Muzieknieuws februari 2016

ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX – Fifavela

ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX – Fifavela

Het Vlaams / Waals / Noord-Franse feestorkest OID Vetex, vernoemd naar een voormalige lokale textielfabriek waar de band in de begindagen repeteerde, staat voor Belgisch / Franse grensmuziek zonder grenzen, puur en onversneden. De groep werd in 2004 opgericht als een wandelende brass band ter ondersteuning van het verzet tegen de afbraak van die fabriek. Vetex verkeert al enkele jaren in bloedvorm en bulkt van de inspiratie en groeide zo uit tot een huisfavoriet. Met de jaren ging de band ook nieuwe richtingen uit: naast de traditionele muziek uit de Balkan werd er ook inspiratie gevonden in mediterrane, Afrikaanse, Arabische en Latijns-Amerikaanse stijlen. In de 11 jaar van haar bestaan evolueerde de Vetex ook van straatfanfare en feestorkest naar podiumact wat compositorisch ook meer ruimte voor subtiliteit en verfijning met zich meebracht. De groep werd een internationaal begrip omwille van hun uiterst energieke live act, en dit tot in de Balkan toe! Op hun vijfde album, ‘Fifavela’, laten de 18 muzikanten zich nog bijstaan door enkele gasten, onder het motto ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugde’: Nathan Daems (zelf ex-Vetex), blazers Lionel Raepsaet (Skip The Use) en Jean-Baptiste Delneuville (Den Ambrassband), DJ Courtasock als leverancier van samples en percussionisten Fernando Rodriguez Bas en Amel Serra Garcia (BRZZVLL, Zita Swoon, El Tattoo Del Tigre) die voor de latin grooves zorgen. De productie was in de zeer goede handen van Roel Poriau (zie o.m. Think Of One en Antwerp Gipsyska Orkestra). Ook op ‘Fifavela’ brengt Vetex wat we onderhand van hen mogen verwachten: tomeloos energieke, onvervaarde en enthousiaste maar ook subtiele muziek met vaak ook een melancholische ondertoon en de nodige humor en vooral met de gas vol open waarbij stilzitten helemaal geen optie is en een goed humeur krijgen dat dan weer wel is. Deze groep klinkt hechter dan ooit en mag stilaan tot de internationale top van de brass bands gerekend worden en ook de composities van huiscomponist Thomas Morzewski klinker perfecter dan ooit voorheen. Waar OID Vetex is geweest is het feest geweest. ‘Fifavela’ is één langgerekte, opzwepende en orgiastische ode aan de wereldwijde traditie van brass bands en krijgt nu al het epitheton ‘klassiek’ opgespeld. ‘Fifavela’ is alweer een voltreffer van een orkest dat er eens te meer in geslaagd is zichzelf te vernieuwen door nog maar eens nieuwe wegen in te slaan zonder daarbij hun zorgvuldig opgebouwde identiteit te verloochenen. Dit album met internationale allures is dan ook de eerste titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,00


NATACHA ATLAS – Myriad Road

NATACHA ATLAS – Myriad Road

Nog meer Belgische topkwaliteit kregen we de voorbije twee decennia voorgeschoteld door Natacha Atlas. In haar rijk gevulde carrière scheerde ze veel hoge toppen maar belandde ze ook in enkele diepe dalen. Ze doorzwom vele stijlwateren en werkte daarbij ook samen met muzikanten van zeer uiteenlopend allooi. Ze werd bekend als zangeres/buikdanseres bij Transglobal Underground en debuteerde solo in 1995 met het album ‘Diaspora’. Nu, 10 studio- en 1live-album en 20 jaar later, verschijnt het nieuwe album ‘Myriad Road’, opgedragen “to the world for all the gifts she has given me”. Opvallend is de kleine bezetting waarmee het album is opgenomen: drums, piano en contrabas, al passeert er nog wel een legertje gastmuzikanten de revue, waarbij vooral de namen van Kudsi Ergüner, Vincent Ségal, Smadj en Ibrahim Maalouf het meest in het oog springen. Die laatste tekende ook voor de productie en voor het leeuwenaandeel van de composities. Deze ontmoeting moet een danige indruk op la Atlas nagelaten hebben want in haar dankwoord stelt ze dat ze er nog steeds van aan het herstellen is (met een knipoog). De uitgepuurde arrangementen van Maalouf en de gracieuze stem, aparte frasering en soepele stembuigingen van Atlas slaan een brug tussen westerse jazz en Arabische traditionele muziek. De kleine basisbezetting zorgt ook voor een stijlbreuk t.o.v. de drie vorige albums, ‘Ana Hina’, ‘Mounqaliba’ en ‘Expressions-Live In Toulouse’, die orkestraal ruim bemeten waren. Natacha Atlas exploreert hier een voor haar totaal nieuw universum onder impuls van Ibrahim Maalouf die Atlas omschrijft als de enige huidige Arabische stem die nog een authentieke aanspraak maakt. ‘Myriad Road’ is ongetwijfeld een zeer moedige artistieke bocht die met veel schoonheid, sierlijkheid en elegantie is genomen maar de geboden kwaliteit is wat onevenwichtig: hele sterke fragmenten worden afgewisseld met meer stuurloze; wel is de spelkwaliteit van een constant hoog niveau en bovenal: Natacha Atlas is en blijft een geweldige zangeres.
publieksprijs: 19,85

ANGÉLIQUE IONATOS – Reste La Lumière

ANGÉLIQUE IONATOS – Reste La Lumière

Angélique Ionatos werd in 1954 in Athene geboren als Angeliki Ionátou. In 1969, tijdens de dictatuur van het kolonelsregime, verlaat ze Griekenland en belandt ze eerst in België en eind jaren 70 in Frankrijk waar ze nu nog steeds leeft en werkt. In 1972 verschijnt haar eerste album ‘Résurrection’, opgenomen samen met haar broer Photis. Dit album wordt meteen bekroond en betekent dan ook het startschot van een indrukwekkende muzikale loopbaan. Tot in 1976 zingt ze samen met haar broer, zowel in het Frans als in het Grieks. Dan gaat Angélique solo en profileert ze zich vooral als componiste die gedichten van de grote hedendaagse Griekse dichters op muziek zet. Ze vertolkt haar composities zelf, in het Grieks, en begeleidt zich daarbij op gitaar. Haar hedendaags klinkende repertoire, gebaseerd op de traditie, leverde haar meerdere prijzen op. Van 1989 tot 2000 was ze verbonden aan het Franse Théâtre de Sartrouville. In 1991 componeert ze voor de cd ‘Sappho de Mytilène’ muziek op originele teksten van 2500 jaar oud. Ze zingt ze samen met een andere grote dame van de hedendaagse Griekse muziek, Nena Venetsanou; met dit album slaat ze een brug tussen de antieke en de hedendaagse cultuur. Drie jaar later produceert ze een volgend muzikaal hoogtepunt, met name ‘Mia Thalassa’, een tijdloos en indringend meesterwerk dat nu nog steeds staat als een mijlpaal met grote mediterrane klasse. Ionatos liet zich in die periode begeleiden door een vaste kern van muzikanten met als meest in het oog springende namen Christian Boissel (ook verantwoordelijk voor de orkestratie) en Henri Agnel (ook gekend van zijn werk bij Amina Alaoui). Een ander hoogtepunt in haar repertoire is ‘D’Un Bleu Très Noir’ uit 2000, een intimistische plaat van formaat. In 2003 verrast Ionatos met de Spaanstalige productie ‘Alas pa’ volar’, een hommage aan Frida Kahlo. Vier jaar later zet ze op ‘Eros Y Muerte’ Spaanse, Griekse en Franse gedichten op muziek. Tot zover haar omvangrijke oeuvre in een notendop. Het unieke stemgeluid van Ionatos is allesbehalve zoet en zacht en ook niet dat van een klassieke zangeres; ze klinkt eerder gruizig, vergelijkbaar met Edith Piaf, met een gelijkaardig strak vibrato. Ze interpreteert haar muziek met grote subtiliteit, verfijning, pathos en tederheid zonder daarbij ooit stroperig te gaan klinken. Voor haar nieuwe album ‘Reste La Lumière’ werkte ze samen met Claude Tchamitchian, Gaspar Claus en Katerina Fotinaki; gastrollen waren er voor Keyvan Chemirani, César Stroscio en Renaud Garcia-Fons. Ionatos brengt getuigenis van een politiek discours dat gedragen is door de visie van een getormenteerd Griekenland onder zware druk. Haar open engagement is dat van de aanvaarding van de angsten om ze zo beter te kunnen bevechten, vooral door de transmissie van haar geboortecultuur. Dit somber werk is toch hoopvol door de kracht van haar overtuigingen. Alle liederen zijn gebaseerd op Griekse gedichten,vooral gemarkeerd door melancholie, als reactie op de situatie in haar vaderland. Het album is een ruwe, brandende schreeuw van verzet en ademt een spanning, een intensiteit en een woede die vaak naar de keel grijpen en nog versterkt worden door het percussieve en preciese gitaarspel van Ionatos. Maar het is bovenal die unieke zang, hier beïnvloed door schrijnende tragiek en door antieke lijkzangtonaliteiten, die zeer diep raakt. ‘Reste La Lumière’ van Angélique Ionatos is een waarachtig en urgent meesterwerk en meteen de tweede titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 15,35

VÄRTTINÄ – Viena

VÄRTTINÄ – Viena

Värttinä is Finlands muzikale en vooral vocale kroonjuweel met een geschiedenis die reeds meer dan dertig jaar teruggaat. Het album ‘Oi Dai’ betekende in 1991 hun internationale doorbraak. Van de oorspronkelijke bezetting blijft enkel nog Mari Kaasinen over. ‘Viena’ is Värttinä’s eerbetoon aan de Viena Kareliaanse wortels van hun muziek. In de zomer van 2014 reisde het trio naar die regio om hun muzikale wortels opnieuw te bezoeken en te exploreren. Ze kwamen terug met nieuwe herinneringen, ervaringen, teksten en melodieën. Viena Karelia bezoeken was zoals honderden jaren teruggaan in de geschiedenis. Het trio kon er de weinig nog levende zangers en dichters in die folkloristische dorpen ontmoeten en Värttinä beschouwt hen als de laatste bestaande verbindingen met een cultuur die meer dan duizend jaar oud is en met een manier va leven die langzaam op sterven na dood is. De klank van het album is akoestischer dan ooit: het begeleidende trio bespeelt accordeon, bansuri, kantele, viool, nyckelharpa, gebogen lier, gitaar, mandocello, bouzouki en mandoline. Samen met de zang creëert het muzikantentrio een delicaat en rijk harmonieus klanktapijt. Het repertoire op ‘Viena’ bestaat uit eigen werk (dans- en klaagliederen) en traditionele liederen. De drie dames spelen hier weer met verve hun sterkste wapen uit: hun exquise, opwindende en messcherpe vocale harmonieën. Wie zijn Voix Bulgares en zijn Laïs al eens graag in het Fins hoort is hier aan een zeer goed adres.
publieksprijs: 16,45

BAABA MAAL – The Traveller

BAABA MAAL – The Traveller

Het is ondertussen zeven jaar geleden dat we nog nieuw werk van Baaba Maal hoorden, onze honger was dus zeer groot. We hebben het hier tenslotte over de man die de wereld toch twee onvervalste klassiekers schonk, met name zijn internationale debuut ‘Djam Leelii’ uit 1984 met Mansour Seck en ‘Missing You (Mi Yeewnii)’ uit 2001, naast tal van andere pareltjes. Zijn stemgeluid is uit duizenden te herkennen en is een van de echt grote uit Afrika: hoog, helder, scherp, zoet, hypnotiserend. Constante thema’s in het werk van Maal zijn reizen, migratie, verdraagzaamheid, respect, spiritualiteit en muzikale nieuwsgierigheid. ‘The Traveller’ is een mix geworden van rootsy Afrikaanse klanken (de muziek van zijn Fulanistam) en westerse electro-elementen. Het album werd opgenomen in Londen en in Dakar, in samenwerking met Johan Hugo Karlberg van The Very Best, die ook al samenwerkte met o.m. Amadou & Mariam en met Coldplay. De kleur van traditionele muziek is nog duidelijk aanwezig maar wordt o.i. te vaak verdrongen door de soms te opdringerige elektronica. Echt werken doet deze mix enkel in het sublieme ‘Kalaajo’, een vitrine voor Maal’s subtiele meesterschap in vocale frasering. Zijn engagement komt ook nog eens duidelijk tot uiting in de slotnummers ‘War’ en ‘Peace’ waarin een hoofdrol is weggelegd voor spoken word artiest Lemn Sissay die we nog kennen als de officiële dichter van de Olympische Spelen van 2012. Die inbreng van Sissay en de arrangementen roepen sterke reminiscenties op aan The Last Poets. ‘The Traveller’ is duidelijk gericht op westerse oren en dat is de mans goed recht maar de manier waarop dit gebeurt deed ons toch nu en dan de wenkbrauwen fronsen.
publieksprijs: 17,90

SHYE BEN TZUR, JONNY GREENWOOD AND THE RAJASTHAN EXPRESS – Junun

SHYE BEN TZUR, JONNY GREENWOOD AND THE RAJASTHAN EXPRESS – Junun

Het gerenommeerde muziekmagazine Songlines betitelde Shye Ben Tzur ooit als de Hebreeuwse Sufi en de allereerste Israëlische qawwal ooit. Deze in de VS geboren zanger en componist startte zijn muzikale loopbaan bij hardrockband Sword of Damocles (what’s in a name). Toen hij 19 was woonde hij in Jeruzalem een concert bij van 2 reuzen van de Indiase muziek: Hariprasad Chaurasia en Zakir Hussain. Even later ging hij op reis naar Rajasthan waar hij tien jaar bleef en zich onderdompelde in sufi, dhrupad en qawwali. Dit alles resulteerde in het schrijven van qawwalis in het Hebreeuws. “Ik ben altijd een beetje behoedzaam wanneer rockbands gaan ploeteren in wereldmuziek.” Dat zijn woorden uitgesproken door Jonny Greenwood, mullti-instrumentalist en componist bij Radiohead. Hij maakte wel een uitzondering voor het werk van Damon Albarn, wiens freewheelende platform Africa Express dienst deed als een sjabloon voor dit project. Samen met een troep Sufi qawwali muzikanten namen Ben Tzur en Greenwood dit album op in de spectaculaire setting van het 600 jaar oude Mehrangarh Fort in Jodhpur. Een samenwerkingsverband als dit is natuurlijk niet nieuw. Vele decennia geleden al zorgde Philip Glass al voor een follow-up van zijn studies van het westerse canon door naar Indië te reizen waar hij tenslotte met Ravi Shankar ging werken. Andere minimalistische componisten zoals La Monte Young en Terry Riley spendeerden samen met Pandit Pran Nath decennia aan onderzoek naar Hindustani raga. We kunnen Greenwood ook als een post-minimalist beschouwen en dus ook als een natuurlijke erfgenaam van dit verhaal. ‘Junun’ getuigt van zeer veel wederzijds respect en kan onder geen geding afgedaan worden als een val van uitbuitende toeëigening van onbekende muzikanten uit een andere hemisfeer door een rockstar of als cultureel toerisme: veel authentieker kan een waarlijk overbruggende interculturele samenwerking als deze niet klinken. Alle composities zijn van de hand van Ben Tzur en zijn gemarineerd in authentieke qawwali en andere vormen van Indiase devotionele muziek. De core van de klank wordt bepaald door het harmonium, het vijfkoppige qawwalikoor en Indiase percussie die in enkele composities uitgebreid worden met een zeskoppige blazerssectie en in twee fragmenten door een gebogen sarangi en een kamaichaluit. Al deze diverse en ambitieuze elementen werden uiterst behendig gemixt door Nigel Godrich, bekend van zijn werk bij Radiohead, die dit project aldus van een indrukwekkende coherentie voorziet. De teksten zijn afwisselend in het Hebreeuws, Hindi en Urdu. Ben Tzur is een componist die zijn tijd verdeelt tussen het Midden-Oosten en India en daar de vruchten van plukt bij het ontwikkelen van een unieke fusievorm die opgebouwd is uit verscheidene tradities. Dit hele verhaal klinkt de lezer nu misschien heel zwaar op de hand maar we kunnen afsluiten met de vaststelling dat ‘Junun’ een uiterst toegankelijk album is geworden. Een kleine kanttekening: ‘Junun’ werd uitgesmeerd over twee cd’s en duurt nauwelijks 61’, dit had dus helemaal niet gehoeven.
publieksprijs: 24,85 (2 cd)

DIZU PLAATJIES AND FRIENDS – Ubuntu – The Common String

DIZU PLAATJIES AND FRIENDS – Ubuntu – The Common String

In 1979 startte de Zuid-Afrikaanse multi-instrumentalist en componist Dizu Plaatjies het percussie-ensemble Amampondo, aanvankelijk een groep buskers die later internationaal ging toeren met als climax hun optreden op het grote verjaardagsfeest voor Mandela in 1988 in Wembley. Jarenlang specialiseerde Plaatjies zich in een fusie van Afrikaaanse en westerse stijlen, steeds met de nadruk op percussie en de tegenwoordigheid van zijn Xhosawortels. Momenteel leidt hij The Ibuyambo Ensemble en op ‘Ubuntu – The Common String’ worden ze verenigd met verscheidene vrienden uit verschillende muzikale disciplines. Dizu Plaatjes is een specialist op de muzikale boog en dit instrument combineert hij op dit album met gitaren, percussie, een blazerssectie, boogharpen en nog een en ander. Op ‘Ubuntu’ horen we een zeer gevarieerde en genietbare mix van diverse stijlen gaande van traditionele tot pop, rock, reggae, jazz en blues maar steeds afgewerkt met Zuid-Afrikaanse aroma’s. Op ‘Ubuntu’ horen we o.m. twee uitstekende hommages aan Nelson Mandela en Stephen Biko en als uitsmijter een bijzonder mooie versie van de Swahiliklassieker ‘Malaika’ die beroemd werd in de versie van Miriam Makeba. Zeer fijn plaatje.
publieksprijs: 20,45



KROKE – Ten

KROKE – Ten

Kroke (Jiddisch voor Krakau) is een Pools trio bestaande uit Tomasz Kukurba (viola, zang, fluiten, darbuka, cajón, percussie, viool, balalaika), Jerzy Bawol (accordeon) en Tomasz Lato (contrabas); deze drie muzikanten zijn jeugdvrienden en zijn afgestudeerd aan de muziekacademie van Krakau. Het trio werd opgericht in 1992 en staat vooral bekend als klezmergroep en in hun eigentijdse composities maken ze dan ook veel gebruik van modi en toonladders uit klezmer en Sefardische muziek. In het verleden gingen ze ook samenwerkingen aan met tal van andere artiesten zoals bv. violist Nigel Kennedy met wie ze in 2003 het album ‘East meets East’ opnamen. Nieuw op ‘Ten’ is de introductie van tekst op 1 nummer; die tekst is van Anna Maria Jopek die het lied ook zingt. In de andere nummers wordt ook gezongen maar zonder woorden maar met klanken. Kenmerkend voor de muziek van Kroke is de virtuositeit, de improvisatie, het plezier, de energie en de passie waarmee die gespeeld wordt en de melancholie en de diepe emotie die erin weerklinken. Aan hun klezmer voegen de drie heren elementen uit jazz, klassiek en hedendaags klassiek toe waardoor hun muziek een avant garde tintje meekrijgt. ‘Ten’ van Kroke is een boeiend en eigenzinnig hedendaags klezmeralbum.
publieksprijs: 19,55



ORATNITZA – Folktron

ORATNITZA – Folktron

Oratnitza bestaat uit vier jonge Bulgaarse muzikanten die een liefde delen voor zowel Bulgaarse folklore en aboriginal music als hedendaagse genres zoals hiphop, dubstep, trance beats en drum ‘n’ bass. Ze zijn geïnspireerd door verleden en heden en hun betrachting is om hun muzikale wortels te doen herleven naar de toekomst en omschrijven dit proces als folktronica of ook nog ethno fusion bass. Een folktron is een elementair deeltje dat gelijksoortig is aan een elektron. Het wordt gekenmerkt door de lage frequentiegolven die het ontwikkelt en die niet waarneembaar zijn voor het menselijke oor. Dit folktronisch infrageluid wordt beschouwd als prehistorisch. Beïnvloed door zijn subzintuiglijke vibraties heeft de mens veelvuldige pogingen ondernomen om dit aardse fenomeen te verklaren en te reproduceren middels akoestische instrumenten. De ontstaansgeschiedenis van folkmuziek is eigenlijk het resultaat van het effect van dit deeltje op het menselijke oor. De combinatie van traditionele instrumenten uit verschillende continenten en culturen laat toe om de meest veelomvattende golfspectra van het folktron te decoderen. De vier heren omschrijven dit album als een quantum ethno project dat de klank van folktron in zijn rauwst mogelijke vorm presenteert. Lijkt zowaar meer op een doctoraatsthesis. Het instrumentarium bestaat uit kaval, melodica, tambura, didgeridoos, cajón, tupan en darbouka en dat heeft dus ook niet veel weg van een klassieke bezetting. Daarnaast zijn er ook nog twee menselijke stemmen aanwezig die zich bedienen van de traditionele Bulgaarse stijlen die sinds de jaren 80 de wereld bekoord hebben. ‘Folktron’ is het tweede album van dit kwartet. De dominerende instrumenten zijn de kaval (een chromatische fluit die men vooral aantreft in de Balkan en Turkije) en de didgeridoo. Bevreemdend, opzwepend en bezwerend zijn sleutelwoorden in deze bizarre en vernieuwende mix van folk en hedendaagse genres. ‘Folktron’ klinkt steeds boeiend en te gek! maar is niet altijd even beklijvend, daarvoor blijven te weinig composities hangen.
publieksprijs: 15,35



PROJEKT RAKIJA – Pump Up The Radio

PROJEKT RAKIJA – Pump Up The Radio

Projekt Rakija is een multinationaal elfkoppig Sevdah-orkest dat geleid wordt door de Bosnische gitarist Igor Sekulovic; deze bonte troep opereert vanuit Nederland. Tijdens zijn opleiding aan de Rockacademie ontwikkelde Igor zich voornamelijk in de richting van rockgitarist. Maar voor zijn afstudeershowcase gooide hij het roer flink om. Hij wou iets anders doen en er was ook de nostalgie naar zijn geboorteland. Hij leerde saxofonist Robert De Kok kennen en het afstudeerproject werd tenslotte een heus orkest. Het repertoire van Projekt Rakija bestaat deels uit traditionele, melancholische Sevdalinkaliederen, ook wel eens de Bosnische blues genoemd. Als kind in Banja Luka luisterde Igor naar zijn moeder en tantes wanneer ze deze oude liedjes zongen. Deze liedjes gaan over de liefde, het hunkeren ernaar of het ontbreken ervan. Sommige waren droevig, andere grappig, met een dubbele bodem. Deze liederen stammen uit de tijd toen de Ottomanen de Balkan veroverden en dat is alweer een hele tijd geleden. De combinatie van oriëntaalse, Europese en Sefardische elementen onderscheiden deze liederen van andere muziekvormen uit Oost-Europa. Naast invloeden van o.a. Mostar Sevdah Reunion en Goran Bregovic smokkelt Projekt Rakija ook op hun tweede album nog vele andere elementen binnen in hun eigenzinnige sound: rock, beats, reggae, electro, hiphop, rap en dubstep. Aldus komen ze tot een mix van feestelijke Balkan, melancholische Sevdalinka en hitsige, energieke westerse stijlen. Er wordt hier met veel passie en overgave gemusiceerd. Iets wezenlijk of echt vernieuwend toevoegen aan de traditie doet Projekt Rakija echter niet. We waren wel bijzonder gecharmeerd door het infoboekje in comic stripvorm.
publieksprijs: 20,40



HET BETERE VELDWERK

STELIOS PETRAKIS – The Art of the Lyra

STELIOS PETRAKIS – The Art of the Lyra

In 1999 dook muzikant, componist en instrumentenbouwer Stelios Petrakis op uit de studieworkshops van Ross Daly. Deze Ierse multi-instrumentalist die op Kreta woont was zelf ooit student bij lyrameester Kostas Moundakis (1926-1991) die op dit album ook gehuldigd wordt. Het gespierde maar ook gevoelige spel van Petrakis complementeert uitstekend topvocalist Vassilis Stavrakakis en wordt verder begeleid door twee Kretenzische laouto’s (luiten), davul (percussie) en baslyra. De muziek is zeer ritmisch en daar zal de aanwezigheid van een danser in de studio wellicht voor tussen zitten: dit is een praktijk uit de jaren 30 die hier nieuw leven wordt ingeblazen. Het repertoire is samengesteld uit traditioneel Kretenzisch werk, zowel liederen als dansen. Liefhebbers van het zeer betere veldwerk zullen hier uitgebreid hun gading vinden.
publieksprijs: 17,15


YUAN DENG – Il Fiume E La Montagna (The Mountain And The River)

YUAN DENG – Il Fiume E La Montagna (The Mountain And The River)

‘Il Fiume E La Montagna’ is het debuut van de Chinese Deng Yuan, een virtuoos op de gu zheng (oude zheng). Ze gradueerde in China en in Italië behaalde ze een Master of Engineering; momenteel werkt ze in Turijn. Ze leerde het instrument bespelen toen ze zes was en studeerde bij de beroemde meester Yong Mei. De gu zheng is een 21-snarige citer die zijn oorsprong heeft in het oude China en evolueerde tot een van de voornaamste solo-instrumenten in de Chinese traditionele muziek. Het instrument mag dan al een antiquiteit zijn, het grootste deel van de composities op dit album dateren uit de vorige eeuw maar zijn wel gebaseerd op thema’s uit oudere repertoires. De composities behelzen zowel dansmuziek van minderheden, vissersliederen, Tibetaanse volksmuziek als canonieke Chinese muziek. De aard van het repertoire is hoogst impressionistisch. Bijzonder aan dit album is dat een aantal stukken oorspronkelijk voor andere instrumenten gecomponeerd werden. Het spel van Yuan Deng is uitbundig, dynamisch, delicaat en weelderig. ‘Il Fiume E La Montagna’ is dan ook een uitstekende introductie tot dit instrument en zijn klankwereld.
publieksprijs: 16,45


BAYARBAATAR DAVAASUREN – The Art Of Mongolian Khöömii (Throat Singing)

BAYARBAATAR DAVAASUREN – The Art Of Mongolian Khöömii (Throat Singing)

Khöömii (keelzang) is een stijl die geworteld is in West-Mongolië, Tuva en de bergen van Altai. Op dit album staan zes originele composities van Davaasuren, drie van andere componisten en twee traditionals. In zijn eigen composities toont hij enkele vernieuwingen en invloeden aan waarvan hij, die oorspronkelijk van opleiding danser is, getuige is geweest. Hij begeleidt zichzelf nog op morin-khuur (tweesnarige viool van paardenhaar) en op tovshuur (luit van geitenhuid) en krijgt nog assistentie van de vermaarde Chinbat Baasankhuu op yatga (een gebogen citer met verstelbare kammen). Het tien minuten durende ‘Ih Khaanii duulal’ dient zowat als vitrine: hier demonstreert hij met zijn krachtige stem de diverse manieren van zingen van melodische boven- en ondertonen en de verschillende combinaties van beide en voorbeelden van zowel de shingen khöömii- (relatief hoog en schril) als de kharhiraa khöömii-techniek (zeer diepe keelklank). Ook bijzonder aan de opnames is de locatie, met name de kelder en het schip van de kerk van de abdij van Noirlac in Lyon, waarvan de natuurlijke akoestiek grondig geëxploreerd werd. Voor de meesten onder ons (ondergetekenden incluis) heeft het beluisteren van deze muziek veel weg van harde noten kraken maar toch valt niet te ontkennen dat wat we hier horen getuigt van pure emotionele kracht. De geïnteresseerde niet-ingewijden adviseren we met aandrang dit intrigerend en veeleisend album mondjesmaat te consumeren: dat is ook hoe wij het verorberd hebben.
publieksprijs: 16,10



VINYLRELEASES

- ‘LOST IN MALI’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15
- ANGÉLIQUE IONATOS – Reste La Lumière
publieksprijs: 18,50
- BAABA MAAL – The Traveller
publieksprijs: 19,10
- PROJEKT RAKIJA – Pump Up The Radio
publieksprijs: 22,35

GOUD VAN OUD

ZAP MAMA – Zap Mama (Adventures In Afropea 1)

ZAP MAMA – Zap Mama (Adventures In Afropea 1)

Bouwjaar: 1991
“Wat is dit? Het is het Originele Instrument. Het Primaire Instrument. Het meest Gevoelvolle Instrument: de Menselijke Stem. De muziek van Zap Mama belichaamt een myriade van vocale tradities van over de hele wereld, maar voornamelijk uit de funky Afrikaanse Diaspora vermengd met Euro-Amerikaanse tradities. Soms zijn er woorden, soms niet – enkel klanken. (Soms hebben we geen woorden nodig, maar denken er niet over – het is mooi. Zoiets wat je nooit hebt gehoord, behalve misschien in je onderbewuste.) De eenvoudigste klank is de meest weelderige. Rijkheid is afwezigheid. Vijf vrouwen. Afrikaanse en Europese, ZAP MAMA leven in Brussel – hoofdstad van Europa, de thuis van de Grote Molecule.” Tot zover het promopraatje bij het debuut van Zap Mama. Hoewel hier en daar zwaarwichtig slaat zo’n praatje voor een keer spijkers met koppen. In 1990 bracht Marie Daulne vijf jonge zangeressen met uitzonderlijke stemmen bij elkaar: Cecilia Kankonda, Celine ’t Hooft, Sabine Kabongo, Sylvie Nawasadio en uiteraard zichzelf. Al geruime tijd is Marie nog de enige die overblijft van de originele line-up en is Zap Mama zowat haar artiestennaam geworden. Marie Daulne werd in het vroegere Zaïre geboren uit een Belgische vader en een Zaïrese moeder en deze dubbele achtergrond is mee bepalend geweest voor haar muziek. Nauwelijks een jaar later nemen ze hun gelijknamige en ondertussen wereldvermaarde debuut-cd op en na een succesvolle wereldtournee ligt diezelfde wereld aan hun voeten. Ze worden ook opgemerkt door David Byrne die een belangrijke rol zal spelen in wat verder verder zal komen (zo gaan ze opnemen op zijn Luaka Bop-label). Hun debuut was a capella gezongen en bevatte elementen van een brede waaier aan muzikale tradities, vooral Centraal-Afrikaanse. Deze elementen werden op een bijzonder originele wijze aangevuld met soul, gospel, Afro-Cubaanse ritmes, pop en minimalisme. Het resultaat was een vreugdevol, gedurfd, brutaal en uitbundig album in een zeer vakkundige uitvoering dat een zeer groot vertrouwen en een groot gevoel voor plezier uitstraalde. Er werd geen gebruik gemaakt van samples of elektronica: wat we horen zijn de vocale acrobatieën van vijf zangeressen met nog wat occasionele percussie van David Weemaels en de menselijke beat box van Jean-Louis Daulne. Pygmee-polyfonie, jodelen, allerlei vocale percussie maar ook hijgen, lachen, niezen en gillen worden geweven tot een onwaarschijnlijk vocaal tapijtwerk. Een belangrijke stap voorwaarts zetten ze in 1994 met het album ‘Sabsylma’ waarop ook Indische, Marokkaanse en Australische invloeden te horen zijn. Dan vertrekt Marie Daulne voor 2 jaar op wereldreis en bij haar terugkomst neemt ze ‘Seven’ op. Er kwamen nieuwe muzikanten bij de groep en ook muzikaal worden er nieuwe wegen bewandeld. Daar waar de vorige albums bijna puur rond de stemmen draaiden worden op ‘Seven’ steeds meer (akoestische) instrumenten aangewend om de sound te verrijken. Marie Daulne verklaarde toen dat ze op zoek was naar instrumenten met een vocale klank en ook naar vergeten instrumenten zoals de guimbri. Op ‘Seven’ maakt Michael Franti zijn eerste opwachting bij Zap Mama, wat hij later dus nog wel meer zal doen. Hij was ook een van de producers van dat album. In 1998 ondernam de groep een tournee door Afrika. De opgedane inspiratie resulteert in het schitterende album ‘Á Ma Zone’ (helaas niet meer verkrijgbaar). Daarna gaat Marie Daulne in Amerika wonen en werken maar in 2004 keert ze terug naar Brussel. Dat jaar verschijnt ‘Ancestry In Progress’ met invloeden van hiphop en r&b, wellicht een gevolg van haar verblijf in de States. Gastrollen zijn weggelegd voor o.m. ?uestlove (van The Roots), hiphopper Common en beatboxer Scratch. Nog eens drie jaar later verschijnt ‘Supermoon’ met een mix van world, pop, jazz en soul. De guestlist is indrukwekkend: Tony Allen, Michael Franti, David Gilmore…. Het album was dat iets minder. In 2009 verschijnt het voorlopig laatste album ‘ReCreation’. Duidelijk is wel dat Zap Mama met de jaren steeds verder wegglijdt van “wereldmuziek”. Later dit jaar staat een nieuw album gepland.
publieksprijs: 18,25
Meer van deze artiesten:
Ancestry In Progress (bouwjaar: 2004; 25,70€) (2 cd)
ReCreation (2009; 11,25)
Seven (1997; 18,25).