Muzieknieuws november 2016

NOURA MINT SEYMALI – Arbina

NOURA MINT SEYMALI – Arbina

Twee jaar geleden debuteerde de Mauritanische zangeres en griot Noura Mint Seymali met het uitbundige, wervelende, gedurfde en bezwerende album ‘Tzenni’: NMS was meteen een ontdekking in de meest waarachtige zin van dat woord. Ze begon te zingen als achtergrondzangeres bij haar stiefmoeder, de befaamde Dimi Mint Abba, maar ondertussen heeft ze een eigen, exuberante stijl ontwikkeld. Seymali stamt uit een langlopend geslacht van muzikanten en liet op ‘Tzenni’ een frisse en hedendaagse interpretatie van de tradities van dat geslacht horen. Ze bespeelt de negensnarige ardine (verwant aan de kora), een instrument dat traditioneel enkel door vrouwen wordt bespeeld. ‘Never change a winning team’ moeten ze ten huize Seymali gedacht hebben want voor ‘Arbina’ werd terug beroep gedaan op het succesteam van ‘Tzenni’. De productie was in handen van Matthew Tinari die ook de drumsticks hanteert. Opnames, mix en mastering gebeurden in New York door Tony Maimone (ex-Pere Ubu). Het instrumentarium is een mix van traditionele en westerse instrumenten: enerzijds de ardine van Seymali, anderzijds het klassieke rocktrio gitaar, bas en drums. ‘Arbina’ is meer van hetzelfde maar hier kan dit enkel als een compliment beschouwd worden. Op ‘Tzenni’ waren compositie en arrangement vaak nog eendimensionaal maar daaraan is ondertussen flink gewerkt. Seymali heeft een lenig, uitbundig, energiek, hartstochtelijk, bezwerend en soms huilend stemgeluid met een riante dosis vibrato en passie. Die stem is samen met de gitaar van manlief Jeiche Ould Chighaly de dominerende factor in het totaalgeluid. De elektrische gitaarlijnen zijn funky, furieus, verwrongen en hakke(le)nd, maar Seymali zorgt met haar ardine voor het nodige evenwicht. De klank knettert bijwijlen als een soundsystem op een Noord-Afrikaanse markt, door Tinari opgepoetst met New Yorkse studioglans. Deze Saharapsychedelica houdt zich ondanks alle elektrische branie vast aan de wortels: toch zijn sixtiesiconen zoals Led Zeppelin, Cream en The Stooges nooit ver uit de buurt.

In tegenstelling tot buurlanden Mali en Senegal geniet Mauritanië weinig internationale muzikale erkenning, maar misschien zal Seymali daar verandering in brengen. ‘Arbina’ is meer van hetzelfde maar nog een pak beter dan ‘Tzenni’ al was.
publieksprijs: 18,75

DHAFER YOUSSEF – Diwan of beauty and odd

DHAFER YOUSSEF – Diwan of beauty and odd

Dhafer Youssef is een Tunesische componist, zanger en oudspeler; hij wordt beschouwd als een meesterspeler op dit instrument. Reeds op jonge leeftijd begon hij zich in jazz te interesseren waarnaar hij clandestien luisterde tijdens zijn opvoeding aan de Koranschool. Als jongvolwassene trok hij naar Europa om er een jazzcarrière te beginnen en leeft er voornamelijk in Wenen en Parijs. Hij is ook actief in de wereldmuziek en de avant garde en is een veel gelauwerde artiest. Hij gaat ook veel samenwerkingen aan met artiesten uit zeer uiteenlopende richtingen. ‘Diwan of beauty and odd’ is zijn achtste cd. Zijn handelsmerk is de moeiteloze samensmelting van wereldmuziek, jazz en avant garde met een unieke klankwereld als resultaat. Op zijn nieuwe cd wordt hij begeleid op piano, trompet, contrabas en drums en daarvoor deed hij beroep op jonge jazzwolven uit New York. Subtiliteit, melodieuze kracht, sierlijkheid, aanstekelijke grooves en emotie zijn steeds kenmerkend geweest in het werk van Youssef en dat is nu niet anders, waarbij weer vooral de onwaarschijnlijke muzikaliteit en instrumentale capaciteit van zijn intieme stem opvallen. ‘Diwan of beauty and odd’ laat ons een heerlijke symbiose, wisselwerking en balans horen tussen sufimuziek, de bijzondere klank van de oud en een puur jazzkwartet, uitgevoerd met een dodelijke precisie en een perfect instrumentaal meesterschap. Deze jonge muzikanten voelen de muzikale wereld van Dhafer Youssef uitmuntend aan. Voor Youssef zal deze eerste samenwerking met een all American band wellicht ook als een voltreffer aanvoelen en naar meer doen smaken. De samenwerking met dit kwartet impliceert vanzelfsprekend dat Youssef jazzier dan ooit klinkt maar dat betekent nog niet dat de traditionele sufigezangen niet mee bepalend zouden blijven voor de totaalklank: ook in deze gezangen toont Youssef zich een meester. ‘Diwan of beauty and odd’ is een waarachtige beauty.
publieksprijs: 19,70

ORKESTA MENDOZA - !Vamos a Guarachar!

ORKESTA MENDOZA - !Vamos a Guarachar!

Even een bezige bij voorstellen: Sergio Mendoza. Deze Amerikaanse medemens, zanger, pianist en gitarist musiceert bij Calexico (Joey Burns en John Convertino zijn hier trouwens op 1 lied te horen), Mexrissey en DeVotchKa en runt sinds 2009 ook nog zijn eigen orkest, Orkesta Mendoza, voorheen Sergio Mendoza Y La Orkesta, ontstaan uit een eenmalig tributeproject voor de Cubaanse mambokoning Pérez Prado. Hun muziek is een overpruttelende, uitzinnige en broeierige stoofpot met vele ingrediënten: mambo, cumbia, ranchera, merengue, ska, mariachi, rumba, jazz, rock, americana, elektronica, psychedelica en nog een en ander. Veel van die stijlen werden Mendoza als jongeling met de paplepel ingegoten. Vele jaren liet Mendoza echter de Latijnse stijlen voor wat ze waren en stortte hij zich geheel op de rock and roll maar aan het einde van het verhaal kroop het bloed waar het niet gaan kon. In 2012 “debuteerde” hij met ‘Mambo Mexicano’ (opgedragen aan Pérez Prado) en dan ligt nu opvolger ‘!Vamos a Guarachar!’ hier nog na te dampen, een explosief, manisch, verkwikkend, exuberant, brutaal en broeierig werkstuk vol grens- en diasporamuziek waar het plezier (met ook wat ruimte voor bittere melancholie) van afdruipt: eat your heart out, Donald Trump, en stop die lugubere muur in je obscene reet. Dit album is bij uitstek een waarachtig en ultiem pleidooi voor culturele uitwisseling. Mendoza koos voor een kamerbrede productie, soms Phil Spector achterna, en dat ligt deze muziek wel: het draagt bij tot een heerlijk kitschgehalte. Van deze overheerlijke muziek wordt een mens (nee, niet jij, Donald) helemaal vrolijk. ‘Vamos a Guarachar!’ van Orkesta Mendoza krijgt de veertiende nominatie voor onze ultieme playlist van 2016 en wordt dus ook toegevoegd aan jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,75

VAUDOU GAME - Kidayú

VAUDOU GAME - Kidayú

Vaudou Game is een Franse afrofunkband o.l.v. de Togolese componist, zanger, gitarist en percussionist Peter Solo en ‘Kidayú’ is hun tweede album. Ze produceren snelle ritmes gebaseerd op de ideeën van de Vaudoucultuur en dit mysterieuze en bovennatuurlijke elelement dient als lyrische en conceptuele basis voor dit album. ‘Kidayú’ betekent ‘delen’ in het Kabye, de taal van noordelijk Togo. Peter Solo spreekt vloeiend dit dialect. Reeds als kind was Solo gefascineerd door muziek en maakte hij instrumenten met alles wat hij op straat vond. Deze DIY attitude wordt ook gereflecteerd in de obsessie van Vaudou Game met oude vormen en met de historische context van voodoo. Vaudou Game klinkt dan ook als een vintage artefact uit een vervlogen tijdperk en de digitale wereld lijkt niet echt aan hen besteed: productie, opname, mix en mastering gebeurden volledig vintage en analoog en ook het instrumentarium is good old fashioned. We begonnen deze bespreking met Vaudou Game te omschrijven als een afrofunkband maar dat is iets te simpel gesteld: afrofunk is wel degelijk het fundament maar daar doorheen worden diverse klassieke stijlen geweven in een complexe klankenpuzzel. Afrika is van Ethiopië tot Nigeria nadrukkelijk aanwezig in deze puzzel maar ook blues en soul zijn essentiële stukjes van het geheel. ‘Kidayú’ is een soort van ritualistische ervaring die je ledematen hypnotiseert en naar een spontane dans stoot. Solo vertelt een tocht door zijn vaderland aan de hand van bewoordingen die hij zingt ter ere van goddelijke wezens. Deze bijgelovige teksten beschrijven de vele plaatsen en mensen die Solo beïnvloed hebben en worden bevrijdende vreugdekreten in een aanstekelijk concept en een zeer divers muzikaal landschap waarbij Fela Kuti, Femi Kuti, James Brown en Otis Redding nooit ver weg zijn. De heerlijke arrangementen liggen geheel in de lijn van wat je hoort in ethiojazz, afrobeat en highlife. Met dit onvoorspelbare en okselfrisse werkstuk treden Solo en de zijnen in de voetsporen van een grote traditie van kruisbestuivingpioniers uit Benin en Togo zoals Orchestre Poly Rythmo de Cotonou en Victor Uwaifo. Vaudou Game is een waarachtige ontdekking en staat garant voor prima voer voor de dansvloer.
publieksprijs: 20,00

MONEY CHICHA – echo en Mexico

MONEY CHICHA – echo en Mexico

We schrijven Peru jaren 60 en 70: de Colombiaanse cumbia beat krijgt er een psychedelische makeover aan de hand van rauwe elektrische (surf)gitaren en Farfisa orgels en het resultaat krijgt de naam chicha. De naam chicha komt van de lokale whisky die duizend jaar oud is. Zowel de whisky als de muziek zijn nog steeds erg populair in Lima. Chicha kent de voorbije jaren ook een internationale bloei met groepen die opduiken in Londen, New York en Australië. En dan is er nu Money Chicha uit Austin, Texas, met in de rangen o.m. leden van Grupo Fantasmo (muzieknieuws maart 2016) en Brownout. Ze brengen pure, authentieke retro chicha in tegenstelling tot vele andere groepen uit de huidige generatie die mixen met andere stijlen dat het een lieve lust is. De sleutel tot goede chicha is het ritme laten pruttelen en de beat niet te hard pushen en dat hebben deze zes heren zeer goed begrepen. De instrumentatie, afgezien van de percussie, en de klank zijn duidelijk van Noord-Amerikaanse signatuur maar de beats en de melodieën zijn beïnvloed door de inheemse Andescultuur. Deze uiterst pittige, hilarische, prettig gestoorde, kierewiete en mesjogge muziek zou ook bij uitstek dienst kunnen doen als soundtrack bij een spaghettiwestern. Iemand nog op zoek naar een psychedelische trip? Zoek dan niet verder.
publieksprijs: 19,35

KRISTI STASSINOPOULOU & STATHIS KALYVIOTIS – NYN

KRISTI STASSINOPOULOU & STATHIS KALYVIOTIS – NYN

Stassinopoulou & Kalyviotis zijn pioniers van de nieuwe Griekse folk en vier jaar geleden vonden ze op ‘Greekadelia’ traditionele demotikaliederen a.h.w. opnieuw uit. Op dat album serveerden ze Griekse volksmuziek zoals die nog nooit gehoord werd. De cd-titel dekte perfect de lading: ze zijn Grieken en de referentie naar psychedelica doelde op hun verschuiven van vormen en de manier waarop ze hun luisteraars op het verkeerde been zetten en onderdompelden in nieuwe expressievormen. Hun beeldenbestormende benadering van deze oude demotikaliederen in combinatie met spitsvondige samples, de zeer aparte stem van Stassinopoulou, een traditionele Griekse lauto, een Indiaas harmonium, diverse frame drums en live looping zijn voor menige folkconservatieven heiligschennis, maar wij, als fervente anti-hokjes-denkers, staan hier pal achter, temeer daar het resultaat voortreffelijk was. Stassinopoulou en Kalyviotis zijn twee muzikanten die resoluut, intens en rigoureus hun eigen weg gaan en schitterende hedendaagse Griekse volksmuziek maken. Met een minimale instrumentatie creëerden ze op ‘Greekadelia’ een unieke soundscape en een ware verrijking voor de hedendaagse volksmuziek.
Op ‘NYN’ presenteren ze hun reflecties op het Griekenland van vandaag en zetten ze een muzikaal manifesto voor deze tijden neer. Hun muziek dient als balsem voor hun vaderland en de staat waarin het zich bevindt na de wurggrepen van International Mother Fuckers (copyright: Seun Kuti) en hun trawanten. ‘NYN’ is Oudgrieks voor ‘NU’. De centrale boodschap is leven in het hier en nu en geen overpeinzingen maken over een onzekere toekomst of zich overgeven aan mistige, nostalgische herinneringen aan een eens zo glorieus verleden. Illustratief hierbij en meditatief eindigt het album met een vriendenkoortje dat zingt: ‘Alles komt en gaat… zo gaat het leven voorbij’. Die idee van het ‘nu’ is ook te horen in hun muzikale mix. Ze putten uit Griekse traditionele folk, rebetika en Byzantijnse gezangen en pompen psychedelische rock, punk, hedendaagse elektronica en andere verreikende klanken doorheen hun muzikale hoofdslagader. Waarlijk ‘Greekadelia’ dus. Op ‘Greekadelia’ gingen ze aan de slag met traditionele liederen maar op ‘NYN’ passen ze hun beeldenbestormende werkwijze toe op hun eigen songs. En ze doen dat met verve en vooral met veel vindingrijkheid wat resulteert in onvergelijkbare schoonheid. Psychedelica en traditie werden nooit voorheen op deze organische, onovertroffen en onnavolgbare manier verenigd. ‘NYN’ is krachtige, dwingende hedendaagse folk en een rijp muzikaal manifesto voor deze bewogen tijden. Hun boodschap is behoedzaam te zijn, in het heden te leven, de dag te plukken en niet te treuren om wat voorbij is. Naar ongriekse gewoonte zijn de teksten in Engelse vertaling te volgen in het infoboekje: heeft wellicht alles te maken met de release op een Brits label. Kristi en Stathis verdienen absoluut en met aandrang en liever gisteren dan vandaag internationale erkenning. Festival Dranouter en consorten: dit is verplichte kost, jullie weten wat je te doen staat.
publieksprijs: 13,15

DIMITRA GALANI (feat. CHRÓNOS) – Chrónos Project (cd-dvd)

DIMITRA GALANI (feat. CHRÓNOS) – Chrónos Project (cd-dvd)

Ook dit is Grieks, maar dan wel gans andere koek. Zangeres en componiste Dimitra Galani zette in 1968 op zestienjarige leeftijd haar eerste professionele stappen in de muziek. Drie jaar later brak ze goed door toen ze de helft van de liederen zong op het album ‘Tis Gis to Chrisafi’ van de grote Manos Chatzidakis, een van de allergrootsten uit de Griekse muziekgeschiedenis. Haar loopbaan is naast haar eigen werk (o.m. soundtracks voor tv-series en films) een aaneenschakeling van samenwerkingen met vele belangrijke Griekse componisten: naast Chatzidakis ging ze aan de slag met o.m. Mikis Theodorakis, Dimos Moutsis, Manos Loizos, Jorgos Chatzinasios, Yannis Spanos, Vasilis Tsitsanis…. Naast haar artistieke werk is ze ook actief in sociale en humanitaire bewegingen en komt ze sterk op voor het recht van artiesten om de auteursrechten van hun werk te bezitten.
Chrónos is een kwartet uitzonderlijke Griekse muzikanten wier axis bestaat uit liederen van vooraanstaande Griekse dichters en componisten. Het kwartet is samengesteld uit Petros Klampanis (contrabas), Thomas Konstantinou (oud, luit, gitaar), Spyros Manesis (piano) en Christos Rafalides (vibrafoon). ‘Chrónos Project’ is een tocht langsheen liederen van veelgeprezen componisten uit het verleden en het heden waarmee Galani is opgegroeid en van wie ze veel geleerd heeft. Dan is het wel heel sneu dat er bij dergelijk ambitieus project niet de moeite genomen wordt om de teksten en de info vertaald af te drukken: aldus blijft de geïnteresseerde op de honger zitten. De naam Chrónos (‘tijd’) is niet lukraak gekozen. In de Griekse cultuur is tijd nooit lineair geweest zoals in het Westen en ook niet cyclisch zoals in het naburige Oosten. Het concept tijd stond (en staat ook nu nog) in de Griekse cultuur altijd in verband met de wortels, de grond, de culturele identiteit en de historische continuïteit. Dit gegeven werd vooral weergegeven door een zoektocht naar een harmonieuze relatie met de natuur en een ongeëvenaarde menselijke participatie en creativiteit. Tijd heeft in meer dan 4000 jaar in Griekenland een uiteenlopende dimensie en wordt dan ook anders waargenomen door het Griekse volk. Tot zover de filosofie, maar dan nu graag naar de kern van de zaak, met name de muziek. Dit eminente fenomeen in eigen land heeft een diep, bitterzoet, lichthees en karakteristiek stemgeluid dat wel overtuigt en blijft hangen maar aan het einde van de rit toch wel wat eendimensionaal overkomt, ook al is de interpretatie meer dan voortreffelijk. De meeste gekozen liederen zitten wat in dezelfde radius wat die eendimensionaliteit nog wat beklemtoont. Er wordt voortreffelijk gemusiceerd (de opnames zijn deels studiowerk, deels live) maar de indruk overheerst dat dit volledig van het blad gebeurt met een klinisch klankuniversum als gevolg. Slotconclusie: deze cd kan de vele poeha en heisa rond dit project niet waarmaken.
publieksprijs: 18,75 (cd + dvd)

JORGOS DALARAS – Afieroma Ston Vasili Tsitsani

JORGOS DALARAS – Afieroma Ston Vasili Tsitsani

Nog meer Grieks? Ja, nog meer Grieks en dan nog volumineus, want deze box bevat drie cd’s. Precies een jaar geleden bracht een van de grootsten uit de hedendaagse Griekse muziek, Jorgos Dalaras, een bloemlezing van de wellicht allergrootste aldaar, Mikis Theodorakis, op de live-dubbelaar ‘Mikis Theodorakis Kratisa Ti Zoi Mou’, een indrukwekkend eerbetoon aan de grootmeester van de Griekse muziek uit de vorige eeuw, voorgeschoteld door een van de grootste Griekse vocalisten uit de voorbije halve eeuw en zonder discussie verplichte kost voor alle liefhebbers van Griekse muziek. Kortom: vriend en vijand waren verrast. En da n is er nu een andere reus van de Griekse muziek aan de beurt om gebloemleesd te worden door Jorgos Dalaras, met name Vasilis Tsitsanis. Vasilis wie? Juist, Tsitsanis. Deze man was een liedjesschrijver en bouzoukispeler. Hij werd een van de vooraanstaande Griekse componisten van de vorige eeuw en wordt alom beschouwd als een van de grondleggers van de moderne rebetiko en laiko: hij maakte deze stijlen ook toegankelijker voor een breed publiek. Hij schreef meer dan 500 liederen (waarvan we er op deze box 53 horen) en blijft in de herinnering als een buitengewone componist en bouzoukispeler. Net als het eerbetoon aan Theodorakis betreft het hier een live-registratie (Athene 2001). Deze box verscheen in Griekenland reeds in 2003 maar krijgt pas nu alhier een officiële release. Naast Dalaras horen we ook nog de stemmen van Eleni Tsaligopoulou, Jerasimos Andreatos, Iota Drakia en Grigorios Daravanoglou. ‘Afieroma Ston Vasili Tsitsani’ is een indrukwekkend, zorgvuldig en respectvol eerbetoon van de ene grootheid aan een andere en een must in de platenkast van iedere liefhebber van Griekse muziek. Alle anderen roepen wij met aandra ng op om dit werkstuk een beluistering te gunnen waarna u wellicht de rijkdom van de Griekse muziek zal inzien en het historische belang van Vasilis Tsitsanis. Aan de slag dus.
En dan gaan we nu nog eens zagen: naar aloude Griekse gewoonte wordt ook dit prestigieuze project enkel voorzien van Griekstalige informatie. Ook alle teksten zijn eentalig in Grieks afgedrukt. Wij vinden dit een blamage voor een muzieklabel met wereldwijde vestigingen en een minachting tegenover de muziekliefhebber. Ziezo, het ligt eruit. Tot hier dit rondje Griekenland in drie bewegingen.
publieksprijs: 37,60 (3 cd)

SÖNDÖRGÖ – Live Wires

SÖNDÖRGÖ – Live Wires

21 jaar geleden ontmoetten de drie muzikale broers Eredics en nog een neef van hen Attila Buzás in Szentendre, Hongarije. Alle vijf hebben ze gemeen dat ze tambura spelen. Nog steeds trakteren ze de wereld gul op hun niet te stoppen tamburitza. Hoe ze dat doen valt te horen op dit livealbum, opgenomen tussen 2010 en 2015 in Budapest, Roskilde, Sziget, Huy, Rudolfstadt, Parijs en Napels; we horen ook diverse gastvertolkingen, o.m. van Ferus Mustafov. Wij leerden dit vijftal de voorbije jaren kennen van hun verbluffende albums ‘Tamburising’ en ‘Tamburocket’. De tambura is een gevestigd en populair snaarinstrument (lijkt een beetje op de mandoline en de bouzouki) bij de Servische en Kroatische gemeenschappen in Hongarije. Het instrument is waarschijnlijk van Turkse origine en kan bespeeld worden als solo-instrument, maar meestal wordt het gebruikt in kleine orkesten, zoals bij Söndörgö, een multi-etnisch familieorkest (met een vreemde eend in de bijt). De vijf muzikanten bespelen, naast nog andere instrumenten, verschillende types tambura. Söndörgö doet meer dan het terug opleven van deze traditionele Servische en Kroatische muziek, het orkest exploreert en herwerkt ook muziek van dieper in de Balkan met Macedonische, Bulgaarse, Turkse, joodse en zigeunerinvloeden en voegt ook nieuwe lagen toe aan die tradities. Ook al gaat het om muziek die door de traditie is geïnspireerd, dan toch heeft het spel niets weg van wat wij kennen als traditionele Hongaarse en andere Oost-Europese muziek: Söndörgö klinkt lichtvoetig, dartel, energiek, aanstekelijk, veerkrachtig en uiterst delicaat. De groep combineert op meesterlijke wijze respect voor de tradities met de drang tot vernieuwing en doet dit met een bruisende virtuositeit. Iemand een etiket vandoen? Dan opteren we voor Hongaarse Nu-folk. Wat bij deze live-opnames meteen opvalt is de grote behendigheid en perfecte instrumentenbeheersing van deze muzikanten. Het merendeel der muziekjes wordt aan een razende rotvaart uitgevoerd (met soms nog acceleratie binnen de acceleratie) en dus zijn de rustpunten her en der dan ook zeer welkom. Een schitterend voorbeeld van zo’n rustpunt is het trage en uiterst sensuele ‘Farandole’. ‘Live Wires’ brengt het portret van een werkelijk onweerstaanbare groep en dat in elke noot, in elke vezel, in elke wending. Er wordt gespeeld met authentieke passie en het geëtaleerde vakmanschap is vlekkeloos. Deze band klinkt door het zoveel jaren samenspelen en toeren zo onwaarschijnlijk hecht. Ook de klankkwaliteit is onberispelijk wat niet steeds evident is bij live-albums. Wanneer je het album in een ruk beluistert dan krijg je nooit het gevoel dat dit over vijf jaar en op zeven locaties is opgenomen en ook dat rekenen wij tot een grote verdienste. Luistertip: de volumeknop helemaal naar links draaien. En voor wie het nog niet doorheeft: ‘Live Wires’ is de vijftiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 13,15

USTAD RAHIM KHUSHNAWAZ – Afghan Rubab with Songbirds

USTAD RAHIM KHUSHNAWAZ – Afghan Rubab with Songbirds

Ustad Rahim (1947-2011) kwam uit een familie in de stad Herat waar al generaties lang professioneel gemusiceerd werd. Al heel jong was hij de meest voortreffelijke rubabspeler van de stad. De rubab is een snaarinstrument uit de luitfamilie dat oorspronkelijk uit Centraal-Afgha nistan komt. URK onderscheidde zich door zijn lyrische en meditatieve stijl, zijn sensitieve en bescheiden aard en zijn gevoel voor het Herati folkmateriaal. Na de komst van de muziekcensuur onder het Talibanregime migreerde hij naar Mashhad in Oost-Iran waar hij actief deelnam aan de lokale muziekscene. Aan het einde van zijn leven keerde hij nog terug naar zijn geboortestad. De rubab kan zowat beschouwd worden als het nationale instrument van Afghanistan en de dominante school is gevestigd in Kabul.
Deze opnames dateren uit 1994 en werden bij URK thuis gemaakt door Veronica Doubleday toen ze drie weken in Herat verbleef. Het album bevat traditionele en klassieke composities en twee Afghaanse ragas. Kenmerkend is het intieme en relaxte karakter van de opnames waarbij je op de achtergrond kinderen, geluiden van het dagelijkse leven en vogels hoort. Afghanen houden blijkbaar van zangvogels en Khushnawaz hield er naast duiven en kooivogels ook nog twee kanaries op na die op bijzondere wijze deelnemen aan dit gebeuren. Soms klinkt het ons wel wat te veel van het goede maar Doubleday beweert bij hoog en bij laag dat de vogels reageren op de muziek en wellicht heeft ze een punt, want bij momenten hoor je de vogels a.h.w. meedoen met het ritme. Wat er ook van zij, het effect en de wisselwerking zijn vaak verrukkelijk. En wat er nog meer van zij: Ustad Rahim Khushnawaz is een absoluut briljante performer en hét uithangbord voor een internationale erkenning van en interesse voor dit uitermate boeiende instrument. Ook de eerder bescheiden tablabegeleiding is van zeer hoog niveau. ‘Afghan Rubab with Songbirds’ is een schoolvoorbeeld van uitmuntende en compromisloze traditionele muziek (al moet je er wel de kanaries bijnemen).
publieksprijs: 16,45

ANDA UNION – Homeland

ANDA UNION – Homeland

Anda Union is een negenkoppige Mongoolse groep die uit verschillende etnische nomadische culturen afkomstig zijn en tribale en muzikale tradities uit gans Binnen-Mongolië bijeenbrengen. Met deze aanpak reflecteren ze hun wortels. Anda Union brengt sinds 2003 een brede waaier aan (hoofdzakelijk inheemse) instrumenten en vocale stijlen samen in hun fusie. Deze muzikanten zijn zich scherp bewust van de bedreiging waaraan de graslanden en hun eeuwenoude Mongoolse cultuur blootgesteld worden en houden de essentie van de muziek levendig, gedreven als ze zijn door hun strijd voor de overleving van deze bedreigde levenswijze. De meeste van deze muzikanten komen uit muzikale families en allen zijn ze van kindsbeen af opgeleid in traditionele Mongoolse muziek. Ze maken deel uit van een muzikale beweging die inspiratie vindt in oude en vergeten liederen. Anda Union houdt vast aan de essentie van de Mongoolse muziek maar creëert wel een nieuwe vorm. De groep combineert verschillende tradities en stijlen en ontwikkelt een voorheen nog niet gehoorde innovatie. Nieuwe teksten worden bedacht bij oude liederen en nieuwe composities bij oude verhalen. Met hun atmosferische liederen willen ze de uitgestrekte en verlaten ruimtes van de Mongoolse steppes oproepen. Er is zowel solozang als harmoniewerk met zorgvuldig gecontroleerde gegromuitbarstingen en keel- en boventoonzang met spookklanken die dan weer afgewisseld worden met meer lieflijke en pastorale zang. De liederen gaan over paarden, graslanden, volkshelden en de geschiedenis maar er zijn ook klaagzangen te horen voor zij die afgesneden zijn van hun thuisland en hun families. De emotionele en melodische stijl van deze liederen heeft een universeel appel dat vergelijkbaar is met veel Keltische muziek. In eigen land heeft de groep al lang een iconische status bereikt: dat zien we hier niet snel gebeuren maar ‘Homeland’ van Anda Union is wel jullie luisterbereide oren waard.
publieksprijs: 20,45

BARCELONA GIPSY BALKAN ORCHESTRA – Del Ebro Al Danubio

BARCELONA GIPSY BALKAN ORCHESTRA – Del Ebro Al Danubio

Een Spaanse zangeres omringd door vier mannelijke muzikanten met evenveel nationaliteiten (Italië, Frankrijk, Griekenland, Servië): ziehier Barcelona Gipsy Balkan Orchestra. Hun passie is wel gemeenschappelijk: de smaken, kleuren en invloeden van muziek uit de Balkan. Het orkest brengt een cocktail van zigeunermuziek, klezmer, manouche, Oost-Europese liederen tot Arabisch-Catalaanse en zelfs Zuid-Amerikaanse invloeden. De groep ontstond begin 2012 toen elf muzikanten samenkwamen om International Romani Day te vieren. ‘Del Ebro Al Danubio’ is het derde album van BGKO. Inderdaad, BGKO met een K, want vier jaar geleden startte dit orkest onder de naam Barcelona Gipsy Klezmer Orchestra. Al snel voelde het orkest de behoefte om de muzikale horizon te verruimen. Barcelona, op zich een smeltkroes, moet wellicht de ideale voedingsbodem geweest zijn voor dit smeltkroesorkest. BGKO is niet enkel een smeltkroes maar vooral een kookpot. Ze benaderen deze traditionele muziekstijlen op een hedendaagse manier en doen dat met veel passie, flair, naturel, speelsheid, enthousiasme en originaliteit. Bovendien raken ze niet verstrikt in de veelheid aan stijlen die ze aanpakken. BGKO speelt meestal ten dans en doet dat fris van de lever. Heren en dames festivalorganisatoren: er is geen enkele reden om dit Catalaanse kwintet niet te boeken voor jullie editie van 2017.
publiekprijs: 15,10

IALMA – Camiño   De Bruxelas A Santiago

IALMA – Camiño De Bruxelas A Santiago

Ialma is een kwartet (voorheen kwintet) Brusselse cantareiras (Galicisch voor zangeressen) van Galicische afkomst: hoe dan ook blijft Galicië hun belangrijkste artistieke inspiratiebron. Ondertussen zijn de dames vijftien jaar aan de slag en ‘Camiño’ is hun vijfde cd. Hun handelsmerk is de fusie van de traditionele cantareirasklank met moderne songs en arrangementen die resulteert in levendige muziek (een mix van traditionals en eigen composities) die het midden houdt tussen pop en traditie, tussen rap en middeleeuwse invloeden. Hun wonderlijke en betoverende samenzang is bijzonder aanstekelijk en de mix van moderne en traditionele instrumenten werkt uitstekend. Voor ‘Camiño’ liet het viertal zich inspireren door de pelgrimsroute naar de hoofdstad van Galicië, Santiago de Compostella. Die toch staat symbool voor introspectie, ontmoetingen en uitwisselingen. Compostella en Brussel zijn ook beide plaatsen waar mensen met diverse achtergronden elkaar ontmoeten en ervaringen delen en uitwisselen en in elkaar laten opgaan. De verhalen van hun Galicische families worden op ‘Camiño’ in een wereldbreed perspectief geplaatst en de dames laten de echo’s van de eigen geschiedenis ook klinken voor die van de vluchtelingen van vandaag: aldus zijn ze ook getuigen van een bewogen context waarin respect, tolerantie en expressie het harder dan ooit te voren te verduren krijgen. Ook nu horen we muziek die geworteld is in de cultuur en de tradities van Galicië maar ook het multiculturele Brusselse leven zet nadrukkelijk zijn stempel. Muzikaal zijn belangrijke rollen weggelegd voor Didier Laloy (diatonische accordeon) en Quentin Dujardin (gitaren, artistieke directie en productie). ‘Camiño De Bruxelas A Santiago’ bulkt van hartverwarmende muzikale pracht u aangeboden door Le Mystère Des Voix Bruxelloises-Galiciennes.
publieksprijs: 20,40

KEPA JUNKERA & SORGINAK – Maletak

KEPA JUNKERA & SORGINAK – Maletak

Het Baskische fenomeen Kepa Junkera is een virtuoos op de trikitixa. In ’t schoon Vlaams is een trikitixa een diatonische accordeon. Daarnaast bespeelt hij ook nog een hele waslijst andere instrumenten, zo o.m. de txalaparta (een soort xylofoon van houten balken op twee schragen, die met knotsen wordt bespeeld). Zijn debuut dateert van 1988 en sindsdien toert hij over de hele wereld. In het verleden werkte hij al samen met een hele rist muzikanten van diverse pluimage zoals Carlos Nuñez, Dulce Pontes, The Chieftains, Hedningarna, Justin Vali, Melonious Quartet, Budiño, Leilía, Uxía…. Dit is slechts een zeer kleine greep uit de armada aan muzikanten met wie hij in het verleden aan de slag ging. Voor ‘Maletak’ viel zijn keuze op de jonge Baskische vocale groep Sorginak (met wie hij ook al zijn vorige album opnam), zeven jonge deernen voorzien van prima strottenhoofden. Het Baskische woord Sorginak is het meervoud van Sorgina en in ’t schoon Vlaams is dat een heks. Volgens de legende werden ze als de assistenten van godin Mari beschouwd in de strijd om weerwerk te bieden aan de leugen. De Sorginak (vrouwen zowel als mannen) verzamelden iedere vrijdagnacht in open ruimten om magisch-erotische feesten te organiseren. Wie nog meer wil weten over dit fenomeen kan steeds het wereldwijde net consulteren, ons is het hier nu vooral om de muziek te doen. Sorginak zijn zeven jonge zangeressen die unisono zingen, vergelijkbaar met de vrouwengroepen uit Galicië, en zichzelf begeleiden op percussie allerhande zoals de pandereta en de adufe. De titel ‘Maletak’ (koffer, valies) refereert naar de vele oude accordeonkoffers die hij bewaart op zolder en die hem herinneren aan zijn talrijke reizen. ‘Maletak’ is een reis langsheen verschillende Spaanse regio’s waarbij de lokale muziek en ritmes geëxploreerd worden. De reis voert langs het Baskenland, Castilla y Leon, Catalonië, Aragon, Cantabrië, Galicië, Castilla La Mancha, Asturië en Extremadura. Junkera laat zich hierbij leiden door de Spaanse folkinnovator Eliseo Parra (die ook als gastmuzikant fungeert) die de folkmuziek van het Iberische schiereiland uitvoerig exploreerde en zeer veel traditionele muziekinstrumenten en ritmes reïntroduceerde. Junkera en Sorginak laten zich begeleiden door subtiele en sublieme vertolkingen van een hele waslijst uitmuntende vocalisten en muzikanten waarbij de ganse reisweg vertegenwoordigd is. ‘Maletak’ is dan ook een heuse aanrader voor liefhebbers van Spaanse volksmuziek en daarnaast ook een prima introductie in de diverse regionale stijlen voor de geïnteresseerde leek. Zoals zo vaak bij Junkera het geval is werd er ook nu weer bijzondere aandacht besteed aan het design. In het horizontale formaat vinden we een boekje terug met alle teksten + foto’s alsook tien prentkaarten die samen een puzzel vormen. ‘Maletak’ is m.a.w. voer voor oren en ogen. En zo zit ons rondje Spaanse regio’s in drie bewegingen er op.
publieksprijs: 21,10

RENATO BORGHETTI QUARTETO – Gaita na Fábrica

RENATO BORGHETTI QUARTETO – Gaita na Fábrica

Renato Borghetti is een Braziliaanse accordeonist (meer bepaald op de diatonische accordeon) en componist met een lange staat van dienst (hij debuteerde in 1984). Hij speelt traditionele stijlen uit zijn thuisstaat Rio Grande do Sul maar ook andere Braziliaanse stijlen zoals samba en internationale genres als jazz en Europese kamermuziek. De andere muzikanten uit zijn kwartet spelen gitaren, fluit, sopraansax, piano en cajon. Zijn vorige cd werd live opgenomen in Brussel (in Muziekpublique) en werd in de Nederlandse krant Het Parool verkozen tot album van 2011. De productie van ‘Gaita na Fábrica’ (‘Accordeon in de Fabriek’) gebeurde volledig in het cultuurcentrum waar Borghetti zijn nieuw sociaal project “Fábrica de Gaiteiros” (“Fabriek van Accordeonisten”) ontwikkelt. Deze “Fábrica” bevindt zich in de buurt van Borghetti’s ranch in Barra do Ribeiro, in de buurt van zijn geboortestad Porto Alegre. Naar verluidt is het een magische en inspirerende locatie waar achtergestelde kinderen en jongeren van zeven tot vijftien hun liefde voor muziek kunnen ontwikkelen en terzelfdertijd gratis de diatonische accordeon leren bespelen én bouwen; dit instrument is het officiële muzikale symbool van de staat Rio Grande do Sul. De “Fabriek” telt ondertussen acht eenheden in evenveel steden die les geven aan 250 kinderen en jongeren. De instrumenten worden gebouwd met gecertificeerd herbebossinghout. De twaalf composities op deze cd zijn hedendaagse adaptaties van de kenmerkende ritmes uit het zuiden van Brazilië zoals milonga, vaneira, xote, chacarera en chamamé. Ze worden hier uitgevoerd in een haast klassieke kwartetformatie, eerder onconventioneel bij deze ritmes. Deze mix van Zuid-Braziliaanse ritmes wordt door deze vier virtuozen nog gekruid met elementen uit jazz, tango en kamermuziek. Dit album en deze plattelandsmuziek zijn ook het zoveelste bewijs dat Braziliaanse muziek zoveel meer is dam samba en bossa nova maar helaas dringt dat zo moeilijk door tot onze media en bijgevolg ook tot het publiek. Ooit lazen we: “Borghetti doet voor de gauchomuziek wat Piazolla deed voor de tango”. We kunnen ons hier wel in vinden, alleen bereikt hij (voorlopig nog) niet hetzelfde resultaat als Astor, ook al is hij in zijn thuisland een heuse ster (Borghettinho is er zijn koosnaampje).
publieksprijs: 19,85

PAT THOMAS –Coming Home   Original Ghanaian Highlife & Afrobeat Classics 1964-1981

PAT THOMAS –Coming Home Original Ghanaian Highlife & Afrobeat Classics 1964-1981

“I’m an afrobeat drummer but Pat Thomas is highlife. That is what he does so well.” Aldus sprak Tony Allen. Pat Thomas is een van de allergrootste vocalisten ooit uit Ghana: zijn bijnaam is dan ook “The Golden Voice Of Africa”. Door zijn regelmatige samenwerkingen met Ebo Taylor was hij in de jaren 70 en 80 een steunpilaar van de Ghanese highlife, afrobeat (de wieg van dit genre stond wel degelijk in Ghana!) en afropop en bereikte hij met Sweet Beans Band een sterrenstatus. Vanaf de jaren 90 was het heel lang oorverdovend stil rond Thomas tot hij vorig jaar heel sterk uitpakte met een nieuw album (muzieknieuws juli 2015), samen met zijn begeleidingsgroep Kwashibu Area Band. Dat album overschouwde meer dan 50 jaar muziek maken en herenigde hem met oude vrienden waarvan Ebo Taylor (schreef de blazersarrangementen) en Tony Allen (mepte er op drie tracks lustig op los) de bekendste waren. ‘Coming Home’ biedt een overzicht vanaf het prille begin bij Broadway Dance Band (met ook Ebo Taylor in de rangen) tot zijn Berlijnse periode waar Pat Thomas in zelfgekozen ballingschap ging na de militaire staatsgreep in 1979. In de jaren 80 was hij een belangrijke component in de bloeiende en bruisende Berlijnse ‘burger highlife’ scene. Naast highlife en afrobeat krijgen we ook ska, reggae en soul tot zelfs disco (en nog een ander daar tussenin) voorgeschoteld want Thomas sloeg wel uit meerdere stijlen een slaatje, zolang er maar gedanst kon worden. ‘Coming Home’ is een uitermate boeiende vintage geschiedenisles waarbij het goed de beentjes losgooien is.
publieksprijs: 19,45 (2 cd)

KLEZ-EDGE – “The Struggle Can Be Enobling”

KLEZ-EDGE – “The Struggle Can Be Enobling”

En dan is het nu tijd voor de vreemde eend in de bijt van de maand. De Amerikaanse pianist Burton Greene komt uit de wereld van free jazz en avant-garde jazz. Sinds jaar en dag (meer bepaald 27 jaar) begeeft hij zich ook in de wereld van klezmer en Balkan, en dit gelinkt aan jazz, met de groepen Klezmokum, Klez-thetics en meer recent met dit kwartet Klez-Edge. Greene zelf is van joodse afkomst (Roemenië en Wit-Rusland) en de research in dit materiaal beschouwt hij ook als een eerbetoon aan die afkomst. Hij combineert klezmer met de muziek waarmee hij is opgegroeid, jazz en Chicago blues. De composities zijn zowel eigen werk, traditionals en covers (van o.m. Wayne Shorter en het thema van ‘Schindler’s List’). Verwacht je zeker niet aan klezmer zoals je die gewoon bent om te horen. Eerlijk gezegd, zonder de achtergrondinformatie waarover we beschikten hadden we hier zeer weinig klezmer in herkend en eerder gewag gemaakt van een (free) jazzalbum met her en der een scheut klezmer en dat heeft grotendeels te maken met de arrangementen die Greene voor alle veertien composities schreef maar ook met het feit dat onze klezmeroren niet onze meest geoefende oren zijn. En om Martin Luther King te citeren: “It’s either one world or no world.” Nu is er wel degelijk een link tussen jazz en klezmer: vele jazzcomponisten gebruik(t)en joodse (en ook Arabische) toonaarden en -schalen. “The Struggle Can Be Enobling” mag dan al een zeer boeiend schijfje zijn, helemaal koosjer is het niet.
publieksprijs: 19,55

ACID ARAB – Musique De France

ACID ARAB – Musique De France

Dit Parijse duo combineert Arabische (vooral dan Noord-Afrikaanse) invloeden zoals gnawa, dabke en arabesk met electro en techno. DJ’s Guido Minisky en Hervé Carvalho verzamelen sinds 2012 allerlei gastartiesten (bekendste naam: Omar Souleyman) rond zich met ‘Acid Arab Collections’, een reeks ep’s. En dan is er nu hun langspeeldebuut ‘Musique De France’ waarvoor ze niet van de minste gasten wisten te strikken: de meest klinkende namen zijn Rizan Said, het betoverende Yemenitische zustertrio A-WA, Cem Yildiz en bovenal Rachid Taha. Fans van Omar Souleyman zullen hier wellicht helemaal hun gading vinden en in Frankrijk lusten velen er pap van, zeker als je weet dat lieden als Khaled, Rachid Taha en Cheb Mami daar heuse sterren zijn en de albumtitel aldus een symbolische betekenis heeft alsookook de kracht van een heus statement. Het Arabische aspect zit hem vooral in de melodielijnen en de instrumentatie (alhoewel die vooral uit de synths van de Algerijn Kenzi Bourras te voorschijn getoverd wordt) terwijl de beats en de baslijnen duidelijk uit de Europese underground komen. ‘Musique De France’ is een crossculturele onderdompeling die een universele harmonieuze klank schept als resultaat van de ontmoeting tussen gelijkgestemde individuen uit zeer uiteenlopende culturen. Dit fascinerende experiment in transculturele harmonie met zijn betoverende en bedwelmende klanken zal zeer hard scoren als clubvoer op de dansvloer maar is net iets te eendimensionaal om het ook te maken als luistervoer waarvoor het wellicht ook niet bedoeld is, want stilzitten is bij deze elektronische pletwals geen optie. Acid Arab toert (nu een live-kwintet) sinds 2012 ook de wereld rond en heeft in die vier jaar een ijzersterke livereputatie opgebouwd en daar kunnen we ons wel iets bij voorstellen.
publieksprijs: 20,40

PUTUMAYO

‘ACOUSTIC YOGA’ (compilatie)

‘ACOUSTIC YOGA’ (compilatie)

‘Acoustic Yoga’ is alweer het vierde album uit de subreeks ‘Yoga’ die ondertussen een ware succesformule blijkt te zijn. Deze reeks ambieert yogapraktijk, meditatie en relaxatie te ondersteunen aan de hand van een mondiale muziektocht. Zoals de titel al aangeeft wordt op dit album gefocust op muziek met akoestische instrumenten, in combinatie met warme, gevoelvolle vocalen. Deze compilatie werd samengesteld door de befaamde yoga-instructeur en ook muzikant Sean Johnson (The Wild Lotus Band) i.s.m. Dan Storper, stichter en CEO van Putumayo. Het is in deze rubrieken al langer geweten dat deze soort muziek niet echt onze cup of tea en al helemaal niet onze piece of cake zijn, maar zoals steeds vatten wij de beluistering aan met open oren en vooral open geest (ook al een conditio sine qua non bij yoga). Yoga-, meditatie- en relaxatieliefhebbers zullen wellicht uitgebreid kunnen smullen van deze cd maar voor ons was deze luisterbeurt een grotendeels slaapverwekkende en enerverende ervaring maar dat zal dan wel aan onze paardenbril liggen die we zo nu en dan plegen op te zetten. Toch vonden we enkele lichtpuntjes. Zo is er de zeer rijke zang van Mighty Popo, een levende legende van de Rwandese muziek en cultuur. En dan is er vooral de samenwerking tussen de Senegalese zanger en koraspeler Ablaye Cissoko en de Duitse trompettist Volker Goetze met de titeltrack uit hun cd ‘Amanké Dionti’ die in 2012 nog in onze ultieme playlist prijkte (cd-nieuws januari 2013). Twee op elf is zelfs niet voldoende om tweede zit te mogen doen.
publieksprijs: 13,75


ROUGH GUIDES

‘ETHIOPIAN JAZZ’ (compilatie)

‘ETHIOPIAN JAZZ’ (compilatie)

Over het fenomeen ethiojazz en het belang en de invloed ervan hebben we in deze rubrieken al ettelijke vellen volgepend, zo o.m. nog vorige maand bij het verschijnen van de fabeltastische verzamelaar ‘Beyond Addis Vol.2’. Dat deel van het verhaal kunnen we dus met een gerust gemoed achterwege laten. Wie de les al vergeten is kan die nog eens nalezen in het muzieknieuws van vorige maand. Vandaag swingt Addis terug zoals in de hoogdagen: de klanken van het oude Ethiopië vermengen zich met moderne jazzinterpretaties en creëren een waarachtige fusie. Deze compilatie wil deze ontluikende en boeiende muziekscene in de kijker zetten. Uitgangspunt zijn de legendarische vernieuwers Mulatu Astatke en Getatchew Mekuria maar er wordt ook uitgebreid stilgestaan bij de nieuwe generatie artiesten. Deze wedergeboorte ging van start in de jaren 90 en de grote doorbraak naar een breder publiek kwam tot stand dank zij Mulatu Astatke’s soundtrack voor Jim Jarmusch’s film ‘Broken Flowers’ in 2005. Ook vandaag is de 72-jarige Astatke nog bijzonder actief en drie jaar geleden verblijdde hij de wereld nog met de ronduit briljante cd ‘Sketches Of Ethiopia’. Hij inspireert ook vandaag nog een nieuwe generatie artiesten in Ethiopië, Europa, Noord-Amerika maar ook verder daarbuiten. Zo is bij ons het fantastische Black Flower (zeer binnenkort verschijnt hun tweede album) bijzonder schatplichtig aan de man. De bekendste namen uit de nieuwe generatie zijn pianist Samuel Yirga (speelde nog bij Dub Colossus en maakte vier jaar geleden het briljante album ‘Guzo’ dat toen ook in onze ultieme playlist terecht kwam), de Italiaans-Ethiopische zangeres Gabriella Ghermandi (zie ook muzieknieuws juli 2016) en uit de VS van A The Budos Band. Buitenbeentje van dienst is de merkwaardige, briljante en ronduit verbluffende samenwerking tussen veteraan Getatchew Mekuria en de Amsterdamse avantgardepunkband The Ex met een track uit het album ‘Y’Anbessaw Tezeta’, in 2012 goed voor een plaats in onze ultieme playlist. Ethiojazz is veel meer dan een Oost-Afrikaanse versie van en variatie op het Amerikaanse model. Het voegt wel degelijk zeer eigen en karakteristieke accenten toe, in die mate dat het een originele en aparte stijl wordt binnen de grote jazzwereld. Wij hebben alvast volop genoten en deden een fenomenale ontdekking in het afsluitende ‘The Homeless Wanderer’, een sublieme pianoimprovisatie van ene Emahoy Tsegue-Maryal Guebrou, een opname uit 1963. ‘The Rough Guide to Ethiopian Jazz’ is een uitstekende introductie tot dit fenomeen en een uitnodigende opstap naar het werk van o.m. Astatke, Mekuria, Yirga en vooral die vele anderen.
publieksprijs: 13,15

‘CUBAN RARE GROOVE’ (compilatie)

‘CUBAN RARE GROOVE’ (compilatie)

Deze compilatie ambieert anders te zijn en dieper te graven dan het gros van de eindeloze reeks Cubacompilaties die op de markt zijn. Ze wil een gids zijn tot een rariteitenkabinet uit de post-Castro diaspora in een mix van Cubaanse en niet-Cubaanse muzikanten van weleer en van nu en in een zeer brede waaier aan stijlen, met zelfs een Nederlands-Belgisch onderonsje: de Nederlandse orkestleider Nico Gómez, geboren als Joseph Van het Groenewoud -jawel: vader van- wordt hier begeleid door de Belgische studioband Los Chakachas, ooit goed voor wereldfaam met ‘Jungle Fever’. Het is trouwens lang niet de enige Europese bijdrage die we te horen krijgen. Trouw aan de “rare” labeling van deze reeks werd hoofdzakelijk muziek geselecteerd die nog niet op andere Cubacompilaties verscheen. Wij werden alvast gecharmeerd door de deep Latin funk van saxofonist Chico Oréfiche (met zang van Willy Chirino en Manteca), Pantaleon Pérez Prado (met het geweldige ‘Tequila’!), Nico Gómez, percussionist Tata Güines met uitzinnige vocalen van Bobby Carcasés en Lucho Argaín, de hedendaagse dance grooves van Los Gatos Lecheros feat. Carlos Díaz en door de gierende saxen. Zes op dertien is dus wat aan de magere kant. Deze ‘Rare Groove’ reeks bezorgde ons al enkele uitmuntende compilaties maar op deze staat toch wel te weinig kwaliteit en vooral is er helemaal geen samenhang en doordachte samenstelling zodat het meer op een hutsekluts lijkt. Al zullen diehard fans van Cubaanse muziek hier wel mee wegkomen, denken wij zo.
publieksprijs: 13,15

‘BREXIT BLUES’ (compilatie)

‘BREXIT BLUES’ (compilatie)

‘Brexit Blues’ is een uitstekende compilatie, daar niet van, maar ons ontgaat toch wat de zin van deze uitgave. Alle tracks verschenen voorheen al (1 moet nog verschijnen) op een Rough Guide-, Riverboat- of Introducing-album. Deze compilatie biedt een collectie met een grote verscheidenheid aan folk, roots en blues verspreid over Europa en is bedoeld als weeklacht bij de Brexit, een beslissing die mensen die openlijk hun buren en culturele diversiteit verwelkomen verbijsterd achterliet. We geven jullie nog de volledige gastenlijst mee: Chlopcy Kontra Basia, Söndörgö, Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis, She’Koyokh, John Renbourn & Wizz Jones, FatDog, Bela Lakatos & The Gypsy Youth Project, Faith i Branko, Calaita Flamenco Son, Dimitris Mistakidis, Aidan Coffey with Frankie Gavin, Alec Finn & Colm Murphy, Boris Kovac & La Campanella, Olcay Bayir. Ondanks ons weerhouden moeten we toegeven dat dit toch wel een indrukwekkend lijstje is. Omdat we inschikkelijk zijn maken we er dan maar een budgettip voor een eindejaarsgeschenk van.
publieksprijs: 13,15

REGGAE

ZION TRAIN – Versions

ZION TRAIN – Versions

Zion Train begon eind jaren 80 als een sound system en evolueerde later naar een fusie tussen dub en dance en minimal techno met global-invloeden. Aldus redefinieerden ze dub in de jaren 90. Zo werden ze ook de onbetwiste en toonaangevende nummer één van de wereldleiders van het genre. Live zijn ze een dynamische sensatie met on stage dub mix waarbij ze bijgestaan worden door de beste vocalisten uit de dubscene die een forse meerwaarde betekenen voor het groepsgeluid. Kenmerkend voor de sound van Zion Train is de combinatie van techno met royale blazerspartijen die ingebed is in solide en sensuele reggaeritmes. Een ander bijzonder kenmerk is het gebruik van een fluit. Het handelsmerk van deze multidimensionale artiesten met DIY attitude is de combinatie van sterke composities, prima stuwende blazers, diepe bassen, dubwise ritmes, sterke en heerlijke vocalen en (harde) elektronische beats De productie van huiscomponist / producer Neil Purch is steevast af en stuwt de muziek nog hogerop. Vorig jaar en vier jaar geleden kwam de band voor de zoveelste keer op de proppen met uitstekend nieuw werk op de respectievelijke albums ‘Land Of The Blind’ en ‘State of Mind’. Een selectie uit die twee meesterwerkjes wordt nu op ‘Versions’ in een…. juist, ja, andere versie gegoten door remixers. Het betreft collega’s en vrienden uit de productiewereld van Canada tot het VK, van Athene tot Mexico City. Zion Train is hiermee niet aan het proefstuk toe: ‘Versions’ is reeds hun derde remix album. De vocale gastbijdragen werden aangeleverd door Daman, de geweldige Jazzmin Tutum, Lua, Dubdadda, de legende Brinsley Forde en Longfingah. ‘Versions’ is, zeker zonder voorkennis, een uitstekend remix album, daar niet van, maar de meerwaarde ervan ontgaat ons toch, zo kort na de release van de twee betreffende originele albums. O.i. is dit enkel materiaal voor diehard fans van Zion Train (en zo zijn er wel veel). De geïnteresseerde leek wendt zich beter tot (een van) de twee originelen.
publieksprijs: 17,10

YABBY YOU & The Prophets – Beware Dub

YABBY YOU & The Prophets – Beware Dub

We blijven in de dubsector maar dan wel in een verder verleden. Vivian Jackson, alias Yabby You en ook Jesus Dread, was (want in 2010 heengegaan) een legende en oudstrijder uit de reggae en werd in 1977 onsterfelijk met zijn album ‘Deliver me from my enemies’ (helaas niet meer verkrijgbaar in de reguliere handel: dat wordt dus tweedehandsen, rommelmarkten, de openbare bib of consorten). Vivian Jackson was zowel zanger als producer. Hij was een topproducer, maar zoals vele wielrenners destijds moesten opboksen tegen Eddy Merckx had hij een ongelijke strijd aan te gaan met ene Lee Perry. ‘Beware Dub’ verscheen voor het eerst in 1978 (tijdens zijn topperiode) onder de titel ‘Beware’ maar was reeds geruime tijd niet meer verkrijgbaar. Het album werd meteen erkend als een klassieker en was ongemeen populair in het VK. Later wordt het ook beschouwd als een sleutelalbum uit de dub van de jaren 70. De productie was in handen van de onnavolgbare en onovertroffen King Tubby en Yabby You werd begeleid door Alton Ellis and The Flames en verder ook nog door het vaak weerkerende kruim van de reggaestudiomuzikanten die in deze rubrieken al zo vaak werden opgesomd: u kent ze onderhand wel of bent dat toch verondersteld. De mixes gebeurden door Prince Jammy. De tien tracks van de originele uitgave worden hier aangevuld met zes bonustracks die er toe doen, wat niet steeds het geval is bij bonustracks. ‘Beware Dub’ bevat vooral dubversies van producties die Jackson maakte voor andere artiesten zoals Tommy McCook en Wayne Wade. Waarom Vivian Jackson in de jaren 70 een sleutelfiguur was in de ontwikkeling van roots reggae wordt op ‘Beware Dub’ krachtig en overtuigend duidelijk gemaakt. Bij ontstentenis van ‘Deliver me from my enemies’ kan ‘Beware Dub’ als een waardig alternatief naar voor geschoven worden. Wel laat de klankkwaliteit behoorlijk te wensen over: voor zover onze info reikt zouden de originele tapes niet meer beschikbaar zijn en werd een origineel vinylexemplaar als opnamebron gebruikt. Deze gebrekkige klankkwaliteit maakt ook dat deze uitgave ontoereikend is als introductiemateriaal en aldus wellicht enkel voer is voor de fans van de man en het genre.
publieksprijs: 19,35

DUB INC – So What

DUB INC – So What

Dub Incorporation (sinds 2006 kortweg Dub Inc) is een Franse reggaeband, opgericht in 1997. De groep combineert een waaier aan stijlen zoals roots reggae, ragga, dancehall, dub, ska, pop en rap. Er zijn ook Afrikaanse invloeden aanwezig in hun muziek. De teksten worden zowel in Frans, Engels als Kabyle (door elkaar heen) gezongen. ‘So What’ is hun zesde album en daarnaast bestaat er ook een documentaire film over de groep, ‘Rude Boy Story’. De groep is razend populair in Frankrijk maar heeft ook tot ver daarbuiten een steeds groeiende aanhang. Deze zeven heren nemen het volledige productieproces in eigen handen, van de conceptie tot aan de distributie. Dub Inc is een gezelschap met een hoog sociaal en politiek bewustzijn zonder taboe dat in de eerste plaats ten dienste wil staan van de mensheid in een wereld die steeds meer ten prooi valt aan allerhande conflicten. De titel ‘So What’ heeft wel degelijk betekenis: waarmee met deze wereld die steeds gewelddadiger, racistischer en onrechtvaardiger wordt? Daarmee is de toon gezet. De teksten zijn bijzonder lang en hebben de allure van pamfletten. Er worden allerlei wantoestanden aangeklaagd maar er klinken ook boodschappen van liefde, vrede, moed en zin in verandering door: onverbiddelijk over het heden, constructief naar de toekomst. Ondanks de diverse invloeden klinkt ‘So What’ heel erg traditioneel reggae; ook de rebelse, spirituele en universele waarden van reggae worden uitgedragen. De composities zijn vrij conventioneel en blijven wel hangen en worden gekenmerkt door een aangename lichtvoetigheid zonder in luchtigheid te vervallen. Maar muzikale zwaargewichten zijn dit zeker niet en zullen ze wellicht nooit worden; ze hebben wel een uitstekende livereputatie.
publieksprijs: 16,70


VINYLRELEASES

- NOURA MINT SEYMALI – Arbina
publieksprijs: 21,35
- BLACK FLOWER – Artifacts
publieksprijs: 19,95 (lp + MP3 download card)
- PAT THOMAS – Coming Home
publieksprijs: 29,30 (3 lp + 2 cd)
- MONEY CHICHA – echo en Mexico
publieksprijs: 18,00
- ORKESTA MENDOZA - !Vamos a Guarachar!
publieksprijs: 21,35
- VAUDOU GAME – Kidayú
publieksprijs: 31,30 (2 lp)
- THE PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – Planet Lam
publieksprijs: 18,00
- ZION TRAIN – versions
publieksprijs: 20,25 (2 lp)
- YABBY YOU & The Prophets – Beware Dub
publieksprijs: 24,90 (2 lp)
- ALSARAH AND THE NUBATONES – Manara
publieksprijs: 19,50
- ADDYS MERCEDES – Extraña
publieksprijs: 23,60
- DUB INC – So What
publieksprijs: 18,30
- ACID ARAB – Musique De France
publieksprijs: 29,80 (2 lp)
- ‘SOUL SEGA SA! (Indian Ocean Segas From The 70’s)’
(compilatie)
publieksprijs: 24,65 (lp + 7”)

GOUD VAN OUD

ESMA – Mon histoire

ESMA – Mon histoire

Bouwjaren: 1957-2007 (cd-uitgave: 2007)
Esma Redzepova (bouwjaar: 1943) is een Macedonische zangeres, liedjesschrijfster, actrice en humanist van Romani etniciteit. Vanwege haar overvloedige repertoire en haar bijdrage aan en promotie van de Romacultuur wordt ze vaak Queen of the Gypsies genoemd. Ze startte haar muzikale loopbaan reeds als tiener en haar muzikale succes wordt ook wel gelinkt aan haar huwelijk met Stevo Teodosievski, componist, arrangeur en dirigent van Ansambl Teodosievski. Hij schreef vele liederen voor Esma en was ook haar manager tot aan zijn dood in 1997. Muzikaal is ze vooral geïnspireerd door traditionele Roma- en Macedonische stijlen al was ze ook nooit vies van een vleugje pop. Ze startte haar carrière in een periode waarin in Joegoslavië denigrerend werd gekeken naar Romacultuur en waarin de Roma’s zelf het schandelijk vonden dat vrouwen in het openbaar zongen. Redzepova was een van de eerste vocalisten ooit die in de Romataal zong op radio en tv. Naast haar krachtige en emotionele stem staat ze ook gekend om haar extravagante kledij en turbans alsook om haar gebruik van stereotiepen over Romavrouwen, zoals sensualiteit en geluk(zaligheid). Ook naast de muziek is Esma een bezige bij: samen met haar man zaliger adopteerde ze 47 kinderen, ze ontving ook talrijke onderscheidingen voor haar humanitaire werk (Roma- en vrouwenrechten), was ambassadrice voor UNO en UNICEF, werd twee keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede en ze is lokaal politiek actief in Skopje.

‘Mon histoire’ is geen ‘greatest hits’ in de traditionele zin van het woord. Redzepova verkoos om de populairste liederen uit haar 50-jarige carrière opnieuw op te nemen samen met huisorkest Ansambl Teodosievski (in grote doen) en op enkele nieuwe liederen bijgestaan door de grote Titi Robin die ook solo een instrumental brengt, ‘Hommage à Esma’. Het album bevat ook twee archiefopames. Aldus krijgen we twee verschillende opnames van ‘Hajri ma te dike’ en daarbij valt vooral op dat Esma’s stem met het schrijden der jaren rauwer is geworden. ‘Mon histoire’ maakt in de eerste plaats duidelijk waarom Redzepova beschouwd wordt als de onbetwiste koningin der zigeunerzangeressen: ‘Haar geschiedenis’ is inderdaad zeer imponerend. In haar werk weerklinken de vele culturen van de Balkan en van de oostelijke rand van de Middellandse Zee. Naast kracht, souplesse, naturel, gratie, emotie en veel zin voor melodie laat haar stem zich vooral onderscheiden door tragiek, heftigheid, tremolo en pathos maar ook door vreugde. Met die extraordinaire stem duikt ze op ‘Mon histoire’ in haar levensarchief en zingt ze grote en kleine verhalen op onnavolgbare wijze.
publieksprijs: 20,00
Meer van deze artieste: van het zeer uitgebreide oeuvre van Esma Redzepova zijn ocharme nog drie titels verkrijgbaar. Shame on you, record labels.
Gypsy Carpet (bouwjaar: 2007; 13,25€)
met Usnija Jasarova: Macedonian Gypsy Songs (2006; 20,85).


SONGS VAN DE MAAND

- ORKESTA MENDOZA - Caramelos
- VAUDOU GAME – La Dette