CD-nieuws september 2013


JUPITER & OKWESS INTERNATIONAL – Hotel Univers

JUPITER & OKWESS INTERNATIONAL – Hotel Univers

Aan dit internationaal fel bejubeld debuutalbum gaat een lange geschiedenis vooraf. Jupiter Bokondji is met zijn 49 lentes een late debutant. Hij werd geboren in Kinshasa maar als adolescent hield hij zich onledig in een rockband in Oost-Berlijn, waar zijn vader werkte als diplomaat. In ‘The World Is My Land’ haalt hij fel uit naar het racisme dat hij aldaar aan de lijve ondervond. Na zijn terugkeer in Kinshasa in 1990 richtte hij er Okwess International op. Tegen de achtergrond van stedelijk verval en burgeroorlog werden ze deel van de ‘Congotronics’-straatmuziekscene, waarvan de bekendste exponenten Konono N°1, Kasai Allstars en Staff Benda Bilil zijn. Een belangrijk moment voor de evolutie van Okwess International was het verschijnen van de documentaire film ‘Jupiter’s Dance’ van de cineasten Florent de la Tullaye en Renaud Barrett, waarin ze op pad gaan met Jupiter Bokondji in Kinshasa. De film werd gedraaid in 2004 en verscheen in 2007. Voor wie de namen van de cineasten geen belletje(s) doen rinkelen: beide heren zijn ook de makers van de heerlijke film ‘Benda Bilili’, waarmee ze mee verantwoordelijk waren voor de internationale blitzstart van het fantastische maar ondertussen helaas ter ziele gegaan Staff Benda Bilili. De 2 verhalen doen dus zowat aan elkaar denken, hopelijk krijgt dit verhaal een betere afloop. In 2011 was hij ook te horen op het Oxfam-benefietalbum van DRC Music, het koortsachtige ‘Kinshasa One Two’, een succesverhaal op initiatief van Damon Albarn. En net toen we dachten dat het hele ‘Congotronics’-verhaal op een zeer laag pitje stond krijgen we nu dit internationaal debuut achter de kiezen. Er wordt bijzonder strak, scherp en indrukwekkend afgetrapt met ‘Bapasi’, inclusief politiesirenes en autoclaxons. Dit is de voorbode van een vibrante, energieke, dynamische en uiterst opwindende collectie songs waar de gensters af vliegen. Loeiende blazers, rinkelende en rammelende psychedelische gitaren, furieuze percussie en kolkende funky grooves bepalen de sound (Sly Stone, Fela Kuti en de vroege Santana zijn nooit ver weg), maar de Congolese muzikale erfenis blijft steeds kniediep als basis fungeren. Okwess International speelt messcherp en onwaarschijnlijk strak: heel erg jammer dat ze pas nu aan de oppervlakte komen maar bij deze is veel goedgemaakt. Ook de vocalisten maken een sterke indruk: ze vertolken uitstekend de gevoelens uit de songs. Jupiter & Okwess International maken ontegensprekelijk deel uit van de nieuwe Afrikaanse muzikale generatie die zeer vernieuwend werkt, met veel respect voor de eigen traditie. ‘Hotel Univers’ is de zoveelste splinterbom van deze nieuwe generatie (denk o.m. aan Batida, Buraka Som Sistema, Jagwa Music, DRC Music, Staff Benda Bilili….). ‘Hotel Univers’ genereert tonnen kippevel (tja, die nieuwe spelling is niet echt aan ons besteed) en luistervreugde, met als absolute uitschieter het wat meer ingehouden (dit geldt niet voor de tekst) en naar de keel grijpend ‘Congo’, waarin muzikaal wat gas wordt teruggenomen en misschien net daardoor blijft dit lied geweldig aan de ribben kleven, mede door de indrukwekkende zang. In dezelfde muzikale trant wordt afgesloten met ‘Djwende Talalaka’ en dat geeft deze zeer bruisende cd een merkwaardig slotakkoord. Is dit de zeventiende titel van de verplichte leerstof van 2013? Jawel dames en heren, dit is de zeventiende enz. enz.
publieksprijs: 18,15




GOGOL BORDELLO – Pura Vida Conspiracy

GOGOL BORDELLO – Pura Vida Conspiracy

Het wel zeer uitzinnig en prettig gestoord New Yorkse combo Gogol Bordello is bij uitstek een multi-etnisch collectief: de muzikanten komen uit Oekraïne, Rusland, Israël, Ethiopië, USA, Thailand, Canada, China, Schotland. Gemakshalve zou je hun muziek kunnen omschrijven als gypsy punk met een flinke scheut klezmer. Hun aanpak doet ons ook denken aan die van The Pogues, weliswaar in de jaren 80: wat Gogol Bordello nu doet met gypsy deden The Pogues toen met Ierse folk op even uitzinnige wijze. Deze aanpak leidde 3 jaar geleden tot de uitstekende cd ‘Trans-Continental Hustle’. Helaas, helaas, deze met veel poeha aangekondigde cd haalt bijna nooit datzelfde hoge niveau en laat ons enigszins verweesd achter met het misschien onterechte gevoel dat Gogol Bordello een one trick pony is (copyright: Wouter Spanhove). De songs zijn vaak eerder zwak en de gypsy- en klezmerelementen zijn ver naar de achtergrond verdrongen. Wat rest er nog dat ons kan boeien? De gedrevenheid, dat zeker, maar de omkadering is te smal. De verontwaardiging, ook dat zeker, maar die wordt te vaak vertaald in iets wat naar drinkliederen “ruikt”. Bij momenten rammelt het langs alle kanten. Enkel ‘My Gypsy Auto Pilot’ kan ons echt overtuigen en bekoren. ‘Pura Vida Conspiracy’ is een ontgoocheling van formaat. Maar ze blijven het hart wel op de juiste plaats hebben.
publieksprijs: 19,70




MICHAEL FRANTI & SPEARHEAD – All People

MICHAEL FRANTI & SPEARHEAD – All People

Nog iemand met het hart op de allerbeste plaats is zonder twijfel Michael Franti. En hij heeft ook een zeer bijzondere plaats in ons hart. Voor Oxfam en andere ngo’s is hij een ware compagnon de route, soms ook letterlijk, zoals bij zijn vredesmissie in 2004 doorheen Irak, Israel en Palestina, waar hij rondtrok met zijn gitaar en zijn camera om “the human costs of war” te onderzoeken. Dat resulteerde in de uitstekende documentaire-dvd ‘I Know I’m Not Alone’ en in het militante album ‘Yell Fire’. We kennen Franti niet enkel als een sociaal geëngageerde en militante artiest, maar ook als een zeer positief ingestelde mens, soms op het “naïeve” af. Op zijn vorige cd ‘The Sound Of Sunshine’ (what’s in a name’) gonsde het van de bloemetjes en de bijtjes en van de vrolijkheid: toeval of niet was die cd een dieptepunt in het oeuvre van Franti & Spearhead. Dat dieptepunt was op zijn beurt de opvolger van een absoluut hoogtepunt: ‘All Rebel Rockers’ dat wel eens omschreven wordt als zijn ‘Jamaicaans’ album en waarop hij nadrukkelijk terugkeerde naar zijn muzikale roots. De nieuwe cd ‘All People’ hoort niet thuis in de categorie hoogtepunten maar zeker ook niet in de dieptepunten. Laat het ons zo stellen dat Franti muzikaal tot de mainstream is gaan behoren: het is een vaststelling die ons wat droevig stemt. Alles is hier vrolijkheid troef (op zich niets tegen) en het shiny happy people-sfeertje is te dominant. Waar is boze Michael??? Waar is de rebel rocker? Waar is de Franti met ballen? Afgezien van de kampvuursingle ‘I’m Alive (Life Sounds Like)’ staan hier geen draken op maar naar echte uitschieters is het helaas zoeken met een vergrootglas en ook dat brengt geen soelaas. Dan zullen we nog maar eens ‘All Rebel Rockers’, ‘Everyone Deserves Music’, ‘Songs From The Front Porch’ en ‘Home’ opzetten, want ondanks zijn niet zo gesmaakte koerswijziging blijven we Michael Franti diep in het hart koesteren en hopen we dat ergens nog zijn boze kant sluimert.
publieksprijs: 19,50




TEMENIK ELECTRIC – Ouesh Hada ?

TEMENIK ELECTRIC – Ouesh Hada ?

Dit debuutalbum van Temenik Electric zag het licht in de vibrante multiculturele smeltkroes genaamd Marseille. ‘Ouesh Hada ?’ is een flamboyante Arabische rocktrip langsheen de zuid- en de noordbank van de Middellandse Zee. In de aanstekelijke en dreunende rockgetinte nummers doet de groep met hun scherpe electrische gitaren en krachtige rockritmes ongewild denken aan Led Zeppelin, U2 en meer van dat fraais en roept ze vooral de opwindende spirit op van Rachid Taha’s befaamde cover van ‘Rock the Casbah’ van The Clash. Maar de superbe, robuuste en hybride muziek van Mehdi Haddjeri en de zijnen bevat zoveel meer andere aspecten en troeven. Hun arabrock is diep doordrenkt van en geworteld in Maghrebijnse stijlen als gnawa, chaabi en rai. Al te vaak klinkt Arabische rock als een onhandige imitatie van de Anglo-Amerikaanse, maar dan in een andere taal gezongen. Temenik Electric trapt niet in deze val en integreert op zeer dynamische wijze de westerse rockstijlen in de Arabische muzikale cultuur: niet vanzelfsprekend maar well done hier! De fusie van Temenik Electric doet ons ook denken aan die van muzikanten als Robert Plant en Justin Adams, maar dan in de omgekeerde denkpiste. Net als Tinariwen omarmt Temenik Electric westerse gitaarrock zonder eigenheid en originaliteit in te boeten. Om het met Joe Strummer te zeggen: Rock the Casbah.
publieksprijs: 20,40




LA YEGROS – Viene D Mí

LA YEGROS – Viene D Mí

Muziek in Argentinië is zoveel meer dan tango. Meer nog, na de wedergeboorte in Colombia is cumbia nu ook hot in Argentinië en hotter dan tango, zeker in de clubs van Buenos Aires. Zangeres La Yegros (echte naam: Mariana Yegros) is de laatste in de rij van aanstormende talenten. Naar verluidt heeft ze een verbluffende, extravagante en flamboyante podiumpresence. Op ‘Viene D Mí’ wordt ze op elke song bijgestaan door Gaby Kerpel (aka King Coya), een Argentijnse electro-tovenaar en componist en bovendien de helft van La Yegros’ trouwboekje, die voor alle arrangementen en de productie tekende. Mariana Yegros heeft een stemgeluid waar je niet naast kan: het is voor of tegen, dit geluid trekt aan of stoot af. Bij ons is het wat op de wip, het ene moment zus, het andere zo. In vergelijking met de nieuwe Colombiaanse cumbiascene heeft de muziek van Yegros en Kerpel veel minder om het lijf: ‘Viene D Mí’ lijkt ons teveel experiment om het experiment en de composities maken vaak een stuurloze indruk. We missen hier ook de drive, de dynamiek, de energie en het enthousiasme van die nieuwe Colombiaanse lichting. Er zit ook weinig samenhang in de diverse stijlen waar ze zich van bedient (cumbia, chamamé, dub, electro, ragga, hip-hop).
publieksprijs: 18,40




FANFARAÏ – Tani

FANFARAÏ – Tani

In het Algerijns betekent tani twee. ‘Tani’ is dan ook het tweede album van Fanfaraï. Een brassband die raï speelt, het is niet alledaags. De Frans-Maghrebijnse Fanfaraï laat echter horen dat dit wel degelijk werkt. Dit album is o.a. een eerbetoon aan enkele groten uit de Algerijnse muziekgeschiedenis (Idir, Ammar Azouz, Kadda Cherif Hadria, Boutaïba Sghir....). Daarnaast brengen ze ook Turks en Arabo-Andalusisch repertoire en eigen composities. Met hun muziek wil Fanfaraï ook nauwer de band aanhalen tussen wat men in Frankrijk de “sudisten” en de “nordisten” noemt (de bewoners van de zuid- en de noordbank van de Middellandse Zee): dit wordt ook weerspiegeld in de samenstelling van de groep. In deze optiek is ook het hoesontwerp zeer symbolisch: het verwijst naar Oran en Marseille, de twee havensteden die een cruciale rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van raï. Fanfaraï exploreert de klassieke, traditionele en populaire Maghrebijnse ritmes en kruidt ze subtiel en beheerst met Latijnse, Afro-Cubaanse, zigeuner- en jazzinvloeden die op haast organische wijze geïntegreerd worden. Dit alles wordt vertolkt met een bruisende live-spirit. ‘Tani’ van Fanfaraï is voorwaar een zeer fijn plaatje dat doet verlangen om deze heren eens live aan het werk te zien en vooral te horen.
publieksprijs: 14,90




MONSIEUR DOUMANI – Grippy Grappa

MONSIEUR DOUMANI – Grippy Grappa

Het moet zowat een eeuwigheid geleden zijn dat we nog eens muziek uit Cyprus in de cd-lade geschoven hebben. Monsieur Doumani werd opgericht in 2011 en ‘Grippy Grappa’ is het eerste album van dit trio. Angelos Ionas zingt en speelt gitaar, Demetris Yiasemides speelt op houten blaasinstrumenten en Antonis Antoniou zingt en bespeelt de tsouras (familie van de bouzouki). Dit album bevat 11 traditionals en 3 composities van Antonis Antoniou, in dezelfde rootsy stijl. Deze oude melodieën worden met veel flair, humor en fantasie gearrangeerd waardoor ze ook hedendaags klinken. De muziek is traditioneel maar niet puristisch; zo worden andere invloeden als Balkan brass, blues, zigeunerswing en diverse folktradities heel mooi en efficiënt geïntegreerd zonder de kern van hun eigen wortels te raken. Ondanks er enkel akoestische instrumenten gebruikt worden heeft ‘Grippy Grappa’ soms de klank van folkrock: in de hoesnota’s wordt dit toegeschreven aan de elektroakoestische manipulatie van Antonis Antoniou, wat dit ook moge betekenen. Monsieur Doumani brengt ons een frisse wind uit een land dat muzikaal voor ons zowat tabula rasa is. Dit trio zou zeker niet misstaan op Dranouter 2014.
publieksprijs: 19,90




BARMER BOYS – At Home

BARMER BOYS – At Home

2 maanden geleden stelden we de cd ‘Live At Amarrass Desert Music Festival 2011’ voor. Daarop was o.m. Lakha Khan te horen en van hem verscheen vorige maand de cd ‘At Home’ op het label van het Amarrass Festival. Ook te horen op die festival-cd waren Barmer Boys en van deze jongens is er nu op datzelfde label ook nieuw werk, ook onder de titel ‘At Home’ (is dit de start van een reeks?). Het concert van dit kwartet op dat festival was hun podiumdebuut. Barmer Boys zijn zanger en harmoniumspeler Mangey Khan en 3 percussionisten die ook Khan heten. Eén van hen speelt ook morchang (joodse harp) en volgde in Groot-Brittannië een opleiding als beat boxer, bij Jason Singh, en gebruikt deze stijl ook bij optredens van Barmer Boys. Zij vertolken vooral Marwari-liederen en Sufi qawwali. Dat zanger Mangey Khan een grote fan is van Nusrat Fateh Ali Khan is er duidelijk aan te horen. Dit album bevat rauwe, krachtige versies van 9 traditionals en is infeite een live-improviasatie: er waren vooraf geen repetities en alles werd in één take opgenomen bij Mangey Khan thuis. Op 2 jaar tijd is dit kwartet één van de meest besproken groepen in Rajasthan geworden. Waarom dit zo is maakt de beluistering van dit album duidelijk. Dit is niet de meest toegankelijke muziek die we kennen maar ze is meer dan de aandacht waard. ‘At Home’ is traditionele Indiase volksmuziek maar dan getransponeerd naar de 21ste eeuw en is een fascinerende trip doorheen de geschiedenis van Rajasthan. We zullen nog van hen horen.
publieksprijs: 19,55




TIGANÁ SANTANA – The Invention Of Colour

TIGANÁ SANTANA – The Invention Of Colour

De Braziliaanse zanger Tiganá Santana gaat op ‘The Invention Of Colour’ op zoek naar zijn Afro-Braziliaanse roots. Niemand minder dan Naná Vasconcelos omschrijft Santana’s muziek als “een parfum van ritmische essence”. Tiganá groeide op in de Afro-Braziliaanse stad Salvador in Bahia, nabij de Atlantische kust. Zelf zegt hij afhankelijk te zijn van het uitzicht op de oceaan en de horizon en er zijn inspiratie uit te halen. Dit album werd opgenomen in Stockholm met een handvol gastmuzikanten, onder wie zangeres Mayra Andrade en koraspeler Maher Cissoko. Naast Portugees, Frans en Engels zingt Santana ook in 2 Afrikaanse talen, Kikongo en Kimbundu. Zijn teksten zijn filosofisch en mystiek van inslag en gaan terug naar de religieuze Candomblé-beweging die in Brazilië ontstond in de tijd van de slavernij. Hij zingt over wie we zijn en waar we vandaan komen. En dan nu over naar de muziek. De jammerende openingsakkoorden op zijn vijfsnarige drumgitaar klinken bevreemdend maar ook veelbelovend. De muziek klinkt bij momenten behoorlijk “on-Braziliaans” en zijn fragiele stemgeluid doet ten zeerste denken aan dat van Nick Drake, wat niet betekent dat hij dat gaat kopiëren. Dit is muziek waarbij een mens stil wordt, tot rust komt en helemaal achterover gaat leunen en daar zal zijn uitzicht op de oceaan en de horizon wellicht voor veel tussen zitten. Deze muziek roept alvast dit beeld op, meer zelfs, je waant je deel van het tafereel. Deze muziek werkt niet enkel verstillend, ze maakt je ook sprakeloos. Het magistrale orgelpunt van dit album is de lange titelsong met koraspeler Maher Cissoko in een hoofdrol. ‘The Invention Of Colour’ staat bol van exquise en hoogstaande luistermuziek. Tiganá Santana is voor ons een ware ontdekking.
publieksprijs: 19,70



ROUGH GUIDES

 ‘PSYCHEDELIC BOLLYWOOD’ (compilatie)

‘PSYCHEDELIC BOLLYWOOD’ (compilatie)

We gaan even terug naar het cd-nieuws van juni. Toen schreven we: “bij World Music Network zitten ze het voorbije jaar blijkbaar aan de paddestoelen want de psychedelia-Rough Guides rijzen als euh.... paddestoelen uit de grond. Na ‘Psychedelic Africa’ en ‘Latin Psychedelia’ is er nu dus ‘Psychedelic Brazil’ en wellicht is de inspiratiebron nog niet uitgedroogd.” We zijn 3 maanden verder en het is van dat: op naar Bollywood. In de jaren 60 en 70 gingen Bollywood-componisten op avontuur en namen ze de psychedelische gitaren, synthesizers, zanglijnen en productie en wervelende percussie over en mixten die met de succulente en gezwollen over-the-top Indiase orchestraties. Bollywood werd freaky. Ravi Shankar zaliger zit hier wellicht voor veel tussen: hij had een grote rol in de toenemende westerse interesse in Indiase muziek, o.m. door zijn concert op Woodstock en zijn samenwerking met George Harrison. De intrede van psychedelia in Bollywood kan naar onze bescheiden mening deels als een wisselwerking beschouwd worden, want al snel kwam er in India een groeiende undergroundbeweging. Kort daarna ging ook Bollywood voor de bijl en het bekendste voorbeeld was de filmklassieker ‘Hare Rama Hare Krishna’, waarvan u op deze compilatie 2 tracks hoort. Op de cd wordt er aanstekelijk van wal gestoken door Lata Mangeshkar, Ashla Bhosle en Mahendra Kapoor, 3 groten voor de prijs van één. Dat zet meteen de toon en schept ook hoge verwachtingen die soms wel soms niet worden ingelost: het belang en de waarde van deze compilatie is vooral een historisch tijdsdocument. Deze collectie bizarre en hilarische curiosa heeft ons in ieder geval een zeer brede glimlach bezorgd. De bonus-cd is een compilatie uit het werk van componist R.D. Burman. Hij wordt algemeen beschouwd als één van de muzikale grondleggers van de Indiase filmindustrie. Tussen 1961 en 1993 componeerde hij muziek voor maar liefst 331 films. Deze selectie is een pak rustiger en meer gediversifieerd dan ‘Psychedelic Bollywood’ en biedt in 12 tracks (een huzarenstuk als je de omvang van zijn werk als referentie neemt) een mooi en boeiend overzicht.
publieksprijs: 13,15 (2 cd)


REGGAE

CORNELL CAMPBELL – New Scroll

CORNELL CAMPBELL – New Scroll

Vorige maand nog stelden we jullie de fantastische cd ‘Nothing Can Stop Us’ van Cornell Campbell meets Soothsayers voor, die we meteen tot zomerplaat van 2013 promoveerden. En zie, daar is Cornell alweer. Door de samenwerking met Soothsayers was ‘New Scroll’ meer dan roots reggae: het was een boeiende, denderende en vibrante mix van stijlen als roots reggae, dub, afrobeat en funk. ‘New Scroll’ is duidelijk rootsier. Wat al meteen weer opvalt is het uitzonderlijk, zoetgevooisd stemgeluid met een uitgebreid bereik. En net als die dag in juli toen we ‘Nothing Can Stop Us’ bespraken is het ook vandaag (21 augustus) een prachtige zomerdag en zijn we dus weer in de mood voor good vibes. De tijd heeft zijn werk gedaan met de falsettostem van deze 67-jarige veteraan: Campbell zingt in een lager register dan tijdens zijn hoogdagen maar de vocale magie is wel degelijk overeind gebleven. ‘New Scroll’ is toegankelijker en minder indringend en beklijvend dan ‘Nothing Can Stop Us’, maar verder vergelijkingen maken is zinloos vanwege de verschillende invalshoeken van beide albums die elk op zich staan. ‘New Scroll’ bevat alle ingrediënten van old school roots reggae en is mede daardoor een heerlijk relaxte luisterervaring. Ook het productieteam Zion I Kings verdient een dikke pluim voor hun rijke en resonante arrangementen. Het enige minpunt aan ‘New Scroll’ is dat de muziek soms té ééndimensionaal relaxt klinkt en wat punch mist. Naast de 9 nieuwe songs horen we hier ook nog dubversies van 4 van die 9 songs: deze dubs zijn klassiek van snit en mogen er best zijn, maar ze bieden geen meerwaarde.
publieksprijs: 16,20


GOUD VAN OUD

ORCHESTRA MAKASSY – Legends Of East Africa The Original Recordings

ORCHESTRA MAKASSY – Legends Of East Africa The Original Recordings

Deze ‘Goud Van Oud’-cd kunnen we wat situeren in het verlengde van die van vorige maand, Orchestra Super Mazembe, meer zelfs, het is een wel zeer gelijklopend verhaal: zelfde regio (Oost-Afrika), zelfde periode (eind jaren 70-begin jaren 80), gelijkaardige stijl en sound (soukous, Oost-Afrikaanse rumba). Net als Orchestra Super Mazembe stonden ze beginjaren 80 even aan de rand van een internationale doorbraak na de wereldwijde release van een lp op Virgin Records, toen er in het zog van de new wave een plotse belangstelling kwam voor Afrikaanse muziek. Helaas, het mocht niet zijn, die belangstelling ging zo snel als ze was gekomen. Die lp verscheen in 1982 en heette ‘The Nairobi Agwaya Sessions’ en werd in 2005 heruitgebracht op cd onder de naam ‘Legends Of East Africa’, deze dus, aangevuld met 2 nooit eerder verschenen tracks. In die vermelde periode was er een extreem bloeiende muziekscene in het toenmalige Zaïre. Er was toen ook een niet aflatende toevloed van Zaïrese en Tanzaniaanse muzikanten in Kenia om er op te nemen en concerten te geven. De Tanzaniaanse versie van rumba was er zeer populair en ook gemakkelijk toegankelijk via radio en vinyl. In die bloeiende scene ontstonden dan ook heelwat sterorkesten zoals Orchestra Super Mazembe en deze Tanzaniaans-Zaïrese Orchestra Makassy. Onder de leden van OM waren veel van de bekendste Tanzaniaanse muzikanten: de naam die ons het bekendst in de oren klinkt is Remmy Ongala (op dit album niet meer te horen). De oorspronkelijke bezetting bestond uit Zaïrese en Ugandese muzikanten met als basis Kampala, Uganda. Ze werden verbannen door het regime van Idi Amin en kwamen zo terecht in Dar-es-Salaam, Tanzania. Door hun vele optredens (6 avonden per week) werden ze al snel the talk of the town. Ze traden vooral op in dansclubs en hotelballrooms. Ze kregen een platencontract bij het befaamde Keniaanse label AIT Records en via deze connectie versierden ze een contract bij major Virgin Records met dit subliem album als resultaat. De zeer swingende opener van dit album, ‘Mambo Bado’ en -in iets mindere mate- ‘Molema’ werden heuse hits in de UK. Hun pittige sound wordt gekenmerkt door sappig gitaarwerk, catchy melodieën en mierzoete vocale harmonieën. Maar bovenal klinken ze gesofistikeerder en complexer dan het merendeel van hun soukous-collega’s en net dat tilt hen hogerop. 31 jaar na dato hebben deze opnames de tand des tijds uitstekend doorstaan. Helaas was de groep bij de opnames al in beginnende staat van ontbinding. In 1984 volgde nog de lp ‘Muziki Orchestre Makassy’, de zwanezang van het orkest. Deze Goud Van Oud-cd is het enig tastbaar overblijfsel van dit heerlijk orkest.
publieksprijs: 18,70


KOOPJE VAN DE MAAND

 THE UPSETTERS – Super Ape / Return Of The Super Ape

THE UPSETTERS – Super Ape / Return Of The Super Ape

Lee Perry is wellicht de grootste zot in muziekland, maar hij is wel een geniale gek. Twee klassiekers (de eerste al wat meer dan de tweede) van de man en zijn fenomenaal huisorkest The Upsetters zijn nu verenigd, vergezeld van 11 bonustracks die er toe doen, en dit alles voor een habbekrats. publieksprijs: 11,65 (2 cd)