Muzieknieuws december 2016

YOUSSOU N’DOUR – Africa Rekk

YOUSSOU N’DOUR – Africa Rekk

We zullen hier eens een open deur intrappen: Youssou N’Dour is een van de allergrootsten uit muzikaal Afrika. Youssou is een geboren stedelijke griot die in 1979 zijn eigen band oprichtte, Etoile de Dakar. Hij was toen een van de scheppers van de mbalax, het hedendaagse geluid van Senegal (in de Woloftaal betekent mbalax ‘traditioneel ritme’). De kern van mbalax wordt gevormd door de ritmische patronen van de talking drum. In de jaren 80 bereikt Youssou een gigantische sterrenstatus in Senegal. Als support op de Europese tak van de ‘So’ tour van Peter Gabriel begint hij zijn veroveringstocht doorheen het oude continent en later moet ook de rest van de aardkloot eraan geloven. Met zijn karakteristieke zijdezachte maar ook krachtige stem die te herkennen is uit duizenden, bijgestaan door de waterdichte ritmische machinekamer, genaamd Le Super Etoile De Dakar, steelt hij de harten van vele nieuwe fans. Hij is ook een man die staat voor visie en energie. Hij is een van die toonaangevende Afrikaanse muzikanten die moderne pop creëren die opgetrokken is uit inheemse stijlen. Eind jaren 80 trekt hij de aandacht van Paul Simon en Peter Gabriel en sluit hij zich aan bij de ‘Human Rights Now!’ toernee. De rest is geschiedenis met klassieke albums zoals ‘The Lion’, ‘The Guide (Wommat)’, ‘Egypt’ en ‘Rokku Mi Rokka (Give And Take)’ en de heuse wereldhit ‘7 Seconds’ met Neneh Cherry. Naast muzikant is Youssou N’Dour ook humanitair, politiek en sociaal activist en ook nog politicus. April 2012 werd hij minister van Cultuur en Toerisme nadat hij eerder werd uitgesloten van deelname aan de presidentsverkiezingen. Hij schaarde zich toen achter oppositiekandidaat Macky Sall die president werd. Youssou N’Dour werd minister in het kabinet van Abdoul Mbaye. Deze aanstelling als minister was een mooi eerherstel na zijn afgewezen presidentskandidatuur, maar dit verhaal duurde slechts anderhalf jaar. Sinds 2010 staat hij ook aan het hoofd van de burgerbeweging ‘Fekké ma ci boolé’. Zijn engagement en zijn sociale en politieke bewogenheid uiten zich dan ook vaak in zijn teksten: ook op zijn nieuwe album ‘Africa Rekk’ is het niet anders. Hij klaagt veel wantoestanden aan maar bovenal zendt hij boodschappen van hoop en solidariteit uit.

En dan is er nu zijn 34ste (!) studioalbum, ‘Africa Rekk’ (‘Alleen Afrika’), tenminste als we de tel niet zijn kwijtgeraakt. De Senegalese wereldster draagt dit album op aan alle Afrikaanse jongeren. Volgens Youssou mogen ze trots zijn op hun continent en vertrouwen hebben in hun toekomst. Drie van die jonge Afrikanen zijn hier ook te horen in duet met Youssou: de Senegalees Akon, de Congolees Fally Ipupa en de Nigeriaan Spotless. Hijzelf is het levende bewijs dat je Afrika niet moet ontvluchten om internationaal succes te bereiken. Hij heeft trouwens steeds zijn landgenoten opgeroepen in Senegal te blijven. Muzikaal was het de voorbije zes jaar oorverdovend stil rond de Senegalese superster: zijn leven was hoofdzakelijk in beslag genomen door de politiek, zijn vele engagementen en zijn zakenleven (productie en media). Voeg daarbij dat zijn vorige album uit 2010, ‘Dakar-Kingston’, een erg matig werkstukje was en dus zaten we met ingehouden adem dit nieuwe schijfje in de speler te schuiven. De eerste tonen zijn geruststellend: alvast die unieke stem blijft onverwoestbaar en een lust voor de beide oren. Mbalax blijft de fundering van zijn muziek maar Youssou stelt zich open voor heel wat invloeden die hij naadloos in zijn mbalax integreert: reggae, rap, ballad, Afro-Cubaans, calypso, latin, Congolese rumba. ‘Africa Rekk’ klinkt over de ganse lijn fris van de lever, hedendaags, pan-Afrikaans en Afrika 2016 en tegelijkertijd roept het album toch vele herinneringen op aan het zogenaamde “gouden tijdperk” van de West-Afrikaanse muziek. Het immense talent van deze reus en alle facetten ervan komen hier eindelijk nog eens ten volle uit de verf. Youssou N’Dour blijft ontegensprekelijk een van de allergrootsten in muzikaal Afrika en bij uitbreiding behoort hij ook bij de wereldtop, zeker als vocalist. Ook ontegensprekelijk is dat ‘Africa Rekk’ zijn beste werk is sinds ‘Egypt’ (uit 2004). Het album haalt net niet het niveau van de eerder vermelde gouden vier. De muzikant Youssou N’Dour is helemaal terug en hoe.
publieksprijs: 20,25

METÁ METÁ – MM3

METÁ METÁ – MM3

Metá Metá komt uit het Braziliaanse muzikale mekka São Paulo alwaar ze een van de populairste bands zijn. Maar de belangrijkste invloed voor hun buitengewone fusiestijl komt uit meer noordelijke regionen, met name uit Bahia, het centrum van de Candomblé, de Afro-Braziliaanse religie die banden vertoont met West-Afrika en met de slavernijtijden. Alle bandleden blijken ook trouwe aanhangers van de Candomblé te zijn. Sommige van hun composities zijn dan ook odes aan orishas (goden) uit dit geloof. Zelf omschrijven deze muzikanten hun muziek als afropunk. De kern van deze bijzondere band bestaat uit zangeres Juçara Marçal, zanger / gitarist Kiko Dinucci en saxofonist Thiago França. Op ‘MM3’ worden ze nog bijgestaan door een bassist en een drummer. Hun sound kan omschreven worden als een coole, afgemeten, onvoorspelbare en strelende mix van funky Afro-Braziliaanse ritmes, art rock, de Braziliaanse variant van afrobeat, Nigeriaans dansdrama, Yorùbázang, afrosamba, freejazz en psychedelica, dit alles gebracht met een punkattitude waarbij alle genres ronduit getart worden en ze in de buurt komen van de mondiale excursies van The Ex. Het geluid verandert voortdurend van richting (stijl en ritme kunnen ook binnen een nummer veranderen), van vlotte danspassages en kabbelend Afrikaans getint gitaarwerk tot onverhoedse, wilde, messcherpe, ultrastrakke en eclectische geluidsgolven en een donderende geluidsmuur met de coole, dominante en soms uitbarstende zang van Juçara Marçal die in felle concurrentie gaat met de furieuze saxofoon en percussie en de rauwe gitaar. Bij het beluisteren van hun bijzonder boeiende, vernieuwende en meeslepende muziek passeren vele namen de revue in onze hoofden: Marc Ribot, Sonic Youth, The Thing, Los Cubanos Postizos, Tom Waits (in de arrangementen), John Coltrane, Sun Ra, Neneh Cherry, Melt Yourself Down (muzieknieuws juli). Op hun vorige cd, het avontuurlijke en overweldigende ‘Metal Metal’, bereikte Metá Metá een haast perfecte balans tussen grensaftastende avant-garde en een nadrukkelijk talent voor merkwaardige hooks en dansbare grooves, met oog voor de eigen traditie. Tony Allen, die mee drumde op dat album, wist het volgende te vertellen over dit trio: “Rootsy and modern at the same time, Metá Metá are inventors for the new music scene in Brazil!”. Zeg dat hij het gezegd heeft. ‘MM3’ is in grote lijnen meer van hetzelfde maar an sich is dat geen bezwaar gezien het torenhoge kwaliteitsgehalte van ‘Metal Metal’. Nieuw is dat er nu Noord-Afrikaanse en Arabische invloeden binnengeslopen zijn, een gevolg van bezoeken aan Marokko. Hun pièce de résistance hebben ze voorbehouden voor het slotakkoord, ‘Oba Koso’, ofwel negen minuten hermodeleren van dit traditioneel Nigeriaans dansdrama uit de Yorùbáreligie met exuberant vocaal werk van Dinucci en Marçal in een magistrale uitvoering die d.m.v. geraas, extase en repetitie naar een catharsis opbouwt. ‘MM3’ is uiterst passionele maar ook bijzonder onrustige muziek en teksten voor onrustige tijden. Op ‘MM3’ horen we terug alle kwaliteiten die ‘Metal Metal’ tot zo’n buitengewoon en grandioos gebeuren maakten en dus is deze cd de zestiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 17,50

BLACK FLOWER – Artifacts

BLACK FLOWER – Artifacts

Black Flower is een jonge Belgische band met als spilfiguur saxofonist en componist Nathan Daems. Black Flower speelt een aanstekelijke mix van Ethiopische melancholie, groovy jazz en funky soul. Iemand een label nodig? Doe dan maar ethiojazz of ethiogroove, muziek in het verlengde van die van pianist en vibrafonist Mulatu Astatke en van zanger Mahmoud Ahmed, de founding fathers van de ethiojazz. Ethiojazz mixt traditionele Ethiopische ritmes en melodieën met westerse stijlen als rock, jazz, funk en soul (zie ook de bespreking van ‘Rough Guide to Ethiopian Jazz’ in het muzieknieuws van vorige maand). De hoogdagen van de ethiojazz liggen al decennia achter ons maar net zoals afrobeat maakt het genre opnieuw opgang en dat is een zeer goede zaak, dunkt ons. Op ‘Abyssinia Afterlife’, het debuut van Black Flower uit 2014 kreeg je er 2 voor de prijs van 1, want ze doorspekten daarop hun ethiogrooves met een flinke dosis afrobeat. Dit kwintet bestaat amper vijf jaar maar heeft al flink wat muzikale ervaring bijeengesprokkeld. Cornetspeler (en nog een en ander) Jon Birdsong speelde o.a. al bij Calexico, Beck, dEUS, Think Of One en Lisa Van der Aa. Bassist Filip Vandebril kennen we ook van zijn werk met Antwerp Gypsy Ska Orchestra en Lady Linn. Toetsenspeler Wouter Haest kennen we dan weer van bij Los Callejeros en drummer Simon Segers van bij De Beren Gieren, Stadt en Nathan Daems Quintet. Met dat debuut was België in het bijzonder en de wereldmuziek in het algemeen een klasbakkengroep rijker. En dan is er nu de zogenaamde “moeilijke tweede” (al was er ook nog de “tussenplaat” ‘Ghost Radio’, enkel op vinyl), getiteld ‘Artifacts’. Voor ‘Abyssinia Afterlife’ lieten de heren zich inspireren door de legende van Prester John (zie ook ‘The Prester John Sessions’ van Tommy T, daarvoor verwijzen we jullie naar het cd-nieuws februari 2010). De inspiratie voor ‘Artifacts’ is heel wat aardser: die putte Nathan Daems uit een reis naar Griekenland waar hij zich verder ging bekwamen in het bespelen van de ney. De titel van het album is een verwijzing naar “eeuwenoude breekbare voorwerpen of gereedschappen die aan de basis liggen van het ontstaan van de menselijke cultuur en zonder welke het heden er helemaal anders zou uitzien”. Maar dan gaan we nu over naar de orde van de dag, de muziek met name. ‘Artifacts’ is dan ook een haast logisch vervolg op ‘Abyssinia Afterlife’: Black Flower blijft zich laten herkennen als een bijzonder hybride band waarbij elementen als ethiojazz, blues, soul, afrobeat, afrofunk, oosterse klanken en dub op organische wijze een geheel gaan vormen. De koortsachtige, broeierige en zweterige sfeer die Black Flower genereert doet ons onwillekeurig maar ook ten volle terugdenken aan ‘In A Town Called Addis’, het uiterst fascinerende debuut van Dub Colossus, en dat is voorwaar geen geringe referentie en bovendien mag u dit lezen als een groot compliment. Black Flower staat ook voor exotiek, sensualiteit, (oriëntaalse) melancholie, een tikkeltje exentriciteit en psychedelica, bezwering, krachtige ritmes en grooves maar vooral ook voor feestelijke, gevoelvolle, stomende en aanstekelijke instrumentale muziek met een zeer hoge spelkwaliteit. Een opvallende en vaak ook bepalende factor in de groepssound is het zeer inventieve orgelspel van Wouter Haest dat nauw verwant is aan de klanken die Ray Manzarek destijds bij The Doors uit zijn instrument toverde en ook dit mag u lezen als een groot compliment. ‘Artifacts’ is nog maar eens een bevestiging van een fenomeen dat zich de voorbije jaren steeds nadrukkelijker manifesteert: ook buiten Afrika wordt ethiojazz (net als ook afrobeat) van de allerbovenste plank geproduceerd, ook al is Black Flower zoveel meer dan ethiojazz. Maar ‘Artifacts’ is vooral de bevestiging maar ook de overstijging van de revelatie die Black Flower twee jaar geleden was. Black Flower heeft met verve en con brio het adagium van de “moeilijke tweede” omzeild. De zeventiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof is een feit.
publieksprijs: 17,05

OSAMA ABDULRASOL QUINTET – Jedid

OSAMA ABDULRASOL QUINTET – Jedid

We blijven nog even in eigen land met Osama Abdulrasol. Deze man is een componist, producer, beeldend kunstenaar en bespeelt de qanun (arabische harp). Hij is geboren in Babylon, Irak, en studeerde klassieke gitaar in het VK en qanun in Irak. Als componist schrijft hij zowel liederen als film- en theatermuziek. Hij arrangeerde en produceerde en speelde samen met diverse muzikanten met uiteenlopende achtergronden: arabisch, jazz, experimenteel, Indiaas, Turks…. Hij stond al op podia met god en klein pierke, o.a. met Dirk Brossé, Goran Bregovic, Sidi Larbi Cherkaoui, Wannes Van de Velde, Luc De Vos, Arifa, Lula Pena en vooral die vele anderen. Hij werd geboren in een zeer religieuze familie waar muziek thuis verboden was. Als kind leerde hij in het geheim muziek spelen. Muziek werd zijn obsessie en hij studeerde het virtueel in zijn hoofd, uit boeken. Hij kon het zich pas veroorloven een instrument te kopen eens hij als een volwassen man Irak verlaten had. Zijn vader heeft nooit geweten dat hij een professioneel muzikant geworden was. Als jonge man leerde Osama talloze instrumenten bespelen en hij experimenteerde erop in al even talloze genres, gaande van klassiek tot heavy metal. Vreemd genoeg ontdekte hij pas de qanun, een van de oudste arabische instrumenten, eens hij Irak had verlaten en bij gebrek aan leermeesters werd hij een selfmade man op het instrument. De qanun wordt liggend op de schoot met de vingernagels bespeeld met aan elke hand een plectrum en telt 26 snaren in drievoud. Het instrument heeft een bijzonder heldere, klaterende en hoge klank. Osama’s kwintet wordt vervolledigd door accordeonist Philippe Thuriot, cellist Lode Vercampt, percussionist François Taillefer en sopraanzangeres Helena Schoeters. Abdulrasol, Vercampt en Schoeters werken ook nog samen onder de naam Lami Trio. De uitermate sterke composities van Abdulrasol bouwen een brug tussen oost en west en verleggen grenzen. De wortels liggen duidelijk in zijn geboorteland maar hij verrijkt die met invloeden van over de hele wereld, van klassiek over jazz tot folk en dies meer. Hij wil verschillende achtergronden, stijlen en talen (op ‘Jedid’ zijn dat Arabisch, Frans, Engels en Spaans) elkaar laten aanvullen en vermengen tot een nieuw en uniek geluid. En dat doen deze vijf uiterst getalenteerde klassemuzikanten hier ook met verve en con brio: spel en zang zijn werkelijk wervelend, geïnspireerd, verrukkelijk en gepassioneerd, zowel in de ingetogen als in de uitbundige en felle passages. We willen geen van zijn vier kompanen tekort doen maar hét hoogtepunt van ‘Jedid’ wordt ons geserveerd door Abdulrasol solo op zijn qanun in de afsluiter ‘Mezaj’ die ons direct zin deed krijgen om nog eens te luisteren naar een ander meesterwerk uit de harpfamilie, ‘Renaissance De La Harpe Celtique’ van Alan Stivell. ‘Jedid’ van Osama Abdulrasol, Philippe Thuriot, Lode Vercampt, François Taillefer en Helena Schoeters is een intens meesterwerk en aldus ook de achttiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,40

JAUNE TOUJOURS – 20sth.

JAUNE TOUJOURS – 20sth.

We sluiten dit triootje België af in Brussel alwaar Jaune Toujours twintig kaarsjes uitblaast. Je kan deze groep ook zien als metafoor voor Brussel: een explosieve mix van culturen, talen en muziekstijlen: rock (maar dan zonder gitaren), chanson, ska, balkan, fanfare. Ze spelen vanuit de buik en mikken zo nu en dan ook op de benen. Ze overgieten dit met diepgaande , vaak poëtische en geëngageerde teksten en met grootstadsthema’s. Jaune Toujours is de optelsom van de muzikanten die uit zeer diverse achtergronden komen, van punk en rock over latin tot jazz en free. Het instrumentarium bestaat uit accordeon, drums en allerlei percussie, contrabas, saxen, klarinetten, trompetten, trombone en bastuba. Vaak worden ze omschreven als een energieke rockband zonder gitaren met het improvisatievermogen van een jazzcombo, de open visie en ontvankelijkheid van een wereldmuziekgezelschap, de charme van straatmuzikanten en het feestgehalte van een mestizogroep. Toujours jeune dus. JT blijft in de eerste plaats ook een groep die je best live beleeft: een digitale voorproef is te beluisteren op hun cd ‘cluB’. Dit verjaardagsalbum telt 2 cd’s. Op de eerste staan hun singles in omgekeerd chronologische volgorde. De tweede cd bevat zogenaamde extras: live-opnames, samenwerkingen met o.m. Gangbé Brass Band en Vera Coomans, het sublieme tweeluik en van melancholie druipende ‘Mr.Theo’ en ‘L’O’ en nog een en ander. Gelukkige verjaardag / bon anniversaire en op naar de volgende 20.
publieksprijs: 18,70 (2 cd)
Naast dit dubbelalbum is er nog een Collector’s Album in limited edition met hun verzameld werk, ‘20sth.’ incluis, acht cd’s in totaal voor de ronde prijs van 67,45€.

ROBERTO FONSECA – ABUC

ROBERTO FONSECA – ABUC

Na zijn wervelende, feestelijke en onstuimige transatlantische dialoog met Fatoumata Diawara vorig jaar dompelt deze Cubaanse pianist, componist en producer zich op ‘ABUC’ (heb je hem?) terug onder in de muzikale geschiedenis van zijn geboorteland. Fonseca is in de eerste plaats bekend geworden als de piepjonge pianist bij de seniorenclub Buena Vista Social Club alsook door zijn samenwerkingen met Ibrahim Ferrer en Omara Portuondo. Vier jaar geleden schudde hij zijn voorlopig meesterwerk uit de mouwen en uit de vingers, ‘Yo’ (waarop ook Diawara te horen was) -veel gebalder en kernachtiger kan een titel niet zijn-, een sublieme synthese van Afro-Cubaanse groove, griottraditie en jazz in sprankelend toetsenspel met wentelende en insistente pianopatronen. De letterspeling in de titel van dit nieuwe album (als je die nog niet doorhebt, kom het dan eens vragen) is niet zomaar een spielerei: ‘ABUC’ is een achteruitkijk op de evolutie van Cubaanse jazz, maar dan wel in zelfgepende composities. Het geheel voelt aan als een retrospectieve op de diverse muzikale stijlen en bronnen, zowel traditionele als hedendaagse, die vele decennia overspant. Hij wordt in deze onderneming bijgestaan door meer dan 30 muzikanten en vocalisten met een gemeenschappelijke deler: ze barsten van het talent. Onder hen treffen we ook enkele hele groten van de Cubaanse muziek: Eliades Ochoa, Orquesta Aragón en Manuel “Guajiro” Mirabal. Fonseca wil de luisteraar met zijn aanpak en benadering een beter idee geven hoe de orkesten klonken in de verschillende tijdsgewrichten. Geen simpele opgave om dat te doen met zeer recent gepende composities maar o.i. is Fonseca -en met hem de vele andere muzikanten- daar bijzonder goed in geslaagd. Ondanks de zeer brede waaier aan stijlen maakt ‘ABUC’ een zeer coherente indruk en dat is een bijzondere prestatie en krachttoer gezien de risico’s die de aanpak van Fonseca inhield. Fonseca exploreert op deze reis door muzikaal Cuba zowel in de breedte als in de diepte. Het kan niet anders of Fonseca moet hier wel bijzonder veel research verricht hebben. Volgende stijlen en bronnen krijgen op ‘ABUC’ een makeover: New Orleans guaracha, afro mambo, guajira beat, contradanza progresiva, dixie afro-conga, cha danzón cha, doo wop/electro aragón, “classical” habanera, rap/hip hop/reggaeton, descarga callejara, bolero. En voor we het zouden vergeten: Roberto Fonseca is een fenomenale en geniale pianist en componist. ‘ABUC’ wordt afgesloten met een pianosolo die fungeert als wondermooie coda aan een staaltje indrukwekkende recente muzikale geschiedschrijving die dan ook de negentiende titel voor onze ultieme playlist van 2016 is en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,45

AMIRA MEDUNJANIN – Damar

AMIRA MEDUNJANIN – Damar

Amira Medunjanin (of ook kortweg: Amira) wordt beschouwd als de beste sevdahzangeres uit Bosnië. Ze leidt deze traditionele stijl naar nieuwe wegen. Voorheen nam ze reeds op met Mostar Sevdah Reunion, met accordeoniste Merima Kljuco en met jazzpianist Bojan Zulfikarpasic. Amira en haar muzikanten staan er ook voor gekend het traditionele materiaal met bijzonder veel respect en overgave te behandelen. Sevdah zou je kunnen omschrijven als een gevoel (analoog aan fado, blues, rebetika….) en Amira kan als weinig anderen de inherente passie en schmaltz van dat gevoel zeer accuraat capteren. Bovendien slaagt ze er wonderwel in om het onuitspreekbare van de sevdah te communiceren. Ook voor ‘Damar’ vormt ze weer team met Bojan Z en samen stonden ze ook in voor de zeer intieme en subtiele productie. De instrumentale arrangementen (voor piano,gitaren, contrabas en percussie) complementeren uitmuntend de verhalen die Amira zingt. Zes van die negen verhalen zijn traditionals (uit Macedonië, Servië en Bosnië); daarnaast horen we nog twee covers en een originele compositie. Die vaak intieme verhalen en klaagliederen gaan veelal over smart, leed, droefheid, hartzeer, smachtend verlangen, geheime liefdes, gesublimeerde melancholie….kortom, het leven zoals het is. Samen met Bojan Z creëerde Amira een onvoorspelbare en hedendaagse benadering van traditionele liedvormen uit de Balkan waarbij het bereikte resultaat die traditie voorbij is, zij het dat ze die met veel respect behandelen. Ze schuwen ook niet een bescheiden inbreng van andere stijlen: zo horen we toetsen van flamenco en invloeden uit Algerije, Argentinië en Japan. Dat resulteert in meesterlijke hedendaagse muziek, geënt op en verankerd in Bosnische traditie, vertolkt door een uitzonderlijke zangeres met een stemgeluid dat tegelijkertijd gedecideerd, helder, krachtig, melismatisch, rijp en ook gevoelig, intiem en kwetsbaar klinkt en de muziek draagt met een groot respect, kortom een streling voor het oor die onuitwisbaar indrukwekkend blijft hangen. Het pianospel van Bojan Z is zeer gevarieerd en volgt nauwgezet de diverse stemmingen ook al beïnvloedt hij de gang van zaken in de verhalen: nu eens klinkt hij zeer sensitief, dan weer scherp en driftig, maar veelal met een jazzy inslag; instrumentaal is hij de bepalende factor. In de tweede helft van de vorige eeuw was sevdah als kunstvorm op sterven na dood: dit uiterst getalenteerde duo hielp zeer actief mee aan de reanimatie en de revitalisatie en dompelt ons nu onder in de diepte van die sevdah. ‘Damar’ van Amira (en ook van Bojan Z) is de twintigste titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,00

JAN IBRO KHELIL & SUFI – Lament for Syria

JAN IBRO KHELIL & SUFI – Lament for Syria

In het licht van het huidige gebeuren in Syrië lijkt het misschien een detail, maar ook de muzikale tradities van het land verkeren in groot gevaar: verwoesting en verdwijning loeren om de hoek. Zes jaar geleden ontvluchtte leraar en journalist Jan Ibro Khelil zijn vaderland en in zijn bagage nam hij ook traditionele en hedendaagse Koerdische folksongs en zijn liefde voor Sufipoëzie mee. Ondertussen verwierf de man politiek asiel in Noorwegen. Het is Khelil’s grote bezorgdheid om die tradities in leven te houden en met de uitgave van ‘Lament for Syria’ hoopt hij te focussen op de traditionele liederen en muziek uit Syrië en die alzo ook te behoeden. Deze productie kwam mede tot stand via sponsoring door Arts Council Norway (Fund for performing Artists), Kongsberg Council of Music en Kongsberg Association for traditional Dance and Music. Verder bestaat de groep SUFI uit de twee Noren Svein Westad (joodse mondharpen, kraviklier) en Steinar Ofsdal (bansuri bamboefluiten), de Iraniër Ali Dinipur (daf = traditionele frame drum) en de Nepalees Sanskriti Shresta (tabla en darabuka = drum uit het Midden-Oosten). Khelil zelf zingt en speelt tanbur (langhalsluit) en daf. Hij heeft een resonant en rondspokend stemgeluid en hanteert een melismatische zangstijl. Op twee liederen horen we nog een gastbijdrage van de Noor Svein Stensaker op percussie en met klankeffecten. ‘Lament for Syria’ straalt vooral kracht en ontroering uit. Het repertoire is innemend en zeer gevarieerd: zo horen we o.m. de melodie van een oude rondedans, een traditioneel Koerdisch liefdeslied en een joods lied uit Syrië in oriëntaalse stijl maar ook hedendaagse liederen zoals ‘Canê canê’, geschreven door de vermoorde Koerdische zanger en dichter Dilil, en het uiterst krachtige slotakkoord ‘War and Lament’, een gedramatiseerde compositie die de horror van de oorlog voorstelt d.m.v. muziek en klankeffecten, waarover Khelil een aangrijpend klaaglied over het lijden van zijn volk zingt. De sfeer op dit album is uiterst beklijvend maar toch kan ‘Lament for Syria’ muzikaal niet over de ganse lijn overtuigen: de stem van Khelil toont iets te veel beperking in mogelijkheden en er is net iets te weinig variatie in ritme en melodie.
publieksprijs: 19,55

GAZA YOUTH CHOIR – Salute to Gaza

GAZA YOUTH CHOIR – Salute to Gaza

Ook deze cd kwam mee tot stand met ondersteuning en financiering uit Noorwegen, met name van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het volgende zal velen onder jullie bekend in de oren klinken: producer Erik Hillestad en geluidstechnieker Martin Abrahamsen moesten een jaar wachten vooraleer de Israëli’s hen in januari een toegangstoelating voor Gaza verleenden.
Deze muziek en de kracht en de vreugde die ervan uitgaan alsook de energie en de vitaliteit die er achter slot en grendel zitten vertellen het verhaal van hoe wij in de westerse wereld zouden moeten kijken naar Gaza vanuit een ander gezichtspunt. Zo ervaarde Erik Hillestad bij Gaza Youth Choir vooral levensvreugde, liefde, muziek en fantasie. Op ‘Salute to Gaza’ horen we Palestijne traditionele liederen die begeleid worden op oud, nay, khanoon, contrabas en percussie. Suhail Khoury schreef ook een nieuw lied voor deze cd: zijn lied ‘Salute to Gaza’ is een wondermooie huldebetuiging aan Gaza en aan de mensen die er leven. De liederen worden ook nog begeleid door een omvangrijk ensemble van snaar- en houten blaasinstrumenten, gearrangeerd door Kjetil Bjerkestrand. Alle muzikanten en koorzangers zijn studenten aan het Nationaal Edward Said Muziekconservatorium (ESNCM) dat afdelingen heeft in vier steden in de Palestijnse gebieden: Ramallah, Jerusalem, Bethlehem en Gaza. De instrumenten werden opgenomen in de studio van het ESNCM in Ramallah, dat een samenwerkingsakkoord heeft met Kirkelig Kukturverksted uit Oslo, het label dat deze cd uitgeeft. Het koor en de zangsolisten werden opgenomen in een moderne studio in Gaza. De studio-uitrusting werd destijds gesmokkeld doorheen tunnels vanuit Egypte: ook dit klinkt bekend in de oren.
publieksprijs: 18,75

XYLOURIS WHITE – Black Peak

XYLOURIS WHITE – Black Peak

Dan gaan we het nu eens over een op zijn zachtst gezegd merkwaardig duo hebben. Wat gebeurt er als een beroemde Kretenzische baritonzanger en luit- en lyraspeler een Australische postrockdrummer ontmoet? George (Giorgis) Xylouris, zoon van de iconische zanger en lyraspeler Antonis Xylouris (a.k.a Psarantonis, hier ook op een song te horen) en neef van de eveneens iconische Nikos Xylouris (ook zang en lyra), verbleef acht jaar in Melbourne. Voorheen kenden wij Xylouris vooral van zijn samenwerking met Stelios Petrakis. Jim White werkte in het verleden o.m. met Warren Ellis, PJ Harvey en Nick Cave. Twee jaar geleden debuteerden ze met het album ‘Goats’. De samenwerking tussen Xylouris en White heeft bij de eerste gedachte alles weg van een culturele aanrijding maar ze weten dat handig te omzeilen door beiden op inventieve en opwindende wijze buiten hun comfortzone te treden. Hun bijzondere luit-drums-configuratie maakt alle grenzen en geografische kaarten overbodig want hun muziek gaat de wereldwijde toer op. ‘Black Peak’ huisvest in tegenstelling tot hun debuut meer songs dan instrumentals maar de nadruk ligt wel meer op improvisatie dan op voorspelbare structuren waarbij ze steeds met elkaar in dialoog gaan. Alle mogelijke grenzen tussen wereldmuziek, rock en jazz worden hier met het grootste gemak en enthousiasme overschreden en neergehaald. Rauwe kracht en ruige schoonheid zijn sleutelwoorden op dit bevreemdende (een understatement) en verbazende werkstuk en daarbij worden de instrumenten brutaal tot op hun limieten aangewend in een verregaande evenwichtsoefening tussen traditie en vinding. De traditie wordt hier vertolkt met de intensiteit van rock ‘n’ roll. Vier van de vijf songteksten zijn van de hand van Mitsos Stavrakakis die beschouwd wordt als de prominentste dichter uit de mantinadatraditie.
publieksprijs: 19,70

CIGDEM ASLAN – A Thousand Cranes

CIGDEM ASLAN – A Thousand Cranes

We kennen de Turks / Koerdisch / Alevitische Cigdem Aslan als zangeres van She’koyokh, een balkan- en klezmerband uit Londen, maar vooral van ‘Mortissa’ (sterke onafhankelijke vrouw’) uit 2013. Daarop bracht ze een repertoire dat bestaat uit rebètika en de verwante smyrnèïka (de meer oriëntaalse variant). Het album was ook een eerbetoon aan Roza Eskenazi (1890-1980), een van de belangrijkste vertolkers van het genre. Aslan interpreteerde rebètika met zeer veel respect voor de traditie maar liet er wel een frisse wind doorheen waaien in het zog van die andere vernieuwers, Mavrika. Ze groeide op in de buurt van het ondertussen beruchte Taksimplein in Istanbul en die cd was dan ook opgedragen aan alle mortissas die hun “mannetje” stonden bij de protesten aldaar. Met ‘Mortissa’ won ze de prestigieuze “Preis der Deutschen Schallplattenkritik”. Waar het repertoire van ‘Mortissa’ hoofdzakelijk gelokaliseerd was in het Smyrna en het Istanbul van de jaren 1920 breidt ze dat nu uit naar Athene, de Balkan en Zuid-Oost Anatolië. Aslan zingt zowel in het Turks als in het Grieks: in het cd-boekje zijn de teksten naar het Engels vertaald. De muzikale directie en productie deed ze opnieuw samen met Nikolaos Baimpas die ook de bijzondere arrangementen leverde. Het instrumentarium bestaat uit kanun, santouri, mandolines, viool, percussie, contrabas, cello, piano, bouzouki, gitaar en baglama. In de albumtitel huist heel wat symboliek, aldus Aslan. “Kraanvogels worden in liederen, gedichten en verhalen meestal geportretteerd als boodschappers en als de brengers van onderwijs, cultuur en traditie; hun lange levensduur staat symbool voor familie, geluk en eeuwige jeugd en hun dans is een viering van de liefde en de vreugde. Maar ze staan ook symbool voor compagnons van hen die het thuisland en hun dierbaren missen in de droefheid van hun ballingschap. Kraanvogels houden van vrijheid en vertegenwoordigen voorspoed en schoonheid maar bovenal staan ze symbool voor vrede!”. Veel duidelijker kan deze allegorie niet zijn: de regio die nu alles vernietigende burgeroorlogen ondergaat was ooit welvarend door zijn culturele uitwisseling. Zo ook wil Aslan de kraanvogel zijn als brenger van een muzikale, crossculturele boodschap van hoop en verbondenheid en om onze aandacht te trekken op vermelde regio en alle eraan verbonden calamiteiten. Ook op ‘A Thousand Cranes’ benadert ze de traditie met zeer veel respect maar tegelijkertijd laat ze er een frisse wind doorheen waaien met eigentijdse arrangementen. Haar vertolking is sterk, sensueel, betoverend en vaak dramatisch. Ze zingt vloeiend gracieus: in de trage nummers klinkt haar stem donker maar wanneer het tempo opgedreven wordt kan ze best als een dartel mussenjong klinken. Bij dit alles wordt ze begeleid door een stel zeer getalenteerde muzikanten onder aanvoering van Nikolaos Baimpas. Bovenal laat deze cd een zeer spontane en ongekunstelde indruk na en zingt Aslan met een onwaarschijnlijk naturel: dit is grote klasse. Drie jaar geleden stelden we bij het verschijnen van ‘Mortissa’: “wordt ongetwijfeld vervolgd”. Wat bij deze dan ook gebeurd is.
publieksprijs: 20,40

JUSTIN THURGUR – No Confusion

JUSTIN THURGUR – No Confusion

We starten met een voorstellingsronde. Justin Thurgur is een Britse componist en componist / arrangeur. U vraagt misschien ‘Justin wie en dan?’ maar de naam Bellowhead doet wellicht al een veel grotere bel rinkelen: bij die groep was Justin actief van bij de formatie in 2004 tot het afscheid eerder dit jaar. Maar Thurgur was daarnaast ook betrokken in allerlei projecten en samenwerkingen en daaruit geven we hier een kleine bloemlezing. Sinds 1996 werkt hij samen met de Bengaals / Britse pianist en componist Kishon Khan: eerst trad hij toe tot Khan’s afrolatinjazzgroep The Bonobo Orchestra en in 99 vormden ze de Cuban-funkgroep Motimba. Het voor ons meest gekende project waarin Thurgur en Khan samenwerken is LoKkhi TeRra, een Londens multicultureel, eclectisch collectief dat een wel zeer eigenzinnige en bijwijlen bijzonder prettig gestoorde mix brengt van Bengali folk (de basis van hun repertoire), Cubaanse rumba, afrobeat, samba, Indiase klassieke muziek en nog zo een en ander (cd-nieuws oktober 2012). Deze opsomming is maar een fractie van hun samenwerkingen, want anders zitten we hier morgen nog te schrijven. Thurgur werkte ook samen met pianist en zanger Dele Sosimi, in een vorig leven nog actief bij Fela Kuti en bij Femi Kuti. Voor het belang van en info over Sosimi verwijzen we jullie naar het muzieknieuws augustus 2015. Samen namen Thurgur en Sosimi vier albums op plus nog een met de Nigeriaanse dichter Ikwunga. We zullen ons tot deze info beperken want de collaboratielijst is schier eindeloos. Samen hebben Thurgur en Khan ook een platenlabel, Funkiwala, waarop ‘No Confusion’ verschenen is; op dit label willen ze muziek uitbrengen van artiesten met een soortgelijke eclectische vista. Thurgur is ook sessiemuzikant en in die hoedanigheid werkte hij met o.m. Tony Allen, Fatoumata Diawara, Soothsayers, The Selecter, The Levellers….

En dan is er nu het album ‘No Confusion’, met Justin Thurgur voor het eerst opererend onder eigen naam maar wel met een waslijst hoofdzakelijk Londense gasten, onder wie ene Kishon Khan. Khan is ook de enige van die waslijst die op alle nummers aanwezig is. De sleutel van het gebeuren is grensbrekende communicatie al is het nooit veel anders geweest bij Thurgur. Van bij de opening wordt duidelijk dat energie, dynamiek en een brede soundscape hoofdingrediënten zijn in de ritmische kern van bas, drums en keyboards. Daar rond eisen Thurgur en de andere blazers nadrukkelijk de hoofdrol op en het geheel wordt nog opgefleurd met gitaar en percussie. Ondanks de wisselende groepssamenstelling per nummer klinkt ‘No Confusion’ toch als een eenheid waarin alles samensmelt in een indrukwekkende groepsdynamiek en een melodisch en groovy geheel. Bij de hechte en strakke blazerssectie (trombone, trompet, basklarinet, flügelhorn, allerlei saxen) overheersen de Afrikaanse tinten. Hun aanpak en samenspel capteren de vitaliteit van een livegebeuren. Justin Thurgur mag dan wel de naam op de hoes en het uithangbord zijn, toch manifesteert hij zich hier nadrukkelijk als een teamspeler. De muziek werd geschreven door Thurgur, Khan en bassist Max De Wardener. De hartslag van deze pretentieloze afrojazz is stoutmoedig, koperkleurig en grenzeloos. Het geheel wordt afgekruid met Britse, Bengaalse en Cubaanse aroma’s.
publieksprijs: 16,20

SHIKOR BANGLADESH ALLSTARS – Soul Of Bengal

SHIKOR BANGLADESH ALLSTARS – Soul Of Bengal

We hadden daarnet bij Thurgur en Khan al een toets Bangladesh maar dan zijn we daar nu helemaal. En wie schreef het voorwoord in het infoboekje? Juist, hij weer, Kishon Khan. Ook ‘Soul Of Bengal’ verscheen op Funkiwala, het label van Thurgur en Khan. In Bangladesh hoor je overal oude liederen, vol met poëzie en spirituele betekenis. Van populaire bootliederen tot de grote werken van de mystieke dichter Lalon Shah zijn dit levende tradities die elke nieuwe generatie blijven inspireren. Khan wilde een album voorstellen waarop de wortels herbezocht worden. Dit zijn de klanken die je overal in Bangladesh hoort maar die internationaal slechts zeer zelden aan bod komen. De slechte klankkwaliteit en vaak gebrekkige productie van homemade opnames zijn mede verantwoordelijk voor die quasi onbestaande internationale verspreiding en daar wou Khan absoluut aan verhelpen met een product met prima klankkwaliteit en dito productie. En daarin is hij alvast geslaagd. Voor dit project benaderde Khan zijn Bengaalse vriend Nazrul Islam, een maestro op de dhol. Hij vroeg hem een “supergroep” samen te stellen die de traditionele klanken van Bangladesh vertegenwoordigt. En zo geschiedde: naast zichzelf bracht hij nog zes muzikanten met naam en faam bijeen. Dat zorgde ook voor een bataljon instrumenten: dhol, harmonium, mondira, tamboerijn, dotora, khomok, bansurifluit, tablas, dupki, ektara, sarod en esraj. Kan iedereen nog volgen? Voor de zang zocht hij drie topvocalisten aan: Baul Rob Fakir, Labik Kamal Gaurob en Dewan Baby Akhtar. En voor de arrangementen zorgde Nazrul Islam zelf, hierin bijgestaan door Kishon Khan die samen met Tansay Omar ook voor de productie tekende. De helft van de liederen bestaat uit werk van de reeds vermelde Lalon Shah. Vorig jaar sloegen deze Allstars alvast gensters op WOMAD. En ‘Soul Of Bengal’ bezit voldoende troeven om met Bengaalse muziek eindelijk een internationaal publiek te bereiken, zowel muzikaal als logistiek. De vertolkingen zijn werkelijk exquis net zoals de arrangementen. Met de hoogstaande technische kwaliteiten van deze productie zou het eindelijk moeten lukken dat deze traditionele muziek alsnog de mondiale aandacht krijgt die ze verdient. De vraag is natuurlijk of deze gelegenheidsgroep kan samengehouden worden voor verdere producties en om te gaan toeren om die producties te ondersteunen. Maar deze productie kan ook een duw in de rug betekenen voor andere artiesten uit Bangladesh. Met ‘Soul Of Bengal’ is in ieder geval het begin van het pad geplaveid.
publieksprijs: 16,20

THE PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – Planet Lam

THE PARADISE BANGKOK MOLAM INTERNATIONAL BAND – Planet Lam

Wat de voorbije jaren voorafging: DJs Maft Sai en Chris Menist (die ook alle songs op dit en het vorige album arrangeerden en voor de productie ervan instonden) zoeken wat vinyl bijeen uit hun collectie: obscure reggae, Afrikaanse muziek, jazz en Thai. Ze gaan nl. draaien op de eerste Paradise Bangkok party die naast dansen en drinken in het teken staat van het genieten van de muzikale links tussen klanken van over de hele aardbol. Thai luk thung en molam (letterlijk vertaald: ‘meesterzanger’ maar in de praktijk een kapstok voor diverse lamstijlen), 2 populaire, landelijke muziekstijlen waren er te horen naast Mulatu Astatke, Augustus Pablo, Fela Kuti en tutti quanti. Drie jaar later maakt The Paradise Bangkok Molam International Band haar livedebuut in Bangkok. De muzikanten komen uit diverse muziekscenes in Bangkok en de groep was aanvankelijk opgericht om oude luk thung- en molamvocalisten te begeleiden. Naast bas, drum, percussie en elektronica bestaat het instrumentarium nog uit phin (Thaise luit) en khaen (een harmonica vervaardigd uit bamboe). Hun muziek is gebaseerd op eeuwenoude molamklanken uit Isan (in het noordoosten van Thailand) maar put ook uit wat er vandaag leeft in de internationale muziekwereld. Sai en Menist waren ook al verantwoordelijk voor de compilaties ‘The Sound Of Siam’ (twee volumes) met traditionele luk thung en molam uit Isan en uit Centraal-Thailand. Naar hun eigen zeggen komt de inspiratie voor Planet Lam voort uit de muzikale experimenten die plaatsvinden in Studio Lam en de vele sessies die er doorgaan met zowel muzikanten als DJs. Studio Lam blijkt een muzikaal brandpunt in Bangkok geworden en heeft zo onvermijdelijk een impact op de band en dat reflecteert zich in de diverse vibes en stijlen op ‘Planet Lam’. Vorig jaar sloten we de recensie van hun debuut ‘21st Century Molam’ als volgt af: “….is een boeiende en opwindende multiculturele soundclash die smaakt naar meer”. En nu is er dus die meer. TPBMIB gaat verder op het elan van hun debuut: vintage molam met een hedendaagse twist en vibe. Ook het draaiboek volgt een gelijkaardig procedé: het is met name tweedelig. Er zijn tracks waarop enkel de traditionele instrumenten te horen zijn en de klank dan ook zeer traditioneel is en tracks met de voltallige band waarop het er anno 2016 en soms heftiger aan toe gaat. Voor die pulserende, hypnotische en psychedelische klank met dub en trance is de mix van dubproducer Nick Mannaseh verantwoordelijk. Enkel de inspiratie laat het nu te vaak afweten: voortkabbelen is de meest bepalende factor en we missen vooral de heuse dansvloerbommen met robuuste basriffs die ‘21st Century Molam’ boeiend en opwindend maakten.
publieksprijs: 15,40

BALKAN BEAT BOX – Shout It Out

BALKAN BEAT BOX – Shout It Out

Deze bijzondere en bruisende band zet ondertussen al meer dan tien jaar podia en dansvloeren alom in lichterlaaie met hun vaak unieke mix van balkanmuziek met een grote diversiteit aan andere stijlen zoals jazz, reggae, klezmer, mediterraans, dancehall, dub, funk, hip hop en elektronica. De kern van BBB wordt gevormd door zanger / gitarist Tomer Yosef, drummer / percussionist Tamir Muskat en saxofonist Ori Kaplan. Alle drie zijn ze geboren in Israël maar ze ontmoetten elkaar in Brooklyn. Zowel in de studio als op de planken worden ze nog bijgestaan door een ruim assortiment gastmuzikanten. ‘Shout It Out’ is ondertussen hun zesde werkstuk, elf jaar na hun titelloze debuut. Door de jaren heen hebben ze een onmiskenbaar eigen pittige stijl en verrukkelijk geluid ontwikkeld met de ritmische gezangen van Yosef, de vaak determinerende fladderende sax van Kaplan, voortstuwende arabische percussie, kolkende elektronica en zware, diepe bassen. BBB staat garant voor 21ste eeuwse wereldmuziek zonder compromissen waarbij ze vanuit hun levendige urbane smeltkroes hun traditie(s) schaamteloos doch respectvol door de molen halen. ‘Shout It Out’ is BBB’s meest door allerlei reggaestijlen beïnvloede album. Op ‘Kum Kum’ horen we een zeer opgemerkte gastvertolking van de Yemenitische sensatie A-WA (drie zusters waarover we het volgende maand zullen hebben). Studiogewijs is ‘Shout It Out’ BBB op hun best maar de energie die ze bij concerten genereren komt hier niet helemaal tot zijn recht.
publieksprijs: 15,40

ALSARAH and THE NUBATONES – Manara

ALSARAH and THE NUBATONES – Manara

We kenden de in Brooklyn residerende Soedanese zangeres reeds van haar werk met The Nile Project en met de Franse producer Débruit. Twee jaar geleden debuteerde ze met haar eigen groep The Nubatones met het album ‘Silt’. De belangrijkste onderwerpen die Alsarah in al haar projecten tot dusver behandelde zijn vrijwillige en gedwongen migratie, ontheemding en de diaspora die dat met zich meebrengt, gezien door een urbane lens. De muzikale wortels van ‘Silt’ lagen voornamelijk in de Nubische “liederen van terugkeer” die het licht zagen in 1970 nadat duizenden Nubiërs ontheemd werden door de overstroming van de Aswandam. Deze liederen geven uitdrukking aan een verlangen en nostalgie naar thuis, best vergelijkbaar met saudade in de fado. Muzikaal worden deze liederen gekenmerkt door hun pentatonische toonladders. Toch wil Alsarah zich niet wentelen in dat verlangen en pleit ze eerder voor moderniteit als plausibele hoop voor een betere toekomst. Ze beschouwt moderniteit als een idee, een concept en een beweging. Alsarah beschikt over een attractief, sterk, helder, krachtig, gepassioneerd en expressief stemgeluid. De muziek van Alsarah and The Nubatones is gebaseerd op die van de Nubische muziekscene uit de jaren 60 en 70 met de zeer karakteristieke beats en ritmes, aangevuld met Arabische en Noord-Afrikaanse invloeden: zelf omschrijft Alsarah hun muziek als Oost-Afrikaanse retro pop. Ondertussen heeft de groep een wereldtournee achter de rug waarop ze o.m. headliner waren op WOMAD. Na nog een verlengde sabbatical komen ze nu op de proppen met hun tweede spruit ‘Manara’. Thematisch en muzikaal volgen ze het vertrouwde pad en gaan ze zich daarin nog meer verdiepen. Twaalf van de veertien liederen zijn origineel groepswerk: daarnaast horen we nog een cover en een traditional. Nieuw en zeer verrijkend is de aanwezigheid van een tweede zangeres, Nahid: beide zangeressen zorgen voor aanstekelijke vraag-en-antwoord-zang. Net als ‘Silt’ is ‘Manara’ een okselfris en tijdloos werkstuk dat doordrongen is van een gezond gevoel van nostalgie.
publieksprijs: 15,15

ADDYS MERCEDES – Extraña

ADDYS MERCEDES – Extraña

De Cubaanse zangeres en liedjesschrijfster Addys Mercedes had op haar vijftiende reeds haar eigen band en een uitgebreid repertoire van Cubaanse traditionele muziek, Mexicaanse rancheras en Amerikaanse popsongs. Na vele omzwervingen belandde ze met haar gezin in het Duitse Essen. Hier is ze nog onbekend maar in Spanje en Duitsland is ze naar verluidt bijzonder succesvol. In haar geboorteland wordt ze dan weer doodgezwegen. ‘Extraña’ (‘vreemd’) is haar vijfde album en ze nam het op met haar man Cae Davis (bas, gitaar, percussie, backing vocals) die ook voor de productie tekende, haar vijftienjarige dochter Lia (viool, piano, backing vocals) die er net als haar moeder destijds al vroeg bij is en Pomez di Lorenzo (gitaar, backing vocals). Addys zelf beperkte zich tot het zingen van de liedjes. Op ‘Extraña’ staan dertien mooi uitgewerkte liedjes die ze zelf schreef met assistentie van Davis en di Lorenzo. Cubaanse son is de basis van haar muziek maar ze kruidt die met tal van ingrediënten: andere latino en Caraïbische stijlen, folk, pop, swing, blues…. Het album brengt een afwisseling van dans- en feestnummers en (melancholische) ballades. Vooral in die ballades, waarin ze zingt over leven in een vreemd land en het verlangen naar de geboortegrond, komt ze als zangeres sterk uit de verf. Wie ook sterk uit de verf komt is piepjonge dochter Lia (dat deed ze ook al op de vorige cd ‘Locomotora A Cuba’): ze doet dat vooral met haar bijzondere vioolspel. ‘Extraña’ is alweer een zeer charmant schijfje van een getalenteerde zangeres en liedjesschrijfster zonder poespas alsook van haar uitstekende gezelschap. Ondanks de veelheid aan stijloefeningen maakt ‘Extraña’ een consistente indruk. Puik werk kortom.
publieksprijs: 20,40

OKRA PLAYGROUND – Turmio

OKRA PLAYGROUND – Turmio

Okra Playground, opgericht in 2010, is een zeskoppig Fins ensemble dat bestaat uit geschoolde muzikanten met een lange dienststaat in folk en ritmische muziek. De kantele (een snaarinstrument uit de citerfamilie) en de jouhikko (een gebogen lier), twee oude folkinstrumenten, gaan samen met moderne instrumenten en soundscapes in een muzikaal tapijtwerk met zeer sfeervolle texturen. Maar ondanks die moderniteit is de muziek van Okra Playground diep geworteld in de Finse grond en in de oude tradities, net als de eeuwenoude teksten (die ze hier en daar herschrijven). Maar de grote troefkaart van Okra Playground zijn de krachtige en exquise stemmen van de drie zangeressen die instaan voor heerlijke harmonieuze zangpartijen die tussen de ritmes dwarrelen en die ongewild doen denken aan Värttinä, Laïs en consorten, ook al hebben ze een zeer eigen karakter. Op hun debuut ‘Turmio’ krijgen zeven eeuwenoude volksliedjes middels frisse, hedendaagse arrangementen een vestimentaire makeover aangemeten (daarnaast horen we ook nog drie originele composities). Deze drie heren en drie dames hebben de normen herschreven en belanden aldus in de voorhoede van de hedendaagse volksmuziek, maar ze blijven wel trouw aan hun wortels. Ze hebben een diepgaande kennis van en een grote passie voor hun folkerfgoed dat ze met veel respect maar ook met veel durf benaderen. Nine points from ze Oxfam jury.
publieksprijs: 17,55

PARIDE PEDDIO / JONATHAN DELLA MARIANNA – Brinca

PARIDE PEDDIO / JONATHAN DELLA MARIANNA – Brinca

Paride Peddio en Jonathan Della Marianna zijn twee jonge Sardijnse muzikanten die al jaren samenwerken en ‘Brinca’ is daarvan het resultaat. Ondanks hun jeugdige leeftijd zijn het nu al virtuozen op hun instrumenten: Peddio op melodeon (uit de diatonische accordeonfamilie) en Della Marianna op launeddas (een polyfoon Sardijns blaasinstrument), diverse fluiten, joodse mondharp en darbuka. Het album bevat tien traditionele, akoestische opnames die afkomstig zijn uit de orale traditie en die vooral tot dansen willen aanzetten. ‘Brinca’ is Sardijns voor ‘springen’. Iedere dans op deze cd kreeg een nieuwe interpretatie en arrangementen die bedoeld waren om het beste uit de (gast)muzikanten te halen en die ook een hedendaagse toets aanbrengen zonder van de traditie af te wijken. Paride en Jonathan trommelden enkele bevriende muzikanten en zangers op om dit project te realiseren en het weze gezegd: zij doen dat voortreffelijk. ‘Brinca’ is een eerbetoon aan hun leraars en aan hen die een inspiratiebron waren. Paride draagt de cd op aan zijn grootvader Salvatore Peddio, die onder de naam Bengasi een bekende melodeonspeler is op het eiland. Jonathan dankt maestro Orlando Mascia voor zijn scholing. ‘Brinca’ staat ook voor een jonge generatie die vastberaden de traditie voortzet en hier laat horen dat de vitaliteit van die unieke mediterrane traditie in goede handen is.
publieksprijs: 16,45

‘REAL RIO’ (compilatie)

‘REAL RIO’ (compilatie)

Het Braziliaanse label Mais Um Discos heeft de wereld de voorbije jaren vergast op de betere nieuwe Braziliaanse muziek en dat resulteerde o.m. in uitmuntend werk van o.a. Metá Metá, Bixiga 70, onze favoriete oude rot Elza Soares en Lucas Santtana. MUD wil in de eerste plaats de alternatieve Braziliaanse muziekscene promoten. Op deze nieuwe compilatie komen 30 acts aan bod waarvan enkel de namen Elza Soares, Arto Lindsay (als gast bij Bruno Cosentino) en Lucas Santtana bij ons een belletje doen rinkelen. De cd is uitgebracht op 1000 genummerde exemplaren en zal niet meer herperst worden maar is verder wel digitaal te koop. Samensteller van dienst Chico Dub bevolkte ‘Real Rio’ met experimentele en onconventionele muziek van artiesten die in Rio de Janeiro geboren zijn of er wonen. Chico Dub is curator van Novas Frequencias, een veelgeprezen festival van experimentele muziek dat doorgaat in Rio. Hij wou van ‘Real Rio’ een vitrine maken voor het kruim van de onafhankelijke muziekscene van Rio en grasduinde daarbij in de meest uiteenlopende genres: nieuwe baile funk en afrobeat maar vooral veel niet-wereldmuziek zoals rock, pop, noise, house, drone…. Hij wilde vooral de mythe uit de wereld bannen dat Rio een stad is die muzikaal gedomineerd wordt door easy listening bossa nova en aantonen hoe breed het klankpalet van de stad wel is en aldus een nieuwe definitie geven aan het begrip Braziliaanse muziek. En dat het palet breed is -en ook verbazingwekkend verrassend- hebben we met onze beide oren mogen ervaren. Wat ook duidelijk blijkt is dat Rio bulkt van talent in die muzikale diversiteit, al hebben ze bijna alle echte talenten samengetroept op cd 1. Voor ons zijn de lekkerste vissen in deze vijver Ava Rocha, Negro Leo, Elza Soares, Os Ritmistas, Lila, André Sampaio e Os Afromandinga en Bemônio. De grootste prijsbeesten uit de catalogus van Mais Um Discos ontbreken echter: Metá Metá en Bixiga 70. Dit heeft wellicht alles te maken met het gegeven dat beide gezelschappen zich verkast hebben naar een ander label. Eindverdict: deze eclectische staalkaart van een muzikaal bruisende wereldstad valt uiteen in 1 uitermate boeiende en 1 te verwaarlozen cd.
publieksprijs: 20,45 (2 cd)

FLAVIA COELHO – Sonho Real

FLAVIA COELHO – Sonho Real

Ook uit Rio komt zangeres Flavia Coelho die al tien jaar in Frankrijk woont. In Parijs leert ze de Kameroense muzikant Bika Bika Pierre kennen en samen beginnen ze te componeren. Nadat ze in 2011 het festival Génération Réservoir in L’Olympia wint krijgt ze een platencontract aangeboden en debuteert ze met het album ‘Bossa Muffin’. In 2013 zingt ze met ‘Import Export’ het officiële lied van Marseille culturele hoofdstad van Europa. ‘Sonho Real’ (‘echte droom’) is ondertussen haar derde album en ook nu gaat ze scheep met producer Victor Vagh-Weinmann die daarnaast ook nog de meeste instrumenten voor zijn rekening neemt: drum, bas, keyboards, percussie en melodica. Verder wordt Coelho nog begeleid op gitaar en extra percussie. Flavia Coelho is ook een dame met een missie: zo o.m. transformeert ze in haar teksten verlies, lijden en mislukking en verwerkt ze die in een energie om de toekomst aan te pakken. Ze spoort aan om voorbij onze privilegies, comfort en zekerheden te zien. Allemaal goed en wel, maar hoe zit het dan met de muziek, horen we hier en daar dan vragen. We horen een mix van samba, bossa, baile funk en forró met popreggae, ska, raggamuffin en een streep rap. Alles wordt zeer zwoel en aanstekelijk vertolkt en is vooral uiterst dansbaar, dit alles aangevoerd en aangevuurd door de sensuele, vreugdevolle en onschuldig kinderlijke stem van Flavia. Bescherm u vooral met een dikke laag zonnecrème hoge factor om deze goedgeluimde, vrolijk wiegende en kleurrijke muziek te consumeren. Maar hoe vrolijk je hiervan kan worden, toch heeft het geheel zeer weinig om het lijf en is het eerder eendimensionaal. A.h.w. het ene oor in en het andere uit. Perfect muzikaal behang voor een of andere vrolijke borrel maar ook niet meer dan dat.
publieksprijs: 19,70

‘SOUL SEGA SA! (Indian Ocean Segas From The 70’s)’ (compilatie)

‘SOUL SEGA SA! (Indian Ocean Segas From The 70’s)’ (compilatie)

Sega is de traditionele muziek van de eilanden Mauritius, La Réunion en Seychellen en wordt ook al eens omschreven als de blues van de Indische Oceaan. Het ontstaan kan gesitueerd worden vanaf de 17de eeuw toen Afrikaanse slaven op de suikerrietvelden dansten op geïmproviseerde muziek die gebaseerd was op ritmes uit hun thuislanden in West-Afrika, Mozambique, Zanzibar en Madagascar. Uit deze diverse Afrikaanse invloeden ontsprong een nieuwe dans en muziek. Oorspronkelijk werd op deze muziek neergekeken maar gaandeweg vanaf halfweg de jaren 60 werd sega een symbool van nationale trots en identiteit voor deze eilanden. Met de opkomst van elektrische instrumenten, de instroom van funk, soul en jazz uit het westen en van reggae en Bollywood tot zelfs muziek uit Cuba en Brazilië toe en de toename van lp’s werd sega commercieel. De funky segabeat nam de dansvloeren over en overal op de eilanden doken sega-artiesten op: een nieuwe generatie charismatische zangers werden nationale sterren. Deze in het Creools gezongen stijl verenigde alle gemeenschappen op de eilanden: Afrikaanse, Europese, Indiase en Chinese, hindoes, moslims en christenen, allen dansten de sega. Deze compilatie omvat de bloeiperiode van het genre. De unieke hypnotische groove van sega wordt vooral bepaald door de ravanne drum, vervaardigd uit geitenvel dat over een grote houten lijst gespannen wordt. ‘Soul Sega Sa!’ is een boeiend tijdsdocument dat vooral door liefhebbers van tropische muziekstijlen zal gesmaakt worden.
publieksprijs: 20,30

PUTUMAYO

‘AFRICAN RUMBA’ (compilatie)

‘AFRICAN RUMBA’ (compilatie)

‘African Rumba’ is een reis doorheen 40 jaar door Latijnse stijlen beïnvloede Afrikaanse dansmuziek. In de jaren 30 werd het Cubaanse lied ‘El Manicero’ een wereldhit, tot in het hart van Afrika toe. De populariteit van Latijnse muziek en dansstijlen zoals rumba, mambo, son, cha cha cha en salsa had vanaf de jaren 70 een zeer belangrijk effect op Afrikaanse muziek. En toch kent rumba, zowel de muziek als de dans, zijn oorsprong in Afrika. Het woord ‘rumba’ komt uit Spanje en betekent ‘feest’. De slaven brachten de rumba mee naar Cuba. Zeer grof geschetst kennen we nu drie soorten rumba: de Cubaanse, de (teruggekeerde) Afrikaanse en de Spaanse (in oorsprong Catalaanse). Het was al een tijdje geleden dat Putumayo een dansalbum uitbracht en dat stemt ons tevreden en wellicht ook de feestneuzen en fuifnummers die nu al bezig zijn met het insmeren der kuiten in het vooruitzicht van de eindejaarsfeesten. En we worden in het openingsnummer al op onze wenken bediend door de Senegalese zanger / bassist Alune Wade en de Cubaanse pianist Harold López-Nussa. We horen Alune nog eens terug maar dan in twee versnellingen lager. Andere favorieten zijn Le Sahel uit Senegal met Cubaans geïnspireerde grooves en de Togolose zangeres Afia Mala begeleid door het legendarische Cubaanse Orquesta Aragón (en opgenomen in Havana). Afgesloten wordt er in absolute schoonheid door de Angolese Banda Maravilha die uitpakt met een dwarrelende kora bovenop een Cubaans sonritme wat resulteert in indrukwekkende multiculturele fusie. Er wordt op ‘African Rumba’ ook nog een kwartetje ronkende namen opgevoerd: L’ African Fiesta, opgericht begin jaren 60 en een van de invloedrijkste groepen in de geschiedenis van de Afrikaanse populaire muziek met twee reuzen van de Congolese muziek aan boord, met name gitarist Nicolas Kasanda (aka Dr. Nico) en zanger Tabu Ley Rochereau. Het kwartetje wordt vervolledigd door Ricardo Lemvo, het reeds vermelde Orquesta Aragon en Orchestre OK Jazz, opgericht door de Congolese superster Franco. De liefdesaffaire tussen Afrikaanse en Cubaanse muziek genaamd ‘Putumayo presents African Rumba’ is een onder de kerstboom tip.
publieksprijs: 13,75

‘LATIN CHRISTMAS’ (compilatie)

‘LATIN CHRISTMAS’ (compilatie)

Het is weer eens kerstballentijd en de nieuwe kersttitel van Putumayo zoekt het dit jaar in allerlei Latijnse stijlen. Latijns-Amerika viert kerst op diverse manieren maar naar verluidt is het belang van muziek daarbij een gemeenschappelijk gegeven. Naast vele regionale kerstliederen zijn er ook vele Amerikaanse en Europese kerstklassiekers te horen en deze beide facetten van het verhaal worden op deze cd uitgesmeerd. We horen bijdragen in o.m. bossa nova, latin jazz, gypsy jazz, flamenco, Argentijnse volksmuziek, cumbia….
publieksprijs: 13,75
Nog meer Putumayo kersttitels:
‘Acoustic Christmas’
‘A Jazz& Blues Christmas’
‘French Christmas’
Alle titels aan 13,75.

REGGAE

I KONG – Pass It On

I KONG – Pass It On

I Kong, half Jamaicaan half Chinees, was in 1967 stichtend lid van de legendarische formatie The Jamaicans, verantwoordelijk voor de rocksteadyklassieker ‘Ba Ba Boom’. Later ging hij als Ricky Storm nieuwe paden verkennen met Lee “Scratch” Perry en Bunny Rugs om daarna 30 jaar van de radar te verdwijnen wat meteen ook verklaart waarom hij met ‘Pass It On’ op 69-jarige leeftijd pas aan zijn zesde studiowerkstuk toe is. Net als vorig jaar op het album ‘A Little Walk’ deed hij weer een beroep op de diensten van de Zwitserse roots reggaeband Najavibes die vorig jaar ook I Kong begeleidden op zijn eerste tournee ooit als soloartiest. De albumtitel heeft wel duidelijk een bewuste betekenis: hij vindt het noodzakelijk om de connectie met de nieuwe generatie zangers te behouden en de fakkel aan hen door te geven en tegelijk is het ook een pleidooi aan die generatie om het grondleggerswerk van de oude generatie te respecteren en naar waarde te schatten. In die zin is het een wijze zet dat hij hier de symbolische titelsong brengt samen met de zes heren van Raging Fyah,fakkeldragers van de tegenwoordige roots reggaetradities. Deze song is een magistraal samengaan van twee generaties. De twee andere bijdragen van gerenommeerde gasten komen dan weer uit de veteranensector: Judy Mowatt en Ken Boothe. De twaalf sterke composities worden hier in de meest pure rootstraditie gespeeld door Najavibes dat zich hier manifesteert als een ware ontdekking (ook al zijn ze al 19 jaar actief). Met hun krachtige ritmesectie en melodische rijkheid vormen deze zes heren een perfecte ondersteuning voor de intieme, licht jammerende en verzachtende maar o zo aantrekkelijke en nog steeds erg toonvaste stem van I Kong, al zijn ze veel meer dan een ondersteuning: je zou net zo goed kunnen stellen dat I Kong de zanger en frontman is van deze briljante band. ‘Pass It On’ klinkt als geheel zo rechtdoorzee als maar kan: de krachtige ritmes, de aanstekelijke melodieën en de heldere arrangementen voor de uitmuntende blazerssectie zijn ronduit superb en subliem. Dit alles werd in goede banen geleid en briljant gemixt door Roberto Sánchez. Vorig jaar betekende ‘A Little Walk’ een triomfantelijke terugkeer voor I Kong na tien jaar afwezigheid. ‘Pass It On’ betekent dan ook de grote bevestiging dat ‘A Little Walk’ geen toevalstreffer was. Dit album bulkt van de heerlijk ouderwetse roots reggae in zijn meest pure vorm, zonder nostalgisch te klinken, en ook dat is een grote verdienste. Het is dan ook de 21ste titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 16,30

‘REGGAE BOX’ (compilatie)

‘REGGAE BOX’ (compilatie)

Zeker weten, verstokte reggaeliefhebbers gaan hier helemaal geen boodschap aan hebben. Bovendien hebben jullie wellicht al lang door dat wij niet echt de grootste fans zijn van verzamelboxen allerlei. Maar voor mensen die zijdelings geïnteresseerd zijn in het genre en/of graag geïntroduceerd willen worden is dit een geweldige opportuniteit. ‘Reggae Box’ is een uitmuntende compilatie voor belachelijk weinig geld. We durven deze box dan ook stellig aanraden als eindejaarscadeautip. Oeps, daar rispt onze commerciële reflex even op waarvoor onze excuses. De box is thematisch opgedeeld.
-cd 1: ‘The Classics’ met o.m. Bob Marley & The Wailers (of wat had u gedacht?), Eric Donaldson, Toots & The Maytals, Desmond Dekker, Max Romeo, Gregory Isaacs, Dennis Brown, Horace Andy, Jimmy Cliff….
-cd 2: ‘The Hidden World Of Bob Marley & The Wailers’ met o.m. Bob himself, Peter Tosh, Lee Perry, Johnny Osbourne, Derrick Morgan….
-cd 3: ‘Reggae Revolution’ met o.m. Toots & The Maytals, nogmaals Bob, The Jamaicans, Gregory Isaacs, Horace Andy, Don Carlos, Lee Perry….
-cd 4: ‘Jungle Beat’ met o.m. Desmond Dekker, Johnny Clarke, Sugar Minott, Clint Eastwood (nee, niet dé), Zap Pow….
-cd 5: ‘The 80s British Reggae & Ska Scene And Influences’ met o.m. Creation Rebel, Culture, Judge Dread, Alternative TV, Jah Wobble & The Invaders Of The Heart, The Beat….
-cd 6: ‘The Roots Of Reggae’ met o.m. Lord Tickler, Laurel Aitken, Baba Motta, Lord Fly….
publieksprijs: 25,50 (6 cd)

En passant: voor wie liever het neusje van de zalm van nog leverbare compilaties wil is er de absolute aanrader ‘War Ina Babylon – an Island Reggae Anthology’ uit 2009.
Minder volumineus maar kwalitatief nog veel aantrekkelijker en ook zeer budgetvriendelijk: 16,80€ voor drie cd’s. De enige beperking is dat er enkel artiesten op staan die voor Island Records hebben opgenomen. Ook ‘War Ina Babylon’ is thematisch opgedeeld en ook chronologisch.
-cd 1: ‘The Harder They Come – Ska To Reggae 1959-1973’ met o.m. Laurel Aitken, Owen Gray, Derrick Morgan, Desmond Dekker, Jimmy Cliff, Ernest Ranglin, The Skatalites, Alton Ellis, Carlos Malcolm & His Afro Jamaican Rhythms (met het ultra hilarische ‘Bonanza Ska’), Lorna Bennett (met het legendarische ‘Breakfast In Bed’), Zap Pow (met het al even legendarische ‘This Is Reggae Music’)….
-cd 2: ‘Party Time, Roots, Dub & Lovers 1973-1979’ ofwel de hoogdagen van de reggae met o.m. The Heptones, Burning Spear, Augustus Pablo, Toots & The Maytals, Junior Murvin, Max Romeo, Lee Perry, LKJ, Black Uhuru en vooral die veel te veel anderen om hier ook nog op te sommen…. Vreemd genoeg geen Bob te bespeuren.
-cd 3: ‘Welcome To Jamrock 1980-2005’ met o.m. Black Uhuru, Aswad, Sheila Hylton (met ‘The Bed’s Too Big Without You’), Dennis Brown , Gregory Isaacs, Chaka Demus & Pliers, Prince Buster…

De moeder aller reggaecompilaties is helaas al “eeuwen” niet meer verkrijgbaar: misschien brengen tweedehands en online daar nog enig soelaas. En dan hebben we het over ‘Tougher Than Tough: The Story of Jamaican Music’, 4 cd’s en 95 tracks muzikaal delirium, ook thematisch / chronologisch opgedeeld.
-cd 1: ‘Forward March 1958-1967’ met o.m. Owen Gray, Jimmy Cliff, The Wailers, The Maytals, The Skatalites, Prince Buster, Desmond Dekker…. -cd 2: ‘Reggae Hit The Town 1968-1974’ met o.m. The Ethiopians, Max Romeo, The Upsetters, Bob & Marcia, U-Roy, Dave & Ansel Collins, Eric Donaldson….
-cd 3: ‘Natty Sing Hit Songs 1975-1981’ met o.m. Burning Spear, The Mighty Diamonds, Max Romeo, Junior Murvin, Culture, Bob Marley & The Wailers, Althea & Donna, Wailing Souls, Willie Williams, Black Uhuru…. -cd 4: ‘Dance Hall Good To We 1982-1993’ met o.m. Gregory Isaacs, Barrington Levy, Shabba Ranks, Chaka Demus & Pliers, Shaggy…. We wensen jullie veel succes op jullie eventuele zoektocht naar dit muzikale delirium.

VINYLRELEASES

- JUPITER OKWESS – Troposphere 13
6-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl. Met op de gastenlijst fijne lui zoals Damon Albarn en Warren Ellis.
publieksprijs: 12,00 (ep)
- QUANTIC presenta FLOWERING INFERNO feat. HOLLIE COOK – Shuffle Them Shoes
2-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl. ‘Shuffle Them Shoes’ is ook terug te vinden op het album ‘1000 Watts’. De B-kant is een dubversie van ‘All I Do Is Think About You’, waarvan het origineel eveneens terug te vinden is op ‘1000 Watts’.
publieksprijs: 10,50 (ep)
- THE UPSETTERS – Scratch and Company chapter 1
publieksprijs: 23,10
- I KONG – Pass It On
publieksprijs: 16,35
- AFRICAN HEAD CHARGE – Return Of The Crocodile
publieksprijs: 17,05
- A-WA – Habib Galbi
publieksprijs: 21,15
- JUSTIN THURGUR – No Confusion
publieksprijs: 22,85
- LoKkhi TeRra meets SHIKOR BANGLADESH ALLSTARS – Banglarasta
publieksprijs: 20,60
- ROBERTO FONSECA – ABUC
publieksprijs: 34,75 (2 lp)
- JOHN RENBOURN – The Attic Tapes
publieksprijs: 13,15
- GAYE SU AKYOL – Hologram Imparatorlugu
publieksprijs: 21,35
- BALKAN BEAT BOX – Shout It Out
publieksprijs: 19,50
- SIBA – De Baile Solto
publieksprijs: 21,35
- NUBIYAN TWIST–Siren Song
publieksprijs: 27,50
- DJ KHALAB & BABA SISSOKO – Khalab & Baba
publieksprijs: 21,00
- KOTTARASHKY and THE RAINDOGS – Cats, Dogs and Ghosts
publieksprijs: 18,20
- OUM – Zarabi
publieksprijs: 24,45
- ‘THE KANKOBELA of the BATONGA (recorded in Zambia & Zimbabwe)’ (compilatie)
publieksprijs: 19,80
- MORENO (& KASSIN & DOMENICO) – Music Typewriter
Heruitgave op vinyl. Moreno is de zoon van Caetano Veloso. Moreno, Kassin en Domenico waren drie schoolvrienden: samen maakten ze drie albums, elk onder de naam van een van de drie.
publieksprijs: 24,45
- DOMENICO (& MORENO & KASSIN) – Sincerely Hot
Heruitgave op vinyl.
publieksprijs: 24,45
- KASSIN (& MORENO & DOMENICO) – Futurismo
Heruitgave op vinyl.
publieksprijs: 24,45
- JOHNNY OSBOURNE – We Need Love
Geremasterde 2-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl.
publieksprijs: 11,10 (ep)
- DON DRUMMOND – Heavenless
Geremasterde 2-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl.
publieksprijs: 11,10 (ep)
- PAPA MICHIGAN & GENERAL SMILEY – Jah A De Creator 5
Geremasterde 2-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl.
publieksprijs: 11,10 (ep)
- JOHNNY OSBOURNE – Time A Run Out
Geremasterde 2-track EP, enkel verkrijgbaar op vinyl.
publieksprijs: 11,10 (ep)

SONGS VAN DE MAAND

- I KONG feat. RAGING FYAH – Pass It On
- OSAMA ABDULRASOL QUINTET – Mezaj
- BALKAN BEAT BOX feat. A-WA – Kum Kum

KOOPJE VAN DE MAAND

RACHID TAHA – Diwan 2
publieksprijs: 3,20

Verwacht

AFRICA EXPRESS presents… The Orchestra of Syrian Musicians & Guests

Live-registratie waarop de rondreizende workshop -in een steeds wisselende bezetting- Africa Express deze keer o.m. volgende zonen en dochters uitzond om scheep te gaan met het gelegenheidsorkest The Orchestra of Syrian Musicians: Bashy, Bassekou Kouyaté, Bu Kolthoum, Damon Albarn, Eslam Jawaad, Faia Younan, Julia Holter, Malikah, Mounir Troudi, Noura Mint Seymali, Paul Weller, Rachid Taha, Seckou Keita…. Meer info over dit project kan je desgewenst nog eens nalezen in het muzieknieuws van juli.

HERUITGAVES:

- IBRAHIM FERRER – Ibrahim Ferrer
publieksprijs: 19,45
- IBRAHIM FERRER – Buenos Hermanos
publieksprijs: 19,45