Muzieknieuws oktober 2016

‘BEYOND ADDIS VOL.2 Modern Ethiopian Dance Grooves inspired by Swinging Addis’ (compilatie)

‘BEYOND ADDIS VOL.2 Modern Ethiopian Dance Grooves inspired by Swinging Addis’ (compilatie)

Over Ethiopië en zijn muzikale schatkamers hebben we hier al vaak een boom opgezet: we verwijzen jullie daarvoor o.a. graag nog eens naar het cd-nieuws van december 2013. Addis Abeba was in de jaren 70 the place to be en de muziek die er toen ontsproot werd nadien de standaard en de norm voor heel veel muziek over de hele wereld. Met hun avontuurlijke mix van traditionele muziek en soul, funk, jazz, pop en rock hielpen fijne lui als Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke, Alemayehu Eshete, Girma Byene, Menelik Wossenachev, Hirut Bekele en tutti quanti het muzikale landschap voor vele decennia bepalen. Compilaties zoals ‘Swingin’ Addis’ en ‘Ethiopian Groove’ en vooral de fabeltastische reeks ‘Ethiopiques’ (29 delen als we de tel niet kwijt zijn) zijn mijlpalen in de Afrikaanse muziek. Deze clash tussen Ethiopische en westerse stijlen had dus gevolgen die niet te overzien waren en vooral de zeer bijzondere ethiojazz inspireerde muzikanten over de hele wereld. Op Vol.2 van deze compilatie horen we hedendaagse muziek uit alle windstreken die geïnspireerd is door die ethiojazz uit de jaren 70. De compilatie werd samengesteld door Jan Weissenfeldt (aka JJ Whitefield) die ook als producer betrokken w as bij diverse tracks. Het resultaat is alweer een indrukwekkende verzameling grensoverschrijdende muziek, zowel in de geografische als de muzikale zin van het woord. De 14 tracks zijn afkomstig van 13 verschillende uitvoerders en toch hangt er een merkwaardige cohesie boven deze compilatie alsof dit een album lijkt van één artiest. Onze favorieten zijn legio: er wordt straf afgetrapt door Karl Hector & The Malcouns; Karl Hector is een alias van Jan Weissenfeldt. Uit Brooklyn komen The Daktaris en zij brengen een grandioze cover van het emblematische ‘Musicawi Silt’.
Aangekomen bij track 5 kan de pret helemaal niet meer op want daar zijn de noorderburen van ons favoriete piepkuikencollectief Jungle By Night, door Tony Allen ooit omschreven als “de toekomst van de afrobeat”. In een haast chauvinistische reflex vinden wij het dan ook jammer dat “onze” Black Flower hier niet is opgenomen. Uit Berlijn komen Onom Agemo & The Disco Jumpers en zij brengen heerlijke en bevreemdende chaos. Een ware ontdekking is het veertienkoppige collectief Les Frères Smith uit Parijs dat zoals op veel andere bijdragen hier ook een stevige portie afrobeat binnensmokkelt. Van een haast onwerkelijke schoonheid is de bijdrage van Cosmic Analog Ensemble ofwel de Libanese componist en multi-instrumentalist Charif Megarbane die ook een Arabische melodielijn integreert en vibrafoon en melodica gebruikt als leadinstrumenten. Ook alle niet vermelde bijdragen zijn nooit minder dan uitstekend.
Om alles nog wat aanschouwelijker te maken refereren we graag aan volgende namen: Sun Ra, Mulatu Astatke, Fela Kuti, John Coltrane; niet van de minsten dus. Met groot respect voor de originele sound wordt er toch naast de strikte lijntjes van het genre gekleurd en matchen traditie en vernieuwing op zeer organische wijze. Bij momenten lijk je als luisteraar ook verzeild geraakt in een soundtrack.
Geheel haaks op onze selectiecriteria en -principes voegen wij voor het eerst een compilatie met reeds eerder uitgegeven opnames toe aan onze ultieme playlist en dus ook aan jullie verplichte leerstof. ‘Beyond Addis Vol.2’ is de dertiende toptitel dit jaar.
publieksprijs: 17,65

CONSTANTINOPLE - Passages

CONSTANTINOPLE - Passages

Vorige maand liet het Iraans / Canadese trio Constantinople samen met de Senegalese koraspeler Ablaye Cissoko een meesterwerkje na in de vorm van ‘Jardins Migrateurs’. Het trio werd in 1998 in Montreal opgericht door Kiya Tabassian en Ziya Tabassian, beiden afkomstig uit Iran. Kiya zing en speelt setar (Perzische familie van de luit) en Ziya speelt tombak en allerlei andere percussie. Het trio wordt vervolledigd door de Canadees Pierre-Yves Martel die viola da gamba (beenviool) speelt. Constantinople exploreert de orale tradities in de mediterrane culturen en muziekmanuscripten uit de middeleeuwen en de renaissance en beweegt zich zowel in de klassieke als in de wereldmuziek. Zeg echter nooit zomaar trio tegen Constantinople want voor ‘Passages’ presenteert dit muziekmediale muziektheater zich als een kwartet en horen we enkel nog Kiya Tabassian terug samen met Charbel Rouhana (ud en zang), Didem Basar (kanun) en Neva Özgen (kemençe) en nog drie gasten op tombak, percussie en tanbour. Dit album gaat samen met de concerttour ‘PASSAGES - At the Crossroad of the Mediterranean’ en werd opgenomen tussen oktober 2013 en mei 2015. Constantinople beoogt een muzikale reis in het hart van mediterrane en Midden-Oosten muzikale tradities. Alle composities zijn nieuw en origineel werk. Zoals we dat gewoon zijn bij Constantinople zijn ook op ‘Passages’ de sleutelwoorden schoonheid, elegantie, virtuositeit, raffinement, precisie, sereniteit, contemplatie, rijke melodielijnen, sublieme arrangementen. Deze muziek relaxeert en laat je lekker wegdromen.
publieksprijs: 18,95

ORCHESTRA BAILAM – Taverne, Café Amán e Tekés

ORCHESTRA BAILAM – Taverne, Café Amán e Tekés

We blijven nog even in mediterrane kontreien en ook nog wel in het Midden-Oosten. We leerden dit Italiaanse orkest drie jaar geleden kennen toen ze samen met het al even Italiaanse koor Compagnia di Canto Trallalero het muzikale project ‘Galata’ op de wereld loslieten, verankerd in de tradities van Istanbul en Genua en beïnvloed door vele andere mediterrane tradities. Dit nieuwe album werd live opgenomen in een theater in Genua. Op ‘Taverne, Café Amán e Tekés’ zet het orkest zijn muzikale exploratie doorheen het Midden-Oosten, het Ottomaanse rijk en Griekenland verder met interpretaties van rebetikoliederen, klassieke muziek van het hof van de sultan, zigeunermuziek, Sefardische, Arabische en Armeense liederen…. Ook het instrumentarium op dit hartverwarmende en zinnenprikkelende patchwork is grotendeels traditioneel: ud, bouzouki, klarinet, blaaspijp, fluiten, darbuka, bendir, doholla, tef, shaker, gitaar, viool, baglama, contrabas, accordeon, zils, ney. Zoals de titel suggereert bevat dit album een kroegrepertoire zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw te horen was in steden aan de oostelijke rand van de Middellandse Zee. Ze benaderen dit repertoire met het grootste respect en met wisselend succes want het ene genre beheersen ze blijkbaar al adequater en competenter dan het andere.
publieksprijs: 16,45

VIEUX KANTÉ – The Young Man’s Harp

VIEUX KANTÉ – The Young Man’s Harp

Je familienaam zal maar Kanté geweest zijn en je bespeelde een instrument uit de familie van harp, dan zal je afkomstig geweest zijn uit Mali. Noumoussa Soumaoro, aka Vieux Kanté, stierf elf jaar geleden op 31-jarige leeftijd. Sinds zijn elfde bespeelde hij de zessnarige jagersharp, gekend als de kamalé ngoni en letterlijk vertaald: de harp van de jongeling. Als blinde jongeling bleef hij thuis terwijl zijn broers gingen werken op het veld en alras ontwikkelde hij zich tot een virtuoos op het instrument. Tegen de tijd dat hij volwassen werd verspreidde zijn faam zich als een lopend vuurtje doorheen de Wassoulouregio (zuiden van Mali, noorden van Guinea en delen van Ivoorkust) en werd hij met zijn zeskoppige band een favoriet in de clubs van Bamako. Naast een begenadigde speler werd hij ook een vernieuwer op het instrument en gaandeweg maakte hij van de kamalé ngoni een twaalfsnarige harp en bezorgde hij het instrument aldus meer mogelijkheden. De zeven composities op ‘The Young Man’s Harp’ werden destijds opgenomen voor wat toen zijn debuutalbum had moeten worden maar zijn plotse dood stak daar een grote stok voor. Deze postume beluistering maakt in ieder geval duidelijk dat een groot talent verloren is gegaan en hopelijk krijgt de man alsnog postuum internationale erkenning. Het is een zeer goede zaak dat dit juweel alsnog ontsnapt aan de vergetelheid en zijn plaats kan opeisen bij de onmetelijke overvloed van Malinese rootsmuziek. Bij leven en welzijn had hij wellicht zijn plaats gehad in het lijstje der grote Malinese snarenspelers van het niveau van Ali Farka Touré, Toumani Diabaté en Bassekou Kouyaté, om nog maar deze te vermelden. Daarnaast is ook zijn krachtige en indrukwekkende stem een grote troef; op drie composities worden Kanté en de al even getalenteerde zijnen vocaal ook nog bijgestaan door de al even indrukwekkende griot Kabadjan Diakite. Elf jaar na datum is Vieux Kanté een heuse ontdekking en daar zal het helaas bij blijven. Het blijft evenwel een zeer grote zegen dat deze opnames alsnog konden ontsnappen aan de vergeetput.
publieksprijs: 18,10

VICTOR HUGO VILLENA TRIO & KAY SLEKING - Tango

VICTOR HUGO VILLENA TRIO & KAY SLEKING - Tango

Deze 36-jarige bandoneónvirtuoos won de prestigieuze award voor “beste solist” op het Nationaal Concours van Cosquin (Argentinië) toen hij amper achttien was. Daarna speelde hij in diverse orkesten in Buenos Aires zoals National Tango Orchestra of Argentina en Color Tango. Hij startte zijn opleiding toen hij negen was, onder de vleugels van Juan José Mosalini en later bij Marcos Madrigal. In 1999 emigreerde hij naar Frankrijk om er zich te vervolmaken, deze keer opnieuw bij Mosalini: hij vervoegde ook diens Grand Orchestre de Tango. Alle samenwerkingen die hij nog onderneemt opnoemen zou ons hier ver te leiden. Bij het grote publiek zal hij wellicht nog het meest bekend zijn door zijn werk met Gotan Project. Hij heeft dus zowel naam gemaakt in de tango nuevo als in de electrotango. Vorig jaar richtte hij dit trio (met gitarist Alejandro Schwarz en contrabassist Mauricio Angarita) op om de muziek die hij sinds zijn vroegste jeugd had gehoord op te nemen en uit te voeren. Op ‘Tango’ horen we niet enkel oud materiaal maar ook composities van een nieuwe generatie tangocomponisten. En naast tango horen we ook wals, milonga, milonga lenta, folklore, criollowals en milonga candombe. De Nederlandse tangogitarist en oude vriend Kay Sleking studeerde zowel klassieke muziek als tango. In 2008 namen Villena en Sleking nog samen de cd ‘Valdarno’ op. ‘Tango’ is een geslaagd werkstuk van een stel begenadigde muzikanten; wie echter niet vertrouwd is met het werk van Villena kan als introductie beter het oor te luisteren leggen bij voorganger ‘Bandoneón Ecléctico’ uit 2013, een bijzonder ambitieuze sonische trip doorheen de verschillende texturen van de bandoneón.
publieksprijs: 20,40

SARATHY KORWAR – Day To Day

SARATHY KORWAR – Day To Day

Een migratieverhaal gezien door een muzikale bril, dat is zowat de achtergrond van dit debuut van jazzcomponist, percussionist en producer Sarathy Korwar. Geboren in de VS, opgegroeid in India en nu levend en wel in Londen. Korwar kan ondertussen een aardig mondje meepraten over de culturele wisselwerking die migratie omgeeft. ‘Day To Day’ werd ondertussen gretig opgepikt door smaakmakers als Gilles Peterson en Four Tet en vorig jaar nog vroeg de dalai lama hem om zijn bezoek aan het Londense Royal Opera House muzikaal op te luisteren. Korwar bracht in India een hele tijd door met het Siddimigrantenvolk, specifiek met The Sidi Troupe of Ratanpur in het landelijke Gujarat, grotendeels geïsoleerd van de rest van India. Dit volk houdt nog steeds vast aan zijn unieke cultuur. Kolwar’s veldopnames van hun hypnotische gezangen en hun percussieve van oorsprong Afrikaanse polyritmes onderstutten dit album. De Siddis, hoofdzakelijk Sufi moslims, stammen af van de Afrikaanse Bantu, die vanaf de zevende eeuw naar India trokken als kooplui, zeelui en slaven. Die Afrikaanse invloed is er ook nog steeds in sommige teksten die in Swahili gezongen worden: het is een orale traditie waarbij ze infeite niet begrijpen wat ze zingen. Korwar gaf gehoor aan hun improvisatorische geest en vermengt hun repetitieve en devotionele stijl met gelukzalige, spirituele en astrale jazz in de stijl van Alice Coltrane en lome, explorerende grooves waarbij hij zijn drums beroert als waren het tablas. Bij dit alles was Korwar niet zozeer gefascineerd door wat ze speelden maar vooral door hoe, waarbij vooral hun totale overgave opviel.

Voor Korwar is migratie een sleutelingrediënt bij alles wat hij doet. Multiculturele items zijn bepalend geweest bij de creatie van ‘Day To Day’. Volgens Korwar ervaart iedere migrant spanning en druk en wordt hij raciale ondertonen gewaar die opduiken in de dagelijkse context, vooral wanneer die migrant een kleurtje heeft. Woorden als terrorisme en vluchteling dienen opnieuw onderzocht te worden: betekenissen evolueren steeds. Maar Korwar blijft optimistisch en rekent erop dat dit album tot hoop en ruimdenkendheid kan inspireren. Hij acht zich gelukkig dat er ruimte is voor een “Indiaas-jazz-folk-klassiek-elektronisch” album. ‘Day To Day’ laat zich met niets vergelijken en dat is ook een van de sterkste punten van dit strakke en hypnotische album dat moeiteloos, organisch en ongekunsteld bruggen slaat tussen een eeuwenoude cultuur en westerse jazz en elektronica. Fascinerend, briljant, mysterieus en begeesterend zijn op zijn zachtst gezegd understatements. ‘Day to Day’ reikt een muzikale taal aan die dienst doet als bindmiddel en argument voor meer transculturalisme in de kunst en de samenleving. Oh so fuckin’ brilliant!!!
publieksprijs: 19,70

VINYLRELEASES

- AUGUSTUS PABLO & KING TUBBY – Meets Rockers Uptown (rerelease)
De moeder aller dubplaten, uit 1976.
publieksprijs: 23,10
- UPSETTERS – Blackboard Jungle Dub (rerelease)
Nog een klassieker uit het genre, van de magische handen van Lee ‘Scratch’ Perry.
publieksprijs: 23,10
- SINGERS & PLAYERS – Staggering Heights (rerelease)
publieksprijs: 17,05
- SARATHY KORWAR – Day To Day
publieksprijs: 22,50 (2 lp)
- ‘BEYOND ADDIS VOL.2’ (compilatie)
publieksprijs: 22,70 (2 lp)
- iZem – Hafa
publieksprijs: 18,00

GOUD VAN OUD

OUMOU SANGARE - Moussolou

OUMOU SANGARE - Moussolou

Bouwjaar: 1990 (rerelease: 2016)
Grammy Awardwinnares Oumou Sangare is een Malinese Wassoulouzangeres die wel eens ‘de zangvogel van Wassoulou’ genoemd wordt. Wassoulou is een historische regio ten zuiden van de Nigerstroom. De regio kent een eeuwenoude liedtraditie. Oumou is de dochter van de lokaal zeer bekende zangeres Aminata Diakaté. Als ukkie in een eenoudergezin ging Oumou zingen om het gezin te helpen in leven houden. Op vijfjarige leeftijd stond ze al gekend als een getalenteerde zangeres. Toen ze zestien was ging ze toeren met de percussiegroep Djoliba en nog eens zes jaar later nam ze haar debuutalbum ‘Moussolou’ (‘Vrouwen’) op met Amadou Ba Guindo en niemand minder dan Ali Farka Touré hielp haar aan een contract bij het gerenommeerde World Circuit label. Sangare wordt beschouwd als een Wassoulouambassadrice: haar inspiratie haalt ze uit de traditionele muziek en dansen uit deze regio. Ze schrijft en componeert zelf haar liederen die vaak sociale kritiek bevatten, in het bijzonder over de lage status van de vrouw in de samenleving en gearrangeerde huwelijken, maar net zo goed schrijft ze over vrouwelijke sensua liteit zoals in haar grote hit ‘Diaraby Nene’ (‘de rillingen van de liefde’) uit haar debuutalbum. Nu eens schrijft ze metaforisch en ironisch, dan weer direct en expliciet. Veel van die teksten zorgden destijds voor beroering in een fundamenteel conservatieve samenleving. Andere albums van Sangare zijn ‘Ko Sira’ (1993), ‘Worotan’ (1996), ‘Oumou’ (2003) en ‘Seya’ (2009). Oumou Sangare stond in sommige van de meest prestigieuze zalen en op de belangrijkste festivals wereldwijd. Extra muzikaal staat ze ook bekend als een pleitbezorgster voor vrouwenrechten en een tegenstander van kinderhuwelijken en polygamie. Ze is ook nog ambassadrice voor de FAO en won in 2001 de UNESCO International Music Prize voor “haar bijdrage tot de verrijking en de ontwikkeling van muziek alsook voor haar engagement voor de vrede, voor verstandhouding tussen diverse volkeren en voor internationale samenwerking”. En tot slot is Sangare ook nog eens zakenvrouw (hotelwezen, landbouw, automobielsector). En dan gaan we nu over naar datgene waar het hier eigenlijk om te doen is, met name haar muziek.

Met haar debuut ‘Moussolou’ introduceerde Sangare destijds gedurfde nieuwe ritmes en een muzikale kleur die de West-Afrikaanse dansvloeren stormenderhand innamen. Maar het betekende vooral de lancering van die bijzondere stem van een getalenteerde jonge vrouw met een immens charisma. Sangare’s biotoop is die van de jagersmuziek. Vóór de kolonisatie waren de herders de beschermers van de dorpen, de kostwinners, de genezers en de filosofen. Hun muziek werd gespeeld op een zessnarige harp en men geloofde dat die muziek magische krachten bezat die de jagers beschermden en de gevaarlijkste dieren kon temmen. Oumou wil de kracht en de betovering van die muziek in haar liederen overbrengen. Het belangrijkste instrument in haar groepsgeluid is dan ook de kamelengoni, een hedendaagse versie van de jagersharp. Die produceert gejaagde ritmes en grooves en resoneert allerlei stijlen zoals funk, rhtyhm and blues en afrobeat. Ook de viool is nadrukkelijk aanwezig en evoceert de treurige klank van de eensnarige vedel van de Wassoulou. Doorheen haar hele oeuvre heeft Sangare er steeds naar gestreefd de diverse Malinese tradities te exploreren en dan vooral die van haar eigen Wassoulou. Of zoals ze zelf zegt: “Waarom andermans muziek spelen als die van ons zo rijk is?”. Sinds 2003 was ‘Moussolou’ niet meer verkrijgbaar en dus is het een waar geschenk dat dit juweel dat moeiteloos de tand des tijds doorstaan heeft eerder dit jaar opnieuw werd uitgebracht. Voor wie nog niets in huis heeft van Oumou Sangare en door haar verhaal gefascineerd is geworden is ‘Moussolou’ een absolute aanrader. En terwijl je toch bij je Oxfamplatenboer aanbeland bent: schaf dan ook maar haar twee andere nog verkrijgbare titels aan, ‘Oumou’ en ‘Seya’.
publieksprijs: 19,45
Meer van deze artieste:
Oumou (bouwjaren: 1990-2003; 19,45€) (2 cd)
Seya (2009; 19,45).