaspeler Alla Rakha en met tamburaspeler Kamala. Dit concert was een mijlpaal in de popularisering van Indiase muziek bij het westerse publiek dat hier voor het eerst en in grote getale helemaal plat ging voor deze muziek. Op deze cd zijn 3 composities opgenomen. Opener ‘Raga Bhimpalasi’ is een late namiddag-raga die geassocieerd is met toewijding en vreugde. Zoals de meeste raga’s start ook deze met een alap, een trage en ritmisch vrije verklaring van de melodie. Deze alap geeft een rusteloze indruk maar die maakt al snel plaats voor exploratief spel en een contemplatieve stemming. Zowat halverwege versnelt deze raga en wordt het ritme duidelijk complexer. Het spel is impulsief, intens, vindingrijk en briljant. Het tempo wordt steeds opgedreven tot het plots vertraagt en eindigt. Dan introduceert Shankar tablaspeler Alla Rakha en spelen ze een ektal: dat is een ritmische cyclus van 12 beats waarbij Rakha excelleert met veel flair en vuur. Er wordt afgesloten met ‘Dhun’, semi-klassiek werk in 2 delen. Het eerste deel gaat mid-tempo maar gaandeweg worden alle snelheidsregisters opengetrokken: de vraag-en-antwoord-uitwisselingen zijn duizelingwekkend en de muzikanten nemen een helse vlucht die resulteert in een extatisch slot.
publieksprijs: 9,20


IN MEMORIAM MANITAS DE PLATA



in memoriam

Sinds 6 november kan deze man Ravi Shankar gaan opzoeken in de eeuwige jachtvelden. Hij werd in 1921 geboren als Ricardo Baliardo in het Zuid-Franse Sète. Zijn bijnaam Manitas de Plata betekent ‘zilveren handjes’. Al op jonge leeftijd ontpopt dit zigeunerkind zich tot een uitstekende gitarist maar voor een publiek optreden deed hij pas op zijn 42ste, uitgerekend 10 jaar na de dood van Django Reinhardt, uit respect en bewondering zoals de overlevering het wil. Vanaf halverwege de jaren 60 trekt hij met zijn groep de wereld rond; hij verkoopt bijna honderd miljoen albums en is in grote mate verantwoordelijk voor de popularisering van flamenco en andere zigeunerstijlen. Hij blijft tot op hoge leeftijd optreden maar maakt nog weinig albums en stilaan deemstert zijn ster weg. Van de man zijn hier helaas nog slechts 2 verzamel-cd’s verkrijgbaar: ‘La Guitare D’Or de Manitas’ (10,05€) en ‘Ses Plus Grands Succes’ (9,25€). Rust in vrede Ricardo en doe de groeten aan Ravi, Paco en tutti quanti.


SONG VAN DE MAAND

THE TOURÉ-RAICHEL COLLECTIVE - Diaraby



EN VERDER NOG

-ABELARDO BARROSO with orquesta SENSACIÓN – Cha Cha Cha

De albums die Abelardo Barroso samen met Orquesta Sensación in de jaren 50 en 60 opnam in Havana behoren tot de hoogtepunten van het “gouden tijdperk” van de Cubaanse muziek. Op deze compilatie horen we geremasterde versies van 14 van zijn klassiekers. Meer dan 40 jaar na zijn dood blijft Barroso een iconische en geliefde figuur in de wereld van de Latinmuziek. Hij was en is dat ook nog steeds in West-Afrika waar zijn muziek nog vaak te horen is op radio. De titel van deze compilatie is ietwat misleidend: cha cha cha was wel de hoofdmoot van hun repertoire, maar daarnaast bestreek hun repertoire een groot gamma aan andere Cubaanse stijlen. Voor de fans is dit wellicht een zeer welgekomen uitgave aangezien er verder niets meer verkrijgbaar is van Barroso en zijn orkest.
publieksprijs: 19,45