Muzieknieuws augustus 2015

MARIA FARANDOURI – Chtes Archisa Na Tragoudo (cd/dvd)

MARIA FARANDOURI – Chtes Archisa Na Tragoudo (cd/dvd)

Vijftig jaar in het vak staan is niet iedereen gegeven. Maria Farandouri werd in Le Monde ooit omschreven als de mediterrane Joan Baez. Mooie woorden, maar ze is natuurlijk zoveel meer dan dat. Zo is ze wellicht de beste Theodorakis-vertolk(st)er op deze aardbol. Mikis Theodorakis ontdekte haar in 1963 toen ze vijftien was en zei destijds: “jij zal mijn priesteres worden”. Later zal hij haar “de hogepriesteres van mijn muziek” noemen. Hij stelde haar prompt voor om bij zijn groep te komen. Er groeide een artistieke en persoonlijke vriendschap die tot op de dag van vandaag standhoudt en die resulteerde in opnames, opnames en nog eens opnames. Veel van deze opnames waren muzikale bewerkingen van gedichten, zowel van auteurs uit Griekenland als ver daarbuiten (Pablo Neruda, Federico Garcia Lorca….). Theodorakis en Farandouri kunnen we beslist beschouwen als het koningskoppel van de hedendaagse Griekse muziek. Beiden hebben nadrukkelijk een eigen carrièrepad bewandeld maar hun wegen hebben zich vaak gekruist. Hierbij zullen we tot in lengte van dagen vooral herinnerd worden aan ‘Canto General’ en ‘The Ballad Of Mauthausen’; die Mauthausen-cyclus was in 1966 het debuut van Farandouri en meteen ook haar internationale doorbraak: Farandouri was in een onomkeerbare stroomverstelling terechtgekomen. Samen met heel wat andere muzikale generatie- en geestesgenoten was ze mee verantwoordelijk voor een heuse omwenteling in de Griekse muziek: de rest is geschiedenis. Tijdens de militaire junta in Griekenland (1967-1974) leefde ze in verbanning en werd ze een symbool van verzet en democratie door de vele concerten die ze bracht met liederen van Mikis Theodorakis, die toen in de gevangenis zat. In haar samenwerking met Theodorakis werd zij de stem van de strijd tegen het kolonelsregime en van de revolutie tegen die junta. Ze is van mening dat een artiest een voortrekkersrol heeft in de samenleving en moet opkomen voor een mening, een visie, een doel en voorts ook wantoestanden moet aanklagen. Zelf heeft ze steeds de daad bij het woord gevoegd en via haar muziek engageert ze zich voor verdraagzaamheid, gelijkheid, vrede en nog meer mooie waarden. Na haar terugkeer trekt ze vanaf 1976 met haar eigen ensemble de wereld rond met een repertoire dat vooral bestaat uit werk van Theodorakis en Manos Chatzidakis. Later ging ze ook vele internationale samenwerkingen aan met artiesten zoals John Williams, Zülfü Livaneli, Leo Brower, Lucio Dalla, Maria del Mar Bonet…. Ze vertolkte muziek van belangrijke componisten zoals Manos Loizos, Eleni Karaindrou, Manos Chatzidakis, Bertold Brecht en natuurlijk ook Mikis Theodorakis. Bij deze laatste denken we vooral aan haar magistrale vertolking van zijn ‘Mauthausen’-cyclus, die schandalig genoeg niet meer verkrijgbaar is. Farandouri verenigt de werelden van moderne klassieke muziek, wereldmuziek en Griekse traditie met haar unieke en fascinerende contra-altstem en interpretatie. Haar indrukwekkende, warme en diepe stem heeft de kracht van een muziekinstrument en zet met veel emotie en ontroering haar vertolkingen van tijdloze muziek neer.
Op 17 september 2013 werd deze indrukwekkende loopbaan gevierd met een concert in het Odio Irodos Attikou in Athene. Het resultaat daarvan is te horen op ‘Chtes Archisa Na Tragoudo’ (‘gisteren begon ik te zingen’) en is gespreid over 2 cd’s en 1 dvd. Deze uitgave is een bloemlezing uit het indrukwekkende en zeer uitgebreide repertoire van Maria Farandouri. En de eerste vaststelling is: Maria Farandouri is nog steeds indrukwekkend bij stem en ook haar interpretatie en voordracht hebben alle tanden des tijds doorstaan ondanks de vele getrotseerde stormen. Bovendien wordt ze bijgestaan door tien exquise muzikanten onder leiding van pianist Takis Farazis die samen met haar voor een waar festijn zorgen. Er wordt imposant afgetrapt met 2 liederen uit de Mauthausen-cyclus (‘Asma Asmaton’ en ‘Ama Teliosi O Polemos’). Meteen is de toon gezet voor wat volgt: een quasi myriade aan tijdloze prijsbeesten en een aaneenschakeling van hoogtepunten waaruit het haast onbegonnen werk is om de absolute uitschieters te selecteren. Maar aangezien jullie dat steeds zo mooi vragen doen we een poging, zonder daarbij afbreuk te doen aan de andere liederen. Die zogezegd absolute uitschieters zijn naast de reeds vermelde twee openers en naar onze onbescheiden mening ‘T’Oniro Kapnos’, ‘Dromi Paliï’, ‘Agios O Erotas’, ‘Caruso’, ‘Pjos Ti Zowi Mou’, het uitzinnig gezongen ‘Bella Ciao!’ en ‘Arnisis (Sto Perijali To Krifo)’, het grand finale duet met Mikis Theodorakis. In het tweede deel van het concert worden nog enkele fijne gasten opgevoerd: Eleni Kartelia, Dionisis Savvopoulos, Elli Paspala en een grootse Savina Yannatou. Naar het einde van het concert worden alle registers opengetrokken en komt Mikis Theodorakis opdraven bij de apotheose. De dvd is een meer dan royaal dessert en biedt naast archiefbeelden vooral overweldigende kunst in een eveneens overweldigend decor. En voor de kniesoren onder ons is er één minpuntje: wie iets in het summiere infoboekje wil begrijpen zal eerst zijn Grieks moeten bijspijkeren want zoals gebruikelijk bij de meeste Zuid-Europese uitgaves is de info eentalig. Maar verder niets dan lof: proficiat Maria en op naar de volgende 50 al lijkt ons dat niet meer haalbaar. Voor wie nog niets in huis heeft van la Farandouri is deze box een meer dan uitstekende introductie; voor de fans is dit een hebbeding van jewelste. En bovenal is ‘Chtes Archisa Na Tragoudo’ de dertiende titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 30,75 (2 cd + dvd)

ANOUSHKA SHANKAR - Home

ANOUSHKA SHANKAR - Home

Nog zo’n grote dame is Anoushka Shankar, maar dan wel met 34 jaar en heel wat producties minder op de teller. Eind 2011 werden we van onze sokken geblazen en van ons paard gebliksemd door haar cd ‘Traveller’, haar debuut op Deutsche Grammophon waarop ze een ontzettend zelfvertrouwen demonstreerde: het had er zowaar de schijn van dat ze nadrukkelijk wilde bewijzen dat ze eindelijk uit de schaduw van vader Ravi was getreden, om nog maar te zwijgen over de schaduw van haar stiefzus Norah Jones. ‘Traveller’ was een clash tussen flamenco en Indiase klassieke muziek en een voltreffer pur sang en bovenal een verpletterende luisterervaring, niet in het minst geholpen door de superieure productie van Javier Limón. Wij tintelden dus van onovertroffen nieuwsgierigheid toen wij dit nieuwe schijfje uit het doosje haalden. Voor dit nieuwe album gaat Anoushka Shankar helemaal terug naar de Indiase klassieke muziek met meditatieve op raga gebaseerde muziek voor solositar begeleid door een klein ensemble (tabla, bas, treble tanpura). ‘Home’ is een eerbetoon aan haar vader Pandit Ravi Shankar en werd, zoals de titel suggereert, opgenomen in haar thuisstudio. Anoushka wou op dit album volledig focussen op haar vader en door de muziek te spelen die ze van hem leerde wou ze door een proces gaan van terug aansluiting vinden met hem. De hoofdmoot bestaat uit ‘Guru: Raga Jogeshwari’, een combinatie van nachtragas die gecreëerd werden door haar vader. De tabla wordt beroerd door Tanmoy Bose, de favoriete tablasperler van Ravi Shankar in diens laatste levensjaren. De dominante sferen zijn intimiteit, warmte, gloed, sensualiteit, intense diepgang, gratie, elegantie, subtiliteit en koestering. Het spel is nooit minder dan subliem maar ondanks alle virtuositeit krijg je nooit de indruk dat hier kunstjes geëtaleerd worden: ‘Home’ klinkt vooral als een optreden tussen vrienden waarbij de muziek recht uit het hart komt. De betoverende schoonheid die Anoushka Shankar uit haar instrument te voorschijn haalt is onovertroffen, duizelingwekkend en overrompelend. Haar gevoel voor sierlijkheid en timing evenaart dat van haar vader. Anoushka is al jaren een begenadigde muzikant maar met ‘Home’ heeft ze ontegensprekelijk de status van meester bereikt en -altijd met 2 woorden spreken- zich op dezelfde eenzame hoogte als haar vader gehesen. ‘Home’ van Anoushka Shankar is angstaanjagend perfect en is dan ook de veertiende titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Het infoboekje bevat ook een essay van Ravi Shankar dat hij in 1965 schreef als een introductie in Indiase klassieke muziek.
publieksprijs: 20,45

AFRICA EXPRESS – Presents…  Terry Riley’s In C Mali

AFRICA EXPRESS – Presents… Terry Riley’s In C Mali

Net zoals Mali en blues lijkt ook Mali (en bij uitbreidng West-Afrika) en Damon Albarn een onuitputtelijk verhaal. Africa Express is een project van Albarn waarin westerse en Afrikaanse muzikanten samenwerken. De samenstelling van deze rondreizende workshop is zeer wisselend. Ter illustratie een greep uit het personeelsbestand van dit muzikale uitzendbureau: Adrian Sherwood, Afel Bocoum, Amadou & Mariam, Amparo Sánchez, Ba Cissoko, Baaba Maal, Baloji, Basement Jaxx, Bassekou Kouyaté, Batida, Billy Bragg, Björk, Brian Eno, Damon Albarn, Elvis Costello, Fatoumata Diawara, Femi Kuti, Gilles Peterson, John Paul Jones, Juldeh Camara, Jupiter & Okwess International, Justin Adams, Kasai Allstars, Konono N° 1, Krar Collective, Les Ambassadeurs, Massive Attack, Mick Jones, Oumou Sangare, Paul Weller, Rachid Taha, Rokia Traoré, Salif Keita, Sally Nyolo, Songhoy Blues, Souad Massi, Staff Benda Bilili, Tamikrest, Terry Riley, The Gang Of Four, The Good The Bad & The Queen, Tiken Jah Fakoly, Tinariwen, Tony Allen, Toumani Diabaté, Vieux Farka Touré, Yeah Yeah Yeahs…. Live blijkt dit bonte gezelschap een wervelend gebeuren te zijn dat soms ook niet van ophouden weet: zo werd Damon Albarn deze zomer op het Roskilde festival door de security van het podium getild omdat hij na vijf uur optreden er nog steeds niet de brui wou aan geven. Eind 2013 trok Damon Albarn met enkele westerse muzikanten voor een week naar Mali om er met Malinese muzikanten samen te werken. Het resultaat daarvan was het album ‘Africa Express Presents: Maison des Jeunes’, genoemd naar de gelijknamige jeugdclub in Bamako waar het werd opgenomen in een pop up studio (ook dit nieuwe album werd daar opgenomen).
Terry Riley’s minimalistische mijlpaal ‘In C’ was vorig jaar 50 jaar oud. In die periode werd het een van de meest bekende en vaakst uitgevoerde minimalistische composities. De heterofonische structuur van het werk is harmonisch ongebruikelijk maar gelijkmatig consonant. De basisstructuur van ‘In C’ is eenvoudig: de noot C wordt eenvoudig en monotoon aangeslagen (doorgaans op piano of marimba) terwijl de andere uitvoerders, waarbij het aantal en de instrumentatie niet gespecificeerd werden door Riley, kunnen kiezen uit 53 melodische patronen en ook kunnen bepalen hoe lang ze die spelen. Het effect is overlappingen in onvoorspelbare manieren, verschuivingen in harmonie, evoluerende polyritmiek, tonale en timbrale veranderingen en het gevoel dat niets constant is ook al wordt dezelfde noot gedurende de ganse uitvoering nadrukkelijk aan exact hetzelfde tempo gespeeld (bron over Riley: Pitchfork). Sinds Riley’s eigen opname uit 1968 volgden tientallen andere in de meest uiteenlopende uitvoeringen. Albarn vatte de klus aan met een ensemble van 17 muzikanten waarbij multi-instrumentalist André de Ridder ook dirigent was en waarbij het, afgezien van Albarn en Eno, alhier vooral onbekende muzikanten betreft. De rockmuzikanten van dienst (Damon Albarn, Brian Eno, Nick Zinner, Jeff Wootton) houden zich opvallend bedaard en laten de Malinezen alle ruimte om Riley’s thema te exploreren. Het Afrikaanse instrumentarium bestaat uit kamel n’goni, balafon, kalebas, kalimba (duimpiano), djembe en andere percussie, fluiten, kora en imzad (éénsnarig strijkinstrument uit de Toearegcultuur). De totaalklank is aards en collectief en de wisselwerking tussen de muzikanten erg dynamisch. De percussie en de Afrikaanse rituele trance leggen een dansatmosfeer onder de oorspronkelijke tranceatmosfeer van het werk. De onderscheiden klank van de fluiten bezorgt het werk nadrukkelijk melodie en de drie stemmen zorgen voor een etherische aard. De zachte klanken van de koras, de kalimbas en de balafons hebben een bevreemdend en duister effect. De geheel eigen en uitgesproken aanpak van Africa Express zorgt ervoor dat dit minimalistische werk gaat klinken als een hypnotische suite. Deze muzikanten hebben met veel zin voor experiment en exploratie gespeeld met de gedaante en de formule van dit werk en hebben er meer dan één dimensie aan toegevoegd. Halverwege het stuk gaat het ensemble even zwijgen en horen we een korte gesproken passage, enkel begeleid door gitaren en koras, waarna het volledig orkest terug invalt met een nog opgedreven ritmische aandrang. ‘Africa Express Presents… Terry Riley’s In C Mali’ is een waarlijk, extatisch, geestverruimend en weergaloos meesterwerk dat met veel branie en bravoure en op overrompelende wijze de universele kracht van muziek benadrukt. Het is dan ook de vijftiende titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Een live-uitvoering in Tate Modern is te bekijken op diverse websites.
publieksprijs: 20,15

DELE SOSIMI – You No Fit Touch Am

DELE SOSIMI – You No Fit Touch Am

De naam Dele Sosimi zal wellicht niet zo bekend in de oren klinken als Tony Allen en andere Kuti’s, maar zijn belang voor de afrobeat kan nauwelijks onderschat worden. Een greep uit zijn cv: keyboardsspeler en bandleader bij Fela Kuti’s Egypt 80, medeoprichter van en bandleader bij Femi Kuti’s Positive Force, muzikaal consultant voor de UK-versie van de musical FELA!, gastheer bij de tweemaandelijkse ‘Afrobeat Vibration night’, een langlopend event in Londen. ‘You No Fit Touch Am’ is zijn derde soloalbum en zijn eerste in bijna tien jaar en het bevat zeven lange lappen klassieke Lagos-songwriting stijl jaren 70, doordrenkt van socio-politieke boodschappen. Op zijn twee vorige albums, ‘Turbulent Times’ (2002) en ‘Identity’ (2007), wijdde hij zich vooral nog aan het nieuw leven inblazen van de patronen van Fela Kuti. Met ‘You No Fit Touch Am’ manifesteert hij zich nu ook als een soloartiest die het volledig zelf afgedwongen heeft dat met hem rekening zal moeten gehouden worden. Dele Sosimi klinkt hier gepolijster, lichter en gematigder dan toen hij nog tekeer ging bij zijn illustere voorgangers maar niettemin zit zijn nieuwe muziek boordevol vitaliteit, opwinding, energie, pit, vonken maar ook veel boosheid en Dele Sosimi Afrobeat Orchestra speelt verbluffend strak. ‘You No Fit Touch Am’ baadt in alle elementen van de allerbeste afrobeat- en funktraditie die deze genres zo onweerstaanbaar kunnen maken. De verweven gitaren en de blazers vliegen over de ritmesectie en de zware bassen zijn nadrukkelijk aanwezig terwijl de vraag-en-antwoord-gezangen de boodschap bezorgen waarbij de vocale melodielijnen excelleren in aantrekkelijkheid. De boosheid in de teksten richt zich vooral naar extremisme en terreur. Maar er is ook plaats voor andere gevoelens zoals in de afsluiter ‘Sanctuary’ waarin hij muziek bezingt als “het heiligdom”. ‘You No Fit Touch Am’ bevestigt voor de zoveelste keer dat de heropleving van de afrobeat geen tijdelijke bevlieging is en dat de fundamenten ervan voldoende stevig zijn voor een lang leven.
publieksprijs: 17,05

GANGBÉ BRASS BAND – Go Slow To Lagos

GANGBÉ BRASS BAND – Go Slow To Lagos

Deze achtkoppige brass (en percussie-) band uit Benin bestaat 20 jaar en stond al die tijd synoniem en garant voor een mix van New Orleans-jazz met funky afrobeat, latin, juju- en voodooritmes. “Gangbé” betekent “de klank van metaal” en de combinatie van blaasinstrumenten met West-Afrikaanse percussie en polyfone gezangen is deels toe te schrijven aan de koloniale nalatenschap; Franse koloniale officiers importeerden blaasinstrumenten en trainden lokale muzikanten in het spelen van Europese militaire muziek alsook dansmuziek. ‘Go Slow To Lagos’ is GBB’s vijfde album en is een eerbetoon aan de man die ze beschouwen als hun spirituele vader, Fela Kuti, aan Nigeria en aan afrobeat. Sinds 2004 zijn ze dan ook vaste gasten op het Felabrationfestival in Lagos en dit op uitnodiging van Femi Kuti. Maar het is ook een viering voor hun 20-jarig bestaan. De hoes is ontworpen door Lémi Ghariokwu, de man die ook ontwierp voor Fela Kuti. Bij de gastmuzikanten vinden we o.m. Jean-Philippe Rykiel en Femi Kuti. Muzikaal is er niets nieuws onder de zon maar dat is geen bezwaar bij dit huis van vertrouwen. Zoals steeds laveren ze op behendige en bruisende wijze tussen traditionele ritmes uit Benin, afrobeat en jazz. De arrangementen zijn vloeiend, coherent, goed doordacht en to the point. De teksten behandelen het dagelijkse leven, roepen op tot vrede en vertellen over de kleine en grote gevechten. ‘Go Slow To Lagos’ is een fikse energiestoot en accentueert de rijpheid en zelfzekerheid van een groep die de traditie revolueert.
publieksprijs: 18,75

FARIS – Mississippi To Sahara

FARIS – Mississippi To Sahara

Zanger, gitarist en percussionist Faris Amine Bottazzi (Algerijnse Touareg moeder en Italiaanse vader) brengt op zijn debuutalbum tien rurale deltabluessongs terug naar Afrika en vertolkt ze in de gitaarstijl gekend als assouf (deze term betekent ballingschap, afgezonderd zijn van land en dierbaren, maar kan ook gezien worden als een equivalent voor termen als blues, saudade….). De term desertblues werd in de jaren 90 gecreëerd door muziekjournalisten om de muziek van o.m. Ali Farka Touré en Tinariwen weer te geven. Maar zoals we onderhand met zijn allen wel weten liggen de wortels van de Amerikaanse blues in West-Afrika, meer in het bijzonder in de Sahel en de Sahara. Onder de scheppers bevonden zich o.m. de Kel Tamasheq (de Touaregs; letterlijk: “ sprekers van het Tamasheq”). De jonge Faris was als jongeling gefascineerd door Jimi Hendrix en door oude countrybluesvertolkers zoals Skip James, Blind Lemon Jefferson en Robert Johnson. Later ondernam hij een diepe en intense culturele zoektocht naar de wortels van zijn moeder en leerde hij Tamasheq. Hij ontwikkelde zich muzikaal verder onder de vleugels van Tinariwen maar kwam tot de vaststelling dat zijn wortels verder reikten dan het universum van de desertblues en besloot zijn eigen weg te gaan om zijn beide afkomsten te paren. Op ‘Mississippi To Sahara’ neemt Faris bluesklassiekers van o.m. Son House, Skip James, Vera Hall, Fred McDowell, Muddy Waters en Blind Willie Johnson onder handen. En hoe! De tien songs werden herschreven in het Tamasheq (sommige vertalingen wijken fel af van de originele tekst). Hij herwerkte de songs ook op een manier die het mogelijk maakt om ze zowel akoestisch als elektrisch uit te voeren en zelfs op een lap steelgitaar, toch wel een unicum bij Touareggitaristen. Om in de ware geest van de deltablues te blijven werd het album in nauwelijks drie dagen opgenomen en als toetje en kers op de taart wordt hij in de twee slotnummers begeleid door ouwe bluesrot Leo Bud Welch. Faris speelt en zingt compromisloos, ongedwongen, intens, aangrijpend -en zo doorleefd alsof hij nooit iets anders heeft gedaan- hedendaagse blues zonder grenzen en toont aan dat het genre zich steeds zal kunnen blijven laven aan nieuwe bronnen. Het is tevens een grootse ode aan de Tamasheq en hun cultuur en het levende bewijs dat die cultuur nog steeds in evolutie is. De hoogtepunten zijn overvloedig maar deze steken er wat ons betreft helemaal bovenuit: ‘Assouf Id Nekmam’ (een haast onherkenbare en grootse bewerking van ‘Trouble So Hard’ van Vera Hall dat zestien jaar al eens vereeuwigd werd door Moby), ‘Aghtegh Idjoleman’ (‘Jesus Is On The Mainline’ van Fred McDowell), ‘Oulh Essayaq’ (‘Feel Like Going Home’ van Muddy Waters) en als orgelpunt het magistrale, samen met Leo Bud Welch gezongen ‘Ma Ihan Iman Nagadem’ (‘The Soul Of A Man’ van Blind Willie Johnson). Met het indrukwekkende ‘Mississippi To Sahara’ hebben Songhoy Blues, Gisela João, Mbongwana Star en Nozinja er een stevige concurrent bij voor onze virtuele categorie “debuut van het jaar” maar van één zaak mag Faris Amine Bottazzi nu al zeker zijn: de zestiende titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,00

ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise

ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise

Asian Dub Foundation is zonder twijfel een buitenbeentje, de splinterbom en het (en ook ons favoriete) lelijke eendje in de wereldmuziek. Al 21 jaar brengt ADF multiculturele Brits-Aziatische global fusion in een unieke en onnavolgbare mix van bhangra, raga, rock, dancehall, reggae, toasting, dub beats, break beats, drum ‘n’ bass, ragga, rap, hiphop en Afrikaanse instrumentals; sleutelwoorden hierbij zijn avontuurlijk, messcherp en veel weerhaken. Hun karakteristieke sound combineert indo-dub baslijnen, harde ragga-jungle ritmes en hitsige sitar-geïnspireerde gitaren met traditionele klanken, dit alles overgoten met militante songteksten die vaak gerapt of getoast worden. Hun teksten zijn oproepen voor radicale politieke harmonie, rechtvaardigheid, sociale verandering en strijd tegen onderdrukking. ADF engageert zich ook voor educatie en sociaal werk bij de jeugd in de Londense East End en voor Britse anti-racismecampagnes. Met hun muziek willen ze ook een brug slaan tussen zwarte invloeden en hun eigen Aziatische stijl; tegelijkertijd mixen ze die invloeden met allerlei andere muzikale stijlen. ADF toont zich vaak een meester in de delicate balans tussen het schoppen van een geweten en het produceren van straffe dansbeats. Met enige verbeelding zou je ADF kunnen omschrijven als het Britse antwoord op Rage Against The Machine. Op hun vorige album ‘A History Of Now’ was de klank breder geworden, o.a. door het gebruik van strijkers en fluit. Die fluit is gebleven (fluitist Nathan “Flutebox” Lee behoort nu ook tot de vaste kern van ADF en is meteen een bepalende factor in de groepsklank geworden) en fungeert ook als een nieuw uitgangspunt en vehikel maar wat ook en nog meer opvalt is dat de dhol (karakteristieke trommel in de bhangra) nog op slechts een nummer gebruikt wordt en dat de tabla helemaal niet meer voorkomt. Naar goede gewoonte ademt ook dit nieuwe album kracht, billijke woede, energie en agressie en het feit dat alles in het korte tijdsbestek van zes dagen werd opgenomen zorgt er mee voor dat alle hoeken bewaard blijven. ADF blijft voortdurend politiek en streetwise geïnspireerd en daarbij wordt geen enkel blad voor de mond genomen en dat gebeurt bij voorkeur met heel veel trots en met de volumeknop helemaal open en vooral zonder compromissen. Producer Adrian Sherwood is er op verbluffende wijze in geslaagd de opruiende live-energie en gramschap van de band te laten doorklinken op dit album. Voor de gevoelige oortjes staan er ook enkele relatieve rustpunten op ‘More Signal More Noise’. Een van de hoogtepunten is de herwerking van ‘Flyover’ (uit 2005), hun ranselende, rammelende, urgente en claustrofobische visie op Londen. Een van de aangrijpendste momenten van dit album krijgen we te horen op ‘Get Lost Bashar’ wanneer een sample gebruikt wordt van een Syrische dichter die vermoord wordt. Met hun gebruikelijke energie, intensiteit en inventiviteit heeft ADF nog eens verschroeiend uitgehaald en alweer een uiterst ziedend album op de wereld losgelaten dat thuishoort in hun rijtje klassiekers, met name ‘Community Music’, ‘Tank’ en ‘Punkara’ en dat ons, even geheel terzijde, in menig opzicht doet denken aan aan ‘Sandinista’ van The Clash. De muzikale tijdbom genaamd ‘More Signal More Noise’ is dan ook meteen de zeventiende titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,85

DAYMÉ AROCENA – Nueva Era

DAYMÉ AROCENA – Nueva Era

BBC-radioproducer, dj, muzikale duizendpoot en bezige bij Gilles Peterson heeft een zeer uitgebreide expertise op het vlak van Latijns-Amerikaanse muziek en is al enkele jaren intensief aan de slag met de verkenning van de muziekscene in Havana in het bijzonder en bij uitbreiding ook elders in Cuba. Daymé Arocena is de volgende halte op zijn schattenjacht. Deze zangeres, arrangeur, componiste en koordirigente is op haar 22ste al quasi een veterane in de Cubaanse muziek. Toen ze vier was zong ze al op iedere hoek van de buurt. Op haar achtste begon ze semi-professioneel op te treden en toen ze veertien was werd ze leadzangeres bij de big band Los Primos. Sindsdien was ze ook al aan het werk met o.m. Wynton Marsalis en Jane Bunnet. Vorig jaar was ze te horen op drie tracks op Peterson’s project ‘Havana Cultura Mix * The Soundclash!’ (Havana Cultura is een project van Peteson om Cubaanse muziek te promoten over de ganse wereld: het project wordt gefinancierd door Havana Club). Peterson nodigde haar uit naar Londen om er op te treden op het lanceerevenement voor dat album. Ze moet daar dusdanig het publiek betoverd hebben dat ter plaatse dan ook de plannen gesmeed werden voor dit debuutalbum. Arocena is een volgelinge van het Afro-Cubaanse Santeríageloof en in enkele liederen weerklinken de Afrikaans geöriënteerde gezangen die ze kent sinds haar kinderjaren. Ze heeft een bijzonder rijke, solide en krachtige stem en is daarvan hoorbaar ook zelfbewust. Die stem wordt ook vakkundig gedragen door een sterke begeleidingsgroep: er is een opvallende en voortreffelijke interactie aanwezig. Haar muziek is niet enkel schatplichtig aan Santeríagezangen: de grootste invloeden worden vooral geput uit de Cubaanse jazz. De geest van Roberto Fonseca en andere Cubaanse jazzreuzen waart soms nadrukkelijk rond en wellicht heeft Arocena geluisterd naar vele jazzvocalisten. Wanneer we deze gegevens koppelen aan haar ingeboren Afro-Cubaanse gevoeligheden levert dat een interessante mix op. ‘Nueva Era’ is een sterk debuut van een unieke zangeres dat doet vermoeden dat nog meer fraais van haar kant zal komen aanwaaien. Wordt wellicht vervolgd.
publieksprijs: 18,85

MONSIEUR DOUMANI – Sikoses

MONSIEUR DOUMANI – Sikoses

In onze contreien Cypriotische muziek op de kop tikken is zowat het equivalent van een speld in een hooiberg vinden. Monsieur Doumani werd opgericht in 2011 en debuteerde twee jaar geleden met het uitmuntende ‘Grippy Grappa’. Demetris Yiasemides speelt fluit en trombone, Angelos Ionas gitaar en Antonis Antoniou tzouras (familie van de bouzouki). Deze laatste is ook verantwoordelijk voor de elektroakoestische manipulatie, wat dit ook moge betekenen. Alle drie de heren zingen ook. In tegenstelling tot op hun debuut zijn op ‘Sikoses’ vooral composities van Antoniou te horen en slechts drie traditionals (op ‘Grippy Grappa’ waren er dat nog elf). Maar ook de eigen composities zijn diep geworteld in de traditie. We horen een trio dat gerijpt is, minder traditioneel is gaan klinken, het experiment opzoekt en bijwijlen superbe hedendaagse Cypriotische folk brengt. Er wordt met veel flair, lef, vakmanschap, humor, dartelheid en fantasie gearrangeerd en gespeeld. Diverse andere tradities worden mooi en efficiënt geïntegreerd zonder de kern van hun eigen wortels te raken: de verscheidenheid aan stemmingen en texturen is groot maar schaadt de cohesie niet. Ondanks er enkel akoestische instrumenten gebruikt worden leunt de klank dicht aan bij folkrock en dit wordt dan toegeschreven aan die fameuze elektroakoestische manipulatie. De teksten behandelen vaak op kritische wijze maatschappelijke thema’s: het zal wellicht niet verbazen dat economische crisis, corruptie en de strenge EU- en IMF-maatregelen hier aan bod komen. Monsieur Doumani brengt ons een frisse wind uit een land dat muzikaal voor ons zowat tabula rasa is. Dames en heren festivalorganisatoren: u heeft dit jaar Cyprus’ finest flagrant over het hoofd gezien. Volgend jaar volgt de herkansing.
publieksprijs: 18,40

PASCUALA ILABACA y FAUNA – Busco Paraíso

PASCUALA ILABACA y FAUNA – Busco Paraíso

Ook Chili is de voorbije decennia een muzikaal tabula rasa, al is het ooit wel anders geweest. Dit album dateert reeds van 2012 maar wordt pas nu op Europa losgelaten (ondertussen is in Chili reeds haar vierde album uit). In 2008 debuteerde singer-songwriter en accordeoniste Pascuala Ilabaca met ‘Pascuala Canta a Violeta’, een eerbetoon aan Violeta Parra die Ilabaca als haar voornaamste invloed beschouwt. Ilabaca studeerde in India bij Pandit Pashupati Nath Mishra en behoort tot de post-Pinochetgeneratie van muzikanten die de oude nueva cancíon-stijl achterlieten en een nieuwe stijl gecreëerd hebben die opener, zelfbewust mondialer en genuanceerder is. Haar muziek blijft wel diep geworteld in de Chileense traditie maar door toevoeging van elementen uit jazz, indie en rock maar ook uit India, cumbia en gypsy wordt ‘Busco Paraíso’ een zeer hybride gebeuren. Ilabaca heeft een charmant, breekbaar, sensueel, zijdeachtig en soms wat slaperig maar ook speels en dartel stemgeluid dat haar eerder in Brazilië doet situeren en reminisceert aan Lila Downs en dichter bij huis ook aan ZAZ. De algemene klank van dit album is bij uitstek zomers en daar draagt het zeer relaxte, heerlijk slobberige en soms bedrieglijk nonchalante spel van de muzikanten in grote mate toe bij. ‘Busco Paraíso’ was een tijdlang het meest gedownloade album in Chili en een verborgen juweel als Pascuala Ilabaca verdient ook hier ruimere aandacht want wat we hier horen is bijwijlen superbe hedendaagse Chileense folk met een serieuze hoek af. En voor festivalorganisatoren hebben we dezelfde oproep als bij Monsieur Doumani.
publieksprijs: 17,05

AMIR JOHN HADDAD – 9 Guitarras

AMIR JOHN HADDAD – 9 Guitarras

Amir John Haddad is een Duits-Spaanse flamencogitarist (en multi-instrumentalist), geboren uit een Colombiaanse moeder en een Palestijnse vader. Gedurende tien jaar speelde hij ud, bouzouki en gitaar bij Radio Tarifa. Zijn vader leerde hem de ud te bespelen en toen hij acht was ging hij flamencogitaar studeren. Op zijn twaalfde gaf hij zijn eerste publieke optreden en op zijn 22ste verliet hij zijn thuisland en trok hij naar Jerez de la Frontera (Spanje), een van de thuishavens van de flamenco. Nog een jaar later trok hij naar Madrid. Sindsdien treedt hij wereldwijd op en deed daarbij zeer gerenommeerde zalen aan. De albumtitel verwijst naar de negen verschillende gitaren die hij hier bespeelt (een voor elke compositie) en die gebouwd werden door negen verschillende gitaarbouwers (alle gitaren staan afgebeeld en kort beschreven in het infoboekje). Hij bespeelde, beluisterde en bestudeerde de gitaren en nadien besliste hij welke gitaar hij zou gebruiken voor welke compositie. Daarnaast wou hij op dit album ook zijn muzikaal erfgoed introduceren (ud en bouzouki). Dit erfgoed wendt hij ook aan bij zijn eigen flamencogroep Almeraya, waar hij pure flamenco combineert met oosterse elementen. A.J. Haddad maakt gebruik van zijn muzikaal en cultureel erfgoed om een nieuw geluid tot stand te brengen zonder daarbij het karakter en de emotionele betekenis van elke muzikale stijl los te laten. Haddad heeft een bijzondere techniek: hij speelt met zijn rechterhand dicht bij de kam, daar waar de snaren bevestigd zijn aan de gitaar. De composities van Haddad combineren flamenco met mediterrane en Arabische tonaliteiten en een vleug jazz. Naast die negen gitaren en zijn ud en bouzouki horen we ook nog de klanken van bas, allerlei percussie, handgeklap, allerhande schoenhakken, melodía, synthesizer (op één compositie en verantwoordelijk voor een melige bijdrage), viool en luit en 2 bijdragen van de uitstekende en delicieuze zangeres María Carmona. ‘9 Guitarras’ is een rijke en weelderige ode aan negen gitaarbouwers maar ook aan de flamencotraditie waaraan deze meesterlijke gitarist een vernieuwende frisheid toevoegt.
publieksprijs: 20,40

CARMINHO – Canto

CARMINHO – Canto

Dit 30-jarige fadotalent -dochter van fadozangeres Teresa Siqueira- werd jarenlang bestookt door een grote horde platenfirma’s maar Carminho wilde lange tijd niet zwichten: deze jonge dame wilde eerst nog een stukje van de wereld zien vooraleer een professionele carrière te starten. Vier jaar geleden achtte ze de tijd rijp en dat zorgde voor haast ondraaglijk hoog gespannen verwachtingen. Maar ze schoot meteen raak en haar album ‘Fado’ was wellicht een van de beste fadodebuten ooit. ‘Canto’ is ondertussen haar derde album (bij het verschijnen van ‘Alma’ vertoefden wij waarschijnlijk op een andere planeet) en naast haar vaste begeleidingstrio daagt hier ook nog schoon volk op zoals Javier Limón, Jaques Morelenbaum, Marisa Monte, Naná Vasconcelos…. Een en ander doet dus vermoeden dat Carminho nu ook buiten de lijntjes van de fado kleurt en dat is ook zo. Portugese volksmuziek en Spaanse en Braziliaanse elementen komen aan bod en ook in die wateren voelt Carminho zich als een vis. Zelf omschrijft Carminho deze nieuwe weg als Iberische muziek. Toch blijft fado de hoofdtoon voeren en ook als ze geen fado zingt klinkt ze als een traditionele fadozangeres. ‘Canto’ betekent niet alleen ‘zang’ maar ook ‘plek’. Zelf zegt ze daarover: “Het slaat op mijn manier van zingen en de plek waar ik mijn roots vond.” Carminho klinkt in vele opzichten als Chavela Vargas. Op haar 30ste klinkt haar zang als het gewicht van een mensenleven. Ze heeft een zeer helder, expressief en emotioneel geladen stemgeluid. Die helderheid belet wel niet dat we hier ook veel ongetemde rauwheid en vurigheid horen. ‘Canto’ is een een fijn schijfje van een waarlijk groot talent maar haalt nooit het torenhoge niveau van haar debuut ‘Fado’ en dat is vooral toe te schrijven aan de wat matte, vlakke en zielloze productie en de mindere kwaliteit van de composities.
publieksprijs: 17,65

OMAR SOULEYMAN – Bahdeni Nami

OMAR SOULEYMAN – Bahdeni Nami

De Syrische zanger Omar Souleyman is een bijzonder en –tot voor enkele jaren hoofdzakelijk in Syrië- zeer populair fenomeen. Hij startte zijn muzikale loopbaan in 1994 en nu, 21 jaar later, zijn er bij benadering meer dan 500 cassettes (en ook enkele cd’s en lp’s) van hem in omloop (80% daarvan zijn opnames die hij maakte op bruiloften als geschenk voor het gehuwde koppel en die dan later gekopieerd werden en verkocht in lokale kiosken. Zijn grote doorbraak kwam er in 2005 met het nummer ‘Khataba’. Dankzij het Amerikaanse muzieklabel Sublime Frequencies kon hij intensief toeren doorheen Amerika en Europa en ook drie cd’s opnemen die een internationale release kregen. In 2011 trad hij op op het Glastonbury Festival en in 2013 tijdens het Nobel Peace Prize-concert; nog in 2011 maakte hij drie remixes voor de remix-lp van Björk, die net als Damon Albarn een grote bewonderaar is van Souleyman. Sinds de oorlog uitgebroken is in zijn vaderland kan Souleyman er niet meer optreden en is hij naar Turkije gevlucht, waar ook dit nieuwe album is opgenomen. Zijn repertoire bestaat grotendeels uit dabke-liederen, een traditionele en populaire stijl in het Midden-Oosten en de bruiloftdans bij uitstek aldaar, gezongen in het Koerdisch en Arabisch. Dabke is bijzonder aanstekelijke, felle, hypnotische, pompende en opzwepende feestmuziek die sinds zijn vorige album een ravekleedje aangetrokken werd. Ondanks dat ravekleedje werd er niet geraakt aan de kern van Souleyman’s composities en muziek en bleef dit in wezen traditionele muziek die door Four Tet met zeer veel respect behandeld werd: de mayonaise pakte. Plots was Omar Souleyman een internationale hype en stond Jan en alleman in het muziekwereldje aan zijn mouwen te trekken. Voor zijn zevende album ‘Bahdeni Nami’ gaat hij verder op de ingeslagen succesvolle weg en krijgt hij de volle ondersteuning van drie topproducers: Four Tet, Gilles Peterson en Modeselektor. Buiten de korte opener telt ‘Bahdeni Nami’ vijf lange songs + een remix van een van die songs. En die lengte neemt hij gretig te baat om zijn liederen te voorzien van weelderige en verfijnde arrangementen die baden in vele klankkleuren. Het tempo is razendsnel en explosief en doet vaak hyperkinetisch aan: het slaat de luisteraar bijwijlen murw. De melodieën zijn doordringend, verleidelijk en turbulent en worden bij voorkeur gerateld op schorre maar vooral op passionele wijze. Voor dit nieuwe album ging Omar Souleyman een hernieuwde samenwerking aan met zijn favoriete dichter Ahmad Alsamer. De teksten staan in Engelse vertaling afgedrukt. ‘Bahdeni Nami’ brengt dan na ‘Wenu Wenu’ vooral meer van hetzelfde maar dat meer van hetzelfde is bovenal onweerstaanbaar. Men kan wellicht enkel pro of contra Omar Souleyman zijn: wij zijn alvast pro.
publieksprijs: 20,55

CRIOLO – Convoque Seu Buda

CRIOLO – Convoque Seu Buda

Zijn vorige album ‘Nó Na Orelha’ werd vier jaar geleden in Brazilië overladen met prijzen. Niemand minder dan Caetano Veloso noemde Criolo “possibly the most important figure on the Brazilian pop scene”. Tja, wat moet of kan je daar nog aan toevoegen? Criolo is een 39-jarige rapper uit São Paulo en ‘Convoque Seu Buda’ is zijn derde album. Hij werd destijds een locale held met zijn hip-hop maar met de jaren ging hij een rijker palet hanteren en switchte hij van afrofunk naar samba, roots reggae, hip-hop en helaas ook naar te mierzoete ballads. Naar verluidt (want wij begrijpen geen Portugees) zijn zijn teksten bijwijlen vlijmscherp en steeds openhartig, waarbij hij op poëtische en existentiële wijze reflecteert over de groezelige chaos van de favelas waar hij opgroeide. In andere teksten gaat hij dan weer woest tekeer over fijne thema’s als geweld, wapens en ongelijkheid. Gedurende de protesten tegen de World Cup werd Criolo een icoon van de opposanten. Maar de man biedt ook hoop aan in zijn muziek die fluctueert tussen hip-hop, rap, forro, Zuid-Amerikaanse ritmes, pop, jazz, pagode (de meest voorkomende sambastijl in Brazilië), reggae en 80’s funk. Na het succes van ‘Nó Na Orelha’ moet Criolo wellicht gedacht hebben: “never change a winning a team”, en zo geschiedde. De volledige bezetting inclusief het producersduo Daniel Ganjaman/Marcelo Cabral tekent weer present. Aldus is ‘Convoque Seu Buda’ een uitloper geworden van ‘Nó Na Orelha’ (kwatongen zullen dit misschien vertalen als een doorslag). Feit is dat Criolo ons ook nu niet kan overtuigen. Wij ervaren ook ‘Convoque Seu Buda’ als een onevenwichtige plaat met uitschieters in beide richtingen. De man mag dan al een resem awards ontvangen hebben in Brazilië, van Oxfam wereldwinkel Brugge krijgt hij er alvast geen, ook al gaan we op die manier lijnrecht in tegen de opinie van een monument als Caetano Veloso. We geven wel nog mee dat Criolo bijzonder goed bij stem is en daarbij varieert van zwoel en krachtig tot ritmisch.
publieksprijs: 20,20

SERGENT GARCIA – Contre Vents et Marées

SERGENT GARCIA – Contre Vents et Marées

Voor de liefhebbers van weetjes die dit nog niet wisten: de Franse zanger Bruno Garcia ontleende de naam voor zijn band aan de antiheld Sergent Garcia uit de tv-serie ‘Zorro’, maar dit geheel terzijde. Garcia en de zijnen worden beschouwd als de uitvinders van salsamuffin, een cocktail van reggae en salsa. Na 7 albums situeert hun muziek zich tusssen reggae, salsa, ragga, rock, cumbia, dancehall, bolero, bomba, plena en merengue en her en der nog wat Afrikaanse invloeden. De klank kan gekaderd worden binnen de música mestiza die tegenwoordig wel zeer welig tiert. Uit zijn punkverleden heeft Garcia nog zijn energie meegebracht en dan kan je je best voorstellen dat het hier een vrolijke, uitbundige, hitsige en warmbloedige bedoening wordt. Het grote probleem bij de meeste artiesten die floreren binnen die mestizobeweging is dat het merendeel van hun werk onderling inwisselbaar is en zo is dat ook bij Sergent Garcia: ondanks alle aangehaalde kwaliteiten onderscheiden ze zich in weinig van hun collega’s en leunen ze te vaak nauw aan bij de one trick ponies van deze wereld. Het vrolijke en uitbundige gevoel dat je bij deze muziek krijgt vervaagt al snel door de ééndimensionaliteit. Deze muziek lijkt ons bij voorkeur geschikt voor festivalconsumptie.
publieksprijs: 17,30

REGGAE

ALBOROSIE meets KING JAMMY – Dub Of Thrones

ALBOROSIE meets KING JAMMY – Dub Of Thrones

‘Dub Of Thrones’ koppelt de Jamaicaanse dublegende King Jammy (voorheen Prince Jammy) aan de Italiaanse hedendaagse dubmaster Alborosie (Alberto D’Ascola). King Jammy begon in de jaren 70 als leerling bij King Tubby maar al snel ging hij zijn eigen weg. Hij maakte naam met zijn mixes en later ook met zijn producties voor o.m. Vivian Jackson, Bunny Lee, Horace Andy, Black Uhuru en Junior Reid. Zanger en producer Alborosie, die ook verschillende instrumenten bespeelt, is gefascineerd door analoge opnametechnieken. In de jaren 90 speelde hij bij de Italiaanse reggaeband Reggae National Tickets en na een concert in Jamaica besloot hij om de band te verlaten en zijn leven grondig te veranderen. Hij vestigde zich in Jamaica en ging er aan de slag als klanktechnicus en later als solo-artiest. In 2011 won hij de Britse MOBO (Music of Black Origin) award voor beste Reggae Act. Beide heren gaan op ‘Dub Of Thrones’ aan de slag met elk zes tracks. De titel is dus misleidend, want van een ontmoeting is hier geen sprake en bovendien namen beiden in een andere studio op. Een interessante uitdaging zou geweest zijn om beiden met dezelfde nummers aan de slag te laten gaan om zodoende het verschil in aanpak te kunnen evalueren, want nu heeft men niet meer gedaan dan twee mini-albums aan elkaar te lijmen. Nog een andere ontmoeting zou kunnen geweest zijn om beiden gewoon samen de 12 tracks onder handen te laten nemen. Dit is dus een gemiste kans ook al zijn de meeste dubs van een hoog niveau.
publieksprijs: 19,35

DUB PISTOLS – The Return Of The Pistoleros

DUB PISTOLS – The Return Of The Pistoleros

Soms worden wij geconfronteerd met de gaten in onze muziekkennis. Zo nu en dan doen wij een ontdekking waarbij het lijkt alsof we een hele tijd op een andere planeet vertoefd hebben, in dit geval liefst 19 jaar. Neem nu de Engelse band Dub Pistols: sinds 1996 mixen ze reggae, ska, ragga, skank, toast, dancehall, dub, brass beats en hip-hop alsof het hun lieve lust is. Ze werkten samen met o.m. The Specials, Horace Andy, Madness, Gregory Isaacs, Moby, Busta Rhymes…. Ze hebben een stevige live-reputatie als feestmachine wat dit nieuwe studioalbum ook al doet vermoeden. ‘The Return Of The Pistoleros’ is hun zesde studioalbum waarop een hele rist gasten mee het mooie weer maken: Seanie Tee, Neville Staple, Earl 16, Chezidek, Serocee, Linda Layton, TK Lawrence. Van a tot z worden we hier vergast op een frontale en hymnische extravaganza met vibrerende dubs als stevig fundament. Er zijn duidelijke invloeden van de vroege Asian Dub Foundation maar vooral van The Specials. Waarom Dub Pistols een veelgevraagde festivalact is wordt beantwoord op deze stevige brok feestgedruis.
publieksprijs: 13,10

BUNNY ‘STRIKER’ LEE & friends – Next Cut!

BUNNY ‘STRIKER’ LEE & friends – Next Cut!

Reggaelegende Edward O’Sullivan, beter gekend als Bunny ‘Striker’ Lee, was in de jaren 60 een pionier van de Britse reggaescene. Hij is het best gekend van zijn werk uit de jaren 60 en 70. Zijn belangrijkste bijdrage tot de evolutie van reggae is zijn productie-, mix- en dubwerk. Samen met Lee ‘Scratch’ Perry doorbrak hij de dominantie van Clement ‘Coxsone’ Dodd en Duke Reid. Met zijn vriend en dubpionier King Tubby leverde hij baanbrekend werk en experimenteerden ze volop met nieuwe technieken. De voorbije jaren werd veel -meestal onuitgegeven- oud materiaal van Bunny Lee terug op de wereld losgelaten, het ene al meer essentieel dan het andere. De hitte en de vochtigheid in Jamaica zijn niet echt bevorderlijk voor het bewaren van muziekarchieven maar ondanks het vele onheil, van termieten over overstromingen tot twee branden, bleef een groot deel van Bunny Lee’s schatkamer bewaard. Twaalf van de achttien hier geselecteerde tracks zijn voorheen onuitgegeven mixes, dubplates, dubplate mixes en alternate cuts. De playlist leest als een bestseller of wat dacht je van o.m. The Aggrovators (de belangrijkste sessieband voor Bunny Lee), Tommy McCook, Linval Thompson, Johnny Clarke, Prince Jammy, Scientist en Cornell Campbell? De opnames werden digitaal opgepoetst wat resulteert in een uitstekende klank- en geluidskwaliteit. Deze compilatie voegt echter weinig essentieels toe aan de catalogus van Bunny Lee en toont deels ook aan waarom onuitgegeven werk onuitgegeven was, ook al staan hier enkele pareltjes op (Vin Gordon and The Aggrovators, Scientist, The Agggrovators) en zullen de die hard fans van obscure remixes hier wel een kom pap van lusten.
publieksprijs: 20,15

VINYLRELEASES

- SINGERS & PLAYERS – War Of Words
Rerelease van hun klassiek debuutalbum uit 1981.
publieksprijs: 17,05
- ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise
publieksprijs: 24,75
- AFRICA EXPRESS – Presents… Terry Riley’s In C Mali
publieksprijs: 18,30
- OMAR SOULEYMAN – Bahdeni Nami
publieksprijs: 24,15 (2 lp + download)
- DAYMÉ AROCENA – Nueva Era
publieksprijs: 33,25 (lp + mp3 download code)
- DELE SOSIMI – You No Fit Touch Am
publieksprijs: 23,10
- PASCUALA ILABACA y FAUNA – Busco Paraíso
publieksprijs: 21,35
- CRIOLO – Convoque Seu Buda
publieksprijs: 20,70
- BARRINGTON LEVY – Acousticalevy
publieksprijs: 19,75
- BUNNY LEE – Next Cut!
publieksprijs: 25,85 (2 lp)
- ALBOROSIE meets KING JAMMY – Dub Of Thrones
publieksprijs: 16,65
- LES AMBASSADEURS – Rebirth
publieksprijs: 12,30 (ep)
- ‘The ROUGH GUIDE to SAMBA’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15 (lp + bonus cd van RUIVÃO)

GOUD VAN OUD

CULTURE – Two Sevens Clash

CULTURE – Two Sevens Clash

Bouwjaar: 1977
Deze maand selecteren we voor onze galerij een “seizoensgebonden” maar vooral tijdloos meesterwerk. ‘Two Sevens Clash’ was het debuutalbum van roots reggae band en vocaal trio Culture, in 1976 opgenomen met producer Joe Gibbs in diens studio en het jaar daarop uitgegeven op Gibbs’ label. De titel van het album is een verwijzing naar de datum 7-7-77 en is gebaseerd op een voorspelling van Marcus Garvey die beweerde dat er op die dag, wanneer de “zevens” elkaar ontmoeten en geheel met elkaar botsen, chaos zou uitbreken. De titelsong is een mystieke aanroeping van de apocalyps die impliceert dat 1977 een jaar van grote sociale verandering zou worden en werd in Groot-Brittannië een heuse hit en zowaar een punk anthem. De impact van dat lied was in Jamaica zo gigantisch dat op 7 juli van dat jaar alle winkels gesloten bleven en de meeste mensen het huis niet verlieten. Zoals velen van hun tijdgenoten in het genre focust ook Culture op de Rastafarileer, sociale ellende en politiek onrecht. Muzikaal onderscheidt Culture zich van die collega’s door een ruim aanwenden van koperblazers. De ritmes zijn elastisch en uptempo, de harmonieën essentieel en dominant aanwezig (Culture wordt erkend als een van de beste harmoniegroepen in de reggae), de productie van Joe Gibbs en de mix van Errol Thompson (samen The Mighty Two) zijn glashelder, in tegenstelling tot de vele nevelige en troebele dubproducties uit die periode, en de begeleidingsgroep Joe Gibbs’ Professionals is in bloedvorm. Leadzanger Joseph Hill tenslotte is de grote katalysator die met zijn vinnige en scherpe stem verkondigt dat er nog een uitweg is uit de harde imperialistische werkelijkheid en de onwetendheid maar ook dat de toestand minstens zo ellendig is als die eruit ziet. Jamaica was immers ten prooi gevallen aan een explosieve mix van geweld, angst en onrust. Maar tevens herbergen de teksten boodschappen van vrede, liefde en geloof. Wanneer we de vele religieuze prietpraat in de teksten kunnen wegdenken is de belangrijkste conclusie dat we hier te maken hebben met een van de meest essentiële reggaealbums ooit: iedere track is een klassieker. ‘Two Sevens Clash’ is een waarachtig, aandoenlijk en krachtig testament van de Jamaicaanse cultuur. Het album was in 1977 zeer vernieuwend en heeft nog niets van zijn glans verloren: dit tijdloos werkstuk staat na 38 jaar nog steeds als een huis en deze vaststelling is een waardemeter die er toe doet. Culture heeft daarna helaas nooit meer hetzelfde torenhoge niveau gehaald.
publieksprijs: 18,15
Meer van deze artiesten:
Baldhead Bridge (bouwjaar: 1978; 20,55€)
Chant Down Babylon (2009; 8,90)
Culture At Joe Gibbs 1977-79 (met The Deejay’s) (2008; 11,15)
Culture At Joe Gibbs (2011; 20,15) (4 cd)
Culture At Work (1986; 20,55)
Cumbolo (1979; 11,85)
From The Vault (1998; 14,25)
Good Things (1989; 21,15)
Harder Than The Rest (1978; 6,45)
Humble African (2000; 11,15)
In Culture (1986; 6,00)
International Herb (1979; 6,45)
Lion Rock (1982; 22,55)
Live In Africa (2002; 7,40)
Natty Dread (compilatie) (2012; 20,15) (2 cd + dvd)
Nuff Crisis! (1988; 20,55)
Peace And Love (compilatie) (1997; 6,55)
Three Sides To My Story (1991; 20,55)
Wings Of A Dove (1992; 20,55).


SONGS VAN DE MAAND

- FARIS & LEO BUD WELCH – Ma Ihan Iman Nagadem (The Soul Of A Man)

- ASIAN DUB FOUNDATION – Flyover 2015



COVERS VAN DE MAAND

- FARIS & LEO BUD WELCH – Ma Ihan Iman Nagadem (The Soul Of A Man)

- ASIAN DUB FOUNDATION – Flyover 2015



KOOPJE VAN DE MAAND

- ‘BHANGRA BEATZ’ (compilatie)

Superbe collectie met uiterst aanstekelijke dansmuziek.
publieksprijs: 7,45

VERWACHT

Nieuwe ROUGH GUIDES:
‘Latin Disco’
‘Psychedelic Cumbia’
‘Calypso Gold’ (re-issue)
‘Psychedelic Samba’
‘The Best Arabic Music You’ve Never Heard’

EN VERDER NOG:

LES AMBASSADEURS – Rebirth

LES AMBASSADEURS – Rebirth

Vorig jaar herrezen Les Ambassadeurs Du Motel De Bamako uit hun as (zie cd-nieuws oktober 2014). Niet uit nostalgie naar het Mali dat dronken was van hoop en mogelijkheden, niet om oude vriendschappen op te rakelen of oude glorie te herbeleven met een jukebox vol onvergetelijke Malinese pop. Wat ze wilden bewijzen was dat Malinese muzikanten, mits de juiste omstandigheden en ondersteuning, in staat zijn om waarlijk revolutionaire muziek te creëren. In het zog van deze reünietournee namen ze deze ep met 4 tracks op om geld in te zamelen voor Salif Keita’s stichting die albino’s helpt in Mali (Keita zelf heeft door muziek te maken zichzelf kunnen verheffen boven de haat tegenover albino’s en de angst die dat meebrengt). Dit is een nobel initiatief voorwaar, maar het prijskaartje is wel erg hoog.
publieksprijs: 13,70 (ep)