Muzieknieuws maart 2017

RADIO COLOMBUS / BELMUNDO

Cultuurcentrum Brugge en Oxfam wereldwinkel Brugge zijn onlangs een samenwerking aangegaan omwille van de aansluiting die er is tussen beide organisaties en waarbij we elkaar promotioneel gaan ondersteunen. Voor CC Brugge is dat het Radio Colombus-luik van hun programmatie waarin een denkbeeldige reis om de wereld wordt gemaakt en dat hoofdzakelijk d.m.v. muziek (maar ook film, dans, theater….). Na tien jaar focust RC op de insteek ‘van over heel de wereld’ en probeert met de naam zo ook de term ‘wereldmuziek’ te vermijden. Inschrijven op de nieuwsbrief van Radio Colombus kan je op www.ccbrugge.be/optin.jsp?menu=7 . Dat luik mondt o.m. uit in het festival Belmundo. Wij van OWW Brugge promoten dan diezelfde soorten muziek via onze winkel en deze nieuwsbrief en verder ook nog via andere wereldwinkels.

Het Belmundo Festival dat nu aan de tweede editie toe is groeide uit Flamenco Festival dat vier edities kende. De regio werd uitgebreid van Spanje naar de Middellandse Zee. Het festival reikt nog verder dan vorig jaar en wel tot in Egypte en Nubië. Het festival startte vorige maand met de film ‘Clash’ i.s.m. MOOOV filmfestival. Naast film bestaat het programma hoofdzakelijk uit muziek en daarover gaan we het nu in extenso hebben.

Nog dit: wie voor drie concerten een ticket koopt krijgt daarbij 15% korting.


EGYPTIAN PROJECT

EGYPTIAN PROJECT

vrijdag 17 maart 20u - Stadsschouwburg Brugge
Dit is voor ons een nobel onbekend project. De jonge Franse muzikant en producer Jérôme Ettinger exploreert samen met de Egyptische muzikanten Ragab Sadek (percussie) en Salama Metwally (rababa, viool) en zanger Sayed Emam Egyptische traditionele muziek en confronteert en bedient die met een gelaagd infuus van trip-hop, electro, hip-hop en zelfs klassiek. Ze dompelen de luisteraar onder in de kolkende sfeer van het feestelijke Egyptische nachtleven en de grootstadgeluiden van Cairo.

ALSARAH and THE NUBATONES

ALSARAH and THE NUBATONES

zaterdag 18 maart 20u - Stadsschouwburg Brugge
We kenden de in Brooklyn residerende Soedanese zangeres Alsarah reeds van haar werk met The Nile Project en met de Franse producer Débruit. Twee jaar geleden debuteerde ze met haar eigen groep The Nubatones met het album ‘Silt’. De belangrijkste onderwerpen die Alsarah in al haar projecten tot dusver behandelde zijn vrijwillige en gedwongen migratie, ontheemding en de diaspora die dat met zich meebrengt, gezien door een urbane lens. De muzika le wortels van ‘Silt’ lagen voornamelijk in de Nubische “liederen van terugkeer” die het licht zagen in 1970 nadat duizenden Nubiërs ontheemd werden door de overstroming van de Aswandam. Die liederen geven uitdrukking aan een verlangen en nostalgie naar thuis, best vergelijkbaar met saudade in de fado. Muzikaal worden deze liederen gekenmerkt door hun pentatonische toonladders. Toch wil Alsarah zich niet wentelen in dat verlangen en pleit ze eerder voor moderniteit als plausibele hoop voor een betere toekomst. Ze beschouwt moderniteit als een idee, een concept en een beweging. Alsarah beschikt over een attractief, sterk, helder, krachtig, gepassioneerd en expressief stemgeluid. De muziek van Alsarah and The Nubatones is gebaseerd op die van de Nubische muziekscene uit de jaren 60 en 70 met de zeer karakteristieke beats en ritmes, aangevuld met Arabische en Noord-Afrikaanse invloeden: zelf omschrijft Alsarah hun muziek als Oost-Afrikaanse retro pop. Dat resulteerde in ‘Silt’ en ‘Manara’, twee okselfrisse en tijdloze werkstukken die doordrongen zijn van een gezond gevoel van nostalgie.
Na het concert is er in de Foyer nog een afterparty met buikdans en exotische beats. In de namiddag is er een workshop ‘Passie voor de Egyptische keuken’, begeleid door Sherif Hasuna, eigenaar en chef van het mediterrane restaurant Passion for Food. De hapjes die daar worden klaargemaakt worden ’s avonds in de Foyer opgediend.

VARDAN HOVANISSIAN & EMRE GÜLTEKIN KWARTET

VARDAN HOVANISSIAN & EMRE GÜLTEKIN KWARTET

donderdag 23 maart 20u - Foyer Stadsschouwburg Brugge
Ook dezen zijn op dit moment voor ons nog nobele onbekenden. De Armeniër Vardan Hovanissian werd ingewijd in de duduk door Khatchik Khatchatryan en wordt vandaag beschouwd als een van de meesters van dit dubbelrietinstrument dat als geen ander de klank en de ziel van Armenië uitademt. Tien jaar geleden vond hij in de Turkse saz- en baglamaspeler en zanger Emre Gültekin een zielsgenoot. Deze is een leerling van Talip Özkan en van zijn vader, de bard Lütfü Gültekin. Die vriendschap resulteerde twee jaar geleden in de cd ‘Adana’. Adana refereert niet enkel naar de stad waar in 1915 de Armeense tragedie zijn aanloop kende, maar staat ook voor de droom van een ander Adana, een stad waar Turken en Armeniërs in harmonie samenleven en aldus de geschiedenis een positieve wending geven. Dat album staat dan ook symbool voor de verzoening en de vriendschap tussen twee verwante culturen. De teksten worden in het Armeens en het Turks gezongen. Met ‘Adana’ wonnen Hovanissian en Gültekin de Octave de la Musique 2016 in de categorie wereldmuziek. Het duo stelde een intimistisch programma samen vol lyrische en introspectieve stukken waarbij vooral de melancholische klank van de duduk nadrukkelijk doorklinkt. Het kwartet wordt vervolledigd door Joris Vanvinckenroye (contrabas) en Simon Leleux (darbuka, bendir). Het concert wordt om 18u45 voorafgegaan door de lezing ‘De stem van overlevers. De Armeense genocide.’ waarin Katrien Van Hecke de Armeense kwestie illustreert met fragmenten uit romans van zowel Turkse als Armeense schrijvers. Katrien is auteur en historicus en is gepassioneerd door literatuur. Meer info vind je op www.katrienvanhecke.be

GISELA JOÃO

GISELA JOÃO

vrijdag 24 maart 20u - Stadsschouwburg Brugge
Onze selectieve reflex zegt dat haar concert wel eens het neusje van de zalm op het festival zal worden. Enkele jaren terug was Gisela João de zoveelste nieuwe rijzende ster aan het firmament van de “nieuwe oude” fado. De voorbije jaren is fado aan een opgemerkte heropleving bezig: na Amália Rodrigues lag het genre lange tijd in het verdomhoekje en de lappenmand en werd het vooral beschouwd als toeristenmuziek, in casu amusementsmuzak in de fadorestaurants. In zo’n restaurant zette João ook haar eerste muzikale stappen. In Portugal werd haar debuutalbum (uit 2013) met tal van muziekprijzen bekroond. Ze wordt nu al dé fadista van de 21ste eeuw genoemd: dit soort voorbarige uitspraken zijn toch wel gevaarlijk en tricky. Haar benadering van fado is vrij traditioneel met de eenvoudige, klassieke begeleiding van Portugese gitaar, ritmegitaar en basgitaar. Haar verschijning op het podium is dan weer atypisch fado: bij haar geen statige, zwarte gewaden. Ze verschijnt in kleurige, korte rokjes en doet geen moeite om haar tatoeages te verbergen: kortom, ze zou zo the girl next door kunnen zijn. In tegenstelling tot veel van haar collega’s communiceert João live niet enkel met haar stem: haar concerten zijn een full body experience. Waar veel van haar leeftijdgenoten aanlengen met andere stijlen houdt Gisela João het strikt traditioneel. Zelf zegt ze daarover: “Ik hou van traditionele fado, puur en rauw.” Wij zouden daar nog graag het trefwoord onversneden aan toevoegen, want niets op haar debuutalbum spreekt de stelling van João tegen. Met haar krachtige, diepe, grenzeloos intense en expressieve stem vertolkt ze als weinig anderen op zeer overtuigende wijze het leven in al haar facetten en stemmingen. In Mouraria, waar ze woont en waar de wieg van de fado stond, zijn de mensen fier op haar en op het succes dat haar te beurt valt. Onze argwaan bij en onze huiver voor de her en der rondgestrooide superlatieven hebben wij na beluistering onmiddellijk laten varen: haar zeer overtuigende debuut was een doorwrocht werkstuk dat wel degelijk adembenemend, uiterst verrassend, levenslustig, sensueel, vurig en overweldigend is (iemand nog een superlatief?). Uit volle borst en zo hard als we kunnen zeggen wij: Gisela João is nu al een grote dame. Hoe haar spiksplinternieuwe cd ‘Nua’ ons bevallen is lees je verder in dit muzieknieuws.

Voor de voorstelling kan er in de foyer geproefd worden van enkele Portugese wijnen: Portugal heeft nl. een zeer rijk wijnaanbod.

GET UP, STAND UP! the sequel

Vorige maand publiceerden we het keurlijstje van Songlines Magazine en daar voegen we nu nog graag tien van onze favoriete verzetsmuziekjes aan toe. Eentje om het af te leren en met de belofte dat we jullie volgende maand niet opnieuw aan het hoofd zeuren, ook al kunnen we nog maanden doorgaan met dit onderwerp.
- THE CLASH – Sandinista ! (Groot-Brittannië)
- SEUN KUTI + EGYPT 80 – A Long Way To The Beginning (Nigeria)
Een aardje naar zijn vaartje en auteur van een van de meest ziedende, vuurkrachtige, furieuze en militante songs van deze eeuw: ‘I.M.F’ (lees: International Mother Fucker).
- SEUN ANIKULAPO KUTI & EGYPT 80 – From Africa With Fury: Rise (Nigeria)
- ASIAN DUB FOUNDATION – Community Music (Groot-Brittannië)
- ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise (Groot-Brittannië)
- FUN>DA>MENTAL – “There Shall Be Love!” (Groot-Brittannië)
- PETE SEEGER – Greatest Hits (USA)
- MIKIS THEODORAKIS – Mauthausen Trilogy (Griekenland)
- RAMZI ABUREDWAN – Reflections of Palestine (Palestina)
Als achtjarig jongetje werd Ramzi wereldberoemd toen hij gefotografeerd werd terwijl hij stenen gooide naar Israëlische tanks tijdens de eerste Intifada, waarvan hij een icoon werd. Posters van Ramzi “de stenengooier” waren een “hit” in de West Bank. Vandaag is muziek zijn nieuwe wapen.
- FEMI KUTI – No Place For My Dream (Nigeria)


GISELA JOÃO – Nua

GISELA JOÃO – Nua

Over dit uitzonderlijke Portugese fenomeen hebben we daarnet al uitvoerig uitgeweid. En dan ligt hier nu haar lang verwachte en met zeer hoge verwachtingen omgeven opvolger van haar onvolprezen debuut opwachting te maken. We starten met de slotconclusie: op ‘Nua’ (‘Naakt’) doet Gisela nog eens de krachttoer die haar debuut was glorieus over. Haar opzet en aanpak zijn ambitieus en risky: voor het repertoire stort ze zich hoofdzakelijk op fadostandaards waarvan velen ook door Amália Rodrigues werden gebracht. Op ‘Nua’ belichaamt João met veel grandeur de definitie van fado en demonstreert ze op imposante en overrompelende wijze haar status van “nu al dé fadista van de 21ste eeuw te zijn”. Al het goede dat we hoger (Belmundo Festival) schreven bevestigt ze moeiteloos, zoniet overtreft ze dat bij momenten: veel rauwer en voorzien van scherpe randen kan fado niet zijn, temeer ze vooral de zwartste kant van het genre opzoekt en oproept. Ook de drie muzikanten zetten hun beste benen en in concreto hun beste vingers voor. Gisela João is ontegensprekelijk een van de grote stemmen van het begin van deze eeuw en die stem, gekenmerkt door een gerookte en rauwe maar ook tedere en delicate groothoekvibrato, kan gezien haar jonge leeftijd alleen nog maar rijpen. De energie die een van haar grote troeven is bij concerten is ook op dit schijfje merkbaar aanwezig. ‘Nua’ wordt afgesloten in onwezenlijke schoonheid met een kwetsbare en gracieuze cover van de Mexicaanse folkstandaard ‘Llorona’. Voor fans van het genre is deze cd als erfgoedbehoeder een waar godsgeschenk. Mensen die gruwen van fado (ze zijn met velen) zullen ook hiermee wellicht niet over de streep getrokken worden. Voor fadoanalfabeten is ‘Nua’ dan weer een meer dan steekhoudende introductie. Voor ons is ‘Nua’ de eerste titel voor onze ultieme playlist van 2017 en voor jullie dus de eerste voor jullie verplichte leerstof. Toch laten we nog even de kniesoor in ons los: alle info en liedteksten in het boekje zijn eentalig Portugees afgedrukt.
publieksprijs: 20,80

TINARIWEN – Elwan

TINARIWEN – Elwan

Deze krasse knarren uit het noorden van Mali zijn al sinds 1979 actief en kunnen dus gerust de nestors van de woestijnblues genoemd worden. Toch dateert hun debuutalbum pas van 2001. Tinariwen is meer dan een groep; het is steeds een collectief van zangers, liedjesschrijvers en muzikanten geweest dat in steeds wisselende combinaties optreedt en opneemt. Dit is wellicht toe te schrijven aan de nomadische levensstijl van deze Touaregs. De groep nam steeds op in de Sahara maar door de politieke instabiliteit in hun thuisland waren ze net als bij hun vorige studioalbum ‘Emmaar’ genoodzaakt om dat buiten Mali te doen en dan kozen ze maar meteen tweemaal voor een andere woestijn, met name Joshua Tree in Californië (en voor dit album ook in een oasis in het zuiden van Marokko, naast nog een studio in de Parijse voorstad Montreuil). Een jaar geleden verscheen nog ‘Live In Paris 2014’: deze opnames waren historisch want het was de laatste keer dat medestichter en frontman Ibrahim Ag Alhabib mee op het podium stond. Dat album bevatte de opnames van het slotconcert van een wereldtour die 130 concerten duurde. Verwacht van Tinariwen geen nieuwigheden en stijlbreuken: al die tijd hebben ze uitgeblonken in hun ondertussen zeer vertrouwd geworden potige en voortstuwende stijl: Touaregritmes en tindépercusssie (trommel van geitenvel) die verweven zijn met een kloppend rock ‘n’ roll hart en doorspekt met bekoorlijke en onvermurwbare vraag-en-antwoordgezangen. De riffs en de cyclische grooves zijn vaak bezwerend, betoverend, koortsachtig en roesmakend en worden herhaald tot je bij wijze van spreken in hypnose raakt en ze je recht naar de keel grijpen; ze hebben ook raakvlakken met psychedelica. Waar de gitaren van Tinariwen vuur vatten is de groove zeer strak en onweerstaanbaar. Dit huis van vertrouwen brengt al decennialang een levend bewijs dat oude tradities niet hoeven thuis te horen in musea maar ook kunnen mee evolueren en groeien en een ontmoeting aangaan met de uitdagingen van nieuwe tijden.
Hoe brengen ze het er van af op ‘Elwan’ (‘De Olifanten’), hun achtste internationale release? Wat -naast de muziek- zeer sterk opvalt is dat Tinariwen bitterder en gelatener klinkt dan voorheen waardoor de melancholie eerder naar zwartgalligheid neigt. Het heeft er veel schijn van dat de jaren maar vooral de beroering, chaos, oorlogvoering en corruptie in hun thuisland hun tol hebben geëist. Daarover hebben we de voorbije jaren hier al in extenso bericht. Zelf was Tinariwen ook al het doelwit van salafistische extremisten. Toch is het niet al kommer en kwel en levensmoeheid die vanuit de teksten spreken: in enkele liedjes weerklinkt nog hoop en motivatie en wordt er zelfs nog over de liefde gezongen. Muzikaal straalt de band subtiele kracht uit met meer dan voorheen de focus op de verfijnde percussiesectie en naast het vuurwerk is er ook ruimte voor contemplatieve reflecties. Verwacht verder echter geen stijlbreuken of andere tierlantijntjes en ook de productie en arrangementen blijven spaarzaam en sober. Ondanks hun vastigheid blijven deze muzikanten garant staan voor een onweerstaanbare en indrukwekkende smeltkroes ook al bekruipt vaak het dubbele gevoel van “ja, dit hebben we al eerder gehoord”. En nog steeds is het dringen geblazen bij veel rockmuzikanten telkens Tinariwen een ei legt: het heeft meer weg van een toegangsritueel en een visitekaartje dan van een meerwaarde al is het ook een blijk van erkenning; Tinariwen heeft een reputatie in het rockmilieu en geldt er ook als een ijkpunt. Zijn deze keer van de partij: Kurt Vile, Matt Sweeney, Alain Johannes, Mark Lanegan. Verder horen we nog een kleine armada achtergrondvocalisten en de percussiegroep The Gangas De Tagounite. De teksten in het Tamasheq zijn bijgevoegd vertaald naar het Engels. Tinariwen is op 15 maart te bekijken en beluisteren in de AB.
publieksprijs: 19,70

AURELIO – Darandi

AURELIO – Darandi

Aurelio Martínez komt uit Honduras maar zijn muziek klinkt behoorlijk Afrikaans. Toch mag dit geen verbazing wekken: hij is een van de vaandeldragers van de Garifunacultuur, de Afrikaanse cultuur aan de Atlantische kust van Guatemala, Honduras, Belize en Nicaragua. Garifunamuziek wordt gekenmerkt door zijn unieke mix van Afro-Caraïbische en Centraal-Amerikaanse invloeden en combineert complexe drumritmes met een unieke instrumentatie. Garifuna groepeert meerdere stijlen, waarvan punta en paranda de bekendste en populairste zijn. Deze muziek brachten wij eerder ook al aan bod met het werk van de ondertussen overleden Andy Palacio en zijn begeleidingsgroep The Garifuna Collective die zijn muzikale erfernis verder in leven houdt. Garifuna is een minderheidscultuur: deze gemeenschap komt voort uit gemengde huwelijken tussen Afrikanen die ontsnapten uit hun koloniale gevangenissen en Arawak-Indianen. Deze bevolking voerde een lange strijd voor het behoud van hun unieke taal, hun culturele tradities en hun muziek. De Garifunagemeenschap maakt ook deel uit van UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization): voor een woordje uitleg daarover verwijzen we jullie graag naar het cd-nieuws oktober 2014 (‘Rough Guide to Music Without Frontiers’). De muziek van Aurelio is veelal doordrongen van melancholie, tragedie, pijn, smachtend verlangen maar ook joie de vivre en van de gedachtenis aan maar ook de viering van het Garifunaverhaal. Hij hanteert een rijke klankenvariëteit: van dansbare liederen in upbeat puntaritmes tot liederen die doordrongen zijn van hypnotiserende melancholie en van een groot gevoel van verlies. Aurelio straalt felheid, vitaliteit, dynamiek, elegantie en hoop uit en deze factoren klinken nadrukkelijk door in zijn gesofisticeerde muziek die nog rijker wordt door zijn hartstochtelijke zang en zijn flexibele stem. Dat hij daarbij zingt in zijn voor ons onbegrijpelijke moedertaal is helemaal geen hinderpaal. Na het heengaan van Andy Palacio is Aurelio dé muzikale Garifuna-ambassadeur en -pleitbezorger alsook helaas de enige Garifuna-artiest met een internationale uitstraling: laten we hopen dat daar zeer snel verandering in komt en dat meer artiesten uit die gemeenschap hun stem kunnen uitdragen (maar deze zin penden we hier ook al neer in november 2014).
Aurelio is muzikaal 30 jaar aan de slag en ‘Darandi’ (‘introductie’) is een heropgenomen selectie uit zijn vorige drie studioalbums, zijnde die liederen die live het best aanslaan en hier een nieuwe energie en emotie aangemeten worden die Aurelio’s aanstekelijke livewerk benaderen. Deze selectie wordt nog aangevuld met drie nieuwe songs. Het album werd live opgenomen in de Real World studio’s, kort na zijn geweldige optreden op WOMAD. ‘Darandi’ is een feest van grootse muzikaliteit en stemmenwerk die gebeiteld zitten in een karakteristiek en verfrissend klankpalet. Deze uitstekende update is meteen ook een prima introductie tot het werk van Aurelio. De cd is ook nog vergezeld van een verzorgd infoboekje (24 pp.).
publieksprijs: 17,15

WARSAW VILLAGE BAND –Sun Celebration

WARSAW VILLAGE BAND –Sun Celebration

De Poolse groep Warsaw Village Band grossiert sinds 1998 in traditionele Poolse volksmuziek in een mix met moderne stijlen en elementen. De band gebruikt veel traditionele Oost-Europese instrumenten maar was ook nooit te beroerd om met samples, elektronica en avant-garde elementen te werken. De meest prominente en kenmerkende elementen in het groepsgeluid zijn de bijzonder krachtige, snijdende en scherpe samenzang (denk hierbij aan Värttinä) van de drie zangeressen en het extraordinaire spel van de twee (voorheen drie) violisten. Ook nu werden heel wat gastmuzikanten aangetrokken waarbij Mercedes Peón en Kayhan Kalhor het meest tot de verbeelding spreken. Hun vorige cd ‘Nord’ was een zoektocht naar de elementen die de volkeren uit het Noorden gemeen hebben alsook een eerbetoon aan de Sami en de Inuit. ‘Sun Celebration’ (hun zevende) gooit het thematisch over een andere boeg. Naar eigen zeggen onderneemt WVB “een muzikale reis naar de zon, voorbij de horizon, van oost naar west”. Op die reis ontmoetten ze artiesten uit India, Perzië, Polen en Galicië. De zonnecultus was het gemeenschappelijke element dat deze geografisch ver verwijderde tradities verbindt met de Poolse volkscultuur. Dit spirituele gemeenschapsgevoel werd de inspiratie voor deze productie met universele verhalen over relaties, belangrijke transitiemomenten en alledaagse zorgen, gebaseerd op stokoude Poolse volksliederen. Nog naar eigen zeggen gebeurt dit in hun unieke en karakteristieke ‘transminimalroots’ stijl, maar dan op compleet nieuwe schaal (wat ze hier ook mogen mee bedoelen). ‘Sun Celebration’ is ook een poging om te verhalen over de spirituele broederschap die religieuze en etnische grenzen in deze rusteloze tijden dwarst. Ze verhalen ook over de twee geaardheden van de wereld, yin en yang, mannelijke en vrouwelijke elementen, dag en nacht, zon en maan. O.m. daarom werd het album opgesplitst in een tweeluik, maar ook in twee cd’s, ‘The Sun’ en ‘The Moon’. Portemonneegewijs is dit niet bepaald vriendelijk want nog geen 66 minuten muziek kunnen dus probleemloos op een schijfje geperst worden. We gaan het kniezen laten voor wat het is en ons op de muziek focussen. ‘Sun Celebration’ is vooral het resultaat van drie jaar vriendschap en werkproces tussen WVB en de buitengewone Galicische multi-instrumentalist en zangeres Mercedes Peón (op haar laatste en sublieme album ‘Sós’ speelde ze twintig verschillende instrumenten, van doedelzakken tot diverse percussie). Warsaw Village Band manifesteert zich ook nu weer als de icoon van originele en intelligente Oost-Europese muziek die traditie met moderniteit verbindt en aldus al jaren toehoorders van zeer uiteenlopende pluimage weet te bekoren. De hoger vermelde kwaliteiten komen weer ruimschoots aan bod maar krijgen nu een extra dimensie aangemeten door de toegevoegde zeer diverse invloedssferen. En het dient gezegd dat de mayonaise uitstekend pakt in een naturel en organisch klinkend klankenuniversum. Vooral de mayonaise met WVB en Peón pakt uitzonderlijk: dit is waarlijk een “match made in heaven”. Zij werken ook al vele jaren met de zelfde ingesteldheid en vanuit een gelijkaardige invalshoek: dat hun samenwerking er ooit ging komen leek wel in de sterren geschreven. Warsaw Village Band heeft alweer een zeer geraffineerde dot van een plaat gemaakt (with a lot of help from their friends) waardoor het portemonnee-onvriendelijke element vergeven is. ‘Sun Celebration’ is dan ook de tweede titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 28,10 (2 cd)


ÉRIK ALIANA & PICKET – Just my soul

ÉRIK ALIANA & PICKET – Just my soul

Érik Aliana en zijn goede vriend Francis Dschoutezo (aka Picket) zijn beiden afkomstig uit Kameroen. Érik zingt, componeert, speelt gitaar en allerlei percussie. Francis speelt bas (die hier voor een diepgaande sonoriteit zorgt), sanza (duimpiano) en pygmeefluit en fungeert als bijzanger voor Aliana’s expressieve leadzang. De voorbije tien jaar maakte Aliana drie soloalbums en reisde hij als muzikant zowat de hele wereld af. Hij groeide deels op in zijn geboortedorp op het platteland, deels in de hoofdstad Yaoundé. De verschillen tussen culturele gebruiken en levenswijze in die twee biotopen hebben hem ook muzikaal gevormd. Traditionele binaire-ternaire polyritmes, jazz, funk, cha cha cha en nog een en ander zijn hem niet vreemd. Zijn teksten, gezongen in het Osananga, Frans en Engels beschrijven de schoonheid en levendigheid van Afrika alsook actuele thema’s (wapenhandel, onwaarheden, smartphones….), dit alles geïnspireerd door oude wijsheden en waar nodig ook gebracht met gevoel voor humor. Voor de muziek op ‘Just my Soul’ haalde Aliana de mosterd bij de dorpsrites en -feesten. De muzikale setting is intiem, subtiel, radicaal minimalistisch en kernachtig, hypnotisch en indrukwekkend in al zijn bedrieglijke eenvoud en naaktheid. Producer François Kokelaere voelde dit haarfijn aan en zette dit feilloos om in een respectvolle, uitgeklede en fijngevoelige productie. Dit drietal dolt en speelt op aanstekelijke en verleidelijke wijze met polyfonie en ritme. Maar de grootste kracht en troef van ‘Just my Soul’ is toch wel de warme, fluwelen en krachtige stem van Aliana die de luisteraar moeiteloos gevangen houdt. Beide wereldburgers mogen dan al lang Kameroen achter zich gelaten hebben, de band met hun etnische muziek en taal is zo te horen intact gebleven.
publieksprijs: 18,95

BaBa ZuLa – XX

BaBa ZuLa – XX

De muziek van het Turkse BaBa ZuLa kan het best omschreven worden als worldpsychedelica. Ze komen uit Istanbul en worden wel eens beschouwd als de grondleggers van de oriental dub. Reeds twintig jaar mixt deze band instrumenten (saz, bendir, darbuka, davul, oud) en bezwerende klanken uit de Turkse klassieke muziek en de sufitraditie maar ook uit de Turkse rockscene uit de sixties met reggae, dub, krautrock, drum n bass en elektronica en live fleuren ze dit nog op met een buikdanseres. De gastmuzikanten die ze gedurende al die jaren konden bijeentrommelen zijn niet van de minsten: o.m. Sly and Robbie, Dr Das (stichtend lid van Asian Dub Foundation), Mad Professor, Uziah “Sticky” Thompson, Dirtmusic, Alexander Hacke (Einstürzende Neubauten), Jaki Liebezeit, Semiha Berksoy (Turkse operazangeres) en Titi Robin passeerden al de revue. Hun muziek is bovendien expliciet politiek geïnspireerd (geen sinecure in Turkije) en is een uitlaatklep en een protest tegen censuur en beroving van de vrije meningsuiting. ‘XX’ is een retrospectieve op twintig jaar BaBa ZuLa maar is geen compilatie in de klassieke zin. Op cd werd gekozen voor nieuwe remixes, herwerkte opnames, samenwerkingen (La Yegros, Oki Dub Ainu Band, Delayaman), liveopnames en dies meer en met gebruik maken van diverse opnametechnieken: digitaal, analoog, tape, mp3. Nu eens klinkt de band speels, dan weer ernstig. Hun concept was van bij het begin veelbelovend maar nimmer werden en worden we overtuigd: wij horen vooral een gebrek aan inspiratie, dimensie en richting en meermaals is de geeuwfactor bijzonder hoog. Enkel de live-afsluiter ‘Abdülcanbaz’ kon ons ondanks zijn meer dan negentien minuten echt boeien. ‘XX’ werd uitgegeven op een van onze favoriete labels, Glitterbeat: met deze uitgave gooit dit huis van vertrouwen toch wat van zijn reputatie te grabbel.
Cd 2 bevat exclusief dubversies en is heel andere koek en daar zullen de handen en de muzikale breinen van o.m. Mad Professor, Dr Das en Dirtmusic wellicht voor heel veel tussen zitten. ‘Dub’ bevat avontuurlijke, geïnspireerde, copieuze muziek met veel zin voor experiment die in combinatie met cd 1 voor de nodige gespletenheid zorgt. Het tweede deel van dit nogal schizofrene tweeluik behoort tot de beste dub die we de voorbije jaren mochten aanhoren.
publieksprijs: 23,90 (2 cd)

ELÉONOR – vive

ELÉONOR – vive

Eléonor is een project van de ravissante, klassiek geschoolde zangeres Elly Aerden die we kennen van haar werk met o.m. Amorroma, Bodixel en Moralia. Net als op haar vorige album ‘Erros’ zet zij (en ook Ewoud Huygens) ook op ‘vive’ hoofdzakelijk Latijnse poëzie op muziek. De teksten behandelen liefde, geluk, hoogmoed en melancholie. Ook nu weer liet ze zich begeleiden door een indrukwekkende keur aan muzikanten waarvan de meest vertrouwde namen Vincent Noiret, François Taillefer, Wouter Vandenabeele en Osama Abdulrasol zijn. De muziek situeert zich in een brede waaier aan stijlen, gaande van kamerfolk en neoklassiek over chanson, roots, Moorse klanken, fado tot jazz. De klank is voornamelijk Zuideuropees en regelmatig komt de geest van Madredeus waren. Aerden trapt nooit in de val om haar uitzonderlijke, warme, loepzuivere, flexibele en angelieke stemgeluid uitgebreid te etaleren maar overtuigt en imponeert daarentegen door eerder ingehouden te vertolken. Dat geldt ook voor de begeleiding (contrabas, piano, diatonische accordeon, percussie, viool, ud, qanun, strijkers). De sublieme en subtiele vertolkingen hebben als resultaat dat het Latijn niet klinkt als een oude, dode taal maar eerder als een vertrouwde, eigentijdse, klankenrijke en tijdloze. Bovendien vind je bijgevoegd de Nederlandse en Engelse vertalingen. Op dit album vol van zuiderse schoonheid doet Elly Aerden ons denken aan het beste van Teresa Salgueiro en Dulce Pontes en dit is niet bedoeld als een goedkope vergelijking maar vooral als een zeer groot compliment. ‘vive’ van Eléonor is een klein maar fijn, ingetogen en subtiel meesterwerkje van een topzangeres en haar kompanen.
publieksprijs: 19,55

NISIA – Pandora e Cumpagnia

NISIA – Pandora e Cumpagnia

Nisia is het samenwerkingsverband tussen de Siciliaanse zangeres Emanuela Lodato en de Belgische contrabassist (en zanger) Vincent Noiret (bekend van zijn werk bij o.a. Ghalia Benali, Amorroma, Ialma). Lodato bespeelt ook nog tamburelli, tammorre, bendir, riqq, joodse harp en caxixi en Noiret doet dat op chitarra battente, glockenspiel en melodica. Hier en daar worden ze ook nog spaarzaam en dienend bijgestaan door enkele gastmuzikanten, zo horen we op een lied de bijzondere stem van Ghalia Benali, maar dan wel in een prominente rol. Drie jaar geleden debuteerden ze met ‘Eredità’ waarop ze de Siciliaanse liedtraditie exploreerden en dat in hoofdzakelijk eigen composities en met een moderne folkbenadering. Ook op ‘Pandora e Cumpagnia’ brengen ze hulde aan de rijke muzikale traditie uit Sicilië en het zuiden van Italië; liederen met een lange geschiedenis: serenades, zeevaarders- en arbeidersliederen, verrijkt met eigen en zeer verfijnde arrangementen. Maar tegelijk is deze cd ook in het bijzonder opgedragen aan de vrouwen en hun kracht en verder ook aan alle zondebokken, vluchtelingen, vreemdelingen, allen die “anders” zijn, thuislozen, sans-papiers en vrije mannen en vrouwen die vooraf vastgestelde modellen afwijzen en die weerstaan en bevechten. Al deze mensen worden door Lodato en Noiret gezien als het feest, de zaadjes, het zout en de vitale energie van onze samenleving. Met een blik op vernieuwing verklaren ze hun liefde aan de traditie en aan deze verfijnde mediterrane cultuur. Noiret doet meer dan bassen op zijn contrabas: met zijn instrument draagt en stuurt hij ook met warme, jazzy en volle klanken. Toch is het de flexibele, krachtige en gedecideerde stem van Lodato die nadrukkelijk centraal staat maar de samenwerking tussen beiden klinkt symbiotisch. Een van de sterke punten van Lodato’s stemgeluid is het naturel waarmee ze een grote waaier aan emoties bestrijkt (weemoed, verleiding, klaagzang, bezwering…niets is haar blijkbaar vreemd). Onze slotconclusie is zowat dezelfde als bij hun debuut: dit fraaie werkstukje heeft ons niet van ons paard gebliksemd maar heeft ons wel een aangenaam luisteruur bezorgd.
publieksprijs: 20,40

REGGAE

 rocksteady, soul and early reggae at studio one’ (compilatie)

‘STUDIO ONE ROCKSTEADY volume 2: rocksteady, soul and early reggae at studio one’ (compilatie)

Bij Soul Jazz Records blijven ze verder graven in de schatkamers van Studio One (willen jullie meer weten over dit fenomeen ga dan als de wiedeweerga naar het muzieknieuws van juli 2016). Waar ska eerder de uitdrukking was van de uitbundigheid rond de aanloop naar de Jamaicaanse onafhankelijkheid in 1962 was rocksteady voor velen de muziekvorm die beter het ‘Jamaicaan-zijn’ uitdrukte. De skamuzikanten waren helemaal niet beschaamd over hun USA-links -met name R&B en jump jive-, maar de Jamaicanen beschouwden ska wel als de eerste unieke Jamaicaanse populaire muziekvorm, niet zozeer omwille dat de beat van up naar down ging maar omdat mento-elementen en Rasta drumming toegevoegd werden alsook de instrumenten die destijds meekwamen op de slavenboten, zoals de duimpiano en de bamboesax. Rocksteady daarentegen bevatte weinig elementen van eigen huis maar was hoofdzakelijk schatplichtig aan Amerikaanse soul. Muzikaal ging het er trager aan toe en werden er weinig instrumenten gebruikt: alles werd opgebouwd rond de toen zeer moderne elektrische basgitaar en er was nauwelijks een blazerssectie te bespeuren. Bij rocksteady draaide alles rond zingen en deze benadering gaf veel meer Jamaicanen de gelegenheid om deel te hebben aan hun eigen muziekbusiness en het liet hen toe een wijde waaier aan emoties en vooral hun patois in de muziek te introduceren. Vocale trio’s zoals The Melodians, The Clarendonians en The Wailers schoten als paddestoelen uit de grond en hun eigen zangstijl, vooral gekenmerkt door de constante afwisseling van leadzanger en een bijzondere fascinatie voor de close harmony van Amerikaanse soulacts zoals Curtis Mayfield and The Impressions, werd bekend als The Jamaican Style. Maar het rocksteadytijdperk was nauwelijks drie levensjaren beschoren, want reggae loerde om de hoek en al gauw kwam de machtsovername. De belangrijkste reden voor deze muzikale transformatie kan gezocht worden in het groeiende verlangen om terug te keren naar een intrinsieke ‘Jamaicanness’ na het onverholen Americanisme van rocksteady. Een tweede belangrijke reden voor de ontwikkeling van reggae uit rocksteady was het steeds meer toenemende belang van de basgitaar in de mix en het orgel dat opschoof naar shufflepatronen en naar een staccatostijl. Onze favorieten op deze heupwiegende en meestal zoetgevooisde compilatie zijn Carlton & The Shoes, Alton Ellis, Owen Gray, Cannon & The Soul Vendors, The Actions, The Paragons, onze rocksteadylievelingen The Heptones met warempel een Dylancover (‘I Shall Be Released’) en Delroy Wilson. Het overkomt ons zelden maar wij vinden volume 2 met voorsprong beter dan volume 1 (uit 2014).
publieksprijs: 19,05

DREADZONE – Dread Times

DREADZONE – Dread Times

Dreadzone rees twintig jaar geleden uit de as van Big Audio Dynamite en is aldus ook nog erfgenaam van het hart en de ziel van The Clash en symbolischer kan het haast niet: ‘Dread Times’, hun achtste album, werd opgenomen in de studio van Mick Jones. Bij momenten hangt ook duidelijk de punky reggaestijl van The Clash in de lucht. Hun startschot ‘Second Light’ sloeg de wereld (of toch een deel ervan) met verbazing en wijlen John Peel was een vurige propagandist voor de band. Bij ons zijn ze eerder onbekend en dus ook onbemind maar thuis zijn ze noch min noch meer een Brits alternatief dance- en rootsinstituut. Van bij de aanvang pikten ze de Britse roots reggae van de jaren 80 op en gingen daarmee aan de slag samen met de nieuwigheden uit de rave scene van de jaren 90. Twintig jaren verder zijn daar elementen uit allerlei beats aan toegevoegd: dance, dancehall, ska, breakbeat, ragga, house, chill-out en vooral veel dub en gebruik van elektronische texturen, maar ze blijven sterk geënt op de tijdloze reggaezone en benaderen hun werk met een dosis gezonde punkattitude. Daarnaast zijn enige Afrikaanse, Indiase tot zelfs folk- en Balkaninvloeden hen ook niet vreemd. Een deel van het repertoire bestaat uit liefelijke songs(over liefde, verlies, vriendschap) maar hun handelsmerk is toch vooral politiek geïnspireerd: rebellie, verzet, overleving, inspiratie, onderdrukking en solidariteit. De omschrijving van hun stijl en visie lijkt misschien wat zwaar op de hand maar infeite is hun muziek laagdrempelig en wordt ze gekenmerkt door robuuste, pittige, skanking en fantasierijke beats, dansende en pulserende bassen en keyboards met watervaleffecten. Het is ook een grote verdienste van Dreadzone dat ze dit amalgaam van invloeden weten te verweven tot een coherent eclectisch geheel. De magische toets van de beginjaren is nog steeds onaangeroerd: als je voeten stil blijven bij beluistering dan adviseren we wel je polsslag te checken.
publieksprijs: 16,95

VINYLRELEASES

- TINARIWEN – Elwan
publieksprijs: 26,25; 32,50 (lp + cd)
- DREADZONE – Dread Times
publieksprijs: 33,70 (lp + download)
- BaBa ZuLa – XX
publieksprijs: 32,05 (3 lp)
- ‘STUDIO ONE ROCKSTEADY volume 2: rocksteady, soul and early reggae at studio one’ (compilatie)
publieksprijs: 24,50 (2 lp)
- TOOTS & THE MAYTALS – In The Dark (re-release)
publieksprijs: 25,80
- PRINCE FAR I – Psalms For I (re-release)
publieksprijs: 25,80
- LIVY EKEMEZIE – Friday Night (re-release)
publieksprijs: 22,50
- ETHIO STARS / TUKUL BAND feat. MULATU ASTATKE – Addis 1988 (re-release)
publieksprijs: 22,45
- AMARISZI – Babel Fish
publieksprijs: 18,20

GOUD VAN OUD

We zetten deze rubriek tijdelijk on hold. We hadden nog een waslijst(je) titels in petto maar geen daarvan is nog verkrijgbaar. We hebben wel nog enkele zeer zomerse titels achter de hand , dus gaan we die komende zomer presenteren. Vanaf 2018 willen we gaan grasduinen in het begin van deze eeuw.

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage. Een van onze twee favorieten beet vorige maand de spits af en nu gooien we die tweede favoriet nog eens voor de leeuwen.

AFRO CELT SOUND SYSTEM – The Source

AFRO CELT SOUND SYSTEM – The Source

Voor wie de voorbije twee decennia geslapen heeft of op een andere planeet vertoefde geven wij eerst een introductie op een fenomeen. ACSS ontstond als het geesteskind van producer / programmeur / gitarist Simon Emmerson. 21 jaar geleden debuteerde Afro Celt Sound System met de klassieker ‘Volume 1 Sound Magic’. Op dat verbazingwekkende debuut creëerde ACSS een ambitieuze en innovatieve soundscape vol wervelende, cross-culturele muzikale patronen. Dance-, techno- en trance-elementen werden versmolten met ritmes uit de West-Afrikaanse en Keltische traditie. Het resultaat was een van de rijkste global fusionprojecten ooit. Emmerson’s muzikale visie was gebaseerd op een theorie die zegt dat Kelten afstamden van Afrika en via het Europese vasteland de Ierse westkust bereikten. Wat er ook van zij, de muzikale empathie tussen de Afrikaanse kora en de Keltische harp en tussen de Afrikaanse talking tama drum en de Ierse bodhrán was hier bijzonder treffend. Emmerson werkte twee jaar aan de voorbereiding van dit project. Plaats en tijdstip van gebeuren was de tweejaarlijkse opnameweek in de Real World studio’s, in juli 1995. De intentie van die biënnale is het samenbrengen van muzikanten uit verschillende tradities voor een kruisbestuiving. Dit gegeven creëerde de perfecte omgeving voor Emmerson’s visioniare project. Emmerson had reeds twee albums van Baaba Maal geproducet en uit diens band nodigde hij de koravirtuoos Kauwding Cissokho en talking drumspeler Masamba Diop uit. Uit Ierland kwamen Ronan Browne (doedelzak), Davy Spillane (doedelzak, fluit), James McNally van The Pogues (bodhrán, fluit) en de bard Iarla O’Lionaird die zingt in de sean nós-traditie en die de revelatie van ACSS was. De Bretoense harpist Myrdhin voegde nog een Euro-Keltisch accent toe aan het project. Simon Emmerson zelf en de keyboardsspelers Martin Russell en Jo Bruce stonden in voor de programmering. De basistracks had Emmerson klaar bij de start van de opnames: de opnameweek werd besteed aan improvisaties over die tracks heen. Daarna werkte Emmerson nog drie maanden aan de tapes. De rest is geschiedenis. Drie jaar later verscheen hun tweede album ‘Volume 2 Release’, zo mogelijk nog sterker dan het debuut, maar de magie en de baanbrekende impact zullen voor altijd onlosmakelijk verbonden zijn met ‘Volume 1 Sound Magic’.

Ondertussen blijft van de oerbezetting enkel nog bezieler Emmerson aan boord: Ronan Browne en Davy Spillane vertolken op ‘The Source’ wel nog een gastrol. De bekendste muzikanten in de huidige bezetting zijn Johnny Kalsi en N’Faly Kouyaté die beiden al een hele tijd meedraaien in ACSS. Twintig jaar en zeven albums later was er na elf jaar stilte het nieuwe album ‘The Source’ om die twintigste verjaardag te vieren. Het had de voorbije jaren niet veel gescheeld of er viel helemaal niets te vieren: er waren hevige disputen tussen verschillende bandleden over het eigendomsrecht van de groepsnaam. Emmerson had de band gerestyled en voor deze opnames aangevuld met een hele horde gastmuzikanten en -vocalisten als Les Griottes (vijfkoppig vrouwelijk vocaal ensemble) en diverse leden van Shooglenifty. De klemtoon ligt heel sterk op de West-Afrikaanse elementen terwijl de “concurrerende” synths, beats, pijpinstrumenten en fluiten onmetelijke lagen aanbrengen naar een geheel aan klanken dat slingert en zich uitstrekt op onverwachte wijze en de luisteraar constant op het verkeerde been zet en waarbij de gegenereerde razernij diezelfde luisteraar ademloos achterlaat. Het basisidee van ACSS hield na twintig jaar moeiteloos stand en het was geleden van de eerste drie albums dat dit gezelschap nog zo rijk en uitermate fascinerend klonk; je zou kunnen stellen dat Afro Celt herboren was. Alle stoppen werden uitgetrokken en alle riemen en remmen losgegooid en er werd meer dan een uur ongegeneerd loos gegaan tot het delirium nabij was in een bijzonder gedurfde, massieve en triomfankelijke mix van oerintensiteit, spirituele schoonheid, explosieve ritmes, gevechten tussen diverse instrumenten, en gezangen die uit de kakofonie van texturen, melodieën en geprogrammeerde effecten breken.
publieksprijs: 16,95

CONCERTTIP

BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA

BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA

Plaats van gebeuren: N9, Molenstraat 165, Eeklo, vrijdag 7 april 21u. De Malinees Bassekou Kouyaté wordt ook wel de Jimi Hendrix van de ngoni genoemd. De ngoni is een traditioneel instrument met vier, zes, acht of twaalf snaren; het instrument wordt ook wel eens de Afrikaanse voorloper van de Amerikaanse banjo genoemd. Ngoni Ba lijkt wel een familiebedrijfje want daarin draven ook zijn vrouw Amy Sacko en twee zonen op (en ook de andere muzikanten zijn op een of andere manier familie). Ngoni Ba is Bambara voor “de ngoni groep” maar ook voor “de kracht van de ngoni”. De ngoni is ook het instrument van de griots (de West-Afrikaanse troubadours en verhalenvertellers). Ook Bassekou Kouyaté komt uit die traditie maar hij doet er zeer duidelijk zijn eigen ding mee, waarvan zijn vele muzikale samenwerkingen wellicht aan de basis liggen; hij werkte met o.a. Ali Farka Touré, Toumani Diabaté, Taj Mahal, Africa Express en AfroCubism. Op hun recentste cd ‘Ba Power’ zetten Kouyaté en de zijnen nog verdere stappen in de integratie van Afrikaanse tribale ritmes en rock ‘n’ roll. Kouyaté en Ngoni Ba staan voor betoverende songs, messcherpe riffs en naar de keel grijpende emoties. De volumeknop is een flink stuk naar links gedraaid en het spel van Kouyaté heeft een nieuw en vooral uiterst dynamisch intensiteitsniveau bereikt: dit is Afrorock pur sang met alle registers open. Verwrongen klanken, wah-wah pedalen (o, waar is de tijd!) en stuwende ritmes vormen de ruggegraat van de muziek die onderstut wordt door de zeer krachtige, precieze, gepassioneerde en withete zang van vrouwlief Amy Sacko. Een avond Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba wordt een avond vol branie, brutaliteit, opwinding, muzikale precisie, vuur en uitdaging. Deze muziek is vernieuwend, rauw, razend, zeer intens, funky en hoekig maar blijft ondanks alle elektriciteit dicht tegen de traditie aanleunen. Kouyaté heeft vooral met het album ‘Ba Power’ zijn positie tussen de meest relevante muzikanten van deze eeuw ingenomen. We durven jullie blindelings de aanschaf van ‘Ba Power’ en ‘Jama ko’ aanbevelen. Gaat dat zien en vooral horen.

SONGS VAN DE MAAND

WARSAW VILLAGE – Bridal Wreath Song
GISELA JOÃO – Llorona

COVER VAN DE MAAND

GISELA JOÃO – Llorona (traditional)

NOTEER NU ALVAST IN JE AGENDA:

DOBET GNAHORÉ (zie cd-nieuws mei 2014) is op zaterdag 24 juni te horen en te zien op Feest in ’t Park in het Minnewaterpark te Brugge. Meer info volgt in een van onze volgende edities.