Muzieknieuws april 2017

THE NILE PROJECT – Jinja

THE NILE PROJECT – Jinja

The Nile Project is veel meer dan een orkest: het wil model staan voor crossculturele dialoog en samenwerking. Het werd in 2011 opgericht door de Egyptische etnomusicoloog Mina Girgis en de Ethiopisch / Amerikaanse zangeres Meklit Hadero en het tracht ook inwoners van de regio te helpen samenwerken bij het duurzaam houden van de gedeelde ecosystemen. Door lokaal publiek bloot te stellen aan de culturen van hun rivierburen wendt dit initiatief muziek aan om een gedeelde Nijlidentiteit te creëren. Het bouwt op dit bewustzijn om educatieve programma’s te ontwikkelen alsook een online dialoogplatform en een Nile Prize weg te geven voor initiatieven die oplossingen aanbrengen voor de culturele en ecologische uitdagingen van de regio. Bij de concerten van dit orkest horen ook workshops rond hun doelstellingen. Er loopt ook een universitair programma rond duurzaamheidsoplossingen aan universiteiten in Egypte, Ethiopië, Kenia, Uganda en Tanzania. We gaan nog even terug in het recente verleden en schrijven januari 2013: The Nile Project brengt achttien muzikanten (waaronder zes vocalisten) uit Uganda, Ethiopië, Eritrea, Soedan en Egypte samen om te gaan experimenteren met een creatief samenwerkingsproces dat tien dagen zou duren. Dit resulteerde in de live-cd ‘Aswan’ (het hele verhaal kan je desgewenst nog eens nalezen in het muzieknieuws april 2016), een vreugdevol en doordringend werkstuk. En dan is er nu een eerste studioalbum, ‘Jinja’. Het gezelschap is ondertussen geslonken tot dertien muzikanten (waaronder nog steeds zes vocalisten) en ook zangeres Hadero en Girgis (als co-producer) zijn nog steeds betrokken partijen maar vooral drijvende krachten achter het globale project. Ook dit album kwam tot stand zoals ‘Aswan’: ook nu werden muzikanten uit de elf Nijllanden geselecteerd om samen te componeren (ditmaal in Jinja, Uganda) en daarna te toeren. Het grootste deel van de opnames gebeurde in geïmproviseerde studio’s op hotelkamers tijdens hun Amerikaanse toer in 2016. Hoe dan ook: de klank is uitstekend en de uitvoeringen blinken uit in opwinding, verleidelijkheid, maturiteit en innovatie en zijn erg strak. Ook nu wordt de muziek aangedreven door de percussiesectie en zijn de andere dominante instrumenten lieren en tweesnarige vedels. Deze twee types instrumenten vormen het hart van de muzikale identiteit van deze regio en in alle landen binnen het Nijlbekken vinden we vandaag moderne versies ervan. De drie co-producers focusten op de unieke timbres van deze instrumenten en omringden die nog met harpen, oud, saxofoon, fluit, krar en duimpiano. Net als op ‘Aswan’ wordt ook op ‘Jinja’ de rijke diversiteit van stijlen en instrumenten geëxploreerd uit een regio die verenigd wordt door een rivier maar verdeeld door een strijd om grondstoffen. De echte sterren op dit bruisende werkstuk dat ook een hele krachttoer is geworden door de zeer coherente synthese van de variëteiten zijn toch wel de zes werkelijk uitmuntende vocalisten die hier in hun zes talen het allerbeste van zichzelf geven. ‘Jinja’ is een empirisch getuigenis van hoe diversiteit kan samenkomen om collectieve doelstellingen te bereiken waarbij de muziek symbool staat voor alle andere dromen van The Nile Project.
publieksprijs: 18,75

LES AMAZONES d’AFRIQUE – République Amazone

LES AMAZONES d’AFRIQUE – République Amazone

De vermaledijde en beladen term “supergroep” is helemaal niet exclusief gelinkt aan de rockwereld. Ook in de “wereldmuziek” (nog zo’n term) maakten we al kennis met dit fenomeen: Afro Celt Sound System en vooral The Imagined Village zijn wellicht de bekendste voorbeelden, al dan niet toevallig beide initiatieven van Simon Emmerson. Dan is het nu de beurt aan Les Amazones d’Afrique. De opstelling leest als de winnaar van The Man Booker International Prize, in dit geval de winnaressen, of wat dacht u van (nee Lize Spit, niet jij): Angélique Kidjo, Kandia Kouyaté, Mamani Keita, Mariam Doumbia, Mariam Koné, Massan Coulibaly, Mouneissa Tandina, Nneka, Pamela Badjogo en Rokia Koné. Dit West-Afrikaanse tiental voert campagne voor gendergelijkheid vanuit een sterk geloof dat muziek sociale vooruitgang kan ondersteunen. Deze tien dames worden instrumentaal nog bijgestaan door o.a. multi-instrumentalist Liam Farrell (aka Doctor L) die ook voor de productie tekende en door gitarist Mamadou Diakité.
Les Amazones d’Afrique schenken de opbrengst van de track ‘I Play The Kora’ aan de Panzi Foundation die geleid wordt door de ook hier gekende dokter Mukwege in Bukavu (Congo). Deze stichting verstrekt medische ondersteuning aan meer dan 80.000 vrouwen waarvan er 50.000 slachtoffer zijn van seksueel geweld. Deze amazones hebben een crowdfundingcampagne opgestart om het werk van de Panzi Foundation te helpen financieren. Dat ze net deze song uitpikken is hoogst symbolisch: de status van de kora neemt in Afrika mythische vormen aan en lange tijd was het totaal not done dat vrouwen dit instrument aanraakten, laat staan dat ze het zouden bespelen.

Tien zangeressen betekent niet dat we hier koorzang te horen krijgen: in ieder nummer gaat de leadzang naar een of twee zangeressen en op vijf van de twaalf nummers horen we nog backing vocals. Er wordt gezongen in Mandinka, Frans en Engels. De start is bijzonder verrassend want Angélique Kidjo mag aftrappen in ware Congotronicsstijl. Die verrassende aanpak zet meteen de toon voor een groot deel van het album ook al is dat niet unaniem een zegen. Duidelijk is dat, mede door de verspreide slagorde van de zangeressen die ook het zwaktepunt van dit album vormt, de muzikale lijnen uitgezet worden door Liam Farrell die zowel als muzikant en als producer alomtegenwoordig is en (te?) nadrukkelijk het (nodige) cement van dit album is. Zijn beats en elektronica matchten perfect met de muziek van Mbongwana Star maar bij al deze vrouwelijke vocale schoonheid lijkt het ons toch niet steeds de aangewezen werkwijze. Te vaak lopen de stemmen verloren in de mix ook al zorgen deze wonderlijke stemmen er finaal voor dat ‘République Amazone’ naast een duidelijk feministisch statement vooral a thing of beauty is. En toch vrezen wij voor de houdbaarheid van dit album omdat er te weinig samenhang is. Deze bespreking komt misschien wat confuus en diffuus over maar dat is net het gevoel dat ‘République Amazone’ nalaat: dat van een gemiste kans; ondanks alle kwaliteiten had hier veel meer kunnen uit gehaald worden.
publieksprijs: 17,15

OMAR SOSA & SECKOU KEITA – Transparent Water

OMAR SOSA & SECKOU KEITA – Transparent Water

De Senegalees Seckou Keita is een geschoolde en zeer bedreven koraspeler en percussionist die ook als zanger bijzonder goed uit de verf komt met zijn warme, intieme en delicate stemgeluid. Zijn moeder komt uit een griotfamilie en zijn vader is een afstammeling van Mandinguekoning Sundiata Keita (pour la petite histoire). Als koraspeler kent hij weinig gelijken: zijn spel is verbluffend subtiel en heeft een torenhoge finessegraad. Dat demonstreerde hij twee jaar geleden nog uitvoerig op zijn voorlopige opus magnum ’22 Strings’, een ultieme ode aan de kora. Maar Keita is veel meer dan een soloartiest: in de internationale muziekwereld heeft hij ook al een stevige reputatie opgebouwd die hem al werk opleverde bij o.m. Salif Keita, Youssou N’Dour, Miriam Makeba, Neil Finn…. Hij is ook een man van samenwerkingen met o.m. Cubaanse, Indiase en Scandinavische muzikanten en nog vrij vers in ons geheugen zit de cd ‘Clychau Dibon’ geprent die hij maakte met de Welshe concertharpiste Catrin Finch; dat album was een streling voor de oren. En nu is hij aan de slag gegaan met de Cubaanse componist, orkestleider en (jazz)pianist Omar Sosa. Ook Sosa is een man van vele samenwerkingen: Carlos Valdes, Pancho Quinto, Susana Baca, Paolo Fresu en Jaques Morelenbaum zijn maar enkele namen. Sosa heeft een groot deel van zijn muzikaal leven gewijd aan de exploratie van Afro-Cubaanse muziek in al zijn vormen. Muziek is voor de man ook een intense Yorubameditatie over levenscycli en het bestaan en zijn piano is niet enkel een instrument maar evenzeer een gids naar spiritueel bewustzijn. Sosa staat voor een unieke fusie van Afrikaanse muziektalen, Cubaanse dictie, jazzallusies, minimalisme, spiritualiteit en bluesgetinte fraseologie.

Op ‘Transparent Water’ worden Sosa en Keita nog bijgestaan door o.m. de Venezolaanse percussionist Gustavo Ovalles (vaste klant bij Sosa), de Chinese shengmeester Wu Tong, lid van Silk Road Ensemble, en de Japanse Mieko Miyazaki op koto. Tien van de dertien composities zijn duowerk, de drie andere werden door Sosa gepend. Sosa en Keita ontmoetten elkaar vijf jaar geleden en een jaar later werden de basistracks voor dit album opgenomen. De songs baden in diverse sferen gaande van introspectie en sereniteit over pure expressie van vreugde en energie tot treurnis. Beide meesters hebben duidelijk hun stempel op dit werkstuk gezet zonder elkaar voor de voeten te lopen: ze hebben elkaar gevonden in ware harmonie met veel gedeelde verantwoordelijkheidszin in de creatie en in de allerbeste fragmenten leidt dit tot een overheerlijk en weelderig vraag-en-antwoord-spel. De wisselwerking tussen beide muzikanten -en ook hun medespelers- is opmerkelijk, fascinerend, ingenieus, delicaat, tinkelend en magisch. Cuba en West-Afrika matchen hier schijnbaar moeiteloos en ook de Aziatische elementen zijn naadloos uitstekend geïntegreerd. Eerdere Cubaans-Afrikaanse projecten focusten vooral op ritme, op ‘Transparent Water’ staat melodie nadrukkelijk centraal. Voor wie muziek graag contemplatief heeft is dit wellicht een klein meesterwerk. Ondanks alle aangehaalde kwaliteiten missen wij wel een dosis schwung: het is ons allemaal iets te lichtvoetig en chilly.
publieksprijs: 19,70

ONDATRÓPICA – Baile Bucanero

ONDATRÓPICA – Baile Bucanero

We zijn weer eens aanbeland in de speeltuin van Quantic. Ondatrópica is een van de vele geesteskinderen van Will Holland en in dit geval ook van Mario Galeano, leider van het zwaar onderschatte cumbiakwartet Frente Cumbiero uit Bogotá. Beide heren ontmoetten elkaar voor het eerst in 2011. Daaruit volgde een maandelijkse ontmoeting en uit hun ideeën en gedeelde passies ontstond Ondatrópica. Een jaar later verscheen hun debuut en ging het gezelschap op tournee. Meer dan 40 muzikanten werkten mee aan dat gelijknamige debuutalbum dat een unieke samenwerking was tussen jong en oud uit Colombia en waarop we een brandend hedendaagse vertolking van oude muziekstijlen (salsa, ska, cumbia….) te horen kregen. Dit was Colombiaanse muziek op zijn allerbest: onversneden, rauw, ultra energiek en zo nu en dan wat heerlijk overstuurd.
De premisse voor het tweede album was om op te nemen in zowel Bogotá als Isla de Providencia, twee contrasterende locaties maar wel verenigd door hun reputatie als muzikaal creatieve hubs. Bogotá met haar subversieve underground uitgedrukt in een actieve, punky en DIY mentaliteit en Providencia met haar reïnterpretatie en updating van een Colombiaanse nationale identiteit d.m.v. een trotse renaissance van regionale folklore gekoppeld aan een passie voor dancehall en reggaeklanken. Met de sterk latin geïnspireerde benadering van hun eerste album in het achterhoofd was de keuze voor Providencia niet lukraak. Voor Providencia deel uitmaakte van de Colombiaanse republiek was het eiland bezet door o.a. het Britse rijk. Het eiland kent een onstuimige mix van Afrikaans, Engels en Spaans cultureel erfgoed en is daarom een perfect voorbeeld van Caraïbisch cultureel experiment. Galeano en Holland wilden de gemeenschappelijke grond van deze diverse invloeden en de wijzen waarop deze diverse stijlen synthetiseren exploreren. In Bogotá werd er opgenomen met lokale muzikale zwaargewichten waarna de kern van Ondatrópica naar Providencia trok om verder aan ‘Baile Bucanero’ te werken. Naar verluidt werden de lange sessies van brandstof voorzien met rum die ook zijn invloed had op de dialogen tussen calypso en gaita, accordeon en lapsteel, claves en mandoline tot synthesizer en het kaakbeen van een paard. 35 muzikanten werkten mee en in de ware traditie van de Onda stijl kwamen die uit zeer verschillende achtergronden, muzikale stijlen en leeftijdsgroepen. La Onda was een multidisciplinaire artistieke beweging in Mexico die deel uitmaakte van de wereldwijde tegencultuur en avant-garde in de jaren 60. Muzikaal staat deze stijl voor de invoer van Amerikaanse en Britse rock and roll in de Mexicaanse muziekcultuur.

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: ‘Baile Bucanero’ voldoet moeiteloos aan de verwachtingen en overtreft misschien wel de stoutste daarvan. Het is nog te vroeg om te stellen of dit album al dan niet beter is dan de voorganger, consistenter in al zijn diversiteit dat is het wel. Over de overvloedige bekwaamheid van Holland en Galeano hadden we al lang niet meer de minste twijfel en dat zetten ze hier nog eens dik in de verf met veel originaliteit, glans, branie en onvervalst en authentiek eclecticisme. ‘Baile Bucanero’ klinkt op en top Colombiaans en tegelijkertijd ook mondiaal: Afrikaans, Caraïbisch en veel daar tussen in, grotendeels te danken aan de zeer uiteenlopende achtergronden van de 35 muzikanten die hier voor een overvloedig en weelderig stijlen- en klankenpalet zorgen. Het enige “minpunt” betref de kwaliteit van de composities: die zijn wel gaaf tot soms sprankelend maar er springen niet echt een of meerdere uit in die zin dat er geen of weinig echt blijven hangen. Het repertoire is in hoofdzaak Colombiaans, Jamaicaans, Trinidadiaans en Afro-Amerikaans. Er wordt in het Engels gezongen bij de Caraïbische en Afro-Amerikaanse stijlen en in het Spaans bij de Latijnse. Sleutelwoorden zijn: passie, artistieke intensiteit, fijn geslepen arrangementen en een voortreffelijke balans, joie de vivre. Veel betere promotie dan dit zal Colombia niet snel te beurt vallen.
publieksprijs: 17,10

BARGOU 08 (Front Musical Populaire) – Targ

BARGOU 08 (Front Musical Populaire) – Targ

In het noordwesten van Tunesië, ergens tussen de bergen en de Algerijnse grens, ligt het stadje Bargou, in een van de armste en meest dorre gebieden van het land. Het is de thuisbasis van een authentiek muzikaal erfgoed, genaamd Targ. De ritmes en de instrumentatie (framedrums, loutar -familie van de oud-, dwarsfluit) verwijzen naar Berbermuziek, maar de landelijke isolatie van Bargou heeft gezorgd voor de ontwikkeling van een lokale stijl, zij het dat er tot vandaag geen opnames voorhanden waren. Zanger Nidhal Yahyaoui werd geboren in Bargou en heeft het op zich genomen om het repertoire van deze bedreigde en gemarginaliseerde muziekcultuur te doen herleven. Samen met producer Sofyann Ben Youssef installeerde hij een mobiele studio in zijn ouderlijk huis en repeteerde er met lokale muzikanten wat resulteerde in de opnames van hun debuutalbum. Aan de hand van haast vergeten muzikale folkloristische landschappen herbezochten ze dat gemarginaliseerde erfgoed dat een identiteit vormt die geboetseerd is in de teksten, melodieën en dansen. Versterkt met pulserende elektronische en stedelijke klanken en texturen kwamen ze tot een hedendaagse aanroeping van een tijdloze traditie. Op ‘Targ’ staan negen traditionele melodieën (vooral oude maar ook nieuwere) die opnieuw gearrangeerd werden door Bargou 08. Naast de stem en de loutar van Yahyaoui en de spaarzaam aanwezige analoge synth (vooral voor de baseffecten) van Ben Youssef horen we nog gasba en zokra (rietinstrumenten), drums en allerhande percussie. Reeds als jongeling verzamelde Yahyaoui liederen uit de hele regio, iets waar verder niemand zich nog blijkbaar om bekommerde, laat staan dat er enige documentatie voorhanden was. Hij luisterde naar de vrouwen en de wijze ouderen en ging als autodidact vele variaties maken op de oude traditionele liederen die gezongen worden in het Targdialect, een mix van Berbers en Arabisch, en die vaak over leven in isolement en over onbeantwoorde en verloren liefdes gaan. En verder ook nog ere wie ere toekomt: dank aan Glitterbeat Records, die zijn faam alweer alle eer aandoet, om deze muziek en orale traditie onder de wereldwijde aandacht te brengen en die samen met Yahyaoui van de vergetelheid te redden. ‘Targ’ laat zich vooral opmerken door de tranceritmes en de heel karakteristieke klankkleur van de rietinstrumenten en van Yahyaoui’s stem: die is rauw, gutturaal, emotioneel zeer divers, klagend en hartstochtelijk. Dit album staat ook voor een zeer avontuurlijke en opwindende en tegelijk uiterst respectvolle benadering van een eeuwenoude orale traditie die voor het eerst een internationale geluidsdrager haalt. De opnames werden voorafgegaan door een uitgebreide tournee die de groep o.m. op de affiche van Roskilde, Esperanzah, Amsterdam Roots, Womex en Rainforest Sarawak bracht. Tribale traditie en muzikale moderniteit bereiken op ‘Targ’ een zeldzame en haast perfecte balans.
publieksprijs: 18,75

TAMIKREST – Kidal

TAMIKREST – Kidal

Nadat Tinariwen vorige maand met een nieuwe worp op de proppen kwam konden die van Tamikrest moeilijk achterblijven. Wij zouden niet graag in de plaats zijn van zij die de voorbije jaren Malinese en ook nog andere Touareg woestijnbluesgitaarbands die traditionele stijlen mixen met (indie) rock de kost moeten geven: deze scene boomt de voorbije jaren. Zoals zoveel andere land- en lotgenoten zijn ze enkele jaren terug het noorden van Mali ontvlucht voor de sharia en gingen ze tijdelijk in ballingschap leven in Algerije. Vier jaar geleden, bij het verschijnen van ‘Chatma’, kwamen we tot de vaststelling dat Tamikrest (net als nog wel meer van hun collega-woestijnrockers) wat vast kwam te zitten in het zeer beproefde succesrecept: hypnotiserende melodielijnen, jengelende gitaren, karakteristieke percussie, potige baslijnen, kirrende vrouwelijke keelklanken en vleugjes dub, funk en psychedelica.
Zoals dat steeds het geval is bij Tamikrest en ook heel vaak bij hun collega-woestijnrockers is de muziek op ‘Kidal’ sociaal en politiek erg geladen. Hun oorspronkelijke thuisstad Kidal situeert zich in het hart van Adagh, in het noordoosten van Mali. Al eeuwen wordt deze regio bewoond door de Kel Tamashak, ook bekend als de “blauwe woestijnmensen”. Sinds de Franse inval in 1916 is het verhaal van de Touaregs al een eeuw een van nooit aflatend verzet tegen elkaar aflossende onderdrukkers. Kidal is de wieg van menige volksopstand. Dit album wil alle lijden en manipulaties oproepen waarvan het getormenteerde volk het slachtoffer was en nog steeds is en die het in de tang zetten. Maar naast een rapport over verloren hoop en de rauwe politieke impasse en een schreeuw om vrede en rust is ‘Kidal’ ook een ode en een liefdesverklaring aan deze stad. In dit licht valt er een zeer opvallende gelijkenis met het nieuwe album van Tinariwen te noteren: ook Tamikrest klinkt bitterder en gelatener dan voorheen. De muziek klinkt ook minder gejaagd dan voorheen maar wel nog steeds hypnotisch en gortdroog. Al bij al maakt deze band een vermoeide indruk als zijn ze aangedaan door de recente geschiedenis van hun volk en land en door alle tristesse daarover. Vreemd genoeg (of net niet?) resulteert dit in het beste wat Tamikrest tot op heden voortbracht: ondanks die bedrieglijke gelatenheid en vermoeidheid is deze muziek intens, pittig, energiek, meeslepend, bezield en rauw en gaat er een vreemdsoortige schoonheid en trots van uit. De groep heeft binnen de contouren van desertblues haar eigen klank en eigen smoel gevonden, compact, gevarieerder, met sterkere songs, muzikaal gerijpt en verder weg van Tinariwen.
Tourdata:
21.04 Roeselare
22.04 Eupen
05.05 Genk
06.05 Brussel
publieksprijs: 18,75

VICENTE AMIGO – Memoria de los Sentidos

VICENTE AMIGO – Memoria de los Sentidos

Geïnspireerd door de muziek van Paco de Lucía leerde Vicente Amigo Girol gitaar bij Juan Muñoz’ (El Tomate, vader van Tomatito) en Manolo Sanlúcar. Later werkte hij als begeleider van o.a. El Pele en Camarón de la Isla. Zijn solodebuut verscheen in 1991 en nog eens tien jaar later won hij de Grammy Latino voor beste flamencoalbum. Overal ter wereld worden zijn concerten bejubeld door publiek en pers. Hij wordt beschouwd als een van de grootste flamencogitaristen van de huidige generatie. Met ‘Memoria de los Sentidos’ keert Vicente Amigo na enkele zijuitstappen terug naar de essentie van de flamenco, misschien wel Spanje’s warmste exportproduct. Hij boort voor het eerst enkele substijlen aan zoals seguiriyas en tarantas. Voorts brengt hij met ‘Réquiem’ een eerbetoon aan Paco de Lucía en voert hij een klein leger gasten aan: Potito, El Pele, Farruquito, Pepe de Pura, Miguel Poveda, Pedro el Granaíno, Niña Pastorí, Arcángel en Rafael de Utrera en wordt hij nog begeleid op percussie, bas, contrabas en palmas. En zoals steeds schittert dit huis van vertrouwen met zijn trefzeker, loepzuiver en zeer melodieus gitaarspel alsook met zijn briljante, ingenieuze composities. Het geheel is overdonderend zonder dat de luisteraar de indruk krijgt dat Amigo hier zijn kunstjes demonstreert: iedere noot en elke gitaarlick klinken 200% naturel. Ook de gastbijdragen zijn van bijzonder hoog niveau. Wij nemen graag onze hoed af voor deze grote meneer.
publieksprijs: 20,25

DAYMÉ AROCENA – Cubafonía

DAYMÉ AROCENA – Cubafonía

BBC-radioproducer, DJ, muzikale duizendpoot en bezige bij Gilles Peterson heeft een zeer uitgebreide expertise op het vlak van Latijns-Amerikaanse muziek en is al jaren intensief aan de slag met de verkenning van de muziekscene in Havana in het bijzonder en bij uitbreiding ook elders in Cuba. Twee jaar geleden was Daymé Arocena de volgende halte op zijn schattenjacht. Deze zangeres, arrangeur, componiste en koordirigent is op haar 24ste al quasi een veterane in de Cubaanse muziek. Toen ze vier was zong ze al op iedere hoek van de buurt. Op haar achtste begon ze semi-professioneel op te treden en toen ze veertien was werd ze leadzangeres bij de big band Los Primos. Drie jaar geleden was ze te horen op drie tracks op Peterson’s project ‘Havana Cultura Mix * The Soundclash!’ (met Havana Cultura wil Peterson Cubaanse muziek promoten over de ganse wereld: dit project wordt gefinancierd door Havana Club). Peterson nodigde haar uit naar Londen om er op te treden op het lanceerevenement voor dat album. Ze moet daar dusdanig het publiek betoverd hebben dat ter plaatse dan ook de plannen werden gesmeed voor haar debuutalbum ‘Nueva Era’. Voor de opnames van ‘Cubafonía’ vormde ze productioneel opnieuw een tandem met Peterson en nu ook met Dexter Story. Arocena omschrijft haar nieuwe album als een tocht rond Cubaanse ritmes en de cultuur en geschiedenis van het land. Vocaal grijpt ze vaak terug naar de ceremonieën van het Afro-Cubaanse Santeríageloof waarvan ze zelf een volgelinge is. Ze heeft een bijzonder rijke, veelzijdige, solide en krachtige stem met een wijd bereik en is zich daarvan hoorbaar ook zelfbewust. Haar sound is vooral geënt op Cubaanse jazz met zeer aanwezige soul- en funkinvloeden. De geest van Roberto Fonseca en andere Cubaanse jazzreuzen waar soms nadrukkelijk rond en wellicht heeft Arocena geluisterd naar vele jazzvocalisten. Samen met haar ingeboren Afro-Cubaanse eigenschappen en haar Afrikaanse roots levert dat een interessante mix op. Bij haar debuut hadden we al het sterke vermoeden dat nog meer fraais van haar kant ging komen aanwaaien en bij deze is dat geschied. Ze is ook gegroeid in het componeren en dat biedt uiteraard een uitgesproken pluspunt. Haar unieke stem wordt hier bovendien nog gedragen door een sterke begeleidingsgroep: de interactie is buitengewoon voortreffelijk. ‘Cubafonía’ staat garant voor 40 minuten exquis luisterplezier en op haar 24ste klinkt Arocena zo volleerd alsof ze reeds twee muzikale levens achter de rug heeft. Met ‘Cubafonía’ levert de zeer getalenteerde Daymé Arocena een briljant gezongen liefdesbrief aan haar thuisland af.
publieksprijs: 18,85

ONOM AGEMO AND THE DISCO JUMPERS – Liquid Love

ONOM AGEMO AND THE DISCO JUMPERS – Liquid Love

‘Liquid Love’ is het tweede album van dit integraal instrumentale kwintet uit Berlijn, met als spilfiguur multi-instrumentalist Johannes Schleiermacher (blazers, percussie, synths), dat een geheel eigen interpretatie brengt van afrofunk, afrobeat, ethiojazz, mandingue, garifuna, baka en gnawa. De klas met jonge Europese groepen die zich hiermee onledig houden wordt met de dag groter en het klaslokaal is stilaan aan uitbreiding toe. Deze heren voegen nog een eigen dimensie toe, met name improvisatie, rauwe funk, krautrock, free jazz en veel electrogrooves die het geheel een wat psychedelische, kosmische en hypnotische klankkleur meegeven en ons doen denken aan o.m. Sun Ra, Manu Dibango en The Heliocentrics. Op een na zijn alle composities van de hand van globetrotter Schleiermacher die ook voor de productie en de mix instond. Het instrumentarium bestaat uit saxofoon, houtblazers, modulaire en analoge synths, oude orgels, gitaar, vocoder, bas, drums en percussie. De groep wordt nog versterkt door drie gastvocalisten die we vooral ten gehore krijgen op de uitgebreide en uitgewerkte vierdelige suite ‘Somebody’. Deze heren spelen de pannen van het dak, zijn keien in improvisatie en gecontroleerde chaos en beheersen met hun solide ritmesectie en gespierde blazerssectie ten volle de Afrikaanse polyritmiek. Wat ze doen is eerst deconstrueren alvorens te reconstrueren. Je zou hun muziek ook kunnen labelen met de hippe term rare groove. Dit gezelschap borduurt geheel verder op ‘Cranes And Carpets’: verwacht dus niets nieuws onder de zon. ‘Liquid Love’ is net als hun debuut een bijzonder frisse ademstoot met een originele en unieke aanpak maar in de afdeling bleekschetenafro schatten wij Jungle By Night en Black Flower toch net nog een trapje hoger in.
publieksprijs: 17,05

‘TERRAFORMING IN ANALOGUE SPACE / IRL REMIXES 2000 - 2015’ (compilatie)

‘TERRAFORMING IN ANALOGUE SPACE / IRL REMIXES 2000 - 2015’ (compilatie)

Beste internetadeptjes, IRL staat hier dus niet voor ‘in real life’ maar wel degelijk voor Independent Records Ltd, een fris en fruitig onafhankelijk muzieklabel. En wat meer is: IRL blaast dit jaar vijftien kaarsjes uit en dit album is de 100ste release. Die verjaardag wordt gevierd met een overzicht in de vorm van een dubbelalbum aan een crisisvriendelijke prijs, althans toch de cd-versie.
Op cd 1 vinden we remixes van werk uit de catalogus van IRL. Conceptbedenker van dienst was producer, componist, multi-intrumentalist en medestichter van IRL Nick Page, aka Dubulah (bekend van zijn werk met o.a. Dub Colossus, Natacha Atlas, Transglobal Underground, Fun-Da-Mental, Jah Wobble e.v.a.). Worden door de mixer gehaald: Tinariwen, Justin Adams, Justin Adams & Juldeh Camara, Terakaft, General Paolino, Malawi Mouse Boys (2 x), Imed Alibi, Lo’Jo (3 x), Xaos (2 x), Dub Colossus, Acholi Machon. Voorwaar veel schoon volk op een hoopje. Nog meer schoon volk staat ook te trappelen bij de producers/remixers van dienst en spreekt misschien nog wel meer tot de verbeelding: Transglobal Underground, Dub Colossus (maakt dus beide bewegingen), Radar Station, Afriquoi, Lunar Drive, The Dhol Foundation, Dalek Romeo, Eccodek, Syriana, Boyscout, TJ Rehmi, Insentisi, Penguin Cafe Orchestra, Stereo Mike, Bernard O’Neill. Zij staan in voor zeer uiteenlopende benaderingen die vooral bij de veldopnames ingrijpende resultaten opleveren. Deze benaderingen van dienst heten dance, dub, reggae, drum n bass, trance en ambient. Hoogtepunten vinden wij Transglobal Underground (remix van Tinariwen), Radar Station (remix van Justin Adams & Juldeh Camara), Lunar Drive (remix van General Paolini), Eccodek (remix van Imed Alibi) en Bernard O’Neill (remix van Lo’Jo). Niet alle remixes zijn even boeiend maar al bij al is dit een geslaagd avontuurlijk experiment.
Op cd 2 staat het vergelijkend materiaal, met name samples van de originele opnames van de originele artiesten.
Fijne verjaardag daar bij IRL en op naar de volgende vijftien.
publieksprijs: 15,35 (2 cd)

REGGAE

Recent verschenen er twee spotgoedkope compilaties van grootheden uit een ver verleden, het ene al verder dan het andere en beide uitgegeven op het oerlabel Trojan.
- GREGORY ISAACS – The Best Of
publieksprijs: 9,45 (2 cd)
- THE SKATALITES – The Best Of
publieksprijs: 9,45 (2 cd)

VINYLRELEASES

- LES AMAZONES d’AFRIQUE – République Amazone
publieksprijs: 21,75 (2 lp)
- ONDATRÓPICA – Baile Bucanero
publieksprijs: 20,95 (2 lp)
- BARGOU 08 - Targ
publieksprijs: 21,35
- RHIANNON GIDDENS – Freedom Highway
publieksprijs: 22,50
- TAMIKREST – Kidal
publieksprijs: 21,35
- AUGUSTUS PABLO – King David’s Melody
publieksprijs: 12,75
- BLITZ the AMBASSADOR – Diasporadical
publieksprijs: 18,60
- THE BONGO HOP – Satingarona Pt.1
publieksprijs: 22,65
- IBIBIO SOUND MACHINE – Uyai
publieksprijs: 21,80
- MOKOOMBA – Luyando
publieksprijs: 21,35
- LA MAMBANEGRA – El Callegüeso Y Su Malamaña
publieksprijs: 22,45
- ONOM AGEMO AND THE DISCO JUMPERS – Liquid Love
publiekprijs: 21,75 (cd + download)
- JANKA NABAY and the BUBU GANG – Build Music
publieksprijs: 23,10 (lp + download card)
- ‘INNA de YARD - THE SOUL OF JAMAICA’ (compilatie)
publieksprijs: 21,00
- VIBRONICS meets CONSCIOUS SOUNDS – Half Century Dub (Five Decades In The Mix)
publieksprijs: 18,60
- ‘The ROUGH GUIDE to PERU RARE GROOVE’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15
- ‘VODOU DRUMS in HAITI 2’ (compilatie)
publieksprijs: 24,50 (2 lp)
- ‘TERRAFORMING IN ANALOGUE SPACE / IRL Remixes 2000-2015’ (compilatie)
publieksprijs: 36,65 (2 lp)

RADIO COLUMBUS

Khoury Brothers

dinsdag 18 april 20u - Stadsschouwburg Brugge
De drie Palestijnse broers Khoury heten met hun voornaam Elia (ud), Osama (qanun) en Basilicum -nee, we verzinnen dit niet- (viool, percussie). Voor ‘De avonturen van Prins Achmed’ inspireerde dit trio zich op een van de meest fascinerende eerste stomme animatiefilms. In 1926 realiseerde de Duitse Lotte Reiniger dit pareltje uit het Europees cultureel erfgoed op basis van de kunst van het silhouet snijden. Voor het verhaal inspireerde Reiniger zich op de Oosterse ‘Sprookjes van 1001 Nacht’. Bij de oorspronkelijke film hoorde een interessante muziekscore, maar de drie broers Khoury voegen nu een extra dimensie toe aan de beleving van de film.
“We hebben veel geluisterd naar de originele muziek en die was goed, maar we denken dat onze muziek nog beter past omdat we uit het Midden-Oosten komen, waar de film zich afspeelt”, legt Basilicum uit.
Het project klinkt alvast veelbelovend. De muziek van Khoury Brothers vertrekt weliswaar vanuit de Arabische traditie maar laat zich ook voeden door heel wat invloeden uit flamenco, swing, klassieke muziek en jazz.


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX – Fifavela

ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX – Fifavela

Het Vlaams / Waals / Noord-Franse feestorkest OID Vetex, vernoemd naar een voormalige lokale textielfabriek waar de band in de begindagen repeteerde, staat voor Belgisch / Franse grensmuziek zonder grenzen, puur en onversneden. De groep werd in 2004 opgericht als een wandelende brass band ter ondersteuning van het verzet tegen de afbraak van die fabriek. Vetex verkeert al jaren in bloedvorm en bulkt van de inspiratie en groeide zo uit tot een huisfavoriet. Met de jaren ging de band ook nieuwe richtingen uit: naast de traditionele muziek uit de Balkan werd er ook inspiratie gevonden in mediterrane, Afrikaanse, Arabische en Latijns-Amerikaanse stijlen. In de twaalf jaar van haar bestaan evolueerde de Vetex ook van straatfanfare en feestorkest naar podiumact wat compositorisch ook meer ruimte voor subtiliteit en verfijning met zich meebracht. De groep werd een internationaal begrip omwille van hun uiterst energieke live act, en dit tot in de Balkan toe! Op hun vijfde album, ‘Fifavela’, lieten de achttien muzikanten zich nog bijstaan door enkele gasten, onder het motto ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugde’: Nathan Daems (o.m. Black Flower en zelf ex-Vetex), blazers Lionel Raepsaet (Skip The Use) en Jean-Baptiste Delneuville (Den Ambrassband), DJ Courtasock als leverancier van samples en percussionisten Fernando Rodriguez Bas en Amel Serra Garcia (BRZZVLL, Zita Swoon, El Tattoo Del Tigre) die voor de latin grooves zorgden. De productie was in de zeer goede handen van Roel Poriau (zie o.m. Think Of One en Antwerp Gipsyska Orkestra). Ook op ‘Fifavela’ bracht Vetex wat we onderhand van hen mochten verwachten: tomeloos energieke, onvervaarde en enthousiaste maar ook subtiele muziek met vaak ook een melancholische ondertoon en de nodige humor en vooral met de gas vol open waarbij stilzitten helemaal geen optie is en een goed humeur krijgen dan weer wel. Op ‘Fifavela’ klinkt deze groep hechter dan ooit en aldus mag ze tot de internationale top van de brass bands gerekend worden en ook de composities van huiscomponist Thomas Morzewski klinken perfecter dan ooit voorheen. Waar OID Vetex is geweest is het feest geweest. ‘Fifavela’ is één langgerekte, opzwepende en orgiastische ode aan de wereldwijde traditie van brass bands en was bij het verschijnen een instant classic. Het album was alweer een voltreffer van een orkest dat er eens te meer in geslaagd was zichzelf te vernieuwen door nog maar eens nieuwe wegen in te slaan zonder daarbij hun zorgvuldig opgebouwde identiteit te verloochenen. Dit was en is nog steeds een album met internationale allures.
publieksprijs: 18,00

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

RHIANNON GIDDENS – Freedom Highway

RHIANNON GIDDENS – Freedom Highway

Rhiannon Giddens lijkt op het eerste gezicht hier een vreemde eend in de bijt maar toch kadert haar nieuwe album ‘Freedom Highway’ helemaal in het verhaal dat wij willen brengen. We kennen haar vooral als leadzangeres, violiste, banjospeelster en een stichtend lid van Carolina Chocolate Drops. De songs op haar tweede soloalbum zijn gebaseerd op slavenverhalen uit de negentiende eeuw, Afro-Amerikaanse ervaringen, de Civil Rights beweging uit de jaren zestig: deze elementen linkt ze dan weer aan Black Lives Matter. Ze schetst de kracht van het Afrikaans-Amerikaanse lied van de voorbije 200 jaar op negen eigen composities en drie relevante covers (Mississippi John Hurt, Richard Fariña, Roebuck “Pops” Staples). ‘Freedom Highway’ is zowel een krachtig politiek als een diepgaand persoonlijk album met een brandende actualiteitswaarde. De meeste onderwerpen blijven aan de ribben hangen: seksueel, politie- en staatsgeweld, bomaanslagen op kerken, slavernij, Ku Klux Klan en meer van dat fraais. Fundamenteel vertelt ‘Freedom Highway’ het verhaal van zwarte moeders en hun kinderen en traceert het eeuwige l abeur van zwarte vrouwen waarbij ze zich opofferen voor hun gezin en familie. Muzikaal is Giddens te situeren binnen de folkrevival: ze gelooft dat oude verhalen nog steeds krachtig (en ook pijnlijk) relevant kunnen zijn. Ze lardeert haar folk met blues, country en jazz en hier en daar een scheut gospel, funk en rap. Ze brengt rootsmuziek in een hedendaagse context met respect voor de traditie maar met de oren open naar het nu. Haar krachtige, klankrijke en rauwe stem is een zeer geschikt wapen om haar boodschappen tot hun recht te laten komen. Al deze kwaliteiten maken in combinatie met de ijzersterke songs van ‘Freedom Highway’ een uiterst relevant liedboek alsook, ondanks de rauwe thema’s, een uitbundig statement. Wat Odetta en Joan Baez betekenden in de tweede helft van de vorige eeuw doet Giddens nu in de aanvang van deze eeuw. Dit album wordt afgesloten met een kolkende versie van het ziedende ‘Freedom Highway’ van Roebuck “Pops” Staples, met een gastbijdrage van Bhi Bhiman. Rhiannon Giddens levert met ‘Freedom Highway’ de derde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,00

SEUN KUTI + EGYPT 80 – A Long Way To The Beginning

SEUN KUTI + EGYPT 80 – A Long Way To The Beginning

Bouwjaar: 2014
Bijna drie jaar na zijn adembenemende en bloedstollende huzarenstuk ‘From Africa with Fury: Rise’ blies Seun Kuti een nieuwe muzikale orkaan, genaamd ‘A Long Way To The Beginning’. Op zijn zestiende nam hij na het overlijden van vader Fela diens laatste orkest over, het fantastische Egypt 80. Net zoals zijn vader al samenwerkte met niet-Afrikanen als Ginger Baker en Bill Laswell, zo ook gaat Seun dergelijke allianties aan: op zijn vorige album werkte hij met Brian Eno en John Reynold, nu was jazzpianist Robert Glasper samen met Seun de bepalende en centrale figuur, zowel als muzikant maar vooral als producer. Naast het vertrouwde veertienkoppige huisorkest en Glasper traden ook nog enkele gastmuzikanten aan zoals M1, David Neerman, Nneka en Blitz the Ambassador. Na ‘Many Things’ en ‘From Africa with Fury: Rise’ was ‘A Long Way To The Beginning’ het derde deel van een triptiek waarin Seun zich radicaal afzet tegen het steeds weerzinwekkender wordend onrecht in thuisland Nigeria waarover hij zich middels zeer vuurkrachtige muziek boos maakt. Bovendien droeg hij dit album op ‘To every protester all over the world, fighting for freedom and equality, this album is for you.’ Dit album heeft een duidelijk politieke boodschap met een offensieve stemming en stellingname en met de hakbijl voortdurend in de aanslag. Wanneer Seun Kuti gevraagd wordt naar de inhoud van zijn engagement antwoordt hij: “Being African means being politically involved. From the moment he wakes up in the morning, an African has a political attitude as everything he’ll be doing during the day will have something to do with survival.” Ook op dit album liegen de teksten er weer niet om: dat wordt van bij de aftrap al geïllustreerd met het ziedende, militante en furieuze ‘I.M.F’. I.M.F. staat hier zowel voor International Monetary Fund maar nog meer voor International Mother Fucker waarbij hij van de Wereldbank en consorten en hun trawanten geen spaander heel laat. Seun klinkt als de appel die wel heel dicht bij de boom is gevallen; net als zijn vader klinkt hij zeer furieus, gedreven en geëngageerd en spuwt hij politiek vuur, maar vooral: hij brengt messcherpe afrobeat van de allerbovenste plank met een militante en moderne klank en met inbegrip van de klassieke afrobeatelementen: funky tokkelende gitaren, broeierige en krijgshaftige blazers, hitsige drums. Vader Fela zou zeer fier geweest zijn en kan in zijn graf op beide oren slapen, zijn erfenis is zowel bij Seun als bij Femi in uitstekende handen. Dit gesofisticeerde album is een haast perfecte symbiose van gepassioneerd musiceren en fulmineren. Na zes XL-lappen stomende afrobeat wordt er in de slotsong, de ode ‘Black Woman’, wat gas teruggenomen. Afrobeat staat -terecht- al enkele jaren terug helemaal boven op de kaart. De krachttoer ‘A Long Way To The Beginning’ is net als voorganger ‘From Africa with Fury: Rise’ en broer Femi’s ‘No Place For My Dream’ een muzikale orkaan: deze muziek raast door je hoofd en bijt er zich vervolgens in vast. Verplichte leerstof voor de revolutie.
publieksprijs: 13,70

COVER VAN DE MAAND

RHIANNON GIDDENS – Freedom Highway (The Staple Singers / Roebuck “Pop” Staples)

KOOPJES VAN DE MAAND

- GREGORY ISAACS – The Best Of
publieksprijs: 9,45 (2 cd)
- THE SKATALITES – The Best Of
publieksprijs: 9,45 (2 cd)

Verwacht

OUMOU SANGARÉ – Mogoya
Afgaande op de vooruitgestuurde single ‘Yere Faga’ (met Tony Allen) zal deze uitgave van veel metaforisch tromgeroffel vergezeld worden. Nog 48 keer slapen….

EN VERDER NOG:

- ‘PUTUMAYO presents VINTAGE ITALIA’ (compilatie)
publieksprijs: 13,75
- ‘PUTUMAYO KIDS presents ITALIAN PLAYGROUND’ (compilatie)
publieksprijs: 13,75