Muzieknieuws december 2015

ALIF – Aynama-Rtama

ALIF – Aynama-Rtama

Het multinationale, Arabische collectief Alif is het geesteskind van de vermaarde Iraakse udspeler Khyam Allami. Aanvankelijk ging hij zijn ideeën verder uitwerken met de andere twee vroege groepsleden: Maurice Louca, een Egyptische componist, producer en keyboardsspeler die hier ook de elektronische texturen aandrijft; daarnaast was er ook de Palestijnse zanger en buzuqspeler Tamer Abu Gghazaleh, een toonaangevende muzikant binnen de jonge Arabische generatie. Wat later werd dit trio vervoegd door een Libanese ritmetandem: bassist Bashar Farran en drummer / percussionist Khaled Yassine. De vijf muzikanten komen uit zeer diverse muzikale achtergronden: Louca is vooral gekend voor zijn elektronische composities, Farran heeft bij zowat iedereen in de wijde regio gespeeld en is vooral gekend voor zijn werk in de underground scene van Beirut en Yassine is dan eerder gekend van zijn werk voor danstheater en flamenco maar ook van bij Al Dimeola en Anouar Brahem. ‘Aynama-Rtama’ werd vorig jaar opgenomen in Cairo en Beirut en het werkproces nam door de verspreide verblijfplaatsen van de muzikanten de vorm van een lappendeken aan. Dit aspect is ook doorgedrongen in de muziek die naast de sterke songs vooral schittert door zijn imponerende meergelaagdheid. Het album is voornamelijk gebaseerd op werk van moderne Arabische dichters, waarvan de Palestijn Mahmoud Darwish de meest in het oog springende naam is. De muziek van Alif is haast onmogelijk te kaderen en dat lijkt hier alleen maar een pluspunt te zijn. De verleiding is groot om dit als fusie te benoemen maar o.i. wordt daarmee de bal mis geslagen en wordt dit album oneer aangedaan, ook al hoor je dan zoveel invloeden doordringen in de muziek. Noem het ook niet postmodern of experimenteel: deze vijf heren hebben een uiterst origineel, volstrekt eigen, vernieuwend, eigenzinnig en subtiel concept uitgewerkt waarbij alles in een haast onwaarschijnlijk evenwicht is gebracht en in alle mogelijke plooien valt. ‘Aynama-Rtama’ bezorgt de hedendaagse Arabische muziek een nieuwe dimensie en een nieuw, eigen smoelwerk. Dit indrukwekkende debuut is dan ook de eenentwintigste titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 21,05



MARIZA – Mundo

MARIZA – Mundo

Sinds Mariza in 2001 debuteerde met ‘Fado em Mim’ bereikte fado een nieuw en vooral niet-Portugees publiek. Ze verbreedde de muzikale horizon van fado door er jazz, flamenco en Braziliaanse invloeden aan toe te voegen. Ze gebruikte ook niet-traditionele instrumenten zoals piano en trompet; toch verloor ze de traditie nooit uit het oog, ook al dreef ze er met de jaren steeds verder van weg. Maar in Portugal was men niet zo erg opgezet met haar, en zeker al niet met haar peroxide kopje; op vele vlakken was ze te controversieel. Vier jaar geleden verscheen haar vijfde studioalbum, ‘Fado Tradicional’ en dat was meteen een muzikaal statement. De koningin van de moderne (pop)fado keerde op meer dan overtuigende én indrukwekkende wijze terug naar de bron en nam 12 traditionele fado’s op met traditionele begeleiding en waarbij ze de grote klassiekers vermeed. De zangeres van de grote concertzalen hengelde met die cd nadrukkelijk naar erkenning als fadista voor de kleine fadohuizen van Lissabon. ‘Fado Tradicional’ was een moedige zet en meteen ook haar beste cd. Op ‘Mundo’ vaart ze dan weer een andere koers en daarin heeft topproducer Javier Limón (die ook flamencogitaar speelt op dit album) wellicht een niet onbelangrijk aandeel. Bovendien zijn enkele liederen ook in het Spaans gezongen en krijgen we een meer uitgebreid palet aan stijlen, tot tango toe. Het klassieke fado-instrumentarium is ook terug uitgebreid met piano, keyboards, percussie en drums. We krijgen toch wel een verrassende wending in het parcours van Mariza en het is dan ook wel de vraag of de fans hierin zullen meegaan en of Mariza hiermee nieuwe zieltjes kan winnen. Wij blijven achter met gemengde gevoelens: zeer sterke momenten worden de pas afgesneden door halfslachtig werk maar een ding blijft overeind: die wonderlijke stem van Mariza.
publieksprijs: 17,05



BUIKA – Vivir Sin Miedo

BUIKA – Vivir Sin Miedo

Concha Buika, zoals ze voluit heet, werd geboren op Mallorca en is dochter van politieke vluchtelingen uit de voormalige Spaanse kolonie Equatoriaal Guinea. Ze is wellicht de eerste artieste van Afrikaanse afkomst die succes heeft in het flamencomilieu (en dat succes wordt ook vertaald in de verkoopcijfers). Met haar donkere, hese en gepassioneerde stemgeluid vermengt ze de Moorse roots van flamenco met de vocale behendigheid van de grote jazzvocalisten. Sinds haar debuut is ze geëvolueerd van nuevo flamencozangeres naar een artieste met een brede muzikale horizon, waarbij de inbreng van Afro-Cubaanse ritmes maar vooral de jazzinvloeden cd na cd nadrukkelijker werden. Helaas bleven wij vaak achter met een dubbel gevoel: Buika zingt als een gepassioneerde vocale acrobate maar de klank was vaak koel en klinisch zodat we meestal niet warm en niet koud kregen van de muziek. Maar zoals steeds bij de beluistering van een nieuwe uitgave: de oren en vooral de geest wijd open. Muzikaal maakt Buika hier een drastische move naar andere stijlen want afgezien van de zeer herkenbare , krachtige en weer in uitstekende vorm zijnde stem horen we een nieuwe Buika die vooral de Caraïbische richting inslaat: veel reggaeritmes maar ook rumba flamenca, cajon, dancehall, soca, reggaeton…. En tussendoor krijgen we ook gladde pop geserveerd en een vleugje jazzrock en zelfs een duet met flamencozanger Potito krijgt een popreggaearrangement aan de broek gesmeerd. We hebben de indruk dat Buika toch iets te veel wil bewijzen met als gevolg een nogal onsamenhangend album. Ze profileert zich hier zowaar als een popzangeres en dat ze al een tijd vanuit Miami opereert is duidelijk hoorbaar; een aantal nummers zijn ook in het Engels gezongen. Maar ondanks alle reserves geven we graag en grif toe dat Buika een topzangeres is die acrobatieën uit haar keel schudt op een manier die heel naturel klinkt: vooral op ‘The Key (Misery)’ doet ze dat op onnavolgbare en overdonderende wijze waarna ze dit album afsluit met het bijzonder broos klinkende ‘Sister’. ‘Vivir Sin Miedo’ is een vocale topprestatie die helaas gepresteerd wordt in een onsamenhangend kader. Een topcoach zou wonderen kunnen verrichten.
publieksprijs: 17,05



FAT FREDDY’S DROP – Bays

FAT FREDDY’S DROP – Bays

Dit septet uit Nieuw-Zeeland is een liveband pur sang, getuige daarvan hun cd ‘Live At Roundhouse London’ uit 2010, een reggaeklassieker buiten categorie en samen met ‘Live!’ van Bob Marley and The Wailers ons favoriete live reggaealbum. FFD is in de eerste plaats een livefenomeen: ze toeren dat het een lieve lust is en brachten meer live- dan studioalbums uit. Bij concerten is het handelsmerk van de groep de lange improvisaties, waar de speelvreugde zo van afloopt (‘Live At Roundhouse London’ duurt 80 minuten maar telt slechts zes tracks). De basis van hun muziek is steeds reggae en dub geweest maar bij momenten is dit nog moeilijk waar te nemen door de vele invloeden die hun sound, een unieke mix, mee bepalen: soul, funk, Ethiopische jazz (met blazers die lijken weggelopen te zijn bij Mulatu Astatke en waarbij trombonist Joseph Lindsay herinneringen oproept aan de grote Rico Rodriguez) rhythm and blues en techno. Op ‘Bays’ horen we een groep die alweer in progressie is, zoals op de voorganger ‘Blackbird’ ook al te horen was, de horizon verbreedt, de grenzen verkent en uiteenlopende soundscapes exploreert. ‘Bays’ is dan ook met voorsprong het meest avontuurlijke studioalbum van FFD. Voorheen waren alle nummers al live uitgetest maar voor het eerst kwam FFD met kakelvers materiaal naar de studio en ook deze nieuwe werkwijze slaat aan. Studiogewijs klinkt de band beter, samenhangender en hechter dan ooit en ook de karakteristieke uit de jaren 70 weggelopen baslijnen klinken groovier dan ooit en bepalen en onderstutten de groepsklank nog meer dan vroeger al het geval was. Op ‘Bays’ komt ook meer elektronica om de hoek piepen dan voorheen: die wordt functioneel geïntegreerd en klinkt ook op geen enkel moment overtollig. ‘Bays’ is ongetwijfeld de beste studioworp van Fat Freddy’s Drop.
publieksprijs: 17,05



ST GERMAIN – St Germain

ST GERMAIN – St Germain

St Germain hier op deze pagina? Ja dus, St Germain hier op deze pagina. In navolging van veel van zijn collega’s uit de Europese populaire muziek is hij het ook gaan zoeken in Mali. De Franse muzikant, componist en producer bezorgde eind vorige eeuw de elektronische muziek een grondige facelift door er o.m. jazz en blues aan toe te voegen. Na twee zeer succesvolle albums bleef het plots vijftien jaar stil rond de man, tot nu. ‘St Germain’ werd opgenomen met Afrikaanse, Europese en Braziliaanse muzikanten en traditionele West-Afrkaanse instrumenten zoals n’goni, soku en kora gaan hier in de mix met gitaren, keyboards, Braziliaanse percussie, saxofoon, bas en vanzelfsprekend ook veel elektronica en geprogrammeerde beats. De vocalen worden verzorgd door enkele gerespecteerde Malinese vocalisten zoals Nahawa Doumbia, Adama Coulibaly, Zoumana Tereta…. Met veel gevoel voor muzikaliteit mixt St Germain op zeer behendige en gelaagde wijze traditionele Afrikaanse muziek met subtiel geprogrammeerde club beats, deep house, jazz en blues; aldus wordt de luisteraar meegenomen op een fascinerende en waarlijk kosmische trip. Voor de voorbereiding van dit album ging hij zich helemaal verdiepen in de West-Afrikaanse muziek en in die van Ali Farka Touré in het bijzonder, op zoek naar de verbanden tussen Afrika en blues. Hij bracht een hele tijd door in de Malinese gemeenschappen in Parijs waar hij ook de briljante gitarist Guimba Kouyate en nog andere muzikanten ontmoette die van onschatbare waarde geweest zijn voor het tot stand komen van dit project. St Germain beweert dat de creatie van dit album hem zes jaar fulltime werk heeft gekost. De meest in het oog en in het oor springende figuur op dit album is zonder twijfel gitarist Guimba Kouyate. Hij gedijt op blijkbaar organische wijze in de sonische schema’s en betovert zowel in zijn korte interventies als in zijn meer uitgesponnen solo’s. Wellicht is zijn inbreng net zo belangrijk geweest als die van St Germain en is zijn gitaarspel zeer bepalend in de totaalklank. Wij waren voorheen niet bekend met deze Kouyate maar een groot gitarist is opgestaan. Nader onderzoek leert ons o.m. dat hij geboren is in een van de grootste griotfamilies en dat hij ook al deel uitmaakte van Africa Express. St Germain en zijn gasten hebben een verbluffend, gesofisticeerd, organisch en hybride meesterwerk op de wereld losgelaten. Het is dan meteen ook de tweeëntwintigste titel voor onze ultieme playlist van 2015 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,00



YOUSSOU N’DOUR et LE SUPER ETOILE DE DAKAR – Fatteliku (Live In Athens 1987)

YOUSSOU N’DOUR et LE SUPER ETOILE DE DAKAR – Fatteliku (Live In Athens 1987)

We zullen hier eens een open deur intrappen: Youssou N’Dour is een van de allergrootsten uit muzikaal Afrika. Youssou is een geboren stedelijke griot die in 1979 zijn eigen band oprichtte, Etoile de Dakar. Hij was toen een van de scheppers van de mbalax, het hedendaagse geluid van Senegal (in de Woloftaal betekent mbalax ‘traditioneel ritme’). De kern van mbalax wordt gevormd door de ritmische patronen van de talking drum. In 1987 had Youssou al een gigantische sterrenstatus bereikt in Senegal. Dat jaar is hij in Europa support act op de ‘So’ tour van Peter Gabriel en is hij bezig met zijn veroveringstocht doorheen het oude continent en steelt daarbij de harten van vele nieuwe fans met zijn zijdezachte maar ook krachtige en karakteristieke stem, bijgestaan door de waterdichte ritmische machinekamer, genaamd Le Super Etoile De Dakar. Op deze opnames van zijn concert in Athene horen we zes songs in XL versie. Vijf ervan komen uit de set van Youssou N’Dour, het slotnummer ‘In Your Eyes’ is een bisnummer uit de set van Peter Gabriel, een duet tussen Gabriel en N’Dour. De energie, de vreugde en het enthousiasme die van dit schijfje spatten zijn werkelijk fenomenaal en de prestatie van Le Super Etoile De Dakar is ronduit exuberant. Deze digitaal uitstekend opgepoetste opnames zijn essentieel in de collectie van elke fan van N’Dour en de zijnen en alle anderen onder jullie roepen we op om dit schijfje een luisterend oor te bieden.
publieksprijs: 17,15



GHAZALAW – Ghazalaw

GHAZALAW – Ghazalaw

Ghazalaw is een unieke samenwerking tussen Tauseef Akhtar, een topvertolker van ghazal en Gwyneth Glyn, een pionier van de Welshe folk. Akhtar komt uit de miljoenenstad Mumbai, Glyn uit het kleine Welshe kuststadje Criccieth. Op ‘Ghazalaw’ brengen ze in een haast onwaarschijnlijke dialoog twee schijnbaar onverenigbare stijlen samen. Met zijn sonore stemtonen weet Akhtar perfect de birha over te brengen, het hartzeer omwille van de onbereikbare liefde, een veelgeliefd thema in de Noord-Indiase ghazalpoëzie. Met haar lichtere stem brengt Glyn vanuit Welshe folkteksten het concept van hiraeth (een intens verlangen naar een persoon of een plaats) mooi tot leven. Beiden vertolken ze de gedichten met diepe emotie. De honingzoete zang van Akhtar en de zoetgevooisde stem van Glyn kunnen, zowel individueel als in harmonie, de stoerste bonken tot volle rust brengen en dit in combinatie met de poëtische natuur en de emotionele compatibiliteit van hun respectieve talen, Urdu en Welsh. De stanza’s van Glyn die teruggaan tot de Middeleeuwen en de oude liefdesgedichten van Akhtar zitten als gegoten bij elkaar en dat kan ook gezegd worden over de instrumentatie: Indiase viool, tabla, akoestische gitaar en Welshe harp. Bij momenten flirt Ghazalaw met de grens van de meligheid maar op schijnbaar zeer behendige wijze weten Akhtar, Glyn en de hunnen die net niet te overschrijden. Wij hebben geen hoge pet op van kerstcd’s maar als er dan toch een markt voor is dan adviseren we u blindelings deze ‘Ghazalaw’.
publieksprijs: 15,95



BACHAR MAR-KHALIFÉ – Ya Balad

BACHAR MAR-KHALIFÉ – Ya Balad

Deze Frans-Libanese zanger, componist en multi-instrumentalist komt uit een zeer muzikale familie. Vader Marcel en moeder Yolla kwamen hier al enkele keren voorbij en ook de andere kinderen Sary en Rami zijn actief in de muziekwereld. ‘Ya Balad’ is het derde album van Bachar die ook al soundtracks voor films schreef, met klassieke orkesten werkte en te horen was op albums van andere artiesten, voornamelijk in de wereld van fusion. De elf composities, waarvan enkele gebaseerd zijn op traditionals, tekenen voor een samenhangend verhaal en behandelen de huidige situatie in Libanon; toch zijn de composities ontstaan in functie van verschillende projecten zoals arthouse films en een muziektheatervoorstelling. Zijn vorige album ‘Who’s Gonna Get The Ball From Behind The Wall Of The Garden Today’ was nog opgehangen aan de Arabische omwentelingen en ademde optimisme en sociaal verzet maar op ‘Ya Balad’ is de toon eerder omgeslagen naar wanhoop, berusting en defaitisme en dat zorgt ervoor dat de muziek vaak verstild en melancholisch klinkt. Stilistisch zou je dit album kunnen omschrijven als eclectisch met elementen uit klassiek, oriëntaalse muziek, jazz, electro, reggae….). De klank is hedendaags maar de Arabische zang blijft de centrale factor. Mar-Khalifé bespeelt zelf alle instrumenten; zelf zegt hij daarover dat hij moeilijk zijn muziek met anderen kan verdelen omdat die zeer persoonlijk is. De muziek van Mar-Khalifé is gemaakt in ballingschap en ontworteling en dat vertaalt zich in een nieuwe nationaliteit en een nieuwe muzikale identiteit die uit die twee werelden is ontsproten. Van opleiding is Mar-Khalifé percussionist en dat is ook duidelijk te horen in zijn piano- en keyboardsspel. Zijn frêle en kwetsbare zang blinkt uit in puurheid en subtiliteit waarbij ingetogenheid en introspectie vaak de boventoon voeren. ‘Ya Balad’ is een zeer boeiende en vaak experimentele exploratie van een artiest die het laatste van zijn kunnen nog lang niet geëtaleerd heeft.
publieksprijs: 17,05



VULA VIEL – Good Is Good

VULA VIEL – Good Is Good

De instrumentale muziek van Vula Viel is gebaseerd op de oude traditionele muziek van de Dagaarestam en het Guovolk uit het noorden van Ghana. In hun taal betekent Vula Viel ‘goed is goed’ en groepsleidster Bex Burch kreeg die naam toebedeeld door de plaatselijke bevolking. Deze groep uit Londen wordt dus geleid door Bex Burch die gedurende drie jaar leefde bij de Dagaare en er het land bewerkte en studeerde: zij genoot er een doorgedreven opleiding in het bouwen van de gyil, een houten xylofoon gemaakt van het sacrale Iligahout. De gyil is dan ook het toonaangevende instrument bij Vula Viel en wordt ondersteund door keyboards, drums, saxofoon en vibrafoons. Dit album is geaard in de functionele lokale traditie: vier stukken zijn gebaseerd op begrafenismuziek en nog eens drie andere op ontspanningsmuziek. Begrafenissen in Ghana zijn het belangrijkste opvoeringsplatform voor de gyil en toch, of misschien wel net daardoor, klinkt deze muziek vreugdevol, feestelijk, zeer ritmisch, explosief, vitaal, ja zelfs bijna orgiastisch. Deze intens ritmische muziek is een innemende mix van Afrikaanse muziek, elektronica, jazz en minimalisme. Op briljante, verrukkelijke en opwindende wijze wordt de aloude Dagaaremuziek gekatapulteerd naar vandaag. Bex Burch begon te drummen in een kerkkoor toen ze drie was en op haar zevende had ze een toevallige ontmoeting met een djembespeler die haar inspireerde om percussie te studeren. Ze ging klassieke muziek spelen in de Guildhall School of Music and Drama en werd er geïntroduceerd in de muziek van Steve Reich. Ze raakte geïntegreerd door de Ghanese invloed op de muziek van Reich en had op die school een nieuwe toevallige ontmoeting, deze keer met Bill Bannerman, kruier bij het schoolorkest. Er groeide al snel een vriendschap en dit leidde tot een uitnodiging om zijn familie in Accra te bezoeken. Ze raakte er in de ban van de muziek en de cultuur en reisde een jaar door het land om de muziektradities te bestuderen. Zo kwam ze ook in aanraking met de gyil en ontmoette ze meesterxylofoonspeler Thomas Segkura die haar uitnodigde haar leerling te worden, niet in het bespelen maar in het bouwen van het instrument want het spelen zelf wordt niet aangeleerd maar gebeurt gewoon. Ze leefde drie jaar in Ghana, maakte haar opleiding af, kocht een lap grond, bouwde een huis, werkte als xylofoonbouwer en bewerkte het land. Ze speelde gyil op begrafenissen en aan het einde van haar opleiding kreeg ze de naam Vula Viel mee alsook het advies: “Alles wat we jou gegeven hebben is van jou, alles wat je ons gegeven hebt is van ons. Het goede wat je doet blijft ook na je dood.” Toen Segkura in 2010 overleed nam Bex Burch zijn opleiding over. Dit merkwaardige levensverhaal heeft nu geresulteerd in het briljante album ‘Good Is Good’.
publieksprijs: 16,30


THE GURDJIEFF ENSEMBLE / LEVON ESKENIAN – Komitas

THE GURDJIEFF ENSEMBLE / LEVON ESKENIAN – Komitas

De naam van dit tienkoppige Armeense ensemble is ontleend aan Georges Gurdjieff, beter bekend als mystiek filosoof en als auteur van ‘Meetings with Remarkable Men’ (verfilmd door Peter Brook). Gurdjieff werd geboren in Armenië maar reisde veel door het Midden-Oosten. Hij geraakte er gefascineerd door de traditionele muziek die hij op zijn weg hoorde. Samen met dirigent en arrangeur Levon Eskenian wijdt het ensemble zich op dit album toe aan het werk van de legendarische componist / zanger / arrangeur / etnomusicoloog / priester / filosoof Komitas Vardapet (1865-1935). Hij wordt ook beschouwd als de grondlegger van de hedendaagse muziek in Armenië. Zijn werk bestaat uit duizenden volksliedjes, sacrale liederen en instrumentale melodieën. Komitas exploreerde de unieke connecties die de Armeense sacrale en seculiere muziek verbinden. Het uitgebreide instrumentarium van het ensemble bestaat uit duduk, pku, zurna, kamancha, pogh, ud, tar, dap, dhol, santur, kanon, tmbuk, cymbal, kshots, burvar, bell: voorwaar een hele mond vol. De arrangementen behelzen diverse instrumentale combinaties, van solo over duo tot grotere bezetting, maar geen enkele keer komt het volledige ensemble aan de bak. De authentieke en zorgvuldige arrangementen zijn geïnspireerd en gebaseerd op partituren en opnames van Komitas. Dit album is een fraaie, uitnodigende zoektocht in een uitgesproken Armeense klankwereld. Tegelijk met dit album werd nog een begeleidend album opgenomen met pianomuziek van Komitas in een uitvoering door Lusine Griogoryan (release in 2016).
publieksprijs: 21,20


DEXTER STORY – Wondem

DEXTER STORY – Wondem

De 50-jarige multi-instrumentalist Dexter Story, geboren en getogen in Los Angeles, raakte in 2011 betoverd door Ethiopische muziek toen hij als sessiemuzikant optrad bij EthioCali. Het resultaat van die betovering is nu te horen op ‘Wondem’ (Amharic voor ‘broer’). Voopr de opnames van dit album bezocht hij nooit het land, dat deed hij pas enkele maanden geleden. Zijn inspiratie ging hij dus niet ter plaatse halen, als een culturele toerist ging hij surfen op het internet en samen met zijn jarenlange eigen muzikale bagage (soul, funk, jazz, soul) en ervaring ging hij aan de slag. En terwijl hij virtueel toch in Oost-Afrika verzeild was ging hij ook nog wat inspiratie putten in Eritrea, Soedan, Somalië en Kenia. Het eindresultaat is een bijzondere en uitstekende stijloefening en een gedurfd ontginningswerk die bovendien ook coherent zijn, geen vanzelfsprekendheden bij dit soort uitdagingen.
publieksprijs: 15,40



THE GOOD ONES – Rwanda Is My Home

THE GOOD ONES – Rwanda Is My Home

Dit Rwandese kwartet, bestaande uit twee landbouwers, een chauffeur en een leraar, is samengesteld uit overlevers van de genocide en staat voor de eenmaking van de drie stammen, Tutsi, Hutu en Twa. In Rwanda spelen ze tijdens het weekend op bruiloften en begrafenissen. Hun debuutalbum ‘Kigali y’ Izahabu’ was de eerste in de inheemse taal Kinyarwanda gezongen plaat die buiten Afrika verscheen. The Good Ones zingen in een stijl die vaak omschreven wordt als “werkersliederen van de straat”. Ze zingen o.m. droevige liedjes over liefde en hartbrekend verlangen maar ook over sociale thema’s. Ook op ‘Rwanda Is My Home’ was de productie in handen van Ian Brennan (cfr. Tinariwen, Malawi Mouse Boys, Hanoi Masters….). Ze zingen in close harmony en begeleiden zichzelf met minimale gitaar en ratelpercussie. ‘Rwanda Is My Home’ is een ruwe, vertederende en charmante pastorale parel.
publieksprijs: 17,10



LURA – Herança

LURA – Herança

De Portugese zangeres Lura keert op ‘Herança’ (‘erfgoed’) met mate terug naar haar wortels. Die wortels liggen in Praia, de hoofdstad van Kaap Verdië, en in de upbeat funaná en batuque beats. We zeggen met mate want ook Lissabon is nog duidelijk aanwezig op ‘Herança’. KaapVerdië wordt herbezocht en heruitgevonden in een accurate en vaak jazzy productie en met een stel fijne sessiemuzikanten en een repertoire dat melancholische covers coherent samenbrengt met nieuwe composities en melancholie met dans. Vijf van die nieuwe composities zijn van de hand van Marío Lucío, huidig minister van cultuur in Kaap Verdië en stichter van Simentera, de groep die de muziek terugbracht naar de akoestische wortels en de Afrikaanse cultuur omarmde als een integraal deel van de Kaap Verdische identiteit. Met haar heldere, attractieve en bekoorlijke stemgeluid vertolkt Lura een bitterzoete reflectie op haar Kaap Verdische erfgoed met beschouwingen over emigratie en verlies, armoede en ongelijkheid, vrouwelijkheid, oud worden, onrechtvaardigheid en de nalatenschap van slavernij. Het zal wel aan ons liggen maar wij lopen niet wild van deze muziek en krijgen er zelden warm of koud van maar voor de liefhebbers van Kaap Verdische muziek is dit beslist een aanwinst.
publieksprijs: 18,00



ROLANDO BRUNO – Bailazo

ROLANDO BRUNO – Bailazo

And now for something completely bizarre! In 2005 startte deze Argentijnse knaap als solist op te treden en op te nemen als een nevenproject voor zijn 60’s garagepunkband Los Peyotes. Na de split van die groep startte hij zijn MIDI (musical instrument digital interface) one mand band waarmee hij op zijn computer oude cumbianummers verknipte en verplakte tot psychedelische garagebeat. Vandaag de dag schrijft hij zelf zijn nummers en neemt hij op met sessiemuzikanten. Op ‘Bailazo’ horen we psychedelische cumbia die zo lijkt weggelopen te zijn uit de jaren 60 en 70, wat ook al helemaal van het hoesontwerp kan gezegd worden. Naar verluidt tekent de man niet alleen voor een eerbetoon aan het genre maar ook voor een satire erop. In beide gevallen is de man er in elk geval goed in geslaagd. ‘Bailazo’ is een heerlijke hap hilariteit die o.i. toch snel naar de vergeethoek zal afgevoerd worden wegens te weinig body en te weinig melodieën die blijven te hangen. De sterkte van dit album is tegelijk ook de zwakte: de heerlijke hilariteit staat te veel op zich en draagt niet ver genoeg om blijvend te kunnen boeien.
publieksprijs: 17,55



NO blues – Oh Yeah Habibi

NO blues – Oh Yeah Habibi

Tien jaar geleden startte NO blues als een idee in het hoofd van Rob Kramer. Hij nodigde gitarist Ad van Meurs, udspeler Haytham Safia en contrabassist Anne-Maarten van Heuvelen uit en sloot hen drie dagen op in een kamer met de opdracht een mogelijke combinatie tussen folk-blues en traditionele Arabische muziek te gaan onderzoeken. De muzikanten vonden al snel een muzikaal niemandsland en gaven het de naam Arabicana mee. Tijdens die opnames vervoegden nog percussionist Osama Meleegi en zangeres Ankie Keultjes de groep. ‘Oh Yeah Habibi’ is ondertussen hun zesde album. Ook nu blijft de groep trouw aan hun beproefde recept dat een brug bouwt tussen oost en west. Dit album is ook een politiek statement: de toestand van de wereld is een thema voor de songs die gaan over een wereld op de vlucht en de rol van religie in die grote worsteling. De blend van NO blues is warm en broeierig met wisselende muzikale sferen, van ritmisch en zwoel over loom en ontspannen tot ingetogen en reflecterend. Op dit album bevindt de Mississippidelta zich in de Sinaï en vice versa. Met ‘Oh Yeah Habibi’ zal NO blues het muzikale landschap niet hertekenen maar de groep mag de grote verdienste opeisen een eigen en uniek genre te hebben gecreëerd.
publieksprijs: 16,20



GIORA FEIDMAN & RASTRELLI CELLO QUARTETT – Klezmer Bridges

GIORA FEIDMAN & RASTRELLI CELLO QUARTETT – Klezmer Bridges

De terecht wereldvermaarde klezmerklarinettist Giora Feidman, ook wel eens “de koning van de klezmer” genoemd, stamt uit een muzikale familie: ook zijn vader speelde klarinet en zijn grootvader speelde als kind met de zigeuners op straat. Rastrelli Cello Quartett is een klassiek geschoold kwartet uit St. Petersburg. Feidman is al zowat zijn hele muzikale leven lang een bruggenbouwer en op die attitude borduurt hij ook nu weer verder. Samen met Kira Kratzoff, de muzikale directeur van de Rastrellis, selecteerde hij een internationaal en veelzijdig repertoire waarvoor Kratzoff nieuwe arrangementen bedacht. We horen bewerklingen van o.m. Carl Orff, Lennon & McCartney, Mikis Theodorakis, Antonio Carlos Jobim, Sam Liberman….
publieksprijs: 20,40



JOI – Joi Sound System

JOI – Joi Sound System

De broers Farook en Haroon Shamsher horen tot de belangrijkste grondleggers van de Asian Underground scene (Asian Dub Foundation, Talvin Singh, Nitin Sawhney….). Thuis was het bijna al muziek wat de klok sloeg: vader was een professionele fluitist en verkocht saris en traditionele Indiase instrumenten op de Londense Brick Lane. De eerste incarnaties van de broers heetten Joi Bangla Youth Organisation en Joi Bangla. Het duo creëerde opwindende dance die zijn tijd ver vooruit was en mixte westerse elektronische dance met Pakistaanse, Indiase en Bengaalse ritmes, zang en melodieën, stevig doorspekt met dance grooves, hiphop, reggae, dub…. Rond die tijd werden ze een van de meest gevraagde acts en werden ze grof wild voor de grote muziekmaatschappijen. Tenslotte kozen ze bewust en uit overtuiging voor Real World van Peter Gabriel. Het eerste album ‘One And One Is One’ werd een schot in de roos maar de vreugde hierom maakte al snel plaats voor droefheid toen Haroon kort nadien overleed. Farook besloot verder alleen door te gaan en maakte nog twee albums, ‘We Are Three’ en ‘Without Zero’. Uit die drie albums werd nu deze dubbelaar gedistilleerd en samengesteld door Farook. Voor wie nog niets van Joi in huis heeft is dit een zeer budgetvriendelijke aanrader.
publieksprijs: 17,15 (2 cd)



JOHN RENBOURN – The Attic Tapes

JOHN RENBOURN – The Attic Tapes

Even een kleine roundup voor de jeugd onder jullie. Van 1967 tot 1973 vormde John Renbourn samen met zijn levenslange vriend en muzikale compagnon Bert Jansch het gitaristenduo bij de Britse folkband Pentangle. Ondanks de korte levensduur van de groep kunnen het belang en de invloed van Pentangle nauwelijks overschat worden. Sindsdien is John Renbourn blijven opnemen en toeren, voornamelijk solo. Renbourn wordt beschouwd als een van de grootste hedendaagse akoestische gitaristen. Gedurende meer dan een halve eeuw legde hij zich toe op innovatie en technisch meesterschap. Zijn unieke stijl -die vaak folkbarok werd genoemd- versmelt Engelse en Keltische folk met jazz, country blues en pre-Renaissance; er zijn ook invloeden te horen van westerse en oosterse klassieke tradities. De man kreeg helaas nooit de erkenning die hij verdiende. Hij heeft een grote invloed gehad op het werk van latere gitaargoden zoals Eric Clapton en Jimmy Page. ‘The Attic Tapes’ (ze zijn inderdaad gevonden op een zolderkamer) is een verzameling geremasterde voorheen nooit uitgegeven opnames (voor de helft live) die dateren van de jaren net voor zijn eerste officiële release in 1966 en dient zich aan als een doosje vol prille juweeltjes en veel te laat ontdekte miniatuurschatten. Dit album werd afgewerkt kort voor zijn dood: de hoes heeft John Renbourn niet meer kunnen zien. ‘The Attic Tapes’ is een postuum en waardig eresaluut aan een muzikaal genie.
publieksprijs: 13,15



REGGAE

‘MR PERRY I PRESUME starring LEE PERRY as the UPSETTER’ (compilatie)

‘MR PERRY I PRESUME starring LEE PERRY as the UPSETTER’ (compilatie)

Over het genie Lee Perry, een van de meest innovatieve producers in de populaire muziek, hebben we het in deze rubrieken al vaak en uitvoerig en in het lang en in het breed en vooral in supelatieven gehad. Dus deze stappen kunnen we nu alvast overslaan. We dachten dat we het ondertussen gehad hadden met het leeghalen van de kelders en de schatkamers van Lee Perry, maar nee hoor. Op ‘Mr Perry I Presume’ horen we een collectie van moeilijk vindbare tracks en exclusieve mixes. We horen remixes, heuse klassiekers (‘Sun Is Shining’, ‘Police And Thieves’, ‘Chase The Devil’, ‘Keep On Moving’) en obscure tracks die nooit eerder de kelders verlaten hadden. 14 van de 16 opnames werden nooit eerder uitgegeven, al dan niet in deze versies. Op de menukaart staan exquise lekkernijen van George Faith, Lee Perry & TheUpsetters,Peter & Paul, Keith Rowe, Susan and Bunny en het toetje wordt geserveerd in de hoedanigheid van de grote Augustus Pablo. Deze overheerlijke compilatie is een essentieel onderdeel van de platenkast van elke Lee Perryfan.
publieksprijs: 19,90


‘COXSONE’S MUSIC’ (compilatie)

‘COXSONE’S MUSIC’ (compilatie)

Deze compilatiebox bevat de vroegste opnames van Clement Dodd, alias Coxsone, die hij maakte in de jaren voordat hij Studio One Records lanceerde. We horen vroege Jamaicaanse proto-ska, rhythm and blues, jazz, rastafari en gospel. Clement Dodd’s Sir The Downbeat Soundsystem regeerde de dancehalls van Kingston en deze opnames reflecteren sterk de invloeden van Amerikaanse rhythm and blues en jazz op de Jamaicaanse muziek(fans). Toen hij in 1963 Studio One Records oprichtte had Coxsone al een enorme schat aan opnames op zijn conto met namen die er toe deden of dat later zouden doen: Don Drummond, Derrick Harriott, Roland Alphonso, Ernest Ranglin, Rico Rodriguez, Count Ossie, Monty Alexander, Owen Gray, Millie.
publieksprijs: 22,60 (3 cd)

LEEWAYS – Tales Of A Madman

LEEWAYS – Tales Of A Madman

Leeways is een Nederlands multicultureel vijftal dat eerder dit jaar De Grote Prijs van Nederland won. Ieder lid heef zijn eigen achtergrond (Antilliaans, Surinaams-Bretoens, Russisch-Joods, Israëlisch) en heeft die ook meegebracht op dit album. Elk van de 12 tracks op hun debuutalbum symboliseert een gek die zijn verhaal vertelt. De groep brengt reggae die doorspekt is met diverse stijlen als ska, funk, rock, dub, hiphop… Jullie weten ondertussen al lang dat wij grote voorstanders van fusie zijn als er ook coherentie is en dat is nu net wat we hier missen: Leeways klinkt te vaak stuur- en richtingloos en ook de composities zijn zeer ongelijk van kwaliteit. De groep blijkt in Nederland een stevige livereputatie te hebben maar dat is dan toch niet doorgedrongen tot op dit album.
publieksprijs: 16,30


VINYLRELEASES

- TINARIWEN – Live In Paris
publieksprijs: 26,25 (2 lp)
- LEE ‘SCRATCH’ PERRY – Mr Perry I Presume
publieksprijs: 25,85 (2 lp)
- ‘COXSONE’S MUSIC Vol.1’ (compilatie)
publieksprijs: 20,80 (2 lp)
- ‘COXSONE’S MUSIC Vol.2) (compilatie)
publieksprijs: 20,80 (2 lp)
- FAT FREDDY’S DROP – Bays
publieksprijs: 28,55 (2 lp)
- ‘BLACK MAN’S CRY – THE INSPIRATION OF FELA KUTI’ (compilatie)
publieksprijs: 25,80 (2 lp)
- BACHAR MAR-KHALIFÉ – Ya Balad
publieksprijs: 20,40
- DEXTER STORY – Wondembr> publieksprijs: 18,00
- ST GERMAIN – St Germain
publieksprijs: 22,50 (2 lp)
- ALIF – Aynama-Rtama
publieksprijs: 20,70
- ROLANDO BRUNO – Bailazo
publieksprijs: 18,35 (lp + cd)
- MUSI-O-TUNYA – Give Love To Your Children
publieksprijs: 23,10

IN MEMORIAM

LEEWAYS – Tales Of A Madman

Onlangs is salsapianist Wayne Gorbea overleden. Hij was vooral succesvol in de jaren 70 en 80. In die kleine halve eeuw is hij met zijn onversneden, pure sound, zeer pittige grooves en arrangementen een begrip geworden bij liefhebbers van klassieke salsa dura en bij salsadansers. Wayne Gorbea kan terecht een salsa-icoon genoemd worden.




GOUD VAN OUD

RICO – Man From Wareika

RICO – Man From Wareika

Bouwjaar: 1976
Eerder dit jaar overleed de zeer getalenteerde trombonist Rico Rodriguez, kortweg beter bekend als Rico. Hij werd 81 jaar geleden geboren in Cuba maar groeide op in Kingston Jamaica en dit gegeven zal niet onbelangrijk zijn voor zijn muzikale oriëntatie. Op de Alpha Boys School leerde zijn schoolvriend Don Drummond (stichtend lid van The Skatalites waarbij Rico ook al eens als gastmuzikant optrad) hem trombone spelen. In de jaren 50 werd Rico een Rastafari en werkte hij nauw samen met drummer Count Ossie die zich eveneens bekeerd had (zie muzieknieuws september 2015). In 1961 trok Rico naar Engeland en speelde er in diverse reggaebands. In 1976 brak hij door met zijn debuutalbum en meteen ook zijn creatieve piek ‘Man From Wareika’ maar echt bekend werd hij toen hij nog eens drie jaar The Specials vervoegde en daar vijf jaar de dienst uitmaakte en vooral furore maakte; kijktips: ‘A Message To You Rudy’ en ‘Ghost town’ op You Tube. Later vormde hij zijn eigen groep Rico and the Rudies en speelde hij o.m. bij Jools Holland’s Rhythm and Blues Orchestra. De voorbije jaren werd hij nog met diverse prijzen gelauwerd. Voor de opnames van ‘Man From Wareika’ keerde Rico voor de eerste keer in 15 jaar terug naar Jamaica, waar hij bij zijn vertrek destijds intens betrokken was bij de creatie van ska. Met ‘Man From Wareika’ bracht Rico ook een vernieuwend element in reggae, met name de toevoeging van jazzelementen en aldus de skadagen van weleer opnieuw in de roots reggae introduceerde. De albumtitel is een verwijzing naar de tijd die hij op Wareika doorbracht met Count Ossie and the Mystic Revelation of Rastafari. Hoogtepunt op deze mijlpaal in de instrumentale reggae is het iconische ‘Africa’ met de onvergetelijke fluitsolo. Van ‘Man From Wareika’ bestaat ook nog een dubversie; op deze versie staan ook nog negen bonus tracks, waarvan slechts enkele een meerwaarde bieden.
publieksprijs: 14,75
Meer van deze artiest: naast zijn meer dan omvangrijk sessiewerk en zijn baanbrekende bijdragen bij The Specials is volgend solowerk van Rico nog verkrijgbaar:
Get Up Your Foot (bouwjaar: 2000; 18,10€)
Going West (2002; 11,05)
Rising In The East (1994; 18,85)
You Must Be Crazy (1994; 18,10).


VERWACHT

TINARIWEN- Live in Paris