CD-nieuws juli 2014


DUB COLOSSUS – Addis To Omega

DUB COLOSSUS – Addis To Omega

Eind 2008 maakten we kennis met het Ethiopische Dub Colossus en hun fascinerende cd ‘In A Town Called Addis’. Dub Colossus was en is nog steeds een project van Nick Page, mede-oprichter van Transglobal Underground en van Temple of Sound en verder ook nog bedenker van het project Syriana (met de in 2010 verschenen uitstekende cd ‘The Road To Damascus’). Op ‘In A Town Called Addis’ bracht Page het kruim van de hedendaagse Ethiopische garde samen en die maakten samen een fascinerende mix van Azmari-zang, traditionele Ethiopische stijlen, dub, blues, grooves, jazz, funk brass, afrobeat en vooral de reggaesound uit de jaren 70. Dub Colossus was het zoveelste bewijs dat de Ethiopische muziekscene een schatkamer is en één van de meest boeiende muzikale bewegingen, ook en zeker nu nog met de hedendaagse generatie aan het begin van deze eeuw, zie ook: Abyssinia Infinite feat. Gigi, Bole 2 Harlem, Tommy T, Invisible System, Samuel Yirga (naast solo-artiest ook ex-pianist bij Dub Colossus), Krar Collective (en onze welgemeende excuses aan wie we over het hoofd zien). Ruim 2 jaar later was er de opvolger ‘Addis Through The Looking Glass’. Waar Dub Colossus in aanvang dus eerder nog een “project” van Nick Page was was het tegen die tijd, mede door het groeiende succes als live-band, een echte groep geworden met Page als bevoorrechte medewerker en aangever: de titel van de cd was hierbij veelzeggend. Het recept was in grote lijnen hetzelfde gebleven maar de geuren en kleuren hadden andere accenten gekregen. Het fundament werd nog steeds gelegd in de Ethiopische traditie en de invloeden bleven legio; de klankkleur echter was weidser/wijdser en meer ambient en dus minder groovy dan op hun debuut. Jazz en dub kwamen meer aan hun trekken. En net als bij het debuut waren we nu ook weer zeer sterk onder de indruk van zangeres Tsedenia Gebremarkos Woldesilassie. Weerom vonden we dit een fascinerend en avontuurlijk schijfje maar misten we net die extra dimensie die hun debuut zo uitzonderlijk maakte: op die tweede cd haalde het sferische het net iets te veel van de grooves maar toch was dit album de bevestiging dat Dub Colossus één van de meest innovatieve bands anno nu is. Er verschenen de afgelopen jaren nog enkele ep’tjes en cd’s met dubversies, remixes, unplugged versies en nog meer fraais die op een of andere manier aan onze aandacht ontsnapt zijn. En dan is er nu het derde “volwaardige” album en Addis blijft centraal, althans in de titel. Als doorgaande en evoluerende werking zal het u wellicht niet verbazen dat er weer stevig aan de bezetting gesleuteld is: gasten incluis figureren hier 30 muzikanten en vocalisten op de loonlijst. Wie jammer genoeg (tijdelijk?) het schip verlaten hebben zijn o.m. zangeres Tsedenia Gebremarkos Woldesilassie en pianist Samuel Yirga. Nick Page (onder zijn alias Dubulah) is nog steeds de drijvende motor en er is nu ook een belangrijke rol weggelegd voor zangeres PJ Higgins die al deel uitmaakte van Dub Colossus Dub Band (die is naast Higgins samengesteld uit die leden van het grote collectief die in de UK verblijven + ex-Steel Pulse-zanger Mykaell Riley). Het eerste wat opvalt bij die nieuwe loonlijst is dat er in geen verte nog een Ethiopiër te bespeuren is! En dat heeft blijkbaar alles met economie te maken. De kosten van vliegtuigtickets en visa betaalden zich niet terug in de opbrengsten. Vandaar de keuze voor hoofdzakelijk in de UK verblijvende muzikanten. Thematisch behandelt dit conceptalbum de bankencrisis in al zijn facetten. Muzikaal laat de nieuwe keuze van Nick Page zich vertalen in een bijna totaal nieuwe sound met de klemtoon op roots reggae, ska, dub en toetsen funk en jazz: enkel de laatste track (forse ethiojazz/afrobeat) roept nog herinneringen op aan de “oude” Dub Colossus. De songs worden aangedreven en gedragen door de majestueuze blazers van Horns of Negus en worden netjes afgewerkt door een hele rij vocalisten waarbij de reeds genoemde Higgins en Riley het grootste deel van de prestaties voor hun rekening nemen; het moet gezegd dat de voorheen nobele onbekende PJ Higgins een heuse aanwinst is (overigens loopt u haar verderop in dit cd-nieuws nog eens tegen het lijf): bij nader onderzoek is ze geen nieuwkomer, want eind vorige eeuw trad ze net als Nick Page al aan met Temple of Sound . De koerswijziging van Dub Colossus heeft geleid tot alweer een bruisend en uitbundig werkstuk.
publieksprijs: 18,75




KRONOS QUARTET – Kronos Explorer Series

KRONOS QUARTET – Kronos Explorer Series

Vorige maand stelden we jullie uitgebreid ‘A Thousand Thoughts’ van Kronos Quartet voor. We hebben toen uitvoerig de lof van dit strijkkwartet gezongen, dus dat kunnen we nu wel overslaan. Die compilatie was een distillatie van deze 5 cd-box, ‘Kronos Explorer Series’, uitgebracht ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van het kwartet. Die 5 albums verschenen tussen 1992 en 2009; elk album was gewijd aan muziek uit een verschillend geografisch gebied in de wereld. Het cd-boekje is bijna volledig gewijd aan een zeer uitgebreid en diepgaand interview met David Harrington, stichter van Kronos Quartet, en werd afgenomen door Jonathan Cott, freelance-redacteur voor Rolling Stone van bij de start van het magazine, die ook schreef voor The New York Times en The New Yorker. Hij is ook auteur van interviewboeken met Stockhausen, Leonard Bernstein, John Lennon en Yoko Ono. 2014 is nog maar halfweg maar de titel “re-issue van het jaar” komt meer dan aardig in de buurt. ‘Kronos Explorer Series’ is een waarachtige oase van pure en vurrukkullukke (met dank aan Remco Campert) schoonheid.
publieksprijs: 51,35 (5 cd)

‘PIECES OF AFRICA’ (1992)

‘PIECES OF AFRICA’ (1992)

Dit album was de eerste Kronos-exploratie van Afrikaanse muziek, ontwikkeld tussen 1984 en 1992. De muziek is afkomstig uit o.a. Ghana, Marokko, Zuid-Afrika, Uganda…. Gastmuzikanten zijn o.m. Dumisani Maraire, Hamza El Din, Foday Musa Soso….



‘NIGHT PRAYERS’ (1994)

‘NIGHT PRAYERS’ (1994)

Dit album bevat 7 werken in zeer verschillende stijlen, alle afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. Gastmuzikanten zijn o.m. Huun-Huur-Tu, Djivan Gasparyan, Sofia Gubaidulina….




‘CARAVAN’ (2000)

‘CARAVAN’ (2000)

De composities op ‘Caravan’ komen uit alle windhoeken en hebben alle hun wortels in andere plaatsen. Arrangeur Osvaldo Golijov legt multicultureel begrip aan de dag in zijn arrangementen die bijdragen tot een globale beleving. Gastmuzikanten zijn o.m. Zakir Hussain, Taraf de Haïdouks, Kayhan Kalhor….


‘NUEVO’ (2002)

‘NUEVO’ (2002)

Op ‘Nuevo’ omarmt Kronos Quartet de Mexicaanse muziek, van rock tot mariachi, en nodigt de luisteraar uit in het hart van Mexico, bij straatmuzikanten tot celebranten bij religieuze festivals. De composities zijn merendeels van Mexicaanse makelij en dat kan ook gezegd worden van de begeleidende muzikanten.



‘FLOODPLAY’ (2009)

‘FLOODPLAY’ (2009)

‘Floodplay’ is de afsluiter van dit globale vijfluik. Op dit album vermengen ze oude liederen met nieuwe muziek uit Centraal-Azië, Noord-Afrika en Oost-Europa. Gastmuzikanten zijn o.m. Alim Qasimov Ensemble, Wu Man, Terry Riley, Ramallah Underground….




GOCHAG ASKAROV – Sacred World Of Azerbaijani Mugham   Traditional music of Azerbaijan

GOCHAG ASKAROV – Sacred World Of Azerbaijani Mugham Traditional music of Azerbaijan

Mugham is het klassieke erfgoed van de Azerbaijaanse traditionele muziek. Het werd in 2003 door de UNESCO uitgeroepen tot een “meesterwerk van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid”. Deze muziek wordt gekenmerkt door zijn grote emotionele kracht en zijn verfijning en die in weerwil van zijn archaïsche muzikale taal en antieke poëtische teksten een universele en hedendaagse aantrekking heeft, ook al is die buiten Azerbaijan nauwelijks bekend. Gochag Askarov is één van die weinige mughamartiesten die, zoals ook de grootmeester Alim Qasimov, internationale erkenning heeft bereikt. De term mugham wordt in Azerbaijan al minstens 7 eeuwen gebruikt en duidt in het hedendaagse gebruik ervan op diverse muzikale concepten. Mugham is onafscheidelijk van Azerbaijaanse klassieke poëzie. De tar (een luit met een dubbele resonantiebodem), de kamancha (een getande luit), de ud (in deze rubrieken ondertussen een vertrouwd begrip), de balaban (een dubbelriet blaasinstrument), de qaval (een frame drum) en de naghara (een cilindrische trommel) zijn de belangrijkste traditionele instrumenten bij de vertolking van mugham. Vandaag wordt mugham ook vertolkt op Europese instrumenten als klarinet, hobo, viool, piano, accordeon tot zelfs elektrische gitaar, al wordt dit niet meer beschouwd als een authentieke vertolking. Ondanks zijn nog relatief prille leeftijd wordt Gochag Askarov tot de voorhoede van de hedendaagse generatie Azerbaijaanse mughamzangers gerekend. Askarov is ondergedompeld in de traditie maar hij brengt ook zijn eigen ritmische en dramatische toetsen aan, getuige daarvan dit album. De muziek is vaak donker, extatisch en zeer intens maar er zijn ook lichtere en romantische passages. De zang is meestal urgent en gecontroleerd overdadig en de sfeer en de teksten vaak weeklagend en smachtend maar soms ook romantisch. Het spelniveau is superb en zorgt er mee voor dat ‘Sacred Word Of Azerbaijani Mugham’ één van de allerbeste stijloefeningen ooit uit het genre is. Deze zeer intense muziek vraagt een bijzonder grote inspanning van de luisteraar (mede door de lengte van de composities) maar geeft in retour een beklijvende en overweldigende muzikale ervaring.
publieksprijs: 16,45




SUSHEELA RAMAN – Queen Between

SUSHEELA RAMAN – Queen Between

Voor wie deze dame niet kent volgt hier even een korte introductie: Susheela Raman is een Brits-Indiase zangeres die vooral gekend is voor haar energieke, vibrante, syncretische en exalterende optredens die gebaseerd zijn op de sacrale Bhakti- en Sufitradities uit India en Pakistan. ‘Queen Between’ is haar zesde album. Raman en haar echtgenoot en muzikale rechterhand en producer Sam Mills (ook gekend van Real World Records) zetten hun muzikale zoektocht verder en doen dit met behulp van o.m. Rajasthani folkmuzikanten, het vermaarde duo Rizwan-Muazzam Qawwals (neven van Nusrat Fateh Ali Khan) en de Bretoense cellist Vincent Segal, die wij vooral kennen van zijn sublieme samenwerking met Ballaké Sissoko op ‘Chamber Music’. Susheela groeide als tiener op met muziek van zowel Joy Division, Nusrat Fateh Ali Khan, Oosterse christelijke liturgieën en postpunkacts. Als zo iemand dan zelf aan het musiceren slaat dan mag men zich wel aan iets verwachten dat zich ver van de mainstream bevindt. Raman is in haar muziek steeds op zoek naar die zeldzame plekken waar parallellen opduiken die ze dan tot een naadloos geheel weet te vermengen. Dat geheel belichaamt op perfecte wijze haar duale universum. De opener ‘Sharabi’ zet zeer duidelijk de toon voor wat volgt, waarbij door rock beïnvloede versregelstructuren zich verenigen met koorstructuren die gedrenkt zijn in Sufi-extase. Er wordt gezongen in Engels, Tamil, Panjabi, Urdu en Bengali en ook dit gegeven creëert mee het bevreemdende effect van het werk van Raman en Mills die ook tekenden voor de compositie van 6 van de 8 tracks. Dit alles resulteert in een intens en dwingend brouwsel van Brits songschrijven en klanken uit het Aziatische subcontinent met als extra het zeer uitgebreide en fascinerende stembereik van Susheela Raman.
publieksprijs: 18,00




BOULPIK – Konpa Lakay

BOULPIK – Konpa Lakay

Het akoestische combo Boulpik bestaat uit 6 muzikanten en werd 10 jaar geleden opgericht in Port-au-Prince, Haiti. Ze doen een bijna verloren traditie van straatmuziek voortleven. Die muziek werd gespeeld op publieke plaatsen maar ook op private evenementen. De stijl die Boulpik voornamelijk speelt heet konpa, een dansstijl die ontstond in de jaren 50. De groep wordt geleid door Franckel Sifranc, een magnetiserende zanger en een uitstekende songschrijver. Het instrumentarium bestaat uit banjos en een ritmesectie met maracas, tambours (handdrums), claves, manouba bas en cajón drums. Sifranc beweegt zich daartussen heen en weer in een vraag-en-antwoord-koor. De klank wordt in 5 nummers ook nog verrijkt door enkele gastmuzikanten op accordeon, viool, akoestische en elektrische gitaar. Op de 3 covers die hier prijken heerst een andere vibe: hierbij geven ze een vingerwijzing naar de invloeden van de groep en naar de hybride muziekgeschiedenis van Haiti. Het beste voorbeeld daarvan is ‘Je Reviens Chez Nous’, een getropicaliseerde Canadese ballad. ‘Konpa Lakay’ is een schitterend en respectvol eerbetoon aan de Haitiaanse troubadourtraditie. Dit album ontroert in al zijn eenvoud, schoonheid en ook humor: 12 points from ze Belgian jury!
publieksprijs: 20,40




FORABANDIT – Port

FORABANDIT – Port

Forabandit ontstond vijf jaar geleden als een project om Occitaanse en Turkse muziek bij elkaar te brengen: ‘Port’ is hun tweede album. De Fransman (of Occitaniër zo u wil) Sam Karpienia (mandocello, zang), de Turk Ulas Özdemir (baglama, cura, zang) en de Iraniër Bijan Chemirani (zarb, daf, percussie) maken de dienst uit. Van dit trio is enkel Bijan Chemirani ons bekend: hij komt uit het befaamde muzikale Chemirani-geslacht (Chemirani Trio behoort tot de absolute top in de Perzische klassieke muziek). Karpienia zingt in het Occitaans en Özdemir in het Turks (in het tekstboekje zijn de teksten vertaald naar het Frans en het Engels). Ze brengen liederen uit Oost en West samen in een intrigerende en dynamische pan-mediterraanse krachtenbundeling en ze weerspiegelen het idee van een gemeenschappelijke mediterraanse cultuur. Dat wij de teksten niet begrijpen kan niet deren want hier wordt bruisend en subliem gemusiceerd en gezongen en de composities van Karpienia en Özdemir en de zeer inventieve en subtiele arrangementen van het trio zijn van zeer hoge kwaliteit: de strakke snaarbegeleiding en de dynamische percussie tillen deze liederen nog naar een hoger niveau. ‘Port’ van Forabandit is zondermeer een verrassing van formaat.
publieksprijs: 18,75


ALSARAH and THE NUBATONES – Silt

ALSARAH and THE NUBATONES – Silt

We kenden de in de USA verblijvende Soedanese zangeres Alsarah reeds van haar werk met The Nile Project en met de Franse producer Débruit. ‘Silt’ is haar debuut met haar eigen groep, The Nubatones. Beide vorige projecten behandelden thema’s als vrijwillige en gedwongen migratie, ontheemding en de diaspora die dat met zich meebrengt en ook op ‘Silt’ zijn dat de belangrijkste onderwerpen, gezien door een urbane lens. De muzikale wortels van dit album liggen voornamelijk in de Nubische ‘liederen van terugkeer’ die het licht zagen in 1970 nadat duizenden Nubiërs ontheemd werden door de overstroming van de Aswan Dam. Deze liederen geven uitdrukking aan een verlangen en nostalgie naar thuis, best vergelijkbaar met saudade in fado. Toch wil Alsarah zich niet wentelen in dat verlangen en pleit ze eerder voor moderniteit als plausibele hoop voor een betere toekomst. Ze beschouwt moderniteit als een idee en een beweging. De liederen op ‘Silt’ zijn deels traditionals, deels originele composities van zowel Alsarah als de bandleden. Het instrumentarium is deels traditioneel (ud, percussie), deels modern (bas, keyboards). Alsarah beschikt over een attractief, sterk, krachtig en expressief stemgeluid. De muziek is gebaseerd op die van de Nubische muziekscene uit de jaren 60 en 70 aangevuld met Arabische en Noord-Afrikaanse invloeden: zelf omschrijft Alsarah haar muziek als ‘Oost-Afrikaanse retro pop’. Wij zeggen dan: fris en tijdloos en doordrongen van een gevoel van nostalgie.
publieksprijs: 15,35




SONIDO GALLO NEGRO – Sendero Mistico

SONIDO GALLO NEGRO – Sendero Mistico

‘Sendero Mistico’ (‘het mystieke pad’) is het tweede album van dit ons nog niet bekende Mexicaanse negental dat naar verluidt in de undergroundscene van Mexico City zeer hot is. Dit album is het eerste niet-Afrikaanse dat op het prestigieuze Glitterbeat-label verschijnt. Deze 9 heren spelen instrumentale cumbia en chicha met flarden huayno, boogaloo en rumba in een psychedelisch jasje waarin de voornaamste tinten tot stand komen door het gebruik van een Farfisa orgel en de theremin (een zeer oud elektronisch instrument dat bespeeld wordt door de afstand tussen de handen en twee antennes te variëren en waarbij de speler het instrument niet aanraakt; om een en ander iets aanschouwelijker te maken: 2 bekende muziekmonumenten waarin het instrument ook gebruikt werd zijn ‘Whole Lotta Love’ en Good Vibrations’). Ook de bas is zeer belangrijk in hun sound: donker en traag maar ook vloeiend draagt die de hartslag van de muziek. Voor meer info over cumbia verwijzen we jullie naar ons cd-nieuws van april 2013, over chicha kan je meer lezen in ons cd-nieuws van juli 2012. Deze heren spelen hun muziekjes zeer strak met naast de reeds vermelde belangrijkste instrumenten groovy percussie en vervormde wahwah-gitaren. Ze houden een prettig gestoorde, vrolijke balans tussen heerlijke melodieën en opwindende percussie op een Peruviaans-Colombiaans bedje. Allemaal zeer sixties dus en uiterst gezellig, deze nostalgische psychedelica, maar ook niet meer dan dat.
publieksprijs: 17,30




SIA TOLNO – African Woman

SIA TOLNO – African Woman

De Guinese zangeres Sia Tolno werd geboren in Kissi, in het grensgebied tussen Sierra Leone en Liberia; ze ontkwam niet aan het oorlogsgeweld. Van jongs af aan hield ze van acteren en al snel maakte ze naam met haar voordracht. Muziek was dus maar een kleine stap, die ze langzaam nam. In kleine theaters en cafés trad ze op met covers van klassiekers als ‘Ne Me Quitte Pas’ en ‘La Vie En Rose’. Aan deze vredige en anonieme routine kwam abrupt een einde toen producent Jose da Silva haar ontdekte en ze vijf jaar geleden haar debuutalbum ‘Eh Sanga’ kon opnemen met producer Kante Manfila. Dat album won een Djembé d’Or award. Dan begint Sia Tolno eigen songs te schrijven en dat resulteerde twee jaar later in het album ‘My Life’, dat het verhaal vertelt van een nomadisch, stormachtig en rebels leven. Muzikaal waren er de aanstekelijke ritmes van Afrikaanse dansen waarbij ze diverse instrumenten als gitaren, congas, balafon, sax, Peulfluit, Trillian double bass en Hammond orgel gebruikte. De invloeden op ‘My Life’waren divers: rock, reggae, afrofunk, Caraïbisch, Cubaans, West-Afrikaans…. De arrangementen waren van François Bréant, die ook al producer was voor Thione Seck en Salif Keita. Met haar repertoire en met haar licht hese stem sloot ze aan bij het werk van Angelique Kidjo (en soms ook wel bij dat van Miriam Makeba). ‘My Life’ was levenslustig, pretentieloos maar ook strijdvaardig entertainment van een uitstekende zangeres. En dan verschijnt nu haar derde album, ‘African Woman’. Als producer en als co-componist nam ze niemand minder dan Tony Allen onder de arm en dus waren de verwachtingen zeer hoog gespannen. Zijn aanwezigheid laat zich al onmiddellijk en zeer duidelijk horen: Sia Tolno tapt uit een gans ander vaatje en dat vaatje is hoofdzakelijk gevuld met afrobeat en highlife. De gaatjes werden gevuld met funk, pop en jazzfusion. De vibes en de grooves klinken erg opgewekt en zeer dansbaar, in tegenstelling tot de teksten waar het meestal bittere ernst is, of wat dacht je van: vluchtelingen die onderweg sterven, corruptie in Afrika, machtswellust, genitale verminking bij vrouwen, jaloezie en zelfzucht, etnische rivaliteit en de uitbuiting ervan door politici…. Toch behandelen niet alle teksten kommer en kwel en draagt Tolno een hoopvolle en optimistische boodschap uit, bijzonder inzake vrouwenrechten. ‘African Woman’ is een pan-Afrikaanse trip doorheen de ziel van een buitengewoon getalenteerde zangeres en componiste met de spirit en het hart op een goede plaats. Het is bovendien deugddoend te mogen vaststellen dat deze getalenteerde vrouw haar plaats veroverd heeft in het mannelijke bastion waar afrobeat en highlife de dienst uitmaken. Sia Tolno zingt krachtig, energiek en met een legitieme woede. En ere wie ook nog ere toekomt: ‘African Woman’ wordt ook in hoge mate meegedragen en voortgestuwd door de excellente polyritmische percussie van de grote Tony Allen: we vinden dat dit ook even mag vermeld worden.
publieksprijs: 20,40




BLACK FLOWER – Abyssinia Afterlife

BLACK FLOWER – Abyssinia Afterlife

Black Flower is een jonge Belgische band met als spilfiguur saxofonist en componist Nathan Daems. Black Flower speelt een aanstekelijke mix van Ethiopische melancholie, groovy jazz en funky soul. Iemand een label nodig? Doe dan maar Ethiojazz of Ethiogroove, muziek in het verlengde van die van pianist en vibrafonist Mulatu Astatke en van zanger Mahmoud Ahmed, de founding fathers van de Ethiojazz. Ethiojazz mixt traditionele Ethiopische ritmes en melodieën met Westerse stijlen als rock, funk en soul. De hoogdagen van de Ethiojazz liggen al decennia achter ons maar net zoals afrobeat maakt het genre opnieuw opgang en dat is een zeer goede zaak, dunkt ons. En bij Black flower krijg je er 2 voor de prijs van 1, want ze doorspekken hun ethiogroove met een flinke dosis afrobeat. Dit kwintet bestaat amper drie jaar maar heeft in de voorbije jaren al flink wat muzikale ervaring bijeengesprokkeld. Cornetspeler Jon Birdsong speelde o.a. al bij Calexico, Beck, Think Of One, Lisa Van der Aa. Bassist Filip Vandebril kennen we ook van zijn werk met Antwerp Gypsy Ska Orchestra en Lady Linn. Toetsenspeler Wouter Haest kennen we dan weer van bij Los Callejeros en drummer Simon Segers van bij De Beren Gieren, Stadt en Nathan Daems Quintet. En voor deze cd sloegen ze nog een grote vis aan de haak, met name gitarist Smokey Hormel, die reeds te horen was op platen van o.a. Johnny Cash, Tom Waits, Adèle, Beck…. Voor ‘Abyssinia Afterlife’ lieten de heren zich inspireren door de legende van Prester John (zie ook ‘The Prester John Sessions’ van Tommy T, daarvoor verwijzen we jullie naar het cd-nieuws februari 2010). De koortsachtige sfeer die Black Flower genereert doet ons onwillekeurig maar ook tenvolle terugdenken aan ‘In A Town Called Addis’, het uiterst fascinerende debuut van Dub Colossus, en dat is voorwaar geen geringe referentie en bovendien mag u dit lezen als een groot compliment. Black Flower staat ook voor exotiek, sensualiteit, (oriëntaalse) melancholie, een tikkeltje excentriciteit en psychedelica, bezwering, krachtige ritmes en grooves maar vooral voor feestelijke, gevoelvolle, stomende en aanstekelijke muziek met een zeer hoge spelkwaliteit. Een opvallende factor in de groepssound is het zeer inventieve orgelspel van Wouter Haest dat nauw verwant is aan de klanken die Ray Manzarek destijds bij The Doors uit zijn instrument toverde, en ook dit mag u lezen als een groot compliment. België in het bijzonder en de wereldmuziek in het algemeen is een klasbakkkengroep rijker. Bovendien is dit album ook nog een bevestiging van een fenomeen dat zich de voorbije jaren steeds nadrukkelijke manifesteert: ook buiten Afrika wordt Ethiojazz en afrobeat van de allerbovenste plank geproduceerd. Black Flower is zondermeer een revelatie.
publieksprijs: 17,80




JAH WOBBLE presents PJ HIGGINS – Inspiration

JAH WOBBLE presents PJ HIGGINS – Inspiration

Bij de bespreking van Dub Colossus hadden we jullie beloofd dat je verderop in dit cd-nieuws zangeres PJ Higgins nog eens tegen het lijf zou lopen. Hier is ze dan aan de zijde van Jah Wobble, één van de meest avontuurlijke, vernieuwende en invloedrijke bassisten in de hedendaagse muziek en wiens cv ons hier veel te ver zou leiden. Naast de bas hanteert hij ook diverse klavieren. De man heeft zijn hele loopbaan lang de muzikale normen uitgedaagd en ernaar gestreefd om de muzikale grenzen naar de limieten te drijven en soms ook erover. Ieder album van Jah Wobble is een sonisch avontuur, zo ook dit album dat hij opnam met PJ Higgins. Wobble en Higgins ontmoetten elkaar voor het eerst in 1998 toen ze beiden aantraden op een festival op de Acropolis in Athene. Muzikaal is dit nieuwe album moeilijk te plaatsen. De basis van de klank is ontegensprekelijk dub waarin allerlei stijlen ingepast worden zoals ska, dancehall reggae, Oosters getinte psychedelica, jazz, funk, Haitiaanse en Afrikaanse invloeden….kortom een muzikale caleidoscoop van zeer veel karaat. Dit is geen wereldmuziek in de “echte” zin van het woord maar hier wordt gegoocheld met een uitgebreid arsenaal stijlen waarvan vele uit de “wereldmuziek” komen. Het resultaat is baanbrekende, rijkelijk atmosferische en genrevermengende en –overschrijdende muziek die fascineert en betovert. En ook nog dit en zeker niet onbelangrijk: wij zijn helemaal weg van het impressionante stemgeluid van mevrouw Julie Anne Higgins (alias PJ).
publieksprijs: 19,45


BIO RITMO – Puerta Del Sur

BIO RITMO – Puerta Del Sur

Bio Ritmo is een salsagroep uit Richmond, Virginia (USA). De groep bestaat sinds 1991 en groeide sindsdien uit tot een van de meest intrigerende en invloedrijke Latin dance bands. Ze zijn de pioniers van een nieuwe generatie salsamuzikanten die gedijen op de geest van experiment die ooit de definitie was van de seventies salsa. Met hun vintage grooves, experimentele synthgrooves, vernieuwende harmonieën en provocerende teksten hebben ze al die jaren vele lijven naar de dansvloer geleid. Voor een deel van de composities alsook voor alle teksten en voor de productie tekent pianiste en bandleidster Marlysse Rose Simmons, en dat is voorwaar zeer uitzonderlijk in het mannelijke salsabastion. De groep predikt een DIY-ethos die sterk doorklinkt in hun muziek en die zich ook vertaalt in het ofwel in eigen beheer uitbrengen van hun albums ofwel op indie labels. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ‘Puerta Del Sur’ verschijnt op Vampisoul, een Spaans label dat het tot haar missie rekent ‘verloren’ Latinomuziek te doen heropleven. Ze citeren Stereolab, Braziliaanse psychedelische muziek, Ray Barreto, Roberto Roena en het klassieke Faniawerk als hun voornaamste invloeden. Bio Ritmo is een groep die ons weer verzoent met een genre dat al jarenlang in het slop zit en nog voor weinig nieuwe wind zorgt. Hun arrangementen en hun vernieuwende aanpak blazen salsa een nieuw leven in, dit in tegenstelling tot de onetrickpony mainstream die zichzelf maar blijft herhalen: Bio Ritmo is een heerlijke update van salsa met oog voor wat er buiten het genre leeft: zo is er ruimte voor Afro-Cubaanse ritmes en wordt er afgesloten met ‘Codeína’, een fascinerende en bevreemdende mix van een bolero en een Egyptische klassieker uit de jaren 60, opgesmukt met extra strijkers en Arabische percussie; aldus voorziet Bio Ritmo hun tiende album van een héérlijk en verrassend orgelpunt.
publieksprijs: 18,10



FOCUS OP BRAZILIË

Nee, wij zijn de laatsten om het WK te promoten, maar het was te voorzien dat er rond deze periode veel Braziliaanse releases zouden zijn. We selecteren er 3 voor jullie.



SONZEIRA – Brasil Bam Bam Bam

SONZEIRA – Brasil Bam Bam Bam

Sonzeira is het nieuwste project van muzikale duizendpoot en bezige bij Gilles Peterson, BBC-radioproducer en dj met een zeer uitgebreide expertise op het vlak van Latijns-Amerikaanse muziek. Dit project is niet zomaar een goedkope vorm van inspelen op de Brasilhype van het moment. Zoals we dat van Peterson gewoon zijn heeft hij er wel degelijk zijn werk van gemaakt. Met de hulp van een plaatselijk team met kennis van zaken nam hij in Rio een album op dat oud en nieuw samenbrengt. Hij stelde het collectief Sonzeira samen en trok daarvoor ronkende namen aan zoals Seu Jorge, Marcus Valle, Elza Soares, Wilson Das Neves, Nina Miranda, Arlindo Cruz, Gabriel Moura en vooral die many more. Het album beslaat het rijke en gediversieerde muzikale erfgoed van Brazilië, van de Afro-Braziliaanse klanken van Bahia en Recife tot bossa nova, baile fun en tropicália. Zo start het album met broeierig slagwerk van Naná Vasconcelos dat herinneringen oproept aan de Afro-Braziliaanse Candomblé-ceremonies: we horen in dit nummer ook de stem van Seun Kuti die herinnert aan de muzikale banden tussen Afrika en de slavenhandel. En na deze boodschap kan het feest losbarsten. Wat je hier hoort zal je zonder twijfel niet gehoord hebben op de World Cup: dit is geen mainstream maar wel het kloppende hart van Brazilië, muziek met een ziel en met ballen (géén voetballen). Het zal jullie de voorbije jaren wellicht niet ontgaan zijn dat wij niet bepaald wild lopen voor het gros van de Braziliaanse muziek maar deze kan er alvast in. Gilles Peterson did it again.
publieksprijs: 19,50


BIXIGA 70 – Ocupai

BIXIGA 70 – Ocupai

Bixiga 70 is een tienkoppige band uit de gelijknamige bairro (buurt) in São Paulo en ‘Ocupai’ is hun tweede album. Brazilië is het niet-Afrikaanse land met het grootste aantal zwarte inwoners en toch heeft het erg lang geduurd vooraleer men er zich ging interesseren voor de Afrikaanse cultuur en muziek. Stilaan begint daar enige verandering in te komen en hebben de Brazilianen nu een van Afrika’s populairste muziekgenres ontdekt, met name afrobeat. Ondertussen heeft zowat elke grote Braziliaanse stad een afrobeatorkest. Er kan gesteld worden dat Bixiga 70 een Braziliaanse interpretatie neerzet van de nalatenschap van Fela Kuti. De 70 in de groepsnaam is trouwens een vette knipoog naar Fela Kuti’s Africa 70. Zelf noemt Bixiga 70 hun muziek geen afrobeat maar música negra. De fundamenten zijn alleszins van afrobeat-makelij maar de infusen zijn velerlei: Afro-Braziliaanse muziek, reggae, Braziliaanse funk, ethiojazz, highlife en mandingue blues, om het bij deze te houden. In tegenstelling tot het uitgesproken gezongen engagement van Fela Kuti wordt er bij Bixiga 70 niet gezongen en zijn er dus ook geen (militante) teksten. De groep zelf zegt daarover dat hun muziek daarom niet minder geëngageerd is en zelfs net universeler want door iedereen verstaanbaar, over alle taalgrenzen heen. Ze zeggen daarover ook nog het volgende: “Wij kunnen ons volledig vinden in Fela’s boodschap over Afrika en de wereld: vooral zijn visie op muziek als de viering van vrijheid. Daar gaat onze show ook om: unie, vrede en vrijheid.” En in de titel van het album schuilt ook enig engagement: die verwijst naar de straatprotesten die in 2013 op verschillende plaatsen in Brazilië uitbraken en bekend staan als de Revolta do Vinagre (Azijnopstand) of de Braziliaanse lente. De muziek van Bixiga 70 is zeer dynamisch, gedreven, broeierig, gejaagd (‘Isa’ is het enige rustpunt op deze cd) en gelaagd; er wordt ook indrukwekkend gemusiceerd en de sterke composities worden uitmuntend opgebouwd. De jonge internationale afrobeatschool heeft er een klasje bij en wat voor één! Ze zullen met open armen worden ontvangen door die andere klasjes zoals Jungle By Night, The Souljazz Orchestra, Shakara United en ook wel door headmaster Tony Allen vanop de zijlijn. En het is ook lang geleden dat wij nog eens een Braziliaanse act voor de volle 100% in de armen sloten. ‘Ocupai’ van Bixiga 70 is dan ook de negende voltreffer van dit kalenderjaar.
publieksprijs: 18,40



RODRIGO AMARANTE – Cavalo

RODRIGO AMARANTE – Cavalo

Songschrijver, zanger en multi-instrumentalist Rodrigo Amarante is een belangrijke figuur in de hedendaagse Braziliaanse muziekscene. Hij is vooral gekend van zijn werk bij Los Hermanos, Orquestra Imperial en Little Joy en van zijn jarenlange samenwerking met Devendra Banhart. Hij werkte ook al samen met iconen als Tom Zé, Gilberto Gil en Marisa Monte. ‘Cavalo’ is zijn eerste soloalbum. De hoofdklanken zijn reflectie, meditatie, intimiteit, nostalgie en melancholie en die klinken ook nadrukkelijk door in de teksten. Hoewel alle muziek, teksten en arrangementen van zijn hand zijn weerklinkt op een groot deel van dit album de geest en de invloed van Devendra Banhart, die ook op 1 nummer meezingt. Qua muzikale sferen krijgen we een gevarieerd menu geserveerd in diverse gangen: van bossa nova over funky samba, singer-songwriterpop, klassieke tropicália, indie folk tot saudade. Ondanks deze grote diversiteit wordt het album gekenmerkt door de sterke cohesie van het geheel. De teksten zijn afwisselend gezongen in Engels, Frans en Portugees. ‘Cavalo’ is een heerlijk ingetogen en wonderbaarlijk creatief album van een artiest die in eigen land op handen wordt gedragen: dan is het nu de beurt aan de rest van de wereld om dat te doen.
publieksprijs: 18,40


‘’k ZOU ZO GERE WILLE LEVEN’ (compilatie)

‘’k ZOU ZO GERE WILLE LEVEN’ (compilatie)

Deze compilatie is een uitgave van vzw Muzikantenhuis uit Gent. In het kader van 50 jaar migratie hebben ze muzikanten met achtergronden buiten Gent en België geactiveerd. Deze muzikanten hebben zich samen geëngageerd om te werken aan een cd die dit interculturele karakter uitademt. We geven jullie een greep uit de zeer lange lijst die aan dit lovenswaardig initiatief hun medewerking hebben verleend: Mustafa Avsar, Walter De Buck (met deze cd-titel kon die toch absoluut niet ontbreken), Willem Vermandere, Wouter Vandenabeele, Pol Depoorter, Patrick Riguelle, Rembert De Smet, Luiz Marquez, Mustafa Tekir, Mustafa Gurbuz, Kadril en vooral die vele anderen. De openingszin van het openingsnummer ‘’k Zou zo gere wille leven’ van Walter De Buck vat samen waar dit initiatief over gaat: “’k Zou zo gere wille leven in ne wereld zonder haat”. Dit lied is hier te horen in een Gents/Turkse versie. Verder werden we nog bekoord door de Turks/Gentse Groep Tini, de a capella van Balkania 4’tet, Wouter Vandenabeele alsook door Szilvia Bognár (begeleid door Kadril). Wel heel erg jammer vinden wij dat bij de cd geen infoboekje hoort: deze cd had dit verdiend en zo blijft de info wel zeer summier.
publieksprijs: 17,80


‘THE SOUND OF SIAM Volume 2   Molam & luk thung from north-east Thailand 1970-1982’ (compilatie)

‘THE SOUND OF SIAM Volume 2 Molam & luk thung from north-east Thailand 1970-1982’ (compilatie)

Dit is het vervolg op Volume 1, of wat dacht u, en werd opnieuw samengesteld door het Thais-Britse DJ-duo Maft Sai en Chris Menist. Zoals u wellicht ook al had begrepen focussen ze nu op het noordoosten van Thailand. In deze regio wonen vooral etnische Laotianen en de populaire instrumenten zijn er de phin (driesnarige luit),de khaen (bamboe mondharmonica) en de sor (tweesnarige viool). Deze Isanregio wordt dan ook gedomineerd door de Laotiaanse cultuur en door molam, de (hoofdzakelijk vocale) folk- en popmuziek van het gebied. De letterlijke vertaling van molam is ‘de zingende expert’. De basis van molam wordt gevormd door een eeuwenoude folktraditie die door hedendaagse muzikanten vertaald wordt naar funky popdeuntjes, aangedreven door de riffs gespeeld op de eerder genoemde instrumenten en voorzien van melismatische gezangen. Om de dominantie van de pleng luk thung uit Centraal-Thailand te doorbreken ontwikkelden de muzikanten uit Isan de luk thung Isan: deze verschilt van de pleng luk thung door het gebruik van de typische molam-zangstijl. Ook van de luk thung Isan hoort u proeven op deze compilatie. Voor onze westerse oortjes is deze muziek meer dan bevreemdend (al zijn we ondertussen toch al heel wat gewoon) en echt wild worden wij hier niet van. Als historisch document heeft deze compilatie wis en waarachtig betekenis en waarde.
publieksprijs: 18,40

PUTUMAYO


‘AUSTRALIA’ (compilatie)

‘AUSTRALIA’ (compilatie)

De aboriginal Australiërs ontwikkelden destijds een uitgesproken cultuur die gekarakteriseerd werd door complexe spirituele overtuigingen en een diepe band met moeder aarde. Ze maakten gebruik van muziek om auditieve kaarten (of “songlines”) te creëren die mijlpalen weergaven en zo mensen in staat stelden om hun wereld te exploreren. De didgeridoo, het iconische houten instrument van Australië, is gemaakt uit een boom die uitgehold is door termieten. Als integraal onderdeel van ceremonies produceert het instrument een gonzend en snorrend geluid dat a.h.w. de ideale soundtrack voor spirituele transfomatie vormt. De komst van Europese kolonisten introduceerde ziekte, toeëigening van land, kinderroof en discriminerend overheidsbeleid en had verwoestende effecten op de originele Aboriginalcultuur. Slechts heel recent kent deze cultuur een heropleving nu artiesten als Geoffrey Gurrumul Yunupingu, Frank Yamma en Archie Roach niet enkel in hun thuisland maar ook ver daarbuiten beroemdheden zijn geworden. De didgeridoo heeft ook tot ver buiten Australië zijn plaats en appreciatie veroverd in het muzikale landschap. Gezien de vele immigratiestromen heeft het Australische muzikale landschap veel weg van een patchwork en een hutsepot: Amerikaanse country, Britse, Amerikaanse en Ierse folk weerklinken er welig. Sinds Bob Marley in de jaren 70 stormenderhand de muziekscene veroverde vond ook reggae een breed gehoor in de surf- en strandcultuur. Daarnaast kent Australië ook internationale topartiesten in pop en rock, maar daar is het ons hier niet om te doen. Het zal u dus ook niet verbazen dat deze compilatie een muzikale lappendeken is. De uithangborden zijn Gurrumul en Archie Roach: de andere artiesten zijn bij ons nobele onbekenden. Wij zijn vooral gecharmeerd door de bijdragen van The Beautiful Girls (een volledig mannelijke! groep die reggae, laid-back pop en chanson vermengt), de bij ons bekendste aboriginal Gurrumul (zijn geweldige, niet loslatende stem en zijn melancholische, transcendente melodieën bezorgen ons kippevel), de folkpopgroep The Lucky Wonders (met 2 geweldige zangeressen) en Archie Roach, één van de belangrijkste stemmen (zeker metaforisch) van de aboriginals. Als toetje vind je in het cd-boekje nog een recept voor een toetje, lamingtons (cakejes): haal je suiker en cacaopoeder in de wereldwinkel en met nog wat andere ingrediënten kan je zo aan de slag.
publieksprijs: 13,75


‘AUSTRALIAN PLAYGROUND’ (compilatie)

‘AUSTRALIAN PLAYGROUND’ (compilatie)

Aansluitend op de “grotemensencd” ‘Australia’ is er ook nog deze nieuwe titel in de Putumayo-kinderreeks. In het cd-boekje staat info over Australië, Australische woorden en uitdrukkingen, Australische dieren en over de liedjes, en dit alles op kindermaat (papa of mama of de meester of de juf worden wel verondersteld Engels machtig te zijn). De liedjes gaan o.m. over vriendschap, avontuur, kangoeroes, een natuurpark, didgeridoos en hebben meestal een hoog meezinggehalte, voorwaar geen onbelangrijk detail bij liedjes voor kinderen. Er wordt afgesloten met het bekendste Australische lied, ‘Waltzing Matilda’. Ook deze cd is net als ‘Australia’ een muzikale lappendeken. En ook hier staat er in het cd-boekje een recept, voor damper, een brood dat de veedrijvers op hun lange tochten bakten boven de hete kolen van het kampvuur.
publieksprijs: 13,75

ROUGH GUIDES


‘INDIAN CLASSICAL MUSIC’ (compilatie)

‘INDIAN CLASSICAL MUSIC’ (compilatie)

Indiase klassieke muziek is diep verbonden met de mystieke oude tradities van het land. Muziekhistorici gaan terug tot de Vedische periode en treffen daarbij de Rig Veda aan, een oude verzameling Sanskrietgezangen, en de Sama Veda, een discussietekst over de oorsprong van zeven shrutis (aantekeningen) over de natuurgeluiden. De toepassing waarbij men tonen in bepaalde sequenties combineert met het destijds ontwikkelde notenschriftsysteem hangt samen met de ontwikkeling van de Indiase klassieke ragavorm. ‘Raga’ betekent letterlijk ‘kleurschakering’ en is een muzikale methode waarbij de melodie opgebouwd wordt aan de hand van voorgeschreven conventies. Ragas zijn gekoppeld aan verschillende stemmingen en momenten van de dag. Op deze Rough Guide treffen we enkele van de allergrootste namen uit de Indiase klassieke muziek die een aantal van de mooiste ragas uit het Indiase klassieke erfgoed vertolken, m.a.w. het is hier smullen geblazen. Violiste Jyotsna Srikanth (cd-tip: ‘Call of Bangalore’: cd-nieuws augustus 2013) mag openen met een sama (een ragavorm) van de beroemde Karnatische componist Muttuswami Dikshitar, gewijd aan Annapoorne, de Hindugodin van het voedsel. Srikanth zelf is ook afkomstig uit Karnataka en kenmerkend voor de muziek uit deze streek zijn de natuurlijke melodische vorm en de grote esthetiek. Over Ravi Shankar kunnen we kort zijn, we hebben hier immers al bladzijden vol geschreven over dit genie. En dat hij bij leven een genie was bewijst hij hier nog maar eens uitvoerig in een uptempo raga. Daarna is het de beurt aan vader en zoon Allah Rakha en Zakir Hussain; tablavirtuoos Zakir is alvast hier veel bekender dan zijn vader. Samen brengen ze hier live een zeer percussieve raga. De legendarische Karnatische zanger Dr M. Balamuralikrishna spreidt hier nog eens zijn uitzonderlijke stemradius en zijn veelzijdig klankbereik tentoon. Hij staat ook geboekstaafd als de man die het jugulbandi-concept -2 solisten met gelijke bekwaamheid die samen spelen- in de Indiase klassieke muziek gepopulariseerd heeft. Hét hoogptepunt op deze compilatie komt van een trio legendes: Shivkumar Sharma (santur), Hari Prasad Chaurasia (fluit) & Brij Bhushan Kabra (gitaar). Ze brengen hier een uiterst delicate Hindustani bhairav raga die gerelateerd is aan de Sikhtraditie uit Noord-India. Dit fragment komt uit de klassieker ‘Call Of The Valley’, een absoluut meesterwerk uit de Indiase klassieke muziek dat helaas al vele jaren niet meer verkrijgbaar is (bij deze: een meer dan zeer warme oproep aan EMI). Andere ragavormen die hier nog aan bod komen zijn de chhayanat en de saveri. Ook de hier niet aangehaalde bijdragen zijn uitermate boeiend: voor de reeds ingewijde liefhebber zal deze compilatie weinig kunnen bijbrengen maar als introductie is deze Rough Guide een aanrader die naar meer zal doen smaken. De bonus-cd is ‘3: Calcutta Slide Guitar’ van Debashish Bhattacharya, die we verder in deze bespreking DB zullen noemen, kwestie van te besparen op onze letters. Deze cd verscheen in 2006 op Riverboat Records en is nu niet meer afzonderlijk verkrijgbaar. DB is een meester op wat we maar gemakshalve als de Indiase slidegitaar zullen omschrijven, kwestie van onze tong niet te breken op woorden als chaturangui, anandi en gandharvi, 3 gitaren die hij zelf ontworp en bedacht met de naam “Trinity of Guitars”. Deze gitaren vertegenwoordigen 3 generaties instrumenten alsook een duizendjarige muziektraditie. Het was zijn doel om met deze ontwerpen de complexiteiten binnen de Indiase klassieke muziek te matchen: aldus was hij verantwoordelijk voor een belangrijke transformatie van de Indiase muziek. Dit album is de culminatie van levenslange intensieve studie, uitvoering en innovatie. Er lopen weinig gitaristen rond die er aanspraak kunnen op maken een dermate individuele stijl te hebben gecreëerd als DB, deels gebaseerd op zijn unieke three fingerpicking-techniek. Net als een sitarspeler wordt DB ook geruggesteund door een tabla- en een tambouraspeler, maar daar houdt elke vergelijking op. Zijn instrumentals omvatten zowel trage als op drift geslagen ragas en zijn gebaseerd op zijn éénsnarige improvisatie.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)




‘PSYCHEDELIC CAMBODIA’ (compilatie)

‘PSYCHEDELIC CAMBODIA’ (compilatie)

Muziek uit Cambodja staat alhier synoniem voor een haast onbeschreven blad. Deze compilatie behandelt dan nog een zeer specifieke tak van Cambodjaanse muziek. Psychedelische muziek werd net als een groot deel van de bevolking zo goed als uitgeroeid in de tijd van de Rode Khmer maar leeft nog verder in het geheugen van de overlevenden als verbannen gekoesterde schatten van een verloren verleden. Deze Rough Guide is opgedragen aan deze breinbrekende muziek uit de jaren 60 en 70. Naast de originele artiesten uit dat tijdperk horen we ook hedendaagse revivalbands als Dengue Fever en The Cambodian Space Project. Bij Rough Guides hopen ze dat deze introductiecompilatie een startsein kan zijn voor het documenteren van een stijl en zijn muzikanten die omkwamen in de genocide. Deze vaak avontuurlijke en aanstekelijke stijl mengde elementen van traditionele khmermuziek met rhythm ‘n’ blues, rock ‘n’ roll, garagerock en surfrock en illustreert wellicht ook het vertrouwen en het geloof die er heersten in de korte periode tussen de Khmer-onafhankelijkheid en de “komst” van de Rode Khmer. Het zal u ook niet verbazen dat -in tegenstelling tot bij andere Rough Guides- hier niet alle informatie over de opnames te vinden is. Weinig bronnen, documenten en originele opnames hebben de genocide overleefd. Dat deze opnames nu toch nog kunnen uitgebracht worden hebben we te danken aan de Khmerbevolking die hun platen verborgen hielden of ze het land uit smokkelden en ze koesterden als schatten uit een verloren verleden. Toen het land zich in de jaren 90 weer begon open te stellen vond dit vinyl zijn weg terug naar de lokale markten en de verbannen en uitgeweken gemeenschappen via cassette-uitgaven en, langzaam maar zeker, begon deze muziek binnen te sijpelen in het bewustzijn van een ruimere wereld. De markantste figuren op deze compilatie zijn Sinn Sisamouth, Pan Ron (hier vertegenwoordigd met 4 tracks) en Ros Seresyothea (hier vertegenwoordigd met 6 tracks). Sinn Sisamouth, aka de Elvis van Cambodja) schreef duizenden songs en introduceerde vele bekende westerse popdeuntjes uit die periode. Hij vertaalde songs als ‘House Of The Rising Sun’, ‘Black Magic Woman’ en ‘Sugar Sugar’ naar het Khmer. Er doet een weinig geloofwaardig verhaal de ronde over de man: alvorens te worden geëxecuteerd door de Rode Khmer vroeg hij om een lied te mogen zingen voor hun kaders; de soldaten bleven onbewogen en na zijn lied schoten ze hem ter plaatse neer. Zangeres Pan Ron werd bekend na haar duetopnames met Sisamouth uit de jaren 60. Net als hij was ook Ron een geweldige en zeer productieve songschrijfster: ze nam meer dan 500 songs op. Verder is er weinig geweten over het leven van Pan Ron: getuige haar jongere zuster overleefde ze tot de Rode Khmer hun laatste massaexecuties lanceerden bij de Vietnamese invasie van eind 1978. Over het leven van die andere diva, Ros Sereysothea, en zeker over haar levenseinde is zo goed als niets geweten: de schaarse berichting geeft zeer uiteenlopende en oncontroleerbare versies. Wat we wel weten is dat haar pad bezaaid was met moeilijkheden allerlei en mislukte relaties die ze reflecteerde in de trieste en gevoelvolle ballades waarmee ze een gevierde artieste werd. Het is ons wel een raadsel waarom Seresyothea en Ron zo oververtegenwoordigd zijn op deze compilatie en een eveneens belangrijke figuur als Sisamouth hier slechts 1 beurt krijgt. De meest avontuurlijke bijdrage op deze Rough Guide komt van Dub Addiction, een actieve band die hun muziek als Khmer reggae en ook wel ragga dub omschrijven. Wat we op deze compilatie horen heeft zo goed als niets te maken met wat wij hier doorgaans onder ‘wereldmuziek’ verstaan maar is wel een zeer interessant tijdsdocument en bovendien een zeer welgekomen uitgave gezien het zeer minieme aanbod aan muziek uit Cambodja. De meeste van deze muziekjes hebben zeker geen eeuwigheidswaarde maar ze hebben ons wel een hoop prettige en hilarische luistermomenten opgeleverd en enkele westerse sixtieshits (‘Venus’, ‘Bang Bang’, ‘House Of The Rising Sun’) in Khmer te horen is behoorlijk maar wel aangenaam bevreemdend. De actieve Cambodjaans-Amerikaanse revivalband The Cambodian Space Project die ook op deze Rough Guide staat met een nummer dat doet denken aan ‘The End’ van The Doors levert hier de bonus-cd ‘Out Of The Black & Into The Stratosphere’. TCSP liet zich duidelijk inspireren door het succes van die andere Cambodjaans-Amerikaanse revivalband, Dengue Fever, die ook te horen is op deze Rough Guide. Ook hun recept bestaat uit psychedelische Khmer-pop, rock en sixties-surfrock gezongen in Khmer. Hun muziek is een eerbetoon aan de muzikanten uit de muzikale ‘golden age’ van Cambodja en is dan ook overduidelijk gebaseerd op het werk van “de grote 3” die ook auteurs zijn van het merendeel van het oeuvre van TCSP. Deze bonus-cd is niet regulier verkrijgbaar maar een sampler met ouder werk, enkele tracks uit hun nog te verschijnen album ‘Whiskey Cambodia’ en 2 samenwerkingen met Kong Nay, één van die zeldzame muzikanten die de Rode Khmer-terreur overleefd hebben. Wat deze band ook geërfd heeft van hun grote voorbeelden is het klaarblijkelijk grote plezier in wat ze doen.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)



‘ARABIC JAZZ’ (compilatie)

‘ARABIC JAZZ’ (compilatie)

De afgebroken beats en de tegencultuurelementen uit de jazz hebben sinds het begin van de vorige eeuw ook hun weg gevonden in de Arabische wereld. Zo heeft de Maghreb historische banden met Andalucia en met de offbeats uit de flamenco, die teruggaan op lokale jazzexpressies. De Mashriq heeft een solide jazzerfenis, getuige hiervan o.m. drummer Salah Ragab die met Sun Ra werkte. In Libanon betekende het werk van de Rahbani-broers ontzettend veel voor de ontwikkeling van jazz. Het moge duidelijk wezen dat jazz nog steeds door de Arabische aders klopt. Deze Rough Guide wil daarin meer inzicht bieden. Opvallend op deze compilatie is de ruime aanwezigheid van de rijke muzikale smeltkroes uit Libanon: 4 van de 10 tracks zijn van Libanese makelij. We horen trompettist/componist Ibrahim Maalouf, ud-meester Rabih Abou-Khalil, zangeres Rima Khcheich en zanger/componist Ahmad Kaabour. Deze laatste is een prominente culturele figuur in het Midden-Oosten: in 1975 werd zijn hit ‘Oundaikom’ de hymne van de Palestijnse strijd. Hij schreef het lied op 19-jarige leeftijd bij het uitbreken van de Libanese burgeroorlog. Het verheugt ons dat op deze Rough Guide ook enkele van onze huisfavorieten zijn opgenomen: Le Trio Joubran uit Palestina met ud-muziek op grote hoogte, de Franse contrabassist Renaud García-Fons met een fragment uit zijn muzikale meestercruise langsheen de kusten van de Middellandse Zee ‘Mediterranées’ (zie cd-nieuws april 2011) en de Algerijnse pianist/componist Maurice el Medioni, een veteraan en monument uit de wereldmuziek (zie cd-nieuws mei 2014), hier te horen aan de zijde van de Cubaanse percussionist Roberto Rodriguez. Verder kon ook nog de atmosferische ambient Sufi-bijdrage van de Turkse muzikant/componist Omar Faruk Tekbilek ons bijzonder bekoren. Vreselijk op de heupen kregen we het dan weer van het iele gepingel van de Australische ud-speler Joseph Tawadros, maar dat is dan ook de enige smet op deze voortreffelijke compilatie. ‘The Rough Guide to Arabic Jazz’ offreert zowel de liefhebbers van Arabische muziek als van jazz een minder gekende en verrassende invalshoek van hun favoriete muziek, maar ook voor de leken is het genieten. De bonus-cd is dan weer van Belgische makelij, ‘Chemsi’ van Hijaz. Vorige maand kwam dit multiculturele kwartet al wat uitgebreider aan bod n.a.v. hun nieuwste worp ‘Nahadin’, dus die info hoeven we hier niet meer te herhalen. Voorganger ‘Chemsi’ verscheen in 2011. Op dit album graaft Hijaz in de dialoog tussen ud en piano, tussen oost en west, tussen gevoel en ratio, tussen thema en improvisatie. Qua sfeer doet dit kwartet denken aan Rabih Abou-Khalil en aan Anouar Brahem. Muzikaal gaat het heen en weer tussen traditie en moderniteit, waarbij jazz soms in brede lagen wordt uitgesmeerd. ‘Chemsi’ is daarmee een meer dan voortreffelijke bonus bij een zeer boeiende compilatie: 2 voor de prijs van 1, altijd prijs!
publieksprijs: 13,15 (2 cd)




‘LATIN MUSIC FOR CHILDREN’ (compilatie)

‘LATIN MUSIC FOR CHILDREN’ (compilatie)

De wortels van de Latijns-Amerikaanse cultuur liggen in drie continenten. Die cultuur kan getraceerd worden doorheen geschiedenis, taal, religie tot zelfs kinderverhalen. Deze culturele wortels zijn wellicht meest prominent aanwezig in de muziek. De combinatie van Spaanse gitaren, Afrikaanse percussie en fluiten van de inheemse Indianen hebben geleid tot vibrerende stijlen zoals salsa, merengue, mambo, cumbia…. Zo ook zijn Latijns-Amerikaanse kinderliedjes gebaseerd op de muziek uit die drie bronnen. Vaak halen ze inspiratie uit Europese kinderrijmpjes en volksverhalen en –sprookjes van de inheemse Indianen en uit Afrika. Ze vertellen verhalen over oude koninkrijken, mythische tochten, natuurwonderen en natuurlijk ook over heel veel wilde dieren. Opener van dienst is het fantastische Afrocubism-project (cd-tip: ‘Afrocubism’). Andere tracks die ons bijzonder kunnen boeien komen van de Colombiaanse zangeres Totó La Momposina -70-plus maar ze gaat tekeer als een levenslustig veulen-, Spam Allstars (uit Miami), het Peruviaanse collectief Novalima dat Afro-Peruviaanse rootsmuziek combineert met electronica, dub, breakbeats en afrobeat en tot slot ook nog het Puerto Ricaanse gezelschap Paracumbé. Vijf op dertien: dat is een ruime onvoldoende en in tegenstelling tot de meeste Rough Guides is dit dus een zwak broertje. De verhalen mogen dan misschien wel op kindermaat zijn, van de muziek kan dat toch niet gezegd worden. En van de bonus-cd al helemaal niet: die komt van Wayne Gorbea’s Salsa Picante en verscheen in 2007 in de Introducing-reeks. Pianist Wayne Gorbea en de zijnen zijn al bijna veertig jaar actief en zijn met hun onversneden, pure sound, hun zeer pittige grooves en arrangementen een begrip bij liefhebbers van klassieke salsa dura en bij uitbreiding van salsadansers. Dit album is een compilatie van werk van Gorbea. De focus ligt op salsa maar er zijn ook uitstapjes naar rumba en mambo. Deze cd is nog apart verkrijgbaar voor 10,70€ en biedt een uitstekende introductie tot het oeuvre van Wayne Gorbea’s Salsa Picante.
publieksprijs: 13,15

RIVERBOAT RECORDS



ANANSY CISSÉ – Mali Overdrive

ANANSY CISSÉ – Mali Overdrive

Vooraleer Anansy Cissé zich in Bamako vestigde leefde hij in Diré waar hij zijn eigen opnamestudio runde en er werkte met jonge muzikanten uit de streek. Eind 2012 werd hij echter gedwongen om zijn studio te ontmantelen als gevolg van de invasie in het noorden van Mali door militante islamisten. De scherpe en schrijnende afsluiter op dit album, ‘Gomni’, is een oproep voor vrede in Mali en is tegelijkertijd een herinnering aan de wanhoop die velen voelden bij de religieuze spanningen in het noorden van het land. In Bamako ontmoette Cissé Philippe Sammiguel die nu zijn percussionist en manager is. Samen begonnen ze in een noodstudio te werken aan nieuwe nummers. Sammiguel kon Cissé ervan overtuigen een album op te nemen. Cissé belde wat vrienden op: de gewaardeerde ngonispeler Djimé Sissoko, bassist Abdramane Touré en kalebasspeler Mahalmadane Traoré. Ze kregen nog versterking van enkele gastmuzikanten waarvan de bekendste Zoumana Tereta is, gekend van zijn hypnotiserende spel op de soku (een traditioneel Wassoulou-strijkinstrument): Tereta is ook bekend als producer, orkestleider en begeleidingsmuzikant voor o.a. Bassekou Kouyaté, Nahawa Doumbia, Oumou Sangare en Toumani Diabaté. Dan nam Anansy Cissé deel aan ‘Battle Of The Bands’ van World Music Network en zo ging de bal aan het rollen: het resultaat ligt nu op de draaitafel. Mali Overdrive: what you read is what you hear is what you get. Cissé’s opgedreven gitaardistorties slorpen alle briljante facetten uit de West-Afrikaanse desertblues op en spuwen die terug uit met een nieuwe en gejaagde attitude. De inspiratie voor zijn songs, teksten en ritmes haalt Cissé zowel uit rock als uit traditionele Fulani- en Songhaimuziek. Naast de gitaar van Cissé zijn de ngoni en de kalebas de dominante instrumenten. De teksten behandelen sociale thema’s, de liefde! en de Malinese geschiedenis. Anansy Cissé is de zoveelste jonge Afrikaanse muzikant in de rij die ingaat tegen het gepolariseerde hokjesdenken in de wereldmuziekgemeenschap: hij is één van die jonge pioniers die opkomen voor een nieuwe muziek die oude traditie en moderniteit verenigt. A-n-a-n-s-y C-i-s-s-é: een naam om te onthouden.
publieksprijs: 13,15

REGGAE


SLY & ROBBIE – Underwater Dub

SLY & ROBBIE – Underwater Dub

Drummer Sly Dunbar en bassist Robbie Shakespeare, alias “The Riddim Twins”, zijn één van de allerbeste en meest geoliede ritmetandems op deze aardbol met een cv en een staat van verdienste om ú tegen te zeggen. In de voorbije vier decennia hebben ze zowat de halve muziekwereld voorzien van hun karakteristieke beats en van hun productiewerk. Live kennen we ze in de eerste plaats van hun werk bij Black Uhuru. Naast al dat begeleidings- en productiewerk grossieren beide heren ook nog eens overvloedig in dub, zowel in eigen als in andermans dienst. Dat resulteerde o.m. in de dubklassieker ‘The Dub Revolutionaries’. Over het fenomeen dub kunt u desgewenst nog eens lezen op http://www.oxfambrugge.be/site/cd-nieuws/cd-nieuws-januari-2014 . Twee jaar na hun uitstekende album ‘Blackwood Dub’ keerden Sly & Robbie terug naar dezelfde studio en namen ze dezelfde producer (Alberto Blackwood) en een groot deel van dezelfde muzikanten onder de arm om een vervolg te breien. Hun onderwaterconcept roept in sterke mate de onderwatersound van Lee Perry op, zij het transparanter en minder low-fi. De dubs zijn zwaar gefilterd en drums en bas zijn zeer dominant aanwezig: de inbreng van de overige muzikanten is eerder schaars te noemen. In tegenstelling tot de rijke complexiteit van voorganger ‘Blackwood Dub’ klinkt ‘Underwater Dub’ uitgekleed en minimaal. Wij vinden dit bijwijlen een stuurloos album al zijn er ook sterke momenten: blijkbaar kan je ook onder water voortkabbelen. Slotsom: als grote fans van Sly & Robbie zijn wij ontgoocheld en moeten we weer eens onze ondertussen versleten mantel der liefde bovenhalen.
publieksprijs: 18,85




TIKEN JAH FAKOLY – Dernier Appel

TIKEN JAH FAKOLY – Dernier Appel

Drieëneenhalf jaar na zijn revolutionaire preek op ‘African Revolution’ komt de Ivoriaanse militante reggaemeester met zijn negende (als we de tel niet kwijt zijn) studioalbum op de proppen. De thema’s blijven hoofdzakelijk dezelfde maar de oproep gebeurt met nog meer aandrang waarbij TJF ondanks alles vooral veel hoop uitstraalt. Het muzikale concept kan samengevat worden als een puike mélange van de Mandinka-instrumenten die zo kenmerkend waren op ‘African Revolution’ en de rootsreggae waarop hij een patent heeft en waarvoor hij bekend staat. Het resultaat is reggae van de bovenste plank die diep gedrenkt is in de Mandinkatraditie. Opgemerkte gasten zijn Alpha Blondy, Patrice en Nneka (die laatste 2 samen in een merkwaardig vrolijke versie van ‘War Ina Babylon’). ‘Dernier appel’ is beslist niet TJF’s beste worp maar het is wel een swingende en vrolijke plaat ondanks de zwaarwichtige onderwerpen. De fans van de man zullen hier wellicht moeiteloos plat voor gaan.
publieksprijs: 19,50



THE UPSESSIONS – Shake it!

THE UPSESSIONS – Shake it!

Het zal je maar overkomen als Nederlandse reggaeband: in je (zelfgebouwde) studio voor je vierde album 15 nieuwe nummers mogen opnemen met niemand minder dan Lee Perry. Hoe ze dé reggaekierewiet zo gek hebben kunnen maken weten we niet en of het geholpen heeft ook niet maar feit is dat ‘Shake it’ een voltreffer is. De basis van hun muziek is ‘early reggae’, een oervorm van reggae zoals we die later leerden kennen en gebaseerd op ska: rauw, scherp, snel en vooral dansbaar. Deze early reggae bleef evenwel een marginaal fenomeen. De heren maken verder ook nog uitstapjes naar ska, calypso, soul en funk. The Upsessions zullen met hun muziekjes zeker niet het muzieklandschap herinrichten maar deze uiterst pretentieloze muziek is zo speels, dartel en losbandig dat een mens er ter plekke vrolijk van wordt. ‘Shake it!’ is zondermeer een ideale soundtrack voor de zomer. So shake it!
publieksprijs: 17,05

GOUD VAN OUD



BOB MARLEY – Songs of Freedom

BOB MARLEY – Songs of Freedom

Bouwjaren: 1962 – 1980 (uitgave: 1992)
Wij smaken deze ‘Songs of Freedom’ al meer dan 2 decennia lang als het neusje van de zalm en als hét onbetwiste reggae-standaardwerk en tot vervelens toe rammen wij dit zowat halfjaarlijks in uw hersens tot u met zijn allen overstag gaan. Deze box (4 cd’s + 1 dvd + 1 boek) is één van de mooiste verzamelingen die ooit op de mensheid is losgelaten. De 40,50€ die u daarvoor moet ophoesten zijn een levenslange investering. ‘Songs of Freedom’ is de monumentale erfenis van een onovertroffen zanger, componist en performer en bevat 4 schijfjes absolute schoonheid, 78 tracks waarvan een aantal voorheen nooit werden uitgebracht. De box is chronologisch opgebouwd vanaf ‘Judge Not’, de prille ska van de oer-Wailers en de eerste song die hij opnam in 1961 tot een live-versie van zijn verkillende zwanezang ‘Redemption Song’ uit 1980, wellicht zijn meest atypische en naar alle waarschijnlijkheid zijn allerbeste song: een man met zijn stem en zijn gitaar, meer moet dat soms niet zijn. Daar tussenin vinden we al zijn prijsbeesten maar ook premature versies en 12” mixes van latere hits. Deze chronologische opbouw schetst ook zeer duidelijk de muzikale evolutie van Bob Marley alsook van The Wailers. Indien wij het voor het zeggen hadden bij de Unesco dan waren Bob Marley en zijn indrukwekkende oeuvre al lang cultureel werelderfgoed geweest. De dvd (84’) gaat over het leven van Bob Marley maar voor de ultieme documentaire over dat leven verwijzen we jullie naar ‘Marley’ van Oscarwinnaar Kevin Macdonald. Het boekje (64 blz.) met een voorwoord van Rita Marley werd samengesteld door The Robert Marley Foundation. Naast een beknopte biografie van de hand van Rob Partridge (destijds persdirecteur voor Island Records) vinden we ook nog achtergrondinfo over de 78 songs, foto’s, een discografie, de technische fiches van de songs en tekstbijdragen van Derrick Morgan (skapionier en vriend van Marley), John ‘Rabbit’ Bundrick (muzikant bij Sons of the Jungle) en Timothy White (journalist die een Bob Marley-biografie schreef).
publieksprijs: 40,50 (4 cd/dvd/boek)
Meer van deze artiest: in een periode van nauwelijks 18 jaar was Bob Marley overproductief. Van al dat materiaal is ook nog zeer veel verkrijgbaar, te veel om hier in dit bestek op te nemen. Daarom beperken we ons tot de essentie.
Babylon By Bus (bouwjaar: 1978; 9,20€)
Burnin’ (1973; 9,20)
Catch A Fire (1973; 9,20)
Exodus (1977; 9,20)
Kaya (1978; 9,20)
Lee Perry Sessions (1970-1971; 10,30)
Legend (de ultieme kleinschalige compilatie met 16 prijsbeesten) (1984; 15,85)
Live! (1975; 9,20)
Marley (uitstekende documentaire van Oscarwinnaar Kevin Macdonald) (2012; 15,25) (dvd)
Marley (original soundtrack) (2012; 23,15) (2cd)
Natty Dread (1974; 9,20)
Rastaman Vibration (1976; 9,20)
Survival (1979; 9,20)
Uprising (1980; 9,20).