Muzieknieuws juni 2015

WERELDVROUWEN: THE SEQUEL

SAVINA YANNATOU & PRIMAVERA en SALONICO – Songs of Thessaloniki

SAVINA YANNATOU & PRIMAVERA en SALONICO – Songs of Thessaloniki

‘Songs of Thessaloniki’ is een muzikale evocatie van de thuishaven van haar begeleidingsgroep waarbij Savina Yannatou zich diep onderdompelt in de rijke en complexe geschiedenis van Thessaloniki. Ooit was die stad gekend als het Jeruzalem van de Balkan en was het gastheer voor allerlei culturen, religies en etnische gemeenschappen. Grieken, Joden, Turken, Bulgaren, Serven, Armeniërs, Macedoniërs en Pontische Grieken deelden het diverse leven van de stad. In dit veeltalig werkstuk geeft Yannatou al die groepen een stem en dat in hun eigen taal. Savina Yannatou studeerde aan het Grieks Conservatorium en aan de Guildhall School for Music and Drama in London. Ze zong regelmatig voor de Griekse radio waarbij ze begeleid werd door een van de allergrootsten uit de Griekse muziekgeschiedenis, Manos Hadjidakis. Haar backcatalogus is haast onmetelijk en naast haar mediterrane repertoire is ze ook actief in de geïmproviseerde muziek. In 1995 verraste ze de wereld met het album ‘Spring In Salonika’: dit album kwam er in opdracht / op vraag van de Aristoteles Universiteit die liederen van de Sefardische Joden had verzameld. Sindsdien heeft Yannatou (steeds samen met haar vaste en ongewijzigde betoverende begeleidingsgroep Primavera en Salonico) zich vastgebeten in de mediterrane liederenschatkamer die ze op de wereld loslaat middels thematische cd’s. Voor ‘Songs of Thessaloniki’ schreef qanunspeler en accordeonist Kostas Vomvolos sobere, ingetogen, vrije, redelijk abstracte en avontuurlijke hedendaagse arrangementen met respect voor de traditie. De sopraanstem van Yannatou is van een haast ongehoorde en onwereldse schoonheid: ze zingt bijzonder helder, breekbaar, hypnotiserend, adembenemend, ongekunsteld, ongedwongen en zonder tierlantijntjes. Zo maakt ze van haar indringende stem een instrument dat in dienst staat van het vertellen van de verhalen uit de liederen. Dit album is een immense bron van feestelijke en adembenemende rijkdom waaraan een mens zich schaamteloos en naar hartelust kan laven. ‘Songs of Thessaloniki’ is een intimistisch, tijdloos, weergaloos en indringend meesterwerk van een hele grote dame en een topensemble en u hoort ons wellicht al komen: het is de zesde titel voor de ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 21,05

SOUAD MASSI – El Mutakallimûn (Masters Of The World)

SOUAD MASSI – El Mutakallimûn (Masters Of The World)

Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een parcours met 4 prachtalbums -‘Raoui’, ‘Deb’, ‘Mesk Elil’, ‘Acoustic’- had afgelegd ontgoochelde Souad Massi vijf jaar geleden enigszins met het naar onze mening te vaak poppy album ‘Ô Houria’: ze had met die vorige 4 albums zelf de lat zeer hoog gelegd en met dat vijfde raakte ze daar niet meer over. Voor een meer volledig verhaal over Massi verwijzen we jullie graag naar het muzieknieuws van maart 2015. Sinds ‘Ô Houria’ was het zeer stil geworden rond Souad Massi. Ze is nu terug met een ambitieus project: ze herwerkte Arabische poëzie die zich uitstrekt van de zesde eeuw tot de dag van vandaag. Hedendaags protest wordt afgewisseld met klassieke Arabische en Arabo-Andalusische poëzie. Hoewel ze voor deze gelegenheid enkel in het Arabisch zingt (met Engelse en Franse vertalingen in het overigens bijzonder goed en mooi gedocumenteerde infoboekje) heeft haar nieuwe album vele troeven en voldoende aantrekkingskracht in huis om ook aan te slaan buiten de Arabische wereld. De springplank naar dit project was een ander project, ‘Choeurs de Cordoue’ (‘Koren van Cordoba’) waarin ze samen met gitarist Eric Fernandez 9de- en 10de-eeuwse poëzie en liederen uit Cordoba reïnterpreteerde. We horen Massi terug in grootse doen waarbij ze haar grootste troef optimaal uitspeelt: met haar breekbaar, emotioneel, evocatief en smachtend stemgeluid zal ze er wellicht terug in slagen menige harten en zielen te beroeren en aan te grijpen. Muzikaal pakt Massi terug uit met haar ondertussen vertrouwde cocktail die samengesteld is uit een grote variëteit aan stijlen, stemmingen, structuren, arrangementen en invloeden. Toch is ‘El Mutakallimûn’ compositorisch en qua arrangementen niet sterk genoeg om in het hoger vermelde rijtje van 4 post te vatten: sterke composities worden afgewisseld met magere beestjes. Maar we blijven Souad Massi een warm hart toedragen.
publieksprijs: 19,70

NIYAZ – The Fourth Light

NIYAZ – The Fourth Light

Azam Ali vormt samen met haar halve trouwboekje Loga R. Torkian het Iraanse duo (voorheen trio) Niyaz dat gevestigd is in Montreal. Zij zingt, programmeert en speelt op frame drums en santur, hij speelt op kamaan, ud, gitaarviool, rabab, saz en keyboards: beiden worden ze op dit album nog bijgestaan door een schare uitstekende muzikanten. Ze hebben in het verleden reeds ruimschoots hun sporen verdiend met diverse groepen en samenwerkingen en met solo-albums. Hun repertoire bestaat uit spirituele folk uit Iran en het Midden-Oosten, in een fusie van akoestische en elektronische klanken. Hun teksten zijn vaak gebaseerd op eeuwenoude volksliederen en gedichten waarbij ze ook hun humanitaire en hun universele één-wereld-boodschap uitdragen en focussen op etnische en religieuze minderheidsgroepen. Hun fusie van Sufimystiek en elektronische trance beats is gebouwd rond de bekoorlijke, krachtige, gecultiveerde, betoverende en fascinerende stem van Azam Ali. ‘The Fourth Light’ is hun vierde album en geleidelijk aan is hun muziek meer verzekerd gaan klinken: aanvankelijk klonk hun fusie nog wat onhandig maar op dit album heeft hun versmelting van traditionele Arabische instrumentatie met elektronica een grote samenhang bereikt in de getextureerde arrangementen. Wat ze doen is wandelen op een strak koord waarbij het balanceren tussen diepe traditie en digitalisme hen bijzonder goed afgaat. Het klankpalet is emotief, complex, atmosferisch, subtiel, ritmisch, extatisch en bijzonder intrigerend. De dominante elektronische lagen gaan wonderwel hand in hand met de akoestische instrumenten. Het duo componeert ook samen: deels origineel werk, deels bewerkingen van traditionele liederen uit Afghanistan, Turkije, Iran en Pakistan. De inbreng van Torkian is van onschatbare waarde maar Azam Ali is met haar zang en haar programmering van alle beats wel degelijk de dominerende factor in het geheel. Ook het sterk feministische albumconcept is haar aandeel en is geïnspireerd door de baanbrekende Sufidichteres Rabia Al Basri (8ste eeuw). Niyaz is een bijzonder fascinerend duo en een belangrijke vernieuwer binnen de Perzische muziektraditie.
publieksprijs: 20,55

NAMGYAL LHAMO – Musical Offerings 2 An Anthology of Tibetan Classical Songs

NAMGYAL LHAMO – Musical Offerings 2 An Anthology of Tibetan Classical Songs

Namgyal Lhamo is naast actrice een hoog gewaardeerde vertolkster van traditionele Tibetaanse gezangen en opera. Haar bijnaam is de ‘nachtegaal van Tibet’. Sinds 1980 (ze was toen 24) woont ze in Nederland en nu meer bepaald in Utrecht, waar ze ook een vegetarisch restaurant uitbaat. Ze startte haar muzikale opleiding toen ze acht was en trainde veertien jaar onder grootmeesters van de Tibetaanse opera en klassieke muziek aan het Tibetan Institute of Performing Arts, dat nog werd opgericht door de Dalai Lama. Haar levensmissie is het behoud van de Tibetaanse cultuur. In 2009 startte ze dit project ‘Musical Offerings’ op dat moet uitmonden in een reeks van 3 cd’s. In 2013 verscheen deel 1 waarop ze een bloemlezing van Tibetaanse folksongs presenteerde; ze droeg die op als een offergave aan de Dalai Lama en de spirituele leermeesters. In dit tweede deel focust ze op liederen uit de Tibetaanse klassieke muziek. Het is tevens voor het eerst dat een cd wereldwijd uitsluitend aan deze muziek gewijd is. Ze selecteerde die liederen die haar altijd het meest getroffen hadden in de combinatie van muzikale expressie, religieuze betekenis en persoonlijke herinneringen. Tibetaanse klassieke liederen zijn onderverdeeld in drie genres: Nangma, Toeshey en Trukshed. Thematisch zijn deze liederen vaak lofbetuigingen aan de boeddhistische leer en aan de spirituele leermeesters. In andere teksten zijn de natuur en de Tibetaanse landschappen een allegorie voor religieuze overtuiging (alle teksten staan in het tekstboekje in het Engels afgedrukt). Muziek was een belangrijk element in bijeenkomsten, feesten en recepties bij de rijken en de machtigen in Tibet vóór 1959. In deze collectie wil Namgyal Lhamo de improvisatiekunst, die steeds aanwezig was in de Tibetaanse muzikale traditie, voortzetten. Namgyal Lhamo heeft een intense zangstijl en een uitzonderlijk stembereik en -geluid met behoorlijk veel tremolo: voor oortjes van hier is het toch wel even wennen aan die vocale acrobatiek. Het summum van deze acrobatiek wordt bereikt op het a capella gezongen operafragment ‘Gangri Rawa’ waarin Lhamo middels multitracking het voltallige koor voor haar rekening neemt. Waarom ze de ‘nachtegaal van Tibet’ genoemd wordt zal jullie na beluistering wel duidelijk worden. Lhamo begeleidt zichzelf op dranyen (Tibetaanse luit) en gyumang (dulcimer). Zoals we dat gewoon zijn bij Namgyal Lhamo is dit werkstuk een boeiende en indringende luisterervaring die echter een grote inspanning van de luisteraar vraagt.
publieksprijs: 20,40

MAHSA VAHDAT – Traces Of An Old Vineyard

MAHSA VAHDAT – Traces Of An Old Vineyard

We beëindigen dit vrouwenkransje met de Iraanse zangeres Mahsa Vahdat. We vernamen voor het eerst haar bestaan toen Mahsa Vahdat drie jaar geleden samen met haar zus Marjan het album ‘Twinklings of hope’ losliet op de wereld. Ze vertolkten daarop traditionele en eigentijdse Perzische poëzie in een ingetogen en pastoraal klinkend muzikaal kader dat een enorm mentale kracht uitstraalde en de luisteraar begeesterde en vooruitstuwde. De excellente zangpartijen (denk daarbij aan Sima Bina) deden de rest en zorgden voor een beklijvende luisterervaring. Sinds 1979 is vrouwelijke zang ‘en plein publique’ verboden in Iran. Zoals vele andere zangeressen weigeren ze om te stoppen met zingen en ligt hun podium nu buiten Iran, zowel in Europa, Amerika en Azië. Na zes albums te hebben gemaakt in samenwerking met andere artiesten zoals bv. de Amerikaanse soulzanger Mighty Sam McClain en het Noorse koor SKRUK is ‘Traces Of An Old Vineyard’ het eerste soloalbum van Mahsa Vahdat. Zij laat zich begeleiden door de Noor Tord Gustavsen (piano, keyboards) en de Iraniërs Shervin Mohajer (kamancheh) en Ali Rahimi (percussie). Het album is opgedragen aan de stad Shiraz en de teksten (in het tekstboekje vertaald naar het Engels) zijn gedichten van de klassieke Perzische dichters Omar Khayyam, Hafez en Rumi. De gedichten drukken de vele aspecten van liefde en leven uit: toewijding, verlangens, vervoering, teleurstellingen, verdriet…. en het lijkt wel alsof de stem van Vahdat gedrenkt is in deze gevoelens. De muzikale idee was om de schoonheid van de Perzische poëzie en de vocale traditie te genereren binnen het kader van een ontmoeting tussen Iraanse hedendaagse instrumentale muziek en een jazzpianist. Tord Gustavsen, met wie Mahsa Vahdat al frequent samenwerkte, zorgde voor de arrangementen. Het is verbazingwekkend om te horen hoe drie instrumentalisten en een stem zo’n verscheidenheid aan sferen te voorschijn toveren. Het gemak waarmee hier uiteenlopende stijlen overbrugd worden tilt de muziek op naar de categorie van ten volle overtuigende fusie. Vahdat omarmt de moderniteit maar vertelt tegelijkertijd de Perzische muzikale tradities: de improvisaties sluiten zeer nauw aan bij de klassieke Perzische stijl. Het album valt op door zijn intieme toon in zijn ongekunsteldheid en door zijn pure liefelijkheid maar de grote troefkaart is de scherpe, krachtige en indrukwekkende stem van Vahdat. De essentie van ‘Traces Of An Old Vineyard’ is de aandoenlijke intimiteit in een grote samenhang tussen poëzie, stem en muziek; het resultaat is verbluffend.
publieksprijs: 16,45

ALIREZA GHORBANI – Éperdument… Chants d’amour persans

ALIREZA GHORBANI – Éperdument… Chants d’amour persans

We blijven nog even hangen bij de klassieke Perzische poëzie, maar dan vertolkt door de andere sekse. Zanger Alireza Ghorbani en zijn muzikale vrienden nodigen uit tot een ontdekkingstocht in Gulistan (de Rozentuin), een inspirerende plek die eertijds bewoond werd door grote dichters als Hafez, Sa’ di, Rumi, Khayyam, Abolkhayr…. Naast dit eerbetoon aan de grote klassieken interpreteert Ghorbani ook hedendaagse dichters en aldus is hij ook een vernieuwer van het Perzische repertoire. De voorbije jaren heeft Ghorbani zich gevestigd als een van de meesters van de nieuwe generatie van het Perzische lied. Deze erkenning is er zowel gekomen door zijn repertoire en zijn accurate en natuurlijke stemgeluid als door zijn onberispelijke smaak en zijn compromisloze aanpak. Met hem is de muzikale traditie gerevitaliseerd en vernieuwd met behoud van het volle respect voor de authentieke tradities. Zijn ambitie is een geluid te produceren dat zowel diep geworteld als nieuw is. Alle composities op ‘Éperdument…’ werden geschreven door Saman Samimi die verder ook nog een belangrijke rol vertolkt als kamanchehspeler. De andere instrumenten zijn tar, bam kamaan, udu, cajon, daf, zarb en tombak. De zang van Ghorbani heeft een wijd bereik van tonen en stemmingen: ingetogen, fluisterend, uitbarstend, in vervoering, verrukt…. Hij legt steeds de volle controle over de stemtechniek aan de dag ook wanneer hij zich ogenschijnlijk laat gaan. Hij past zich moeiteloos aan elke tempowisseling in de composities aan en behoudt daarbij de onderliggende impulsen van zijn zang. Dit album is een demonstratie van virtuositeit, inventiviteit en improvisatievermogen verenigd in één enkele stem.
publieksprijs: 20,80



SECKOU KEITA – 22 Strings

SECKOU KEITA – 22 Strings

De naam -Keita- het instrument -de kora- dan weet je het wel. Inderdaad, West-Afrika, meer bepaald Senegal. Seckou Keita is een geschoolde en zeer bedreven kora- en djembespeler en drummer (op dit album beroert hij enkel de kora). Zijn moeder komt uit een griotfamilie en zijn vader is een afstammeling van Mandinguekoning Sundiata Keita. We leerden de man vorig jaar kennen via het album ‘Clychau Dibon’ dat hij maakte met de Welshe concertharpiste Catrin Finch: dat album was een streling voor het oor. Voorheen werkte Keita ook al samen met Cubaanse, Indiase en Scandinavische muzikanten. In de internationale muziekwereld heeft hij ook al een stevige reputatie opgebouwd wat hem al werk opleverde bij o.m. Salif Keita, Youssou N’Dour, Miriam Makeba, Neil Finn…. ’22 Strings’ (het aantal snaren op een kora) is dan weer een solo-album pur sang: we horen enkel de kora en de stem van Seckou Keita en op 2 bewerkte traditionals na zijn alle composities origineel werk van Keita, die ook instond voor de arrangementen en de productie. Eeuwen geleden gaven de djinns (de Afrikaanse woudgeesten) de eerste kora ooit aan Jali Mady Wuleng (Jali Mady De Rode): het instrument had 22 snaren. Toen Mady stierf namen zijn medegriots 1 snaar weg ter zijner nagedachtenis. Maar eenmaal terug in Senegal en Guinee-Bissau kreeg het instrument opnieuw een extra snaar: naar verluidt geeft die ene snaar bijzondere voordelen in termen van toonbereik en groove. Voor Seckou Keita vertegenwoordigt die extra snaar zijn thuis: de plaats waar zijn hart woont. ’22 Strings’ laat een niet te stuiten artiest horen op het (voorlopige) toppunt van zijn kunnen die de muziek bekijkt door de lenzen van verleden en heden en die uitgebreid mijmert over identiteit, plaats en geschiedenis. Dit album documenteert tevens zijn innerlijke zoektocht naar sommige essentiële bestaansvragen, die hij filtert doorheen zijn diep respect voor de traditie en het erfgoed terwijl hij de toekomst tegemoet ziet met een onstuitbaar positivisme. Zoals een koraconcert begint ook dit album zeer ingetogen maar gaandeweg wordt de sfeer uitbundiger. Het spel van Keita is verbluffend subtiel met een torenhoge finessegraad waarbij het aangeraden is je ten zeerste te concentreren om deze muzikale weldaden tot in de details te absorberen. Enkele sleutelwoorden om dit te verduidelijken: tijdloos, schoonheid, rustgevend, ingenieus, fascinerend, magisch, delicaat. En ook als zanger komt de man bijzonder goed uit de verf met zijn warme, intieme en delicate stemgeluid. Bij deze muziek wordt een mens, en ook alles er omheen, helemaal stil en kan je helemaal weg dromen. Mocht het ondertussen nog niet duidelijk zijn: ’22 Strings’ van Seckou Keita is de zevende titel voor de ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 16,10



BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA – Ba Power

BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA – Ba Power

We trekken van Senegal naar Mali en we ruilen de kora in tegen een ander bijzonder snaarinstrument, de ngoni (we horen hier 5 verschillende types). We kennen de excellente ngonispeler Bassekou Kouyaté ook van het uitstekende Afrocubism-project. Ngoni Ba lijkt wel een familiebedrijfje want daarin draven ook zijn vrouw en twee zonen op (en ook de andere muzikanten zijn op een of andere manier familie). Twee jaar geleden schitterden deze grote artiest en al even grote begeleiders met het zeer snedige en uiterst dynamische album ‘Jama ko’, een opwindende, vurige, uitdagende en brutale mix van Afrikaanse blues, rock en funk; het was hun beste werk tot dan. En ook op ‘Ba Power’ is er geen gebrek aan power, meer zelfs, hier wordt een flinke tand bijgezet in vergelijking met voorgaand werk. Het familiebedrijfje werd voor de gelegenheid versterkt met wat huurlingen die eigenlijk weinig essentieel bijdragen en aldus geen meerwaarde betekenen: wat heb je aan een elektrische gitaarsolo wanneer de Jimi Hendrix van de ngoni in de eigen gelederen te vinden is, ook al loopt er schoon volk als Dave Smith, Jon Hassell, Samba Touré en Chris Eckman bij die huurlingen. De ngoni is een traditioneel instrument met vier, zes, acht of twaalf snaren; het instrument wordt ook wel eens de Afrikaanse voorloper van de Amerikaanse banjo genoemd. Ngoni Ba is Bambara voor “de ngoni groep” maar ook voor “de kracht van de ngoni”. De ngoni is ook het instrument van de griots (de West-Afrikaanse troubadours en verhalenvertellers). Ook Bassekou Kouyaté komt uit die traditie maar hij doet er zeer duidelijk zijn eigen ding mee, waarvan zijn vele muzikale samenwerkingen wellicht aan de basis liggen; hij werkte o.a. met Ali Farka Touré, Toumani Diabaté, Taj Mahal, Africa Express (de rondreizende workshop van Damon Albarn). Op ‘Ba Power’ zetten Kouyaté en de zijnen nog verdere stappen in de integratie van Afrikaanse tribale ritmes en rock ‘n’ roll. En daar zitten die gastmuzikanten natuurlijk wel voor iets tussen, ook al blijven we erbij dat hun aanwezigheid niet essentieel is voor het eindresultaat. ‘Ba Power’ is buiten categorie en wellicht ook carrièrebepalend. Het album wordt gemarkeerd door betoverende songs, messcherpe riffs en naar de keel grijpende emoties. De volumeknop is een flink stuk naar links gedraaid en het spel van Kouyaté heeft een nieuw en vooral uiterst dynamisch intensiteitsniveau bereikt: dit is Afrorock pur sang met alle registers open. Verwrongen klanken, wah-wah-pedalen (o, waar is de tijd!) en stuwende ritmes vormen de ruggegraat van de muziek die sterk onderstut wordt door de zeer krachtige, precieze, gepassioneerde en withete zang van vrouwlief Amy Sacko. De titel van dit album dekt perfect de lading: ‘Ba Power’ bevat alle branie, brutaliteit, precisie en opwinding die de titel impliceert. Op weergaloze wijze neemt Bassekou Kouyaté zijn positie in tussen de meest relevante muzikanten van deze eeuw. Vergeet dat ‘Jama ko’ zijn beste album was tot op vandaag: met de mijlpaal ‘Ba Power’ is daar verandering in gekomen. Dit is vernieuwende, rauwe, razende, zeer intense, funky en hoekige muziek die ondanks alle elektriciteit toch dicht tegen de traditie blijft aanleunen. Jullie hadden het wellicht al begrepen: ‘Ba Power’ is de achtste titel voor de ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,75


FATOUMATA DIAWARA & ROBERTO FONSECA – At Home (Live In Marciac)

FATOUMATA DIAWARA & ROBERTO FONSECA – At Home (Live In Marciac)

Twee groten uit de wereldmuziek doen het samen. Beiden komen uit landen met een haast onuitputtelijk muzikale rijkdom. Voor wie de voorbije jaren op Mars of nog een andere planeet vertoefde resumeren we kort over wie we het hebben. De Malinese zangeres en gitariste (en ook danseres en actrice) Fatoumata Diawara is nog een relatieve nieuwkomer: eind 2011 verscheen haar internationale debuut ‘Fatou’ waarmee ze direct naam en faam maakte: een wereldster was geboren. Sindsdien duikt ze zowat overal op en is ze een veel gevraagde en gegeerde zangeres om andermans werk te helpen opfleuren. Voor het meer uitgebreide verhaal over deze verrukkelijke chanteuse verwijzen we graag naar het cd-nieuws november 2011. In Frankrijk is ze ‘Chevalier de l’ordre des arts et des lettres’ en recent won ze nog mee de César voor Beste Film voor ‘Timbuktu’ waarin ze speelt en zingt. De Cubaanse multi-instrumentalist Roberto Fonseca is in de eerste plaats bekend geworden als de piepjonge pianist bij de seniorenclub Buena Vista Social Club alsook door zijn samenwerkingen met Ibrahim Ferrer en Omara Portuondo. Drie jaar geleden schitterde hij nog met zijn album ‘Yo’ (waarop ook Diawara te horen was), een sublieme synthese van Afro-Cubaanse groove, griottraditie en jazz in sprankelend toetsenspel. Hun minieme samenwerking op ‘Yo’ smaakte voor beiden naar veel meer. Ze stelden een repertoire samen uit hun respectieve composities waarvoor Fonseca nieuwe arrangementen schreef (op dit album horen we ook nog een co-compositie). Hij had nog nooit een voet op Afrikaanse bodem gezet maar hij droomde er al jarenlang van om te componeren voor een Afrikaanse artiest. Diawara van haar kant had ook wel een droom: zij wou dolgraag Cubaanse muziek zingen. Er werd een groep samengesteld die de Cubaanse en Afrikaanse muziek mixte en aldus trokken ze op pad. Met deze transatlantische dialoog schuimden ze vorig jaar en nu nog steeds zalen en festivals af (onlangs nog in Brugge en Antwerpen) en op ‘Jazz in Marciac’ blikten ze deze ‘At Home’ in. De jazzbuigingen van Fonseca sturen het Malinese element duidelijk in nieuwe richtingen terwijl Diawara’s smachtend verlangende, warme, sensuele en aantrekkelijk hese vocalen zijn wentelende en insistente pianopatronen in een compleet verschillende context plaatsen. ‘At Home’ is een muzikale orgie van begin tot einde en een ware lust voor de oren: deze twee uiterst begiftigde muzikanten slaan gensters in een dynamisch, wervelend, sensueel, prikkelend, subtiel, feestelijk en onstuimig spektakel. Zelden werd een brug tussen twee continenten zo overtuigend geslagen. Hopelijk trekken ze beiden binnenkort samen de studio in voor nieuw werk!
publieksprijs: 18,00



OSAMA MELEEGI – Sudanese Afrobeats

OSAMA MELEEGI – Sudanese Afrobeats

Vorige maand liepen we hem nog tegen het lijf als percussionist bij het multiculturele Nederlandse Haytham Safia Qu4rtet op het uitmuntende album ‘Fresh Moods’ (daarnaast is hij ook nog actief bij de Nederlandse fusiegroep NO Blues). Heden treffen we hem bij het verschijnen van zijn eerste soloproject. Osama Meleegi komt uit een muzikale familie: zijn vader is muziekleraar en een bekende violist en net als hijzelf spelen zijn acht broers percussie (vijf zijn er te horen op dit album). Osama studeerde af aan het College for Music and Drama in Khartoum. Na muzikale omzwervingen in eigen land en in Ethiopië belandde hij uiteindelijk in Nederland; hij is ook een veelgevraagde sessiemuzikant. Naast percussie beroert Osama ook nog de ud. De basistracks werden opgenomen in Nederland en dan verzonden naar Soedan waar zijn broers en nog enkele muzikale vrienden de zaak overnamen. Met dit album werden twee van zijn wensen werkelijkheid: een album met zijn eigen composities opnemen en een muzikale reünie met zijn familie en vrienden in Soedan. Naast al dat percussiegeweld horen we ook nog bas, gitaar, keyboards, viool, drums, fluit, sax en accordeon. De muziek is gebaseerd op traditionele Soedanese ritmes die gedrenkt worden in Arabische en Afrikaanse invloeden. Er wordt uitmuntend gemusiceerd, de percussie is bijzonder dynamisch en wervelend en de diverse invloeden matchen op elegante wijze maar in de composities knelt het schoentje wat: sterk wordt afgewisseld met zwak en stuurloos. Dat hij een briljante percussionist is bewees hij ook al bij Haytham Safia Qu4rtet en dat wordt hier nog eens in de verf gezet maar percussie gaat hem duidelijk beter af dan compositie. Het zal daar in Khartoum wellicht een prettig weerzien met familie en vrienden geweest zijn maar dat brengt dit album onvoldoende over. En nu we het toch over percussie en Soedan hebben volgt hier een essentiële luistertip: ‘Trance Percussion Masters of South Sudan’ van Wayo: deze pulserende percussie-orgie doet in vele opzichten denken aan de Congotronics-straatmuziekscene en is een echte killer: fascinerend, bezwerend, dodelijk repetitief en koortsachtig. Wie het hele en boeiende verhaal achter die muzikale splinterbom nog eens wil opfrissen verwijzen we graag naar het cd-nieuws van december 2013.
publieksprijs: 18,70


TAREK ABDALLAH & ADEL SHAMS EL-DIN – Wasla (Suites Musicales Egyptiennes)

TAREK ABDALLAH & ADEL SHAMS EL-DIN – Wasla (Suites Musicales Egyptiennes)

Het is verbazingwekkend om vast te stellen hoe de ud in de loop van de voorbije twee decennia uitgegroeid is van het vijfde wiel aan de wagen bij de takht (ensemble voor klassieke Midden-Oostenmuziek) tot een solo-instrument met een heuse sterrenstatus. In de handen van de huidige generatie spelers ging het instrument nieuwe wegen verkennen maar ook het klassieke werk werd niet vergeten. In dit domein stelden we hier recent nog nieuw werk voor van Haytham Safia maar vooral van Anouar Brahem: hij was het in grote mate die de revolutie pleegde door de ud, die voorheen enkel als begeleidingsinstrument werd gebruikt, te gaan aanwenden als een fantasierijk solo-instrument. Vandaag stellen wij jullie nog een andere exponent van dit fenomeen voor: de Egyptenaar Tarek Abdallah. Abdallah is componist, uitvoerder en musicoloog. Zijn inspiratie haalt hij uit het gouden tijdperk van de Egyptische ud-solokunst (1910-1930), die ook de spil van zijn musicologisch onderzoek vormt. Voor een uitgebreide biografie van deze boeiende figuur verwijzen we jullie graag naar www.tarekabdallah.com . ‘Wasla’ is Abdallah’s persoonlijke benadering van de Egyptische traditionele muzikale suite. Het is zijn debuutalbum, in duo met de Egyptische percussionist Adel Shams El-Din, die de riqq (een Arabische tamboerijn) bespeelt. Het album bestaat uit 3 waslas met in totaal 12 composities, waarvan de meeste van de hand van Abdallah zijn. Zijn nieuwe waslas zetten de traditionele vorm kracht bij en zijn een eerbetoon aan die traditie. Een wasla is samengesteld uit een suite waarvan de onderdelen binnen dezelfde maqam (het systeem van melodische modi dat in de traditionele Arabische muziek wordt gebruikt) blijven. De wasla beweegt zich melodisch doorheen een cyclus van ritmes met subtiele tempo- en melodiewisselingen. Het spel van Abdallah is stevig verankerd in de Egyptische klassieke muziek maar voorzien van een royaal infuus van zijn briljante individualiteit. Het vloeiende samenspel tussen de vrijheid van de ud en de minutieuze structuren van de percussie is frappant en legt aldus het fundament voor een uitzonderlijk werkstuk waarop op heerlijk ouderwetse wijze een klassiek vakmanschap gedemonstreerd wordt en waarbij ook aangetoond wordt dat het niet steeds een noodzaak is om een genre te redefiniëren om het levendig en fris te laten klinken. Tarek Abdallah is de zoveelste nieuwe rijzende ster aan het udfirmament, waarbij we zeker geen afbreuk willen doen aan de kwaliteiten van en aan de belangrijke rol die hier weggelegd is voor Adel Shams El-Din. We kijken nu al uit naar een bevestiging in de vorm van een opvolger voor ‘Wasla’.
publieksprijs: 18,75



DJESSOU MORY KANTÉ – River Strings - Maninka Guitar

DJESSOU MORY KANTÉ – River Strings - Maninka Guitar

Dit album heeft een lange weg afgelegd. Opgenomen in mei 2012, gemixt in februari 2014, internationale release in oktober 2014 en dan had het blijkbaar nog een hele tijd nodig om in dit huis van vertrouwen aan te belanden. Even voorstellen: de Guinese gitarist Djessou Mory Kanté is de jongere broer van gitarist Kanté Manfila (Les Ambassadeurs) en vaste klant als gitarist in de begeleidingsgroepen van Salif Keita en Sékouba Bambino. Zeventien jaar na zijn solodebuut is dit pas zijn tweede album. Naast 2 composities van Keita en Manfila en 3 traditionals brengt Kanté 8 eigen composities. Zijn muziek is zoals bij vele van zijn West-Afrikaanse collega’s geworteld in de Maninkatraditie (Guinee en Mali) en naar eigen zeggen liet Kanté zich voor dit album inspireren door de Nigerrivier. Het instrumentarium bestaat uit gitaren, bas, keyboards, kamala ngoni, djembe, doumdouba, kalebas en shekere; op uitzondering van veteraan Djelimady Tounkara bestaat Kanté’s begeleidingsgroep uit voor ons illustere onbekenden. Ondanks het uitgebreide instrumentarium staat de gitaar van Kanté dwingend centraal (in een opvallend heldere opname) en heeft de spaarzame begeleiding door de andere instrumenten vooral een dragende functie. Kanté tokkelt op verbluffende, weergaloze, flexibele, vibrerende, elegante en technisch hoogstaande wijze zijn relaxte weg doorheen zijn geraffineerde en gesofisticeerde (vooral akoestische) miniaturen die uitmunten in weldadige finesse. Ondanks onze grote voorliefde voor desertblues en scheurende gitaren uit Mali en omstreken komt deze release over ons heen als een uiterst welgekomen verademing. ‘River Strings - Maninka Guitar’ is een sublieme ode aan de akoestische gitaar en een onontbeerlijk kleinood voor liefhebbers daarvan in het algemeen en van West-Afrikaanse gitaarmuziek in het bijzonder. Tevens is deze ode de negende titel voor de ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,10



TAL NATIONAL – Zoy Zoy

TAL NATIONAL – Zoy Zoy

Een eind verderop in West-Afrika belanden we in Niger alwaar naar verluidt deze Tal National de populairste groep blijkt te zijn; buiten Niger hebben ze nog niet de naambekendheid van hun landgenoten Bombino, Etran Finatawa en Mamar Kassey. De groep werd in 2000 opgericht door gitarist Almeida (echte naam: Hamadal Issoufou Moumine) die in het dagelijkse leven ook rechter is en in een vorig leven een bekende voetballer was. Hun derde album ‘Kaani’ was twee jaar geleden hun eerste internationale release. Ondanks de erbarmelijke omstandigheden waarin in Niger dient gewerkt te worden en het gebrekkige materiaal waarvan ze zich moesten bedienen konden we toen gewagen van een voortreffelijk werkstuk, mede dankzij de Amerikaanse klanktechnicus Jamie Carter, maar vooral door het ongebreidelde enthousiasme van de muzikanten. Het heeft de groep geen windeieren gelegd want ‘Kaani’ leverde een tournee door de VS op en belandde ook in de album top-10 van 2013 bij The New York Times. Dit 14-koppig collectief bevestigt de status van Niger als cultureel knooppunt langs de aloude handelsroutes en als smeltkroes van verschillende etnische groepen: zowel Songhoy, Fulani, Hausa als Touareg zijn vertegenwoordigd in Tal National. De muzikale inspiratie komt uit diverse muzikale tradities zoals highhlife, soukous, afrobeat, desert blues…. Op ‘Zoy Zoy’ wordt er verder gebouwd op de fundamenten van ‘Kaani’. De bezongen thema’s zijn al even divers als de tradities waaruit ze geplukt zijn. De muziek is scherp gerand, vrolijk warrig, kleurrijk, helder, opgewekt en duizelingwekkend snel en doet in menig opzicht denken aan de energie, de snelheid, de dolheid, de razernij en de geluidsmuur van Konono N° 1maar dan met een meer gevarieerde textuur. Het adembenemende eindresultaat kan nog het best omschreven worden als Afrikaanse rock met een torenhoge intensiteit en een rijke, hypnotische, polyritmische en hybride klank. Tal National zelf omschrijft hun muziek als ‘Trad-Moderne’. Er wordt zeer strak gespeeld en gezongen: gitaren, vocalen en percussie zijn de bepalende factoren in deze cascade van energie. Dat strakke hebben ze misschien wel gepuurd uit hun jarenlange podiumervaring, waarbij ze zeven dagen in de week sets van vier tot vijf uur brachten. We schreven al dat dit album voortbouwt op zijn voorganger maar het is er ook een verbeterde versie van in die zin dat de klank van deze muzikale tikkende tijdbom meerdimensionaal geworden is.
publieksprijs: 17,10



IBIBIO SOUND MACHINE – Ibibio Sound Machine

IBIBIO SOUND MACHINE – Ibibio Sound Machine

Ibibio Sound Machine is een negenkoppig gezelschap uit London dat aangevoerd wordt door de Brits-Nigeriaanse zangeres Eno Williams-Uffort. ISM zet volksverhalen uit de Ibibiocultuur op beats en zingt die ook in het Ibibio. Over die verhalen zegt Williams het volgende: “met het vertellen van die verhalen worden in de Ibibiocultuur geschiedenis en berichten doorgegeven en het voelt aan alsof die stok aan mij is doorgegeven en nu maak ik liederen van die verhalen.” ISM combineert de Nigeriaanse stijlen afrobeat en highlife met funk, disco, psychedelica en elektronische beats maar ook met gospel. Deze nieuwe en hybride muzikale benadering zorgt mee voor deze verjonging van de volksverhalen, of hoe het vertellen van verhalen een booty shaking effect kan veroorzaken. Evocatieve en poëtische beeldspraak gaat hier de confrontatie aan met een messcherp, strak en puur energiek afro-elektro soundscape dat de band een unieke plaats bezorgt binnen de recente golf van moderne afrocentrische geluiden die de aardbol overspoelt. De grote klankrijkdom zit vooral in de strakke en stuwende blazerssectie. De strakke ritmiek gegenereerd door bas, drums, percussie, gitaar en keyboards doet ons bij momenten heel erg denken aan Talking Heads: als referentie kan dit tellen. Wrie wijs plaatje!
publieksprijs: 15,40


THE PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – 21st Century Molam

THE PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – 21st Century Molam

Wat voorafging: DJs Maft Sai en Chris Menist (die ook alle songs op dit album arrangeerden en voor de productie instonden) zoeken wat vinyl bijeen uit hun collectie: obscure reggae, Afrikaanse muziek, jazz en Thai. Ze gaan nl. draaien op de eerste Paradise Bangkok party die naast dansen en drinken in het teken staat van het genieten van de muzikale links tussen klanken van over de hele aardbol. Thai luk thung en molam (letterlijk vertaald: “meesterzanger” maar in de praktijk een kapstok voor diverse lamstijlen), 2 populaire, landelijke muziekstijlen waren er te horen naast Mulatu Astatke, Augustus Pablo, Fela Kuti en tutti quanti. Drie jaar later maakt The Paradise Bangkok Molam International Band haar livedebuut in Bangkok. De muzikanten komen uit diverse muziekscenes in Bangkok en de groep was aanvankelijk opgericht om oude luk thung- en molamvocalisten te begeleiden. Naast bas, drum en percussie bestaat het instrumentarium nog uit phin (Thaise luit) en khaen (een harmonica vervaardigd uit bamboe). Hun muziek is gebaseerd op eeuwenoude molamklanken uit Isan (in het noordoosten van Thailand) maar put ook uit wat er vandaag leeft in de internationale muziekwereld. Sai en Menist waren ook al verantwoordelijk voor de compilaties ‘The Sound Of Siam’ (2 volumes) met traditionele luk thung en molam uit Isan en uit Centraal-Thailand. Het draaiboek van ‘21st Century Molam’ is tweeledig: er zijn tracks waarop enkel de traditionele instrumenten te horen zijn en de klank dan ook zeer traditioneel is en tracks met de voltallige band waarop het er heftiger aan toegaat. Voor die pulserende, krachtige, hypnotische en psychedelische klank met dub en trance is de mix van dubproducer Nick Manasseh verantwoordelijk. In de sterkste fragmenten resulteert dat in heuse dansvloerbommen met robuuste basriffs. ‘21st Centurt Molam’ van TPBMIB is een boeiende en opwindende multiculturele soundclash die smaakt naar meer.
publieksprijs: 15,40



MEC YEK – Superdivercity

MEC YEK – Superdivercity

Zo’n twee decennia terug kwam Piet Maris (Jaune Toujours) in contact met zigeunermuzikanten en die contacten leidden hem naar een Romagemeenschap in Slovakije die hij regelmatig bleef opzoeken. Daar leerde hij hun muziekstijl spelen en later bracht Jaune Toujours een grondige reïnterpretatie van dat repertoire. Op een mooie dag vervoegden twee jonge Romazangeressen, Katia en Milka Pohlodkova, de groep op het podium om nooit meer weg te gaan. De zigeunertak van Jaune Toujours was een feit en kreeg de naam Mec Yek (“nog één”) toebedeeld. ‘Superdivercity’ (wat een knipoog) is hun tweede album en bevat negen herwerkte traditionele Romaliederen, 2 liederen geschreven door Katia en Milka en een Amy Winehouse-cover. De hele zwik werd vakkundig gemixt door het duo Shazalakazoo (uit Belgrado) dat toonaangevend is in de Balkan Beats scene en in 2010 al samenwerkte met Jaune Toujours en Mec Yek op het remix album ‘RE: PLUGGED’. Er wordt in Romanes gezongen maar geen nood: in het tekstboekje vind je de Nederlandse, Franse en Engelse vertalingen. De Romaliederen worden afgewerkt met een lichte saus met toetsen van ska, dub, soul en latin. De grooves zijn aanstekelijk en feestelijk en het totaalplaatje is warmbloedig en prettig eigenzinnig. Maar het lijkt ons bovenal dat dit ongebreideld enthousiaste gezelschap live het best tot zijn recht komt.
publieksprijs: 20,40



‘SONG FROM THE FOREST’ (soundtrack)

‘SONG FROM THE FOREST’ (soundtrack)

Dertig jaar geleden reisde de Amerikaanse musicoloog en auteur Louis Sarno naar de Centraal Afrikaanse Republiek om er research te doen naar de muziek van de Bayaka pygmeeën. Hij kwam nooit meer terug, huwde met een Bayaka en bracht twee kinderen groot in het regenwoud. Hij nam in al die jaren ook meer dan 1500 uren unieke muziek op die nu bewaard wordt in het Pitt-Riversmuseum in Oxford. Toen filmmaker Michael Obert een documentaire film maakte over het leven van Sarno selecteerde deze de soundtrack uit zijn uitgebreid archief van veldopnames. Sarno ging niet tekeer als een indringer met een bandrecorder. Hij dompelde zich onder in de cultuur van de Bayaka en werd er ook deel van en fungeert als tussenpersoon tussen de stam en de buitenwereld. Op deze buitengewone opnames horen we polyfonische zang, gejodel, betoverende tribale drums, de klanken van het woud, jachtrituelen waarbij menselijke stemmen de schreeuwen van de dieren waarop gejaagd worden imiteren, gebogen harpen en houten fluiten: dit alles wordt naadloos aan elkaar geweven. De natuur zingt haar liederen en de Bayaka antwoorden in geïmproviseerde interactie met die van hen. Deze indrukwekkende soundtrack heeft een buitengewone archiefwaarde als getuige van de oppermachtige natuur en van een levenswijze waarvoor we een diep respect moeten betonen.
publieksprijs: 20,05



MOCAMBO – Aruanda

MOCAMBO – Aruanda

Nadat zijn Braziliaanse moeder twee jaar terug overleden was trok de Belgische rapper Le Tagarel (Alessandro Vlerick) samen met producer en muzikant Tartaruga (Tim Wulleman) naar Fortaleza in het noordoosten van Brazilië en schreven er ‘Aruanda’, een verhaal over een ontsnapte slaaf op zoek naar vrijheid. ‘Aruanda’ is een term uit de Afro-Braziliaanse mythologie en verwijst naar een utopisch paradijs van vrijheid, dat als een citadel van licht ergens in de ionosfeer in een baan rond de aarde zou draaien (dit beeld wordt aanschouwelijk gemaakt in de hoesillustratie). Hun inspiratie vonden ze tijdens hun lange reis doorheen Brazilië waar ze in contact kwamen met lokale muziek en culturen. Het album werd opgedragen aan de moeder van Le Tagarel en het productieproces werd uitgesmeerd over twee jaar. Het duo kreeg daarbij assistentie van vijf muzikanten uit diverse windstreken. ‘Aruanda’ is een subtiele, gevarieerde en gelaagde mix van hip-hop met afrobeat, jazz, funk en vooral Braziliaanse klanken, met wisselende tempo’s en stemmingen (kabbelend, aanstekelijk, vrolijk maar ook zeer weemoedig wanneer Le Tagarel over zijn moeder zingt). Zonder wereldschokkend te zijn is dit een fijn plaatje en zeker een aanrader voor wie zijn rap graag voorzien heeft van inhoud.
publieksprijs: 19,55



REGGAE

XAVIER RUDD & THE UNITED NATIONS – Nanna

XAVIER RUDD & THE UNITED NATIONS – Nanna

Onze voorraad “ons voorheen nobele onbekenden” blijft aangroeien. De volgende aan de beurt is Xavier Rudd. Deze Australische zanger en multi-instrumentalist trok tot voor kort door het muzikale leven als een one-man-band, voorzien van gitaren, didgeridoos en traditionele drums. Nu gaat hij aan de slag met een nieuwe, multiculturele (vandaar de groepsnaam) begeleidingsband, The United Nations, met leden uit Australië, Zuid-Afrika, Samoa, Duitsland en Papoea-Nieuw-Guinea. Voor de mixing trok hij niemand minder dan Errol Brown aan en die klaarde de klus in de Tuff Gong Studio van Bob Marley. ‘Nanna’ is zijn achtste album; in het verleden ging hij wel al eens zijdelings aan de slag met reggae maar dit is de eerste keer dat we haast volmondig kunnen getuigen van een reggaealbum. We schrijven “haast volmondig” omdat hij nog wel wat zijpaden bewandelt en puristen dus kunnen zeggen dat dit geen pure reggae is (en geloof ons: in het reggaecircuit kan je nogal wat puristen tegen het lijf lopen); wij hebben toch besloten om dit album op te nemen in onze reggaerubriek. Zijn teksten bezingen vooral universele samenhorigheid, diversiteit, het leven in harmonie met de natuur en respect tonen voor inheemse bevolkingsgroepen en daarbij leunt hij nauw aan bij het werk van Michael Franti. De samenstelling van de groep is ook te kaderen in die filosofie. Xavier Rudd poneert dat het zijn droom was om een album met dergelijke band op te nemen , met name een oproep aan alle volkeren ter wereld om samen een band te gaan vormen. De multiculturele samenstelling geeft ook plaats aan de bansurifluit, de didgeridoo en de kamale ngoni in de bezetting. Rudd heeft een warme stem die soms ongewild doet terugdenken aan Bob Marley en zijn songs staan er en blijken bovendien ook nog goed te aarden in een reggaecontext. The United Nations heeft niet enkel een internationale samenstelling maar bovendien een zeer degelijke en de twee backingzangeressen zijn een uitstekende aanvulling bij de stem van Rudd. Feit is dat Xavier Rudd zijn drastische muzikale switch tot een verbazingwekkend goed einde heeft gebracht. ‘Nanna’ is een prima zomersoundtrack en wie dit bonte gezelschap eens aan het werk wil zien rept zich op zondag 5 juli naar Couleur Café.
publieksprijs: 17,05



VINYLRELEASES

- FATOUMATA DIAWARA & ROBERTO FONSECA – At Home (Live In Marciac)
publieksprijs: 27,90 (2 lp)
- BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA – Ba Power
publieksprijs: 21,35 (+ download)
- PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – 21st Century Molam
publieksprijs: 19,50 (2 lp)
- IBIBIO SOUND MACHINE – Ibibio Sound Machine
publieksprijs: 15,00 (+ download code)
- XAVIER RUDD & THE UNITED NATIONS - Nanna
publieksprijs: 17,65
- ‘The ROUGH GUIDE to SAMBA’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15


GOUD VAN OUD

LEE ‘SCRATCH’ PERRY & THE UPSETTERS – Super Ape

LEE ‘SCRATCH’ PERRY & THE UPSETTERS – Super Ape

Deze maand nemen wij onze favoriete geniale gek op in onze eregalerij. De man is wellicht de grootste zot in muziekland maar bovenal is hij een instituut: hij verenigt op geheel eigen wijze anarchie, spiritualiteit en (wrede en wrange) humor. Muzikaal is hij een eigengereide, unieke persoonlijkheid die door de jaren heen een bepalende factor is gebleven, zeker als producer. Samen met o.a. King Tubby vormt Lee Perry het uithangbord van dub (voor meer info over dub verwijzen we jullie graag naar het cd-nieuws van januari 2014), al heeft Perry veel meer dan dub alleen op zijn kerfstok. Midden jaren 70 was de Black Ark Studio (opgericht in 1973) van Perry een magische plek en een epicentrum van de reggaescene. De studio waar Lee Perry zijn glorieperiode beleefde was een kort leven beschoren (in 1980 stak deze man die zelf in de fik) maar zowat alles wat er werd opgenomen veranderde ter plekke in goud. Alle ingrediënten uit de beste keuken van Lee Perry werden in die periode uit de kast gehaald: Black Ark Studio genereerde een unieke sound en visie met als belangrijkste kenmerken de deinende bassen en zeer atmosferische en getextureerde mix. Perry zat in die periode in overdrive waarbij hij zijn muzikanten mee in die vloed nam. Een van de allerbeste opnames die hij samen met zijn fenomenale huisorkest The Upsetters inblikte in Black Ark is deze ‘Super Ape’, die een jaar later nog een opvolger kreeg in het ook al uitstekende ‘Return Of The Super Ape’ (nu enkel nog op vinyl verkrijgbaar). Tegelijkertijd is ‘Super Ape’ ook een van de meest onderschatte opnames uit Black Ark en o.i. een van de absolute pieken in Perry’s werk. Lee Perry was rond die tijd op het hoogtepunt van zijn creatieve vermogen aanbeland en misschien ook wel op het hoogtepunt van zijn geestesverruimende consumptie. ‘Super Ape’ is moeilijk te classificeren: enerzijds is het niet echt een dubalbum, daarvoor horen we te weinig overvloedige dosissen echo en reverb. Een traditioneel rootsreggaealbum kan je het ook bezwaarlijk noemen, daarvoor horen we te weinig zang. Perry voegt hier een dimensie toe: hij bespeelt de mixtafel als een instrument en wat hij daaruit te voorschijn haalt is zeer compact, veelgelaagd, complex mozaïsch, psychedelisch, klinkt donker en gedempt en is sonisch nooit minder dan briljant. ‘Super Ape’ kan dan ook beschouwd worden als de ultieme signatuur van Lee Perry.
Bouwjaar: 1976
publieksprijs: 13,05
Meer van deze artiest: de backcatalogue van Lee Perry is schier eindeloos en helaas zijn de meeste van onze favorieten daaruit niet meer verkrijgbaar. Uit wat wel nog beschikbaar is selecteren we volgende shortlist:
Arkology (opnames uit de periode 1974-1979) (bouwjaar: 1997; 28,85€ - 3 cd)
Roaring Lion (opnames uit 1976) (2013; 20,15)
-met Bob Marley and The Wailers:
The Lee Perry Sessions (1970-1971; 10,30).

RADIOTIP: ALDERWEIRELD

Sinds 15 mei is er op Radio 1 opnieuw een volwaardig en avondvullend programma boordevol stomende en dampende wereldmuziek, ‘Alderweireld’, iedere vrijdag van 20 tot 23u. De eerste uitzending was alvast een voltreffer. Ter illustratie een greep uit de playlist: Yaaba Funk, Systema Solar, Manu Dibango, Bixiga 70, Mec Yek, Ibibio Sound Machine, Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba, Mbongwana Star, Maguaré…. Dit programma lijkt een prima gids te worden voor al wie op de hoogte wil blijven van het reilen en zeilen binnen de wereldmuziek.



KOOPJE VAN DE MAAND

BOB MARLEY & THE WAILERS – The Lee Perry Sessions

publieksprijs: 10,30 (2 cd)


VERWACHT

- AFRICA EXPRESS – Africa Express Presents… Terry Riley’s In C Mali (Africa Express is de rondreizende workshop van Damon Albarn)
- MBONGWANA STAR – From Kinshasa (nieuwe groep gebouwd op de ruïnes van Staff Benda Bilili)
- CHEIKH LÔ - Balbalou
- TERAKAFT - Alone
- MONOSWEZI – Monoswezi Yanga
- ‘Putumayo presents AFRO-CARIBBEAN PARTY’ (compilatie) Met o.m. bijdragen van Asere, Clinton Fearon, Ska Cubano
- ‘The ROUGH GUIDE to CARLOS GARDEL’ (compilatie)