Muzieknieuws september 2016

CONSTANTINOPLE & ABLAYE CISSOKO – Jardins Migrateurs

CONSTANTINOPLE & ABLAYE CISSOKO – Jardins Migrateurs

Even voorstellen: het trio Constantinople werd in 1998 in Montreal opgericht door Kiya Tabassian en Ziya Tabassian, beiden afkomstig uit Iran. Kiya zingt en speelt setar (Perzisch instrument en familie van de luit) en Ziya speelt tombak en allerlei andere percussie. Het trio wordt vervolledigd door de Canadees Pierre-Yves Martel die viola da gamba (beenviool) speelt. Het trio exploreert de orale tradities in de mediterrane culturen en muziekmanuscripten uit de middeleeuwen en de renaissance. Ze bewegen zich zowel in de klassieke als in de wereldmuziek en werkten daarbij samen met gereputeerde artiesten zoals o.m. Françoise Atlan, Anne Azéma, Ensemble En Chordais, Ghada Shbeir….
Koraspeler en zanger Ablaye Cissoko is een grot uit Saint-Louis, Senegal. We kennen hem o.m. van zijn samenwerkingen met Majid Bekkas en Volker Goetze. Met deze Duitse trompettist maakte hij in 2013 de uitstekende cd ‘Amanké Dionti’ die dat jaar ook opgenomen werd in onze ultieme playlist.
‘Jardins Migrateurs’ is een muzikale ontmoeting waarbij snaren en stemmen centraal staan en de dialoog zich situeert aan de bronnen van de Perzische en mandinguetradities. Kiya Tabassian verwoordt het als volgt, ook verwijzend naar de cd-titel: “De tuinen zijn ons geheugen. Ik pluk in die van Ablaye, hij put in die van mij.” Ze vertrekken vanuit traditionals en origineel werk en exploreren daarmee heldendichten uit het Mandingue koninkrijk, de profane Perzische poëzie van Hafez (14de eeuw) en een manuscript van een reizende muzikant. Het eerste wat opvalt is het uitstekende samengaan van de setar en de kora, alsof ze al altijd voor elkaar gemaakt waren. Het zachte stemtimbre van Cissoko vermengt zich met de rijke melodielijnen en de fijne arrangementen: deze ontmoeting ademt virtuositeit, precisie, raffinement, sublimiteit, overvloedige en tijdloze schoonheid maar ook nederigheid, sereniteit en contemplatie. Dit is muziek waarbij een mens helemaal relaxt wordt en lekker kan wegdromen. Van ons krijgen Constantinople en Ablaye Cissoko een getuigschrift van uiterste bekwaamheid. ‘Jardins Migrateurs’ is de twaalfde titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,55

ANTHONY JOSEPH – Caribbean Roots

ANTHONY JOSEPH – Caribbean Roots

Gil Scott-Heron is al enkele jaren niet meer, maar hij heeft een waardige opvolger. Anthony Joseph is de naam, een Londenaar uit Trinidad. Anthony is in de eerste plaats dichter en schrijver. Hij doceert creative writing aan het Birkbeck College in London. Vier jaar geleden serveerde hij samen met Spasm Band de magistrale cd ‘Rubber Orchestras’, naar onze mening het beste wat de wereld in dit genre was overkomen sinds ‘The Revolution Will Not Be Televised’ van de grote Gil Scott-Heron: er was nogmaals bewezen dat dansen op poëzie wel degelijk kan. Twee jaar geleden verscheen ‘Time’ waarop de muziek, de arrangementen en de productie van de hand en het brein van de New Yorkse zangeres Meshell Ndegeocello waren. Ontmoetingen tussen poëzie en muziek leiden vaak niet tot goede huwelijken: ofwel worden verzen geringeloord door ritmes of wordt de muziek gereduceerd tot ornament. Zoniet echter bij Anthony Joseph die samen met Ndegeocello een compromisloos werkstuk neerzette. In vergelijking met vroeger werk draaide ‘Time’ nog veel meer rond de kritische en geëngageerde teksten en stonden er weinig echte songs op: het album had eerder een verhalend karakter en deed naast het werk van Scott-Heron ook sterk denken aan dat van Linton Kwesi Johnson. ‘Time’ was een stomend en bij momenten indrukwekkend werkstuk maar haalde net niet het constant zeer hoge niveau van ‘Rubber Orchestras’. Wij waren dus zeer benieuwd welke kant hij opgegaan was met zijn nieuwe release, ‘Caribbean Roots’. Dit album staat voor een compromisloze terugkeer naar zijn wortels, zoals de titel al suggereert, ook al was hij ondanks alle zijsporen steeds trouw gebleven aan zijn Caraïbische identiteit. ‘Caribbean Roots’ startte als een gezamenlijk en informeel project met toppercussionist Roger Raspail (o.m. bekend van zijn vroeger werk bij Cesaria Evora en Papa Wemba) dat alras uitgroeide tot een groots opgezet werkstuk dat de ritmes, klanken en vibes van de Caraïben in zich verenigde. Hierbij worden Joseph en Raspail bijgestaan door een schare muzikanten met Caraïbische origine of connecties die hun strepen hebben verdiend bij o.m. Jazz Jamaica All Stars, Magma, Salif Keita, Manu Dibango. De betrachting was de verschillende eilanden bijeen te brengen in een enkele entiteit en de Caraïbische diaspora bedachtzaam te herenigen. Zijn scherpzinnige reflecties op kolonialisme vormen zowat de rode draad doorheen dit album. Zelf zegt Joseph daarover: “Als een Caraïbische ex-pat die in Europa leeft ontsnap ik uit de alledaagsheid om me te realiseren dat de grootse architectuur rondom mij gebouwd werd door hen die mij koloniseerden en tot slaaf maakten.” ‘Caribbean Roots’ gaat over het vieren van wortels die in ons liggen.” Zoals steeds bij Joseph krijgen we ook nu te maken met een mix van veel uiteenlopende stijlen: hoofdzakelijk dus Caraïbische zoals calypso, reggae, soca, voodoofunk, dub en salsa maar ook invloeden van jazz, soul, afrobeat en jazz-funk. Doorheen het album verschuiven de texturen al even vaak als de ritmes, de dynamiek en de harmonieën. Er wordt uitstekend en zeer strak en gebald gemusiceerd in een vloed van ritmes en pulses die zeer fraai matchen met de narratieve zangstijl van Anthony Joseph. In zijn poëzie manifesteert Joseph zich zowel als profeet en als cultureel historicus waarbij hij redeneert, argumenteert en statements en waarschuwingen niet van de lucht zijn en Joseph de luisteraar uit zijn comfortzone haalt. Hij brengt evocaties van het verleden, het heden en de toekomst. Joseph declameert vaak in brutale cadansen en doet dit in vele toonaarden: er wordt gefluisterd, voorgedragen, geschreeuwd, uitgespuwd, gescandeerd en ook al eens gezongen. ‘Caribbean Roots’ is een krachtige viering van de Caraïbische diversiteit alsook een oproep tot éénmaking. Al het voorgaande werk van Joseph culmineert hier in dit uitzonderlijke werkstuk dat een heuse krachttoer is geworden. Anthony Joseph heeft eens te meer bewezen dat dansen op poëzie wel degelijk kan.
publieksprijs: 17,05

SONZEIRA – Tam…  Tam…  Tam…!  Reimagined

SONZEIRA – Tam… Tam… Tam…! Reimagined

Twee jaar geleden schudde muzikale duizendpoot en bezige bij Gilles Peterson, BBC-radioproducer en dj met een zeer uitgebreide expertise op het vlak van Latijns-Amerikaanse muziek, nog maar eens een project uit zijn mouw. Sonzeira was de naam en het was niet zomaar een goedkope vorm van inspelen op de Brasilhype van dat moment, al zal het tijdstip niet toevallig gekozen geweest zijn, net zoals nu weer. Zoals we dat van Peterson gewoon zijn had hij er wel degelijk zijn werk van gemaakt. Met behulp van een plaatselijk team met kennis van zaken nam hij in Rio een album op dat oud en nieuw samenbracht. Hij stelde het collectief Sonzeira samen en trok daarvoor ronkende namen aan zoals Seu Jorge, Marcus Valle, Elza Soares, Wilson Das Neves, Nina Miranda, Arlindo Cruz, Gabriel Moura en vooral die many more. Het album ‘Brasil Bam Bam Bam’ besloeg het rijke en gediversifieerde muzikale erfgoed van Brazilië, van de Afro-Braziliaanse klanken van Bahia en Recife tot bossa nova, baile fun en tropicália. Wat je hoorde was zonder twijfel niet te horen op de World Cup en nu ook niet op de Spelen: geen mainstream maar wel het kloppende hart van Brazilië, muziek met een ziel en met ballen (géén voetballen). ‘Tam… Tam… Tam…! Reimagined’ pikt nu de draad weer op maar waar ‘Brasil Bam Bam Bam’ vooral draaide rond het bijeenbrengen van een sterrenverzameling ligt de focus nu op een sleutelmoment in de geschiedenis van het land. We hebben het hier over de lp ‘Tam Tam Tam’ van José Prates uit 1957. Deze lp begeleidde de podiumproductie “Brasiliana”, gefinancierd door het ministerie van cultuur, die als doel had de cultuur van het land te promoten in de wereld. Het album bevatte o.a. het prototype van ‘Mas Que Nada’. ‘Tam Tam Tam’ was de viering van een kenmerkende Afro-Braziliaanse cultuur die enkele jaren later onderdrukt zou worden door een coup annex militaire dictatuur. ‘Tam Tam Tam’ was ook een cruciaal maar verwaarloosd document in de ontwikkeling van moderne Braziliaanse muziek en werd nu aangewend als vertrekpunt om iets nieuw te creëren. Er werden nieuwe songs gebouwd rond fragmenten uit het originele werk. Aldus draagt deze herinterpretatie bij aan het streefdoel van het project Sonzeira: de Braziliaanse muziek demonteren om ze daarna opnieuw te assembleren. Het is tevens een eerbetoon aan die Afro-Braziliaanse cultuur. Enkele handelsmerken van Peterson’s universum domineren deze herinterpretatie: jazzritmes, hedendaagse Braziliaanse invloeden en electro beats. Wij kennen het origineel niet maar na beluistering van deze herbewerking hebben wij het zeer sterke vermoeden dat voor modale luisteraars zoals wij ook er nog weinig herkenning van dat origineel rest en de dat de nieuwe assemblage wel zeer drastisch is. Maar die vrijheid is natuurlijk eigen aan het concept. Zonder voorkennis dient ‘Reimagined’ zich eerder aan als een verzameling los van elkaar staande soundscapes maar dan wel met enkele zeer boeiende exemplaren. Wellicht te beluisteren in menige club deze dagen. Gilles Peterson did it again.
publieksprijs: 18,85

GRAVEOLA – Camaleão Borboleta

GRAVEOLA – Camaleão Borboleta

We blijven nog even op Braziliaanse bodem, meer bepaald in Belo Horizonte met het zestal Graveola. De groep sluit nauw aan bij de ideeën van de Tropicáliabeweging van weleer, die stond voor “cultureel kannibalisme”, experimentele fusie en sociaal engagment. Zo was de groep nauw betrokken bij de recente bezettingen van overheidsgebouwen als protest tegen de afzettingsprocedure die tegen presidente Dilma Rousseff liep. Ook in de vaak kwade en soms surrealistische teksten komt hun engagement tot uiting: het lot van de indianen, de macht van het internet, legalisatie van marihuana…. De kameleon uit de albumtitel wordt ruimschoots waargemaakt: zowat elk van de tien nummers speelt zich af in een (of meerdere) andere stijl, dans of ritme. Komen aan bod: maracatu, tropicália swing, samba, frevo, bolero, arrocha, bossa, chacarera , funaná, reggae, salsa…. De bedoelingen zullen wellicht nobel geweest zijn maar we missen hier ook maar enige vorm van coherentie, ook al is er een herkenbare groepssound, en horen vooral stuurloosheid. Eclectisch, dat wel, maar vooral slaapverwekkend. Of lag dat laatste aan die caipirinha?
publieksprijs: 18,75

‘KHMER ROUGE SURVIVORS (“They Will Kill You, If You Cry”)’ (compilatie)

‘KHMER ROUGE SURVIVORS (“They Will Kill You, If You Cry”)’ (compilatie)

Vorig jaar herdacht Glitterbeat Records 40 jaar einde van de oorlog in Vietnam, in de gedaante van de compilatie ‘Hanoi Masters (“War Is A Wound, Peace Is A Scar”)’ waarop we Vietnamese muziekveteranen (bijna allen zijn ook oorlogsveteranen) aan het werk horen zoals ze nu klinken. Notoir rockproducer Ian Brennan, die we ook kennen van zijn werk met Tinariwen, Zomba Prison Project en Malawi Mouse Boys, en die eerder al prijzen won met zijn veldopnames in getraumatiseerde gebieden, superviseerde het project ter plaatse. ‘Hanoi Masters’ was de eerste release in een nieuwe reeks, Hidden Musics, waarmee Glitterbeat minder bekende muziektradities wil belichten. Je kan deze opnames onderbrengen in de categorie veldopnames: ze werden alle live en zonder omwegen opgenomen. Deel twee behandelde traditionele muziek uit Mali (‘Every Song Has Its End’) en voor deel drie van deze reeks keerde Brennan terug naar Zuidoost-Azië, meer bepaald naar Cambodia, en hij hanteerde opnieuw dezelfde werkwijze. Nu betreft het traditionele muzikanten die de genocide van de Rode Khmer overleefd hebben. Deze overlevenden laten muziek horen die twee keer bijna was weggevaagd: eerst door de Amerikaanse bommentapijten en daarna door de genocide van Pol Pot en zijn trawanten. Deze generatie en hun muzikale tradities zijn dan nu weer bijna helemaal vergeten door de jongere generaties die opgroeien in een wereld van sekstoerisme en Russische gangsters. Ietwat kort door de bocht kan deze muziek toch nog het best omschreven worden als Zuidoost-Aziatische blues, mede door de klank van de Cambodjaanse gitaar met lange hals en de krakende stemmen van deze overlevers. De muziek is traag en klinkt wat spookachtig en spartaans en wordt vooral overheerst door het leed veroorzaakt door conflict en verlies. Van het Cambodjaanse muziekpatrimonium is zo goed als niets bewaard gebleven (zie onze bespreking van ‘The Rough Guide to Psychedelic Cambodia’ in het cd-nieuws juli 2014) en het was dan zowat bijna onbegonnen werk om deze overlevenden terug te vinden: dat dit toch gelukt is mogen we dankbaar voor zijn. Niet dat deze muziek een lust voor de oren is, maar het is wel zeer belangrijk dat dit vergeten hoofdstuk in de wereldmuziek maar ook in het collectief bewustzijn terug onder de aandacht wordt gebracht zodat deze bijna verdwijnende muziekcultuur niet in de collectieve vergeetput verzeild raakt. Waarvoor dank aan Glirtterbeat Records en Ian Brennan die zijn veldwerk steeds met het grootste respect aan de dag legt. Dat deze muziek niet zo goed in westerse oortjes ligt heeft evenzeer met die oortjes als met de muziek te maken. Toch raden we iedereen aan hier eens wat tijd en moeite voor te nemen, dat hebben wij tenslotte ook gedaan: het doet heus geen pijn aan de oren en je wordt er zeker geen slechter mens van.
publieksprijs: 18,75

RICHARD BONA & MANDEKAN CUBANO – “Heritage”

RICHARD BONA & MANDEKAN CUBANO – “Heritage”

“Heritage” mag dan al zijn achtste cd zijn, de naam Richard Bona klinkt hier niet als een klok, ook al is hij een gewezen Grammywinnaar. Hij werd 48 jaar geleden geboren in Kameroen in een muzikale familie en startte op vierjarige leeftijd met de studie van de balafon. Ondertussen is hij naast zanger ook multi-instrumentalist: balafon, basgitaar, contrabas, percussie, gitaar. Als jonge man trok hij naar Frankrijk voor zijn muziekstudies en in 1995 trok hij naar New York waar hij nu nog steeds leeft. Tot daar zijn leven in een notedop. Waar zijn naam wel klinkt als een klok is bij de groten der muziekaarde: de waslijst van muzikanten met wie Bona werkte is schier onmetelijk; een greep daaruit: Manu Dibango, Salif Keita, Jacques Higelin, Joe Zawinul, Larry Coryell, Michael Brecker, Randy Brecker, George Benson, Branford Marsalis, Chaka Khan, Bobby McFerrin, Harry Belafonte, Jaco Pastorius, Pat Metheny, Chick Corea, Herbie Hancock, Paul Simon, Stevie Wonder, Queen Latifah, Tito Puente. Een cv om u tegen te zeggen. In 1999 debuteerde hij als soloartiest met ‘Scenes from My Life’. Hij doceerde ook jazz aan de New York University. Zijn nieuwe album wordt nu uitgebracht op het label van niemand minder dan Quincy Jones.
Op “Heritage” zet Bona een nieuwe stap en waagt hij zich voor het eerst aan Afro-Cubaanse muziek (ook al had hij in 2005 op ‘Tiki’ al geflirt met Latijnse sonoriteit), samen met de groep Mandekan Cubano, samengesteld uit meer dan voortreffelijke muzikanten uit Cuba, Venezuela en Mexico op piano, percussie, trombone en trompet. Bona neemt de basgitaar, percussie, klavieren, elektrische sitar en gitaren voor zijn rekening. Op dit album worden de wortels van de Cubaanse muziek getraceerd tot aan hun oorsprong in het Manderijk van de vijftiende eeuw en nog vroeger, dus vooraleer slavenhandel en kolonisatie dit koninkrijk in zoveel delen opsplitsten. De muziek exploreert de alchemie van Afrikaanse ritmes in Cuba en exploreert ook de Cubaanse muziek, dansen, rituelen en orale geschiedenis. De polyritmische beats vormen daarbij de brug tussen Afrikaanse en Cubaanse muziek. Bona demonstreert hier alweer zijn absolute meesterschap als bassist, arrangeur en componist. De bekoorlijke sierlijkheid van zijn opmerkelijke stem en de topmuzikanten aan zijn zij doen de rest in deze briljante en elegante fusie van West-Afrikaanse muziek, pop, jazz en Cubaanse, Braziliaanse en Caraïbische grooves op dit postume eerbetoon aan de Afrikanen die destijds gedeporteerd werden naar Cuba. Zijn twee volgende albums zullen gewijd zijn aan flamenco en aan gnaoua: wij zijn meer dan benieuwd.
publieksprijs: 18,60

KIMI DJABATÉ – Kanamalu

KIMI DJABATÉ – Kanamalu

‘Kanamalu’ is het derde album van Kimi Djabaté, een zanger, gitarist, percussionist en balafonspeler die opgroeide in Guinee-Bissau, meer bepaald in Tabato, een dorp gekend voor zijn griots. Naast voornoemde instrumenten horen we ook nog kora, bas, gitaren, congas, drums, djembe en waterdrum. Djabaté debuteerde in 2005 met het in eigen beheer utigegeven ‘Teriké’ en vier jaar later verscheen dan ‘Karam’. Als een soort van “wonderkind” speelde hij op huwelijken en doopceremonieën om thuis de kas te spijzen en toen hij negentien was toerde hij door Europa met het nationaal muziek- en dansensemble om zich daarna te vestigen in Lissabon. Een blinde luisterbeurt zou ‘Kanamalu’ eerder lokaliseren in Mali want de klank doet ongetwijfeld denken aan de Malinese griottradities. Helemaal vreemd is dat niet als je weet dat zijn Mande voorouders destijds migreerden vanuit Mali. Zijn teksten behandelen zowel politieke, maatschappelijke als persoonlijke onderwerpen. ‘Kanamulu’ klinkt zeer zacht, prettig, relaxt en onderhouden maar het schort nog te veel aan variatie zodat het geheel vaak een eendimensionale indruk nalaat, wat toch een beetje een schaduw werpt over het uitstekende musiceren, de heerlijke stem van Kimi Djabaté en de dito achtergrondgezangen. De man heeft zeker potentie en groeimarge en voldoende talent als zanger, muzikant en liedjesschrijver maar er is nog werk aan, vooral bij de letter v van variatie.
publieksprijs: 19,70

IZALINE CALISTER – Rayo di Lus

IZALINE CALISTER – Rayo di Lus

Izaline Calister is een Curaçaos-Nederlandse zangeres en liedjesschrijfster. Haar repertoire bestaat uit een mix van traditionele Curaçaose muziek, jazz, ballads en dancesongs. Ze wordt ook beschouwd als de ambassadrice van de Curaçaose muziek. Ze zingt hoofdzakelijk in het Papiamento, een taal die gesproken wordt op Aruba, Bonaire en Curaçao; de naam Papiamento is afgeleid van de Spaanse en Portugese termen voor ‘brabbelen’ (‘papia’ en ‘papear’). Andere talen waarin ze nog zingt zijn Maleis, Portugees, Nederlands, Engels en Spaans: je zou van minder beginnen brabbelen. Ze debuteerde in 2000 met ‘Soño di un muhé’ en ‘Rayo di Lus’ is haar achtste album, waarop ze na allerlei zijuitstapjes terugkeert naar haar Afro-Antilliaanse roots. Ze blijft echter wel gebruik maken van hedendaagse elementen zoals elektronica, samples en westerse dansritmes en om dat in goede banen te leiden deed ze beroep op de diensten van producer Ward Veenstra (zie Nynke Laverman). De sferen zijn heel divers en gaan van dromerig en ingetogen tot vrolijk, uitbundig, feestelijk en swingend waarin de warme en glasheldere stem van Calister zeer goed gedijt. De samenwerking met de groep KiT (met broer en percussionist Roël Calister) is dan weer goed voor een infuus traditionele Afro-Caraïbische ritmes met Europese dance-invloeden. Warm aanbevolen aan wie van Caraïbische (feest)muziek houdt maar voor wie dit niet de cup of tea en de piece of cake is zal ook ‘Rayo di Lus’ geen overtuigend argument zijn om zich over de streep te laten trekken.
publieksprijs: 20,40


REGGAE

RISING TIDE – Rising Tide

RISING TIDE – Rising Tide

Vorige maand stelden we nieuw werk voor van Groundationzanger Harrison Stafford waarop hij een lofzang brengt op de roots reggae van de gouden jaren 70 en dat doet in een perfecte evocatie van die hoogdagen, nu is het de beurt aan een ander nevenproject vanuit Groundation, Rising Tide. Bij Groundation zijn ze blijkbaar gespecialiseerd in grossieren in nevenprojecten, want voorheen was er ook al Rockamovya met drie Groundationleden in de rangen. Rising Tide is samengesteld uit leden en ex-leden van Groundation aangevuld met gitarist Yotam Silberstein en saxofonist / fluitist Jason Robinson en nog bijgestaan door een uitgebreid pakket uitstekende gastmuzikanten en -vocalisten. Rising Tide omschrijft dit project als een ode aan de natuur en moeder aarde en een oproep om daar zeer bewust mee om te gaan: de teksten zijn compromisloos en zeer bewust en reflecteren samen met de muziek de tijden waarin we leven en voorzien die tijden van een hedendaagse soundtrack. De nieuwe composities zijn geïnspireerd door hun vele reizen op de omvangrijke wereldtournee van Groundation waarop ze in aanraking kwamen met een diversiteit aan culturen en tradities die dan ook weer hun invloed hebben op de vaak sensuele muziek van Rising Tide. Stilistisch blijft Rising Tide met hun aardse, jazzy en funky benadering van roots reggae en dub spelen aardig dicht in de buurt van Groundation en het gezelschap floreert gezwind tussen oude school en nieuwe school en tussen vroeger en nu. De meeste composities getuigen van vindingrijkheid en de neergezette muzikaliteit is vaak verbazingwekkend. De diverse zijuitstapjes van Groundation zijn even inspirerend als het werk van de moedergroep zelf, en dat in die mate dat het ontbreken van nieuw werk van die moedergroep niet als een gemis ervaren wordt.
publieksprijs: 17,55


VINYLRELEASES

- ANTHONY JOSEPH – Caribbean Roots
publieksprijs: 27,20 (2 lp + download code)
- SONZEIRA – Tam… Tam… Tam…! Reimagined
publieksprijs: 25,95
- MONOSWEZI - Monoswezi Yanga
publieksprijs: 13,15
- KIMI DJABATÉ – Kanamalu
publieksprijs: 23,75
- RISING TIDE – Rising Tide
publieksprijs: 21,90 (2 lp)
- ‘KHMER ROUGE SURVIVORS (“They Will Kill You, If You Cry”)’ (compilatie)
publieksprijs: 21,35
- SUSANA BACA – Susana Baca
publieksprijs: 24,45 (heruitgave)
- TOM ZE – Fabrication Defect
publieksprijs: 24,45 (heruitgave)
- LOS AMIGOS INVISIBLE – The New Sound Of The Venezuelan Gozadera
publieksprijs: 27,25 (heruitgave)
- SILVIO RODRIGUEZ – Cuba Classics 1: Silvio Rodriguez Greatest Hits
publieksprijs: 24,45 (heruitgave)


GOUD VAN OUD

THE GLADIATORS – Trenchtown Mix Up

THE GLADIATORS – Trenchtown Mix Up

Bouwjaar: 1976
We wuiven de Goud van Oud zomer uit met nog een laatste shot reggae. Er zijn nogal wat gelijkenissen met de vorige aflevering (Mighty Diamonds - Right Time): 1976, het debuut van een Jamaicaans vocaal harmonietrio dat een instant klassieker was. Maar de grootste gelijkenis was misschien wel dat een debuut met zo’n zeer hoge kwaliteit dat een instant klassieker was nooit nog geëvenaard, laat staan overtroffen werd, ook al staat hun teller ondertussen ruimschoots boven de dertig. Mede door het succes van ‘Trenchtown Mix Up’ kreeg opvolger ‘Proverbial Reggae’ nog brede aandacht maar daarna ging het enkel nog bergaf. Het trio werd in 1968 opgericht door zanger en leadgitarist Albert Griffiths en vervolledigd door zijn jeugdvrienden David Webber en Errol Grandison. Na een reeks landelijke successen scoorden ze een internationaal platencontract met deze ‘Trenchtown Mix Up’ als resultaat. Tegen die tijd waren Webber en Grandison vervangen door Gallimore Sutherland (bas en zang) en Clinton Fearon (ritmegitaar, zang). Deze laatste was drie jaar terug nog verantwoordelijk voor het mooie album ‘Heart and Soul’, waarop hij twaalf originals van The Gladiators op geheel eigen en akoestische wijze recycleerde. ‘Trenchtown Mix Up’ bevat naast herbewerkingen van twee van hun vroege Jamaicaanse hits en twee covers van Wailerssongs uitsluitend nieuw, origineel materiaal. Deze drie bedreven muzikanten werden in de studio nog geassisteerd door de drie klasbakken Lloyd Parks (bas), Sly Dunbar (drums) en Uziah “Sticky” Thompson (percussie). Muzikaal is ‘Trenchtow Mix Up’ een mijlpaal zonder weerga die uitblinkt in superbe muzikaliteit, buitengewone en gevoelvolle zangpartijen, sublieme arrangementen en songs met rijke atmosferen, felle ritmes, lieflijke melodieën, briljante baslijnen en vlotte riffs en dat alles in zeer goede banen geleid door het zeer efficiënte productiewerk van ‘Prince’ Tony Robinson. Het was een van de vele iconische reggaealbums die in 1976 het licht zagen. Dit album ademt over de ganse lijn grootsheid en schoonheid en demonstreert een trio op zijn vroegtijdige hoogtepunt dat de zeer hooggespannen verwachtingen nadien nooit kon inlossen. ‘Trenchtown Mix Up’ is een aaneenschakeling van hoogtepunten en acht van de elf songs zijn ware klassiekers. Laat je echter niet misleiden door de lieflijkheid van de melodieën: de teksten drijven op de tijdsgeest van 1976 en sommige zijn dan ook gitzwart van pessimisme en woede. En voor de prijs moet je dit kleinood ook niet links laten liggen.
publieksprijs: 6,00




CONCERTTIP

AZIZA BRAHIM

AZIZA BRAHIM

OWW Leuven organiseert jaarlijks samen met het cultureel centrum van Leuven een culturele avond waarop eerlijke handel centraal gesteld wordt. Dit jaar gaat die avond door op zaterdag 8 oktober en hoofdact is dan Aziza Brahim. Ze werd geboren en groeide op in vluchtelingenkampen in Algerije, als balling uit wat de Sahraouis de Bezette Westelijke Sahara noemen. Grote delen van het Sahraouivolk zijn hun thuisland ontvlucht na de Marokkaanse invasie in 1975. Dit conflict maakt sindsdien deel uit van de collectieve amnesie van de rest van de wereld en daar wil Aziza Brahim, net als andere Sahraouimuzikanten, met haar muziek verandering in brengen. Brahim leeft al lang niet meer in de kampen: na haar studies in Cuba vestigde ze zich in Spanje maar toch beheerst de strijd van haar volk haar muziek. Sinds de dood van Mariem Hassan is Aziza Brahim de belangrijkste muzikale vertegenwoordiger van haar volk geworden. Meer info over haar muziek vind je in het muzieknieuws van april 2016 en meer info over deze concertavond vind je op http://www.30cc.be/nl/programma/item/nacht-van-de-fair-trade .