Muzieknieuws oktober 2015

BALLAKÉ SISSOKO & VINCENT SEGAL – Musique De Nuit

BALLAKÉ SISSOKO & VINCENT SEGAL – Musique De Nuit

Wat voorafging: in 2010 verschijnt ‘Chamber Music’ van de Malinese koraspeler Ballaké Sissoko (zoon van Djelimady Sissoko) en de Franse cellist Vincent Segal waarop ze 10 instrumentals laten horen, opgenomen in Salif Keita’s studio Moffou in Bamako. Het resultaat was adembenemend. Bij het horen van die muziek werd een mens, en ook alles er omheen, helemaal stil. Het was een zoektocht naar de gelijkenissen maar ook naar de verschillen tussen deze twee instrumenten. ‘Chamber Music’ ademde de absolute schoonheid van eenvoud uit. Maar daarmee hadden we nog niets alles gehoord. In 2013 verschijnt ‘At Peace’ van Sissoko, bijgestaan door o.m. Segal. In vele opzichten was ‘At Peace’ een vervolg op ‘Chamber Music’ zonder dat het daarom een doorslag ervan was, mede door het meer uitgebreide instrumentarium. ‘At Peace’ ademde wel dezelfde sferen uit: ingetogen, klassiek, pastoraal, haast sacraal en straalde vooral een immense rust en schoonheid uit. En wij, wij vielen in herhaling: wij vonden ook ‘At Peace’ adembenemend en voor ons was dat album de definitie van de absolute schoonheid van eenvoud. Het maakte ook nog eens duidelijk dat Ballaké Sissoko op dezelfde eenzame hoogte staat als die andere kora-grootmeester, Toumani Diabaté; beiden zijn ze de best denkbare ambassadeurs voor de koramuziek als klassieke vorm van Afrikaanse muziek. En dan is er nu…. (tromgeroffel) ‘Musique De Nuit’, het nieuwe album van Sissoko & Segal. En dan houden wij even onze adem in. En dat was niet nodig want van bij de aanvang zorgt de adembenemende muziek daar weer voor. We horen twee meestermuzikanten die opereren op de toppen van hun talent. Ballaké Sissoko en Vincent Segal beheersen hun snaarinstrumenten tot in de kleinste details: hun finesse en subtiliteit lijken van een andere planeet te komen en ze blijven verrassen met hun frisheid en hun zeer subtiele interactie. Alle superlatieven die we bovenhaalden voor ‘Chamber Music’ en ‘At Peace’ kunnen we ook nu weer breed uitsmeren. De eerste vier composities werden opgenomen op het dak van Sissoko’s huis in Bamako. De overige vijf composities werden opgenomen in de befaamde Bogolan studio in Bamako. Op een van die opnames horen we de enige gast aan het werk, de Malinese griotzangeres Babani Kone, die hier met haar magistrale stem voor een memorabele bijdrage zorgt. ‘Musique De Nuit’ werd opgenomen enkele dagen na de Charlie Hebdo-moorden en temidden de aanhoudende turbulentie in Mali. Voor deze muzikanten werkt hun muziek genezend en beschermt die hen tegen de brutaliteit van de wereld. Rest ons nog te schrijven dat ‘Musique De Nuit’ een meesterwerk buiten categorie is en aldus de achttiende titel voor de ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Tevens willen wij de aandacht vestigen op het bijzondere kwaliteitslabel No Format waarop dit album verschijnt. Het label hanteert een coöperatief economisch model en wil een onafhankelijke en totaal vrije muzikale productie bevorderen. En bovenal: hun catalogus bulkt van topkwaliteit zoals Mamani Keïta, Kassé Mady Diabaté, Nicolas Repac, Julia Sarr & Patrice Larose, Faya Dub, Lucas Santtana…. en vooral Ballaké Sissoko en Vincent Segal.
publieksprijs: 18,70

DABY TOURÉ – Amonafi

DABY TOURÉ – Amonafi

In de West-Afrikaanse taal Wolof betekent ‘amonafi’ ‘er was eens’. Deze titel reflecteert het verlangen van Daby Touré om verhalen te vlechten met een fris perspectief op het verleden, heden en toekomst van Afrika. Touré weigert het etiket van de “traditionele” muzikant. Hij heeft altijd zijn liefde voor popmuziek beleden: Stevie Wonder, The Police en Michael Jackson waren zijn trigger om muzikant te worden. Geboren in Mauritanië en opgegroeid in Senegal leeft hij nu al meer dan de helft van zijn leven in Parijs. Deze wereldburger omarmt ten volle deze tweevoudige “Afropeaanse” nationaliteit. Eind jaren 90 richtte hij samen met zijn neef Omar de groep Touré Touré op en dat was de eerste stap richting zijn doel: bruggen bouwen tussen Afrika en de wereld. Aan het begin van deze eeuw kreeg hij onderdak bij Real World maar na drie albums op dat label werd het hem duidelijk dat het welomschreven geluid en imago van Real World een dwangbuis werd voor een muzikant die belust is op artistieke vrijheid. Het was tijd voor iets nieuws en Touré omschrijft dat als volgt: “Natuurlijk draag ik Afrika in mij, ik zing in West-Afrikaanse talen: Fulani, Soninke, Wolof. Maar met dit nieuwe album benader ik waar ik het meest van hou: soul, pop, muziek die we kunnen zingen over de grenzen heen.” Op de blaasinstrumenten na speelt Touré zelf alle instrumenten (gitaar, percussie, drums, bas, keyboards). Ieder lied vertelt een eigen verhaal, in de aloude griottraditie; de meeste verhalen van Touré zijn veel minder lichtvoetig dan zijn muziek. Touré schrijft oorvriendelijke, kuierende en okselfrisse liedjes waar je haast geen afkeer kan van hebben maar die de luisteraar ook niet uitdagen of opwinden. Hij brengt die met zijn uiterst lenige, hoge, zelfverzekerde en vinnige stem: het soort stemgeluid dat je blijkbaar enkel bij Afrikanen hoort en dat schril afsteekt bij dat van het gros van de westerse popzangers. ‘Amonafi’ is een mooie maar te propere en te brave plaat. Als wij Daby Touré nog eens willen horen dan zetten we ‘Call My Name’ op, het album dat hij samen met de Amerikaanse bluesman Skip McDonald maakte.
publieksprijs: 18,55

JYOTSNA SRIKANTH – Bangalore Dreams

JYOTSNA SRIKANTH – Bangalore Dreams

De Indiase componiste en violiste Jyotsna Srikanth speelt Karnatische muziek, m.a.w. muziek uit Karnataka in het zuiden van India. Srikanth is afkomstig uit Bangalore, de hoofdstad van die staat. Kenmerkend voor deze muziek zijn de natuurlijke melodische vorm en de grote esthetiek. Twee jaar geleden maakten wij kennis met Srikanth middels het album ‘Call of Bangalore’, een uitermate fascinerend en vaak wervelend album. Onze conclusie toen was: “wellicht is Jyotsna Srikanth wereldklasse in wording”. Met haar nieuwe album ‘Bangalore Dreams’ mag ze ons van die stelling proberen te overtuigen. Jyotsna is een veelzijdige artieste: naast concerten geeft ze ook vioolles, is ze curator van het London International Arts Festival en speelt ze op Bollywood-soundtracks: bezige bij dus. Op ‘Bangalore Dreams’ tapt zij deels uit een ander vaatje dan bij ‘Call of Bangalore’ het geval was. Dat merk je al voordat je de muziek beluistert wanneer je het lijstje met de gebruikte instrumenten bekijkt: naast de klassieke Indiase bezetting zijn er rhythm programming, keyboards en piano. Met ‘Bangalore Dreams’ wou Srikanth een aanval op muzikale grenzen ondernemen: Indiase en westerse klassieke muziek worden hier naadloos gecombineerd met hedendaagse stijlen: jazz, elektronische beats, westerse grooves en folk vinden organisch hun plaats in dit geheel waarbij de fundamenten nog steeds bestaan uit de klassieke Indiase muziek met de viool van Srikanth in de onbetwiste hoofdrol. Het spelniveau is indrukwekkend maar toch kan ‘Bangalore Dreams’ ons minder bekoren dan ‘Call of Bangalore’: het fusionelement maakt soms een te geforceerde en richtingloze indruk (doet ons bijwijlen denken aan vermaledijde jazzrock uit de seventies) ook al steekt de muzikale kwaliteit van dit werk nog hoog uit boven het gros van de producties die ons bereiken. En bovenal: Jyotsna Srikanth is een briljante violiste van internationale klasse.
publieksprijs: 17,10

ANA ALCAIDE – Tales of Pangea - Gotrasawala ensemble

ANA ALCAIDE – Tales of Pangea - Gotrasawala ensemble

Ana Alcaide is een Spaanse zangeres, muzikante, performer en producer die veel research doet in oude tradities en culturen. Op haar zevende begon ze klassieke viool te studeren in Madrid, later in Stockholm. Na haar wetenschappelijke studies reisde ze in 2000 naar Zweden waar ze in aanraking kwam met de nyckelharpa, een traditioneel Zweeds instrument (verwant met de draailier) uit de Middeleeuwen. Ze werd een autodidact op dit instrument als straatmuzikant in Toledo. Later werd ze een pionier voor de introductie en de populariteit van dat instrument in Spanje. Steeds meer raakte ze in de ban van nog andere muzikale tradities en ging ze nog meer instrumenten én zang studeren. Zo kwam ze tenslotte ook uit bij de traditionele Sefardische muziek waar haar twee vorige albums aan gewijd waren. Aldus nestelde ze zich met bravoure in het gezelschap van fijne lieden als Yasmine Levy, Françoise Atlan, Suzy, Loreena McKennitt en Savina Yannatou. Eerder dit jaar lanceerde ze een nieuwe opnameserie, ‘Tales Of Pangea’, een project in progress waarin ze nieuwe muziek wil creëren met muzikanten uit andere delen van de wereld. Deze eerste uitgave werd opgenomen in Java na twee jaar muzikale en culturele uitwisseling met locale muzikanten. Nadat de Indonesische producer Franki Raden haar muziek hoorde in Samarkand inviteerde hij Ana Alcaide naar Java te reizen en er zich aan te sluiten bij het GOTRASAWALA festival, een mondiale artistieke bijeenkomst die de ontmoeting van Sundanese kunsten met de internationale scene promoot. Met het objectief van een langetermijn muzikale samenwerking gaf Franki aan Ana volledige creatieve vrijheid om nieuwe muziek te schrijven en met een open groep van muzikanten van uiteenlopend allooi te werken. Het repertoire op dit album kwam tot stand in twee verschillende fases in de loop van november 2013 en oktober 2014 en werd opgenomen in Bandung en in Madrid. We horen composities van Ana Alcaide en van Rudi Rodexz naast traditioneel werk. Het resultaat is een set melodische, toegankelijke, intrigerende en transparante composities waarin de uitgesproken tinten van Aziatische bamboefluiten, percussie, zang en citers in ontmoeting treden met folk, jazz, klassieke tradities en de betoverende klank van de nyckelharpa. Opvallend en o.i. toch wat spijtig is dat Ana Alcaide niet zingt op dit album maar dit euvel wordt ruimschoots goedgemaakt door de uitstekend bij de vederlichte stem zijnde Novi Aksmiranti. ‘Tales of Pangea’ (‘verhalen van de gehele wereld’) is een bijwijlen adembenemende interculturele samenwerking met rijke, internationale soundscapes en een grote verscheidenheid aan instrumenten die je terug in de tijd voeren en het venster op aloude tradities openen. Dit project levert ook op briljante wijze het bewijs dat alle muzikale tradities kunnen dialogeren als de authenticiteit maar aanwezig is.
publieksprijs: 16,10

PASCUALA ILABACA – Me Saco El Sombrero

PASCUALA ILABACA – Me Saco El Sombrero

Het muzieklabel Petit Inde is bezig aan een inhaalbeweging. Twee maanden geleden lieten ze het drie jaar oude album ‘Busco Paraíso’, het derde van Pascuala Ilabaca y Fauna, op Europa los. En nu zijn ze er met hun vierde album dat vorig jaar in Chili verscheen. Singer-songwriter, pianiste en accordeoniste Ilabaca debuteerde in 2008 met ‘Pascuala Canta a Violeta’, een eerbetoon aan Violeta Parra die Ilabaca als haar voornaamste invloed beschouwt. Ilabaca studeerde in India bij Pandit Pashupati Nath Mishra en behoort tot de post-Pinochetgeneratie van muzikanten die de oude nueva cancíon-stijl achterlieten en een nieuwe stijl gecreëerd hebben die opener, zelfbewust mondialer en genuanceerder is. Haar muziek blijft wel diep geworteld in de Chileense traditie maar door toevoeging van elementen uit jazz, indie en rock maar ook uit India, cumbia en gypsy werd dat vorige album een zeer hybride gebeuren waarop we kennis maakten met een verborgen juweel. Ilabaca heeft een charmant, breekbaar, sensueel, zijdeachtig en soms wat slaperig maar ook speels en dartel stemgeluid dat haar eerder in Brazilië doet situeren en reminisceert aan Lila Downs en dichter bij huis ook aan ZAZ. Stilaan is Pascuala Ilabaca een icoon aan het worden in Chili. Op dit nieuwe album brengt ze een eregroet aan de Chileense legendes Victor Jara, Violeta Parra, Gabriel Mistral en Alvaro Peña. Dit eerbetoon bevat liederen van deze muzikanten die haar muzikale pad geïnspireerd hebben. Vier ervan brengt ze solo op piano, drie met haar band Fauna en twee samen met tabla- en nagaraspeler Jaime Frez (ook muzikant bij Fauna). Dit brengt een grote toonverschuiving mee in vergelijking met haar vorige album waarop ze constant begeleid werd door Fauna en we hedendaagse Chileense folk met een serieuze hoek af te horen kregen. In de liederen die ze solo aanpakt krijgen we toch wel een andere Ilabaca te horen: maar ook deze meer ingetogen en ook zeer vastberaden aanpak is erg boeiend en ook hier blijft haar bijzondere stemgeluid moeiteloos overeind en komt ze op haar eentje grandioos uit de verf. Wanneer Fauna haar vergezelt horen we weer de zangeres en de groep die op het zeer prettige elan van ‘Busco Paraíso’ doorgaan. ‘Me Saco El Sombrero’ is een fascinerend hedendaags folkalbum in de brede zin van het woord dat ons de vele facetten toont van een groot talent dat nu ten volle ontbolstert en waar wellicht nog veel marge en progressie op zit. Ilabaca pakt hier uit met een krachttoer en dit zowel als solo-artieste en als zangeres van een geweldige folkband. Jara, Parra, Mistral en Peña kunnen fier zijn op de opvolging.
publieksprijs: 17,05

OWINY SIGOMA BAND – Nyanza

OWINY SIGOMA BAND – Nyanza

Muziek uit Kenia bereikt zelden onze oren en krijgt ook nooit de aandacht die ruimschoots toebedeeld wordt aan o.a. Nigeriaanse, Ethiopische en vooral Malinese muziek. Vier jaar geleden verscheen, onder impuls van Gilles Peterson en uitgegeven op diens label, het debuut van Owiny Sigoma Band, samengesteld uit twee Kenianen en drie Britten. Prominent aanwezig daarop waren de Afrikaanse percussie en het unieke geluid van de niyatiti, een vijf- tot achtsnarige Keniaanse lier. Dat debuut was een erg fraaie collectie hypnotische afrogrooves en vertoonde qua opzet gelijkenissen met DRC Music. Het resultaat was een boeiende culture clash tussen de etnische groep Luo en Londen. Na Gilles Peterson en Damon Albarn werden ook wij fans. Twee jaar later was er de opvolger ‘Power Punch!!!’ die grotendeels hetzelfde recept volgde: een boeiende clash tussen traditionele stijlen en Britse elektronica met heel veel contrasten die de muziek zo rijk en ingenieus maakten: electrobeats gingen in de slag met conga’s, Afrikaanse gezangen met de harmonieën van de band en gitaren met de niyatiti. ‘Remain In Light’ van Talking Heads was nooit ver uit de buurt: als referentie kon dit wel tellen. Voor hun nieuwe album trok de band naar de provincie Nyanza in het westen van Kenia, waar Joseph Nyamungu en Charles Owoko vandaan komen, om er de geboorteplaats van de muziek van de Luostam te onderzoeken. In weerwil van dit gegeven is het opvallend dat de nyatiti een veel minder prominente en dominante rol dan voorheen toebedeeld krijgt. Op ‘Nyanza’ klinkt OSB “vrolijker”, “commerciëler” en toegankelijker en ook minder experimenteel dan op vorig werk. Een groot deel van het album drijft op beukende Afrikaanse percussie en keyboard riffs, aangevuld met locale instrumenten. De opnames gebeurden in Kenia (zowel in stedelijke als landelijke gebieden en tot diep in het woud met een koor van visserskinderen) en in Londen. De manier waarop het album gemonteerd is doet je wegglijden in een muzikaal reisplakboek waarin je kan ronddwalen in diverse locaties en muzikale gewaarwordingen. Op ‘Nyanza’ hoor je geen Keniaanse muziek en ook geen Britse muziek. De grote verdienste van dit album is dat het ogenschijnlijk ongelijksoortige muziek synthetiseert in iets nieuws daar waar de twee voorgangers meer neigden naar assemblage. Bij momenten doet het opzet van en de werkwijze op ‘Nyanza’ ons denken aan de briljante onderneming eerder dit jaar van Mbongwana Star (muzieknieuws juli 2015), zij het dat ’Nyanza’, ondanks alle kwaliteiten en verdiensten, minder briljant is. Slotsom: Owiny Sigoma bevestigt op overtuigende wijze zijn plaats in de door ons hoog gewaardeerde ‘nieuwe Afrikaanse traditie'.
publieksprijs: 18,85

AFRIQUOI – Kobala

AFRIQUOI – Kobala

Afriquoi brengt Afrikaanse dansmuziek in een fusie van Congolese gitaar, Gambiaanse kora en Mandinka-percussie met Britse elektronica. Ze zijn een sensatie in de underground scene: hun afro houseklassieker ‘Kudaushe’ is een favoriet in clubs over de hele wereld en ook festivals wereldwijd hebben ze al geprogrammeerd. Hun remix van Vieux Farka Touré’s ‘Nouhoume Maiga’ heeft in grote mate bijgedragen tot hun status in de technoscene. Deze vijf heren opereren vanuit Londen en zijn afkomstig uit Congo, Gambia, Botswana en Groot-Brittannië. Hedendaagse Britse klanken als house, UK funk, dubstep, drum and bass en glitch gaan hier hand in hand met traditionele Afrikaanse melodie en harmonie, Congolese soukous en rumba, Mandinka griot, Shona mbira en marimba en Jamaicaanse dancehall. Deze muzikanten die zeer divers zijn in leeftijd, achtergronden, muziekstijlen en levenservaringen produceren vanuit deze gegevens een nieuw en geheel eigen klankenuniversum. Dit project is het resultaat van vier jaar intense arbeid. Ze genereren een totaalklank die stijlen uit de Afrikaanse diaspora omarmt maar die vooral stevig geworteld is in Londen. Afrikaanse traditie wordt hier a.h.w. heruitgevonden in Britse stijl. Niet iedere poging is even sterk maar toch omarmen wij, met enige reserve, dit boeiende experiment.
publieksprijs: 19,70

KHIYO – Khiyo (Bengali Music With A London Sound)

KHIYO – Khiyo (Bengali Music With A London Sound)

Khiyo is een in Londen gevestigde band die radicale, opwindende moderne interpretaties brengt van eeuwenoude en ook van hedendaagse Bengalimuziek. De band ontstond in 2007 als een samenwerking tussen de Britse zangeres met Bengaalse roots Sohini Alam (die we nog kennen van LoKkhi TeRra), componist en sessiemuzikant Ben Heartland en componist / multi-instrumentalist Oliver Weeks wiens werk vooral wordt vertolkt door klassieke orkesten. Sohini Alam komt uit een bekende Bengaalse zangdynastie. De songs op dit album vertegenwoordigen een eclectische mix van Bengaalse klassiekers uit Bangladesh en India en andere traditionele genres zoals nazrul sangeet , rabindra sangeet, Baulpoëzie en filmmuziek. Het repertoire bestaat uit hymnes aan Bangladesh maar ook uit protestliederen die de onafhankelijkheidsstrijders destijds inspireerden. De arrangementen zijn gebaseerd op Zuid-Aziatische en westerse folk- en klassieke tradities, rock en jazz; het instrumentarium bestaat uit een mix van Indiase en rockinstrumenten. De muzikanten komen uit diverse muzikale achtergronden: klassiek, rock, blues, Bengali folk, Indiase klassieke muziek. De energie die van deze liederen uitgaat wordt nog versterkt door de rockelementen die Weeks en Heartland aanbrengen alsook door de indrukwekkende veelzijdigheid van Alam’s strottengeluid. Dit is een uitermate boeiend experiment maar de cohesie ontbreekt bij momenten en uitstekende fragmenten worden afgewisseld met stukken die eerder op los zand gebouwd lijken.
publieksprijs: 16,10

SOIL – Nostalgic Moments

SOIL – Nostalgic Moments

Zuid-Afrika heeft een zeer lange en ook zeer grote traditie van a capella en het trio The Soil uit Soweto zet die voort. Deze drie vocalisten (2 mannen, 1 vrouw) leerden de harmoniezang in een koor aan de secundaire school Tetelo in Soweto. Soil transformeert deze stijl met hun gedurfd hedendaagse benadering. Het trio doorspekt de traditie met soul, pop, jazz, hip-hop en menselijke beatbox. In grote lijnen speelt elk zijn/haar onderscheidende rol: zangeres Buhlebendalo Mda neemt het grootste deel van de krachtige leadvocals voor haar rekening, Ntsika Fana Ngxanga voegt daar forse harmonielijnen aan toe en zijn broer Luphindo “Master P” Ngxanga is de menselijke beatbox. Bij momenten klinken ze als een afgeslankt en bijgewerkt antwoord op Ladysmith Black Mambazo, hier ook te horen op 1 track. Ongewoon voor een gospelgroep is dat slechts 3 liederen in het Engels gezongen worden en de andere in diverse inheemse talen. Het gevolg hiervan is vooral dat de kracht en de pure esthetiek van de muziek en nog meer van de zang zeer centraal komen te staan en aldus alle aandacht naar zich toe trekken. En het dient gezegd: de kwaliteit van deze zang is adembenemend. De muziek van Soil is een eerbetoon aan de erfenis van Sophiatown, destijds de bruisende muzikale spil van de townshipcultuur van Johannesburg, tot het in 1955 etnisch gezuiverd werd en de zwarte bevolking onder dwang moest verhuizen. Dit album haalde dubbel platina in Zuid-Afrika en won diverse prijzen. Nu nog de rest van de wereld.
publieksprijs: 17,10

PUTUMAYO

‘VINTAGE LATINO’ (compilatie)

‘VINTAGE LATINO’ (compilatie)

Deze nieuwe Putumayo-titel is een nostalgisch eerbetoon aan een halfvergeten tijdperk en zet een aantal bekende en minder bekende Latijns-Amerikaanse muziekstijlen in de schijnwerper: bolero uit Mexico en Cuba, son en guajira uit Cuba, tango uit Argentinië, llanera uit Venezuela…. Er wordt afgetrapt met twee klassieke bolero’s, ‘Perfidia’ en ‘Mentiras Tuyas’, die ons terugvoeren naar de sfeer van het Cuba uit de jaren 50. Dat men zich ook in het zuiden van Frankrijk aan mambo en cha cha cha waagt bewijst République Démocratique Du Mambo. Daarna horen we een duet tussen twee iconen: de Uruguayaanse zangeres Lágrima Ríos en de Argentijnse componist/producer/muzikant Gustavo Santaolalla brengen ons een heerlijke tango die erg beïnvloed is door de traditionele Afro-Uruguayaanse stijl candombé. Zowel in Mexico als in Cuba wordt de bolero geclaimd en op ‘Eso’ combineert de Cubaans-Mexicaanse zanger Armando Garzón de aparte kenmerken van de bolero uit beide landen. Na een verwaarloosbare bijdrage van Las Rubias Del Norte komen we terecht bij de Puerto Ricaanse jazzfluitist Néstor Torres met het rootsy Afro-Cubaanse werkstukje ‘Tiera Color, een pareltje in het genre. Orquesta La Moderna Tradición brengt danzón-chá, een klassieke Cubaanse danszaalmuziekstijl. Trio Zamora brengt ‘Chinita’, een klassiek Cubaans liefdeslied; dit trio was een van de honderden trio’s die opereerden in de cafés en bordelen van Havana. De Venezolaan Simón Diaz wijdde een groot deel van zijn leven aan de verspreiding van de muziek van de boeren en de veefokkers uit de llanos (vlaktes); op ‘Despedida’ horen we dan ook de typische instrumenten van deze musica llanera: de Venezolaanse harp, de cuatro (een kleine viersnarige gitaar) en maracas. Afsluiten doen we tweemaal in Colombia: zanger Arista wijdde zijn loopbaan aan de Cubaanse bolero en son. Yuri Buenaventura, voor ons de bekendste naam op ‘Vintage Latino’, sluit af met de evergreen ‘Bésame Mucho’; deze brok schmaltz kon hier uiteraard niet ontbreken. Voor fans van BVSC en consoorten wordt deze compilatie vol tijdloze muziekjes het betere smulwerk. Fans van mojito worden hier bediend met een klassiek recept: waar je de rum en de rietsuiker op de kop kan tikken is ondertussen wel geweten, nemen wij aan.
publieksprijs: 13,75


VINYLRELEASES

  • BALLAKÉ SISSOKO & VINCENT SEGAL – Musique De Nuit
    publieksprijs: 21,75 (lp + download)
  • OWINY SIGOMA BAND – Nyanza
    publieksprijs: 28,40

IN MEMORIAM

RICO RODRIGUEZ








RICO RODRIGUEZ

Vorige maand overleed de zeer getalenteerde trombonist Rico Rodriguez, kortweg beter bekend als Rico. Hij werd 81 jaar geleden geboren in Cuba maar groeide op in Kingston, Jamaica en dit gegeven zal niet onbelangrijk blijken voor zijn muzikale oriëntatie. Op de Alpha Boys School leerde zijn schoolvriend Don Drummond (stichtend lid van The Skatalites waarbij Rico ook al eens als gastmuzikant optrad) hem trombone spelen. In de jaren 50 werd Rico een Rastafari en werkte hij nauw samen met drummer Count Ossie die zich eveneens bekeerd had (zie muzieknieuws september 2015). In 1961 trok Rico naar Engeland en speelde er in diverse reggaebands. In 1976 brak hij door met zijn album ‘Man From Wareika’ maar echt bekend werd hij toen hij nog eens drie jaar later The Specials vervoegde en daar vijf jaar de dienst uitmaakte. Later vormde hij zijn eigen groep Rico and the Rudies en speelde hij o.m. bij Jools Holland’s Rhythm and Blues Orchestra. De voorbije jaren werd hij nog met diverse prijzen gelauwerd. Voor wie de man nog eens wil horen en zien: op You Tube heb je o.m. ‘A Message To You Rudy’ van The Specials. En ook zijn doorbraakalbum ‘Man From Wareika is nog steeds verkrijgbaar (14,75€).


MARIEM HASSAN








MARIEM HASSAN

Op 22 augustus overleed Mariem Hassan, ‘Stem van de Sahara’, op haar 57ste in een Sahraoui-vluchtelingenkamp in Algerije. Dit nieuws komt pas vandaag ter ore. Haar muziek was een hymne aan de trots en de sterkte van het ontheemde Sahraouivolk alsook aan hun lijden sinds de Marokkaanse invasie in 1975, maar ook een metaforische doorn in het geweten van Marokko en in de amnesie van de rest van de wereld én een striemende aanklacht tegen politici die hun beloften gebroken hebben. Mariem Hassan heeft een groot deel van haar leven in vluchtelingenkampen doorgebracht: veel van haar liederen behandelen dan ook de vluchtelingenproblematiek. Vijfendertig jaar zong ze en met haar opmerkelijke, zeer intense, aangrijpende, krachtige en opwindende stem switchte ze in haar repertoire moeiteloos van klaaglied naar upbeat desert blues, die ze keurig integreerde in de percussieve en repetitieve Sahraouimuziek en de traditionele Haulritmes. Ze zong al haar liederen in het Hassãniya (een Arabisch dialect dat gesproken wordt in de Westelijke Sahara en Mauritanië). Voor haar professionele muziekcarrière werkte ze als verpleegster in vluchtelingenkampen in Algerije. Ze starte haar muziekcarrière bij de groep El Uali waarmee ze langs de kampen trok om de strijders van Polisario en het verzet tegen de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara aan te moedigen. Met El Uali bracht ze de zaak van het Sahraouivolk meer onder de aandacht door haar boodschap mee te nemen op tour door Europa. In 1982 bracht El Uala ‘Polisario Vencera’ uit, dat een tweede verschijning kende in 1998. Aan het begin van deze eeuw was Hassan actief bij de groep Mujeres Saharauis waarmee ze een collectie oude spirituele liederen opnam. Maar om haar sterk politieke stem in muziek in stand te houden begon ze geleidelijk op te treden als soloartieste. Haar eerste soloalbum verscheen in 2005 en in totaal zouden er vier verschijnen waarvan wij jullie vooral ‘Shouka’ van ganser harte aanbevelen.

GOUD VAN OUD

JANE BIRKIN - Arabesque

JANE BIRKIN - Arabesque

Bouwjaar: 2002
We bewegen ons op glad ijs. U vraagt zich misschien af wat deze grote dame van het Franse chanson hier komt piepen. Op ‘Arabesque’ neemt Jane Birkin elf chansons van Serge Gainsbourg en nog vijf andere composities op arabeske wijze onder handen. De gedurfde, innovatieve arrangementen in oriëntaalse tonaliteit en Kabyle-orchestratie en voorzien van Arabische en Andalusische accenten, Afrikaanse ritmes en oosterse harmonieën, werden geschreven door de Algerijnse violist Djamel Benyelles, stichter en leider van Djam & Fam, die ook al opnam met o.m. Cheb Mami en Khaled. Dit album werd opgenomen tijdens een uitvoering in Le Théâtre national de l’Odéon (Parijs) die deel uitmaakte van een twee jaar durende tournee (met nog een herneming in 2013). Jane Birkin werd naast Benyelles ook nog begeleid door Fred Maggi (piano), Amel Riahi el Mansouri (ud), Aziz Boularoug (percussie) en Moumen (zang). ‘Arabesque’ is een bijzonder ambitieuze, artistiek gewaagde, wellustige, intrigererende en intieme onderneming geworden die net zo goed op een sisser kon zijn afgelopen, gegeven dat de stijl van Gainsbourg erg persoonlijk en vrijwel onnavolgbaar was. Maar de niet gebruikelijke arrangementen en de kleurrijke aanwending van de viool en de percussie hebben de liederen nieuw leven ingeblazen en maken van Birkin een waardige en hartstochtelijke curator van de nalatenschap van haar oude mentor. We hopen dat de eventuele puristen onder jullie ons deze zijstap vergeven: volgende maand doen we weer normaal, maar we blijven erbij dat deze collectie arabeske bewerkingen van Franse chansons een klassieker binnen de wereldmuziek is. Zeg dat wij het gezegd hebben.
publieksprijs: 18,85


VERWACHT

BIXIGA 70 - III
MARIZA – Mundo
YOUSSOU N’DOUR et le SUPER ETOILE de DAKAR – Fatteliku (Live)