CD-nieuws mei 2014

 MELINGO – Linyera

MELINGO – Linyera

De grote meneer van de “vuile” tango schonk ons 2 jaar geleden het meesterwerk ‘Corazón & Hueso’, waarop hij, eerder dan rootsmuziek te spelen, de umwelt van de tango verkende en ermee flirtte, maar dit deed hij met een diep respect. Bij de aankondiging van de verschijning van een nieuw album sloegen wij al aan het likkebaarden. Daniel Melingo wordt wel eens vergeleken met Tom Waits en ook wel met Paolo Conte (wellicht vanwege zijn ruwe, hese en wel zeer doorrookte stem). Toen deze voormalige rocker in 1998 op zijn cd ‘Tangos Bajos’ een mes neerplantte in de toenmalige tango gaf hij diezelfde tango de broodnodige injectie nieuw bloed. Zijn kritikasters noemen zijn muziek punk tango, hijzelf noemt het tango bizarro. Zijn liederen zijn (meestal) grappige verhalen over de zelfkant. Muzikaal kan je zijn werk het best omschrijven als ruwe, rauwe, donkere tango, doorspekt met Lunfardo, een dieventaaltje dat zeer geliefd is bij tangodichters en voetbalfans, al klinkt hij ook wel eens liefelijk en héérlijk weemoedig. Hij bezorgt vooral een gezonde dosis scherpte aan een genre dat tenslotte geboren werd in de maatschappelijke marge. Voor de Argentijnen betekent het woord ‘linyera’ een mengeling van vagebonden, idealisten, armen en anarchisten. Volgens Melingo heeft het woord vele betekenissen: “linyera is een symbool van de vrijheid”. Wat weinig aan bod komt bij recensies over Melingo is dat deze man ook een indrukwerkkende multi-instrumentalist is: op ‘Linyera’ speelt hij klarinet, prepared piano, elektrische gitaar, synthesizer, vibrafoon, akoestische gitaar en basklarinet. Alsof dat nog niet genoeg is treden hier nog eens 30 gastmuzikanten aan. Zijn teksten schrijft hij deels zelf, maar hij gaat ook ten rade bij dichters en tekstschrijvers zoals Luis Alposto, Federico Garcia Lorca, Violeta Parra, Atahualpa Yupanqui. In zijn eigen teksten laat hij zich vooral inspireren door wat hij zo al ziet in Buenos Aires (helaas is het tekstboekje ééntalig Spaans). Daarover zegt hij zelf: “Het is mijn taak als artiest om de vergetenen, de verliezers van de maatschappij in mijn poëzie en muziek te brengen.”. Muzikaal is ‘Linyera’ een mix van tango en milonga die doorspekt is met jazz en blues. Hij creëert ook klanktapijten die ongewild doen denken aan Angelo Badalamenti. Meer nog dan met Tom Waits zouden we Melingo qua sfeer eerder vergelijken met Nick Cave al blijft deze grote meneer in de eerste plaats Daniel Melingo, een artiest met een uniek concept en dito verschijning. ‘Linyera’ is een uiterst gesofisticeerd album dat zeer persoonlijk, eerlijk en doorleefd klinkt, maar voor ons -maar wie zijn wij- haalt het net niet dat torenhoge niveau van voorganger ‘Corazón & Hueso’: daar vonden wij vooral het niveau van de songs nog een stukje hoger. Hoedanook, met een diepe buiging doen wij -knipoog naar de hoesfoto- onze hoed af voor señor Melingo.
publieksprijs: 18,00




 ANTHONY JOSEPH – Time

ANTHONY JOSEPH – Time

Gil Scott-Heron is al enkele jaren niet meer, maar hij heeft een waardige opvolger. Anthony Joseph is de naam, een Londenaar uit Trinidad. Anthony is in de eerste plaats dichter en schrijver. Hij doceert creative writing aan het Birkbeck College in London. Twee jaar geleden serveerde hij samen met de Spasm Band de magistrale cd ‘Rubber Orchestras’, naar onze mening het beste wat de wereld in dit genre was overkomen sinds ‘The Revolution Will Not Be Televised’ van de grote Gil Scott-Heron: er was nogmaals bewezen dat dansen op poëzie wel degelijk kan. Nu is er het nieuwe album ‘Time’ waarvoor hij alle teksten schreef; de muziek is van de hand en het brein van de New Yorkse zangeres en bassiste Meshell Ndegeocello die ook instond voor de arrangementen en de productie. Ontmoetingen tussen poëzie en muziek leiden vaak niet tot goede huwelijken: ofwel worden de verzen geringeloord door ritmes of wordt de muziek gereduceerd tot ornament. Zoniet echter bij Anthony Joseph die hier samen met Ndegeocello een compromisloos werkstuk neerzet. Joseph declameert in brutale cadansen en doet dit in vele toonaarden: er wordt gefluisterd, voorgedragen, geschreeuwd, uitgespuwd, gescandeerd. Zijn poëzie is ritmisch, kritisch en geëngageerd waarbij de geest van de Black Power Movement van weleer nooit ver weg is. De arrangementen en de productie van Ndegeocello houden alles strak in de hand. In vergelijking met zijn vroeger werk draait ‘Time’ nog veel meer rond de teksten en de poëzie van Joseph en staan er weinig echte songs op: dit album heeft eerder een verhalend karakter en doet naast het werk van Scott-Heron ook sterk denken aan dat van Linton Kwesi Johnson. Er wordt uitstekend en zeer strak en gebald gemusiceerd in een vloed van ritmes en pulses die zeer fraai matchen met de narratieve zangstijl van Anthony Joseph. Stilistisch wordt er getapt uit diverse vaatjes: hiphop, jazzfunk, afrojazz, calypso, soul, rap…. Opvallende afwezige op dit nieuwe album is het afrobeat-element dat op zijn vroeger werk een belangrijke factor was. ‘Time’ is een stomend en bij momenten indrukwekkend werkstuk geworden maar haalt net niet het constant zeer hoge niveau van voorganger ‘Rubber Orchestras’.
publieksprijs: 18,70




MAURICE el MEDIONI – Oran-Oran Live In Paris

MAURICE el MEDIONI – Oran-Oran Live In Paris

De Algerijnse pianist en componist Maurice el Medioni is een veteraan (86 is hij er ondertussen) en monument uit de wereldmuziek. Hij werd geboren in een joods-arabische familie in Oran, het muziekmekka van Algerije. Hij is één van de bekendste en trouwste interpretators van de arabo-andalusiche en Sefardische muziek. Ook is hij nog één van de zeldzame artiesten in leven die nog samengespeeld heeft met grootheden als Lili Labassi, Lili Boniche, Reinette l’Oranaise. Recenter werkte hij ook samen met muzikanten uit andere genres zoals Roberto Rodriguez, David Krakauer, Frank London…. Als kind werd hij autodidact op een piano die zijn broer kocht op een vlooienmarkt. In 1942 introduceerden Amerikaanse G.I.’s hem in jazz, boogie woogie en latin. Aldus werd el Medioni de grondlegger van de pianoriental (een album van hem draagt ook deze titel), een nieuwe stijl waarbij hij de kwarttoon van de Arabische oud omzette voor piano en daar jazz en rumba in vermengde. Zijn pianostijl is uniek: met zijn linkerhand speelt hij de ritmes van de Nieuwe Wereld en met zijn rechterhand penseelt hij de verleidelijke melodieën van de Oude Wereld. Hij creëert een muzikaal universum waarin zowel Cubaanse ritmes, Frans cabaret en Midden-Oosten-muziek wonderwel samen gedijen en evoceert aldus de kosmopolitische atmosfeer uit het Oran van weleer, toen de stad nog een fonkelende smeltkroes van religies en culturen was. Deze dubbel-cd is de registratie van een bruisend en sprankelend concert dat el Medioni vorig jaar gaf in le Musée d’art et d’histoire du Judaïsme in Parijs, in het kader van de tentoonstelling ‘Jews of Arabia’. Hij brengt hier een bloemezing uit eigen en andermans werk, begeleid door een zeer fijn en uitermate swingend orkest waarover elke info helaas ontbreekt. el Medioni is nog steeds een begenadigde pianist en entertainer met veel gevoel voor humor en een blijkbaar nog zeer vitale tachtiger en hij lijkt ons eerder een jong veulen dan een krasse knar; hij maakt in zijn bindteksten ook een zeer joviale en charmante indruk en geeft ook blijk van een groot respect voor zijn publiek: zo introduceert hij een componist waarvan hij een lied zal zingen als volgt: “il n’avait pas beaucoup d’argent mais il avait un grand coeur”; heerlijk vinden we dat. We worden getrakteerd op 2 uur zeer energieke, vitale, wervelende, inventieve en boeiende muziek. Lang mag hij nog leven!
publieksprijs: 18,75 (2 cd)




KEPA JUNKERA – Galiza

KEPA JUNKERA – Galiza

De Bask Kepa Junkera is een virtuoos op de trikitixa. In ’t schoon Vlaams is een trikitixa een diatonische accordeon. Daarnaast bespeelt hij ook nog enkele andere instrumenten, zo o.m. de txalaparta (een soort xylofoon van houten balken op twee schragen, die met knotsen wordt bespeeld). Zijn debuut-cd dateert van 1988 en sindsdien toert hij over de hele wereld. In het verleden werkte hij al samen met een hele rist muzikanten van diverse pluimage zoals Carlos Nuñez, Dulce Pontes, The Chieftains, Hedningarna, Justin Vali, Melonious Quartet….voorwaar, deze man bezit een open geest. Voor ‘Galiza’ deed hij een beroep op bekende Galicische artiesten, waaronder Budiño (virtuoos op de gaita -doedelzak-), de zangeressen van Leilía, zangeres Uxía…. Dit is slechts een zeer kleine greep uit de armada aan muzikanten die hier tewerkgesteld werden. De synergie tussen het virtuoze en subtiele spel van Junkera en de krachtige Galicische stemmen en instrumenten is markant en zorgt voor een zeer aparte klankkleur. We horen een bruisende ontmoeting tussen Baskische en Galicische muzikanten die zich met volle overgave tegoed doen aan de karakteristieke weemoedige, mystieke en feestelijke Galicische melodieën. Er wordt op bijzonder hoog niveau gemusiceerd al zakt dat niveau toch een aantal keren bijna in elkaar en gaat het wat rommelig klinken. Al bij al is ‘Galiza’ een uitmuntende introductie voor wie niet vertrouwd is met de Baskische en de Galicische volksmuziek. En wat dan gezegd van de bijzonder fraaie verpakking. De 2 cd’s zijn gehuisvest in een prachtig boek (58 blz., formaat 225/230) met tal van zeer mooie illustraties, de liedteksten en achtergrondinformatie in 3 talen waar wij geen snars van begrijpen, maar dat is voer voor kniesoren.
publieksprijs: 29,65 (2 cd)




MOR KARBASI – La Tsadika

MOR KARBASI – La Tsadika

Mor Karbasi werd geboren in Jerusalem en na een omzwerving van 5 jaar in London is ze nu neergestreken in Sevilla. Ze heeft Marokkaanse en Perzische roots. Ze zingt hoofdzakelijk in het Ladino, de oude en bijna vergeten taal van de joodse diaspora in Spanje. In 2008 en 2011 verraste ze ons al met 2 puike albums, ‘The Beauty and The Sea’ en ‘Daughter Of The Spring’. Nu is er haar derde, ‘La Tsadika’, waarop vooral traditionele Sefardische liederen uit Marokko te horen zijn naast 4 nieuwe composities: dit album kan dan ook gezien worden als een muzikaal eerbetoon aan haar herkomst. Voor de opnames liet Karbasi zich omringen door uitstekende muzikanten met diverse achtergronden en dit is een representatieve keuze gezien haar eigen gemengde afkomst en invloeden. Het gevolg van de keuze voor deze muzikanten is een brede beïnvloeding: Midden-Oosten, Arabisch, jazz, flamenco, fado…. Dirigent Tom Cohen van Andalusian Orchestra of Israel stond in voor de complexe en verfijnde snaararrangementen. Een centrale rol is hierbij weggelegd voor gitarist Joe Taylor die met zijn innovatief spel een uitgesproken klankkleur aan de liederen toevoegt. Karbasi beschikt over een bijzonder hoog, expressief en opwindend stemgeluid met een gigantisch toonbereik en met veel vibrato. Ze waagt zich ook met succes aan polyfonie. Voor ons is in elk geval niet Yasmin Levy de koningin van Ladino (ze is ons veel te poppy) maar wel degelijk deze grote dame, Mor Karbasi. Ook nog mooi meegenomen is dat alle teksten in het tekstboekje naar het Engels vertaald zijn want van Ladino hebben wij -en wellicht ook jullie- weinig kaas gegeten. Als je na het laatste nummer de cd nog enkele minuten laat draaien dan wordt je vergast op de mystery track ‘Merecia Ser Casada’ waarop Karbasi zichzelf begeleidt op piano: kippevel gegarandeerd.
publieksprijs: 19,30




ENSEMBLE TIRANA – Ura qe lidh motet (The Bridge That Links Time - Polyphonic Traditional Songs from Albania)

ENSEMBLE TIRANA – Ura qe lidh motet (The Bridge That Links Time - Polyphonic Traditional Songs from Albania)

Albanië is lange tijd een van de meest afgesloten landen op de wereld geweest. Een muzikaal randverschijnsel daarvan was dat de traditionele polyfone zang zeer goed bewaard is gebleven. Het Albanese volk heeft altijd voor het behoud van haar cultuur, tradities en taal gezorgd. De liederen werden oraal overgedragen van generatie tot generatie. De titel van deze cd is dan ook veelbetekenend: muziek wordt gezien als de brug die het verleden met het heden verbindt. Deze sterke traditie was een belangrijk wapen tegen het gevaar voor uitsterving van die traditie tijdens vele eeuwen van invasies en bezettingen. De eeuwenoude liederen op dit album komen uit alle windhoeken van het land, maar ook van de eeuwenoude en nog bestaande Albanese Arbëreshë-gemeenschap uit Italië, en uit verschillende genres en handelen over liefde, romance, oorlog en ballingschap. Ook de 6 zangers (4 tenors, 1 bariton, 1 bas-bariton) van Ensemble Tirana komen uit verschillende regionen van het land. Ze zingen met een perfecte beheersing en hebben de technieken van de traditionele Albanese zang tot in de details onder de knie. Alle registers worden hier op een overweldigende manier opengetrokken, van subtiliteit tot geluidsmuur. Op enkele liederen is er op de juiste plaats spaarzame, dienende instrumentale begeleiding. De muziek ademt veel melancholie maar ook kracht en energie: het indrukwekkende eindresultaat is betoverende, hypnotiserende, beklijvende en tijdloze polyfonie die ons toch even aan de grond genageld heeft. Ensemble Tirana klinkt in de eindafrekening als een volwaardig mannelijk equivalent van Le Mystère Des Voix Bulgares en bijhuizen, nog steeds de standaard voor polyfonie. In het tekstboekje zijn de teksten naar het Engels vertaald en krijgen we ook achtergrondinformatie over de liederen. Ook al draait dit ensemble al 36 jaar mee, voor ons is dit een ontdekking (en één van formaat!): voor zover we konden achterhalen is dit album ook hun eerste release alhier. Hierbij nomineren we ‘Ura qe lidh motet’ van Ensemble Tirana als de vijfde titel voor de ultieme playlist van 2014.
publieksprijs: 20,40




MAITE HONTELÉ – Déjame Así

MAITE HONTELÉ – Déjame Así

De Nederlandse trompettiste Maite Hontelé leerde als kind van negen trompet spelen in een harmonieorkest en studeerde later aan het Conservatorium van Rotterdam waar ze jazz, flamenco, Braziliaanse muziek en salsa studeerde. Thuis kreeg ze salsa met de paplepel ingegoten. Na diverse toernees waaronder succesvolle in Colombia brengt ze haar debuut-cd uit in eigen beheer, en dit speciaal voor de Colombiaanse markt. Dat Colombiaanse succes en naar verluidt ook wel de liefde doen haar in 2009 emigreren naar Medellin waar ze ondertussen een beroemdheid is geworden en in 2013 tot ‘Artist of the Year’ werd verkozen. ‘Déjame Así’ is haar derde cd en bevat salsa, son cubano, bolero en plena; 6 van de 9 composities werden geschreven door pianist en producer Juancho Valencia. Vrouwen in het salsa-mannenbastion, het is niet zo vanzelfsprekend. Haar muziek is beïnvloed door Colombiaanse folklore, salsa en latin jazz. Zelf omschrijft ze haar werk als ‘the new sound of old school salsa’. Hontelé wordt begeleid door een grote groep muzikanten en gastvocalisten waaronder Oscar D’León de bekendste is (hij nam haar ook al mee op tournee en dat deed Buena Vista Social Club ook). Het trompetspel van Hontelé is warm en gedecideerd met een wat lome timing en timbre die voor een hartelijk contrast met de opzwepende en zeer strakke ritme- en blazerssectie zorgen. Hier wordt bijzonder geestdriftig en uitmuntend gemusiceerd maar de zwakte van het album zijn o.i. de middelmatige composities: na beluistering is er nog weinig dat blijft hangen.
publiekprijs: 17,05




SEVVAL SAM – Tango

SEVVAL SAM – Tango

Deze uitstekende Turkse zangeres begon haar artistieke carrière als actrice maar al snel wenkt de muziek haar en treedt ze in de voetsporen van haar moeder Leman Sam, een populaire zangeres in de jaren 80 en 90. ‘Tango’ is haar vijfde album en van haar vroeger werk is ons vooral het zeer sterke album ‘Karadeniz’ bijgebleven. Op haar vorige albums bracht ze vooral klassieke Turkse liederen, volksmuziek van de Zwarte Zee-regio en arabesk. En nu slaat ze een totaal nieuwe weg in, met name tango. De composities zijn zowel traditioneel als hedendaags en op enkele composities na zijn de liederen werk van Turkse componisten. Het bekendste niet-Turkse werk op dit album is ‘Libertango’ van Astor Piazzolla en ‘Por Una Cabeza’ van Carlos Gardel. Tango is wel één van de allerlaatste links die wij met Turkije zouden leggen en ook daarom is het jammer dat het infoboekje ééntalig Turks is. Sevval Sam heeft een diepe en heldere stem en de orkestratie voelt bijzonder warm aan. We weten niet wat haar band met tango is maar feit is dat ze bijzonder goed weg komt met het genre en dat ze deze zeer verrassende stap tot een goed einde brengt. De karakteristieke Turkse pathos in haar stem matcht uitstekend met de melancholie van de tango. ‘Tango’ is een hartverwarmend album van een prima zangeres waarvan we zeker nog niet het laatste gehoord hebben.
publieksprijs: 20,70




GRUP YORUM – Halkin Elleri

GRUP YORUM – Halkin Elleri

Nog meer nieuw Turks werk, en eveneens uitgebracht door huis van vertrouwen Kalan Müzik, wordt ons aangeleverd door Grup Yorum, met wie ondergetekende 16 jaar geleden nog een theekransje mocht doorbrengen in Selçuk (Turkije), in de kledingzaak van hun manager, maar dit geheel terzijde. De groep werd 30 jaar geleden opgericht door enkele studenten en werd door de jaren heen een begrip voor maatschappelijke bewegingen in Turkije. Ze zingen over het harde bestaan, rechtvaardigheid en vrijheid en voeren met hun muziek actie tegen het onrecht, de ongelijkheid en de repressie in Turkije maar ook elders in de wereld. Ze zingen zowel in het Turks, Koerdisch en Arabisch: met hun liederen proberen ze aldus de diverse volkeren in Turkije te verenigen. Vorig jaar waren ze er (uiteraard) ook bij op het Taksimplein. Vanwege hun politieke teksten (alweer jammer: ook hier een ééntalig tekstboekje) zijn hun albums (ondertussen zitten ze aan 22) jarenlang verboden geweest en verschillende groepsleden werden gearresteerd en zelfs gemarteld. Toch verkochten ze van ieder album gemiddeld zo’n twee miljoen stuks! Over hun nieuwe album ‘Halkin Elleri’ (‘de handen van het volk’) zeggen ze zelf: “De liederen op ons album dragen de sporen van de belevenissen van de laatste vijf jaren in ons land en daarbuiten, en onze gevoelens en bezinning.”. Naast musiceren geeft Grup Yorum ook het tijdschrift Tavir uit dat handelt over kunst, cultuur, literatuur en muziek en runt ze ook nog het cultureel centrum Idil Kültür Merkezi in de Ortaköy-wijk in Istanbul. De groep gaf ook al vele concerten in vele buitenlanden. Wij zijn overtuigd van de goede bedoelingen en het grote politieke belang van Grup Yorum maar muzikaal kan de onsamenhangende mishmash die hier voorgeschoteld wordt ons niet overtuigen: het strijdlied is de goed bedoelde rode draad maar wij missen muzikale coherentie en overtuigingskracht.
publieksprijs: 18,75




MAMADOU DIABATE & PERCUSSION MANIA – Masaba Kan

MAMADOU DIABATE & PERCUSSION MANIA – Masaba Kan

Word je geboren in Mali of Burkina Faso, dan is de kans statistisch groot dat je als Diabate (met of zonder accent op de e) door het leven zal gaan. De bekendste muzikale Diabate is vanzelfsprekende de grote Toumani maar nu stellen we Mamadou voor, een Burkinese variant die al geruime tijd in Oostenrijk woont. Hij is zanger, balafonspeler, componist en arrangeur en staat bekend om zijn virtuoos percussiespel dat een grote muzikaliteit heeft. Zijn vorige cd ‘Kanuya’ was de weerslag van zijn muzikale reiservaringen uit de voorbije jaren en met deze nieuwe cd wil Diabate daar een vervolg aan breien. Zijn begeleidingsgroep Percussion Mania is samengesteld uit Burkinese muzikanten die traditionele instrumenten zoals balafon, ngoni, fluit, talking drum, dundun en kürbis bespelen. Daarnaast horen we nog enkele gastmuzikanten met als bekendste, jawel…. Toumani Diabaté! Mamadou Diabate ervaart naar eigen zeggen de wereld als een enorm kleurrijke mozaïek die voortdurend verandert omdat alle stenen de vrijheid hebben om van vorm, kleur en positie te veranderen. Tot zover dit stukje levenswijsheid. ‘Masaba Kan’ is Bambara (een West-Afrikaanse taal) voor ‘Gods belofte van vrijheid en gelijkheid’. Tot daar de moraal en dan nu over naar de muziek. Waar ‘Kanuya’ garant stond voor traditionele Burkinese muziek die wel niet steeds even gemakkelijk in het oor lag opteert Diabate op ‘Masaba Kan’ voor een breder en ruimer perspectief. De muziek blijft ontegensprekelijk diep geworteld in de eeuwenoude griotcultuur maar hij infuseert ze met elementen uit pop, jazz en funk. Deze injectie doet geen afbreuk aan de muzikale traditie en is veeleer een verrijking ervan. Zo kunnen we nogmaals het woord mozaïek laten vallen: deze fonkelt, bruist en is opwindend. Mamadou Diabate zet op deze cd muzikaal een grote stap voorwaarts en komt nu zonder twijfel op dezelfde hoogte van vele coryfeeën uit buurland Mali (waar hij trouwens in 2012 een prestigieuze prijs won). Even terzijde: ook Burkina Faso kent een zeer rijke muziekscene maar om de een of andere reden is dat hier nog niet doorgedrongen. Bovendien put de muziek uit beide landen vaak uit de zelfde bronnen en vertoont ze aldus vele gelijkenissen (en dat geldt deels ook bij uitbreiding van de regio). Om een lang verhaal kort te maken: ‘Masaba Kan’ is een dot van een album waarop indrukwekkend gemusiceerd wordt.
publieksprijs: 20,40




MAMANI KEÏTA – Kanou

MAMANI KEÏTA – Kanou

De Malinese zangeres Mamani Keïta streek in 1987 neer in Parijs, als backingzangeres bij Salif Keita. Toen ze er de gesloten deuren van de huizen zag zwoer ze zo snel als ze kon terug naar huis te keren. Anno nu woont ze nog steeds in Parijs. Ze debuteerde als solo-artieste in 2002 met ‘Electro Bamako’, waarop op zeer mooie wijze haar heldere, hoge zang en Bamara-liedjes vermengd werden met de electro van dj en producer Marc Minelli. In 2006 verscheen ‘Yelema’, een samenwerking met arrangeur en multi-instrumentalist Nicolas Repac. Dit was beiden zo goed bevallen dat ze vijf jaar later voor haar derde album ‘Gagner L’Argent Français’ opnieuw de handen in elkaar sloegen. Nu, 3 jaar later, besluit ze het over een heel andere boeg te gooien. Gedaan met de electro en de samples en de focus helemaal op zichzelf, haar stem en haar songs, enkel nog begeleid op elektrische (en hypnotische) gitaar (door Djeli Moussa Kouyate van Super Rail Band), ngoni en percussie en voorzien van sobere, rootsy arrangementen van producer Marc-Antoine Moreau en van Djeli Moussa Kouyate. In die zin zouden we kunnen stellen dat ‘Kanou’ haar eerste “echte” solo-album is. Muzikaal is ‘Kanou’ een ondubbelzinnige terugkeer naar de Mandinka-ritmes. Er is ook een Tinariwen-feel aanwezig in de vaak ruwe en ongepolijste composities met een hoog Mali-blues-gehalte. Haar vurige zang interfereert perfect met de arabesken die geweven worden door de gitaren en de ngoni. Vaak is de toevoeging van electro aan wereldmuziek een verrijking gebleken maar hier is het weglaten ervan blijkbaar een bevrijding geworden voor Mamani Keïta. Deze verzameling hitsige en hartstochtelijke songs betekent wellicht een beslissend keerpunt voor deze briljante zangeres met een warme en zijdezachte stem. Het is in ieder geval haar beste en meest evenwichtige album tot dusver. Voor wie er nog mocht aan twijfelen: Mamani Keïta mag met aandrang toegevoegd worden aan de lange waslijst met uitstekende vrouwelijke Malinese artiesten.
publieksprijs: 18,00




KING AYISOBA – Modern Ghanaians

KING AYISOBA – Modern Ghanaians

Zoals de titel suggereert is King Ayisoba een zanger en muzikant uit Ghana. Het verhaal luidt dat de man als kind van 3 jaar nog niet kon stappen en dat de aanschaf van een kologo (een traditionele tweesnarige gitaar) door zijn grootvader de redding bracht. Wat er ook van zij, Ayisoba is big in Ghana, zowel bij jong als oud, arm en rijk…. Hij bespeelt zijn kologo melodieus maar ook percussief. Zijn begeleidingsgroep bespeelt zowel traditionele als moderne instrumenten en hij doorspekt traditionele Ghanese muziek met moderne elementen: dancehall, hip hop, beats, bleeps…. In Ghana wordt deze stijl hiplife genoemd. Hij zingt in pidgin, een mengvorm van de moedertaal en de koloniale taal. Ayisoba wil zijn muziek aanwenden als vehikel voor sociale verandering en een pan-Afrikaanse ideologie waarbij zijn grote voorbeelden Fela Kuti en Bob Marley zijn. Deze cd is een compilatie van opnames die voorheen enkel in Ghana en omstreken verschenen en nu een internationale release krijgen. Wij zijn echter niet onder de indruk: deze muziek klinkt stuurloos en weinig geïnspireerd. Voor een mix van Afrikaanse traditie, elektrische en zelfgebouwde instrumenten leggen we onze oren liever te luisteren bij acts als Konono N° 1, Staff Benda Bilili, Sotho Sounds, Jagwa Music en tutti quanti.
publieksprijs: 7,20




‘BEYOND ADDIS   Contemporary Jazz & Funk Inspired By Ethiopian Sounds From The 70’s’ (compilatie)

‘BEYOND ADDIS Contemporary Jazz & Funk Inspired By Ethiopian Sounds From The 70’s’ (compilatie)

Over Ethiopië en zijn muzikale schatkamers hebben we hier al vaak een boom opgezet: we verwijzen jullie daarvoor graag nog eens naar http://www.oxfambrugge.be/site/cd-nieuws/cd-nieuws-december-2013 . Addis Abeba was in de jaren 70 the place to be en de muziek die er toen ontsproot werd nadien de standaard en de norm voor heel veel muziek over de hele wereld. Met hun avontuurlijke mix van traditionele muziek en soul, funk, jazz, pop en rock hielpen fijne lui als Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke (jawel: weer hij), Alemayehu Eshete, Girma Byene, Menelik Wossenachev, Hirut Bekele en tutti quanti het muzikale landschap voor vele decennia bepalen. Compilaties zoals’Swingin’ Addis’ en ‘Ethiopian Groove’ en vooral de fabeltastische ‘Ethiopiques’-reeks (28 delen als we ons niet vergissen) zijn mijlpalen in de Afrikaanse muziek. Deze clash tussen Westerse en Ethiopische stijlen had dus gevolgen die niet te overzien waren en vooral de zeer bijzondere Etio-jazz inspireerde muzikanten over de hele wereld. Op ‘Beyond Addis’ horen we muziek uit alle windstreken die geïnspireerd is door die Ethio-jazz uit de jaren 70. Het resultaat is een indrukwekkende verzameling grensoverschrijdende muziek, zowel in de geografische als muzikale zin van het woord. Onze favorieten zijn legio: er wordt straf afgetrapt door de Parijse band Akalé Wubé met een mix van Ethio-jazz, afrobeat en reggae in een samengaan met hedendaagse New York-klanken. Ook The Heliocentrics mochten hier natuurlijk niet ontbreken want dit Londense experimentele collectief was er in 2009 verantwoordelijk voor dat Mulatu Astatke eindelijk opnieuw op de muzikale wereldkaart werd gezet. Het eigenzinnige Zwitserse sextet Imperial Tiger Orchestra dat al toerde in Ethiopië brengt een hypnotiserende re-interpretatie van de “golden age” in een eclectische en digitale mix. We kennen de Australische afrobeatband Shaolin Afronauts van hun broeierige mix van funky tropische grooves, afrobeat, highlife en Ethio-jazz. Om dit alles wat aanschouwelijker te maken refereren we graag aan volgende namen: Sun Ra, Mulatu Astatke, Fela Kuti, John Coltrane; niet van de minsten dus. Met groot respect voor de originele sound wordt er toch naast de strikte lijntjes van het genre gekeurd en bij momenten lijk je als luisteraar ook verzeild geraakt in een soundtrack. Verden werden we ook nog bekoord door Les Frères Smith (14-koppig collectief uit Parijs), Transgressors (een internationaal project onder leiding van Will Holland -weer hij) en door afsluiter Debo Band (11-koppige Amerikaans/Ethiopische brassband uit Boston).
publieksprijs: 17,10




LA CARAVANE PASSE – Gypsy For One Day

LA CARAVANE PASSE – Gypsy For One Day

Wat vooraf ging: in 2008 werden we zeer aangenaam verrast door hun hilarische debuut ‘Velkom Plechti’, een collectie songs gezongen in een verzonnen taal. Nog eens 2 jaar later ging deze vrolijke Franse bende op ‘Ahora In Da Futur’ verder door op hetzelfde elan maar vooral voerde ze nog eens hetzelfde kunstje op. Het verrassingseffect was verdwenen en bij momenten zakte het hele zaakje als een plumpudding in elkaar. We waren mild en haalden ons legendarisch voordeel van de twijfel en dito mantel der liefde boven. La Caravane Passe staat voor een hilarische en burleske mélange van Balkanbrass, manouchejazz en rock en met wat goede wil kunnen ze omschreven worden als een Franse versie van Gogol Bordello, maar dan wel met wat minder wildebrasgehalte en chaos en met nog wat meer goede wil doen ze ons terugdenken aan Les Négresses Vertes. De duidelijkste invloed is echter die van de grote Emir Kusturica maar deze vrolijke Franse Fransen zullen nog veel baguettes moeten eten willen ze ooit het niveau van Kusturica halen. Het album valt duidelijk uiteen in 3 delen. Er wordt gestart à grande vitesse en op de balkaneske en tziganeske toer met 4 nummers die het live wellicht bijzonder goed zullen doen. Dan wordt er wat gas teruggenomen, althans muzikaal, want het gekkenhuisgehalte wordt nauwlettend in de gaten gehouden. De geesten van Luis Mariano en Les Négresses Vertes komen ook even om de hoek piepen en er wordt nog een bijzonder satirische halte gehouden in Rusland, Fukushima en Tchernobyl. Om aan de radioactiviteit te ontsnappen besluiten ze om af te zakken naar Katmandu (onderweg ontmoeten ze roze olifanten). Alle gekheid op een stokje: La Caravane Passe spreidt een groot puberaal gehalte tentoon. Voor de laatste 3 nummers wordt de lade met Frans chanson en variété opengetrokken en voor ons is dit duidelijk het beste luik, zowel muzikaal als qua sfeer: naast de satire en de gekdoenerij etaleert de groep hier ook wat sérieux en dat is weldadig voor het evenwicht. In die 3 nummers toont La Caravane Passe een talentvol gezicht. Daarna volgen nog 6 remixes die bitter weinig meerwaarde bieden. 1 remix komt van de heer Boris Viande: er komt maar geen einde aan de humor.
publieksprijs: 16,20




ROUGH GUIDES

‘MALI 2nd edition’ (compilatie)

‘MALI 2nd edition’ (compilatie)

We hebben hier al zo vaak de loftrompet gestoken over de muzikale schatkamers uit Mali dat we het nu voor één keertje zullen laten. Ook de politieke en sociale situatie in het land en de rol van de muzikanten daarin kwamen hier vaak aan bod. Er zijn de voorbije jaren weinig maanden geweest waarin geen Malinese muzikant of gebeurtenis ons cd-nieuws bevolkten. Op deze compilatie hoor je grootheden zoals Bassekou Kouyaté, Fatoumata Diawara, Vieux Farka Touré, Terakaft, Oumou Sangaré en het koningskoppel Ali Farka Touré & Toumani Diabaté. Naast deze grote kanonnen treffen we ook althans bij ons onbekende namen aan. Daarbij zijn we bijzonder gecharmeerd door de stem van Ramata Diakité zaliger en het subtiele gitaarspel van Anansy Cissé. Die onbekende namen bieden te weinig meerwaarde aan deze compilatie om de fan van Malinese muziek te strikken en ondanks de vele kwaliteiten die we hier horen zouden we deze cd ook niet aanraden als introductie voor de geïnteresseerde leek. We zouden die leek meteen volgende essentiële full-cd’s durven adviseren: ‘The Mandé Variations’ (Toumani Diabaté), ‘Boulevard De L’Indépendance’ (Toumani Diabaté’s Symmetric Orchestra), ‘Soro’ (Salif Keita), ‘Oumou’ (Oumou Sangare), ‘At Peace’ (Ballaké Sissoko), ‘Talking Timbuktu’ (Ali Farka Touré with Ry Cooder), ‘Ali & Toumani’ (Ali Farka Touré & Toumani Diabaté), ‘In The Heart Of The Moon’ (Ali Farka Touré & Toumani Diabaté), ‘je chanterai pour toi’ (Boubacar Traoré), het volledige werk van Rokia Traoré (5 stuks in totaal) en eigenlijk nog een hele rist maar we houden ons in. De bonus-cd is ‘Songhai Blues: Homage To Ali Farka Touré’ van SAMBA TOURÉ. West-Afrika en blues: het lijkt stilaan een onuitputtelijk verhaal te worden. Deze Malinese zanger/gitarist is een protégé van de grote Ali Farka Touré. ‘Songhai Bues’ was in 2009 zijn internationaal debuut op Riverboat en zoals de volledige titel het zelf zegt is het een eerbetoon aan zijn mentor, leermeester en inspirator. Samba Touré is een begenadigde gitarist en hij zingt krachtig en bezwerend. Hij speelt prima woestijnblues maar hij behoorde zeker nog niet tot de top: daarvoor getuigen zijn composities nog te weinig van een eigen stijl. Hij is wel een man om te volgen, want op zijn tweede cd ‘Crocodile Blues’ (2011) zette hij een stap voorwaarts. Vorig jaar ging hij dan helemaal aanleunen bij de top van de West-Afrikaanse muziek met zijn album ‘Albala’. Met de hulp van Chris Eckman (The Walkabouts) en Hugo Race (The Bad Seeds) zette hij een donker werkstuk neer: Touré vertaalde zijn kwaadheid en verontwaardiging over de toestand in zijn thuisland in een compromisloze sound zonder franjes en met complexe, dreigende, hypnotiserende en repetitieve ondertonen in de arrangementen met als eindresultaat woestijnblues zoals we die nog maar zelden gehoord hadden.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)

‘AFRICAN BLUES 3rd edition’ (compilatie)

‘AFRICAN BLUES 3rd edition’ (compilatie)

Ook deze cd start op Malinees grondgebied met een bijdrage van wie anders dan de obligate Ali Farka Touré. Dat wij een boontje hebben voor Afrikaanse blues is een publiek geheim: voor ons moet dit loflied niet meer gezongen worden. De Afrikaanse blues, en dan vooral de West-Afrikaanse, zit al enkele jaren in de lift, en dat is dan nog een understatement. Deze compilatie is een kroniek van de terugkeer van de blues naar het Afrikaanse moederland. Hier staat veel schoon volk te prijken, zowel bekende als onbekende namen (een constante bij de Rough Guides). Sinds het verschijnen in 1994 van ‘Talking Timbuktu’ van Ali Farka Touré en Ry Cooder kwam de focus van basis van Afrikaanse blues nadrukkelijk op Mali te liggen en die focus werd nog versterkt door de groeiende belangstelling voor de desertblues van o.m. Tinariwen en Tamikrest. Niet verwonderlijk dat hier heel wat West-Afrikaanse artiesten aan bod komen: voor Mali zijn dat Ali Farka Touré, Samba Touré, Tamikrest, voor Senegal Amadou Diagne en Nuru Kane, voor Niger Bombino en dan is er nog het grens- en continentoverschrijdende West African Blues Project. Maar we trekken ook verder moeder Afrika in, met name naar Madagascar, Zambia, Mozambique, Ethiopië, Soedan en La Réunion, waarbij we zeer uiteenlopende bluesstijlen ten gehore krijgen. Deze cd biedt een mooie staalkaart van de hedendaagse Afrikaanse blues en is, zeker voor wie nog niet vertrouwd is met het genre, een aanrader die wellicht naar meer zal doen smaken. De bonus-cd is ‘Anewal/The Walking Man’ van Alhousseini Anivolla, 2 jaar geleden verschenen op Riverboat. Anivolla is gitarist en leadzanger bij Etran Finatawa en ‘Anewal/The Walking Man’ was zijn solodebuut. Hij is geboren in Niger, meer bepaald in de Sahara, en is een nomadische Tuareg. Op het slotnummer na is ‘Anewal’ een solo-cd pur sang. De productie was in handen van zijn goede vriend Michel Tranchet. Anivolla draagt dit album op aan zijn grootvader Anewal en aan alle ouderen van zijn stam en bij uitbreiding aan die van de hele wereld. En dan nu de muziek. ‘Anewal’ is een zeer persoonlijk, ingetogen en intiem album geworden waarop hij op onderzoek gaat naar de kruispunten tussen de traditionele muziek van zijn geboorteland en de Afro-Amerikaanse blues waarvan o.m. Niger aan de wieg stond. De muziek is zo puur en onversneden opgenomen dat je a.h.w. zijn plectrum hoort. Zijn gitaartechniek is nauw verwant met de ichumar-stijl, ontwikkeld in de jaren 70 door Tuaregs die in ballingschap in Libië leefden. Thematisch en ook muzikaal gaat het album vooral over zijn sterke band met zijn voorouders en met zijn gemeenschap. ‘Anewal/The Walking Man’ is een dagboek van Anivolla’s tocht van de woestijn naar de stad en bij uitbreiding naar het wereldpodium en terug naar waar hij vandaan kwam én bovenal was het muzikaal een ijzersterke binnenkomer van een groot talent. Als kers op de taart is er het slotnummer ‘Aiytma’, waarop hij bijgestaan wordt door percussionist Bagui Bouga maar vooral door de Zuid-Afrikaanse zangeres Malebo Mothema: met haar aparte, hoge stem voegt ze een extra tint en dimensie toe aan de muziek van Anivolla.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)

‘CELTIC MUSIC 2nd edition’ (compilatie)

‘CELTIC MUSIC 2nd edition’ (compilatie)

Nu ze toch aan het updaten zijn bij World Music Network kan deze er ook nog bij. De Keltische muziek omvat een groot geografisch gebied en dat is dan ook aan de muziek te horen. Het vertellen van verhalen vormt de grondslag van de diverse muziekstijlen: het zijn verhalen van verloren liefdes, tragedies, verbanning, gevangenschap, oorlog, scheiding en nog meer fraais. Naast oude slaapliedjes en werkliederen krijgen we hier ook hedendaags werk te horen. De instrumenten zijn hoofdzakelijk traditionele zoals viool, fluit, harp en bodhrán. We horen hier werk van o.m. Capercaillie, Solas, Altan, Cara Dillon, John Doyle, Old Blind Dogs…. De bonus-cd is ‘Rooz’ van de Cornish folkband Dalla. Deze cd verscheen in 2007 en is niet meer afzonderlijk verkrijgbaar.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)

‘LATIN RARE GROOVE’ (compilatie)

‘LATIN RARE GROOVE’ (compilatie)

‘Latin Rare Groove’ is een rariteitenkabinet dat bestaat uit favorieten van DJs en vinylverzamelaars alsook uit totaal onbekende nummers die nooit eerder verschenen of digitaal werden heruitgegeven. De term ‘rare groove’ wordt gebruikt voor de omschrijving van obscure en moeilijk vindbare soul, funk en jazz uit de VS. Deze collectie gaat het wat verder zoeken en presenteert naast de obligate old-school Latin/soul/jazz ook mambo, salsa, cumbia, descarga en nog ander moeilijk te definiëren materiaal. Zowat alle artiesten zijn hier nobele onbekenden maar dat kan de pret zeker niet deren, want die spat van dit schijfje en stilzitten bij beluistering is zowat mission impossible. De bonus-cd is ‘Let My People Boogaloo! (The Early Years)’ van Spanglish Fly. Dit 11-koppige gezelschap wordt aangevoerd en aangevuurd door de legendarische Jonathan ‘Johnny Semi-Colon’ Goldman, een performer uit de begindagen van de boogaloo. Boogaloo is een mix van klassieke Latijnse ritmes en populaire sixties pop en soul uit Harlem. Samen met DJ Bongohead maakte Goldman de selectie voor deze cd waarbij ze kozen uit de vroege opnames van de groep, remixes, rariteiten en outtakes alsook uit nieuw materiaal uit hun debuut-lp die binnenkort te verschijnen staat. Ook hier geldt het advies: zit NIET stil!
publieksprijs: 13,15 (2 cd)




RIVERBOAT RECORDS

SHE’KOYOKH – Wild Goats & Unmarried Women

SHE’KOYOKH – Wild Goats & Unmarried Women

Volgens het gerenommeerde tijdschrift Songlines is She’Koyokh (voorheen nog langweg She’Koyokh Klezmer Ensemble) de beste Britse klezmer/Balkan-band. Drie jaar geleden maakten we kennis met hen via de cd ‘Busker’s Ballroom’ en na het aanhoren ervan konden we best in die stelling inkomen. We hoorden een breed repertoire: van klezmer tot Roemeense, Bulgaarse en Turkse deuntjes. Het sterkste wapen van de groep is ongetwijfeld de Turks-Koerdisch-Alevitische zangeres Cigdem Aslan (cd-tip: ‘Mortissa’, één van de ontdekkingen van 2013): haar stem is loepzuiver en ze zingt met een onwaarschijnlijk naturel. Haar vertolking is strak, sensueel en vaak dramatisch. Ze zingt vloeiend gracieus: in de trage nummers klinkt haar stem donker en voorzien van de nodige pathos terwijl ze in de dansnummers klinkt als een dartel mussenjong. She’Koyokh is een polyglotte achtkoppige band en naast Aslan treffen we er o.m. nog een klassiek geschoolde violiste en klarinettiste, een Servische accordeonist, een Amerikaanse mandolinespeler en een Griekse percussionist aan. Ooit zijn ze gestart als buskers op een Londense bloemenmarkt maar vandaag zijn ze indrukwekkende vertolkers van klezmer en van traditionele stijlen uit Rusland, Oekraïne, Griekenland, Turkije en de Balkan en zijn ze graag geziene gasten in de meest prestigieuze concertzalen in Europa. Op ‘Wild Goats & Unmarried Women’ brengen ze verhalen over wilde geiten, ongehuwde vrouwen, kibbelende Joodse moeders, gebroken harten en nog meer fraaie onderwerpen. Deze cd is een ware klezmer-odyssee waarop de groep de pit en de dynamiek van hun live-performances combineert met hun muzikale virtuositeit. She’Koyokh is een zwierige en uitbundige feestband die tussendoor ook oog heeft voor de nodige melancholische rustpunten. ‘Wild Goats & Unmarried Women’ is de bevestiging van de ware ontdekking die hun vorige album ‘Busker’s Ballroom’ was.
publieksprijs: 13,15

CALAITA FLAMENCO SON – Calaita Flamenco Son

CALAITA FLAMENCO SON – Calaita Flamenco Son

Calaita Flamenco Son werd opgericht door flamencozanger en -gitarist Chico Pere, gitarist Glenn Sharp en percussionist Leo Paredes. Al snel werd de groep uitgebreid met de gloedvolle Spaanse zangeres Diana Castro en met saxofonist en fluitist Matt Nickson. Het merendeel van de composities zijn van de hand van Chico Pere en Glenn Sharp. Pere haalt zijn inspiratie uit zijn jeugdjaren in Triana (een buurt in Sevilla). Sharp is een expert in flamenco en Turkse en Arabische muziek. Hij ging in de leer bij flamencomeesters Juan Martin enFrancisco Morales. Deze samenwerking resulteert in een nieuwe interpretatie van flamenco. Pere komt uit een familie van flamencozangers terwijl Sharp optrad met vermaarde artiesten uit de wereldmuziek zoals Nitin Sawhney, Guy Schalom en Nizar Rohana. Hij werkte ook mee aan tal van Afrikaanse, Arabische, Indiase en Latijns-Amerikaanse muziekprojecten. ‘Calaita Flamenco Son’ is het debuut van dit vijftal, dat samengesteld is uit muzikanten uit zeer diverse achtergronden, en werd in nauwelijks drie dagen opgenomen, wat in dit geval een zegen was voor deze organische muziek. CFS opereert vanuit Manchester maar dat is er nergens aan te horen: muzikaal komt Sevilla veel dichter in de buurt. De muziek zit gebeiteld in authentieke Spaanse tradities en hun innovatieve flamenco, doorspekt met flamenco rumba en jazz, combineert hartstochtelijke zang, indrukwekkende virtuositeit op gitaar, intense percussie en jazz-getint saxofoonspel. Dit alles resulteert in een bruisende, wervelende en opwindende vorm van nieuwe flamenco met als sleutelwoorden energie, spelvreugde, spontaneïteit en experiment. ‘Calaito Flamenco Son’ is een geweldig debuut van een groep waarvan we zeker nog niet het laatste en het beste gehoord hebben: o.i. wacht hen een grote toekomst.
publieksprijs: 13,15


REGGAE

ADDIS PABLO – In My Fathers House

ADDIS PABLO – In My Fathers House

En die vader is niemand minder dan de grote Augustus Pablo. Net als zijn vader bespeelt Addis de melodica. Vader Augustus bezorgde het gebruik van dat instrument in de reggae populariteit en met de jaren vergroeide hij er a.h.w. mee. Het instrument werd destijds in de Jamaicaanse openbare scholen als belangrijkste instrument gebruikt in de muzieklessen. Voor dit debuutalbum sleepte Addis Pablo een bataljon vocalisten en muzikanten aan. We hebben hier te maken met de spreekwoordelijke appel en boom want zoon Addis speelt al even geïnspireerd, gracieus en gedreven en met een sprekend gemak als vader Augustus. Stilistisch sluit Addis vooral aan bij de Britse reggaeschool uit de jaren 80 met reminiscenties aan fijne lui zoals Dennis Bovell, Linton Kwesi Johnson en Aswad. Hij hanteert ook het aloude stramien van het “showcase album” waarbij aan een aantal nummers een dubversie toegevoegd wordt en de Jamaicaanse muziek een zekere uniciteit bezorgde. Deze 2 vaststellingen vertalen zich in een rootsy klank op dit album. Addis Pablo mag dan wel duidelijk in de voetsporen van zijn vader treden, toch heeft hij een uitgesproken eigen klank(kleur) ontwikkeld. De composities alsook de dubversies zijn van uitstekende makelij en de muzikanten spelen op hoog niveau. Dit zeer relaxte album is een verrassing van formaat en is nu al kanshebber voor de nominaties ‘reggae-album van het jaar’ en ‘beste debuut’. Het is nu alvast al de zesde titel voor de ultieme playlist van 2014 en vertoeft daarmee in het uitgelezen gezelschap van Las Hermanas Caronni, Belonoga, Angelique Kidjo, Seun Kuti + Egypt 80 en Ensemble Tirana. Welkom in de club, Addis.
publieksprijs: 16,20

ZIGGY MARLEY – Fly Rasta

ZIGGY MARLEY – Fly Rasta

Ziggy Marley is (was?) wellicht de muzikaal meest getalenteerde nakomeling van vader Bob (en met de jaren beginnen Ziggy’s uiterlijk en stem ook steeds meer op die van zijn vader te lijken). Eind jaren 80, begin jaren 90 kwam Ziggy zeer sterk uit de hoek met het drieluik ‘Conscious Party’, ‘One Bright Day’ en vooral het klassieke ‘Jahmekya’, zijn moment de gloire en vooralsnog zijn laatste noemeswaardige wapenfeit. Deze cd’s nam hij op met zijn toenmalige begeleidingsgroep The Melody Makers (een familiebedrijfje). Daarna deemsterde hij beetje bij beetje weg en werd hij vooral politiek actief. In 2003 begon hij een solocarrière; 3 jaar geleden beleefde hij zijn absolute dieptepunt, met name de cd ‘Wild and Free’, ongeïnspireerde, slappe kost van een man die ons superbe reggaesongs schonk zoals ‘Tomorrow People’, ‘One Bright Day’, ‘Look Who’s Dancing’, ‘Raw Riddim’ en ‘Kozmik’. Dit misbaksel kon ook niet gered worden door de legendarische producer Don Was en net toen we dachten dat de kelk tot op de bodem geledigd was kwam hij vorig jaar aandraven met een nieuwe smet op zijn blazoen, de overbodige en fletse live-cd ‘In Concert’. Dat de man kan zingen staat buiten kijf maar het gros van zijn composities uit de voorbije 2 decennia zijn routineuze lichtgewichten. Eerder deze maand kwam hij op onze nationale tv-zender opdraven voor een promoklus en ook dat deed weinig fraais vermoeden voor zijn nieuwe worp, ‘Fly Rasta’. Maar goed, we hebben ons uiterste best gedaan om er onbevooroordeeld naar te luisteren en onze oren wijd open te zetten. Voor ‘Fly Rasta’ heeft Ziggy zich herenigd met The Melody Makers en dat was misschien een mooi voorteken. Hij klinkt haast levenslustiger dan ooit en de oproepen tot samenhorigheid, respect voor elkaar en zorg voor Moeder Aarde zijn legio. Ook over de zang kunnen we enkel lovend zijn en de hernieuwde samenwerking met The Melody Makers zorgt weer schoorvoetend voor de vibe van zijn oude werk. Tot daar het goede nieuws, want de composities vormen, op enkele uitzonderingen na ,weer een heikele kwestie met als gevolg fletse, zoutloze en waterige pop-reggae. Enkel ‘Fly Rasta’ (met U-Roy) zou een plaats verdiend hebben op het hoger vermelde drieluik.
publieksprijs: 17,05

HORACE ANDY –Get Wise

HORACE ANDY –Get Wise

Reggaelegende Horace Andy en producer Phil Pratt ontmoetten elkaar voor het eerst in de sixties in de toen opwindende muziekscene van Kingston. Horace Andy was net afgewezen voor een auditie maar Phil Pratt gaf hem een kans. Ze maakten samen de single ‘Black Mans Country’ en tot midden jaren 80 maakten ze samen heel wat albums. Nu is er de heruitgave van ‘Get Wise’ uit 1975: deze cd verscheen toen enkel in Jamaica en is infeite een collectie singles, hier aangevuld met enkele bonustracks. Waarom dit destijds een obscuur album was wordt duidelijk na beluistering: dit is zowat het meest ongeïnspireerde dat we ooit hoorden van Horace Andy en de man zou i.p.v. met een heruitgave een veel grotere dienst zijn bewezen met een verwijzing van dit album naar de annalen der vergetelheid. Als u echt wil weten waarom wij Horace Andy zo’n grote vinden, luister dan nog eens naar ‘Skylarking’ en ‘Two Phazed People’ of naar zijn uitmuntende bijdragen aan het werk van Massive Attack.
publieksprijs: 18,25


GOUD VAN OUD

DOBET GNAHORÉ – Ano Neko

DOBET GNAHORÉ – Ano Neko

Bouwjaar: 2004
We schrijven zaterdag 24 april 2004. Oxfam België bestaat 40 jaar en dat wordt die dag gevierd in Tour & Taxis. Het avondfeest wordt afgetrapt door de toen nog totaal onbekende jonge zangeres Dobet Gnahoré uit Ivoorkust die haar eerste concert buiten Afrika geeft en toen net haar ondertussen klassiek geworden debuut ‘Ano Neko’ (Bété voor ‘laat ons samen creëren’) uit had. Wij stonden aan de grond genageld door haar stem, haar podiumprésence en haar danskunsten. Het was toen al klaar en duidelijk: we hadden te maken met een tomeloos podiumbeest en vooral met een uiterst getalenteerde artieste. Dobet Gnahoré werd geboren en groeide op in een artistieke coöperatieve in de landelijke omgeving van Abidjan. Deze coöperatieve werd gesticht door de Kameroense Were Were Liking en was bedoeld als een verzamelplaats voor artiesten uit diverse tradities. Dobets vader was een stichtend lid. De spreekwoordelijke mosterdpot was dus niet ver uit de buurt. Op haar twaalfde verlaat ze de schoolbanken om een artistieke carrière na te streven. Nog eens 2 jaar later leert ze de Franse gitarist Colin Laroche de Féline kennen die in Were Were aangespoeld was om zich Afrikaanse gitaartechnieken meester te maken. Dobet en Colin deelden hun muzikale passie en daarna nog een andere waarna ze trouwden en bij het uitbreken van de burgeroorlog vluchtten ze naar Marseille. Vanuit hun nieuwe basis produceren ze een reeks albums die wijd verspreide bijval ontvangen. In 2006 wordt ze genomineerd voor de BBC’s Award for World Music’s Best Newcomer en in 2010 sleept ze een Grammy in de wacht voor Best Urban/Alternative Performance voor de song ‘Pearls’, een duet met India Aire. Muzikaal put Gnahoré uit de lokale tradities maar ze injecteert die ook met andere stijlen zoals rumba, mandingue, bikoutsi, highlife, Zulu-koren, mbube, mbaqanga, blues, jazz, reggae…. Dit doet ze geheel in de panafrikaanse geest van Were Were Liking. Daarbij zingt ze in een bont allegaartje van talen (Bété, Malinke, Dida, Haïtiaans, Creools, Lingala,Wolof, Malinké, een flard Engels en Frans….). Het instrumentarium is deels traditioneel -kalebas, peulfluit, percussie allerhande, hudu….- en deels westers. Als chansonnière-met-een-boodschap gaat ze de heikele thema’s niet uit de weg: aids, onrecht allerhande, de dood, het lot van vrouwen wereldwijd en inzonderheid in Afrika; het is echter niet al kommer en kwel dat de revue passeert: de zoektocht naar wijsheid, liefde, moederschap en meer van deze fraaie onderwerpen krijgen ook hun plaats. Dobet Gnahoré heeft een bijzondere stem en schrijft samen met Colin Laroche de Féline briljante en tijdloze songs. ‘Ano Neko’ klinkt 10 jaar na datum nog steeds even (ver)fris(send) en nieuw. Nadien bevestigde Gnahoré nog met ‘Na Afriki’ en vorige maand nog met ‘Na Drê’: tussenin ontgoochelde ze ook zwaar met ‘Djekpa La You’. ‘Na Afriki’ en ‘Na Drê’ waren excellente herhalingsoefeningen zodat we moeten concluderen dat haar debuut nog steeds haar sterkste werk blijft. Voor wie ‘Ano Neko’ nog niet op de plank heeft staat er slechts één ding te doen: ren naar je plaatselijke wereldwinkel en schaf deze handel aan. En als ze nog eens in de buurt is: ga dat zien!
publieksprijs: 16,75
Meer van deze artiest:
Djekpa La You (bouwjaar: 2010; 17,90€)
Na Afriki (2007; 17,90)
Na Drê (2014; 17,90)



VERWACHT

TOUMANI DIABATÉ & SIDIKI DIABATÉ – Toumani & Sidiki

Wij zijn ten zeerste benieuwd naar het resultaat van deze samenwerking tussen vader genie en zoon genie.

JUNGLE BY NIGHT – The Hunt

Ook naar deze kijken wij halsreikend uit, twee jaar na hun onweerstaanbare cd ‘Hidden’.

EN VERDER NOG:

-AMORROMA duo – Merci, Jules

Amorroma duo wordt gevormd door harpiste Sarah Louise Ridy en fluitist Jowan Merckx. De traditionele Europese volksmuziek is hun inspiratiebron; daarnaast bewandelen ze ook nog zijpaden zoals oude muziek en chanson. ‘Merci, Jules’ is de laatste cd uit een drieluik. Merckx keerde voor dit album terug naar de bron van alle latere inspiratie, zijn vroege jeugdjaren in Boortmeerbeek. Hij liet zich inspireren door de Brabantse balmuziek van rond 1900, zoals opgetekend door Hubert Boone. We horen polka’s, mazurka’s, walsen, schottischen uit de oude Brabantse doos, met uitstappen naar bevriende dansen uit andere tijden en streken.
publieksprijs: 38,35 (3 cd)

-‘HAÏTI DIRECT Big Band, Mini Jazz & Twoubadou Sounds, 1960-1978’ (compilatie)

Deze compilatie werd samengesteld door de Britse DJ en muziekpromotor Hugo Mendez, een man met een grote expertise in Afrikaanse, Latijnse en Caraïbische muziekstijlen. Voor ‘Haïti Direct’ selecteerde hij 30 nummers uit zeer diverse stijlen: samba, mambo, cumbia, disco, calypso funk, dub, merengue…. Merengue en calypso zijn samen met o.m. salsa en reggae zeer bepalende elementen geweest voor de muzikale evolutie in de Caraïben. Deze heupwiegende compilatie beperkt zich wel tot de jaren 60 en 70.
publieksprijs: 19,45 (2 cd)

-‘GIPSY RHUMBA The Original Rhythm Of Gipsy Rhumba In Spain 1965-74’ (compilatie)

Deze compilatie brengt het verhaal van de Spaanse gipsy rhumba in de periode 1965-1974. Gipsy rhumba was een unieke mengvorm van flamenco, Caraïbische muziekjes en rock ‘n’ roll-invloeden. Dit verhaal wordt gebracht in 20 muzikale fragmenten en een boekje (60 blz.) met historische, biografische en muzikale achtergrondinfo.
publieksprijs: 20,15

-MARIZA – Best of

Ook bij een verzamel-cd van Mariza ontsnappen we niet aan de welig tierende klassieke commercie-valkuil voor de trouwe fans: 2 nieuwe tracks alsook nog 4 bonus tracks. De anderen kunnen hier misschien hun voordeel mee doen. Er moet dringend een einde gemaakt worden aan dit soort wanpraktijken die van weinig of geen respect voor de fans getuigen.
publieksprijs: 16,30