Muzieknieuws juni 2016

AFRO CELT SOUND SYSTEM – The Source

AFRO CELT SOUND SYSTEM – The Source

Voor wie de voorbije twee decennia geslapen heeft of op een andere planeet vertoefde geven wij eerst een introductie op een fenomeen. ACSS ontstond als het geesteskind van producer / programmeur / gitarist Simon Emmerson. Precies twintig jaar geleden debuteerde Afro Celt Sound System met de klassieker ‘Volume 1Sound Magic’. Op dat verbazingwekkende debuut creëerde ACSS een ambitieuze en innovatieve soundscape vol wervelende, cross-culturele muzikale patronen. Dance-, techno- en trance-elementen werden versmolten met ritmes uit de West-Afrikaanse en Keltische traditie. Het resultaat was een van de rijkste global fusionprojecten ooit. Emmerson’s muzikale visie was gebaseerd op een theorie die zegt dat de Kelten afstamden van Afrika en via het Europese vasteland de Ierse westkust bereikten. Wat er ook van zij, de muzikale empathie tussen de Afrikaanse kora en de Keltische harp en tussen de Afrikaanse talking tama drum en de Ierse bodhrán was hier bijzonder treffend. Emmerson werkte twee jaar aan de voorbereiding van dit project. Plaats en tijdstip van gebeuren was de tweejaarlijkse opnameweek in de Real World studio’s, in juli 1995. De intentie van die biënnale is het samenbrengen van muzikanten uit verschillende tradities voor een kruisbestuiving. Dit gegeven creëerde de perfecte omgeving voor Emmerson’s visionaire project. Emmerson had reeds twee albums van Baaba Maal geproducet en uit diens band nodigde hij de koravirtuoos Kauwding Cissokho en talking drumspeler Masamba Diop uit. Uit Ierland kwamen Ronan Browne (doedelzak), Davy Spillane (doedelzak, fluit). James McNally van The Pogues (bodhrán, fluit) en de bard Iarla O’Lionaird die zingt in de sean nós-traditie en die de revelatie van ACSS was. De Bretoense harpist Myrdhin voegde nog een Euro-Keltisch accent toe aan het project. Simon Emmerson zelf en de keyboardsspelers Martin Russell Jo Bruce stonden in voor de programmering. De basistracks had Emmerson klaar bij de start van de opnames: de opnameweek werd besteed aan improvisaties over die tracks heen. Daarna werkte Emmerson nog drie maanden aan de tapes. De rest is geschiedenis. Drie jaar later verscheen hun tweede album ‘Volume 2 Release’, zo mogelijk nog sterker dan het debuut, maar de magie en de baanbrekende impact zullen voor altijd onlosmakelijk verbonden zijn met ‘Volume 1 Sound Magic’.

Ondertussen blijft van de oerbezetting enkel nog bezieler Emmerson aan boord: Ronan Browne en Davy Spillane vertolken op ‘The Source’ wel nog een gastrol. De bekendste muzikanten in de huidige bezetting zijn Johnny Kalsi en N’Faly Kouyaté die beiden al een hele tijd meedraaien in ACSS. Twintig jaar en zeven albums later is er nu na elf jaar stilte het nieuwe album ‘The Source’ om die twintigste verjaardag te vieren. Het heeft de voorbije jaren niet veel gescheeld of er viel helemaal niets te vieren: er waren hevige disputen tussen verschillende bandleden over het eigendomsrecht van de groepsnaam. Emmerson heeft de band gerestyled en voor deze opnames aangevuld met een hele horde gastmuzikanten en -vocalisten als Les Griottes (vijfkoppig vrouwelijk vocaal ensemble) en diverse leden van Shooglenifty. De klemtoon ligt heel sterk op de West-Afrikaanse elementen terwijl de “concurrerende” synths, beats, pijpinstrumenten en fluiten onmetelijke lagen aanbrengen naar een geheel aan klanken dat slingert en zich uitstrekt op onverwachte wijze en de luisteraar constant op het verkeerde been zet en waarbij de gegenereerde razernij diezelfde luisteraar ademloos achterlaat. Het basisidee van ACCS houdt na twintig jaar moeiteloos stand en het is geleden van de eerste drie albums dat dit gezelschap nog zo rijk en uitermate fascinerend klonk; je zou kunnen stellen dat Afro Celt herboren is. Alle stoppen werden uitgetrokken en alle riemen en remmen losgegooid en er wordt meer dan een uur ongegeneerd loos gegaan tot het delirium nabij is in een bijzonder gedurfde, massieve en triomfantelijke mix van oerintensiteit, spirituele schoonheid, explosieve ritmes, gevechten tussen diverse instrumenten, en gezangen die uit de kakofonie van texturen, melodieën en geprogrammeerde effecten breken. 12 op 10, een lading kussen van de juf en een hele rij banken vooruit. ‘The Source’ van Afro Celt Sound System is de zesde titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 16,95

YO-YO MA & THE SILK ROAD ENSEMBLE – Sing Me Home

YO-YO MA & THE SILK ROAD ENSEMBLE – Sing Me Home

Yo-Yo Ma is een Chinees-Amerikaanse componist en virtuoze cellist die reeds meerdere Grammy Awards won. Hij trad op met de belangrijkste orkesten. Hij heeft een zeer veelzijdig repertoire en waagt zich op meer gebieden dan de meeste klassieke cellisten. Hij maakte opnames van barokwerken, gespeeld op authentieke instrumenten, maar ook van traditionele Chinese melodieën, Argentijnse tango’s en filmmuziek. In 2000 richtte hij The Silk Road Ensemble op, onder het dak van de ngo Silkroad, om de muziek uit de culturen langs de Zijderoute te exploreren. Na een intense samenwerking (intensief toeren, workshops, samenleven) met etnomusicologen, componisten en muzikanten uit elf landen kwam hij in 2002 op de proppen met de cd ‘Silk Road Journeys When Strangers Meet’, een wonderlijke muzikale ontdekkingsreis en een zeer ambitieus en meesterlijk geslaagd project en het wereldmuzikale hoogtepunt in dat jaar. De zijderoute staat hier als een metafoor voor culturele uitwisseling, bruggen bouwen, ontmoeting, connectie en nieuwe creatie. Ondertussen is het bereik groter geworden dan de Zijderoute en telt het ensemble muzikanten en componisten uit meer dan twintig landen. ‘Sing Me Home’ is hun zesde cd en hun meest diverse in termen van repertoire en mondiaal bereik. Een radius van muzikale werelden wordt geëxploreerd op een benaderingswijze die veel gemeen heeft met die van Kronos Quartet. Deze muzikale exploratie brengt ons langs China, Ierland, de VS, Mali, Macedonië, Japan, India, Iran, Syrië, Spanje en Tuva. Naast het uitgebreide ensemble maken ook nog heel wat gasten, en niet van de minsten, hun opwachting: of wat dachten jullie van o.a. Sarah Jarosz, Toumani Diabaté, Shujaat Khan, Dima Orsho, Abigail Washburn, Anxo Pintos, Rhiannon Giddens, Bill Frisell, Lisa Fischer, Gregory Porter en vooral die vele anderen? Dit album vergezelt de documentaire film ‘The Music of Strangers: Yo-Yo Ma and the Silk Road Ensemble’, gedraaid door regisseur Morgan Neville, Oscar- en Emmywinnaar. De composities zijn deels origineel, deels traditionals. In die traditionals worden dan andere stijlen geïnfuseerd; de klassieke folksong ‘Little Birdie’ krijgt een Chinees infuus terwijl ‘Going Home’ van een royale scheut Dvorák wordt voorzien en ‘St. James Infirmary Blues’ ondergedompeld wordt in Romaklanken. Dit zijn maar enkele voorbeelden maar het illustreert wel de geest van de hele onderneming. Openheid, exploratie, muzikale durf en experiment zijn hierin sleutelwoorden en mede dankzij de performante en transparante productie van Johnny Gandelsman en Kevin Killen (die al werkte met U2, Kate Bush, Elvis Costello, David Bowie) is dit geen richtingloze brij maar een onwaarschijnlijk coherent geheel geworden: voorwaar een hele krachttoer. Het slotakkoord ‘Heart and Soul’ met Lisa Fischer en Gregory Porter in de hoofdrollen contrasteert dan weer op charmante, speelse en lichtvoetige wijze met de rest van het hier gebrachte materiaal. ‘Sing Me Home’ is een geniale, levendige, caleidoscopische en overweldigende illustratie en de muzikale realisatie van de filosofie van Yo-Yo Ma; we citeren: “Every tradition is the result of successful invention. Human beings grow by being curious and receptive to what’s around them. A lot of people are scared of change, and sometimes there’s reason to be fearful. But if you can welcome change, you become fertile ground for development.” Beter dan de meester zelf doet kunnen wij het niet verwoorden. ‘Sing Me Home’ herinnert er de luisteraar op briljante en weergaloze wijze aan waarom het delen van muziek mee de kern uitmaakt van mens zijn. Jullie hadden het wellicht al geraden: ‘Sing Me Home’ van Yo-Yo Ma & The Silk Road Ensemble is de zevende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 19,70

FAMILY ATLANTICA – Cosmic Unity

FAMILY ATLANTICA – Cosmic Unity

Nog een rondje grensverleggende cross-culturele muziek maken we met Family Atlantica. Drie jaar geleden maakten we kennis met het gelijknamige debuut; daarop gingen de Londense multi-instrumentalist Jack Yglesias (zie ook: Heliocentrics) , de Venezolaanse zangeres Luzmira Zerpa en de Nigeriaans / Ghanese percussionist Kwame ‘natural power’ Crentsil, bijgestaan door een horde gastmuzikanten, meer dan lekker loos en dat was nog eufemistisch uitgedrukt. In hun complexe en rijke muziek trokken ze alle registers open en waagden ze zich aan een hele resem stijlen: rumba, Venezolaanse muziek, kalimba, calypso, salsa, blues, jazz, funk, psychedelica, afrobeat, highlife en ethio-jazz om maar deze te noemen, ondersteund door Afro-Atlantische dansritmes. De zeer rijke, krachtige, explosieve en expressieve stem van Zerpa en de percussie van Crentsil waren alomtegenwoordig op een album dat je constant op het verkeerde been zette en een vreugdevol, broeierig en explosief vat vol verrassingen was en een vernieuwend en fascinerend werkstuk. Tekstueel en muzikaal ging het over de Afrikaanse diaspora. In het verleden werden al vele pogingen ondernomen om Afrikaanse en (Latijns-)Amerikaanse muziek te kruisen, helaas niet steeds even boeiend: AfroCubism en Mali Latino waren dat zeker wel, maar de klank was vrij traditioneel (niets op tegen). Family Atlantica gaat en graaft veel verder en dieper en doet dit met tonnen vreugde, avontuur, opwinding en experiment, in die mate dat er nauwelijks onderscheid te maken is tussen oorsprong en resultaat in hun zeer organische en grenzeloze muziek. Op hun nieuwe album gaat het kerntrio, bijgestaan door 19 muzikanten en vocalisten waaronder de twee saxofoonlegendes Orlando Julius en Marshall Allen, lekker op hun elan door zonder hun debuut te copiëren, met een nog toegenomen gesofisticeerd en kosmopolitisch gehalte waarin de culturele diversiteit van Londen sterk weerklinkt. Wij kunnen hier dus enkel alle loftrompetten van bij het debuut weer bovenhalen: ‘Cosmic Unity’ is ware verrukking, explosie en vervulling. Naar verluidt is de opwinding die ze in de studio verwekken klein bier vergeleken bij wat er bij hun concerten te beleven valt. Naast de veelheid aan stijlen en invloeden wordt er ook nog eens in vier talen gezongen: Engels, Spaans, Yoruba en Portugees. Wij van onze kant blijven met prijzen gooien: ‘Cosmic Unity’ van Family Atlantica is de achtste titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 15,40

MARCEL KHALIFÉ – Andalusia of Love

MARCEL KHALIFÉ – Andalusia of Love

De voorbije 40 jaar heeft de Libanese muzikale reus en zanger / componist / udspeler Marcel Khalifé regelmatig werk vertolkt van de Palestijnse poëtische reus Mahmoud Darwish, een van de belangrijkste hedendaagse Arabische dichters. Acht jaar na diens dood eert Khalifé Darwish door een volledige cd te wijden aan één lang laat gedicht (in prozavorm) van hem, ‘Andalusia of Love’. Dit werk is een passievolle allegorie waarvan de titel refereert aan een gouden eeuw van religieuze coëxistentie; dit project roept ook een echo op van het humanistische en pacifistiche engagement dat beiden steeds hebben gedeeld. De ernstige en kale zang van Khalifé herleeft en incarneert dit op schrijnende en spirituele wijze. Muzikaal blijft Khalifé als leider van het kwartet Al Mayadine trouw aan zijn modernistische instrumentale lijn waarbij de piano een bijzondere plaats inneemt, in tegenstelling tot bij de meer traditionele Arabische muziek waar die rol ingevuld wordt door de viool. De piano ondersteunt vooral de harmonieën van de ud en de qanun. Deze ingetogen parel vraagt wel wat moeite van je oren maar voor die oren die zich deze moeite willen getroosten wacht een boeiende en sprankelende luisterontdekking.
publieksprijs: 19,60

JOE DRISCOLL & SEKOU KOUYATE – Monistic Theory

JOE DRISCOLL & SEKOU KOUYATE – Monistic Theory

Muzikale ontmoetingen tussen een Amerikaanse en een Afrikaanse muzikant zijn schering en inslag geworden (Ry Cooder en Ali Farka Touré moeten zowat de toon gezet hebben) en hebben al vaak boeiende resultaten opgeleverd. Zanger / rapper / gitarist / percussionist / human beatboxer / loopscreator (een heel brood) die in zijn eigen werk een unieke fusie van folk en hip-hop brengt en zanger / koraspeler Sekou Kouyate die we kennen van de Guinese groep Ba Cissoko, ontmoetten elkaar voor het eerst in Marseille waar ze samen geprogrammeerd stonden op het ‘Nuits Métis’ festival (pour les Flamands: ‘nachten van de gemengde rassen’). Sekou Kouyate wordt ook wel eens de “Jimi Hendrix van de kora” genoemd omdat hij danig te keer kan gaan op zijn elektrisch versterkte kora: wat zijn Malinese naamgenoot Bassekou Kouyaté met de ngoni aanricht realiseert Sekou met de kora. Hoewel ze geen gemeenschappelijke taal konden spreken slaagden ze er probleemloos in om te communiceren langs hun muziek. Daarna gingen ze samen gedurende enkele weken improviseren en jammen en twee jaar geleden lag het resultaat van hun samenwerking, met name de cd ‘Faya’, in de winkelrekken. Het resultaat was meer dan een fusie van de indivduele stijlpatronen van beide heren: ze integreerden ook naadloos andere genres (reggae in zijn vele facetten, jazzfunk, blues) in hun fusie zonder dat het geforceerd overkwam, integendeel, het geheel klonk naturel en organisch en in al hun fusiedrang bleven ze bovenal toch trouw aan hun eigen stijlen. Voor ‘Monistic Theory’ hebben ze de duoformule wat uitgebreid en laten zich nog begeleiden op bas, drums en percussie. De titel is ontleend aan het gelijknamige concept dat er van uitgaat dat realiteit een verenigd geheel is en dat alle bestaande dingen kunnen toegeschreven worden aan of beschreven door één enkel concept of systeem. Vrij vertaald brengt deze grensoverschrijdende samenwerking twee muzikanten met zeer verschillende achtergronden samen, op zoek naar de gemeenschappelijkheden die geopenbaard worden door artistieke expressie. Veel van die muzikale ontmoetingen tussen West-Afrikaanse en Anglo-Amerikaanse muzikanten laten zich vaak kenmerken door improvisatie: zo niet bij Driscoll en Kouyate. Zij zijn eerder een gestructureerde benadering gezind en construeren hun songs rond clever geboetseerde arrangementen. De sleutel zit niet in de confrontatie van twee contrasterende culturen maar in de naadloze verwevenheid in een gemeenschappelijke muzikale taal. Kouyate en Driscoll overlappen teksten in het Engels en het Susu tegen een achtergrond van strakke en subtiele ritmes terwijl de honingzoete Afrikaanse bariton van Kouyate intrigerend wordt gecomplementeerd door de streetwise New Yorkse klanken en raps van Driscoll. Hoewel het verrassingseffect van hun eerste samenwerking hier ontbreekt heeft hun samenspel niets aan aanstekelijkheid ingeboet. ‘Monistic Theory’ klinkt stijlvol, elegant en relaxt maar we missen toch wel de furieuze fragmenten die ‘Faya’ mee maakten tot wat het was; Kouyate gaat hier enkel op de live remake van Stevie Wonder’s ‘Master Blaster’ fel te keer. Maar verder niets dan lof. Net als bij ‘Faya’ is het enige minpunt de korte speelduur: na goed 39 minuten is alles over and out. Men kan ook stellen: beter een goede korte cd dan een halfgoede lange maar samen met Tom Lanoye verwerpen wij categoriek het ‘less is more’-principe (TL omschrijft dit als ‘artistieke anorexia nervosa’). Maar laat ons vooral geen kniesoren wezen maar volop genieten van al het fraais dat op ‘Monistic Theory’ te horen is.
publieksprijs: 16,95

ALY KEÏTA – JAN GALEGA BRÖNNIMANN – LUCAS NIGGLI – Kalo-Yele

ALY KEÏTA – JAN GALEGA BRÖNNIMANN – LUCAS NIGGLI – Kalo-Yele

De naam Aly Keïta zegt u wellicht niet zoveel, maar ronkende namen als Dobet Gnahoré en Manou Gallo maakten ooit deel uit van zijn begeleidingsband. Deze Ivoriaans / Malinese balafon- en kalimbaspeler werkte ook al samen met andere ronkende namen als Pharoah Sanders, Rhoda Scott, Joe Zawinul, Jan Garbarek, Arto Tuncboyaciyan, Trilok Gurtu, Rokia Traoré, Tiken Jah Fakoly, Amadou et Mariam, Habib Koité…. Hij komt uit een griotfamilie met een lange balafontraditie. Vijf jaar geleden maakten we kennis met de man middels zijn tweede solo-album en in dat geval was de term solo wel erg letterlijk te nemen. Nog dat zelfde jaar was hij samen met Majid Bekkas, Louis Sclavis en Minino Garay verantwoordelijk voor het bijzonder boeiende album ‘Makenba’, een ontmoeting tussen gnawa, Malinese traditionele muziek, jazz en diverse Argentijnse genres. Voor ‘Kalo-Yele’ (‘maanlicht’ in het Bambara) ging hij de Zwitserse lucht opzoeken om samen te werken met klarinettist / saxofonist. Jan Galega Brönnimann en drummer / percussionist Lucas Niggli. Het resultaat is een mix van traditioneel Afrikaans repertoire, westerse jazz, improvisatie en Afrikaanse ritmes. Beide Zwitsers zijn geboren in Kameroen en zijn vrienden sinds ze een jaar oud waren; ze zijn opgegroeid te midden van de klanken en ritmes van West-Afrikaanse muziek. Het is wel de eerste keer dat ze samen in een studio stonden. De zelfgemaakte balafon van Keïta krijgt hier de rol van het harmonische instrument terwijl de bas- en contrabasklarinet van Brönnimann dan weer de stuwende factor zijn. Hier wordt lichtvoetig, funky en elegant gemusiceerd en de klank is doorgaans zonnig en sensueel. Heel af en toe wordt het trager en donkerder en krijgen we dan ook een heel andere klank en sfeer. Brönnimann en Niggli hebben duidelijk hoorbaar affiniteit met de idiomen van West-Afrikaanse muziek en zijn net als Keïta meestermuzikanten. De improvisatiemomenten klinken verbazend goed gestructureerd en verzanden nooit in richtingloos gepingel. ‘Kalo-Yele’ klinkt bovenal virtuoos en gesofisticeerd maar straalt ook warmte, naturel en elegantie uit en staat garant voor 51’ luisterplezier.
publieksprijs: 20,20

IMARHAN – Imarhan

IMARHAN – Imarhan

Moet er nog desertblues zijn? Deze keer niet uit Mali of Niger maar uit Algerije en ze tappen ook niet helemaal uit hetzelfde vaatje als Tinariwen en tutti quanti, al is er een familiale link met Tinariwen, straks daarover meer. Imarhan (Tamashek voor “degenen waar ik voor zorg”) vertegenwoordigt een nieuwe golf van Touaregbands wiens muziek nog steeds de nomadische lege ruimtes van de woestijn oproept maar ook uitpakt met een meer stedelijke intensiteit en die op meerdere invloeden en stijlen borduurt. Ook visueel krijgen we hier een andere dimensie voorgeschoteld: geen lange gewaden maar wel blitze leren jekkers en jeans op het podium. De band wordt geleid door Moussa Ben Abderahmane (aka Sadam), neef van Eyadou Ag Leche, bassist bij Tinariwen en tevens producer van dit album, en dit op briljante wijze. Sadam trad ook al ad interim op bij Tinariwen. De vijf muzikanten groeiden samen op in ballingschap in Tamanrasset, een drukke en vrij bruisende stad in het zuiden van Algerije, van waaruit ze nu nog steeds opereren. Deze kerels spelen al negen jaar dag in dag uit samen en dat is er ook aan te horen. Alleen al omwille van zijn diversiteit is Imarhan met voorsprong een ware aanwinst in de sector van de desertblues en ook ver daarbuiten; deze groep bezorgt de luisteraar een totaal nieuwe luisterervaring. Iedere track op dit album biedt verschilt in stemming, ritme, tempo en stijl. Nooit voorheen klonk een Touaregband zo verfrissend en divers, ook al blijven ze stevig geworteld in de diepe mysteries van tribale traditie. ‘Imarhan’ is nu al misschien het debuut van het jaar: vast staat wel dat we het laatste van deze band nog lang niet gehoord hebben en dat Imarhan ook zal aanslaan in een veel breder circuit, Songhoy Blues achterna.
publieksprijs: 17,10

ELIADES OCHOA & ALMA LATINA – Guajira mas Guajira

ELIADES OCHOA & ALMA LATINA – Guajira mas Guajira

Voor de jongeren onder jullie: Eliades Ochoa is samen met Omara Portuondo een van de twee overlevende vocalisten van Buena Vista Social Club. Recenter is hij ook gekend van zijn deelname aan het prestigieuze project AfroCubism. Samen met zijn zuster Maria en de groep Alma Latina brengt hij nieuw werk waarvan Eliades de titel gekozen heeft voor zijn zus. Op ‘Guajira mas Guajira’ brengen ze een smeltkroes van Latijnse en Cubaanse stijlen: guajira, son, rumba, soca, guaracha, changüí, een vleugje ska hier en daar…. De focus ligt wel hoofdzakelijk op guajira, rurale muziek uit Cuba, zoals de titel duidelijk suggereert. Samen met de opnames met BVSC beschouwt Ochoa dit als zijn belangrijkste en interessantste opnames. Fans van Cubaanse muziek kunnen hier uitgebreid smullen: een arsenaal gitaren, levendige percussie, piano, conga’s, bongo’s, trompet en saxofoon staan garant voor de gepaste sfeer. De gladde, elegante en zwoele gitaarlicks en de ingenomen en intieme zang zorgen voor een opgewekte Caraïbische sfeer. Dé ontdekking en verrassing is voor ons zangeres Maria Ochoa die in Cuba en wijde omstreken al lang een flinke reputatie opgebouwd heeft maar alhier, althans voor ons, nog een onbeschreven blad was, maar na beluistering van haar zangkunsten geraakt dat blad nu toch al een aardig stukje beschreven. Voeg daarbij een troep uitstekende muzikanten en alzo staat ‘”Guajira mas Guajira’ garant voor 53 minuten zwierige en feestelijke muziek; dit album is een blindelingse aanrader voor fans van Buena Vista Social Club.
publieksprijs: 18,50

ZUCO 103 – Etno Chic

ZUCO 103 – Etno Chic

Sinds hun debuut ‘Outro Lado’ uit 1999 is Zuco 103 internationaal bekend en geliefd geraakt om hun pioniersrol in de electrosamba of Brasilectro, waarin ze de ritmes uit het noordoosten van Brazilië en de urban sounds van de grote steden combineerden met electro, funk, jazz, dance, drum ’n bass, dub, afro en een vleug melancholie. Gedurende jaren toerden ze over de hele wereld. Vier jaar geleden werd het stil rond het trio. Zangeres Lilian Vieira liet zich ondertussen opmerken met twee soloalbums terwijl Stefan Kruger en Stefan Schmid opdoken in de begeleidingsband van Caro Emerald. Acht jaar na hun vorige album ‘After The Carnaval’ (vorig jaar brachten ze wel nog de ep ‘Apocalypso’ uit) verschijnt nu ‘Etno Chic’. Op ‘After The Carnaval’ waren ze in grote lijnen afgestapt van het Brasilectroconcept dat ze nu wel weer volledig omarmen, waarbij het er nu eens zweterig en dan weer lummelend relaxt aan toe gaat. Zeventien jaar geleden klonk dit zeer vernieuwend maar ondertussen zijn er zoveel nieuwe tendensen opgedoken in de (wereld)muziek dat vooral jonge mensen zich nu wellicht moeilijk kunnen voorstellen waarom dit in 1999 zo baanbrekend klonk. En eerlijk gezegd: dit trio klinkt nog steeds even fris als een hoentje maar is blijven stilstaan en tapt opnieuw uit het zelfde vaatje, ook al komt er veel lekkers uit dat vaatje. Van verrassing of vernieuwing is nergens sprake maar dat zal de fans wellicht worst wezen.
publieksprijs: 16,30

KATERINA TSIRIDOU – Aman Katerina (a tribute to Panayiotis Toundas)

KATERINA TSIRIDOU – Aman Katerina (a tribute to Panayiotis Toundas)

Componist Panayiotis (1886-1942) groeide op en begon zijn muzikale carrière in Smyrna totdat deze multiculturele stad in 1922 verwoest werd. Zoals vele vluchtelingen uit Klein-Azië trok hij naar Piraeus, een van de twee wiegen van de rebetiko uit het begin van de twintigste eeuw. Hij werd snel directeur bij internationale platenlabels als Odeon, Columbia en HMV. Zijn liederen werden opgenomen door belangrijke rebetikoartiesten als Stelios Perpiniadis, Roza Eskenazi en Rita Abatzi. Dit eerbetoon door Katerina Tsiridou die we kennen van de groep Kompania en van haar verschijning in de docufilm ‘My Sweet Canary’ (over het leven van Roza Eskenazi) is een juweeltje. Ze wordt begeleid door topmuzikanten op bouzouki, baglama, mandoline, luit, viool, cello, dobra, accordeon, kanun en percussie. Op vier liederen krijgt ze nog vocale assistentie van evenveel topvocalisten. Het spel is opwindend, levendig en onbevangen en wordt in de beste banen gedirigeerd door Nikos Protopapas. Maar het topinstrument en de grootste troef op deze cd is zonder twijfel de expressieve, aardse, innige en lenige stem van Katerina Tsiridou die heel adekwaat en secuur de historische wortels en de inherente dynamische decoratie van klassieke rebetiko weet te vatten. ‘Aman Katerina’ van Katerina Tsiridou behoort tot het allerbeste van wat oldschool rebetiko new tradition te bieden heeft.
publieksprijs: 15,35

IMAM BAILDI – Live

IMAM BAILDI – Live

Voor nog meer rebetiko new tradition kunnen we terecht bij Imam Baildi (‘de imam viel in zwijm). Dit is de naam van een uiterst lekker topgerecht, zowel in Griekenland als in Turkije. Sinds enkele jaren is het ook de naam van een Griekse muziekgroep. De groepsnaam is ook een verwijzing naar de muzikale roots die o.m. in Istanbul liggen, waar Turkse, Griekse, Arabische en Joodse culturen elkaar ontmoeten en bestuiven. Wat Gotan Project betekent voor tango zou dit gezelschap wel eens kunnen doen voor rebetiko. Tot dusver maakten ze drie studioalbums waarop ze werkten met samples en met (re)mixes van originele rebetiko-opnames in hun eigen moderne sound. Maar ook andere genres moesten eraan geloven zoals balkan, rumba en mambo. Geprogrammeerde beats worden geïntegreerd in authentieke opnames waarbij de bouzouki hand in hand gaat met electro en de Griekse traditie met hiphop, mambo, ciftteteli en balkan. Wij vonden die benadering zeer interessant en veelbelovend maar niet steeds even boeiend: vaak klonk het weinig bezield en overtuigend en bij momenten ronduit slaapverwekkend. Hun muziek is gebaseerd op liederen van legendarische Griekse componisten en vocalisten als Sofia Vembo, Vassilis Tsitsanis en Manolis Chiotis, uit de jaren 40,50 en 60. Live is dit naar verluidt een zeer opzwepende act en ze waren reeds te gast op grote festivals als Roskilde, Sziget, Transmusicales en Lowlands. En zie, wat zit er deze week in onze brievenbus? Een dubbel live-cd van Imam Baildi. En ja, opzwepend klinkt dit meestal wel, al zijn er ook trage, melancholische momenten. Maar klinkt dit ook geïnspireerd? Bij momenten wel, maar te vaak krijgen we ook dezelfde wat zielloze en weinig overtuigende indruk als bij hun studioalbums. Het grote verschil met hun studiowerk is van technische aard: live worden alleen “echte” instrumenten gebruikt, dus geen samples, (re)mixes of geprogrammeerde beats. Voor echt uitstekende proeven van Griekse nieuwe traditie verwijzen we jullie graag nog eens naar de hierboven besproken Katerina Tsiridou en vooral naar het duo Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis met hun beeldstormende benadering van oude demotikaliederen op hun cd ‘Greekadelia’ (zie cd-nieuws juli 2012).
publieksprijs: 20,45 (2 cd)

YOM – Songs for the Old Man

YOM – Songs for the Old Man

Yom (Guillaume Humery) is een Franse klezmerklarinettist. In 1985, hij was toen vijf, hoorde hij ‘Peter en de Wolf’ en gaf hij zijn ouders te kennen dat hij klarinet wilde spelen. Eerst gaat hij naar de wijkmuziekschool en later naar het conservatorium. In 1997 behaalt hij aan dat conservatorium (CRR) de eerste prijs voor klarinet. Daarna smijt Yom zich op zijn andere passie: klezmer. Voor Yom is deze muziek de link tussen zijn joodse moeder en de instrumentale erfenis van zijn grootvader, die ook klarinettist was. In 2004 debuteert hij als soloartiest met het album ‘The Golem On The Moon’ en ondertussen is hij aan zijn achtste worp toegekomen. Zijn vorige, ‘Le Silence De L’Exode’ was een van onze prijsbeesten uit 2014 en was een samenwerking met drie grootheden uit evenveel muzikale achtergronden: Claude Tchamitchian, Farid D. en Bijan Chemirani. ‘Le Silence De L’Exode’ was een introspectieve muzikale vertolking van de joodse exodus uit Egypte en was een lange improvisatie op een compositie van Yom. Het was een verbluffend, verkillend, meeslepend en indrukwekkend werkstuk dat naar de keel greep. Wij waren dus wel zeer benieuwd of hij dit huzarenstukje nog eens kon overdoen. Voor ‘Songs for the Old Man’ zocht hij het dichter bij huis en liet hij zich omringen door Franse muzikanten waarvan wij het bestaan niet eens vermoedden, maar dat ligt wellicht geheel aan ons. Zeven albums heeft Yom gewijd aan de culturele erfenis van zijn moederskant (joden uit Transsylvanië) en voor ‘Songs for the Old Man’ ontwierp hij een herinterpretatie van het vertrek van zijn vader in de jaren 50 naar de VS. Het is een herlezing van deze epische familielegende maar ook de creatie van zijn “eigen” Amerika: romantisch, nostalgisch maar ook gewelddadig. Met zijn klarinet “zingt” Yom voor en aan zijn vader maar ook aan allen die hun leven doorbrengen op straat: nomaden, landlopers, ontheemden, vluchtelingen…. Ook het instrumentarium is aangepast aan deze nieuwe muzikale aanpak en insteek: naast zijn klarinet horen we steelgitaar, dobro, banjo, diverse elektrische en akoestische gitaren, bas en drums. In grote lijnen kan de muziek omschreven worden als een mengvorm van jiddische klanken en americana, twee op het eerste gehoor zeer uiteenlopende wereld die wel nostalgie, melancholie, omzwerving, ontworteling en existentiële eenzaamheid gemeen hebben. Yom maakt aldus een brug in tijd en ruimte tussen de Far East en de Far West. Met zijn klarinet bepaalt Yom de melodie terwijl de snaarinstrumenten rock-, folk-, blues- en countrykleuren, -sferen en -accenten implementeren. Er wordt een naakte klank gecreëerd tussen de ruime en aardse riffs en de bucolische distorsies waarbij de klank van de stilte en van de weidse ruimtes hoorbaar is. Dit alle maakt van ‘Songs for the Old Man’ een bijzonder geslaagd en boeiend experiment. Yom begint er stilaan een handelsmerk van te maken om culturen te overbruggen.
publieksprijs: 18,75



ANA MOURA – Moura

ANA MOURA – Moura

Ana Moura is de naam, fadozangeres haar beroep en ‘Moura’ is haar zesde studioalbum. Wij genieten nog steeds na van haar adembenemende concert in Brugge anno 2009 dat in tegenstelling tot haar passage in de New Yorkse Carnegie Hall niet uitverkocht was. Grote fans zijn The Rolling Stones, die haar aan het werk zagen in een fadohuis in Linhares en haar meteen uitnodigden om daags nadien samen een duet te brengen op hun concert in Lissabon; eerder dit jaar nog werd Mick Jagger gespot op haar concert in Chelsea. We stelden al eens dat bij vele fadoartiesten een concert meer overtuigt dan een cd. En quod erat demonstrandum gebeurde begin 2010: tegelijkertijd verscheen er toen een studioalbum (‘Leva-Me Aos Fados’) en een live-cd (‘Coliseu) van haar: deze laatste won, gedreven en gepassioneerd, met lengtes voorsprong. Dus wilden we drie jaar geleden ook wel met open vizier deze stelling nog eens te lijf gaan toen haar vijfde studioalbum, ‘Desfado’ verscheen. Na het aanhoren van dat album twijfelden we er sterk aan of dit nog wel zin heeft, ook al is ‘Desfado’ in Portugal het best verkochte album van het voorbije decennium. Haar succes in Amerika zette er haar blijkbaar toe aan om ginds op te nemen. Naast de traditionele fadomuzikanten speelden ook gerenommeerde Amerikaanse studiomuzikanten en de cd werd geproducet door een groot kanon, niemand minder dan de befaamde Larry Klein (zie Joni Mitchell, Herbie Hancock, Madeleine Peyroux….). Op zich is daar helemaal niets mis mee, maar wij bleven toen achter met het verweesde gevoel dat de ziel van Moura’s muziek toch wel wat gekneusd was. We hoorden net iets te veel fado in een veel te grote popjas of pop in een fadojasje, soms op de rand van easylistening en muzak. De pure fadonummers waren voor ons wel dik ok. “Never change a winning team” moeten ze wellicht gedacht hebben want ook voor ‘Moura’ werd naar de succesformule en naar groot kanon Larry Klein gegrepen. De veel te grote popjas is nog groter geworden en het fadojasje werd meegegeven met de kookwas. Wellicht is Moura stilaan verloren voor de fado maar daar zal haar boekhouder niet rouwig om zijn. Al blijft die donkere stem loepzuiver en tegelijkertijd krachtig maar ook fragiel: die stem verdient veel meer dan deze halfslachtigheid.
publieksprijs: 20,45



DAMIR IMAMOVIC’S SEVDAH TAKHT – Dvojka

DAMIR IMAMOVIC’S SEVDAH TAKHT – Dvojka

Chris Eckman blijft op zijn Glitterbeat label naast bekende namen ook grossieren in nog niet ontgonnen talent (Bixiga 70, Dirtmusic, Hanoi Masters, Sonido Gallo Negro….) en speelt aldus een niet geringe rol in de wijde verspreiding van de betere wereldmuziek. De volgende in de rij komt uit Sarajevo en zijn naam is Damir Imamovic. De man is doordrenkt van sevdah, kort door de bocht al eens omschreven als de Bosnische blues, en hij behoort tot de derde generatie in een familie van sevdahzangers; hij zet de traditie van zijn vader en grootvader verder maar voegt er zijn eigen toetsen aan toe die er voor zorgen dat hij balanceert tussen traditie en moderniteit. Vier van de elf liederen op zijn tweede album zijn geschreven door Imamovic zelf, de rest bestaat uit traditionals en adaptaties van composities van andere sevdahmuzikanten. Er is een grote toonvariatie in de diverse liederen, van droefgeestigheid en verlies over smachtend verlangen tot onversneden melancholie (in het infoboekje zijn de teksten vertaald naar het Engels), maar de muziek verbindt die diverse tonen tot een coherent en solide geheel. De term dvojka staat voor het traditionele ritme van de sevdah, al is Imamovic er niet vies van daar zo nu en dan van af te wijken, mede door de wendingen die de muzikanten aanbrengen. Jazztoetsen weerklinken her en der uit bas en percussie en percussionist Nenad Kovacic mengt West-Afrikaanse ritmes met die uit de sevdah. Bij sevdah draait ongeveer alles rond het zingen en dus staat de stem van Imamovic prominent centraal op dit album. Zijn stemgeluid is helder, loepzuiver, egaal,gevoelvol, warm, behoorlijk gepijnigd, genuanceerd en vol overgave. De tambur (een snaarinstrument met een lange hals) is het cruciale instrument in de sevdah maar een nieuwe en belangrijke inbreng op zijn tweede album is het gebruik van een viool die nadrukkelijk en imponerend bijdraagt aan de stemmingen in de liederen. Punt van kritiek kan zijn dat Imamovic muzikaal de traditie bij momenten te overdadig opglanst en dat zo de rauwheid en de bezieling die sevdah doorgaans ook kenmerken hier verloren gaan. Anderzijds is dit misschien ook het werk dat sevdah en een breder publiek dichter bij elkaar kan brengen. Ondanks geven wij de stem en de composities een negen.
publieksprijs: 18,75

SULTANS OF STRING with ANWAR KHURSHID – Subcontinental Drift

SULTANS OF STRING with ANWAR KHURSHID – Subcontinental Drift

Sorry, maar we schoten hier zo hevig in een slappe lach bij het zien van deze nogal lachwekkende groepsnaam dat we er haast in bleven. Maar terzake: Sultans Of String is een Canadees kwintet waarbij de focus ligt op snaarinstrumenten allerlei, of wat had u gedacht. Voor ons is SOS een totaal onbekende naam maar in Canada zijn ze heuse prijsbeesten en ‘Subcontinental Drift’ is alweer hun vijfde album in acht jaar. Over de grote plas trekken ze volle zalen met hun fusie van Keltische reels, flamenco, manouche zigeunerjazz en Arabische, Cubaanse en Zuid-Aziatische ritmes. Alle vorige albums haalden de nummer 1 status in de Canadese verkooplijsten en ze werkten al samen (live en opnames) met o.a. Paddy Moloney, David Bromberg en Ruben Bladés. Op ‘Subcontinental Drift’ gaan ze scheep met de Pakistaanse sitarmeester Anwar Khurshid en samen serveren ze een mix van ragas, reels en rumbas naast nog wat Franse, Libanese,Pakistaanse en Spaanse invloeden; dit alles wordt vooral in popstructuren en-formaten gegoten. Waar de heren heen willen met hun fusie wordt ons na beluistering weinig duidelijk: we horen weinig coherentie maar vooral stuur- en richtingloosheid en het helpt al helemaal niet als het op fusie aankomt nu we net de nieuwe Afro Celt Sound System achter de kiezen hebben. En voor de tweede keer schoten we in een slappe lach binnen dit bestek bij het aanhoren van de potsierlijke cover van ‘Blowin’ in the Wind’. Toegegeven, er wordt hier op hoog niveau gemusiceerd en dat is een grote verdienste maar dan wel zo ongeveer de enige.
publieksprijs: 17,10


REGGAE

REVOLUTIONARIES – Dub Off Her Blouse & Skirt Volume 3

REVOLUTIONARIES – Dub Off Her Blouse & Skirt Volume 3

Voor wie de jaren 70 niet heeft meegemaakt of overgeslagen heeft of niet goed bij de les was: Revolutionaries was de huisband van Channel One Studios met veel schoon volk aan boord waarvan ’s werelds beste ritmetandem Sly and Robbie de bekendsten zijn. Dit album is een heruitgave van de originele lp uit 1979, origineel enigszins afwijkend getiteld ‘Dub Off ‘Har Blouse & Skirt Volume 3’, en was de derde dubproductie van producer Donovan Germain. Vorige maand was er de heruitgave van het eerste deel, wat er gebeurd is met deel twee mag Joost weten. Voor deel 1 werd de mix verzorgd door Errol T en Errol Brown, nu was Scientist aan de beurt. We horen Revolutionaries hier alweer in topvorm. De ritmes zijn zwaar en strak. In tegenstelling tot vele andere dubalbums die soms wat verzinken en wegdrijven in lijzigheid wordt hier scherp, snedig en krachtig werk afgeleverd en wordt de studio uitvoerig en met grote kennis van zaken aangewend als een bijkomend instrument. Alle mogelijkheden van die studio worden optimaal ingezet en benut en focussen op de karige instrumentatie. De liefhebbers van het genre zullen likkebaarden bij deze essentiële heruitgave van een lange tijd onvindbaar kleinood; mensen die niet van het genre houden zullen wellicht ook niet door deze uitgave overtuigd worden maar kunnen zich misschien toch eens de moeite getroosten dit album een luisterend oor te bieden: in minder dan 42 minuten is de klus geklaard, zo ging dat destijds.
publieksprijs: 18,60



VINYLRELEASES

- AFRO CELT SOUND SYSTEM – The Source
publieksprijs: 50,80 (3 lp + usb stick met extra audio/media)
- FAMILY ATLANTICA – Cosmic Unity
publieksprijs: 16,50
- ANA MOURA – Moura
publieksprijs: 35,65
- IMARHAN – Imarhan
publieksprijs: 20,25
- DAMIR IMAMOVIC’S SEVDAH TAKHT – Dvojka
publieksprijs: 21,35
- REVOLUTIONARIES – Dub Off Her Blouse & Skirt Volume 3
publieksprijs : 27,20
- ‘ROUGH GUIDE to SOUTH AFRICAN JAZZ’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15
- ‘NIGERIA 70 – SWEET TIMES’ (compilatie/heruitgave)
publieksprijs: 31,05 (2 lp + cd)
- ‘THE INDESTRUCTABLE BEAT OF SOWETO’ (compilatie)
publieksprijs: 20,95


Human Rights Award 2016 voor ANGÉLIQUE KIDJO

Angélique Kidjo

Angélique Kidjo kreeg de prestigieuze Amnesty International Human Rights Award voor 2016 toegewezen. Haar stem is zeer belangrijk geweest in de rol van campagne- en woordvoerster in de strijd tegen genitale verminking bij vrouwen, waarbij ze zowel actief was op het vlak van educatie aan vrouwen in Afrika (The Batonga Foundation) en van mensenrechten (Africa for Women’s Rights). Kidjo groeide in Benin op in een familie met een artistieke geschiedenis waarin de muzikaliteit van zij en haar broers sterk aangemoedigd werd. Haar snel groeiende muzikale carrière trok al vlug de aandacht van de toenmalige marxistisch-leninistisch georiënteerde regering van de volksrepubliek Benin die haar probeerde onder druk te zetten om liederen op te nemen die aangedreven waren door politieke agenda’s. Dit belemmerde Kidjo in haar vrijheid van muzikale expressie. Om haar muziekcarrière niet te hypothekeren besloot Kidjo in de vroege jaren 80 naar Parijs te vluchten. Dit gegeven was ook de katalysator voor haar mensenrechtenactivisme waarvoor Angélique Kidjo nu geacht en onderscheiden wordt. Ze deelt deze onderscheiding met de organisaties LUCHA, Le Balai Citoyen en Y’en a marre. De uitreiking vindt plaats op 28 mei in Dakar.

In memoriam PAPA WEMBA

Papa Wemba

Bij het heengaan van Papa Wemba zouden we hier minder fraaie en frisse zaken kunnen plaatsen maar die zijn in het verleden al vaak genoeg uitgesmeerd; daarom laten we jullie liever meegenieten van het ultieme eerbetoon van Peter Gabriel.

I was very shocked and saddened to learn of Papa Wemba’s death last night.

It is hard to realise I now have to talk about him in the past.

He was such an extraordinary talent – music flowed out of him effortlessly and he could thrill people with one of the most beautiful and emotional voices I have ever heard.

His music was full of gentle rhythms and joy, but the passion came from the power of his singing, which was always carried a sadness, especially in his high voice, which I found really moving.

I remember talking to Chris Blackwell about all the great voices of Africa and he said that Wemba was the greatest of them all.

Papa Wemba was deeply affected by the destructive violence and poverty in his country and hated the western stereotypes of an Africa without hope. This was one of the reasons he created the Sapeur movement (Société des Ambianceurs et des Personnes d’Élégance – SAPE) which gave young people real confidence in how they looked and presented themselves to the world. What seemed to some as trivial and flamboyant gave many in West Africa and Paris a real identity and pride.

His run-in with the French and Belgian immigration authorities for smuggling people into Europe was a real low-point in his career, but we only ever saw him act kindly and always amused that his motivation had been honourable.

I feel very privileged to have known him and to have had the chance to write, record and tour with one of the world’s greatest singers and musicians.

GOUD VAN OUD

FELA RANSOME–KUTI and The AFRICA’70 with GINGER BAKER – Live!

FELA RANSOME–KUTI and The AFRICA’70 with GINGER BAKER – Live!

Bouwjaar: 1971
Lieve luisterpaalkinderen, om met een vreselijk cliché in huis te vallen: Fela Kuti is een man die niet meer hoeft voorgesteld te worden. Maar misschien zijn er onder jullie toch enkelen die de voorbije halve eeuw op een andere planeet geleefd hebben. Daarom een poging tot duiding. Deze Nigeriaanse muzikant en politiek activist ontwikkelde in de loop van zijn zeer rijke loopbaan een eigen genre, de afrobeat. Hij debuteerde in het jaar 69 van de vorige eeuw met de baanbrekende lp ‘The 69 Los Angeles Sessions’ (helaas niet meer verkrijgbaar) en maakte 23 jaar later, een jaar voor hij stierf, zijn laatste, ‘Underground System’. Zijn discografie telt meer dan 50 albums! In 1969 trekt hij met zijn band Nigeria 70 naar de US of A en daar werd hij sterk beïnvloed door de ideeën van Malcolm X en andere zwarte activisten. Bij zijn terugkeer naar Nigeria werd zijn afrobeat een groot succes aldaar. Via zijn muziek promootte hij zijn politieke ideeën en zijn Afro-Shrine club werd al snel een politiek centrum. Zijn politiek activisme was zijn tijd ver vooruit: hij dacht al globalistisch nog voor die term werd uitgesproken. In 1974 richtte hij de Kalakutu Republic op en plaatste hij een hek om zijn huis: een staat binnen de staat was geboren en werd een doorn in het oog van de machthebbers: ook Occupy was hij ver vooruit. Kuti werd vaak opgepakt en gevangen genomen. Kuti werd steeds radicaler en zijn aanhang groeide tot ongeziene hoogtes. In 1978 werd zijn republiek vernield en de bewoners gemolesteerd, waarbij Kuti’s moeder overleed. Een jaar later was Kuti presidentskandidaat maar zijn kandidatuur werd geweigerd; vier jaar later gebeurde nog eens hetzelfde. Kuti herdoopte zijn band Africa 70 tot Egypt 80, die ook uit zo’n 80 leden bestond, en toerde all over the world: dit leidde tot een brede appreciatie van Afrikaanse muziek en cultuur. Hij groeide uit tot een belangrijke vertolker van de gevoelens van miljoenen Afrikanen. In 1997 overleed hij en zijn begrafenis bracht maar liefst een miljoen mensen op de been. Vandaag de dag leidt zijn jongste zoon, Seun, Egypt 80 in goede banen, zij het in een uitgedunde versie. Zo waakt hij over de erfenis van zijn vader; het moge gezegd zijn: die erfenis is in bijzonder goede handen, getuige daarvan o.m. hun twee recentste en briljante albums ‘From Africa with Fury: Rise’ en ‘A Long Way To The Beginning’, vol furieuze, gedreven en stomende afrobeat naar het aloude recept van vader Kuti. Maar laten we nu terug gaan naar wat voorafging aan dit politieke verhaal en ons focussen op zijn muzikale betekenis, hoewel zowel de politieke als de muzikale dimensie bij Kuti onlosmakelijk verbonden waren. Eind jaren 50 trekt Fela Kuti naar Londen om er vier jaar trompet en muziektheorie te studeren. Hij sticht er ook de groep Koola Lobitos met andere Nigeriaanse muzikanten. Terug in Nigeria gaat hij muzikaal experimenteren en combineert de nieuwe Afro soul (geënt op James Brown) met jazz, highlife en traditionele muziek. Het resultaat doopt hij afrobeat: een nieuw genre was geboren. Hoewel afrobeat algemeen erkend wordt als Kuti’s kind was het nooit geworden tot hoe we het nu kennen zonder de fenomenale percussionist en bandleider Tony Allen (vandaag nog steeds zeer actief). Dit is het succesrecept: Fela op tenor- en altsax en keyboard, Tony Allen aan het drumstel, broeierige brasspartijen, vraag- en antwoordzang, een vrouwenkoor van twintig eenheden in een spectaculaire choreografie: meer moet dat niet zijn. De -meestal zeer lange- muziekstukken worden door het 40-koppige Egypt 80 opgebouwd naar overweldigende en extatische climaxen. De ene bestseller volgde de andere op. Negentien jaar na zijn dood blijven we Fela Kuti herinneren als het muzikale genie (weliswaar met een soms extreme eigendunk) dat de mensen deed dansen op politiek en deed denken op muziek: voor Kuti was muziek een wapen.

Van 1970 tot 1976 leefde drummer Ginger Baker (Cream, Blind Faith, Ginger Baker’s Air Force….) in Nigeria waar hij veel van zijn tijd spendeerde aan rondhangen met Fela. Hij was daarheen getrokken om Afrikaanse ritmes te bestuderen maar ook om eens andere lucht op te snuiven en te bekomen van jarenlang slopend toeren. De twee ontmoetten elkaar voor het eerst begin jaren 60 in Londen. Baker verbleef ook in de Kalakutu Republic en verzamelde het grootste deel van de fondsen voor de installatie van de eerste zestiensporen opnamestudio in Nigeria. Hij speelde mee op 2 albums van Africa 70 (deze dus en ‘Why Black Man Dey Suffer’) en producete ‘He Miss Road’. Kuti van zijn kant zong en speelde keyboards op Baker’s album ‘Stratavarious’. ‘Live!’ bevat vier volgens het vertrouwde patroon lange lappen muziek die geheel het hierboven beschreven beproefde en onweerstaanbare succesrecept en de gekende muzikale structuur volgen, zij het dat we hier een smallversie van Africa ’70 aan het werk horen met “slechts” dertien muzikanten en zonder vrouwenkoor: dit heeft alles te maken met de plaats van opname, Abbey Road studio, waar 150 toehoorders opeengepakt waren. En avant la fête dus! Met twee drummers uit de wereldtop mag het geen verbazing wekken dat de percussie een prominente plaats inneemt bij deze opnames en als die twee drummers Tony Allen en Ginger Baker heten kan dat enkel de pret en de luistervreugde verhogen, ook al speelt Baker maar op twee van de vier tracks mee. Allen en Baker vormen hier de fundamenten waarop een opmerkelijk strak spelende band meer dan lekker tekeer gaat. ‘Live!’ is zoals steeds bij Kuti en de zijnen bijzonder strak, funky en sensueel. We krijgen nog een bonus track geserveerd in de vorm van een drumsolo, of in dit geval een drumduosolo, van Allen en Baker, opgenomen op het Berlin Jazz Festival in 1978. Voor de jongelui onder jullie: de drumsolo was in dat tijdperk een bijzonder populair fenomeen op concerten, en als het even kon hoe langer hoe liever, in dit geval meer dan zestien minuten. De liefhebbers van het fenomeen zullen hier wel pap van lusten, temeer het om een clash tussen twee wereldkleppers gaat; maar verder voegt deze drumorgie niets essentieels toe aan dit meesterwerk.
publieksprijs: 19,70
Meer van deze artiest: sinds drie jaar is bijna het volledige oeuvre van Fela Kuti terug verkrijgbaar. Daarvan een opsomming maken zou ons hier veel te ver leiden. Maar voor wie het allerbeste in huis wil halen raden we deze uiterst subjectieve selectie aan:
Live! (with Ginger Baker) (bouwjaar: 1971; 19,70€)
Open & Close (1972; 19,70)
He Miss Road (1975; 19,85)
Underground System (1992; 16,60)
The Best Of The Black President 2 Deluxe Edition (compilatie: 2 cd + dvd) (2013; 21,40).

SONG VAN DE MAAND

IMARHAN - Imarhan