Muzieknieuws januari 2017

A-WA – Habib Galbi

A-WA – Habib Galbi

Het lijkt wel alsof wij van juni tot vandaag in zomerslaap geweest zijn want hoe zou het anders kunnen dat dit album aan onze aandacht ontsnapt is. Naar verluidt is er dit jaar rond weinig ander debuut zoveel te doen geweest. Nostra culpa, nostra maxima culpa.
Ondertussen zou het Yemenitische driezusterschap A-WA (spreek uit: “Aywah”) uit Israël viraal een sensatie met mondiale afmetingen zijn. Het verhaal gaat eindelijk al terug tot vorig jaar toen plots als uit het niets een video opdook waarin ze ‘Habib Galbi’, een oud Yemenitisch volksliedje, zongen dat ze helemaal omgevormd hadden: met hun fragiele stemmen zongen ze driedelige harmonieën die onderstut waren door elektronische beats. De setting was een dor woestijnlandschap: de drie zussen waren glansrijk uitgedost in fuchsia-roze gewaden en werden begeleid door drie dansers in blauwe trainingspakken en rode snapbacks met franjes in fez-stijl. Enfin, we zien het zo voor ons. Dat filmpje werd op slag hun visitekaartje. In het Hebreeuws (met bijgevoegde Engelse en Arabische vertalingen) zingen ze liederen uit hun Yemenitisch-joodse erfgoed die ze herwerken voor de dansvloeren in de 21ste eeuw en ze aldus catapulteren naar ongekend terrein, in een productie van Tomer Yosef (van Balkan Beat Box), die eveneens van Yemenitisch-joodse afkomst is. In de beats, de grooves en de elketronica horen we tal van invloeden: klezmer, folk, jazz, hiphop, reggae, balkan…. Toch blijft de overheersende sfeer uitgesproken oosters. Tussen alle beats door is er ook nog een plaatsje voorzien voor een overheerlijk en uiterst teder rustpunt, ‘Ya Shaifin Al Malih’ (‘Aan zij die de mooie man zouden zien’), wat ons betreft een van de mooiste fragmenten uit het afgelopen jaar. Deze Yemenitische joden hebben een onderscheiden cultuur en een bijna uitgestorven Arabisch dialect die een brug leggen tussen de Arabische wereld en Israël. De groepsnaam is een callback naar gedeelde culturele identiteit: ‘aywa’ is Arabisch voor ‘ja’. Het album opent nog met een a capella selectie waarin hun wonderlijke signatuurharmonieën 100% centraal staan. Maar de luisteraar krijgt geen kans zich daarin te wentelen want onmiddellijk na het openingsnummer zijn ook de beats aan het feest en hoor je duidelijk de invloeden van producer Tomer Yosef. Maar boven alle geweld torenen de drie perfect op elkaar afgestemde ongepolijste strottenhoofden die van ‘Habib Galbi’ een waar en soms kinderlijk genot maken. Bijna volautomatisch denkt een mens bij beluistering aan Le Mystère Des Voix Bulgares, Laïs, Värttinä en consorten maar A-Wa heeft ontegensprekelijk een geheel eigen palet en cachet en bovendien zingen de drie zussen ongepolijster dan de aangehaalde dames. Een mens moet altijd voorzichtig zijn met dure woorden maar “debutanten van het jaar” (al is er wel felle concurrentie van Imarhan) komt hier toch wel dicht in de buurt. Als toetje krijgen we nog twee remixes van ‘Habib Galbi’ geserveerd en daar werden wij helemaal vrolijk van.
publieksprijs: 19,20

(AFRICA EXPRESS presents…) THE ORCHESTRA of SYRIAN MUSICIANS & Guests

(AFRICA EXPRESS presents…) THE ORCHESTRA of SYRIAN MUSICIANS & Guests

In opdracht van 14-18 Now en van Holland Festival ging de rondreizende workshop Africa Express dit jaar scheep met The Orchestra of Syrian Musicians (30 muzikanten en een 20-koppig koor). Dit orkest o.l.v. dirigent Issam Rafea is een gelegenheidsorkest dat grotendeels bestaat uit leden van Syrian National Orchestra of Arabic Music. In 2008 speelde SNOAM in de opera van Damascus samen met Damon Albarn. Albarn en leden van het orkest gaven een vervolg aan hun samenwerking met de track ‘White Flag’ (hier ook te horen in een nieuwe versie) van Albarn’s band Gorillaz, die zijn livepremière beleefde tijdens een concert van Africa Express in Parijs. In 2010 traden Rafea en het orkest ook op met Gorillaz tijdens hun ‘Escape to Plastic Beach’ wereldtournee, o.m. in de elfde-eeuwse Citadel van Damascus, in Libanon, Europa en Noord-Amerika. Vanwege het voortdurende conflict in Syrië zijn vele orkestleden -onder wie Rafea- gevlucht uit hun vaderland. Tijdens deze nieuwe tournee kwam een groot aantal van de muzikanten voor het eerst weer samen met elkaar en met inspirator Albarn en met andere gastmuzikanten voor concerten die in het teken stonden van de bijzondere muziek en cultuur van Syrië. Met de concerten wilden ze een positief beeld geven van hun land, in tegenstelling tot de actualiteiten die we kennen van het dagelijkse nieuws. Het heeft echter niet veel gescheeld of de tournee kon door allerlei visaperikelen niet doorgaan en pas tijdens de allerlaatste dagen voor de start raakte alles geregeld. De tournee ging op 22 juni van start in Amsterdam en voerde verder langs Glastonbury, Londen, Istanbul en Roskilde. De steeds wisselende bezetting van Africa Express, de zogenaamde Guests, bestond ook nu uit een indrukwekkende samenstelling, of wat dacht je van: Paul Weller, Baaba Maal, Noura Mint Seymali, Bassekou Kouyaté, Seckou Keita, Bu Kolthoum, Eslam Jawaad, Faia Younan, Lotfi Bouchnak, Malikah, Mounir Troudi, Rachid Taha, TALA, Julia Holter en Damon Albarn, de lijm van dit project. Voorwaar zeer veel schoon volk en verder werden ze nog bijgestaan door de Britse rappers Kano en Bashy als gasten van The Orchestra of Syrian Musicians. Voor dirigent Issam Rafea was dit project vooral een uitgelezen moment om de wereld een andere zijde van het Syrische verhaal te tonen. De opnames zijn afkomstig van de concerten in Amsterdam, Londen, Istanbul en Roskilde. Het orkest bestaat deels uit een groot strijkensemble en deels uit karakteristieke Arabische instrumenten zoals ney, qanun en oud en nog een kleine percussiesectie. De ‘guests’ van Africa Express zorgen voor zang, rap, ngoni, piano, gitaar, ardine, keyboards en kora. Voeg daar nog het twintigkoppige koor bij en de show kan beginnen. In ieder geval hebben we zelden een livealbum in handen gekregen waarop zoveel kwaliteit samen op 1 podium staat, het is duizelingwekkend en zo klinkt dit album ook. Als luisteraar word je van bij de aanvang bij de keel gegrepen door indrukwekkende zangpartijen. Daarna komt een eerste “solo”moment met Paul Weller die zijn grote hit ‘Wild Wood’ welwillig een symfonische beurt laat aanmeten. Helaas laat diezelfde Paul, samen met Damon Albarn, een van de twee steken op dit schitterende album vallen, met name een lauwe en wat stroperige cover van ‘Blackbird’ van The Beatles. Diezelfde Damon zorgt voor de tweede steek door ‘White Flag’ van “zijn” Gorillaz met de steun van enkele rappers zowat in de vernieling te spelen. Maar verder horen we niets dan superieure kwaliteit met als hoogtepunten de bijdragen van Mounir Troudi, Julia Holter die samen met het orkest een radicale transformatie en renovatie van haar ‘Feel You’ ten gehore brengt en Rachid Taha die met zijn gutturale zang en samen met het orkest zijn ophitsende kaskraker en pensioennummer ‘Ya Rayah’ a.h.w. stormachtig heruitvindt. Pièce de résistance evenwel is de bijna veertien minuten durende onwezenlijke schoonheid genaamd ‘Al Ajaleh’ met het orkest in de hoofdrol en met adembenemende solo’s van zowel orkestleden als van Bassekou Kouyaté en Seckou Keita. Al die individuele glansprestaties mogen ons echter niet doen vergeten dat dit orkest en koor de echte sterren van dit evenement zijn wat in het slotnummer (een epische lofzang aan hun thuisland) op overdonderende wijze wordt gedemonstreerd. Het is moeilijk te vatten dat aan deze tournee slechts vijf dagen repetitie voorafging. Jammer van de twee gevallen steken van de twee Britse vrienden, anders prijkte hier een perfect rapport. Nu is het bijna perfect en dat staat gelijk aan uitstekend.
Publieksprijs: 18,60

BOB MARLEY – The Legend Live (cd/dvd)

BOB MARLEY – The Legend Live (cd/dvd)

We hebben voor reggae wel een eigen rubriek maar een grand cru, nee, dé grand cru ontsnapt aan alle hokjes. Over onze favoriete BOB hebben we hier al talloze pagina’s volgepend, dus kunnen we het deze keer wat korter houden (ook al zijn we géén less is more adepten). Een grand cru extraordinaire behoeft immers geen krans. Precies twee jaar geleden verscheen het superbe eindejaarsgeschenk ‘Uprising Live!’ (ook cd + dvd) en nu is er een nieuwe kerstboomverleiding. We schrijven 25 november 1979 en op de tour als ondersteuning van het kakelverse album ‘Survival’ zijn Bob Marley and The Wailers aangeland in Santa Barbara (Californië). Deze tour was de voorlaatste die Marley zou ondernemen en de dvd in dit pakket is dan ook een van de laatste beelddocumenten bij een concert van hem. Vreemd genoeg prijken slechts drie van de tien songs uit Survival op deze cd: ‘Ambush In The Night’, ‘Ride Natty Ride’ en ‘Africa Unite’. Op de dvd die bijna dubbel zo lang duurt en o.m. het volledige concert toont krijgen we er zes te horen. Het grootste deel van de playlist bestaat uit een selectie van alle prijsbeesten. Die selectie is zo gigantisch groot bij Marley dat er hier gelukkig weinig overlapping is met ‘Uprising Live!’ (uit Marley’s laatste tour): zes van de achttien songs. De charismatische Marley die ondanks zijn zware ziekte in excellente vorm klonk wordt hier zeer vakkundig ondersteund door negen muzikanten en twee zangeressen (geen idee waar Marcia Griffiths die dag was). Bijzonder aan deze opnames is dat de ‘Survival Tour’ de enige tour was waarop een blazerssectie speelde; in die zin is deze uitgave wel uniek. Toch zijn er enkele tegenindicaties. De dvd verscheen al afzonderlijk in 2003 en is nog steeds verkrijgbaar (ook al kost dit nieuwe duopakket slechts 1,80€ meer): de kans dat vele Marleyfans die al zullen hebben is bijzonder groot. Deze nieuwe uitgave ruikt dus vooral naar merchandising en dat was niet het geval bij ‘Uprising Live!’. Wellicht was de dvd-uitgave in 2003 een wezenlijke bijdrage aan het oeuvre van een van de allergrootsten in de muziekwereld maar dat is het nu niet. Bovendien is het verzadigingspunt van beschikbaar livemateriaal van Marley en de zijnen dichtbij en lonkt de indigestie, ook al moet ‘The Legend Live’ niet onderdoen voor ‘Uprising Live!’ en voor de destijds bij leven en welzijn uitgebrachte ‘Live!’ en ‘Babylon By Bus’. Voor onder de reggaekerstboom zijn er dit jaar drie essentiële albums verschenen: ‘Cultural Ambassador / Dub Them With Reality’ van Tippa Lee, ‘1000 Watts’ van Flowering Inferno en ‘Pass It On’ van I Kong.
publieksprijs: 18,85 (cd + dvd)

THRACE – Sunday Morning Sessions

THRACE – Sunday Morning Sessions

En dan gaan we nu voor een rondje name dropping met veel schoon volk samen op 1 schijfje. Dit gelegenheids(?)kwartet is bijeengebracht rond de Franse klassieke cellist Jean-Guihen Queyras, gekend van zijn werk bij Ensemble Intercontemporain van Pierre Boulez. De Iraanse percussiebroeders Bijan en Keyvan Chemirani kennen we van het roemruchte percussiegezelschap Trio Chemirani (de twee broers samen met vader Djamchid) dat opereert van op een Zuid-Franse berg. Dit trio is een begrip in de klassieke Perzische muziek, meer zelfs, het behoort tot de absolute top ervan. Op dit album bespelen zij de zarb en de daf. Sokratis Sinopoulos (leerling van Ross Daly) is een Griekse lyraspeler die samen met Ross Daly een sleutelrol vertolkte in de hernieuwde interesse voor dit instrument in Griekenland, zowel in de traditionele als in de nieuwe muziek. Hij specialiseert zich in onderzoek naar de wereldwijde traditie van de lyra in al zijn lokale en chronologische facetten (lees ook muzieknieuws januari 2016). Geen van deze vier muzikanten komt uit Thracië maar niettemin is deze regio een inspiratiebron voor hen. In de tweede en de derde eeuw v.C. werd de Thracische beschaving gekenmerkt door zijn avontuurlijke en weetgierige bevolking die open stond voor uitwisseling met andere culturen (het kan dus, Donald!). Aldus kan de groepsnaam gezien worden als een metafoor voor kruisbestuiving. Het gros van wat we hier te horen krijgen is dan ook gebaseerd op bronnen uit Thracië naast invloeden uit o.m. Turkije en Iran. Het materiaal is samengesteld uit traditionals en composities die vooral door anderen (o.m. Ross Daly) werden gepend voor dit project, naast 1 compositie van Sinopoulos en 1 van de broers Chemirani. ‘Sunday Morning Sessions’ is deels groepswerk van het volledige kwartet met daarnaast enkele duetten en twee hedendaagse composities voor solo cello die hier misschien wat een vreemde eend in de bijt lijken maar anderzijds de luisteraar laten genieten van de buitengewone techniek van Queyras. In tegenstelling tot deze laatste zijn de Chemiranis en Sinopoulos ervaringsdeskundigen in interculturele en improviserende dialogen maar tegelijkertijd zijn ze daarin ook zeer flexibel, wat eigenlijk haast per definitie inherent is; bovendien kennen Queyras en de Chemiranis elkaar al van kindsbeen af en wordt hun levenslange vriendschap nu ook vertaald in een muzikale samenwerking. Deze muziek van vier virtuozen vraagt verdraaid veel inspanning van de luisteraar (niet dat ze zo complex is) maar wanneer die daar de moeite voor doet en de tijd voor neemt wordt die ook rijkelijk beloond met onnoemelijk veel ware schoonheid. Hedendaagse exploratie, improvisatie en traditionele mediterrane muziek komen hier zeer organisch samen. ‘Sunday Morning Sessions’ verschijnt in de reeks ‘Latitudes’ bij Harmonia Mundi. Deze reeks is bedoeld voor muzikanten die, ondanks ze binnen de omlijsting van traditionele muziek opereren, nieuw licht willen aanbrengen bij hun kunst. Hun intentie is de muzikale tradities van hun eigen land te verrijken met vinding en creativiteit. Het weze gezegd dat ze deze intenties op briljante wijze waargemaakt hebben. We hebben hier nog een pluim liggen en die gaat naar het zeer gedetailleerde en gedocumenteerde infoboekje.
publieksprijs: 20,40

BOLLYWOOD BRASS BAND featuring JYOTSNA SRIKANTH – Carnatic Connection

BOLLYWOOD BRASS BAND featuring JYOTSNA SRIKANTH – Carnatic Connection

Virtuoos vioolspel, funky en vurige blazers en pittig, insistent en beukend slagwerk gaan hand in hand op deze bijzondere samenwerking. De Londense pioniers van Bollywood Brass Band herwerken al bijna een kwarteeuw Indiase filmmuziek en dat zonder gebruik van strijkers en zang, alhoewel hun vorige cd ‘Chaiyya Chaiyya’ een samenwerking was met de Pakistaanse zanger Rafaqat Ali Khan, met begeleiding door strijkers. Hun instrumentarium bestaat uit sopraansax, altsax, trompet, flugelhorn, trombone, sousafoon, nyckelharpa, drums en percussie allerlei zoals dhol, tabla, mridangam, kanjira en dholak. Ze zijn ook gekend door hun samenwerkingen met Transglobal Underground en Dhol Foundation maar ook met jazz- en klassieke muzikanten en staan geboekstaafd als een van de meest kleurrijke, vreugdevolle en opwindende live bands met ook een behoorlijk aanstekelijk kitschgehalte.
De Indiase componiste en violiste Jyotsna Srikanth is gespecialiseerd in Karnatische muziek, m.a.w. muziek uit Karnataka in het zuiden van India al werd ze vooral bekend met haar Bollywoodsoundtracks en jazzfusie. Srikanth is afkomstig uit Bangalore, de hoofdstad van die staat, maar resideert nu ook in Londen. Kenmerkend voor deze muziek zijn de natuurlijke melodische vorm en de grote esthetiek. Jyotsna is een veelzijdige artieste: naast concerten geeft ze ook vioolles, is ze curator van het London International Arts Festival en speelt ze op Bollywoodsoundtracks: bezige bij dus. De voorbije drie jaar schonk ze de wereld twee zeer bijzondere cd’s waarop ze bewees een briljante violiste van internationale klasse te zijn. ‘Call of Bangalore’ was een uitermate fascinerend en vaak wervelend album en bevatte zes klassieke composities van grote componisten uit de regio. Op ‘Bangalore Dreams’ tapte ze deels uit een ander vaatje. Naast de klassieke Indiase bezetting waren ook rhythm programming, keyboards en piano van de partij. Srikanth wou een aanval op muzikale grenzen ondernemen. Wie nog meer wil weten over die twee albums kan terecht op ons cd-nieuws augustus 2013 en het muzieknieuws oktober 2015.
Op ‘Carnatic Connection’ wordt er vooral gefocust op filmmuziek uit het zuiden van India met o.m. een ophitsende en vernieuwende bewerking van de wereldhit ‘Jai Ho’ uit ‘Slumdog Millionaire’ en verder nog drie composities van A R Rahman en nog meer juweeltjes uit Bollywood en Zuid-India. Daarnaast zijn er nog enkele nieuwe composities die geïnspireerd zijn door de zeer populaire Tamilfilm ‘Chandralekha’ uit 1997. De cd wordt met drie boeiende en aanstekelijke remixes afgesloten. De idee van de combinatie brass band / klassieke Indiase viool doet misschien even de wenkbrauwen fronsen maar in de werkelijkheid werkt deze bijzondere fusie uitstekend. BBB is de motor van het gebeuren maar Srikanth is bovenal en nadrukkelijk de onmisbare brandstof in het geheel. De sublieme en subtiele arrangementen doen dienst als lijm van buitengewone kwaliteit. Deze muzikale en filmische reis doorheen Zuid-India is energiek, fantasierijk, wervelend en bij momenten exuberant. Dit is Bollywood voorzien van een andere dimensie, met name ontheven van alle kitsch en dat laatste is niet bedoeld als een oordeel maar is louter een vaststelling want heerlijke kitsch blijft wel kitsch maar is ook heerlijk. Na Balkan Beat Box vorige maand lijkt BBB ook nu een winnende lettercombinatie.
publieksprijs: 18,10

BICKRAM GHOSH – Maya (Dedication To Ravi Shankar)

BICKRAM GHOSH – Maya (Dedication To Ravi Shankar)

“Ik ben voortdurend geïnspireerd door de suggestiviteit van Raviji’s composities: de subtiele ritmische wisselwerkingen, de presentatie van zowel Oost als West, de breinbrekende melodische uitvindingen en improvisaties. Hij is een echte wereldmuziekster en zijn oeuvre is een eindeloos geschenk”. Zo stelt de Indiase componist en tablaspeler Bickram Ghosh zijn cd ‘Maya’ voor, zijn eerbetoon aan Ravi Shankar, met wie hij vele jaren samenspeelde. Daarnaast speelde hij ook nog samen met vele andere grote Indiase klassieke muzikanten alsook met god en klein pierke, zijnde o.a. George Harrison en Anoushka Shankar. Hij heeft ook een eigen zeer succesvolle groep, Rhythmscape, en schrijft ook veel filmmuziek (21 films). ‘Maya’ is een uitgave in de UTSAV!-reeks van East Meets West Music Inc., het officiële opnamelabel van The Ravi Shankar Foundation. Deze reeks wil de nalatenschap en het leven van Shankar in ere houden. Bickram Ghosh is de zoon van tablameester Pandit Shankar Ghosh en van zangeres Sanjukta Ghosh. Hij leerde de kneepjes van de Karnatische percussie van de mridangammeester (de mridangam is het primaire ritmische instrument in de Karnatische muziek) Pandit S. Sekhar. Pandit Ravi Shakar bracht hem de nuances van de kunst van het begeleiden bij. Ghosh won diverse (prestigieuze) prijzen en is te horen op meer dan 100 albums. Shankar was de grote pleitbezorger voor het belang van percussie in Indiase klassieke muziek.
Aan ‘Maya’ werkten meer dan 40 muzikanten en vocalisten mee, uit India, de VS, Australië, Frankrijk, Engeland, Armenië en Canada. ‘Maya’ draait dus niet rond de tabla van Ghosh maar rond de composities en de groepsdynamiek en uiteraard en bovenal de sitar. Het album is een meditatief eerbetoon aan de sitarmeester en zijn instrument. Hier wordt briljant gemusiceerd maar ons is het wel een beetje zeer kabbelend en te vaak in de buurt van new age. Ook de geeuwfactor is ons bij momenten te groot vanwege een zekere richtingloosheid.
publieksprijs: 16,35

MARK ERNESTUS’ NDAGGA RHYTHM FORCE – Yermande

MARK ERNESTUS’ NDAGGA RHYTHM FORCE – Yermande

Wat voorafging: in 2011 trekt de Berlijnse technoproducer Mark Ernestus naar Gambia en Senegal en belandt in de studio van Youssou N’Dour. Ernestus kenden we toen van zijn remixes van Tony Allen, Konono N°1en Shangaan Electro. In Senegal ontwikkelt hij het project Jeri-Jeri met als kern een griotclan van Sabar drummers uit Kaolack in Senegal. Verder waren ook nog hoofdrollen weggelegd voor enkele van de grootste Senegalese muzikanten zoals Doudou Ndiaye Rose, Mbene Diatta Seck, Ale & Khadim Mboup en the one and only Baaba Maal. Het resultaat was de briljante cd ‘800% Ndagga’. Wie de rest van dit verhaal nog eens wil nalezen kan daarvoor terecht op het cd-nieuws augustus 2013. Ook nu gaat hij weer aan de slag met Sabar drummers met hun daverende en denderende sabar- en mbalax-polyritmes. Ndagga is een synoniem voor mbalax, Wolof voor ‘traditioneel ritme’. De kern van deze stijl wordt gevormd door de ritmische patronen van de talking drum. ‘Yermande’ telt zes lange tracks; de bezetting van Ndagga Rhythm Force valt iets groter uit dan die van Jeri-Jeri maar toch klinkt ze schraler en ook meer gefocust. De negen muzikanten geven soms de indruk een trio of een kwartet te zijn: in sommige passages krijgen de keyboards en de gitaar zeer veel geluidsruimte al zijn het bijna steeds de drummers die de hoofdrol toebedeeld krijgen, in die mate dat je drumdronken zou van worden van deze orgie van meedogenloze en duizelingwekkende waterval- en lawine-effecten. De muziek wordt hier uitgekleed tot in de essentie waarbij de strikte herhaling de ritmische complexiteit ontmoet. Ernestus benadert deze drumgeluiden nu eens met de traagheid en de sloomheid van dub en dan weer met de (soms razende) snelheid van techno en breakbeats en dat resulteert in een opwindende, hypnotiserende, messcherpe en innoverende dialoog tussen Afrikaanse talking drums en Europese elektronica: deze muziek is oud én futuristisch. Net als op ‘800% Ndagga’ bezorgt Mark Ernestus, met veel respect voor de traditie, een geheel nieuwe input aan deze muziek. Een andere troefkaart van dit gezelschap is de heerlijke, buitengewone, soms dromerige en wat mysterieuze stem van Mbene Diatta Seck (zij was ook al present bij Jeri-Jeri): een ware lust voor beide oren.
publieksprijs: 17,65

GAYE SU AKYOL – Hologram Imparatorlugu

GAYE SU AKYOL – Hologram Imparatorlugu

Glitterbeat blijft maar ontdekkingen op de wereld loslaten: de lijst wordt schier eindeloos. De volgende in de rij is de Turkse zangeres en multi-instrumentalist Gaye Su Akyol die deel uitmaakt van de voorhoede van de nieuwe, vaak subversieve underground muziekscene uit Istanbul. Tot haar invloeden rekent ze o.m. het Turkse muziekmonument Selda Bagcan of ook kortweg Selda (een zeer belangrijke stem in het Turkse muzikale protest), Nick Cave, Nirvana, Joy Division, surfbands en psychedelica. Met Björk heeft ze een aversie voor conventie gemeen en een gave voor kostumeren en drama. ‘Hologram Imparatorlugu’ (‘Het Holografische Rijk’)is haar tweede album en daarop raffineert ze haar mix van voortstuwende, soms hoekige en complexe ritmes en sensuele melodieën uit het Midden-Oosten, wuivende en wervelende strijkers, filmische sferen en surfgitaren. In haar blend hoor je inderdaad de invloeden die ze zelf aangeeft als belangrijk voor haar muzikale ontwikkeling. Haar teksten zijn beurtelings urgent, wellustig, romantisch, melancholisch, dan weer politiek voorzien van weerhaken en prikkeldraad en steeds gedurfd en diep persoonlijk (de teksten zijn vertaald naar het Engels bijgevoegd). Veel van haar teksten zijn dan wellicht ook doornen in de ogen van fundamentalisten en autoritaristen. De albumtitel is ook een verwijzing naar het rijk en de figuur van Erdogan en de daaraan verbonden calamiteiten. Voor haar debuut ‘Develerle Yasiyorum’ (2013) ging ze een partnership aan met de groep Bubituzak. Die samenwerking moet goed bevallen zijn want sindsdien fungeert Bubituzak ook live als begeleidingsgroep en zijn ze ook op dit nieuwe album te horen. Haar lichte, verleidelijke en elegante stem is een troefkaart alsook haar vermogen tot het creëren van bijzondere sferen maar om de andere kwaliteiten van haar grote voorbeelden te halen zal ze nog veel pide moeten eten. Vooral compositorisch is er nog behoorlijk wat werk aan de winkel en zal het wat eendimensionale karakter er uit moeten gehaald worden: enkel het slotnummer ‘Berdus’ heeft ons helemaal te pakken. Het is dus niet al Glitterbeat wat blinkt. Toch heeft Gaye Su Akyol voldoende troeven in handen om krediet te krijgen.
publieksprijs: 18,75

TANIA SALEH – A Few Images

TANIA SALEH – A Few Images

Deze cd is al twee jaar uit maar komt pas nu onder onze aandacht. Maar we vinden deze uitgave toch interessant genoeg om die ook onder jullie aandacht te brengen. Tania Saleh is een Libanese singer-songwriter en visueel artieste. Ze is een van de zeldzame vrouwelijke singer-songwriters in de Arabische wereld maar ze is wel zeer gerespecteerd in de regio. Haar teksten (in het tekstboekje vertaald naar het Engels en het Portugees-jawel-) weerspiegelen de dagelijkse werkelijkheid van de Libanese en de Arabische sociale en politieke beroering. Sinds haar artistieke debuut in 1990 experimenteerde ze met verschillende muzikale genres wat resulteerde in een mix van Libanese tarab, mawwal en dabke met folk, alternatieve rock, bossa nova, klassiek en jazz, want muzikaal gelooft ze in een planeet zonder grenzen. Haar visuele stijl, die zich onderscheidt van de mainstream Arabische stijl, hielp mee haar artistieke imago creëren. Naast haar eigen liederen schreef ze ook muziek voor films, video’s, radio en tv. Ze werkte samen met muzikanten van zeer uiteenlopend allooi: de bekendste namen zijn o.m. Ibrahim Maalouf, Nile Rodgers, Natasha Atlas, Terry Evans. ‘A Few Images’ is haar vierde album en het eerste dat de weg vindt buiten de Arabische wereld. Dit album beschrijft het persoonlijke verhaal van een vrouw die zich een weg baant doorheen deze krankzinnige wereld. Het is ook een muzikale zoektocht naar liefde te midden haat, bloed en eindeloze verdeeldheid. Het doet vragen rijzen over de betekenis van het leven, de genderongelijkheid en de broosheid van ons bestaan op deze planeet. Wanneer je het hoesje openklapt lees je het volgende statement van sociaal criticus Henry Louis Mencken: “Love is like war, easy to begin but very hard to stop”. Tania Saleh voegt daar aan toe: “Arab men might be at war but Arab women are at peace. A woman in this part of the world is hard working, full of hope and positive energy. Rain or shine, she has always been there for her brother, father, husband and son spreading her endless love and showing them where the beauty is, if only they would listen… This album is dedicated to her.” En dan nu over naar het departement muziek. Over haar stijl en haar aanpak hadden we het al in de aanvang van deze bespreking. De helft van de liederen schreef ze volledig zelf, de andere zijn samenwerkingen met andere componisten. Arabische melodie, zanglijn en instrumentatie vormen de basis van haar muziek maar opvallend is dat hier veel Braziliaanse inspiratie komt kijken. Vandaar dus de Portugese vertalingen in het tekstboekje want het is haar grote ambitie voet aan de grond te krijgen in dat land waarop ze zo verliefd is en bij voldoende respons wil ze een album opnemen dat volledig in het Portugees zal gezongen zijn. Ook de muzikantenbezetting is gemixt: deels uit Beirut, deels uit Oslo. Wat ons betreft pakt de mayonaise niet in deze mix: er is geen sprake van een organisch en coherent geheel. Meestal komt deze onderneming geforceerd over en dat is bijzonder jammer voor de vele sterke songs en de bijzondere stem die we te horen krijgen. De beste fragmenten zijn de Arabische waar ze niet aan het mixen slaat en hierbij geven wij een aparte vermelding voor ‘Reda’. Dit album kwam tot stand d.m.v. crowdfunding bij haar loyale fanbasis en ook met steun van het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken en werd uitgebracht op het Noorse label Kirkelig Kulturverksted dat eerder dit jaar ook al werk van Mahsa Vahdat en van Gaza Youth Choir op de markt bracht.
publieksprijs: 18,75

BLACK STRING – Mask Dance

BLACK STRING – Mask Dance

Als ons geheugen ons niet in de steek laat, moet dit een primeur zijn: Koreaanse muziek in het Oxfam-muzieknieuws, en anders moet het wel zeer lang geleden zijn. De hoofdfiguur in dit verhaal is Yoon Jeong Heo en zij bespeelt het hoofdinstrument op ‘Black Dance’, met name de geomungo, de Koreaanse zessnarige citer. Het is diep geworteld in de traditie maar toch wil ze die traditie voorwaarts overbrengen door te werken met muzikanten uit de jazz en de geïmproviseerde muziek. Sinds de zevende eeuw kent Korea een traditie van instrumenten gemaakt uit natuurlijke materialen zoals bamboe en van snaren uit zijde. Een centraal instrument in die traditie is dus die geomungo. Die heeft een rol vergelijkbaar met die van de piano in het westen. Aarom Lee bespeelt traditionele Koreaanse bamboefluiten zoals de daegeum en de danso en ook nog de yanggeum (een dulcimer). Min Wang Hwang bespeelt de janggu, een trommel in de vorm van een zandloper, en nog andere percussie en is ook de zanger in het gezelschap. Tot daar de traditie want dan komt ook nog Jean Oh op de proppen met zijn elektrische gitaar en zijn elektronica: Oh werd in New York opgeleid als jazzgitarist en hier voegt hij een heel verschillende klankwereld toe aan de kern van Black String. Om Koreaanse muziek te omschrijven gebruikt Heo drie adjectieven: krachtig, mooi, waardevol. Black String gaat fundamenteel over samenwerking en haalt haar motivatie uit het verlangen om Koreaanse muziek met dat brede klankpalet aan onbekende instrumenten toegankelijk te maken bij een breder internationaal publiek. Daarbij deinst de groep niet terug de luchtig maar ook ongemakkelijk verwarrende kant van die muziek zoals krijsen en wanhopig jodelen in de etalage te plaatsen. Black String musiceert in sterk aandrijvende, bevreemdende, grommende, gillende, soms losgeslagen maar vooral ook opwindende texturen maar brengt evengoed contemplatieve soundscapes en beweegt voortdurend tussen traditie en avant-garde waarbij die traditie een rauwe verpakking aangemeten krijgt en een uniek klankuniversum gecreëerd wordt. Hun muziek is doordrongen van energie maar ook van ingehouden melancholie. Laat je overtuigen en verleiden en treed binnen in de wondere wereld van Black String.
publieksprijs: 21,20

MEI HAN and RED CHAMBER – Classical & Contemporary Chinese Music

MEI HAN and RED CHAMBER – Classical & Contemporary Chinese Music

Nog zo’n muzikale blinde vlek is China, ondanks het overvloedige menselijke potentieel. Begin jaren 70 was er eens een langeafstandsbus die een urenlange rit maakte over een ruwe, vuile weg. Binnen op een houten bank zat de toen nog piepjonge Mei Han, alleen op weg en met een mand eieren op haar schoot waarmee ze haar muziekleraar betaalde. Vanaf haar elfde ondernam ze om de zoveel weken deze verplaatsing om de Chinese zheng (een 21-snarige citer) te leren bespelen bij de legendarische leermeester Gao Zicheng (1918-2010). Zij was een van de laatsten die dit instrument op de traditionele manier bestudeerde. Op haar negentiende stond zij in China reeds aan de top. Daarna studeerde ze etnomusicologie in China en later trok ze naar Noord-Amerika (eerst Canada, nu de VS) waar ze haar doctoraat behaalde en een van de prominentste zhengvertolkers ter wereld werd, met een gigantische expertise in haar bagage, en waar ze nu ook doceert. Haar muzikale scala is zeer uitgebreid: ze is actief in wereldmuziek, “nieuwe” muziek, elektro-akoestische muziek, vrije improvisatie en interactieve voorstellingen. Ze creëerde nieuwe repertoires met cross-culturele composities voor zheng en westerse instrumenten. Ze trad op over de hele wereld met symfonieorkesten, strijkkwartetten, kamerensembles en met haar Chinese tokkelsnaarkwartet Red Chamber (zheng, liuqin, pipa, zhongruan, daruan, sanxian). Deze cd is haar eerste internationale release en werd gedistilleerd uit haar cd’s ‘Gathering’, ‘Redgrass’, ‘Outside the Wall’ en ‘Distant Wind’. Mei Han beperkt zich niet tot het Chinese repertorium: zo horen we hier o.m. een volksdans uit Bulgarije, een folkdeuntje uit Borneo en Japanse kotomuziek en brengt ze ook een eigen compositie die ze in een balkanesk en klezmerpak steekt. Haar muziek reikt veel verder dan de albumtitel laat vermoeden: ze ligt in het verlengde van een lange traditie die ze ook voortzet maar is ook eigentijds en innovatief en Han en haar kwartet zoeken het ook verder dan de Chinese landsgrenzen. Oude Chinese composities en partituren krijgen een hedendaags infuus met nieuwe dimensies van muzikale expressie. Red Chamber bestaat uit vier uitzonderlijke muzikanten met ook een zeer groot improvisatietalent. Het ensemblespel is strak en dynamisch en composities die traditioneel solo vertolkt werden krijgen hier opwindende ensemblearrangementen aangemeten die met elegantie en pure passie vertolkt worden. Er heerst in onze kontreien een zekere perceptie van “moeilijk en ontoegankelijk” rond Chinese muziek maar het werk van Mei Han and Red Chamber spreekt dit op imponerende wijze volkomen tegen. We nodigen dan ook iedereen uit om dit werk twee luisterende oren te bieden.
publieksprijs: 16,10

DAWDA JOBARTEH – Transitional Times

DAWDA JOBARTEH – Transitional Times

Dawda Jobarteh werd geboren in een illustere en zeer gerespecteerde griotfamilie met een zeer lange traditie. Twee ooms en een grootvader waren als koraspeler tot ver buiten de Gambiaanse landsgrenzen bekend maar vooral zijn vader, Amadou Bansang Jobarteh, was een monument en instituut en in de vorige eeuw een van de belangrijkste ambassadeurs van de Afrikaanse muziek in het westen. Vijf jaar geleden debuteerde Dawda met de prachtige cd ‘Northern Light Gambian Night’. Dawda begon destijds als percussionist en pas toen hij naar Denemarken vertrok ging hij zich toeleggen op de kora. Aanvankelijk drumde hij in Kopenhagen nog bij jazz- en rockbands. Maar de klank van de kora raakte een ….snaar bij hem en haalde diepe herinneringen en gevoelens naar boven. Als selfmade man leerde hij deze 21-snarige harp bespelen aan de hand van de klassiekers die hij zich nog herinnerde maar ook door hedendaagse muziek te componeren. Vandaag wordt hij erkend als een van de belangrijkste koraspelers van zijn generatie. Hij werkte al samen met schoon volk als Youssef Latif, Muktar Samba, Toumani Diabaté, Bassekou Kouyaté. Het vele wereldwijd toeren en reizen bracht hem een zeer breed wereldbeeld bij en dat reflecteert zich zowel in zijn muziek als in zijn teksten. Verwacht hier geen prettige teksten: die zijn net zoals zijn onderwerpen overwegend zwaarwichtig. Hij heeft het over bloeddiamanten, over hoe (willekeurig) immigratiebeleid families scheidt, polygamie en meer van dat fraais. Ook de muzikanten van zijn band komen uit alle windhoeken: Denemarken, Kameroen, Ghana, Cuba en Gambia. Samen omarmen ze een brede waaier aan stijlen en emoties. Het album focust op het meesterlijke, sublieme en subtiele koraspel van Jobarteh die daarnaast ook nog percussie speelt en ook nog over een mooie en warme zangstem beschikt die qua timbre zowat in de buurt van Geoffrey Orryema en Ayub Ogada te situeren is. Er is ook een belangrijke rol weggelegd voor de gitaar van Preben Carlsen: gitaar- en koraspel worden vaak subtiel verweven. Verder wordt hij nog begeleid op gitaar, saxofoon, bas, drums en percussie. Alle muzikanten zijn ook medecomponist op de meeste nummers. Er staat ook nog een zeer opvallende cover op deze cd: ‘Transition’ van John Coltrane krijgt hier een meesterlijke bewerking. Halverwege worden we even opgeschrokken door het meest opvallende en avontuurlijke fragment, ‘Jamming In The Fifth Dimension’. En dit fragment maakt zijn titel waar: we horen meer dan vijf minuten intergalactische harde electrofunk (op elektrische kora en percussie) waarin de kora even zijn verheven status vergeet en gecatapulteerd wordt in een vurige en extatische omgeving. Maar in het volgende liedje worden we terug met de voetjes op aarde geplaatst door een lieflijk Afro-Europees wiegeliedje in een duet met de Deense zangeres Jullie Hjetland Jensen. Voor elk wat wils dus. Met vaak betoverende en adembenemende muziek bevestigt korameester Dawda Jobarteh op gesofistikeerde al het goede wat zijn debuut vijf jaar geleden deed vermoeden. Wie zo’n verrukking kan afleveren dient met aandrang en met onmiddellijke ingang gekoesterd te worden.
publieksprijs: 18,10



MEANWHILE IN BELGIUM...

KARIM BAGGILI – Apollo You Sixteen

KARIM BAGGILI – Apollo You Sixteen

Karim Baggili is een Belgische componist, selfmade gitarist / oudspeler en ook zanger van Jordaans-Joegoslavische afkomst. Zijn handelsmerk is mooie, uiterst verzorgde, intimistische, soms weemoedige en lyrische muziek die baadt in flamenco, klassiek, Zuid-Amerikaanse ritmes en Arabische sonoriteit. Op zijn vorige cd ‘Kali City’ lag de nadruk dan weer zowat volledig op Arabische muziek met heerlijke melodieën die balanceerden op de grens tussen Andalusische en Arabische muziek. Op vijf van de dertien nummers werd hij begeleid door het geweldige Le Trio Joubran uit Palestina. Na drie cd’s bij het kleine maar zeer fijne Luikse label homerecords.be zocht hij voor zijn vijfde werkstuk ‘Apollo You Sixteen’ nieuw onderdak. Baggili wordt verder begeleid op drums, percussie, bas en Arabische viool, door muzikanten uit zijn eerste groep van zo’n 20 jaar geleden. Zelf neemt hij gitaren, oud, bas en zang voor zijn begeleiding en zijn er nog gastbegeleidingen op piano, keyboard, elektronica, kawala en darbuka. En last but not least verschijnt de klassieke zangeres Karoline de la Serna die ook al schitterde op Baggili’s twee vorige cd’s. Op ‘Apollo You Sixteen’ ligt de nadruk nu weer op de gitaren en de oud met veel aandacht voor technische complexiteit maar met diepe en intense melodieën als leidraad in een zeer modern, avontuurlijk en vaak hoekig klinkende mix van grooves, electro, klassiek, flamenco en Arabische sonoriteit met een zeer filmische inslag en ook ruimte voor meditatieve sensitiviteit. Het album klinkt zeer sterk als één geheel en moet zich uitstekend lenen als soundtrack voor documentaires die zich langs uitgestrekte of desolate landschappen afspelen. De Ry Cooder ten tijde van ‘Paris, Texas’ is soms heel nabij en beschouw dit dus als een compliment. ‘Apollo You Sixteen’ is een briljant en vooral uiterst origineel werkstuk en meteen op de valreep van het oude jaar ook goed voor de 22ste titel voor onze ultieme playlist van 2016 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
Wat wij altijd al wilden weten maar nooit durfden vragen: schuilt er iets achter die merkwaardige en wat absurdistan klinkende albumtitel? Het net maakte ons alvast niets wijzer (ja, de Apollo 16 kennen wij ook wel….). Wie helpt ons? Gele briefkaart naar het vertrouwde adres.
publieksprijs: 19,55

MUSTAFA AVSAR – Het leven van een vlinder ~ Kelebegin ömrü

MUSTAFA AVSAR – Het leven van een vlinder ~ Kelebegin ömrü

Mustafa Avsar kwam op jonge leeftijd met zijn familie vanuit Turkije naar Gent. Hij zingt en bespeelt de baglama, een snaarinstrument uit de luit- en sazfamilie met twee dubbelkorige snaren en een tripelkorige snaar dat vooral gebruikt wordt in de oostelijke mediterrane regio, het Nabije Oosten en Centraal Azië waar het zijn oorsprong kent. Hij speelt dit instrument zowel solo als in duo en als begeleider. Vijf jaar geleden debuteerde hij met de cd ‘Deze Stad / Bu Sehir’; die plaat was een idee van Willem Vermandere die ook meespeelde, net als Walter De Buck. Met Luk De Bruycker maakte hij de muziektheatervoorstelling ‘Nen Turken Kaba’ en in het kader van de actie ’50 jaar migratie’ was hij ook te horen op de cd ’’K Zou zo gere wille leven’ met liederen in vijf talen. Hij is ook de drijvende kracht achter het Muzikantenhuis in Gent. Met zijn nieuwe project wil Mustafa de diversiteit in onze samenleving via muziek in de kijker zetten. Hij wil ook de symbiose tussen Nederlands- en Turkstalige liederen en tussen klankkleuren en stijlen uit diverse culturen vergroten. Zijn inspiratie haalt hij dan ook uit Nederlandstalige en Turkse volksmuziek. Hij zingt Turkse liederen in een Vlaamse bewerking en Nederlandstalige folk met Turkse invloeden. Ook nu weer betrekt Mustafa veel schoon muzikaal volk bij zijn project: zo horen we o.m. Eva De Roovere, Roland Van Campenhout, Serkan Cagri, Wouter Vandenabeele en François Taillefer (die hier vorige maand nog aan bod kwam met de sublieme cd van Osama Abdulrasol Quintet). Mustafa Avsar draagt dit album op aan alle onschuldige slachtoffers, waaronder veel kinderen, die leden onder aanslagen, geweld en terreur. Want ons bestaan is even kwetsbaar als het leven van een vlinder, stelt hij. Net als ‘Deze Stad’ is ook ‘Het leven van een vlinder’ een hartverwarmende cd waarop melancholie de hoofdtoon voert. Afsluiter ‘Rozenboom ~ Gül agaci’ behoort tot het allermooiste wat we dit jaar uit eigen land mochten aanhoren. Mustafa Avsar is een waarachtige artiest die de term ‘levenslied’ een andere dimensie schenkt.
publieksprijs: 19,55

VOXTRA – The Encouter Of Vocal Heritage

VOXTRA – The Encouter Of Vocal Heritage

In de Brusselse Matongéwijk is Muziekpublique gevestigd. Deze organisatie heeft er een muziekacademie en concerthuis (Théâtre Molière), baat een muzieklabel uit en heeft vooral een groot hart voor traditionele muziek. Met concerten, workshops en eigen creaties timmeren ze al jaren aan de weg om wereldmuziek in België te promoten, waarbij ze focussen op uitwisseling tussen muzikanten uit de diverse culturen die in ons land leven, met vernieuwing en verrijking als doel. Zo was er vorig jaar nog Refugees For Refugees die met ‘Amerli’ een rijk en innovatief album maakten dat als symbool staat voor de interculturele ontmoetingen in een diverse samenleving. Dat project heeft ook het doel een weergave te maken van de artistieke activiteiten van tal van andere vluchtelingen in België. Om die reden gaat een deel van de opbrengst naar de verenigingen Globe Aroma en Synergie 14. En dan is er nu een nieuw project, Voxtra, met de niet mis te verstane titel ‘The Encounter Of The Vocal Heritage’. Dit project staat voor een ontmoeting tussen zangtradities uit vijf landen. Het is geen fusie want iedere traditie blijft herkenbaar.
Talike Gelle komt uit Madagascar en we kennen haar van de groep Tiharea. Ze zingt de Bekotraditie, een stijl die vergelijkbaar is met die van de West-Afrikaanse griots. Verder zingt ze ook nog in de Gagnaoke- en Drimotsetraditie.
De Finse Anu Junnonen kreeg in de familiekring de muzikale zangtraditie uit Karelië mee. In België bouwde ze een carrière uit als jazzzangeres maar haar interesse in de Finse traditionele zang bleef sluimerend aanwezig. Zo vertolkt ze liederen van de Runolaula, Kantelelar en van de Sami.
Zowel de tenore polyfonie uit Sardinië als de isopolyfonie uit Albanië werden door de Unesco opgenomen in de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. De vijf Sardische vocalisten van Tenore de Monte Arvu emigreerden destijds naar Genk. Hun repertoire omvat Cantu a Tenore, herderspolyfonie met gutturale stemtechnieken, en ook liederen uit het “zang met gitaar”-repertoire.
Gramoz Gjini, zijn broer Ylber en zijn zoon Brihans stammen uit een Albanese muzikale familie. Gramoz was ooit een solist bij het roemruchte Ensemble Tirana (cd-nieuws mei 2014). Nu opereert het Gjini Ensemble vanuit België: het vertolkt diverse stijlen uit de Albanese polyfonie.
De Belgische zanger en multi-instrumentalist Raphael De Cock maakt deel uit van zowel Tenore de Monte Arvu als van Gjini Ensemble maar houdt zich ook onledig met de Belgische zangtraditie, zowel uit het noorden als uit het zuiden van het land. Zijn bekendste bijdrage op deze cd is ‘Sneeuwwit Vogelke’.
Hiermee zijn de spelers en hun tradities voorgesteld. In Voxtra worden de raakvlakken tussen de verschillende tradities opgezocht en ondersteunt de ene traditie dialogerend en vaak zeer inventief de andere als in een mozaïek, waardoor zowel de gelijkenissen als de eigen karakteristieken uit de verf komen. Traditie en experiment gaan in Voxtra organisch hand in hand. Qua sferen horen we een combinatie van emotie, humor en vrolijkheid. In het tekstboekje wordt ieder lied van de nodige tekst en uitleg en dat is toch wel een pluspunt.
Ook al ligt de nadruk bij Voxtra helemaal op het vocale, toch worden ook enkele niet-alledaagse instrumenten uit de kast gehaald: kantele (Fins snaarinstrument verwant aan dulcimer en zither), mondharp en glockenspiel. Voxtra is een toonbeeld van diversiteit en brengt met ‘The Encounter Of Vocal Heritage’ zondermeer een vocale orgie. Muziekpublique toont weer eens dat het een grote meerwaarde betekent in het Belgische muzikale landschap, en dat is ook een van de streefdoelen.
publieksprijs: 20,45


MOUSSU T E LEI JOVENTS – Navega!

MOUSSU T E LEI JOVENTS – Navega!

Moussu T E Lei Jovents is een vijftal uit Marseille en La Ciotat dat actief is sinds 2004 en ‘Navega!’ is hun negende album. Twee leden spelen ook bij Massilia Sound System. Hun inspiratie halen deze muzikanten grotendeels uit de smeltkroes van het Marseille in de jaren 20 en 30. Ze bezingen de mens, zijn tradities, zijn verzet en gevechten en zijn pleziertjes: ze doen dat steeds met een groot engagement en met het hart op een goede plaats. Hun muzikale invloeden zijn veelzijdig: blues, Braziliaanse muziek, creoolse ritmes, stedelijke provençaalse poëzie, operette en chanson en ze zingen in het Occitaans. Naast banjo, gitaren, bas, contrabas, percussie en drums bespelen ze ook minder gebruikelijke instrumenten als de sousafoon en de muzikale zaag. Voor we het over de muziek op ‘Navega’ hebben eerst nog even het bijzonder fraaie en originele cd-boekje (48 pp.) vermelden dat een geïllustreerd tekstboekje is met tekeningen en schilderijen van gitarist Blu, met vertalingen naar het Frans en het Engels. De opvallendste vaststelling is echter dat MTELJ muzikaal een andere koers gaat varen en de “veilige” paden van Marseille uit de jaren 30 verlaat ook al blijft Marseille en de wijde omgeving duidelijk aanwezig in de teksten. De eerste toon die we horen is een blueslick op gitaar en meteen is voor een groot deel de toon gezet. ‘Navega!’ is geen regelrechte bluesplaat maar de blues zorgt wel voor de fundamenten maar dat betekent nog niet dat het verleden helemaal met het badwater is weggegooid. Zo zijn ‘Lizeron’ en ‘Aquò Mi Fa Mau’ heerlijke ballades die van iedere andere MTELJ-cd weggeplukt zouden kunnen zijn, wat ook geldt voor ‘Louise B.’, een wiegende hommage aan Louise Brooks. ‘Au Mitan De La Mar’ is dan weer zomaar pure desertblues en dé verrassing op dit schijfje. In de meeste songs horen we een niet aflatende beat en een toon in de stem waardoor het niet nodig is om Occitaans te spreken om te begrijpen uit welke hoek de wind waait. Deze al dan niet eenmalige muzikale koerswijziging is alvast een aangename en geslaagde verrassing: we zijn wel benieuwd welke richting(en) ze in de nabije toekomst nog zullen uitgaan.
publieksprijs: 18,00

KAIA KATER – Nine Pin

KAIA KATER – Nine Pin

En dan zijn we nu aanbeland bij de vreemde eend van de maand: openminded is onze core business. Kata Kaier is een jonge Canadese zangeres met een rijke, evocatieve en lage tenor, banjospeelster en pianiste van Afrikaans-Caraïbische afkomst. Ze behoort tot de nieuwe generatie folk- en rootsmuzikanten in Canada en de VS. Haar liedjes worden al eens omschreven als de missing link tussen Pete Seeger en Kendrick Lamar. Naast persoonlijke verhalen kijkt ze in haar liedjes met een onwrikbare blik naar de dagelijkse realiteit waarmee gekleurde mensen in Noord-Amerika geconfronteerd worden en legt ze een focus op armoede, racisme en de vele schietpartijen op scholen. Zo toont ze zich in twee liedjes als onvervalste en compromisloze pleitbezorgster voor de Black Lives Matter beweging. Zo zal het wellicht een bewuste keuze zijn dat die twee songs (‘Paradise Fell’ en ‘Rising Down’) net na elkaar op de cd staan. Bij beluistering ervan hangt ‘Strange Fruit’ in de lucht. Naast muziek maken en zingen is Kaia Kater ook nog druk bezig met de studie van Appalachia(berg)muziek (ze is kersvers gegradueerd) en dat is waar we heen wilden. Naast elf eigen liedjes brengt Kater op ‘Nine Pin’ nog vier adaptaties van traditionals uit deze muziekcultuur. De eerste opnames van deze muziek zijn nu bijna een eeuw oud maar de oorsprong ervan gaat al drie eeuwen terug. Appalachiamuziek is een historisch gegroeide mengvorm van Europese en Afrikaanse stijlen en invloeden zoals Engele ballads, Ierse en Schotse traditionele muziek (vooral vioolmuziek), hymnes en Afro-Amerikaanse blues. Deze muzikanten hadden een zeer grote invloed in de ontwikkeling van old-time Music, country en bluegrass en speelden ook een sleutelrol bij de folkrevival in de sixties. De belangrijkste instrumenten in deze muziekvorm zijn de banjo, de Amerikaanse viool, de dulcimer en de gitaar. Artiesten als Bob Dylan, Jerry Garcia en Bruce Springsteen speelden Appalachialiederen, al dan niet herschreven. Maar nu beginnen we stilaan helemaal naast onze winkel te lopen, dus terug naar ‘Nine Pin’ van Kaia Kater. Ze nam haar album op in 1 dag maar toch klinkt het zeer gepolijst (in de positieve zin van het woord), intens en samenhangend. Ondanks haar zeer jeugdige leeftijd schrijft en speelt ze al songs met de bekwaamheid van een folkveteraan, zowel qua muziek als tekst. Dat ze banjo speelt is wellicht geen toeval. Het instrument is aan een terugkeer bezig en samen met andere zwarte muzikale generatiegenoten zoals Leyla McCalla, Rhiannon Giddens en Otis Taylor herinnert ze er aan dat de banjo deel uitmaakt van de Afrikaanse muzikale wortels van Amerika. Deze generatie beschouwt het instrument dan ook als onderdeel van hun erfgoed. Zowel het instrument als de naam zijn afgeleid van de banjar, een Afrikaans snaarinstrument. ‘Nine Pin’ werd vooral solo volgespeeld en wanneer er begeleiding was dan wel eerder spaarzaam en gedempt in de minimalistische arrangementen van producer Chris Bartos. Zang en banjospel zijn meestal ingetogen van aard (al zijn er ook wel momenten met een vrolijke noot) en klinken als een heldere weldaad voor de oren en balsem voor iedereen met een onrustig gemoed. Haar creatieve visie staat op de kruispunten van traditionele en hedendaagse folk en rootsmuziek en ze slaat een brug van het verleden naar het heden met muziek die geaard is in de traditie en met een open vizier naar hedendaagse stijlen. Waar Kaia Kater voor staat is een zeer krachtig statement: de opeising en de viering van de rol van de zwarte medemens van Afrikaans-Canadese, Afrikaans-Caraïbische en Afrikaans-Amerikaanse afkomst, gegoten in een muziekvorm die maar al te vaak toegeëigend werd en nog wordt door blanken. ‘Nine Pin’ is een delicieuze en tijdloze dot van een plaat en een uiterst weldoende kennismaking met een indrukwekkende artieste met een duidelijke missie, een helder inzicht en een klare visie.
publieksprijs: 17,10

TANYA TAGAQ – Retribution

TANYA TAGAQ – Retribution

Na de vreemde eend is het nu de beurt aan het ’specialleke’ van de maand en ook dat komt uit Canada. Keelzangeres Tanya Tagaq behoort tot de Inuitgemeenschap en dat gegeven is een constante in haar oeuvre. ‘Retribution’ is haar vierde album maar voor ons is dit een kennismaking, ook wij leren iedere dag bij. Naar verluidt hebben haar volledig geïmproviseerde concerten de intensiteit van een natuurkracht en benaderen ze de sfeer van een sjamanistisch ritueel. Met haar vorige album ‘Animism’ behaalde ze in Canada de prestigieuze Polaris muziekprijs. Ze werkte samen met o.m. Kronos Quartet, Björk en Mike Patton. Op het vlak van keelzang is Tagaq een autodidacte. Haar muziek overschrijdt wel de traditionele Inuitmuziek: ze zoekt de grenzen op en die liggen best ver. Het fundament van haar muziek blijft wel die eeuwenoude zangtechniek. Voor Tagaq is die zang sterk verbonden met haar culturele identiteit. Toen ze naar de andere kant van Canada verhuisde voor haar studie beeldende kunst werd ze overmand door heimwee. Op een dag ontving ze van haar moeder een cassette waarop twee Inuitvrouwen zongen (Inuitkeelklankmuziek wordt doorgaans in duoformule gezongen) waarna Tagaq besloot om zelf aan de slag te gaan en zich deze complex en intense techniek, waarbij het hele lichaam betrokken wordt, in haar eentje eigen te maken (dit deed ze vaak in de douche). Deze zangtechniek is een vrouwenzaak die vooral beoefend werd terwijl de mannen uit jagen waren. Deze techniek heet katajjaq en wordt afwisselend in een laag en een hoog register gezongen en deze Inuitzang is een van de weinige muzikale tradities wereldwijd waarin deze boventoonzang nog voorkomt. Dat ze deze techniek solo aanwendt is uiterst bijzonder. Ook bijzonder is dat ze deze techniek combineert met de meest uiteenlopende genres gaande van jazz en elektronica over heavy metal, punk en hardcore tot klassiek wat uitmondt in onwaarschijnlijke crossover. In The Guardian werd ze ooit omschreven als ‘the polar punk’ die Björk doet verbleken en laat klinken als een mak en zedig koormeisje. De voorbije jaren reeg ze diverse prijzen aan elkaar, zowel voor haar albums als voor haar soundtracks voor films over de Inuitcultuur. Haar muzikale activiteiten hebben ook een sterk politieke tint met een scherpe rand. Tagaq zag met eigen en lede ogen de effecten van hoe de Canadese overheid systematisch verwoede pogingen ondernam om de Inuitcultuur te ontmantelen. Haar moeder werd nog geboren in een iglo en groeide er ook in op. In de jaren 50 werd haar familie gedwongen verhuisd door de overheid. Nog later verhuisde de familie opnieuw, nog verder verwijderd van hun roots, en werd kleine Tanya naar een residentiële school gestuurd, een systeem dat gecreëerd werd om inheemse kinderen gedwongen te assimileren aan de Canadese cultuur. Deze scholen hebben een zeer schadelijk effect gehad op de inheemse cultuur, erfgoed en taal. Nog niet zo lang geleden heeft de eerste minister van Canada rijkelijk laat daarvoor excuses aangeboden. Vandaag is Tagaq vastbesloten om haar groeiende populariteit aan te wenden om de issues van haar gemeenschap aan te kaarten waarbij de titel van dit nieuwe album dan ook niet toevallig gekozen is. Een van de songs op haar vorige album heette ‘Fracking’ en daar hoeven we wellicht geen tekening bij te schetsen. De Canadese overheid wil seismische testen uitvoeren en daarbij vormen de Inuit een probleem omdat ze hun rechten opeisen en blokkades uitvoeren omdat ze hun land niet willen laten verwoesten. Tagaq is samen met andere inheemse activisten ook betrokken bij de acties tegen de beteugeling van de zeehondenjacht. Ze wil ook de beangstigende armoede bij vele Inuit onder de aandacht brengen en stelt dat er reservaten zijn die alles weg hebben van een derdewereldland. Volgens haar konden gemeenschappen in afgelegen gebieden voorheen in hun eigen onderhoud voorzien dankzij de zeehondenjacht. Voor “ons” alhier lijkt dit wel een discutabel hangijzer. Feit is wel dat hun enige duurzame natuurlijke hulpbron de Inuit ontnomen werd en dat de zelfmoordcijfers kort daarna piekten. Een ander issue dat ze onder de aandacht wil brengen is het decennialang geweld tegen First Nations vrouwen. Tegelijkertijd benadrukt ze ook de succesverhalen en de kracht van die vrouwen.

In de eerste plaats is dit een muziekrubriek, dus terug naar de muziek en over naar ‘Retribution’. Dit album kan samengevat worden in tien trefwoorden: angstaanjagend, apocalyptisch, rauw, ongemakkelijk, inventief, totaal onvoorspelbaar, orgiastisch, rusteloos, furieus maar steeds buitengewoon. Tagaq hoort thuis in de afdeling beeldenstormende vocalisten genre Diamanda Galás en Yoko Ono. Ze zingt meestal woordenloos en is bij manier van spreken haast gedwongen om haar engagementen buiten haar muziek uit te spreken, vandaar onze wat langere passage over haar activisme. Vocaal spookt ze, gromt ze gutturaal, hijgt ze, brabbelt ze, sputtert en kreunt ze. Het titelnummer krijgt een spoken word-behandeling met een expliciete tekst: “Our mothers grow angry / Retribution will be swift / We squander her soil and suck out her sweet, black blood to burn it.” De opnames gebeurden opnieuw met het kernduo Jesse Zubot (viool) en Jean Martin (percussie): hun vrije-vorm-aanpak is sterk meebepalend voor de klank en het concept en doet alle lijnen tussen diverse stijlen vervagen. Folk, klassiek, klezmer, postrock en concrete muziek worden aan flarden gescheurd dat je zowaar van flardenmuziek kan gewagen. Naast een aantal gastmuzikanten wordt Tagaq op enkele fragmenten vocaal bijgestaan door The Element Choir, de Tuvaanse keelzanger Radik Tulush, Inuitzanger Ruben Komangapik en de Canadese rapper Shad. De sfeer is hoofdzakelijk bizar en desoriënterend en de ritmiek doorgaans robuust en gespierd. Het merkwaardigste fragment wordt voor het slot behouden: een cover van ‘Rape Me’ van Nirvana dat ze omvormt tot een autobiografisch verhaal waarin ze terugkeert naar haar jeugdjaren en de veelvuldige seksuele aanrandingen die ze moest ondergaan. De nadruk waarmee ze de zin ‘I’m Not The Only One’ zingt laat vele vragen in het verhaal onbeantwoord. Die verkrachting is ook metaforisch: het album kondigde vergelding aan maar het gevoel aan het einde is er een van verdriet om een stervende planeet, om lijdende vrouwen, om haar onderdrukte volk en om haar persoonlijke pijnen. Voelt ze zich verslagen of provoceert ze net?

‘Retribution’ van Tanya Tagaq is een zeer beklijvende en indringende ervaring om dit muzikale jaar mee af te sluiten. Het minste wat we kunnen zeggen is dat dit werkstuk diep onder de huid blijft zitten.
publieksprijs: 16,95


VINYLRELEASES

- MARK ERNESTUS’ NDAGGA RHYTHM FORCE – Yermande
publieksprijs: 21,30


In memoriam ESMA (REDZEPOVA)

In memoriam ESMA (REDZEPOVA)

De Macedonische zangeres, liedjesschrijfster, actrice en humanist van Romani etniciteit Esma Redzepova is op 11 december op 73-jarige leeftijd overleden in Skopje. Vanwege haar overvloedige repertoire en haar bijdrage aan en promotie van de Romacultuur wordt ze vaak Queen of the Gypsies genoemd. Ze startte haar muzikale loopbaan reeds als tiener en haar muzikale succes wordt ook wel gelinkt aan haar huwelijk met Stevo Teodosievski, componist, arrangeur en dirigent van Ansambl Teodosievski. Hij schreef vele liederen voor Esma en was ook haar manager tot aan zijn dood in 1997. Muzikaal was ze vooral geïnspireerd door traditionele Roma- en Macedonische stijlen al was ze ook nooit vies van een vleugje pop. Ze startte haar carrière in een periode waarin in Joegoslavië (voor de jonkies onder jullie: dat was een land dat eind vorige eeuw uiteenviel in verschillende staten waaronder Macedonië er een van was) denigrerend werd gekeken naar Romacultuur en waarin de Roma’s zelf het schandelijk vonden dat vrouwen in het openbaar zongen. Redzepova was een van de eerste vocalisten ooit die in de Romataal zong op radio en tv. Naast haar krachtige en emotionele stem staat ze ook gekend om haar extravagante kledij en turbans alsook om haar gebruik van stereotiepen over Romavrouwen, zoals sensualiteit en geluk(zaligheid). Haar laatste muzikale wapenfeit dateert van 2013 toen ze Macedonië vertegenwoordigde op het Eurosongfestival met het lied ‘Imprija’. Ze kon zich toen niet plaatsen voor de finale van de liedjeswedstrijd. Ook naast de muziek was Esma een bezige bij: samen met haar man zaliger adopteerde ze 47 kinderen, ze ontving ook talrijke onderscheidingen voor haar humanitaire werk (Roma- en vrouwenrechten), was ambassadrice voor UNO en UNICEF, werd twee keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede en was lokaal politiek actief in Skopje.
Luistertip: ‘Mon histoire’ (muzieknieuws november 2016 - Goud van Oud)


GOUD VAN OUD

AMÁLIA RODRIGUES – Tudo esto é Fado

AMÁLIA RODRIGUES – Tudo esto é Fado

Bouwjaar: 1995 (compilatie)
We zijn er ons pijnlijk van bewust, deze coryfee had al veel langer een plaats verdiend in deze eregalerij, waarvoor onze welgemeende excuses. Amália da Piedade Rebordão Rodrigues (1920-1999) wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste en invloedrijkste fadozangeres ooit. Zangtechnisch was ze uitzonderlijk en de huidige generatie beseft heel goed dat het haast onmogelijk is haar niveau te evenaren. De intensiteit en de melancholie in haar stem zijn bijwijlen angstaanjagend, en hierbij gaan onze gedachten uit naar hoe het imaginaire trio Amália Rodrigues, Edith Piaf en Billie Holiday zou geklonken hebben…. In de jaren 50 brak ze internationaal door; naast haar stemgeluid maakte ze ook grote indruk met haar voordracht en haar presence. Amália werd geboren in Lissabon en ook alle andere fadoclichés komen aan bod in haar jeugd: het arme volksmeisje dat fruit en bloemen verkoopt op straat en voor enkele stuivers (of escudos) zingt in de havenkroegen en opgroeit in bittere armoede maar dat ook ontdekt wordt en uitgroeit tot een wereldster. Ze begon te zingen op straat en in 1939 had ze haar eerste “echte” optreden. Ze vestigde naam als ‘de koningin van de fado’ en was van uitzonderlijk belang voor fado tot ver buiten de Portugese landsgrenzen. Al snel werd ze een van de belangrijkste Portugese exportproducten. Ze werd een begrip in Spanje, Brazilië, de VS en Latijns-Amerika. Tal van haar liederen werden evergreens zoals ‘Uma Casa Portuguesa’ en ‘Canção do Mar’ dat we ook kennen in de sublieme versie van Dulce Pontes. In de jaren 60 en 70 beleefde ze haar artistieke hoogtepunten en ging ze samenwerken met de belangrijkste dichters en componisten in Portugal. Ook zette ze poëzie van de belangrijkste Portugese dichters uit het verleden op muziek. Na de Anjerrevolutie (1974, voor de jonkies onder jullie) kreeg ze veel kritiek te verduren vanwege haar vermeende banden met het Salazarregime. Toen ze stierf in 1999 had ze 30 miljoen albums verkocht en ook vandaag nog is zijn de best verkopende Portugese artieste ooit. Bij haar dood werden drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Ze overleed thuis en dat huis in de Rua de São Bento doet nu dienst als museum en is “verplichte” kost wanneer je ooit eens naar Lissabon gaat. Het einde van de rondleiding is een héérlijk moment.
Voor deze rubriek hadden wij graag haar cd ‘Com Que Voz’ (uit 1970) in de etalage gezet; die werd vijf jaar geleden heruitgebracht maar is ondertussen al weer niet meer verkrijgbaar. Het oeuvre van Rodrigues is onmetelijk groot maar wat nu nog verkrijgbaar is zijn vooral verzamelaars, de ene al beter dan de anderen. Deze ‘Tudo esto é Fado’ kunnen we jullie ten zeerste aanraden.
publieksprijs: 16,45
Voor wie liever de vinger op de knip houdt is er de zeer budgetvriendelijke en uitstekende cd ‘The Abbey Road Recordings’ (6,35€). En nog een luistertip: ‘Fado Celeste’ (6,70€) van haar drie jaar jongere zus Celeste die muzikaal nog steeds actief is.

SONGS VAN DE MAAND

METÁ METÁ – Corpo Vão
METÁ METÁ – Oba Koso
A-WA – Ya Shaifin Al Malih
KARIM BAGGILI - Al