Muzieknieuws maart 2016

ROKIA TRAORÉ – Né So

ROKIA TRAORÉ – Né So

Zangeres, liedjesschrijfster,multi-instrumentaliste (gitaar, ngoni, balafon) en schrijfster Rokia Traoré heeft tussen 1998 en 2013 een kwintet indrukwekkende meesterwerkjes op de wereld losgelaten: ‘Mouneïssa’, ‘Wanita’, ‘Bowmboï’, ‘Tchamantché’ en ‘Beautiful Africa’. Zeer productief is ze niet, ‘Né So’ is haar zesde album in 19 jaar, maar de kwaliteit is omgekeerd evenredig en haar werk staat al een huis. Bij het verschijnen van ‘Né So’ zijn wij dan ook zeer benieuwd als ze van dat kwintet parels nu een sextet gemaakt heeft. Het antwoord hebben jullie tegoed aan het einde van deze bespreking. Rokia Traoré werd in Mali geboren als lid van de etnische Bambaragroep. Haar vader was een diplomaat en aldus reisde Rokia als kind al een stuk van de wereld af (Algerije, Saud- Arabië, Frankrijk, België….) en werd ze blootgesteld aan een brede waaier aan invloeden. De Bambaras (of ook Bamanas) hebben een rijke griottraditie, maar lieden van adel, zoals de familie Traoré, worden ten zeerste ontmoedigd om als muzikant op te treden. Rokia studeerde in Mali terwijl haar vader in Brussel verbleef. In die periode begon ze op te treden in Bamako. Het was destijds in Afrika ongebruikelijk dat een zangeres ook gitaar speelde. In haar arrangementen gebruikte ze ook vocale harmonieën die vrij nieuw waren in de Malinese muziek. In 1997 ging ze scheep met Ali Farka Touré en dat was een zeer belangrijke stap in haar muzikale ontwikkeling. Op Radio France werd ze uitgeroepen tot “Afrikaanse ontdekking van het jaar”. Wat daarna volgde kunnen jullie desgewenst nalezen in ons cd-nieuws van december 2011. Ze is ondertussen gevlucht uit Mali maar blijft zich verder engageren voor haar compatriotes: in Bamako heeft ze de Foundation Passerelle opgericht, die de ontwikkeling en de organisatie van muziek en podiumkunsten in Mali wil stimuleren en ondersteunen. ‘Né So’ betekent “thuis” in het Bambara, een niet zo vanzelfsprekend gegeven voor Rokia Traoré. Thuis staat hier metafoor voor zowel het persoonlijke als het politieke aspect en verwijst naar begrippen als toevluchtsoord, nostalgie, burgeroorlog, vluchtelingen, liefde en vrijheid. Net als bij voorganger ‘Beautiful Africa’ koos ze voor John Parish (bekend van zijn werk met o.m. PJ Harvey, Eels, Arno….) als producer; hij is op enkele liedjes ook te horen als muzikant (er zijn ook nog gastrollen voor John Paul Jones en Devendra Banhart). Muzikaal blijft Traoré zoals gewoonlijk Mandingue perfect uitgebalanceerd mengen met pop- en rockinvloeden en de klank en de sfeer zijn hoofdzakelijk intiem en minimalistisch. Parish zorgt voor een bijzonder heldere en zuivere klank en doet dit met veel respect voor Traoré en haar muziek. De benadering op ‘Né So’ verschilt duidelijk van die op ‘Beautiful Africa’, ondanks dezelfde instrumentale lineup en producer. De strakke en herhaalde riffs zijn dunner dan op haar vroegere werk en de stemming is donkerder, gepijnigd en meer persoonlijk, met urgente en bedachtzame songs met adviezen voor de politiekers in Mali en verwerping van het geweld in haar thuisland. De meeste teksten worden gezongen in het Bambara, enkele in het Frans en het Engels. Tien van de elf liedjes heeft Traoré zelf geschreven, het elfde is een met gepijnigde en huiverende stem gezongen gevoelvolle cover van ‘Strange Fruit’. Ook op ‘Né So’ klinkt de uitmuntende zangeres Rokia Traoré rijk, verrassend, rijp, doorleefd en authentiek. Maar toch haalt ‘Né So’ niet het torenhoge niveau van het hoger vermelde kwintet indrukwekkende meesterwerkjes van haar: het kwintet parels is dus geen sextet geworden Maar een iets mindere Rokia Traoré torent nog altijd uit boven het gros van de releases die ons dag in dag uit bereiken.
Rokia Traoré concerteert op 19 maart in Flagey, Brussel.
publieksprijs: 20,00

LA-33 – La Ruta de la Pantera

LA-33 – La Ruta de la Pantera

La-33 wordt beschouwd als een van de heetste hedendaagse salsabands en als het speerpunt van de salsa - nieuwe stijl uit Bogotá, Colombia. De groepsnaam verwijst trouwens naar de 33ste straat in Teusaquillo, het 13de district van Bogotá, waar de groep in 2001 het levenslicht zag. Hun sound is aanstekelijk en gevarieerd: ze mixen seventies grooves als boogaloo, latin jazz, salsa dura, mambo, rumba, salsa romantica, Afro-Cubaans en cumbia met de klanken van vandaag en ze doen dat goed. ‘La Ruta de la Pantera’ verzamelt het beste uit de vier albums die ze tot dusver uitbrachten en dat beste werd voor de gelegenheid geremasterd. Hun prijsbeest ‘Pantera Mambo’ (Henry Mancini’s thema uit ‘The Pink Panther’) krijgen we te horen in een vinnig nieuw kleedje. La-33 kan het best omschreven worden als een troep uiterst prettige wildemannen die salsa een eigenwijs, uitdagend, puntig en innovatief gezicht verleent en die zelfs niet-salsaliefhebbers als ondergetekenden moeiteloos bij het nekvel grijpt en finaal ook over de streep trekt. Deze uitstekend samengestelde compilatie doet dan ook heel erg reikhalzen naar nieuw werk.
publieksprijs: 15,35

SIDESTEPPER – Supernatural Love

SIDESTEPPER – Supernatural Love

We blijven in Bogotá met Sidestepper; dit Colombiaans kwintet werd in 1996 opgericht door de Engelse DJ / producer Richard Blair. Wat voorafging: in 1992 werkte Blair als studiotechnicus voor Real World Records mee aan het album ‘La Candela Viva’ van Totó la Momposina. Hij raakte gefascineerd door de Latijnse en Afro-Caraïbische klanken van Totó en haar groep en trok daarna naar Colombia om haar te bezoeken en meer te weten te komen over haar muziek. Wat aanvankelijk een reis voor enkele weken was werd een verblijf van drie jaar om zich onder te dompelen in de cultuur en de muziek van het land. Hij voorzag er in zijn onderhoud met studio- en productiewerk. In 1996 keerde hij terug naar Engeland en ging er aan de slag als DJ Sidestepper; nog datzelfde jaar vormde hij de groep met dezelfde naam en een jaar later was hun debuutalbum een feit. De groep is een van de bedenkers van de Colombiaanse electro cumbia, beïnvloed door populaire Afro-Colombiaanse stijlen als salsa en cumbia alsook door elektronische dansmuziek en drum and bass, dit alles overgoten met een dubsaus. In 2003 brachten ze het invloedrijke album ‘3AM (In Beats We Trust)’ uit. Met hun zesde album ‘Supernatural Love’ nemen deze vier heren en een dame een flinke en verrassende bocht. De beats en de grooves zijn er nog steeds en zijn nog even urgent als voorheen maar worden nu bezorgd met handdrums, shakers en tamboerijnen en gekoppeld aan een grotendeels akoestische lineup met o.a. fluiten en kalimba (duimpiano) en overgoten met vraag-en-antwoord-gezangen. De elektronische en dubeffecten zijn zeer schaars aanwezig en dit album presenteert zich als een no-nonsense set van innemende en opgewekte melodieën die in de slag gaan met aanstekelijke percussie. De modernisten van Sidestepper hebben met ‘Supernatural Love’ een vederlichte en organische verrassing van formaat afgeleverd.
publieksprijs: 17,15

GRUPO FANTASMA – Problemas

GRUPO FANTASMA – Problemas

Grupo Fantasma’s scherpe en vinnige mix van cumbia, latin funk en soul vergezeld van een fris gevoel voor Tejanomuziek dook op in de clubs van Austin aan het begin van deze eeuw. Op hun vijfde studioalbum ‘Problemas’ draaft de groep op met hun beste materiaal ooit. De groep, in 2010 nog goed voor een Grammy voor ‘El Existential’, is meer dan ooit gerijpt over de jaren heen maar behield zijn haast kinderlijke gevoel voor verwondering. Grupo Fantasma brengt op ‘Problemas’ het vertrouwde dansbare recept met lekkere grooves en hooks en veel muzikaliteit en vakmanschap en brengt schijnbaar ongedwongen, naadloos en organisch hun explosie van diverse stijlen. De groep weet zijn bijzondere live-reputatie ook in de studio over te brengen en klinkt energiek, passioneel en urgent. Grupo Fantasma reikt naar de toekomst met veel respect voor de traditie en erkent daarbij dat traditie en grenzen verleggen evenwaardig zijn. Dit pretentieloze kleinood verdient uw aller aandacht.
publieksprijs: 18,60

AMSTERDAM KLEZMER BAND – Oyoyoy

AMSTERDAM KLEZMER BAND – Oyoyoy

AKB viert dit jaar de twintigste verjaardag en een van de evenementen is ‘Oyoyoy’, hun veertiende album alweer. Op dit album onderzoekt AKB naar eigen zeggen de essentie van hun muzikale inspiratiebronnen en verkent de groep de grenzen van de eigen eclectische en invloedrijke stijl. Deze zevenkoppige band uit Mokum begon ooit als een straatorkest dat traditionele Joodse dansmuziek speelde. Maar al snel groeide het orkest uit tot een ensemble dat vele stijlen aandurft. Hun muziek beperkt zich al lang niet meer tot klezmer en balkan: invloeden van diverse genres (o.a. uit Turkije, Oost-Europa en Noord-Afrika) hebben beetje bij beetje hun ingang gevonden en resulteerden vaak in een unieke mishmash van klezmer en balkan met scherpe percussie en elektronica alsook in een vaak uitzinnige crash die ons bij momenten deed denken aan The Kyteman Orchestra. Hun muziek baadt in een variatie van uiteenlopende genres en maatsoorten (sirba, turbo polka, cocek, oom-pah, oneven maatsoorten). Hun spel is steeds virtuoos en de speelvreugde en het jolijt lopen er van af. AKB brengt dansmuziek par excellence die ook de meest weerbarstige strijkplanken overstag doet gaan. Klezmerfans zullen het wellicht niet fijn vinden dat instrumenten als de viool en de tsimbl ondertussen achterwege werden gelaten en dat de groep steeds meer haar toevlucht nam tot geprogrammeerde geluiden, maar so be it. Hoe dan ook voegde die stapsgewijze koerswijziging een nieuwe dimensie toe aan het groepsgeluid en ook aan klezmer. In tegenstelling tot bij traditionele klezmer wordt bij AKB veel gezongen en in het geval van frontman Job Chajes is dat een uitstekende zaak: zijn zang en raps zijn een lieve lust voor de oren. De tragere liederen worden doorgaans gedragen door de doodgraversstem van Alec Kopyt. Vaak wordt AKB de ‘Magnificent Seven’ van klezmer en balkan’ genoemd. Ze hebben een ijzersterke livereputatie: waar AKB is langs geweest, daar is het feest geweest. Maar niet alles is feestgedruis, er is ook voldoende ruimte voor de humor en de melancholie, eigen aan klezmer en balkan. Niet enkel in Europa heeft dit gezelschap een enthousiaste achterban, maar ook in Turkije, Brazilië, de VS en Canada. Ze zijn graag geziene gasten op festivals en ook onder collega-muzikanten is de band geliefd: regelmatig worden hun nummers gecoverd en geremixed (o.a. door Shantel); deze remixes zijn ook wereldwijd te horen in clubs. Waar AKB op enkele recente albums beroep deed op elektronica zweert de groep nu net als op voorganger ‘Benja’ bij de akoestische basisbezetting (contrabas, altsax, zang, percussie, trompet, trombone, klarinet, accordeon): ondanks de toegevoegde waarde die de uitbreiding betekende is deze terugkeer naar de oorspronkelijke formule ook een verademing gebleken. Ook op ‘Oyoyoy’ worden klezmer en balkan doorspekt met genrevreemde invloeden zoals ska, jazz en hiphop. Zowat alle troeven die we hoger in deze bespreking beschreven worden weer eens uitgespeeld, m.a.w. het beproefde recept wordt uit de kast gehaald. En toch blijven we na beluistering van dit verjaardagsalbum met een onvoldaan gevoel achter: we betwisten het vakmanschap pur sang van AKB geenszins maar ‘Oyoyoy’ haalt nergens het hoge niveau van het voorafgaande kwartet ‘Katla’, ‘Mokum’, ‘Blitzmash’ en ‘Benja (Gangsters & Entertainers)’. Daarvoor vallen een aantal composities te licht uit en bij momenten maakt het orkest een wat stuurloze indruk. Op de bonus-cd vinden we remixes van 8 nummers door bevriende DJs en artiesten. Wij hebben helemaal geen probleem met het remixfenomeen maar deze bonus-cd biedt geen enkele meerwaarde vanwege te weinig geïnspireerde bijdragen. Tot slot: de pauw op de hoes staat daar niet zomaar te staan, maar wel symbolisch: in de jiddische traditie staat de pauw voor brenger van nieuws uit verre en denkbeeldige werelden.
publieksprijs: 25,50 (2 cd)

DIVANHANA – Zukva

DIVANHANA – Zukva

‘Zukva’ (zure appel’) is het derde album van het sextet Divanhana uit Sarajevo. Hun repertoire bestaat uit urbane traditionele muziek uit Bosnië en Herzegovina die ze voorzien van uitstekende nieuwe en eigenzinnige arrangementen. Ze leggen de nadruk op de melancholische sevdalinkaliederen, ook wel eens de Bosnische blues genoemd. Wij voegen daar ook graag het Spaanse ‘duende’ en het Portugese ‘saudade’ aan toe om het Bosische ‘sevdah’ te kaderen. Deze liedjes gaan over de liefde en passie, het hunkeren ernaar of het ontbreken ervan. Sommige zijn droevig, andere grappig, met een dubbele bodem. Deze liederen stammen uit de tijd dat de Ottomanen de Balkan veroverden en dat is alweer een hele tijd geleden. De combinatie van oriëntaalse, Europese en Sefardische elementen onderscheiden deze liederen van andere muziekvormen uit Oost-Europa. De zukva is een kleine zure appel die enkel in Bosnië en in Herzegovina groeit aan stevig gewortelde bomen en bij Divanhana symbool staat voor de stevig gewortelde historische en culturele erfenis van Bosnië en Herzegovina. Wat hun aanpak onderscheidt van de traditionele is de toevoeging van blaasinstrumenten, piano, bas en drums aan de traditionele accordeon en zang; deze toevoeging bezorgt de sevdalinka een jazzgevoeligheid. Er wordt virtuoos, vibrerend, intens, gepassioneerd en energiek gemusiceerd maar de grote troef van Divanhana is ongetwijfeld zangeres Leila Catic die de luisteraar weet te veroveren met haar bijzonder warme, broeierige en ook heldere en zijdezachte stem, zowel in speelse als in smartelijke sferen. ‘Zukva’ is een verrassende kennismaking met een groep die vanuit respect voor de traditie en met een brede kijk over de grenzen heen die traditie opnieuw inkleurt met een origineel palet.
publieksprijs: 16,10

IDAN RAICHEL – At the Edge of the Beginning

IDAN RAICHEL – At the Edge of the Beginning

In zijn thuisland is de Israëlische singer-songwriter en pianist Idan Raichel een grote ster en een icoon, maar daarvan strooit hij nooit de allures uit. Alhier kennen we hem vooral van het multiculturele The Idan Raichel Project en meer recent nog van zijn twee verrukkelijke samenwerkingen met Vieux Farka Touré onder de noemer The Touré-Raichel Collective. Raichel is een muzikale bruggenbouwer tussen geografische, etnische, politieke en religieuze verschillen en dat kwam zeer goed tot uiting bij de twee voornoemde projecten. Op zijn nieuwe album, zijn eerste solowerk, ‘At the Edge of the Beginning’ ruimt hij dan weer plaats voor introspectie en zelfreflectie en dat is ook de reden waarom dit een soloalbum werd. Hij reflecteert ook over levenscycli, menselijke betrekkingen en opnieuw beginnen. “Soms moet je terugkeren naar de eenvoudige dingen in het leven.”, zegt hij daarover. Deze stap is ook duidelijk bepaald geweest door recente gebeurtenissen in zijn persoonlijke leven, meer bepaald de geboorte van zijn twee kinderen. Daar waar hij voorheen in allerlei talen zong zijn alle liederen nu in het Hebreeuws gezongen (met Engelse vertalingen in het infoboekje); ze zijn traag en gevoelvol, peinzend in toon en dromerig in klank. Met dit album wijkt Raichel sterk af van alle vorige werk. Ooit startte hij met muziek die sterk beïnvloed was door Ethiopische grooves (hij werkte destijds als jeugdraadsman in een school voor Ethiopische tieners) vooraleer van start te gaan met The Idan Raichel Project. We weten niet echt goed wat we met dit album aanmoeten: het is zeker niet ons favoriete werk van Idan Raichel; we gunnen de man zijn persoonlijke geluk en zijn persoonlijke, voorouderlijke en familiale meditatie maar tegelijk hopen we dat hij snel weer zal focussen op het slopen van culturele barrières.
publieksprijs: 16,95

AMADOU DIAGNE – Ligéey

AMADOU DIAGNE – Ligéey

Zanger / multi-instrumentalist Amadou Diagne is een Senegalese griot die al percussie speelde toen hij amper vier was. Hij speelde jarenlang in de zeer gewaardeerde National Band (waarmee hij o.a. Youssou N’Dour en Cesaria Evora begeleidde) en ontwikkelde zijn eigen stijl in de muziekclubs van Dakar. In 2011won hij de ‘Battle Of The Bands’-wedstrijd bij World Music Network en werd daarvoor beloond met de opname en release van zijn debuut, op de Rough Guides-subreeks Introducing. In 2013 verscheen ‘Yakar’ en net als zijn debuut was dat een intens en exquis luisteralbum en was het vooral een bevestiging van een groot talent dat nog verder gerijpt was. Diagne heeft een mooie, fragiele en lichthese stem met een timbre dat wat doet denken aan dat van Geoffrey Oryema. Op die twee albums bracht hij vooral intieme, ingetogen maar ook intense songs van voortreffelijke makelij waarop hij zichzelf hoofdzakelijk begeleidde op bluesy akoestische gitaar en traditionele percussie met nog extra delicate en smaakvolle begeleiding. Hij bezong de mooie en minder mooie facetten van het leven en maakte daarbij aardig wat statements. De meeste van zijn teksten zingt hij in het Wolof, de meest gebruikte taal in Senegal. Voor ‘Lgéey’ ging hij samenwerken met de Israëlisch / Engelse multi-instrumentalist en producer Mark Smulian; beide heren ontmoetten elkaar in 2013 op Schtumm Jamboree, een jamsessie in de Real World Studios. Smulian staat voor culturele en politieke dialoog d.m.v. het creatieve proces van muziek maken. En weerom worden we vergast op een gevoelvol, prikkelend en krachtig album. Amadou zingt recht uit zijn hart en brengt verhalen over zijn vroegere leven in Senegal en zijn voorbije decennium in het VK waarbij Wolofspreekwoorden verpakt worden in een moderne context. Zijn liederen vertellen ook verhalen over zijn stem, het koesteren van zijn gaven en het harde werken om zichzelf en zijn familie te onderhouden en maken aldus van ‘Ligéey’ ook een persoonlijk dagboek. Zijn boodschappen zijn tegelijkertijd uitdagend en troostend. “Ligéey” is Wolof voor “werken” en in zijn muzikale wereld gebruikt Amadou dit woord om “beoefening” en “samen werken” uit te drukken. O.l.v. Mark Smulian werkt Diagne met artiesten uit een brede waaier aan culturele en muzikale achtergronden.
publieksprijs: 15,35

LILIAN VIEIRA GRUPO – Tanta Coisa

LILIAN VIEIRA GRUPO – Tanta Coisa

Lilian Vieira groeide op in Rio de Janeiro maar woont ondertussen al meer dan 25 jaar in Nederland. We kennen haar in de eerste plaats als zangeres van Zuco 103; twee jaar geleden kwam ze op de proppen met haar gelijknamige solodebuut waarop ze terugkeerde naar de jaren 70, haar jeugd en haar geboortegrond. Haar tweede album ‘Tanta Coisa’ (‘een heleboel’) behandelt zowel tekstueel als muzikaal Brazilië en haar volk. Aan deze cd is ook een nieuwe theatertour verbonden, ‘Brasil Beyond De Bundas’. De muziek is een mix van MPB (Música Popular Brasileira) en traditionele Braziliaanse muziek met nog wat jazz- en funkinvloeden. De albumtitel verwijst ook naar de brede waaier aan stijlen en thema’s die aan bod komen. De groep van Vieira speelt zwierig en organisch en de meeste liedjes worden vooral gekleurd door de keyboards van Wiboud Burkens die ook voor de productie en de mix tekende en die we nog kennen van de productie van het geweldige album ‘Hidden’ van ons favoriete onovertroffen piepkuikencollectief Jungle By Night, maar dit geheel terzijde. Dit luchtige en vederlichte geheel zal wellicht gesneden koek zijn voor de liefhebbers van het genre (en daar rekenen wij onszelf niet bij) al zullen die liefhebbers wellicht minder blij zijn met de vaststelling dat ze voor hun geld slechts 33 minuten muziek in de plaats krijgen. Wat er ook van zij, dat deze straffe madam kan zingen staat buiten kijf. Het weze duidelijk dat dit niet onze meug is maar we voelen ons niet te beroerd om toe te geven dat hier degelijk vakwerk geleverd is. De productie en de arrangementen zijn uitgekiend en vlekkeloos maar naar onze smaak ook te glad.
publieksprijs: 16,95

CÍCERO – A praia

CÍCERO – A praia

Nee, dit is niet de wederopstanding van de Romeinse redenaar van weleer maar de derde cd van de Braziliaanse multi-instrumentalist Cícero Rosa Lins, voor ons een nobele onbekende. In 2011 debuteerde hij als soloartiest met ‘Canções de Apartamento’ dat in Brazilië op veel bijval mocht rekenen. Dat album liet zich kenmerken door een mix van bossa nova en melancholische samba met postrock en wordt in Brazilië beschouwd als een mijlpaal in de nieuwe MPB scene. Voor zijn tweede album ‘Sábado’ koos hij niet voor de veilige weg om met een doorslagje van zijn succesdebuut voor de pinnen te komen maar kwam hij voor de dag met ingetogen vocalen, een schrale sound en een ruwe attitude. De meeste fans en critici waren blijkbaar niet onder de indruk. Voor het eerst nam Cícero nu op in een heuse studio. Anders dan zijn voorganger klinkt ‘A praia’ weer helemaal Braziliaans, maar dan wel nieuwe stijl: oude stijlen zoals samba, bossa nova en forró worden een zeer hedendaags kleedje aangetrokken. De stemming varieert van melancholisch over contemplatief tot zonnig. Onze stemming helde meermaals over naar slaapmodus vanwege te veel oever- en richtingloos gepingel waardoor soms boeiende aanzetten vakkundig de nek omgedraaid worden.
publieksprijs: 20,10

MAYTE MARTIN – cosas de doS

MAYTE MARTIN – cosas de doS

Flamenco- en bolerozangeres en componiste Mayte Martin wordt algemeen erkend als een van de belangrijkste en meest veelzijdige flamencostemmen van haar generatie. In 2012 verbrak ze alle banden met de muziekindustrie en besloot ze met behulp van crowdfunding zelf een livealbum op te nemen waarop we boleros en andere Latijns-Amerikaanse ballades horen. Ze wordt begeleid op piano, viool , bas en allerlei Latijns-Amerikaanse percussie. Het stemgeluid van Martin is elegant, delicaat en vol van emoties en de muzikanten waren die twee avonden in grote doen. Wij horen Mayte Martin liever flamenco zingen: het repertoire dat ze hier brengt heeft alles weg van variété en dat is helemaal niet onze meug.
publieksprijs: 18,75

MUYIWA – Èkó Ilé

MUYIWA – Èkó Ilé

Muyiwa Olarewaju is een Britse gospelartiest van Nigeriaanse afkomst. De man is een fenomeen in het VK en zijn nieuwe album ‘Èkò Ilé’ is volledig aan Afrika gewijd. Dit album betekent een terugkeer naar zijn wortels en de albumtitel is een verwijzing naar een Nigeriaanse folksong die ook op dit album is opgenomen. Muyiwa grasduint in diverse Afrikaanse stijlen en onderneemt daarbij een muzikale trip van het oosten naar het westen van het continent. Muyiwa zingt in Yoruba (zijn moedertaal), Swahili, Zulu en Pidgin Engels. Op zijn ode aan Afrika wijkt Muyiwa af van zijn vertrouwde gospelformule en verpakt hij zijn boodschappen in songs en spoken wordverhalen. Zijn geloof blijft ook nu een grote inspiratiebron naast zijn zoektocht naar vrijheid en identiteit, de toestand van Nigeria en bij uitbreiding van Afrika, hoop, dankbaarheid, solidariteit…. Muzikale en thematische inspiratiebronnen bij de vleet dus en toch klinkt ‘Èkó Ilé’ als één langgerekte inspiratieloze geeuw.
publieksprijs: 17,10

‘SOUL SOK SÉGA’ (compilatie)

‘SOUL SOK SÉGA’ (compilatie)

Séga is de traditionele muziek van Mauritius en wordt ook al eens omschreven als de blues van de Indische oceaan. Het ontstaan kan gesitueerd worden vanaf de 17de eeuw toen Afrikaanse slaven op de suikerrietvelden dansten op geïmproviseerde muziek die gebaseerd was op ritmes uit hun thuislanden in West-Afrika, Mozambique en Zanzibar en Madagascar. Uit deze diverse Afrikaanse invloeden ontsprong een nieuwe dans en muziek. Oorspronkelijk werd op deze muziek neergekeken maar vanaf halfweg de jaren 60 werd séga een symbool van nationale trots en identiteit voor Mauritius. Met de opkomst van elektrische instrumenten, de instroom van funk, soul en jazz uit het westen en van reggae en Bollywood en de toename van lp’s werd séga commercieel. De funky ségabeat nam de dansvloeren over en over het ganse eiland doken séga-artiesten op: een nieuwe generatie charismatische zangers werden nationale sterren. Deze in het Creools gezongen stijl verenigde alle gemeenschappen op het eiland: Europese, Afrikaanse, Indiase en Chinese gemeenschappen, hindoes, moslims en christenen, allen dansten de séga. Deze compilatie omvat de bloeiperiode (1973-1979) van séga en werd samengesteld door het DJ duo La Basse Tropicale (Natty Hô en Konsöle) dat op het naburige eiland La Réunion verblijft. De unieke hypnotische groove van séga wordt vooral bepaald door de ravanne drum, vervaardigd uit geitenvel dat over een grote houten lijst gespannen wordt. ‘Soul Sok Séga’ is een uiterst boeiend tijdsdocument dat vooral liefhebbers van tropische muziekstijlen zal weten te boeien.
publieksprijs: 17,05


REGGAE

AUGUSTUS PABLO – This is Augustus Pablo

AUGUSTUS PABLO – This is Augustus Pablo

Horace Swaby (1953-1999), aka Augustus Pablo, was een Jamaicaanse roots reggae- en dubproducer en melodica- en keyboardsspeler (piano, orgel, clavinet). Hij bezorgde het gebruik van de melodica in de reggae populariteit. Het instrument werd in de Jamaicaanse openbare scholen als belangrijkste instrument gebruikt in de muzieklessen. Met de jaren vergroeide de man a.h.w. met zijn melodica. Na een reeks singles verscheen in 1974 zijn debuutalbum ‘This is Augustus Pablo’ dat nu in limited edition deluxe reissue op cd verschijnt met 3 bonus tracks, o.m. zijn eerste hit ‘Java’. Een jaar later werkte hij voor de eerste keer samen met de legendarische technicus King Tubby, met wie hij nog eens een jaar later ‘King Tubbys meets Rockers Uptown’ zou maken, zeg maar de moeder aller dubplaten, een onovertroffen clash tussen 2 grootheden en vernieuwers. In de tweede helft van de jaren 70 maakte hij furore als producer van god en klein pierke in de reggae. Op zijn debuut ‘This is Augustus Pablo’ wordt hij begeleid door schoon volk zoals Carlton Barrett, Aston Barrett, Lloyd Parks, Earl Smith, Tyrone Downie, Ansel Collins, Zoot Simms…. ‘This is Augustus Pablo’ mag beschouwd worden als een meesterstuk uit de vroege reggae en dub en heeft daarnaast ook nog een groot belang door het introduceren van de melodica in reggae. Dit is m.a.w. een zeer welgekomen heruitgave.
publieksprijs: 18,60

COUNT OSSIE AND THE MYSTIC REVELATION OF RASTAFARI – Tales Of Mozambique

COUNT OSSIE AND THE MYSTIC REVELATION OF RASTAFARI – Tales Of Mozambique

Het Rastafarigeloof dook op tijdens een periode van sterke politieke en sociale veranderingen in Jamaica in de jaren 30. Antikolonialisme en opkomst voor arbeidersrechten staken voorzichtig de kop op. Maar de belangrijkste katalysator voor de geboorte van dat geloof was de kroning van Haile Selassie I. Wat volgt in het verhaal is een hoop religieuze onzin en daar willen we jullie van besparen. Een van de vroegste vermeldingen van Ethiopia in Jamaicaanse muziek kwam van mentozanger Lord Lebby in ‘Ethiopia’ (uit 1955) waarin het Ethiopianisme ter sprake komt, de politieke beweging die opriep tot een terugkeer naar Afrika. Het concept van het Ethiopianisme is ouder dan zowel Rastafari als de Back-to-Africa beweging van Marcus Garvey, dat wel door beide gepromoot zou worden. De vroegste specifieke referenties naar Rastafari in de populaire Jamaicaanse muziek dateren van de vroege jaren 60. En hier komt Count Ossie op de proppen. Hij was de sleutel tot de link tussen Rastafari en Jamaicaanse populaire muziek. De originele vinylversie van ‘Tales Of Mozambique’ dateert van 1975 en draagt in zich de kiemen van roots reggae en het betrekt een gewijde plaats in de Jamaicaanse muziekgeschiedenis. Het album combineert op radicale wijze repetitieve traditionele Rastafaridrums met gezangen en occasionele blazers. The Mystic Revelation Of Rastafari was samengesteld uit Ossie’s drummers en Cedric Brooks’ Mystics. Dat resulteerde in een traditionele nyahbinghi groep aangevuld met bas en blazers. Enkele nummers neigen naar free funk en free jazz en dan duiken de geesten van Sun Ra en van Art Ensemble of Chicago op. ‘Tales Of Mozambique’ verheerlijkt de Afrocentrische identiteit en tradities en vertelt de geschiedenis van de kolonisatie van en de slavernij in Mozambique. Dit album is in de eerste plaats interessant voer voor veldwerkers.
publieksprijs: 20,65

‘STUDIO ONE SHOWCASE The Sound Of Studio One In The 1970s’ (compilatie)

‘STUDIO ONE SHOWCASE The Sound Of Studio One In The 1970s’ (compilatie)

Sinds 2004 is Soul Jazz Records bezig met het archiveren en inventariseren van de opnames uit de schatkamers van de iconische en baanbrekende Jamaicaanse opnamestudio Studio One. Deze studio kan gerust omschreven worden als de wieg van de reggae. In 1963 opende sound system operator Clement “Coxsone” Seymour Dodd zijn eigen studio in Kingston, Jamaica. Samen met het nu legendarische huisorkest The Skatalites giet hij er de funderingen van de reggae. De reggaeartiesten die destijds niet op Studio One zijn geweest zijn bij wijze van spreken op de vingers van een hand te tellen. Bob Marley blikte er het prototype van ‘One Love’ in; Lee Perry begon er als buitenwipper en werd vervolgens auditieleider. Wat nog volgde is geschiedenis. Clement Dodd overleed op 80-jarige leeftijd en Brentford Road, waar Studio One gevestigd was, werd omgedoopt tot Clement Dodd Boulevard. In Studio One werden meer dan 250 albums en meer dan 6000 singles opgenomen. Sinds jaar en dag beheert en koestert Soul Jazz Records deze muzikale erfenis en schatkamers, o.m. met deze onvolprezen thematische compilatiereeks. Op deze nieuwste uitgave wordt teruggeblikt op de jaren 70, het meest uitdagende en tegelijkertijd ook meest creatieve decennium van Dodd, gekenmerkt door tal van vernieuwingen. Het label en Dodd stonden toen op een tweesprong en belandden in een opwindende en baanbrekende productiestroom en behielden hun leidende pioniersrol in reggaemuziek, in weerwil van de uitdagingen van nieuwe producers en constante muzikale en technologische innovaties in de reggae. De hoogtepunten op deze compilatie worden ons geserveerd door Horace Andy, Prince Jazzbo, Michigan & Smiley, Freddy McGregor, Johnny Osbourne, The Heptones en The Willows. Naar goede gewoonte hoor je ook nu een goed doordachte en uitgebalanceerde selectie met als resultaat een uiterst boeiende en leerrijke geschiedenisles (met bijzonder goed gedocumenteerd infoboekje) en de zoveelste parel in deze uitstekende en vaak essentiële compilatiereeks.
publieksprijs: 19,05

VINYLRELEASES

- AMSTERDAM KLEZMER BAND – Oyoyoy
publieksprijs: 29,80 (2 lp)
- SIDESTEPPER – Supernatural Love
publieksprijs: 18,75
- AUGUSTUS PABLO – This is Augustus Pablo
publieksprijs: 23,10
- COUNT OSSIE AND THE MYSTIC REVELATION OF RASTAFARI – Tales Of Mozambique
publieksprijs: 20,80 (2 lp + download code)
- ‘STUDIO ONE SHOWCASE’ (compilatie)
publieksprijs: 20,80 (2 lp)
- ‘SOUL SOK SÉGA’ (compilatie)
publieksprijs: 27,20 (2 lp + cd)
- ‘NIGERIA 70’ (compilatie)
publieksprijs: 35,35 (3 lp + 3 cd)
- ‘NEW QUEENS OF FADO’ (compilatie)
publieksprijs: 20,85
- ‘ROUGH GUIDE to CALYPSO GOLD’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15


GOUD VAN OUD

THE SPECIALS – The Specials

THE SPECIALS – The Specials

Bouwjaar: 1979
The Specials zijn na The Skatalites wellicht de meest vermaarde en belangrijke skaband (beide dateren wel uit een ander tijdperk); de bindende factor is trombonist Rico Rodriguez. Hun loopbaan was kortstondig (1977-1983) maar zeer creatief en stormachtig en ze zijn verantwoordelijk voor een resem skaklassiekers. Hun muziek combineert ska- en rocksteadybeats met punkenergie en -attitude. Veel van hun teksten zijn zeer geëngageerd (‘Free Nelson Mandela’, ‘Enjoy Yourself (It’s Later Than You Think)’, ‘Ghost Town’, ‘Rat Race’….) en ze waren ook politiek actief met Rock Against Racism. In 2008 was er de comeback (wel zonder stichtend lid Jerry Dammers en zonder de Jamaicaanse trombonelegende Rico Rodriguez) en sindsdien trekken ze weer volle zalen en zoals ze in Engeland zeggen: they’re still going on strong. Waar The Specials zijn langs geweest is het steeds weer feest! feest! feest! geweest. Dat werd nog maar eens bewezen op op het dubbele live album ‘More… Or Less.’ uit 2012 waarop ze nog steeds te keer gaan als dartele jonge veulens met diezelfde drive, spirit en enthousiasme van weleer.
Het debuutalbum van The Specials, geproducet door Elvis Costello, wordt door velen beschouwd als het determinerende momentum in de UK ska scene. Het capteerde als weinig andere de ontevredenheid en verbolgenheid die de jeugd van de Britse “concrete jungle” voelde, een term die ontleend werd aan een song uit het album ‘Catch A Fire’ van Bob Marley and The Wailers maar hier evenzeer toepasselijk gebruikt werd om de grimmige en heftige Britse stadscentra uit de jaren 70 te beschrijven. De sound van The Specials is een Britse herwerking van de originele Jamaicaanse ska uit de jaren 60. De muziek deelt de aanstekelijke energie van de originele skasound en injecteert die met de reeds aangehaalde verbolgenheid en punkgevoeligheid. Het eindresultaat klinkt aanzienlijk minder ongedwongen en Caraïbisch dan de originele ska en is voorzien van minder percussie en een kleinere blazerssectie dan gebruikt in de oudere variëteit. De gitaar, die in Jamaicaanse ska vaak een secundair instrument was, kwam bij The Specials in het front van de mix. Het repertoire op dit album is een mix van origineel materiaal en verscheidene covers van klassieke Jamaicaanse skasongs. ‘Monkey Man’ was een hit voor Toots and The Maytals in 1969, ‘Too Hot’ van Prince Buster dateert uit 1966 en het overbekende ‘A Message To You Rudy’ was een single van Dandy Livingstone in 1967, waarop ook Rico Rodriguez te horen was. ‘You’re Wondering Now’ werd oorspronkelijk vocaal gebracht door Andy & Joey in 1964 en later instrumentaal gecoverd door The Skatalites. Nog andere tracks zijn herwerkingen van Jamaicaanse originals: ‘Too Much Too Young’ is gebaseerd op ‘Birth Control’ van Lloyd Charmers en ‘Stupid Marriage’ op ‘Judge Dread’ van Prince Buster. In de eigen composities komen vooral de verbolgenheid, de ontgoochelingen en de verbittering uit die dagen aan bod. Uitstekende voorbeelden daarvan zijn het zeer boze ‘Nite Klub’, ‘Blank Expression’, ‘Concrete Jungle’ dat de angst en het geweld capteert die de stadscentra in hun macht hadden en ‘Doesn’t Make It Alright’, een oprecht pleidooi tegen racisme. Andere songs behandelen dan meer persoonlijke onderwerpen zoals ‘It’s Up To You’, ‘Too Much Too Young’ (over tienerzwangerschappen en -huwelijken) en ‘Little Bitch’. De productie van Elvis Costello geeft de muziek een heldere en opgewekte klank maar maakt de donkere stromingen in de songs niet lichter en dikt ze eerder aan. Blazers Rico Rodriguez en Dick Cuthell voorzien de klank van wat Caraïbische zon en verzoeten een ietsje de ontevredenheid en verbolgenheid die rondwaren op dit album. Dit debuutalbum van The Specials was een perfecte muzikale impressie en illustratie van Groot-Brittannië anno 1979: een ongelukkig eiland op de rand van de explosie.
publieksprijs: 10,05
Meer van deze artiesten:
Blue Plate Specials Live (bouwjaar: 1999; 6,95€)
Greatest Hits (2006; 8,05)
Live At The Moonlight Club (1997; 10,65)
More… Or Less. (2012; 18,85) (2 cd)
More Specials (1980; 10,05) (2 cd: 16,70)
The Best Of The Specials (1999; 6,00) (cd + dvd: 18,85)
The Singles Collection (1991; 18,85)
The Specials/More Specials (1ste + 2de cd samen) (7,75)

als THE SPECIAL A.K.A.
In The Studio (1984; 16,70) (2 cd).


CONCERTTIP

TAL NATIONAL

TAL NATIONAL

Naar verluidt blijkt Tal National in Niger de pupulairste groep te zijn; buiten Niger hebben ze nog niet de naambekendheid van hun landgenoten Bombino, Etran Finatawa en Mamar Kassey. De groep werd in 2000 opgericht door gitarist Almeida (echte naam: Hamadal Issoufou Moumine) die in het dagelijkse leven ook rechter is en in een vorig leven een bekende voetballer was. Dit veertienkoppige collectief bevestigt de status van Niger als cultureel knooppunt langs de aloude handelsroutes en als smeltkroes van verschillende etnische groepen: zowel Songhoy, Fulani, Hausa als Touareg zijn vertegenwoordigd in Tal National. De muzikale inspiratie komt uit diverse muzikale tradities zoals highlife, soukous, afrobeat, desert blues. De bezongen thema’s zijn al even divers als de tradities waaruit ze geplukt zijn. De muziek is scherp gerand, vrolijk warrig, kleurrijk, helder, opgewekt en duizelingwekkend snel en doet in menig opzicht denken aan de energie, de snelheid, de dolheid, de razernij en de geluidsmuur van Konono N°1 maar dan met een meer gevarieerde textuur. Tal National brengt Afrikaanse rock met een torenhoge intensiteit en een rijke, hypnotische, polyritmische en hybride klank. Tal National zelf omschrijft hun muziek als ‘Trad-Moderne’. Er wordt zeer strak gespeeld en gezongen: gitaren, vocalen en percussie zijn de bepalende factoren in een cascade van energie. Dat strakke hebben ze misschien wel gepuurd uit hun jarenlange podiumervaring, waarbij ze zeven dagen in de week sets van vier tot vijf uur brachten. Hun meest recente cd ‘Zoy Zoy’ is noch min noch meer een muzikale tikkende tijdbom. TAL NATIONAL concerteert op zaterdag 2 april in de N9 villa, Molenstraat 165 in Eeklo. Alle praktische info vind je op www.n9.be . Er is een afterparty met DJ Luke Batarang.