Muzieknieuws februari 2017

MUSIC FUND

Music Fund is een humanitair project dat muzikanten en muziekscholen in ontwikkelingslanden en conflictgebieden steunt. In heel Europa zamelt Music Fund muziekinstrumenten in die na herstelling een tweede leven krijgen in Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Amerika. Ter plaatse worden instrumentenherstellers opgeleid en zowel brede didactische vaardigheden als muzikale ervaringen uitgewisseld. Meer info vind je op www.musicfund.eu . Oxfam wereldwinkel Brugge draagt ook zijn steentje bij door van 1 t/m 4 maart gratis koffie aan te bieden in de winkel in de Geldmuntstraat aan zijn klanten. Die kunnen hiervoor een vrijwillige bijdrage geven voor Music Fund. Maar er is meer: op zaterdag 4 maart is er ook B MAJOR!, een muziekfestival met het hart op een zeer goede plaats en zo ontpopt Concertgebouw Brugge zich die dag ook als een muzikale bazaar voor oude instrumenten. Alle Brugse muzikale partners werken samen met Brugge Plus mee aan deze grote instrumenten- en fondseninzamelactie: Cultuurcentrum Brugge, Cactus Muziekcentrum, Kaap, Mafestival, Anima Eterna Brugge, Concertgebouw Brugge, Symfonieorkest Vlaanderen, Het Kamerorkest Brugge, Het Entrepot. Niet enkel Oxfam wereldwinkel Brugge zet de schouders onder Music Fund, ook Metronoom, Keymusic Brugge, Rombaux en Adolphe Sax & Cie zijn van de partij. Van stadswege zijn dat Dienst Lokale Economie Brugge, Noord-Zuiddienst, Stedelijk Conservatorium Brugge.

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

GET UP, STAND UP!  MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE














Songlines Magazine wijdt zijn nieuwste uitgave aan een aanklacht tegen een zekere D. J. Trump. Maar vooral is die uitgave gewijd aan de kracht en het vermogen van muziek om mensen te verenigen liever dan ze te verdelen. Net zoals Songlines coveren wij ook muziek die niet enkel staat voor puur entertainment, of dansen, lachen en tranen. Muziek kan ook een krachtig wapen zijn bij politiek en sociaal activisme, heer donald. Zeker is dat zo bij onderdrukkende regimes die muziek verbannen of censureren: o.m. aan Malinese en Syrische muzikanten hoef je daar geen tekening bij te leveren. Vele muzikanten hebben de afgelopen decennia hun nek uitgestoken en gezongen over sociaal onrecht en burgerrechten. Bij de huidige generatie denken we dan o.a. aan Aziza Brahim (Bezette Westelijke Sahara), Smockey (Burkina Faso), Tanya Tagaq (Inuitgemeenschap uit Canada), Dakhabrakha (Oekraïne).
Lui als we soms zijn hebben we gewoon een lijst van Songlines overgenomen met iconische verzetsstemmen met hun meest relevante album. Sorry voor onze luiheid, Songlines, maar jullie maakten het ons wel heel erg gemakkelijk. Here we go, copy paste!
- FREDDIE AGUILAR – Greatest Hits (Filippijnen)
- BILLY BRAGG – Talking With The Taxman About Poetry (Groot-Brittannië)
- WOODY GUTHRIE – This Land Is Your Land: The Asch Recordings, Vol1 (USA)
- FELA KUTI and AFRIKA 70 – Zombie (Nigeria)
- BOB MARLEY and The WAILERS – Natty Dread (Jamaica)
- HUGH MASEKELA – Masekela (Zuid-Afrika)
- PUBLIC ENEMY – It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back (USA)
- SHOW of HANDS – Witness (Groot-Brittannië)
- MERCEDES SOSA – 30 Años (Argentinië)
- ‘The ROUGH GUIDE to ARABIC REVOLUTION’ (compilatie)



 A Tribute To Tau Moe

DEBASHISH BHATTACHARYA – Hawaii To Calcutta: A Tribute To Tau Moe

Debashish Bhattacharya -die we verder in deze bespreking DB zullen noemen, kwestie van te besparen op onze letters- is een meester op wat we maar gemakshalve als de Indiase slide guitar zullen omschrijven zodat we onze tongen niet breken op woorden als chaturangui, anandi en gandharvi, drie gitaren die hij zelf uitvond en bedacht met de naam “Trinity of Guitars”. Deze gitaren vertegenwoordigen ook drie generaties instrumenten alsook een duizendjarige muziektraditie. Het was zijn doel om met deze ontwerpen de complexiteiten binnen de Indiase klassieke muziek te matchen: aldus was hij verantwoordelijk voor een belangrijke transformatie van de Indiase muziek. DB staat synoniem voor levenslange intensieve studie, uitvoering en innovatie. Er lopen weinig gitaristen rond die er aanspraak kunnen op maken een dermate individuele stijl te hebben gecreëerd als DB, deels gebaseerd op zijn unieke three fingerpicking-techniek. Zijn gitaarspel zit diep verankerd in de Indiase muzikale tradities maar is tegelijkertijd ook grondig innovatief. Zijn muzikale voorbeelden zijn sarangispeler Ustad Bade Ghulum Ali Khan, sitarspeler Ustad Vilayat Khan en gitarist Pandit Brij Bhushan Kabra die hij als zijn muzikale goeroe beschouwt.

Met ‘Hawaii To Calcutta’ brengt DB eerbetoon aan Tau Moe, een waarachtige folklegende en een van de eersten die de Hawaïaanse slide guitar introduceerde in India. Tau Moe (1908 – 2004) werd geboren in Samoa en groeide op in Hawaï. Later bereisde hij met zijn vrouw en kinderen gedurende 61 jaar de wereld en op deze ongelooflijke odyssee deed hij overal muzikale vuren ontbranden. In Calcutta stak hij de muzikale toorts aan die DB tot op de dag vandaag nog steeds hooghoudt. De familie Moe leefde verscheidene jaren in India: ze traden er op, gaven les en werkten samen met lokale muzikanten. Tau’s honingzoete en uitheemse gitaarspel was onuitwisbaar populair bij het Indiase publiek en de muzikanten. Die muzikanten werden aangetrokken door de waarachtige muzikaliteit en het ‘exotisme’ van de groep. Die perceptie van ‘exotisme’ was gestoeld op hun interesse in koloniaal Polynesië en de destijds haast obsessieve belangstelling voor Tiki cultuur. Geleerde pandits (een categorie hindoeïstische Brahmanen) en hun weetgierige leerlingen zagen de slide guitar als een nieuw vehikel voor de raga: ze vonden het instrument zeer geschikt voor de kronkelende microtonaliteiten van de Indiase muziek.
Tijdens hun verblijf in Calcutta speelden de Moes voor de high society: Mahatma Gandhi en Rabindranath Tagore maakten deel uit van hun publiek. Hun bekendste student was de multi-getalenteerde Garney Nyss: topcricketer, hockeykampioen, baanbrekend fotograaf en uitstekend muzikant. Nyss richtte The Aloha Boys op en nam in de jaren 40 zo’n 30 platen op voor HMV. Nyss en Rajat Nandi, de gitaarleraar uit DB’s kindertijd, waren zeer goede vrienden en muzikale sparringpartners. Deze rechtstreekse creatieve slagader verklaart mee waarom DB’s eigen sound zo diep verbonden is met het buitengewone Moe-geslacht.
DB begon met spelen op een zessnarige akoestische Hawaïaanse steel guitar toen hij drie was. Hij werd geboren in Gwalior in een familie van klassieke zangers en zijn vroege muzikale bewustzijn werd gevormd door de tremolo, de toonhoogtenuances en de intens genuanceerde sier van prachtig vertolkte raga. Zijn tocht naar professioneel musiceren was astraal, wonderbaarlijk in zijn projectie en veel te episch om binnen deze nauwe context te verblijven. Toen hij vier was speelde DB op de nationale radio en op zijn zesde ging hij studeren bij Rajat Nandi. Toen hij 21 was ging hij tien jaar intensief in de leer bij zijn goeroe, Pandit Brij Bhushan Kabra. Welke revolutionaire wending hij nadien aan de westerse gitaar meegaf om zo zijn unieke geluidsuniversum te creëren schreven we aan het begin van deze bespreking.
In 2004 trok DB voor de tweede keer naar Hawaï en hij trad er op in Laie, waar Tau Moe de laatste snikken van zijn leven aan het slijten was. Hij was toen bijna zes jaar weg uit India. Voor DB is zijn laatste ontmoeting toen met Tau een van de hoogtepunten van zijn leven.

De vibratie van Tau Moe resoneert diep doorheen dit eerbetoon aan Hawaï en haar muzikale reus waarbij het dartele muzikale genie van DB zich op speelse wijze een weg baant doorheen eigen werk en een populair Hawaïaans repertoire en daarbij een Indiase flair aanhoudt. Wellicht hebben we deze Indiase grootmeester zelden zo luchtig horen musiceren maar ook in deze toonaard zorgt hij voor bakken exquise, sublieme, virtuoze en vreugdevolle muziek die bovendien nog een verkwikkende invloed op de gemoedsrust heeft, alsof je vanop het strand de golven gadeslaat. Debashish Bhattacharya nam dit album op in Hawaï tijdens zijn vele bezoeken aldaar, in het gezelschap van dierbare vrienden en muzikale spitsbroeders. Laat je onderdompelen in dit excellente muzikale eerbetoon aan Hawaï en haar muzikale reus, Tau Moe.
publieksprijs: 13,15

TERRAKOTA – Oxalá

TERRAKOTA – Oxalá

‘Oxalá’ is het zesde album van Portugals multiculturele ambassadeurs Terrakota die in 2010 onze eerste ultieme playlist sierden met ‘World Massala’, worldfusion van zeer hoog niveau. Het eerste dat ons opvalt bij het inkijken van het infoboekje is dat de fantastische zangeres Romi uit Angola helaas vertrokken is; en dat is niet de enige personeelswissel. Terrakota is het levende bewijs dat Portugal meer is dan enkel fado. De muzikale invloeden komen letterlijk vanuit alle hoeken aangewaaid: mestizo, samba, reggae, Senegalese percussie, Afrikaanse ritmes, funk, soukous, gwana, salsa, dub, rap, chimurenga, flamenco, afrobeat, desert blues en calypso om nog maar te zwijgen over Indiase en Arabische invloeden en elementen uit de vroegere Portugese kolonies. Dit alles gaat samen in een grote, heerlijke pan-Afrikaanse en transatlantische melting pot. Ook het instrumentarium (gitaren, drums en percussie allerlei in vele maten en gewichten, ngoni, krin, bolon, kissange, sitar, oud, keyboards, dwarsfluit, kora, bas, sax, trombone, trompet, agogô, kalebas, reko reko, berimbau, kalimba, gongoma tot klankeffecten, handgeklap en zelfs zang toe!) en de talen waarin gezongen wordt (Portugees, Creools, Wolof, Spaans, Engels, Arabisch) zijn al even divers. Doorheen hun werk laat Terrakota zich ook kennen als een groep met een boodschap: die van een gebalanceerde planeet waar plaats is voor gelijkheid, optimisme, positivisme, harmonie met elkaar en met de natuur en geen plaats voor grenzen. De term ‘oxalá’ is van oorsprong religieus en is het Portugese equivalent voor ‘als god het wil’. In Brazilië is het ook gekend als ‘obatala’ en is het de oudste orisha (bovennatuurlijk wezen) in de candombléreligie. Voor Terrakota staat ‘oxalá’ dan weer voor een politiek statement waarmee ze uitdrukking wil geven aan de hoger vermelde waarden. Alsof het nog niet breeddenkend genoeg is werden ook nog enkele gasten uit allerlei windstreken uitgenodigd voor ‘Oxalá’: zanger Vitorino (Portugal), zanger Mahesh Vinayakram (India), zangeres Selma Uamusse (Mozambique), zangeres Anástacia Carvalho (Angola), rapper Florian Doucet (Frankrijk), producer Beat Laden (Portugal), de blazerssectie van Kumpania Algazarra (Portugal) en rapper Luaty Ikonoklasta (Angola). Maar dan is het nu tijd om de muziek op ‘Oxalá’ aan te snijden. Ook nu blijft Afrika de hoofdbron en het startpunt voor de zoektocht naar de alchemie om hun handelsmerkklank te bereiken, waarbij traditie en moderniteit samengaan en alle grenzen, afstanden en barrières uitgewist worden. Terrakota klinkt gerijpter dan ooit maar wat we hier wel missen is de coherente aanpak van de diverse stijlen die ‘World Massala’ tot een wervelend fusiealbum omtoverden. Hier is van ware fusie nog weinig sprake: er wordt gehopt van de ene stijl naar de andere met als resultaat eerder een zeer kleurrijke potpourri, maar dan wel een van hoge kwaliteit. Feest, positivisme en levensvreugde voeren de boventoon. Terrakota concerteert en speelt ten dans op zaterdag 4 maart in Berchem, in ccBe.
publieksprijs: 12,85

LE TOUT-PUISSANT ORCHESTRE POLY-RYTHMO – Madjafalao

LE TOUT-PUISSANT ORCHESTRE POLY-RYTHMO – Madjafalao

Dit legendarische orkest, ook wel eens Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou genoemd, maakt ginds al 50 jaar (zij het niet ononderbroken en al lang niet meer in de originele bezetting: toch musiceren er nog steeds drie originals) furore met zijn swingende vaudoufunk maar was tot 2009 het best bewaarde muzikale geheim van Benin. Toen bracht het Duitse label Analog Africa een verzamelaar uit en toerde het orkest voor het eerst in Europa. Twee jaar later verscheen ‘Cotonou Club’, hun eerste studioalbum in twintig jaar en nog eens twee jaar later verscheen een nieuwe compilatie met songs die niet eerder buiten Afrika werden uitgebracht. Ooit waren ze het Beninese antwoord op de afrobeat van Fela Kuti. Hun muziek is een opzwepende mix van traditionele highlife, afrobeat, soul, funk, rumba, soukous, latin, inheemse stijlen en vaudoutradities. Ze genereren daarbij een wervelende muzikale explosie met hypnotische en psychedelische Farfisa-orgelklanken, zandkorrelige gitaarriffs, baslijnen met overvloedige distortie en vintage blazers. De zeer solide basis van dit orkest wordt gevormd door de ritmetandem Gustave Bentho (bas) en Léopold Yehouessi (drums): samen zijn zij een van de meest funky en hechte ritmesecties van Afrika. De geesten van James Brown en The Meters zijn nooit ver uit de buurt en blijven stilzitten bij deze funky Afrikaanse muziek heeft veel weg van zelfkwelling. Na de dood van bandleider Mélomé Clément vijf jaar geleden was het orkest toe aan herbronning maar onder impuls van drie kernleden werd de draad weer opgenomen met deze tien meestal sterke en aanstekelijke nieuwe tracks als resultaat. De opnames gebeurden volledig analoog en laten zich kenmerken door een zeer warm geluid en vintage grooves. In tegenstelling tot op hun vorige album klinken de meeste nummers iets relaxter en wat minder intens en werd het tempo wat teruggedraaid. Maar dat kan de pret niet deren want al bij al is ‘Madjafalao’ een geslaagd album. Wie het orkest nog niet kent kan misschien toch beter eerst ‘Cotonou Club’ en de twee compilaties beluisteren als kennismaking.
publieksprijs: 17,15

OTROS AIRES – Perfect Tango

OTROS AIRES – Perfect Tango

‘Perfect Tango’ is het vijfde studioalbum (naast het livealbum ‘Vivo En’) van Otros Aires, een van de boegbeelden van de electrotango. De groep linkt op een unieke manier het Buenos Aires uit het begin van de vorige eeuw met het Buenos Aires uit het begin van deze eeuw en met Europese klanken. Otros Aires exploreert de fundamenten van de orchestrale tango en milonga: deze worden zowel vereerd als ondergraven. Met dit handelsmerk lijkt het alsof ze eerst het huis afbreken om het daarna weer op te bouwen. Op ‘Perfect Tango’ staan acht nieuwe composities van zanger, gitarist en muzikaal-elektronisch brein Miguel Di Genova, een die hij samen schreef met de Britse muzikale duizendpoot Fin Dow-Smith en de Afghaans / Ierse singer-songwriter Meghan Kabir die ook meezingt op ‘Solo Esta Noche’, een heerlijk duet tussen twee karakterstemmen; tot slot pakt Otros Aires na Grace Jones ook nog ‘Libertango’ van Astor Piazzola aan. Waar de aanpak van la Jones subtiel agressief en direct was kiest Otros Aires voor een zeer relaxte en ingehouden benadering met heerlijke bromvocalen. De meeste composities zijn overtuigend genoeg om de aandacht vast te houden maar verwacht vooral niets nieuws onder de zon. Otros Aires volgt honkvast het beproefde recept en net daar schuilt ook gevaar op sleet op de formule waar ze wellicht niet meer zo ver van verwijderd zijn. Ziehier het recept: sterke grooves worden verrijkt met discrete en elegante elektronische effecten, een solide pianofundament, karakteristieke bandoneónlijnen en basale melodieën; met dit recept wil Otros Aires de electrotangofan naar de dansvloer lokken. ‘Perfect Tango’ is een fijn en soms te aangenaam schijfje: in het slotnummer wordt er zelfs pijnlijk afgegleden naar meligheid en het is helaas niet deze soort verandering van spijs die zal doen eten. Is de albumtitel een vette knipoog of zelfoverschatting? Tot slot: de achterkant van het hoesje wordt gesierd door een citaat uit het werk van schrijfster, dichteres en burgerrechtenactiviste Maya Angelou die naam maakte met haar debuut ‘I know why the caged bird sings’: “Everything in the universe has a rhythm, everything dances”.
publieksprijs: 18,70

YOUNG IRANIAN FEMALE VOICES – Songs in the Mist

YOUNG IRANIAN FEMALE VOICES – Songs in the Mist

Elf jonge getalenteerde Iraanse vrouwen (acht zangeressen en drie muzikanten) vertolken op ‘Songs in the Mist’ traditionele Perzische klassieke poëzie en volksliederen van minderheden in Iran. Ze legden een lange weg af om deze cd op te nemen in Oslo. Enkelen onder hen zijn leerlingen van de grote Mahsa Vahdat die ook meewerkte aan het tot stand brengen van dit project. In hun thuisland is het sinds 1979 voor vrouwen verboden ‘en plein publique’ te zingen. Zoals vele andere zangeressen weigeren ze om te stoppen met zingen en ligt hun podium nu buiten Iran. Het Noorse muzieklabel KKV maakt er werk van om vele van deze Iraanse zangeressen de kans te geven om cd’s op te nemen en hun culturele erfgoed te blijven uitdragen: dit is een langetermijnproject i.s.m. en met steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. De intentie is om vrouwen een stem en zichtbaarheid op muziekpodia te geven. De begeleiding gebeurt op Perzische instrumenten zoals kamancheh, qanun, tar en baglama. Ze worden nog begeleid door twee Noorse muzikanten: Rune Arnesen op drums en percussie en Gjermund Silset op contrabas. De begeleiding is sober, functioneel en nergens opdringerig. Het gewicht wordt gedragen door de onwaarschijnlijk grootse stemmen in een doorgaans kale, verstillende, soms verkillende en desolate setting. Ook zonder te begrijpen waarover deze vrouwen zingen spatten de diverse emoties (verlangen, verlies, heimwee, nostalgie, verdriet maar ook hoop) van dit schijfje en grijpen ze ook vaak naar de keel en raken ze in het hart. ‘Songs in the Mist’ is een monument van schoonheid en hoop maar ook een duidelijke daad van protest en een schrijnende schreeuw om aandacht voor de positie van de vrouw in Iran (en op nog veel te vele andere plaatsen).
publieksprijs: 18,75

AIDAN COFFEY with FRANKIE GAVIN, ALEC FINN & COLM MURPHY – The Corner House Set

AIDAN COFFEY with FRANKIE GAVIN, ALEC FINN & COLM MURPHY – The Corner House Set

‘The Corner House Set’ is een ode aan traditionele Ierse muziek. Deze vier virtuozen op accordeon, viool, bouzouki en bodhrán vergasten jullie en ons op een energiek, opwindend en krachtig album geïnspireerd op en genoemd naar een van de gezelligste en meest levendige muziekbars in Cork City. De idee achter deze opnames gaat al terug tot 2002. Na een concert in de buurt van Rotterdam suggereerde Frankie Gavin op een handgeschreven aantekening een cd op te nemen met de hulp van Aidan Coffey met als mogelijke werktitel: ‘Coffey Anyone?’. Vele jaren later, paasmaandag 2015, tijdens een sessie met Gavin, Geraldine O’Callaghan en Mick Daly bevond die aantekening zich nog steeds in Coffey’s accordeonkoffer. Dan werden uiteindelijk, tussen pot en pint, de opnameplannen gesmeed en zo gezegd zo gedaan. Er werd geopteerd voor een verscheidenheid aan tempos, melodieën en dansen (o.a. polkas, jigs, reels) waarvan vele geassocieerd zijn met de Kerry-Cork Sliabh Luachra traditie, aangevuld met fragmenten afkomstig uit andere Ierse graafschappen. Deze vier muzikanten hebben een gemeenschappelijk verleden bij de legendarische Ierse traditionele muziekgroep Dé Dannan (met de stemmen van o.m. Dolores Keane en Mary Black). Voor wie (Ierse) folk graag puur en traditioneel heeft is deze cd het delirium en het walhalla en bovendien is de uitvoering op wereldniveau. De radicale voorstanders van vernieuwing en experiment zullen dit wellicht bestempelen als geitenwollensokkenmuziek en hier misschien al bij voorbaat van wegblijven. Ook wij zweren bij experiment en vernieuwing maar zijn ook niet blind voor het belang en het in stand houden van muzikale tradities en vinden ‘The Corner House Set’ omwille van alle voorhanden zijnde kwaliteiten een bijzonder waardevolle uitgave (ook al zullen we er niet vaak naar luisteren, elk zijn meug). Deze vier uiteenlopende instrumenten matchen bijzonder al is het duidelijk dat deze cd vooral focust op het accordeonwerk; zo komt een groot deel van het materiaal uit het accordeonrepertoire. Ten slotte geven we nog mee dat de volledige opbrengst naar goede doelen gaat al vinden we daarover helaas geen concrete info: jammer.
publieksprijs: 13,15

ROUGH GUIDES

‘DELTA BLUES (Reborn and Remastered)’ (compilatie)

‘DELTA BLUES (Reborn and Remastered)’ (compilatie)

Het zal jullie wellicht al opgevallen zijn -zeker in deze rubriek- dat de blues weliger dan ooit tiert in Mali. Er is ontegensprekelijk een spirituele en erfelijke connectie tussen de traditionele muziek van Mali en omstreken en de muziek van de delta blues(wo)men, waarvan de afstamming kan getraceerd worden tot de muziek die door de slaven overgebracht werd op de Middenpassage. Ook de blues(wo)men uit Mali hebben deze twee takken herenigd. Het zette destijds Martin Scorsese aan tot volgende uitspraak: “Ali Farka Touré behelst het DNA van de blues”. Touré zelf poneerde ooit de gedurfde stelling dat het geliefde Amerikaanse genre niets dan Afrikaans is. Zoals in vele kwesties zijn er ook in deze believers en non believers. Een zeer aanbevelenswaardig boek over dit onderwerp is ‘Africa and the Blues: Connections and Reconnections’ (met bijhorende cd) van de hand van Gerhard Kubik, professor culturele antropologie aan de universiteit van Wenen.

Delta blues wordt gezien als de meest invloedrijke bluesvorm en stond aan de wieg van rock and roll. Deze stijl ontstond in rauwe omstandigheden in de door zware armoede getroffen Mississippi delta. Deze Rough Guide speurt naar de vroege oorsprong met klassieke tracks van legendes maar ook met veel minder bekende artiesten die vaak gehuld zijn in mysterie. Deze bluesvorm ontwikkelde zich uit slavenliederen en niet loslatende werkliederen. Delta blues ontwikkelde zich aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in de vruchtbare agrarische driehoek tussen Vicksburg, Memphis, de Mississippi en de Yazoo-stroom. Daar bewerkten de zwarte deelpachters de katoenvelden in een van de meest beestachtige slavernijsystemen ooit. Armoede was schering en inslag en in deze kastijdende omgeving kreeg de blues gestalte. Aanvankelijk waren bluessongs een orale overlevering waarbij de tekst vaak veranderd werd. De gitaar werd het belangrijkste instrument omdat die gemakkelijk mee te nemen was. Al snel wemelde het van de gitaarvirtuozen zoals Charley Patton, ‘ de vader van de delta blues’ en belangrijkste invloed voor andere legendes zoals Robert Johnson, Son House en Howlin’ Wolf. Nog zo’n virtuoos was Patton’s tijdsgenoot Tommy Johnson die slechts zestien songs opnam. Veel van de eerste delta blues(wo)men stierven immers jong of gleden af in de obscuriteit. Enkelen onder hen die wel een lang leven beschoren waren kenden later een tweede carrière, o.m. onder impuls van de folkrevival uit de jaren 60.
Memphis was de meest dichtgelegen stad bij de delta en werd een magneet voor blueszangers die desperaat ontsnapten aan de ontberingen van het platteland in de delta. Hun epicentrum in Memphis was de wetteloze en luidruchtige Beale Street waar ook de meeste opnames plaatsvonden. Rond vele pioniers hangt een waas van mysterie en vaak is de info over hen zeer karig: velen onder hen gingen ook plots in rook op. De Grote Migratie (ong. vanaf 1915) bracht meer dan zes miljoen Afrikaanse Amerikanen van het zuiden naar het ‘beloofde land’ van Chicago en andere grootsteden. Vast staat dat de grootste delegatie uit de staat Mississippi kwam. Samen met de migranten kwam ook de delta blues mee: die werd het fundament van de klassieke naoorlogse Chicago blues en nog later van de ontwikkeling van populaire muziek wereldwijd. Once again: eat your heart out, Donald.
‘The Rough Guide to Delta Blues’ verscheen al eens in 2004 maar werd digitaal nog eens opgepoetst, vandaar de ondertitel ‘Reborn and Remastered’. De 25 opnames dateren uit de periode 1928-1942 en worden gebracht door bekende namen maar ook door zeer nobele onbekenden en hebben een eigenschap gemeen: authenticiteit. Klassiekers en obscuriteit gaan hier organisch hand in hand. Het is een gemis dat Robert Johnson hier niet te horen is maar dat kan de pret niet deren gezien de uitmuntende kwaliteit van het gebodene. De volledige playlist kan geconsulteerd woorden op www.worldmusic.net/store/item/RGNET1353/ . Deze songs verhalen over pijn, sex, geloof, de duivel, angst, harde tijden, verraad, gevangenschap en meer van dat fraais en doen dienst als een goed gedocumenteerde informatiebron over het leven van zovelen in die tijd. Deze verhalen en de bijhorende gevoelens worden vaak geaccentueerd door krachtige en emotioneel geladen stemmen. Voor liefhebbers van het genre is deze compilatie orgiastisch smulwerk en ook voor adepten van West-Afrikaanse muziek is die een bron van exquise ontdekkingen en van historisch onderzoek. Voor alle anderen is ‘The Rough Guide to Delta Blues’ de ideale ‘delta blues voor beginners’.
publieksprijs: 13,15
Tot slot nog een greep uit de andere bluestitels van Rough Guides (alle titels à 13,15): Muddy Waters: Country Blues
Robert Johnson
Leadbelly
Bessie Smith
John Lee Hooker: Birth Of A Legend
Charley Patton
Howlin’ Wolf
Blind Willie Johnson
Bottleneck Blues
Gospel Blues
Blues Women

VINYLRELEASES

- LE TOUT-PUISSANT ORCHESTRE POLY-RYTHMO – Madjafalao
publieksprijs: 27,90
- CHANCHA VIA CIRCUITO – Rio Arriba (re-release)
publieksprijs: 23,95 (2 lp)
- WELLS FARGO – Watch Out! (re-release)
publieksprijs: 27,20
- JOE KING KOLOGBO & THE HIGH GRACE – Sugar Daddy re-release)
publieksprijs: 22,45
- ‘GHANA SOUNDZ’ (compilatie)
publieksprijs: 20,95 (2 lp)
- ‘GABRIELE POSO presents THE LANGUAGES OF TAMBORES’ (compilatie)
publiekprijs: 24,45 (2 lp)
- ‘PARADISE BANGKOK: THE ALBUM VOLUME 2’ (compilatie)
publieksprijs: 18,00

GOUD VAN OUD

‘WAR Ina BABYLON – an ISLAND REGGAE ANTHOLOGY’ (compilatie)

‘WAR Ina BABYLON – an ISLAND REGGAE ANTHOLOGY’ (compilatie)

Bouwjaren: 1959-2005 (cd-uitgave: 2009)
Ook onze muziekkeuze valt ten prooi aan de klimaatswijziging. Of wat dacht je van een dikke streep reggae putje winter? ‘Tougher Than Tough: The Story of Jamaican Music’, de moeder aller reggaecompilaties, is helaas al “eeuwen” niet meer verkrijgbaar. Maar deze budgetvriendelijke ‘War Ina Babylon – an Island Reggae Anthology’ is een uitstekende tweede en vooralsnog het neusje van de zalm van nog leverbare compilaties. De enige beperking is dat er enkel artiesten die voor Island Records hebben opgenomen de revue passeren (al zijn dat er wel gigantisch veel) waarbij we een toch wel zeer merkwaardige vaststelling doen: Bob Marley, toch wel hét uithangbord van Island, is hier in geen ganjavelden te bespeuren. Naar de reden daarvan hebben wij het raden; in het zeer goed gedocumenteerde infoboekje wordt de man wel uitvoerig besproken en bewierookt, maar dat is het dan. Van The Wailers is enkel Junior Murvin vertegenwoordigd, dus ook geen Bunny Wailer (Peter Tosh verkaste toen hij solo ging). Van de familie Marley treffen we hier enkel de veel minder getalenteerde Damian. Over de verdere samenstelling van deze box en wat er ontbreekt of wat er beter niet had opgestaan bestaan er wellicht zoveel meningen als hoofden. Zeker is dat ‘War Ina Babylon’ een zeer gedegen en wel doordacht overzicht brengt van de verschillende stromingen, stijlen, producers en artiesten binnen de reggae.
‘War Ina Babylon’ is thematisch opgedeeld en ook chronologisch.

cd 1: ‘The Harder They Come – Ska To Reggae 1959-1973’
Deel 1 brengt in 27 fragmenten de evolutie in kaart van Jamaicaanse R&B en jazz over ska en rocksteady tot uiteindelijk reggae. In dit vroege stadium waren ook tv- en filmscores een inspiratiebron. De hoogtepunten komen van Derrick Morgan & Patsy (‘Housewives Choice’), Ernest Ranglin (het statig swingende ‘Exodus’), Justin Hinds & The Dominoes (‘Carry Go Bring Home’, op cd 2 hoor je hun reggaeversie van datzelfde nummer), Carlos Malcolm & His Afro Jamaican Rhythms (het ultra hilarische ‘Bonanza Ska’), The Baba Brooks Band (het bedrieglijk schijnbaar vals gespeelde ‘Guns Fever’), Keith & Tex (‘Stop That Train’ dat klinkt als de overgang van ska naar reggae), The Uniques (het zeer elegante ‘My Conversation’), Val Bennett (een heerlijk rudimentaire versie van ‘Take Five’) en Derrick Morgan (‘Hold You Jack’). Van The Skatalites werd helaas niet echt een inspirerend werkje opgenomen. Daarnaast horen we nog het iconische ‘My Boy Lollipop’ van Millie Small. Afgesloten wordt er met een legendarisch drieluik: ‘The Harder They Come’ van Jimmy Cliff, ‘Breakfast In Bed’ van Lorna Bennett en ‘This Is Reggae Music’ van Zap Pow.

cd 2: ‘Party Time, Roots, Dub & Lovers 1973-1979’
Deel 2 lijkt ons wel het meest essentiële met de focus op de hoogdagen van de roots reggae -zonder twijfel het gouden tijdperkje van de Jamaicaanse muziek- en de daarop aansluitende explosies van dub en lovers rock. Dit schijfje is bijgevolg één langgerekt hoogtepunt en had nog grandiozer kunnen zijn ware het niet dat de geniale gek Lee Perry, die een turbulente relatie had met het label, in 1980 zijn magische Black Ark Studio eigenhandig in de fik stak waardoor vele mastertapes onherroepelijk verloren zijn gegaan. Maar dat kan hier en nu de pret niet derven want de setlijst leest als een tijdloos meesterwerk en Perry is vertegenwoordigd met een eigen werkstukje en met de producties van twee tijdloze klassiekers van Junior Murvin (‘Police And Thieves’) en Max Romeo (‘War Ina Babylon’). Een “best of best of” selecteren is onbegonnen werk maar als u ons terreurgewijs het mes op de keel zet dan…. of nee, een beter idee lijkt ons dan om te selecteren wat we zouden verwijderen als u ons dat mes op de keel zet: de nogal slappe dubversie van ‘Police And Thieves’ door Jah Lion, Lee Perry (jawel!) van wie hier een uiterst zeldzame miskleun werd geselecteerd, The Heptones die naast het sublieme ‘Book Of Rules’ ook het afleggertje ‘Party Time’ brengen. Dat zijn dus drie struikelblokjes op wat verder een overheerlijke wandeling is van de ene klassieker naar de andere. Tenzij in de selectie nog andere criteria hebben meegespeeld moet het voor de samensteller met dienst haast een mission impossible geweest zijn om de hoogbloeiperiode van de reggae samen te ballen in 16 fragmenten (en nog drie mindere goden). Alleen al cd 2 wettigt de blinde aankoop van deze box.

cd 3: ‘Welcome To Jamrock 1980-2005’
Deze periode luidt deels de gedeeltelijke teloorgang in met soms twijfelachtige subgenres zoals dancehall maar herbergt nog voldoende kwaliteit en klassiekers om ook dit schijfje te verantwoorden. Ook de aanwezigheid van minderwaardig materiaal heeft zijn belang in een historisch overzicht. Aan de bonuszijde noteren we vooral Black Uhuru (‘Sensimilla’ en ‘What Is Life’) -de absolute topgroep uit dit tijdperk-, Aswad (de magistrale instrumental ‘Warrior Charge’), Sheila Hylton (de klassieker hors catégorie ‘The Bed’s Too Big Without You’), Dennis Brown (‘Sitting And Watching’) en de vorig jaar overleden Prince Buster (‘Whine And Grine’), een van de sleutelfiguren van de skabeweging. Maar Aswad vertoeft ook in het calamiteitenkabinet met het afgrijselijke ‘Don’t Turn Around’ in het gezelschap van andere misbaksels vertolkt door Papa Michigan & General Smiley, Ini Kamoze, Chaka Demus & Pliers, Apache Indian en Damian Marley die de familie-eer hier te grabbel gooit. In de 21ste eeuw is de Jamaicaanse reggae meer ziek dan gezond geweest maar recent groeit er weer goede hoop sinds de opkomst van de “Reggae Revival”, met o.m. Protoje, Chronixx en Kabaka Pyramid als voorhoede, die ons doet vermoeden dat er opnieuw een frisse wind waait doorheen muzikaal Jamaica. En het is ook zeer bemoedigend dat tijdens die ziekteperiode in allerlei windstreken verspreid over de hele aardkloot razend interessante en uitmuntende reggae werd en nog wordt gemaakt en hierbij denken we o.a. aan Zion Train, Groundation + hun nevenprojecten, Tiken Jah Fakoly, Fat Freddy’s Drop, Digitaldubs en in eigen land Pura Vida.
publieksprijs: 16,80 (3 cd)

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage. Een van onze twee favorieten bijt de spits af, de andere krijgen jullie volgende maand nog eens geserveerd.

(QUANTIC presents) FLOWERING INFERNO – 1000 Watts

(QUANTIC presents) FLOWERING INFERNO – 1000 Watts

Flowering Inferno, Quantic Soul Orchestra, Combo Bárbaro, Ondatrópica, Los Miticos Del Ritmo, The Limp Twins…. allemaal pseudoniemen of projecten van Quantic, wat dan weer de artiestennaam is van de Engelse globetrotter Will(iam) Holland, muzikale duizendpoot, multi-instrumentalist, songschrijver, arrangeur, remixer, dj en producer. Hij is amper 34 maar toch is dit al zijn twintigste album in nauwelijks vijftien jaar tijd: in die collectie schuilen heel wat pareltjes. Weinig muziekstijlen zijn hem vreemd: afrobeat, soul, cumbia, salsa, bossa nova, jazz, funk, ska, reggae, rocksteady, dub om maar deze te noemen. Na een verblijf van zeven jaar in Cali, het muzikale epicentrum (“The World Capital of Salsa”) van Colombia, resideert hij nu in New York. ‘1000 Watts’ is het derde album onder het pseudoniem Flowering Inferno en het vorige, ‘Dog With A Rope’, haalde in 2010 onze ultieme playlist. Zelf omschrijft hij Flowering Inferno als ‘tropical dub-geïnfundeerd’. Voor ‘1000 Watts’ ging hij zich hoofdzakelijk op roots reggae en roots dubterritorium wagen en zijn de Colombiaanse invloeden zeer schaars aanwezig (op die momenten hoor je hoe dun de scheidslijn tussen roots reggae en vooral cumbia wel is). Quantic trok ook een aantal gasten aan, en niet van de minsten: U-Roy, Alice Russell, Hollie Cook, Christopher Ellis, Nidia Góngora, Carlton “Santa” Davis (drummer bij Abyssinians, Aggrovators, Bob Marley) Isaiah “Ikey” Owens. Alles werd in één take opgenomen en dat bevordert hier bijzonder de levende sfeer. ‘1000 Watts’ is bijzonder vintage, zondoordrongen en -overgoten, zeer warm, ongecompliceerd, gigantisch opgewekt, relaxt en feestelijk en zeer atmosferisch en maakt in één lange haal je dag goed: zelfs de vreselijkste kniesoor wordt hier wellicht vrolijk van. Afsluiter ‘All I Do Is Think About You’ (cover van Stevie Wonder) doet met zijn schmaltz, nog geaccentueerd door de stroperige strijkers, absoluut op de lachspieren werken en is de vreemde eend in de bijt, maar verrast door deze keuze zijn we niet echt, Will Holland haalt al eens meer fratsen uit. De zeer heldere en pure muzikaliteit maakt van ‘1000 Watts’ een van Quantic’s meest consistente, avontuurlijke, creatieve, expressieve, verbluffende en klassieke werkstukken dat nog eens aantoont hoe onnavolgbaar deze klanktovenaar wel is.
publieksprijs: 15,40
Meer van deze artiest (wat nog verkrijgbaar is):
-als Quantic
Apricot Morning (bouwjaar: 2002; 15,40€)
Mishaps Happening (2004; 15,40)
One Off’s Remixes and B Sides (2006; 15,40 -2 cd)
Look Around The Corner (met Alice Russell & Combo Bárbaro (2010; 15,40)
Magnetica (2014; 15,40)
-als The Limp Twins
Tales from Beyond the Groove (2003; 15,40)
-als Quantic Soul Orchestra
Stampede (2003; 15,40)
Pushin’ On (2005; 15,40)
Tropidélico (2007; 15,40)
Live In Paris (dvd, met Spanky Wilson) (2008; 20,45)
-als Flowering Inferno
Death Of The Revolution (2008; 15,40)
Dog With A Rope (2009; 15,40)
-als Combo Bárbaro
Tradition In Transition (2009; 15,40)
-als Los Miticos Del Ritmo
Los Miticos Del Ritmo (2012; 9,45)
-als Ondatrópica
Baile Bucanero (verschijnt volgende maand; 17,10)

CONCERTTIPS

REFUGEES FOR REFUGEES

REFUGEES FOR REFUGEES

Plaats van gebeuren: Stadsschouwburg Brugge, vrijdag 3 maart 20u. Dit concert kadert in B Mayor!, een nieuw tweejaarlijks muziekfestival waarbij alle professionele muziekactoren in Brugge de krachten bundelen in een vijfdaags programma voor en in de stad. Cultuurcentrum Brugge werkt dit jaar ronde de thematische lijn ‘migratie’ en wil op deze manier ook muzikale ontmoetingen uitlokken tussen gevluchte muzikanten die al lange tijd in ons land wonen en recente vluchtelingen. Voor ‘Refugees For Refugees’ bracht Muziekpublique (muziekacademie, concerthuis en muzieklabel) uit Brussel achttien virtuoze muzikanten samen die gevlucht zijn uit Irak, Pakistan, Syrië, Tibet en Afghanistan en uiteindelijk in België zijn beland. Het betreft muzikanten die gevormd zijn in gerenommeerde conservatoria (Damascus, Baghdad, Aleppo) langs de zijderoute, naast volksmuzikanten. Allen beschikken ze over bakken talent. Met de cd ‘Amerli’ wou Muziekpublique de topkwaliteit aan het licht brengen van mensen die bijna onzichtbaar zijn geworden in ons land. Op de vlucht uit hun thuisland hebben ze ook het ecosysteem verlaten waarin hun muziek zo goed aardde. Op die manier lieten ze een enorme rijkdom achter zich, maar brachten ze hun kennis en in het beste geval hun instrumenten mee. Hun liederen vertellen de verhalen over hun landen van oorsprong en de wegen die ze aflegden. Door muzikale bruggen tussen muzikanten uit verschillende tradities te bouwen wilde Muziekpublique een rijk en innovatief album maken dat symbool staat voor de interculturele ontmoetingen in een diverse samenleving. Het is ook het doel om een weergave te maken van de artistieke waarde van de deelnemende artiesten en een duw in de rug te geven aan de artistieke activiteiten van tal van andere vluchtelingen in België. Om die reden gaat een deel van de opbrengst van het album naar de verenigingen Globe Aroma en Synergie 14. De achttien muzikanten brengen haast logischerwijs een grote verscheidenheid aan instrumenten mee. Hun composities bestaan deels uit origineel werk, deels uit bewerkingen van traditionals. Hun cd is vernoemd naar de stad in Noord-Irak die met succes weerstand bood aan IS. De klank van de liederen en de muziekstukken is zeer traditioneel en het spel is nooit minder dan virtuoos: dit project en de cd zijn niet zomaar bijeen geflanst bij “toevallig” in Brussel aangespoelde gevluchte muzikanten, hier is duidelijk zeer veel werk van gemaakt. Dit project verdient alle mogelijke aandacht en promotie en daaraan dragen wij graag samen met o.a. Cultuurcentrum Brugge een steen bij wat bij deze ook gebeurd is. ZÉÉR WARM AANBEVOLEN!
Naast dit concert zijn er ook zijn er ook muzikale interventies voorzien in De Patio, het Brugse opvangcentrum van het Rode Kruis voor asielzoekers. Centrumbewoners met een artistieke of muzikale achtergrond krijgen er een podium in combinatie met enkele jamsessies met lokale muzikanten.

Ook nog in maart gaan er eveneens in de Stadsschouwburg van Brugge vier veelbelovende concerten door. In het muzieknieuws van volgende maand komen we hierop uitgebreid terug met tekst en uitleg, nu geven we al een overzicht.
vrijdag 17 maart: Egyptian Project
zaterdag 18 maart: Alsarah And The Nubatones
donderdag 23 maart: Vardan Hovanissian & Emre Gültekin Kwartet
vrijdag 24 maart: Gisela João
(onze selectieve reflex zegt dat dit concert wel eens het neusje van de zalm zal zijn)

IN MEMORIAM WILLIAM ONYEABOR

Wie? Onyeabor? Zijn naam is inderdaad lang vergeten maar ooit was dat anders. Deze Nigeriaanse soul- en funkmuzikant en -pionier beleefde zijn muzikale hoogtepunten tussen 1977 en 1985 maar kwam vier jaar geleden toch weer in de belangstelling toen David Byrne hem en zijn werk voor het voetlicht bracht en de tributegroep Atomic Bomb! (genoemd naar een album van Onyeabor) oprichtte met nogal wat illustere leden uit de rockwereld -al dan niet in “vast dienstverband”- als daar zijn Pat Mahoney, Damon Albarn (hij alweer), Money Mark, Alexis Taylor, Kele Okereke, Ghostpoet en nog meer schoon volk o.l.v. dirigent Ahmed Gallab. Atomic Bomb! deed in 2014 Pukkelpop aan. Onyeabor creëerde baanbrekende, futuristische, elektronische afrofunk met zware ritmes en overvloedige synths. In 2001 had hij een heuse wereldhit met ‘Better Change Your Mind’ (uit 1978). Thematisch waren oorlog en politieke arrogantie vaak terugkerend items. Rond de man heeft steeds een waas van mythe en mysterie gehangen en het komt ons voor dat hij dat wel degelijk zelf regisseerde. Hij had een eigen studio en had er beschikking over materiaal dat je toen nog nergens anders in Afrika vond. Hij was een echte DIY-man en had het hele productie- en uitgaveproces in handen, tot het persen van de platen en het drukken van de hoezen toe. Zijn ganse oeuvre (negen albums) werd in 2014 en 2015 heruitgebracht door het Luaka Bop label van David Byrne en nog aangevuld met een compilatie- en een remixalbum. Nog in 2014 maakte de muziekwebsite Noisey de documentaire ‘Fantastic Man’ over Onyeabor’s verhaal, leven, mythe en nalatenschap inclusief hun vruchteloze poging om deze “fantastische man” te interviewen. In 1985 zag hij een vreemd licht en werd hij “born-again Christian” waarna hij voorgoed weigerde over zijn muziek te spreken. Misschien als gevolg van deze vernieuwde interesse kwam hij in december 2014 radiofonisch terug boven water op BBC 6 Music waar hij poneerde dat “hij enkel muziek maakt die de wereld zal helpen”, waarvan akte. William Onyeabor overleed thuis op 16 januari.
Discografie:
-cd:
What?! (remixalbum) (15,50€)
Who is William Onyeabor? (compilatie: deel 5 in de Luaka Bop-reeks ‘World Psychedelic Classics’) (19,45)
-vinyl:
Anything You Sow (27,20)
Atomic Bomb (27,20)
Body & Soul (27,20)
Crashes In Love (27,20)
Crashes In Love – Volume 2 (27,20)
Good Name 27,20)
Great Lover (27,20)
Hypertension (27,20)
Tomorrow (27,20)
Vinyl Box Set Vol. 2 (99,60) (4 lp + 1 ep)
Who is William Onyeabor? (compilatie) (31,00) (3 lp)

EN VERDER NOG:

HOSSAM RAMZY – Faddah (Silver)

Heruitgave van een aanrader voor al wie van een buikdansje houdt.
publieksprijs: 12,70

‘PARADISE BANGKOK: THE ALBUM VOLUME 2’ (compilatie)

Vintage Luk Thung en Molam. Voor meer info verwijzen we jullie graag naar muzieknieuws december 2016.
publieksprijs: 15,40