Muzieknieuws juli 2016

REFUGEES FOR REFUGEES – Amerli

REFUGEES FOR REFUGEES – Amerli

Muziekpublique (muziekacademie, concerthuis en muzieklabel) brengt achttien virtuoze muzikanten samen die gevlucht zijn uit Irak, Pakistan, Syrië, Tibet, Afghanistan en uiteindelijk in België zijn beland. Zo willen ze een ander geluid laten klinken dat hopelijk ook gehoord zal worden. Het betreft muzikanten die gevormd zijn in gerenommeerde conservatoria (Damascus, Baghdad, Aleppo) langs de zijderoute, naast volksmuzikanten. Allemaal beschikken ze over bakken talent. Met deze cd-opname wil Muziekpublique de topkwaliteit aan het licht brengen van mensen die bijna onzichtbaar zijn geworden in ons land. Op de vlucht uit hun thuisland hebben ze ook het ecoysteem verlaten waarin hun muziek zo goed aardde. Op die manier lieten ze een enorme rijkdom achter zich, maar brachten ze hun kennis en in het beste geval hun instrumenten mee. Hun liederen vertellen het verhaal over hun landen van oorsprong en de weg die ze aflegden. Door muzikale bruggen tussen muzikanten uit verschillende tradities wilde Muziekpublique een rijk en innovatief album maken dat als symbool staat voor de interculturele ontmoetingen in een diverse samenleving. Het is ook het doel om een weergave te maken van de artistieke waarde van de deelnemende artiesten en een duw in de rug te geven aan de artistieke activiteiten van tal van andere vluchtelingen in België. Om die reden gaat een deel van de opbrengst naar de verenigingen Globe Aroma en Synergie 14.
De achttien muzikanten brengen ook een grote verscheidenheid aan instrumenten mee; zet jullie schrap: qanun, sarod, cello, gitaar, zang, percussie, ud, dramyen, tabla, dambura, erhu, viool en ney. Alsof dat nog niet volstond kwamen ook nog eens acht gastmuzikanten aandraven met hun erhu, saz, zang, contrabas, percussie, ud en duduk. De helft van de composities bestaat uit origineel werk, de andere helft uit bewerkingen van traditionals. De cd is vernoemd naar de stad in Noord-Irak die met succes weerstand bood aan IS. In het zeer verzorgde infoboekje wordt uitleg verstrekt bij de teksten en de achtergronden van de muziek. De klank van alle liederen en muziekstukken is zeer traditioneel en het spel is nooit minder dan virtuoos: dit is niet zomaar een bijeen geflanste compilatie van “toevallig” in Brussel aangespoelde gevluchte muzikanten, het is er duidelijk aan te horen dat hier werk van is gemaakt. Dit project verdient alle mogelijke aandacht en promotie en daaraan dragen wij graag een steen bij wat bij deze ook gebeurd is.
publieksprijs: 19,90

JUNGLE BY NIGHT – The Traveller

JUNGLE BY NIGHT – The Traveller

Niemand minder dan de grote Tony Allen omschreef vier jaar geleden dit toenmalige piepkuikencollectief (ze zijn nu al iets minder piep, allen tussen 22 en 24) uit Nederland als “de toekomst van de afrobeat”. Wie zouden wij zijn om hem tegen te spreken. Als druk en als gewicht op de schouders kan een dergelijke uitspraak van een grondlegger van de afrobeat wel tellen, zeker voor een piepjonge band. Deze negen blanke jongens kozen resoluut voor afrobeat en ethiojazz. Ze speelden al in het voorprogramma van enkele van hun helden zoals Mulatu Astatke, Orchestre Poly-Ritmo de Cotonou, Tony Allen en Seun Kuti. Zelf organiseerden ze in Amsterdam, op de verjaardag van Fela Kuti, een ‘Felabration’. Deze maand is het ook vier jaar geleden dat deze jongens ons met verstomming sloegen na het aanhoren van hun debuutalbum ‘Hidden’ (de mini-lp ‘Jungle By Night’ even niet meegerekend). Nog eens twee jaar later bevestigden deze negen jonge heren met opvolger ‘The Hunt’ al het goede dat we schreven over ‘Hidden’. Op deze twee albums bracht Jungle By Night geen afrobeat en afrojazz pur sang, maar hoorden we ook vele andere invloeden: soukous, oosterse beats, psychedelica, triphop en hiphopgrooves deden hun intrede maar afrobeat bleef de solide basis van hun instrumentale muziek. Alle ingrediënten van een geslaagd (afrobeat)feestje waren aanwezig en alle invloeden vloeiden wonderwel in elkaar over. Het is niet vanzelfsprekend om zonder zang te blijven boeien, maar dat deden deze jongens wel degelijk. Het instrumentarium bestaat uit tenorsaxofoon, trompet, flugelhorn, gitaar, keyboards allerlei, bas, djembe, conga en nog percussie allerlei en drums. Vooral de blazers stonden garant voor een strakke, funky en groovy sound en beide albums zaten eivol met zeer aanstekelijke en swingende grooves en beats en lieten hedendaagse afrobeat (met zijsporen) horen van constant zeer hoogstaande kwaliteit. Tony Allen had wel degelijk de nagel op de kop getikt: Fela Kuti mocht zich nog eens rustig omdraaien in zijn graf en op beide oren slapen. Femi, Seun en nog een aantal anderen hadden er negen leuke blanke broertjes bij. Deze sound wordt op ‘The Traveller’ in grote lijnen doorgetrokken, al is het aandeel van de analoge synthesizers veel groter en prominenter geworden, maar de muzikale insteek is veel uitgebreider waardoor de begrippen afrobeat en ethiojazz ruimschoots overstegen worden en menig liefhebber van wereldmuziek zich wellicht plots heel wat minder zal aangetrokken voelen tot deze groep en zich misschien -al dan niet terecht- zal afvragen wat dit album nog komt te kijken in deze rubrieken. Ook de dansbaarheidfactor is fel gekrompen. Dit veel grotere universum zal wellicht mede bepaald zijn door hun vele optredens in verre buitenlanden en invloeden uit Turkije, Japan en Colombia zijn hier duidelijk hoorbaar alsook elementen van minimalistische muziek tot zelfs krautrock. De algemene indruk na beluistering is vooral een eclectische die niet te plaatsen is en waar geen enkel etiket op te kleven valt en waarbij samenhang, eigenzinnigheid, experiment en diversiteit opvallende en bepalende factoren zijn in de zeer doordachte, gelaagde en ingenieuze composities. Het hoeft dan ook geen verwondering dat deze groep zowel op jazz-, dance- als rockfestivals geprogrammeerd staat. Deze groep blijft in volle ontwikkeling en dat valt enkel toe te juichen. Vorige maand stonden ze nog op Glastonbury en op 13 juli doen ze Dour aan; op 5 augustus zijn ze dan weer gratis en voor niets te bewonderen op de Burg in Brugge op een dubbelaffiche met Keziah Jones. Allen daarheen.
publieksprijs: 17,05

OUMAR KONATÉ – Maya Maya

OUMAR KONATÉ – Maya Maya

Mali en zijn gitaristen: daarover kan stilaan een lijvig boek geschreven worden en op het WK voor elektrische gitaren zou het land wellicht de topfavoriet voor de titel zijn. Wie alvast zijn selectie voor dat Malinese team in de wacht gesleept heeft is Oumar Konaté. Reeds in de lagere school kon Konaté zijn klasgenootjes ontroeren met zijn passie voor muziek en zang. Na schooltijd speelde hij met zijn eerste band aan de voordeur van het ouderlijke huis. Toen hij op de middelbare school was trok hij mee met Orchestra of Gao (zijn thuisstad). Hij haalde later een graduaat aan het prestigieuze National Institute of Arts en aan het Institut de Formation des Maîtres. Sindsdien is hij een veel gesolliciteerde begeleider bij vele Malinese topmuzikanten. Twee jaar geleden verscheen zijn internationale debuut, ‘Addoh’. Het album werd opgenomen tijdens de politieke crisis in 2012 en 2013. Het gaf zowel een overgangsperiode in zijn muzikale expeditie weer alsook een muzikale dissertatie over de emoties en de belevenissen van jonge Malinezen gedurende de rebellieperiode en de staatsgreep. Dan is er nu de opvolger ‘Maya Maya’. Waar hij zich op zijn debuut nog liet begeleiden door een keur aan Afrikaanse en Amerikaanse gastmuzikanten opteert hij nu voor de klassieke rocktrioformule en zijn de traditionele instrumenten niet meer van de partij. Ook ‘Maya Maya’ is duidelijk muziek uit een land in beroering en is opnieuw wisselend akoestisch en elektrisch. Oumar Konaté’s muziek is representatief voor het 21ste eeuwse complexe West-Afrika dat kreunt onder geopolitieke belangen en een onzekere toekomst en in het slop dreigt te raken door fundamentalisme, corruptie en mislukte economieën. Konaté heeft ondertussen veel getoerd door Europa en de VS maar als hij thuis is kan hij op vrijdagavonden steeds aan het werk gezien worden in Club Songhoy in Bamako. Ondanks alle bezongen calamiteiten horen we ook op ‘Maya Maya’ opnieuw vooral de uitdrukking van optimisme en hoop op vrede. Op ‘Addoh’ hoorden we nog een samengaan van oude en nieuwe stijlen en een brede waaier aan muzikale sferen terwijl er op ‘Maya Maya’, mede door de rocktrioformule, eerder een tweedeling te horen is met songs die nog diep geworteld zijn in Mandestijlen en andere die straight rock zijn. Hoe dan ook bevestigt Konaté met dit album dat hij een begiftigde zanger en gitarist is.
publieksprijs: 20,70

GAMBARI BAND – Kokuma

GAMBARI BAND – Kokuma

We blijven nog even in Mali, soms lijkt het alsof we er wonen, maar nu niet in de sectie gitaren maar in die van de ngoni. Vijf van de acht leden van Gambari Band zijn familie van de absolute ngonigrootmeester Bassekou Kouyaté en speelden ooit ook in diens begeleidingsgroep Ngoni Ba. De groepsnaam is ontleend aan een traditioneel ritme uit de Moptistreek. Oumar Barou Kouyaté neemt de solos voor zijn rekening en wordt nog ondersteund door twee andere ngonispelers en instrumenten met welluidende namen als kalebas, yabara, tamani, tama ba en karignan. Voor de vocalen zorgen twee zangeressen. De opnames gebeurden in 2012 in Bamako, de productie was in handen van Yaya Traore en Mell Dettmer die de tapes nog meenam naar Seattle om ze daar te mixen waarbij enkel de zang werd overdubd. Er zijn heel wat gelijkenissen met de muziek van Ngoni Ba maar er zijn vooral een aantal verschillen. De totaalklank is cleaner en er worden geen elektrische effecten gebruikt en er worden enkel akoestische instrumenten gebruikt. De solos van Barou hebben een verschillend karakter dan die van Bassekou: ze zijn melodieuzer en minder flashy. Gambari Band maakt meer gebruik van koorzang. De muziek is doordrongen van een vreugdevolle energie en ademt een opmerkelijk gevoel van hoop ondanks dat de opnames gebeurden in volle staatsgreep. De teksten behandelen de vertrouwde morele boodschappen in de Malinese populaire muziek: het belang van dialoog en communicatie, de gevaren van roddel en laster, de waarde van muziek en sociaal entertainment in een gezond leven. De tempi variëren ver uit elkaar maar deze groep speelt strak en vol vertrouwen in eender welk tempo. De verschillende ngonitoonhoogtes komen ruim aan bod al voert de hogetoonngoni van Barou de boventoon en de wisselwerking tussen de twee zangeressen is heerlijk. GambariBand breit een verlengstuk aan het baanbrekende werk van dat andere familiebedrijfje en debuteert met een van de verrukkelijkste en meest duurzame Malinese opnames van de laatste jaren, en dat kan tellen. Dit schijfje staat vol aardse en gracieuze muziek, verheffende harmonieën en explosieve polyritmes en etaleert de energie en de aandrang van een liveopname. ’Kokuma’ is een topkandidaat voor onze fictieve categorie “debuut van het jaar” maar behaalt wel een reële prijs als negende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,60

KEL ASSOUF – Tikounen

KEL ASSOUF – Tikounen

Moeten er nog Touareggitaren zijn? In het geval van Kel Assouf (‘zij die zich wentelen in nostalgie’) zeggen wij volmondig: JAA! Deze groep ontstond tien jaar geleden in Brussel rond spilfiguur Anana Harouma (ex-Tinariwen), een vluchteling uit Niger. De band heeft een niet-Touareg ritmesectie: Sam Gysel, Alex Rodembourg en Mathieu Mirol. De identiteit van de groep is gebouwd rond twee centrale ideeën: de verspreiding van de Touaregcultuur en de strijd tegen discriminatie, oorlog, onrecht, vervuiling en meer van dat fraais en hun muziek is al even pittig als hun onderwerpen. In het Tamasheq betekent ‘tikounen’ ‘verbazing / verbijstering’ en daarmee kijkt Harouma naar wat zich nu allemaal op de wereldbol afspeelt en dat wil hij ook vertolken in zijn teksten (staan afgedrukt in het Frans en het Engels). Na het eerste album vervoegde zangeres Toulou Kiki Bilal de groep; die naam zegt wellicht niets, maar voor wie de film ‘Timbuktu’ gezien heeft: zij vertolkte daarin de hoofdrol. De Tunesische producer Sofyann Ben Youssef heeft een belangrijk aandeel in de vitale tradi-modern sound (tussen traditie en urban) van Kel Assouf. Youssef is een componist gediplomeerd in musicologie en Arabische muziek. Zijn interesse voor hedendaagse én traditonele muziek bracht hem ertoe te experimenteren met en zich te initialiseren in de Indische en Arabische muziek, jazz, electro, filmmuziek en rebetiko. Hij is ook deels verantwoordelijk voor de koerswijziging in de klank t.o.v. het debuutalbum ‘Tin Hinane’: de invloeden uit o.m. afrobeat, reggae en zelfs latin zijn verdwenen en centraal staan nu de ruige, stevige, scheurende, snijdende en vervormde rockgitaren, een potente ritmesectie die staat als een huis en ook veel blues en knarsend woestijnzand. De gitaren vertonen veel minder de kronkelende patronen van Tinariwen en consorten waardoor Kel Assouf zich naast ook het gebruik van keyboards onderscheidt van andere Touaregbands en wellicht de meest rockende en energieke in het gezelschap is: wel hebben ze het trance-effect en de distortie gemeen. De identiteit en de taal van Harouma is nog uiterst Toaureg gerelateerd maar de muziek is dit nog nauwelijks maar enkel een kniesoor kan hier rouwig om zijn, gezien de kwaliteit die hier gebracht wordt. Samen met Songhoy Blues en Imarhan moet Kel Assouf in staat geacht worden om desertblues (in de zeer brede zin van het woord) ‘hot’ te maken in westerse oortjes. Moeten er nog Touareggitaren zijn? JAA!
publieksprijs: 19,50

MELT YOURSELF DOWN – Last Evenings On Earth

MELT YOURSELF DOWN – Last Evenings On Earth

Niet enkel in rock en jazz kennen we het fenomeen ‘supergroep’, ook in wereldmuziek komt dat wel eens voor. Zo hadden we o.a. al Afro Celt Sound System en The Imagined Village, twee projecten van Simon Emmerson. En drie jaar geleden verscheen er uit het niet met veel tromgeroffel en vooral met veel gierende saxen Melt Yourself Down. Dit bont allegaartje wordt bevolkt door lui die het goede weer maken bij o.m. The Heliocentrics, Mulatu Astatke, Zun Zun Egui, Transglobal Underground en Rokia Traoré. MYD werd al omschreven als “the sound of Cairo ’57, Köln ’72, New York ’78 en London 2013”. Muziek uit diverse windstreken, hoeken en tijdperken dus en op dat wonderbaarlijke debuut met een unieke spirit dat zich in geen enkel vakje liet stoppen waarden dan ook geesten rond: Can, James Chance and His Contortions, Rip Rig and Panic om maar deze te vernoemen. De zeer opwindende, losbandige, energieke, razende en dynamische muziek die MYD op dat debuut genereerde kon nog het best omschreven worden als gecontroleerde en georchestreerde chaos: het ene moment leek het alsof alles perfect in elkaar gleed en even later kreeg je de indruk dat de muzikanten verschillende composities door elkaar haspelden. Hoe dan ook, het resultaat was bijzonder fascinerend, wereldmuziek in de wel allerbreedste zin van het woord: afrojazz, tribal pop, avantgarde, psychedelische funk, wilde elektronica, ongebreidelde zang en spel…. Wat The Ex klaarspeelde met Getatchew Mekuria was een ijkpunt. Op ‘Last Evenings On Earth’ gaan de zes heren en een dame van MYD nog een stap verder. Er wordt voort gebouwd op de patronen van hun titelloze debuut maar dit gaat veel verder dan fusie in de betekenis van de optelsom van de verschillende delen: eclectischer, organischer en avontuurlijker dan wat hier wordt neergezet kan haast niet: je hoort nog wel vaag de afzonderlijke invloeden maar hier stromen al die invloeden als een vloed door het lijf van de muzikanten. Structureel staan ritme, energie en groove (veelal van Noord-Afrikaanse origine) centraal en die wordt vaak benaderd zoals in free jazz en punk. De vaak losgeslagen vocalen (zingen maar ook dreunen, ratelen en schreeuwen) van Kushal Gaya roepen herinneringen op aan Talking Heads ten tijde van ‘Fear Of Music’ en aan Public Image Ltd. ten tijde van ‘Flowers Of Romance’. Het geheel voelt doordringend, anarchistisch, baldadig en apocalyptisch en ook zeer flexibel en onbevangen aan. De centrale thematiek van het album bestaat uit ziekte, dood en oorlog, nadat de groep verscheidene geliefden verloor in nauwelijks een jaar. Maar hun reactie daarop is er geen van ellende of overpeinzing maar eerder de spirit van revolutie in een clash van klanken. Ondanks dit een uitermate collectief gebeuren is stellen we toch vast dat tenorsaxofonist Pete Wareham de drijvende en leidende factor is in deze zeer relevante, overweldigende en afmattende eruptie van creativiteit. Voor wie nog steeds rouwig zou zijn om de split van Zun Zun Egui biedt Melt Yourself Down de perfecte vertroosting. Waarschuwing van de redactie: dit album is niet geschikt voor gevoelige oortjes.
publieksprijs: 18,15

M.A.K.U. SOUNDSYSTEM – Mezcla

M.A.K.U. SOUNDSYSTEM – Mezcla

M.A.K.U. Soundsystem is een achtkoppige band die opereert vanuit New York en waarvan de meeste leden uit Colombia komen, aangevoerd door gitarist Camilo Rodriguez. De band mixt Afro-Colombiaanse ritmes zoals mapalé, champeta, cumbia en bullerengue met een mozaïek aan andere stijlen zoals afrobeat, soul, funk, hiphop en jazz in een bijzonder klankpalet met de percussie, de zang en de blazers in de hoofdrollen. De groepsnaam haalde Rodriguez bij de Nukak Maku, een Colombiaanse Indianenstam die pas in de jaren 80 van de vorige eeuw contact maakte met de buitenwereld. Het woord ‘makú’ is afgeleid van de Arawak-term ‘ma-aku’ wat betekent ‘zij die niet spreken’, een pejoratieve verzamelnaam voor een aantal Indianenvolkeren in het Amazonebekken. ‘Mezcla’ (= ‘mix’) is hun vierde album (de vorige drie werden in eigen beheer uitgegeven). Ze dragen hun muziek op aan ‘The Everyday People’ van alle rassen en achtergronden, in het bijzonder aan zij die in hun geest de kracht vinden om de ontbering in henzelf te ontgroeien en zo een positief leven te promoten midden in de slechtheid van de weinigen die deze wereld constant regeren in beroering en wanhoop. Ze is ook opgedragen aan alle inheemse volkeren en gemeenschappen uit alle rassen wereldwijd in constante overleving en exodus die voorouderlijke leraars zijn over andere tijden, samenlevingen en waarden en aan zij die door de tijden heen hebben blijven zingen, dansen en elkaar beter maken met zorg en liefde. Tot zover de afdeling goede bedoelingen, maar hoe zit het nu met de muziek? Het voorgevoel zat goed, want uitgebracht op Glitterbeat, de voorbije jaren een absoluut Huis van Vertrouwen. Maar misschien is dat wel een positief vooroordeel van onzentwege. Muzikaal is het hier een en al feest maar in de teksten schuilt veel bittere ernst: de groeiende ongelijkheid in de wereld, eendracht, beslag leggen op de aarde en de Latijns-Amerikaanse migrantenstroom richting de VS. Hun Zuid-Amerikaanse thuisland heeft een zeer grote muzikale diversiteit en dat heeft M.A.K.U. daar beslist niet achtergelaten. De groep staat overzees gekend voor zijn essentieel rauwe live sound en dat weten ze ook op dit dode materiaal bijzonder goed te capteren; het album werd immers live in de studio opgenomen. De muzikale mix lijkt hier wel het leitmotif te zijn naast denken en dansen. Deze aanstekelijke muziek is zeer uitnodigend tot de dansvloer. ‘Mezcla’ is een verhorende, intense maar ook vibrerende en woeste soundtrack voor een modern, getroebleerd en belegerd Amerika op de rand van een identiteitscrisis. Toch is de spirit vreugdevol, weerbarstig, feestelijk en aanstekelijk in dit cultureel en muzikaal tweerichtingsverkeer.
publieksprijs: 18,75

MOR KARBASI – Ojos De Novia

MOR KARBASI – Ojos De Novia

Mor Karbasi werd geboren in Jerusalem en na een omzwerving van vijf jaar in Londen is ze neergestreken in Sevilla. Ze heeft Marokkaanse en Perzische roots. Ze zingt hoofdzakelijk in het Ladino, de oude en bijna vergeten taal van de joodse diaspora in Spanje. Ze debuteerde in 2008 en dat leverde sindsdien drie puike albums op, ‘The Beauty and The Sea’, ‘Daughter Of The Spring’ en ‘La Tsadika’. Op dat laatste album waren vooral traditionele Sefardische liederen uit Marokko te horen en ‘La Tsadika’ kon dan ook gezien worden als een muzikaal eerbetoon aan haar herkomst. Karbasi beschikt over een bijzonder hoog, expressief, bezield en opwindend stemgeluid met een gigantisch toonbereik en met veel vibrato. Ze waagt zich ook met succes aan polyfonie. Voor ons is niet Yasmin Levy (ze is ons veel te poppy) maar wel degelijk deze Mor Karbasi de koningin van Ladino. Op ‘Ojos De Novia’ (‘de ogen van de bruid’) staan vooral liederen over liefde en tragedie; de meeste daarvan roepen haar Marokkaanse, Spaanse, Moorse en Joodse wortels op en enkele zijn Berbertraditionals. De productie is in handen van Joe Taylor die ook opnieuw als gitarist met zijn innovatief spel een centrale rol krijgt toebedeeld en een uitgesproken klankkleur toevoegt. Opgemerkte gastverschijningen zijn er van Richard Bona, de Tomatito familie, Kai Eckhardt en een strijkkwartet. Maar vanzelfsprekend staat ook nu weer die bijzondere stem van Karbasi in het middelpunt. De composities navigeren tussen Andalusische, Berberse en Perzische melodieën en arrangementen (met ook elementen uit jazz en fado) en zijn gegoten in een moderne muzikale esthetiek die complex is maar wel alle franjes achterwege laat. Maar ‘Ojos De Novia’ is zeker niet haar sterkste werk: daarvoor zijn niet alle composities even sterk en bovendien gaat ze enkele keren in een overmoedige bui vocaal uit de bocht en dreigt het sentiment soms om de hoek. Maar ze blijft natuurlijk een geweldige zangeres met een uniek stemgeluid.
publieksprijs: 21,05

ROBERT ‘ROBI’ SVÄRD – Pa’kì pa’ka

ROBERT ‘ROBI’ SVÄRD – Pa’kì pa’ka

De Zweedse gitarist Robert Svärd groeide op in Zweden en Australië en werd er ook geschoold in klassieke gitaar. Hij begon zich van op afstand te interesseren in flamenco maar ondervond al snel dat zijn opmerkelijke techniek en zijn soepele vingers bewondering opwekten in Andalusië. En dus ging hij flamenco studeren in Sevilla. ‘Pa’kì pa’ka’ is zijn debuutalbum waarvoor hij alle muziek zelf componeerde. Als buitenstaander brengt hij zijn individuele benadering van flamenco waarbij je sporen van zowel zijn klassieke als zijn Scandinavische achtergrond hoort zonder dat hij probeert fusiemuziek te creëren. Het verhaal van dit album start wanneer Svärd wordt uitgenodigd op een doopfeest in Granada. Hij was toen al een van de meest gesolliciteerde gitaristen bij flamencogezelschappen in Andalusië. Zanger Alfredo Tejada, een topnaam in de hedendaagse flamencowereld, nodigde zichzelf uit om te zingen op dit album en schreef er ook alle teksten voor. Bovendien werd Svärd ook uitgenodigd om dit album op te nemen in de legendarische FJR Estudios de Grabación in Granada en dat samen met topmuzikanten uit de flamencowereld zoals bassist Nani Conde en percussionist Miguel “El Cheyenne”. ‘Pa’kì pa’ka’ klinkt allesbehalve als een debuut dan wel als de zoveelste hoog kwalitatieve worp van een doorwinterde artiest. Zijn spel is verbijsterend betoverend en virtuoos en de melodieën zijn bijzonder ritmisch. Robi is een melodist in de ware zin van het woord en zijn composities zitten vol warme melodieën en exploderende ritmische passages. Robert Svärd brengt flamenco van zeer hoog niveau en is zonder twijfel een aanwinst voor de flamenco maar ook ver daarbuiten.
publieksprijs: 20,40

TROVADOTRES – Mundo Perdido

TROVADOTRES – Mundo Perdido

Deze zevenkoppige Belgische groep begon in 2011 met zijn drieën, vandaar de ‘tres’ in de naam. Ze komen uit verschillende muzikale achtergronden en brengen een repertoire dat zich vooral laat inspireren door flamenco maar waarbij ook nog ruimte is voor andere stijlinvloeden. Alle composities en teksten zijn van de hand van gitarist Louis Henry. Drie jaar geleden debuteerden ze met de ep ‘Sombra y Luz’ en nu is er hun eerste full cd, ‘Mundo Perdido’. De titel evoceert openheid naar een wereld die soms fantastisch, soms ook poëtisch is, maar ook een manier van kijken naar onze actuele wereld. Een wereld die we proberen te laten gedijen d.m.v. kunst, ontmoetingen, culturele uitwisselingen of door de bereidwilligheid ons te positioneren tegenover de tegenstrijdigheden van het huidige mondiale systeem. Hun concept verwijst naar een nostalgie naar onze tradities en naar de kennis ervan alsook naar de folklore die geleidelijk aan verloren gaan in de mondialisering. Het is ook een reflectie op de evoluties van de moderne wereld, een wereld waarin we verscheurd worden tussen onze natuur en het vuurwerk van de technologie, de overconsumptie en de uitwassen van het individualisme. ‘Mundo Perdido’ is een verlangen om terug te keren naar de wortels, naar een optimistische hoop op een betere wereld om te herontdekken en te delen. Tot daar de eigen voorstelling van de groep, maar we vonden het te mooi geschreven om het jullie te ontzeggen. Het instrumentarium omvat gitaar, percussie, bas, klarinetten, zang en dwarsfluit; voor deze opnames werd Trovadotres nog bijgestaan door een altsaxofonist en een strijkkwartet en de muzikale leiding was in handen van dirigent David Navarro Torres. Het sprankelende gitaarspel van Louis Henry ademt warmte en heeft een centrale rol in het gebeuren. De klank is nu eens poëtisch, dan weer feestelijk, nu eens ernstig, dan weer licht: kortom, het leven zoals het is. Er wordt op hoog niveau gemusiceerd maar in de composities ontbreekt het bij momenten aan inspiratie: dan ontgaat het de luisteraar waarheen de groep wil. Maar al bij al is het algemene niveau van die kwaliteit dat Trovadotres het verdient om verder gevolgd te worden: je hoort dat hier voldoende potentieel aanwezig is.
publieksprijs: 20,40

SOCIEDADE RECREATIVA – Sociedade Recreativa

SOCIEDADE RECREATIVA – Sociedade Recreativa

Sociedade Recreativa is het verhaal van de ontmoeting tussen de troubadours van het Frans-Braziliaanse trio Forró de Rebeca en “global producer” Maga Bo, tussen traditionele Noord-Braziliaanse muziek (in dit geval forró) en urbane culturen als hip hop en dub, tussen traditionele instrumenten als rabeca, accordeon, cavaquinho en elektronische texturen. Maga Bo verraste ons en ook wel een beetje de rest van de wereld vier jaar geleden met het denderende, zinderende en vernieuwende album ‘Quilombo do Futuro’, een mix van lokaal en globaal, van organisch en elektronisch, dat alles in een zeer frisse en opwindende mix. Maga Bo is een Amerikaanse Carioca, een inwoner van Rio de Janeiro. Hij is dj, maar dan geen gewone: hij verrijkt zijn dj sets met live-instrumenten. Hij is actief geweest als muzikant en producer in meer dan 40 landen en woonde o.m. in Marokko, India, Ethiopië en Senegal. Sinds 1999 woont hij in Rio. De mix die Sociedade Recreativa neerzet is er een van de prettige soort waarbij de balans tussen traditie en moderniteit uitstekend ligt. De klankeffecten worden spaarzaam, subtiel en schrander aangebracht en overdonderen nergens de natuurlijke flow van de muziek. De songs zijn overtuigend en de hooks blijven in het hoofd hangen. Dit album zal zeker niet het wereldmuzikale landschap ingrijpend veranderen maar als het dan toch iets Braziliaans mag zijn dan verschaft Sociedade Recreativa ons het ideale tegengif tegen honingzoete bossa.
publieksprijs: 21,10

CARLA PIRES – Aqui

CARLA PIRES – Aqui

In 2005 was de Portugese zangeres Carla Pires een ware revelatie met haar geweldige debuutcd ‘Ilha Do Meu Fado’. Op zeer jonge leeftijd mocht ze in Portugal al de rol van Amália Rodrigues spelen in de gelijknamige musical. Na dat geweldige debuut was het zes jaar wachten op de opvolger ‘Rota Das Paixões’; we bleven echter op onze honger zitten want de magie van haar debuut was ver heen. De cd-titel betekende ‘de weg van de passies’ maar die waren muzikaal ver te zoeken. Toch blijven we haar omwille van haar bijzondere en sensuele altstem beschouwen als een van de beste fadovertolkers van de huidige generatie. Op haar nieuwe cd ‘Aqui’ was het wederom vijf jaar wachten. Op ‘Aqui’ wil ze een opening maken naar andere stijlen die esthetisch nauw aansluiten, zoals tango en samba. ‘Aqui’ bezingt Lissabon als een vrouwelijke, vrije en diverse stad. Die opening naar andere stijlen beperkt zich wel tot luttele uitstapjes want voor de rest blijft de stemming eendimensionaal en overvalt ons eerder een dertien in een dozijn gevoel. Heel erg jammer dat er met deze bijzondere stem niet meer aangevangen wordt. Als ze nog eens vijf of zes jaar zal wachten om iets van zich te laten horen zullen wij daar alvast niet rouwig om zijn.
publieksprijs: 18,75

OGOYA NENGO ANG THE DODO WOMEN’S GROUP – On Mande

OGOYA NENGO ANG THE DODO WOMEN’S GROUP – On Mande

Dodo is een traditioneel type van vrouwelijke vocale muziek van het Luovolk. De mannen zingen er een equivalente stijl, genaamd Maranga. Traditioneel is muziek de meest voorkomende kunstvorm bij de Luogemeenschappen. De muziek komt tot stand door het dagelijkse leven, ceremoniële traditities, dansfeesten en zeker ook door de individuele expressie van de muzikanten. De vocale muziek van de Luo is fors ornamenteel en wordt gezongen om leden van de familie en van de gemeenschap te eren maar ook bij huwelijken, begrafenissen en drankfeesten. De Luo is de derde grootste etnische groep in Kenia en ze leven in de westelijke regionen van het land alsook in het noorden van Oeganda en in het noorden van Tanzania. Reeds als kind trok Ogoya Nengo (echte naam: Anastasia Oluoch) publiek met haar zangoptredens. Haar artiestennaam Nengo betekent ‘prijs’ omdat ze de duurste zanger(es) van de regio was. Voor hun tweede album ‘On Mande’ wilden Nengo en haar groep een verscheidenheid aan instrumenten voorstellen die de veelzijdigheid van Luo volksmuziek reflecteert alsook de actuele livevoorstellingen van de groep. Zo zijn er de Ohangla drum en het Bunde drumstel die bestaat uit verscheidene floor toms, een kleine Asili fluit, een eensnarige Orutu vedel, Peke shakers in verschillende afmetingen en een akoestische gitaar die in het district Siaya een Box gitaar genoemd wordt. Dit album werd met mobiele opnameaccomodatie opgenomen op het erf rond het huis van Nengo in Rang’ala Village bij het Victoriameer. Dodo is traditionele muziek in de meest letterlijke zin van het woord maar doordat het nog steeds een levende cultuur is ontwikkelt deze kunstvorm voortdurend en horen we hier dan ook een hedendaagse versie ook al zullen onze verwende westerse oren daar wellicht anders op reageren. Producers Sven Kacirek en Stefan Schneider zijn zelf muzikanten, respectievelijk in de elektronische muziek en de jazz. Zij waren gefascineerd door deze muziek van bij hun eerste ontmoeting met Ogoya Nengo in 2013 en besloten haar muziek op te nemen zonder overdubs of bijkomende effecten. Zij werden vooral aangetrokken tot dodo omwille van de sterke zin voor herhaling en de complexe ritmische structuren waarin zijn parallellen zien met diverse vormen van hedendaagse elektronische muziek. Sinds 2011 reizen deze beide heerschappen naar Kenia om opnames te maken van verschillende stijlen Luomuziek zoals, Dodo, Ohangla, Benga en Nyatiti. Ze hebben ook een eigen muzieklabel TAL, waarop dit album is verschenen. Het eerste album van Nengo verscheen twee jaar geleden op Honest Jon’s, waar Damon Albarn een van de drijvende krachten is.
publieksprijs: 17,65

GABRIELLA GHERMANDI – Ethiopia - Celebrating Emperor Tewodros II

GABRIELLA GHERMANDI – Ethiopia - Celebrating Emperor Tewodros II

Atse Tewodros was een van de weinige Ethiopische keizers die niet van Ethiopische koninklijke afstamming was. Het verhaal wil dat hij het tot de macht bracht door zijn volharding en charisma en daarmee het Ethiopische volk danig charmeerde dat ze braken met een eeuwenoude traditie en hem steunden bij zijn bestijging van de troon. Tewodros was de keizer die Ethiopië moderniseerde met respect voor de tradities. Hij verenigde Ethiopië en was ook de keizer die vocht tegen het leger van Queen Victoria en de onafhankelijkheid van het land verdedigde in de eeuw van Afrikaanse kolonisatie. Dit album vertelt de verhalen van Ethiopische patriotten tijdens de Italiaanse fascistische bezetting. Gabriella Ghermandi werd in 1965 geboren in Addis Ababa als dochter van een Italiaanse vader en een Ethiopische moeder. In 1979, een jaar nadat haar vader stierf, verhuisde ze naar Italië. Zij is zangeres, schrijfster en vertelster. Ze groeide op in een wereld met diverse klanken en muziek: Ethiopisch, Italiaans, Congolees, Indiaas. Haar moeder baatte een kledingwinkel uit en in de muziekwinkel daarnaast die uitgebaat werd door een Griekse vrouw luisterde Gabriella naar The Beatles en rebetiko. Op haar weg naar huis luisterde ze naar de muziek van de Azmarizangers en thuis hoorde ze op de radio moderne Ethiopische muziek. En dan waren er ook nog de oorlogsliederen waar ze niet van hield maar die ze nu wel op podia van Italiaanse theaters en ook ver daarbuiten brengt , alsook enkele op deze cd, om de voorouders die voor de vrijheid vochten te herdenken. De vaak statige muziek die we op dit album horen is gebaseerd op diverse soorten traditionele Ethiopische pentatonische toonladders en wordt door Ethiopische en Italiaanse muzikanten gespeeld op een mix van traditionele en moderne instrumenten. De groep die samengesteld werd voor dit project is infeite een samengaan van twee bestaande groepen: het Italiaanse jazztrio Reunion Platz o.l.v. pianist Michele Giuliani en leden van Ethiocolor Band, een groep jonge muzikanten uit Addis Ababa. Het project kon tot stand komen d.m.v. fundraising. Dit is het debuutalbum van Ghermandi en alle liederen en de arrangementen zijn van haar hand, in nauwe samenwerking met de Ethiopische componist Aklilu Zewdie en professor Berhanu Gizaw HaileMariam. In grote lijnen horen we een variant op jazz-ontmoet-Azmari folk, nauw verwant met het werk van Mulatu Astatke en meer recent ook met dat van Qwanqwa. De muziek klinkt helder, bedachtzaam en ongedwongen. De contrasten tussen de directe, warme, intieme en accurate stem van Ghermandi en de fluit, de droge, rauwe klank van de krar, en de rustige, jazzy ritmesectie zijn krachtig evocatief. Dat stemgeluid doet bij momenten trouwens denken aan dat van de grote Ejihayehu “Gigi” Shibabaw.
publieksprijs: 16,10

‘RICH MEDINA Presents JUMP N FUNK’ (compilatie)

‘RICH MEDINA Presents JUMP N FUNK’ (compilatie)

Naast dichter, spoken word artiest, journalist en producer is Rich Medina vooral een DJ met wereldfaam. Een van zijn grootste verwezenlijkingen in die hoedanigheid is JUMP N FUNK, die hij opstartte in 2001. Dit project was opgedragen aan Fela Anikulapo Kuti en aan diens politieke en culturele nalatenschap. Over deze man en over afrobeat hebben we het in deze rubrieken al meer dan eens in het lang en in het breed gehad. Het succes van deze onderneming lag ongewild ook aan de grondslag van de awardwinnende Broadwayproductie ‘Fela!’ uit 2008. Met JUMP N FUNK veroverde Medina de VS van A en was en is hij nog steeds wereldwijd aan de slag, o.m. in Tokyo, Brussel, Londen, Amsterdam tot in Zuid-Afrika en het Verre Oosten. JUMP N FUNK is meer dan een clubnacht met een DJ: de DJ set wordt gekoppeld aan live acts zoals Wunmi, Asiko Afrobeat Ensemble, Antibalas Afrobeat Orchestra en de cast van ‘Fela! On Broadway’. De samenstelling van deze compilatie bestrijkt een zeer breed palet en is zoveel meer dan verzameling van oude klassiekers uit het genre. Fela Kuti en zijn naaste omgeving nemen maar een beperkt gedeelte van deze verzameling in (zo ontbreekt zelfs Femi Kuti). Geografisch en genregewijs wordt het hier breed uitgesmeerd. Medina wou met zijn selectie vooral de invloed van Fela Kuti en afrobeat op andere genres aantonen: zo komen hier ook o.m. R’n’B, funk, souljazz en house aan bod. Naast usual suspects als Fela zelf, Tony Allen, Seun Kuti & Egypt 80, Antibalas en Jungle By Night (jawel!) treffen we hier vooral veel nobele onbekenden. Van die categorie zijn ons vooral Martin Luther & Maimouna (in een remix van Rich Medina), Original Nairobi Afro Band, AIFF (heerlijk!), Zafari, Damn!, Skeletons en dan ook nog die fantastische zangeres Audrey Gbaguidi op Tony Allen’s ‘Nina Lowo’ bijgebleven. Boeiende en aardige momenten genoeg op deze compilatie, dat wel, maar in zijn geheel toch niet aantrekkelijk genoeg om er helemaal warm voor te lopen. Voor wie ooit op zo’n clubnacht van Rich Medina aanwezig was zal dit wellicht wel een mooi aandenken betekenen.
publieksprijs: 19,45 (2 cd)

REGGAE

ZIGGY MARLEY – Ziggy Marley

ZIGGY MARLEY – Ziggy Marley

Ziggy Marley is wellicht de muzikaal meest getalenteerde nakomeling uit het geslacht van Bob (en met de jaren begonnen Ziggy’s uiterlijk en stem ook steeds meer op die van zijn vader te lijken), ook al heeft hij zich het voorbije decennium redelijk onsterfelijk belachelijk gemaakt met non-platen zoals ‘Wild and Free’, ‘In Concert’ en ‘Fly Rasta’. Maar eind jaren 80, begin jaren 90 heeft Ziggy Marley zich wel degelijk de muziekgeschiedenis in gezongen. Hij kwam toen zeer sterk uit de hoek met het drieluik ‘Conscious Party’, ‘One Bright Day’ en vooral het klassieke ‘Jahmekya’, zijn moment de gloire en vooralsnog zijn laatste noemenswaardige wapenfeit. Uit dit drieluik kwamen superbe reggaeklassiekers zoals ‘Tomorrow People’, ‘One Bright Day’,’Look Who’s Dancing’, ‘Raw Riddim’ en ‘Kozmik’. Dit drieluik nam hij op met zijn toenmalige begeleidingsgroep en familiebedrijfje The Melody Makers (Ziggy, Sharon, Cedella en Stephen Marley) dat hij twee jaar geleden voor zijn vorige cd ‘Fly Rasta’ terug opviste en die ondertussen voor zijn nieuwe album terug van de radar verdwenen zijn (Stephen is nog op een nummer te horen). Na ‘Jahmekya’ deemsterde Ziggy beetje bij beetje weg en werd hij vooral politiek actief. In 2003 begon hij een solocarrière waarover we het al even terzijde hebben gehad. Dat de man ook nu nog steeds uitstekend kan zingen staat buiten kijf maar het gros van zijn composities uit de voorbije twee decennia zijn routineuze lichtgewichten. Maar toch, zoals we dat steeds doen, zetten we voor de beluistering van zijn nieuwe worp onze geest en vooral onze oren wijd open. Ook nu weer zijn een aantal van zijn teksten politiek en maatschappelijk van aard, o.a. met verwijzingen naar de politiek van de VS. Meest opvallende boodschap brengt hij in ‘Weekend’s Long’, dat een gecodeerde verwijzing naar de aanvaarding van homosexualiteit bevat, betekenisvol omwille van de Jamaicaanse anti-homowetten. Verder zijn er de gekende boodschappen van vrede, liefde en samenhang. Muzikaal is dit sinds hij helemaal solo ging zijn meest geïnspireerde album: hij brengt perfect gespeelde reggaepop, maar die is vaak zo ondraaglijk lichtvoetig en bovenal eendimensionaal. Maar er is beterschap en dus ook hoop: eindelijk halen enkele composities opnieuw een niveau de naam Marley waardig, ook al is er nog veel werk aan de winkel. Maar dat stemgeluid blijft natuurlijk overheerlijk.
publieksprijs: 17,05

TIPPA LEE – Cultural Ambassador / Dub Them With Reality

TIPPA LEE – Cultural Ambassador / Dub Them With Reality

Tippa Lee (echte naam: Anthony Campbell) groeide op in Kingston en begon reeds als kind op treden met het sound system van zijn vader: om aan de microfoon te kunnen stond hij op een bierbak. Toen hij twaalf was maakte hij zijn eerste opnames in King Tubby’s studio. Later vormde hij een duo met Rappa Robert met wie hij enkele hits scoorde zoals ‘No Trouble We’, een hymnisch en schrijnend statement tegen politieintimidatie, in 1988 een nr. 1 hit in Jamaica en nog steeds vaak te horen op Jamaicaanse radiostations. Daarna bracht hij een kleine dertig jaar in de obscuriteit en in de undergroundscene door. De voorbije jaren leeft hij in de VS waar hij vele concerten geeft en ook tal van cd’s in eigen beheer uitbracht. ‘Cultural Ambassador’ is zijn eerste “officiële” album en werd zeer strak geproducet door Tom Chasteen, promotor van en DJ in de bekende Dub Club in LA. De begeleiding gebeurde door uitmuntende studiomuzikanten, waaronder twee reggaelegendes: gitarist Tony Chin en bassist Fully Fullwood, die in de jaren 70 op zowat op een vierde van alle platen speelden die in Jamaica verschenen. Er zijn ook nog gastrollen weggelegd voor Bionic Clarke, Sister Nancy, de grote Cornell Campbell en Tony Tuff. Het is lang geleden dat reggae nog eens in zeer goede Jamaicaanse handen was en dat stemt ons zeer tevreden. Het is al jaren dat de beste reggae van ver buiten Jamaica komt en het is dan ook een deugddoende ervaring om nog eens steengoede reggae te horen uit de wieg ervan. Het volledige album heeft een diepe, rijke, hechte, strakke, gevarieerde en levendige klank, er wordt scherp en snedig gemusiceerd en de composities zijn van bijzonder hoog niveau. FFFRISSS. Ook de snedige, zwierige en inventieve bonus dub cd kan ons uitermate bekoren. ‘Cultural Ambassador / Dub Them With Reality’ is meteen de tiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Het is met voorsprong ook de beste reggae die we dit jaar hoorden. En ook onze portemonnee is bijzonder tevreden want we krijgen twee cd’s voor de prijs van een.
publieksprijs: 16,95 (2 cd)

‘STUDIO ONE DUB FIRE SPECIAL’ (compilatie)

‘STUDIO ONE DUB FIRE SPECIAL’ (compilatie)

Sinds 2004 is Soul Jazz Records bezig met het archiveren en inventariseren van de opnames uit de schatkamers van de iconische en baanbrekende Jamaicaanse opnamestudio Studio One. Deze studio kan gerust omschreven worden als de wieg van de reggae. In 1963 opende sound system operator Clement “Coxsone” Seymour Dodd zijn eigen studio in Kingston, Jamaica. Samen met het nu legendarische huisorkest The Skatalites giet hij er de funderingen van de reggae. De reggaeartiesten die destijds niet op Studio One zijn geweest zijn bij wijze van spreken op de vingers van een hand te tellen. Bob Marley blikte er het prototype van ‘One Love’ in; Lee Perry begon er als buitenwipper en werd vervolgens auditieleider; wat nog volgde is geschiedenis. Clement Dodd overleed op 80-jarige leeftijd en Brentford Road, waar Studio One gevestigd was, werd omgedoopt tot Clement Dodd Boulevard. In Studio One werden meer dan 250 albums en meer dan 6000 singles opgenomen. Sinds jaar en dag beheert en koestert Soul Jazz Records deze muzikale erfenis en schatkamers, o.m. met deze onvolprezen thematische compilatiereeks. Op deze nieuwste uitgave wordt gefocust op dubs die werden opgenomen tijdens de jaren 70 en die werden ingespeeld door huisorkesten zoals o.m. Sound Dimension, New Establishment, Roots Group, Brentford All-Stars en Soul Defenders. Bij die orkesten vonden we namen als o.a. Jackie Mittoo, Cedric Brooks, Dennis Campbell, Leroy Sibbles en Freddie McGregor. Alle achttien werden geproducet door DUB SPECIALIST, de nom de dub van Clement Dodd. Deze dubs uit de begindagen van het genre laten rauwe, uitgeklede bas en drum klanken horen die veel basaler klinken dan de latere dub. ‘Dub Fire Special’ is de derde dubtitel in de Studio One-reeks en bevat tracks uit dubalbums die al lang niet meer verkrijgbaar zijn en ondertussen collector items geworden. ‘Studio One Dub Fire Special’ is een topper in deze reeks waarop we naar goede gewoonte een goed doordachte en uitgebalanceerde selectie horen en is aldus de zoveelste parel in een uitstekende en vaak essentiële compilatiereeks. Een andere goede gewoonte werd nu helaas overboord gekieperd: nu krijgen we geen bijzonder goed gedocumenteerd infoboekje mee maar hebben ze er zich van af gemaakt met vier recto verso velletjes met zeer summiere info: zo worden niet eens de uitvoerders per track vermeld. Maar dat is dan ook de enige smet op het blazoen.
publieksprijs: 19,05

PROTOJE – Ancient Future

PROTOJE – Ancient Future

Samen met zijn trouwe gabbers van begeleidingsband The Indiggnation maakt Protoje (geboren als Oje Ken Ollivierre en ook gekend als DJ Protégé) samen met o.m. Chronixx (Cactus Festival Brugge zondag 10 juli) en Kabaka Pyramid deel uit van de voorhoede van wat beschouwd wordt als de huidige “Reggae Revival” in Jamaica. Gezien zijn afkomst is dit ook niet zo verrassend: hij is de zoon van calypsolegende Mike Ollivierre (artiestennaam: Lord Have Mercy) uit St. Vincent, Trinidad en reggaezangeres Lorna Bennett (wie in 1972 al gebeten was door muziek herinnert zich wellicht haar hit ‘Breakfast In Bed’). Protoje begon reeds als kind met schrijven en zette zijn eerste muzikale stappen in de hip-hop, waarvan nu nog sporen te vinden zijn in zijn muziek, en dan vooral in de teksten en de rijmschema’s. De muzikanten uit de de “Reggae Revival” komen op voor het gemeenschappelijke goed van reggae en Jamaica en willen een nieuwe reggaesound voor een nieuwe generatie lanceren. Voor Protoje fungeert ‘Ancient Future’ daartoe als een testament. Maar die nieuwe sound is wel degelijk geïmpregneerd in het oude: de traditionele baslijnen uit de jaren 70 en 80 zijn dominant aanwezig alsook het sociale bewustzijn. ‘Ancient Future’ is een klaaglied voor vervlogen dagen en gaat ook over herinnering: het album is geschreven in het huis waar hij opgroeide, in de kamer waar hij sliep, voor de spiegel waarin hij zong als tiener. Het album is ook een eerbetoon aan het tijdperk waarin hij opgroeide. Hij gaat terug naar het verleden om verder vooruit te kunnen, een beetje zoals in de reggaeklassieker van Max Romeo: ‘one step forward, two steps backwards’, maar dan in de omgekeerde beweging. ‘Ancient Future’ is ook een dagboek van zijn vreugdes, zijn verdrietjes, zijn zwakheden en zijn sterkten maar gaat ook over sociale verantwoordelijkheid, verstandhouding en empathie. Samen met de nieuwe van Tippa Lee (zie hoger) doet ‘Ancient Future’ van Protoje ons eindelijk hopen dat er opnieuw een frisse wind waait doorheen muzikaal Jamaica. Al is het dat Tippa Lee overduidelijk op punten wint.
publieksprijs: 15,40

VINYLRELEASES

- FANFARE CIOCARLIA – 20 Years
Dit dubbelalbum t.g.v. de twintigste verjaardag is exclusief op vinyl verkrijgbaar, vooral omdat veel van hun materiaal enkel op cd verkrijgbaar is. De hoofdmoot van deze compilatie komt uit hun vijf eerste cd’s.
publieksprijs: 29,65 (2 lp)
- JUNGLE BY NIGHT – The Traveller
publieksprijs: 17,70
- BIXIGA 70 meets VICTOR RICE – The Copan Connection
Exclusief op vinyl verkrijgbaar.
publieksprijs: 23,70
- MELT YOURSELF DOWN – Last Evenings On Earth
publieksprijs: 19,10
- M.A.K.U. SOUNDSYSTEM – Mezcla
publieksprijs: 21,35
- SOCIEDADE RECREATIVA – Sociedade Recreatriva
publieksprijs: 23,40
- OGOYA NENGO AND THE DODO WOMEN’S GROUP – On Mande
publieksprijs: 18,65
- ‘STUDIO ONE DUB FIRE SPECIAL’ (compilatie)
publieksprijs: 22,50 (2 lp + download code)
- ZIGGY MARLEY – Ziggy Marley
publieksprijs: 17,70 (lp + cd)
- TIPPA LEE – Cultural Ambassador
publieksprijs: 26,25
- TIPPA LEE – Dub Them With Reality
publieksprijs: 26,25
- PROTOJE – Ancient Future
publieksprijs: 16,50
- KEL ASSOUF – Tikounen
publieksprijs: 30,85
- ‘ROUGH GUIDE to A WORLD OF PSYCHEDELIA’ (compilatie)
publieksprijs: 9,25
- ‘ROUGH GUIDE to BRAZILIAN JAZZ’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15
- ‘RICH MEDÍNA Presents JUMP N FUNK’ (compilatie)
Publieksprijs: 28,55 (2 lp + bonus 7 inch)
- ‘WAKE UP YOU! (VOL.1) The Rise And Fall Of Nigerian Rock Music (1972-1977) (compilatie)
publieksprijs: 28,55 (2 lp + download card + digitaal boekje 104 pag.)

GOUD VAN OUD

PENNY PENNY – Shaka Bundu

PENNY PENNY – Shaka Bundu

Bouwjaar: 1994 (cd-heruitgave: 2014)
En dan nu ‘for something completely different’. Twee jaar geleden werd deze spraakmakende plaat uit 1994 opnieuw op de markt gebracht door Awesome Tapes From Africa dat zich in dit domein specialiseert en waarbij 50% van de opbrengst naar de artiesten gaat. Het verhaal van de Zuid-Afrikaanse zanger en danser Penny Penny (echte naam: Giyani Kulani Kobane) lijkt wel een sprookje: op 34-jarige leeftijd krijgt deze dakloze zonder opleiding een platendeal, hij verkoopt meervoudig platina (de titelsong werd een megahit in Zuid-Afrika met een verkoop van meer dan 250.000 ex.), speelt voor uitverkochte stadions en wordt uiteindelijk politicus voor het ANC. ‘Shaka Bundu’ werd een sensatie en viel vooral op door de sound die gedomineerd werd door computers, synthesizers en technologie allerhande. De muziek wordt onderstut met slow tempo houseritmes die laveren tussen de zang en de steel drum synths en doorkruist meerdere stijlen. ‘Shaka Bundu’ lag aan de oorsprong van de shangaan disco en electro shangaan, die later populaire stijlen werden in Zuid-Afrika. Sinds 2000 lijkt de man verloren voor de muziek en spitst hij zich toe op sociale en politieke actie, al zijn er recent signalen dat hij wil terugkeren naar de muziek; zelf zegt hij hierover: “It’s what I can’t stop doing. The ANC and politics, fighting for the people, is fine. But music is my gift.” Hoe dan ook, dit zeer interessante tijdsdocument was twee jaar geleden een welgekomen heruitgave die zo ook een internationale release kreeg, waarvoor dank aan het geweldige label Awesome Tapes From Africa. ‘Shaka Bundu’ is een formidabele dansplaat die na 22 jaar nog niet gedateerd klinkt. Het is bovendien het enige verkrijgbare werk van de man.
publieksprijs: 18,15

AFRICA EXPRESS presents THE ORCHESTRA OF SYRIAN MUSICIANS with DAMON ALBARN and guests

AFRICA EXPRESS presents THE ORCHESTRA OF SYRIAN MUSICIANS with DAMON ALBARN and guests

In opdracht van 14-18 Now en van Holland Festival gaat de rondreizende workshop Africa Express scheep met The Orchestra Of Syrian Musicians. Dit orkest o.l.v. dirigent Issam Rafea is een gelegenheidsorkest dat grotendeels bestaat uit leden van het Syrian National Orchestra of Arabic Music. In 2008 speelde het SNOAM in de opera van Damascus samen met Damon Albarn. Albarn en leden van het orkest gaven een vervolg aan hun samenwerking met de track ‘White Flag’ van Albarns band Gorillaz, die zijn livepremière beleefde tijdens een concert van Africa Express in Parijs. In 2010 traden Rafea en de muzikanten ook op met Gorillaz tijdens hun ‘Escape to Plastic Beach’ wereldtournee, o.m. in de 11de eeuwse Citadel van Damascus, in Libanon, Europa en Noord-Amerika. Vanwege het voortdurende conflict in Syrië zijn veel van de orkestleden -onder wie Rafea- gevlucht uit hun vaderland. Tijdens deze tournee zal een groot aantal van de muzikanten voor het eerst weer samenkomen met Albarn en andere gastmuzikanten voor concerten die in het teken zullen staan van de bijzondere muziek en cultuur van Syrië. Met de concerten willen ze een positief beeld geven van hun land, in tegenstelling tot de actualiteiten die we kennen van het nieuws. De tournee ging op 22 juni van start in Amsterdam en voerde verder langs o.m. Glastonbury festival, Londen, Istanbul en Roskilde festival. De steeds wisselende bezetting van Africa Express bestond deze keer uit o.a. Paul Weller, Baaba Maal, Noura Mint Seymali, Bassekou Kouyaté, Bu Kolthoum, Eslam Jawaad, Faia Younan, Lotfi Bouchnak, Malikah, Mounir Troudi, Rachid Taha, TALA, Julia Holter en Damon Albarn. Voorwaar zeer veel schoon volk. Nog bijgestaan door de Britse rappers Kano en Bashy traden zij op als gasten van The Orchestra Of Syrian Musicians.

Van 4 tot 26 juni trok een andere bezetting van Africa Express rond met de uitvoering van hun meesterwerk ‘Terry Riley’s In C Mali’. Op 4 november 2014, precies 50 jaar na de wereldpremière van In C, zei Terry Riley over de versie van Africa Express: “Ik ben overweldigd door deze cd, ik ben er heel erg blij mee. Zo’n fantastische reis had ik nooit verwacht, om de ziel van Afrika in vreugdevolle vlucht over de 53 patronen van In C te horen gaan. Dit ensemble voedt en verweeft een stuk met een muzikale wijsheid en menselijkheid die eeuwen teruggaan en die laten zien dat het stuk ontvankelijk is voor magiërs en muzikanten om het spontaan met hun eigen gevoelens en kleuren vorm te geven. Een mooier cadeau kon ik me niet wensen voor de 50ste verjaardag van deze dochter van mij.”

 KORA albums

The SONGLINES essential 10: KORA albums

De kora is het determinerende instrument van West-Afrika geworden. Simon Broughton maakte vorige maand voor het toonaangevende muziekmagazine Songlines een hoogstpersoonlijke selectie van essentiële kora albums die wij jullie niet graag onthielden.


KAOUDING CISSOKO – Kora Revolution (1999)

De Senegalees Kaouding Cissoko speelde voorheen bij Baaba Maal en was medeoprichter van Afro Celt Sound System.

SIDIKI DIABATÉ & DJELIMADY SISSOKO – Ancient Strings (1970)

Het eerste album waarop enkel kora te horen is. Sidiki Diabaté was de vader van Toumani en Mamadou Sidiki; Djelimady Sissoko was dan weer de vader van Ballaké.

TOUMANI DIABATÉ & BALLAKÉ SISSOKO – New Ancient Strings (1999)

Beiden groeiden op als buren in Bamako en met dit album betonen ze eer aan de makers van ‘Ancient Strings’, hun respectievelijke vaders.

TOUMANI DIABATÉ – The Mandé Variations (2008)

Misschien wel hét meesterwerk in de koramuziek; Toumani speelt o.m. op een kora die nog van zijn vader was.

DJELI MOUSSA DIAWARA & BOB BROZMAN – Ocean Blues (2000)

Buitengewone fusie van de Guinese korameester Diawara (ex-Rail Band) en de Amerikaanse slidegitarist Brozman.

DAWDA JOBARTEH – Northern Light Gambian Light (2011)

Dawda is de zoon van de illustere Gambiaanse koraspeler Amadou Bansang Jobarteh. Dawda begon als percussionist maar pas toen hij naar Denemarken migreerde ging hij zich toeleggen op de kora (bespreking: cd-nieuws november 2011).

SONA JOBARTEH – Fasiya (2011)

Sona is dan weer de kleindochter van Amadou Bansang Jobarteh. Ze zingt West-Afrikaanse pop en naast de kora bespeelt ze nog veel andere instrumenten.

SECKOU KEITA – 22 Strings (2015)

Deze stond vorig jaar in onze ultieme playlist. Bij deze muziek wordt een mens, en ook alles er omheen, helemaal stil en kan je helemaal wegdromen. (bespreking: muzieknieuws juni 2015).

BALLAKÉ SISSOKO – Tomora (2005)

Trio met de ngoni en de balafon, 2 instrumenten die in tegenstelling tot de kora al veel langer deel uitmaken van de Malinese muziektraditie. In een adem voegen wij hier ook nog graag een ander werk toe van Sissoko, ‘At Peace’, dat onze ultieme playlist van 2013 haalde; ‘At Peace’ is de definitie van de absolute schoonheid van eenvoud (bespreking: cd-nieuw maart 2013).

BALLAKÉ SISSOKO & VINCENT SEGAL – Musique De Nuit (2015)

In deze samenwerking met de Franse cellist Vincent Segal, die onze ultieme playlist haalde, maakt Sissoko nog eens duidelijk dat hij op dezelfde eenzame hoogte staat als die andere koragrootmeester, Toumani Diabaté. De finesse en de subtiliteit van Sissoko en Segal lijken van een andere planeet te komen. Deze twee heren deden dit kunstje vijf jaar geleden al eens voor op ‘Chamber Music’, dat toen ook onze ultieme playlist haalde (besprekingen: muzieknieuws 2015 en cd-nieuws september 2010).

Deze lijst is vanzelfsprekend subjectief en onvolledig: wij zouden hier nog een waslijst kunnen aan toevoegen maar eigenzinnig als we zijn moet hier toch nog 1 album aan toegevoegd worden, met name het ultieme vader-en-zoon-album:

TOUMANI DIABATÉ & SIDIKI DIABATÉ – Toumani & Sidiki (2014)

Op dit album treden ze verder op het spoor van ‘Ancient Strings’ en ‘New Ancient Strings’. Het streven naar de ultieme perfectie heeft op dit album geresulteerd in een exquis en rijkelijk klanktapijt dat symbool staat voor de triomf van de schoonheid. (bespreking: cd-nieuws juni 2014).



SONG VAN DE MAAND

Tippa Lee - Dubbler