Muzieknieuws mei 2017

JUPITER & OKWESS – Kin Sonic

JUPITER & OKWESS – Kin Sonic

Vier jaar geleden debuteerde Jupiter Bokondji, bijgenaamd “général rebelle”, op zijn 49ste samen met zijn band Okwess International met het internationaal fel bejubelde album ‘Hotel Univers’, een ware muzikale splinterbom. Een lange geschiedenis ging vooraf aan dat late debuut. Jupiter zag het levenslicht in Kinshasa maar als adolescent hield hij zich onledig in een rockband in Oost-Berlijn, waar zijn vader werkte als diplomaat. In de song ‘The World Is My Land’ haalde hij fel uit naar het racisme dat hij aldaar aan de lijve ondervond. Na zijn terugkeer in Kinshasa in 1990 richtte hij er Okwess International op. Tegen de achtergrond van stedelijk verval en burgeroorlog werden ze deel van de ‘Congotronics’ straatmuziekscene, waarvan de bekendste exponenten Konono N°1, Kasai Allstars en Staff Benda Bilili zijn. Een belangrijk moment voor de evolutie van Okwess International was het verschijnen van de documentaire film ‘Jupiter’s Dance’ van de cineasten Florent de la Tullaye en Renaud Barrett, waarin deze op pad gaan met Jupiter Bokondji in Kinshasa. De film werd gedraaid in 2004 en verscheen in 2007 (en is helaas niet meer verkrijgbaar). Voor wie de namen van de cineasten geen belletje(s) doen rinkelen: beide heren zijn ook de makers van de heerlijke film ‘Benda Bilili!’ (wel nog verkrijgbaar), waarmee ze mee verantwoordelijk waren voor de internationale blitzstart van de fantastische maar ondertussen helaas ter ziele gegane Staff Benda Bilili. De twee verhalen doen dus zowat aan elkaar denken en hopelijk krijgt het verhaal van Jupiter een betere afloop en dat heeft er alle schijn naar. In 2011 was Bokondji ook te horen op het Oxfam-benefietalbum van DRC Music, het koortsachtige ‘Kinshasa One Two’, een succesverhaal op initiatief van Damon Albarn. Jupiter & Okwess maken ook deel uit van Africa Express. En net toen we dachten dat het hele ‘Congotronics’ verhaal op een zeer laag pitje stond kregen we de buffelstoot ‘Hotel Univers’ op ons bord. En op een nieuw bord ligt thans ‘Kin Sonic’, wat ons betreft alvast een geweldige woordspeling. Bij de gastmuzikanten zijn de opvallendste namen Warren Ellis (The Bad Seeds) en Damon Albarn. Het hoesontwerp is van 3D (Massive Attack). Ook op ‘Kin Sonic’ gaat dit gezelschap er fel, energiek, dynamisch en uiterst opwindend tegenaan. De loeiende blazers zijn er helaas niet meer bij; rinkelende en rammelende gitaren, furieuze percussie en kolkende funky grooves bepalen de sound (Sly Stone en Fela Kuti lijken soms op bezoek) maar de Congolese muzikale erfenis blijft steeds kniediep als basis fungeren: elke song is gebaseerd een ander Congolees ritme en er wordt gezongen in zeven inlandse talen. Okwess speelt messcherp en onwaarschijnlijk strak en ook de vocalisten maken een sterke indruk en vertolken uitstekend de gevoelens uit de songs. Zo nu en dan wordt er ook wat gas teruggenomen zoals op het pakkend gezongen ‘Pondjo Pondjo’ en op ‘Le Temps Passé’. Jupiter & Okwess maken ontegensprekelijk deel uit van de nieuwe Afrikaanse muzikale generatie die zeer vernieuwend werkt, met veel respect voor de traditie. ‘Kin Sonic’ haalt niet het wolkenkrabberhoge gehalte van ‘Hotel Univers’ maar is wel een steengoed album en dus absoluut jullie aandacht waard.
publieksprijs: 15,55

ORCHESTRA BAOBAB – Tribute To Ndiouga Dieng

ORCHESTRA BAOBAB – Tribute To Ndiouga Dieng

Dit tienkoppige iconische orkest uit Senegal bestaat al sinds 1970 (ook al namen ze in 1987 een sabbatical die duurde tot in 2001) en vele van de originele groepsleden waren toen al veteranen van de beroemde Star Band. Dit orkest heeft dus een zeer hoge houdbaarheid en is m.a.w. even solide als de gelijknamige boom. Het orkest ontstond als dansorkest in de nachtclubs van Dakar en was samengesteld uit muzikanten van verschillende nationaliteiten en had een breed repertoire (Afro-Cubaanse ritmes, Congolese rumba, diverse lokale stijlen). In 1982 maakten ze zowat het “perfecte” Afro-Cubaanse album, ‘Pirates Choice’. Een deel van de originele bezetting is nog steeds actief (al dan niet bij Baobab); tien jaar na hun vorige album ‘Made in Dakar’ komen ze nog eens opdraven met nieuw werk, ook al hebben ze in dit decennium niet stil gezeten en zijn ze internationaal blijven toeren. Zanger Ndiouga Dieng was een van de stichtende leden en overleed in november. Zijn zoon Alpha, ook zanger, zal zijn plaats innemen bij het orkest. Verwacht van dit gezelschap geen koerswijziging, ze gaan feestelijk door waar ze de vorige keer halt hielden maar dat was en is dan ook zeer feestelijk. Al is er toch een nieuw gegeven, met name de inbreng van een koraspeler en dat is een goede zet gebleken: de wisselwerking met de gitaren zorgt voor een heerlijk effect. Net zoals de jaren dat doen schrijdt ook de muziek van deze veteranen: ze klinken haast relaxter en heerlijk lomer dan ooit, als dat nog kon. Enkel de hangmat ontbreekt. En toch heeft deze muziek bijwijlen een hoge dansbaarheidfactor ook al zijn de nachtclubs van Dakar ondertussen ver weg. We horen een weelde aan sierlijke en kronkelende ritmes, verheven en ribfluwelen stemmen en glijdend toeterende saxen. Waardig oud worden heet dat dan. ‘Tribute To Ndiouga Dieng’ is meer van hetzelfde maar daar komen de Baobabs meer dan geweldig mee weg. Oude wijn in nieuwe zakken maar ook: excellente wijn behoeft geen krans en daarmee zijn onze clichés de deur uit. Er zijn gastrolletjes weggelegd voor Cheikh Lô en ex-lid Thione Seck die komt opdraven voor een remake van ‘Sey’. Deze oldskool Afrika met een ferme scheut Cuba is de vierde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
Orchestra Baobab concerteert op 5 mei in Het Depot in Leuven. Sterk aanbevolen.
publieksprijs: 19,45

IBIBIO SOUND MACHINE – Uyai

IBIBIO SOUND MACHINE – Uyai

Ibibio Sound Machine is een achtkoppig gezelschap uit Londen dat aangevoerd wordt door de Brits / Nigeriaanse zangeres Eno Williams. ISM zet volksverhalen uit de Ibibiocultuur (gesitueerd in het zuidoosten van Nigeria) op beats en zingt die ook in het Ibibio (hier en daar besprenkeld met wat Engels). Over die verhalen zegt Williams het volgende: “Met het vertellen van die verhalen worden in de Ibibiocultuur geschiedenis en berichten doorgegeven en het voelt aan alsof die stok aan mij is doorgegeven en nu maak ik liederen van die verhalen.” Ook op het tweede album ‘Uyai’ (‘Schoonheid’) blijven die verhalen aan bod komen maar de focus ligt nu meer op andere thema’s: vrouwelijke bevrijding, kracht en schoonheid. Op hun gelijknamige debuut uit 2015 combineerde ISM de Nigeriaanse stijlen afrobeat en highlife, Kameroense makossa en Zuid-Afrikaanse jazz met funk, disco, psychedelica en elektronische beats maar ook met gospel. Deze nieuwe en hybride muzikale benadering zorgde mee voor deze verjonging van de volksverhalen, of hoe het vertellen van verhalen een booty shaking effect kan veroorzaken. Evocatieve en poëtische beeldspraak ging de confrontatie aan met een messcherpe, strakke en puur energieke afro-electro soundscape die de band een unieke plaats bezorgde binnen de toen recente golf van afrocentrische geluiden die de aardbol overspoelde en dat nog steeds doet. Samen met hun verhuis van het meer vintage Soundway Records naar het indie rock label Merge gaat de sound ook meer overhellen naar de electro- en rockinvloeden maar is die ook introspectiever geworden maar helaas ook minder coherent: bij momenten gaat het iets te veel van de hak op de tak en is de band de richting kwijt en verslikt ze zich in haar eclecticisme. De grote klankrijkdom zit wel nog steeds in de strakke en stuwende blazerssectie die nu wel beduidend minder centraal staat. De strakke ritmiek wordt gegenereerd door bas, drums, percussie, gitaar en synthesizers. Ondanks enige mankementen is ‘Uyai’ toch wel een boeiend, gedurfd, opwindend en dynamisch werkstukje. En Eno Williams beschikt over een aantrekkelijk en intrigerend stemgeluid.
publieksprijs: 16,45

JANKA NABAY and the BUBU GANG – Build Music

JANKA NABAY and the BUBU GANG – Build Music

Vijf jaar geleden debuteerde de Sierra Leoner Janka Nabay samen met zijn internationaal samengestelde The Bubu Gang met het geweldige album ‘En Yay Sah’, psychedelisch Afrika op zijn allerbest. Debuteren is niet het juiste woord, want in de jaren 90 was hij een echte ster in zijn thuisland en daar gingen de cassettes vlot over de toonbank. ‘En Yay Sah’ was dus een internationaal debuut en ook een op cd en vinyl. Daarop was zeer levendige, bruisende en energieke muziek met repetitieve patronen en buburitmes te horen vergezeld van springerige en scherpe backing vocals. De kern van deze gang wordt gevormd door het trio Janka Nabay (leadzang), Boshra AlSaadi (bas en zang) en Michael Gallope (keyboards) dat verder nog versterkt wordt met gitaren, sax, bas, keyboards, percussie en drummachines. Nabay ontvluchtte in 2003 het geweld in zijn vaderland en emigreerde naar de VS. Bubu, de traditionele muziek van de Temne, is een stijl die diep geworteld is in moslimceremonieën. Belangrijke instrumenten bij bubu zijn carburatorbuizen (!) en blaasinstrumenten gemaakt van bamboescheuten (worden hier geïmiteerd op Casio’s). Nabay en zijn Gang bewerken deze muziek met o.m. echo- en drummachines en goedkope keyboards. Ghanese highlife, Nigeriaanse afrobeat, jazz en psychedelische sixtiesgitaren worden mee in de mix gegooid. Na ‘An Letah’ (enkel uitgebracht op vinyl) is er nu het derde album, ‘Build Music’. De basis van de muziek die we hier horen wordt gevormd door veldopnames en backing tracks die in Afrika werden opgenomen alsook herwerkingen van oude hits van hemzelf en samples van bubublazers: dit voorbedachte en ook trage werkproces wordt treffend verwoord in de albumtitel. De beat in bubu is niet aflatend, meeslepend en vreugdevol en doet vaak denken aan de Zuid-Afrikaanse shangaan electro waar snelheid ook een bepalende factor is. Nabat zingt in het Krio (de lingua franca in Sierra Leone), de inheemse taal van de Temne en het Engels (en nog enkele flarden Arabisch). De thema’s die hij bezingt put hij zowel uit zijn vroegere ervaringen in zijn vaderland als uit zijn leven als immigrant in zijn nieuwe thuisland en de daaraan verbonden spanningen. Daarnaast is er ook nog de tweedeling traditionele muziek en kosmopolitische muzikant. Dit album verschilt in zeer weinig van Nabay’s debuut en dus is er geen sprake meer van een verrassingseffect. Niettemin is het een prima werkstukje en tevens het zoveelste voorbeeld van het 21ste eeuwgezicht van de Afrikaanse muziek waarbij -vaak met minimale middelen- zeer fris van de lever muziek wordt gegenereerd (denk aan Konono N°1, Staff Benda Bilili zaliger, Mbongwana Star, Jagwa Music, Sotho Sounds, Batida, Jupiter & Okwess International, Songhoy Blues en tutti quanti).
publieksprijs: 18,75

MOKOOMBA – Luyando

MOKOOMBA – Luyando

Deze zes jonge muzikanten uit Zimbabwe groeiden samen op aan de Victoria watervallen en opereren vandaag vanuit Harare. In 2008 wonnen ze het Music Crossroads Festival in Malawi. Sindsdien legden ze een lange weg af die hen o.a.op Roskilde en Sziget bracht maar ook in ‘Later with Jools’ op de BBC en in het Apollo Theatre in New York. Vijf jaar geleden debuteerden ze met ‘Rising Tide’ (in een productie van Manou Gallo) waarop ze een mix van afrofusion en traditionele Zuid-Afrikaanse en Tongaritmes lieten horen, gelardeerd met scheuten funk, jazz en reggae én met een prominente rol voor het funky basgeluid. De Tonga zijn een minderheid in Zimbabwe (de leden van Mokoomba komen uit verschillende etnische groepen). De groepsnaam betekent ‘diep respect voor de rivier’ en is bedoeld als een diepe buiging voor de Zambezistroom. De albumtitel betekent dan weer ‘moederliefde’. Begin dit jaar startte Mokoomba haar ‘world wide acoustic tour’ waarop ze o.m. dit nieuwe album ‘Luyando’ voorstelt. ‘Luyando’ is een akoestisch album waarop de groep teruggaat naar een meer traditioneel en dieper geluid en op zoek gaat naar hun afkomst en naar een evenwicht tussen traditie en moderniteit. De songs handelen over het traditionele leven en de geschiedenis en cultuur van de regio waar ze opgroeiden, het harde leven en de strijd van de Tongagemeenschappen om hun voortbestaan (ontheemd door de aanleg van de Karibadam) maar ook over hoe om te gaan met woeste leeuwen en over het harde bandleven on the road. Er wordt gezongen (door alle muzikanten in vier Zimbabwaanse talen en in het Engels. Afgaande op het geleverde resultaat zal deze gedurfde switch genaamd ‘Luyando’ Mokoomba geen windeieren leggen. Dit bijzonder frisse, dartele, avontuurlijke en levendige en ook zeer toegankelijke album wordt geschraagd door de vocale harmonieën en de traditionele ritmes. Hoe vreugdevol, lichtvoetig en verheven ‘Luyando’ ook mag toeschijnen, het is evenzeer een duidelijke repliek op de besluiteloosheid, de verscheurdheid, de turbulentie en de wanorde in Zimbabwe en op de dictatuur van Mugabe. Wie beweert dat dansen en politiek niet samengaan is er bij deze aan voor de moeite. ‘Luyando’ van Mokoomba is een onmisbare en delicieuze kleinood en in die hoedanigheid ook de vijfde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,20

LA MAMBANEGRA – El Calle Güeso Y Su Mala Maña

LA MAMBANEGRA – El Calle Güeso Y Su Mala Maña

Dit negenkoppig ensemble uit Santiago de Cali (de salsahoofdstad van Colombia en volgens sommigen bij uitbreiding ook van de wereld) valt te situeren in de stroming waarin ook andere hedendaagse bands als ChocQuibTown en Bomba Estéreo thuis zijn. Zelf omschrijven ze hun stijl als “Colombiaanse break salsa”, een explosieve mix van furieus energieke NYC salsa dura met funk en Caraïbische invloeden en in de marge nog wat R&B, hip hop, ragga en jazz. Wellicht zal hun muziek niet direct in de smaak vallen bij de traditionele salsaliefhebber maar eerder bij hen die hun salsa graag hard, vurig, tomeloos, urbaan, fel en snel en met scherpe randen hebben. Hun sound is uitgesproken hedendaags en innovatief met een overvloed aan onvermoeibare poliritmes en strakke en wilde blazers die een witheet gekruide vuurbol genereert, James Brown achterna. Voor de exuberante bandleader Jacobo Vélez is muziek een essentiële levenskracht en salsa betekent voor hem “zweet, seks, likeur, Pielroja sigaretten en ook de benzine die zijn hart aandrijft”. La Mambanegra produceert met veel trots, zelfvertrouwen en eigenwaarde salsa van en voor de 21ste eeuw en laat zich daarbij niet hinderen door oude conventies en dogma’s. Deze Colombiaanse muzikale orgie en orkaan is dan ook de zesde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 17,10

THE BONGO HOP – Satingarona pt.1

THE BONGO HOP – Satingarona pt.1

The Bongo Hop is het nieuwe Afro-Caraïbische project van de Franse trompettist (en ook journalist, professor politieke wetenschappen,stedenbouwkundige, dj en compilatiesamensteller) Etienne Sevet. Op het eerste album wordt de groep bevolkt door vrienden uit zijn Colombiaanse jaren waarbij de bekendste naam het uitzonderlijke zangtalent Nidia Góngora is, die we kennen van haar werk bij Quantic’s Flowering Inferno en Ondatrópica en die in 2003 ontdekt en gefilmd werd door Sevet, toen zij nog zangeres was bij het folklore-ensemble Socavon. Voor Sevet is dit album een eerste muzikaal reisdagboek, geïnspireerd door acht jaar verblijf in Cali, ook wel eens de wereldhoofdstad van de salsa genoemd. De titel ‘Satingarona’ is een samentrekking van de Colombiaanse en Franse rivieren Satinga en Garonne. Het resultaat is een mix van Afro-Caraïbische ritmes (highlife, afrobeat, ndombolovallenato, kompa, dancehall, Colombiaanse cumbia, champeta en currulao) in combinatie met explosieve koperblazersgrooves, furieuze klavieren, afrofunk gitaarriffs, hip hop beats en soul-en jazzinvloeden in de arrangementen én Nidia Góngora in een onbetwistbare glansrol. Ook compositorisch zit het hier snor. Qua benadering en aanpak komt dit wat in de buurt van die van Sevet’s goede vriend Quantic. De klemtoon van de muziek ligt overduidelijk op de dansbaarheidsfactor en in die opzet is The Bongo Hop alvast geslaagd. Nauwelijks een maand na Ondatrópica worden we alweer vergast op een zonovergoten en tropisch Colombiaans feestje. We kijken nu al uit naar ‘Satingarona pt.2’.
publieksprijs: 19,65

JOKKE SCHREURS QUARTET – Aquarel     Wannes In Jazz

JOKKE SCHREURS QUARTET – Aquarel Wannes In Jazz

Trio werd quartet. Meestergitarist en notoir Djangovertolker Jokke Schreurs, van vele markten thuis, ging voor dit project scheep met drie jazzmuzikanten van heel veel karaat: bassist Henk de Laat, drummer Luc Vanden Bosch en de onvolprezen trompettist Sam Vloemans. Met dit werkstuk wilde het kwartet vooral de kwaliteiten van Wannes als componist benadrukken en aantonen dat zijn muziek ook zonder de teksten moeiteloos overeind blijft en het zo ook toegankelijk maken voor wie geen notie van Aantwaarps heeft. De grootste Vlaamse volkszanger van de vorige eeuw (sorry Willem en Walter) voorstellen lijkt ons hier overbodig. Wie de voorbije halve eeuw toch op Mars vertoefd heeft verwijzen we graag naar ons cd-nieuws december 2013. Het project waaruit deze cd voortvloeide kadert in de Djangofollies concertenreeks die nu al bijna een kwarteeuw de erfenis van Django levend houdt. De invalshoek ‘componist’ lijkt ons een zeer terechte keuze: Wannes heeft inderdaad een resem uitstekende melodieën neergepend en dat wordt hier eigenzinnig, verfrissend maar vooral met veel eerbied in de verf gezet waarbij de melodieën in deze instrumentale versies helemaal overeind blijven. Interessant om weten is dat de drummer en de bassist dit repertoire niet of nauwelijks kenden en dit gegeven biedt dan ook de optie op een frisse kijk. Naast de kwaliteit van de composities zorgt ook die van het subtiele spel en van de weloverwogen en doorwrochte arrangementen voor een waarachtig eerbetoon met veel Django-allure aan de grote Wannes van de Velde. Niet enkel de composities maar ook het prachtige aquarel op de hoes is van de hand van de grootmeester.
publieksprijs: 19,55

GUO GAN & ALY KEÏTA – Peace In The World

GUO GAN & ALY KEÏTA – Peace In The World

Dit zijn wellicht niet de meest klinkende namen, dus even kort voorstellen. Meestermuzikant Aly Keïta is een Ivoriaans / Malinese balafon- en kalimbaspeler, afkomstig uit een griotfamilie met een lange balafontraditie. Ronkende namen als Dobet Gnahoré en Manou Gallo maakten ooit deel uit van zijn begeleidingsband. Hij werkte ook al samen met andere ronkende namen als Pharoah Sanders, Rhoda Scott, Joe Zawinul, Jan Garbarek, Arto Tuncboyaciyan, Trilok Gurtu, Rokia Traoré, Tiken Jah Fakoly, Amadou et Mariam, Habib Koïte…. In deze rubrieken passeerde hij ook al drie keer de revue: een keer met een album dat hij helemaal volspeelde, in een samenwerking met Majid Bekkas, Louis Sclavis en Minino Garay en in een andere samenwerking met Jan Galega Brönnimann en Lucas Niggli.
De Chinese meestermuzikant Guo Gan is vooral bekend als erhuspeler (Chinese traditionele viool), daarnaast bespeelt hij ook nog cello, viool en piano. Hij is de zoon van de bekende Guo Jun Ming, ook een meester op de erhu. Hij studeerde in Frankrijk en gaf, verspreid over meer dan 70 landen, meer dan 2000 concerten, vele daarvan in de grootste zalen ter wereld. Zijn discografie is immens en hij werkte samen met andere muzikale groten der aarde zoals Lang Lang, Yvan Cassar, Didier Lockwood, Tan Dun, Jean-François Zygel, Emre Gültekin…. Zijn repertoire is zeer uitgebreid: wereldmuziek, klassiek, jazz, balletmuziek, opera, hedendaagse muziek, filmmuziek, pop. Hij engageert zich ook voor maatschappelijke thema’s zoals waterproblematiek, wereldvrede, kinderarmoede.
Deze cd met de zeer ambitieuze titel bevat origineel, geïnspireerd en ingenieus materiaal dat hoofdzakelijk bijeengepend is door deze twee protagonisten die hier zowel de Chinese als de West-Afrikaanse traditie exploreren en de karakteristieken van de erhu en de balafon accentueren. Daarbij genereert de balafon hoofdzakelijk een ritmisch-melodische ondersteuning voor de lyrische escapades van de erhu. Het dient gezegd dat beide instrumenten prima matchen: ligt dat aan de instrumenten zelf of aan de composities of de muzikanten of een combinatie van de elementen? Wij hebben hierop geen sluitend antwoord: wie het wel weet stuurt een gele briefkaart. Wat ook heeft geholpen is dat we hier te maken hebben met twee muzikanten die al hun ganse carrière lang gewoon zijn samen te spelen in steeds wisselende bezettingen en dus bijzonder goed getraind zijn in naar elkaar luisteren en in inleven. ‘Peace In The World’ is een bijzonder geïnspireerd en rustgevend meesterwerkje gemaakt met tonnen liefde voor het vak door twee zeer integere muzikanten.
publieksprijs: 18,70

SHISHANI & The NAMIBIAN TALES – Itaala

SHISHANI & The NAMIBIAN TALES – Itaala

Zo, dan hebben we nu een vette kluif voor de heren Bogaert en Francken: zangeres, songwriter en gitariste Shishani Vranckx heeft met name de dubbele nationaliteit, Belgisch en Namibisch; haar standplaats is dan weer Nederland. Ze groeide op in Namibië, Nederland en Hoegaarden. Werk aan de winkel dus voor Hendrik en Theo. Ze gebruikt in haar muziek elementen uit de Namibische traditie maar ook uit soul en jazz en nog een en ander. Haar groep The Namibian Tales bestaat verder uit de Duits / Nederlandse Debby Korfmacher (mbira, kora, zang), de Hongaar Bence Huszar (cello) en de Turkse Nederlander Sjahin During (Turkse en Afrikaanse percussie). Deze laatste kennen we als oprichter en spilfiguur van het geweldige kwartet Arifa (muzieknieuws november 2015). ‘Itaala’ (‘geloof’ in haar moedertaal, Oshiwambo) is haar debuut en is een eerbetoon aan haar Namibische roots en aan de bevolking, de talen en de tradities van het land. Op haar vele reizen naar Namibië op zoek naar de oude muzikale tradities ontdekte ze vooral dat daar vooral naar house, reggae, kwaito, hiphop en R&B geluisterd wordt, een fenomeen dat zich nu ook in grote delen van Afrika voordoet. De belangrijkste emotie in haar eerbetoon is dankbaarheid al sijpelt er ook een beetje wanhoop (in ‘Desert Blues’) door. Op haar zoektocht kreeg ze ook steun van Goethe Institute (in Windhoek), Museums Association of Namibia en Unesco. Shishani zingt in Oshiwambo, Engels en Frans. Op ‘Itaala’ horen we muziek die continenten en genres overschrijdt in een dialoog tussen heden, verleden en toekomst maar dan wel met een duidelijk hedendaagse klank. Deze vier klassemuzikanten brengen Europees gestructureerde muziek met een sterk Namibische flair en met een grote openheid naar de wereld. Qua vorm en structuur zijn de liedjes popsongs die hier lichtvoetig, compact, fijnzinnig en behoedzaam vertolkt worden. Shishani beschikt over een helder, dromerig en flexibel stemgeluid dat we graag het etiket ‘pure schoonheid’ meegeven en dat -voor wie graag een referentie heeft, al zou zij dat wel eens zelf kunnen worden- in de buurt van Fatoumata Diawara komt. Shishani & The Namibian Tales brengen op hun sterke debuut straffe wereldpop.
publieksprijs: 17,05

DRUMMERS of the SOCIÉTÉ ABSOLUMENT GUININ - VODOU DRUMS in HAITI 2

DRUMMERS of the SOCIÉTÉ ABSOLUMENT GUININ - VODOU DRUMS in HAITI 2

Deze update komt niets te laat: deel 1 dateert al van 1996. Vodou is de Afrikaans gebaseerde religie in Haiti, ontstaan toen de Afrikanen als slaven uit hun thuislanden verdreven werden naar de Nieuwe Wereld. Het enige wat hen destijds niet werd ontnomen waren de ziel en de geesten van hun Afrikaanse afkomst. De Afrikaanse religie manifesteerde zich in diverse gedaantes: santería in Cuba, candomblé in Brazilië, shango in Trinidad, kumina en pocomania in Jamaica, dugu in Belize en vodou in Haiti. Vodou vond zijn oorsprong bij de Fon, Dahomey, Ewe en Yoruba volkeren in Benin. De geschiedenis van Haiti is van bij haar ontstaan als eerste zwarte republiek verweven met vodou, die mee aan de basis lag van dat ontstaan en van de revolutie aldaar. Deze religie wordt door zijn belijders aanzien als een niet te stoppen energiekracht die hen alle rampen helpt te boven komen. Zij aanbidden getrouw de Loas, de Mysteries of ook de Onzichtbaren. Dit zijn de geesten die heersen over zowel de natuur als de menselijke handel en wandel. Iedere geest, en nu komen we tot het muzikale verhaal, vereist in de ceremonie specifieke liederen alsook unieke ritmepatronen die gespeeld worden door drummers. De drummers improviseren over de voorgeschreven complexe ritmes heen. Dit album bevat zestien dergelijke improvisaties die wel zeer georkestreerd zijn, gespeeld door de drummers Lauture Arnaud, Joseph Rebert Josil, Harold Laurenceau en Jean Ernst, verenigd in Drummers of the Société Absolument Guinin en vorig jaar opgenomen in Port-au-Prince. De zestien improvisaties illustreren ook diverse ritmes zoals bolero, pastorelle, indien, raboday, banda…. Ze bevatten tonaliteiten en texturen die zeer vreemd kinken in westerse oortjes (met wat verbeelding hoor je toch een connectie met breakbeats en met de ritmes uit techno en house). Deze ceremoniële ritmes zijn zeer intens, energiek, hypnotisch, niet aflatend, geestverruimend en gesofisticeerd en worden hier met veel virtuositeit gespeeld.
publieksprijs: 19,05

REGGAE

VIBRONICS meets CONSCIOUS SOUNDS – Half Century Dub (Five Decades In The Mix)

VIBRONICS meets CONSCIOUS SOUNDS – Half Century Dub (Five Decades In The Mix)

Dub heeft zich in een halve eeuw mondiaal tot een ijzersterk merk ontwikkeld. Het genre ontstond in 1968 als bij toeval. Studiotechnicus King Tubby werkte met producer Bunny Lee aan de mastertape van een rocksteadysong van Slim Smith en vergat daarbij het kanaal met de stemmen open te schuiven. Hij wou opnieuw beginnen maar Bunny Lee kon hem overtuigen de tape te laten lopen en de stemmen in en uit te faden. Enkele dagen later speelde Bunny Lee het aldus verkregen resultaat op zijn soundsystem en het publiek reageerde zeer enthousiast en zong de ontbrekende tekst mee. Dub was een feit. Deze vergissing wijzigde voorgoed en radicaal de dansmuziek. De taal van King Tubby was nieuw en hij ging ze toepassen op het merendeel van de tapes waaraan hij werkte. De ruimte die vrij kwam vulde hij op met drums en bas, het kloppende hart van de reggae; hij bracht ze nog meer op de voorgrond en duwde het echogehalte fors de hoogte in. Deze dubtracks -of ‘versions’- belandden standaard op de B-kant van 7 inches en werden zo ideaal voer voor de soundystems die er naar hartelust over konden toasten (een soort Jamaicaanse versie / voorloper van rap). Nu nog heeft dub een immense en essentiële invloed op de huidige elektronische muziek.(bron: www.cobra.be)
Die halve eeuw wordt nu in de bloemetjes gezet door de heren Steve Vibronics en Dougie Wardrop (alias Conscious Sounds). ‘Half Century Dub’ herbergt herwerkingen van klassiekers uit de jaren 70 en 80 (van o.a. Ronnie Davis, Freddie McGregor, Johnny Osbourne), nieuwe versies van eigen werk en enkele fonkelnieuwe dubs. Dit ijzersterke werkstuk behoort tot het allerbeste wat we de voorbije jaren dubwise gehoord hebben.
Vibronics concerteert zaterdag 13 mei in Cactus Club in Brugge.
publieksprijs: 15,45

DUB CLASSICS

Ter illustratie plaatsen we hier nog een hoogst subjectieve en uiteraard onvolledige selectie van klassiekers in het genre.
BOB ANDY & MAD PROFESSOR – Bob Andy’s Dub Book As Revealed To Mad Professor
BURNING SPEAR Garvey’s Ghost
BUSH CHEMISTS – Raw Raw Dub
DUB SPECIALIST – Dub
LINTON KWESI JOHNSON – LKJ In Dub
KING TUBBY / ROOTS RADICS – Dangerous Dub
KING TUBBY – King Dub
BILL LASWELL – ROIR Dub Sessions
TIPPA LEE – Dub Them With Reality
MASSIVE ATTACK v MAD PROFESSOR – No Protection
AUGUSTUS PABLO – King Tubbys meets Rockers Uptown (naar onze zeer onbescheiden mening hét STANDAARDWERK in dub)
PRINCE FAR I – Dubwise
ADRIAN SHERWOOD – Never Trust A Hippy
THE DUB REVOLUTIONARIES (Sly & Robbie meet The Mad Professor) – The Dub Revolutionaries
LINVAL THOMPSON – Phoenix Dub
THE UPSETTERS – Super Ape
WIDEAWAKE – The Dub Tribute To U2
YABBY YOU – Deliver Me From My Enemies
‘The Rough Guide to Dub’ (compilatie)
‘Run It Red’ (compilatie)
‘Studio One Dub’ (compilatie)

‘INNA de YARD - THE SOUL OF JAMAICA’

‘INNA de YARD - THE SOUL OF JAMAICA’

Het verhaal ‘Inna de Yard’ startte ergens aan het begin van deze eeuw. Het Jamaicaanse label Makasound begon met de uitgave van een reeks albums die in open lucht werden opgenomen zoals de titel suggereert, meer bepaald in de tuin van Earl “Cinna” Smith. Deze veldopnames leverden enkele memorabele opnames op en ook een zeer memorabele, met name die van Earl “Chinna” Smith. Bij deze opnames brachten de artiesten akoestische interpretaties van eigen werk, zeg maar een stem en een gitaar, niets meer, niets minder. Na acht albums werd een groep samengesteld om dit repertoire op de podia te brengen. In 2011hield Makasound op te bestaan en met het label ook Inna de Yard. Vorige maand opende in Philharmonie de Paris de tentoonstelling Jamaica Jamaica en bij die gelegenheid contacteerde dat Parijse instituut het label Chapter Two (de opvolger van Makasound) en dat had meteen de heropstart van Inna de Yard tot gevolg. Zoals voorheen focust het concept op de eenvoud van de orkestratie, de warmte van de akoestische klank, de rauwe emotie van de stemmen, de Rastafari nyabighipercussie en de collectieve energie. Alles draait om de verbinding tussen creërende muzikanten en dit in een organisch en spiritueel kader. Op dit album horen we niet enkel al dan niet nog actieve iconen zoals The Viceroys, Ken Boothe, Kiddus I, Lloyd Parks, Winston McAnuff en Cecric Myton maar ook jong talent uit de nieuwe akoestische scene in Kingston zoals Var, Kush McAnuff (zoon van Winston), Derajah en Steve Newland. Samen namen ze, uiteraard in open lucht, zij het niet meer in de tuin van Smith die er zelf ook niet meer bij is, ‘The Soul Of Jamaica’ op en ondertussen zijn ze een tour gestart die hen langs zomerfestivals en Europese steden brengt (vorige maand openden ze in de Philharmonie de Paris en daags nadien stonden ze in Brugge). Ook nu weer vangt Inna de Yard het hart, de geest en de ziel van de authentieke en akoestische Jamaicaanse muziek en doet dit met veel schoonheid en puurheid: ‘The Soul Of Jamaica’ is een welgekomen warm bad en een waarachtig eerbetoon aan deze niet stuk te krijgen traditie. Uitblinkers van dienst op deze Buena Vista van en voor de rastaman zijn Lloyd Parks, Cedric Myton, Var, Kiddus I, Winston McAnuff en Bo-Pee. Helaas is van de originele reeks van acht albums enkel nog de sessie van The Viceroys verkrijgbaar: overname gevraagd dus.
publieksprijs: 18,70

AUGUSTUS PABLO – King David’s Melody

AUGUSTUS PABLO – King David’s Melody

Horace Swaby (1954-1999), aka Augustus Pablo, was een Jamaicaanse roots reggae- en dubproducer en melodica- en keyboardsspeler (piano, orgel, clavinet). Hij bezorgde het gebruik van de melodica in reggae populariteit. Het instrument werd in de Jamaicaanse openbare scholen als belangrijkste instrument gebruikt in de muzieklessen. Met de jaren vergroeide de man a.h.w. met zijn melodica. Na een reeks singles verscheen in 1974 zijn debuutalbum ‘This Is Augustus Pablo’ (vorig jaar heruitgegeven). Een jaar later werkt hij voor de eerste keer samen met de legendarische technicus King Tubby. In de tweede helft van de jaren 70 maakte hij furore als producer voor god en klein reggaepierke. In 1976 maakte hij samen met King Tubby ‘King Tubbys meets Rockers Uptown’, ongetwijfeld de moeder aller dubplaten. Het is een onovertroffen clash tussen twee grootheden en vernieuwers. Het titelnummer is nog steeds een ware reggae classic en naar onze uiteraard onbescheiden mening de beste dub ooit: we horen de essentie van dub gebundeld in 2’58”.
Nu is er de heruitgave van ‘King David’s Melody’, oorspronkelijk uitgegeven in 1983 en hoofdzakelijk samengesteld uit singles uit de periode 1975-1982, aangevuld met negen bonus tracks. In tegenstelling tot veel ander werk van Pablo staan hier weinig dubs maar vooral instrumentals waarbij de nadruk dus meer op de melodieën en de songstructuren ligt. We horen hier de meer lijzige en slaperige Pablo aan het werk, maar de meeste instrumentals hebben toch iets behaaglijks over zich, al worden wij vooral gefascineerd door het magnetiserende en trippy dubwerk van de man. Het is al de derde keer dat ‘King David’s Melody’ wordt heruitgegeven op cd en de vorige twee versies zijn nog steeds verkrijgbaar. De eerste stond gelijk aan de originele lp en de tweede had vier bonus dubs en nu krijgen we naast die vier nog eens vijf bonus dubs. ‘King David’s Melody’ neemt zo stilaan de allures van een XL-citroen aan. Ondanks de hoge kwaliteit van de dubs laat deze uitgave een halfslachtige indruk na en blijft ons het wat wrange gevoel van de uitgeperste citroen bekruipen. Dan maken we van deze gelegenheid liever gebruik om iedereen die dat nog niet gedaan heeft de aanschaf van ‘King Tubbys meets Rockers Uptown’ te adviseren alsook van ‘In My Fathers House’, het debuut van zijn zoon Addis dat drie jaar geleden insloeg als een verrassing van formaat.
publieksprijs: 17,15

KINGSTON ALL-STARS – Kingston All-Stars

KINGSTON ALL-STARS – Kingston All-Stars

Na Inna de Yard zond het RVT der reggae-iconen nog een stel zonen richting studio uit. Dat het geheel niet steeds meer dan de optelsom der delen is, in casu fijne lui als o.m. Sly Dunbar, Jackie Jackson, Mikey Chung, Cedric Myton en Ansel Collins, wordt hier pijnlijk aangetoond. Géééééuuuuuw. Ook in reggaeland bestaat dus muzak. We halen snel een collectie mantels der liefde boven om deze lusteloze, ongeïnspireerde miskleun toe te dekken.
publieksprijs: 20,80

JACKIE MITTOO – Striker Showcase (Showcase / The Keyboard King / Hot Blood)

JACKIE MITTOO – Striker Showcase (Showcase / The Keyboard King / Hot Blood)

Voor de jonkies onder de lezers: Jackie Mittoo (1948-1990) was een muzikaal wonderkind die vanaf zijn derde piano speelde. Op zijn 21ste emigreerde hij van Jamaica naar Canada en toen had hij er al zowat een half muzikaal leven op zitten. Naast pianist en keyboardsspeler was hij ook componist (‘Darker Shade Of Black’, ‘Peanie Wallie’, ‘You’ll Never Find’, ‘A Rocking Sensation’ en vooral ‘Armagideon Time’ zijn enkele van zijn bekendste werkjes). Hij speelde bij diverse orkesten: zijn meest memorabele passage was die bij The Skatalites waarvan hij op zijn vijftiende medeoprichter was. Hij was ook zeer actief als studiomuzikant, arrangeur, producer en songschrijver in Studio One en werkte intensief samen met producer Bunny “Striker” Lee. Zijn invloed op reggae is niet te onderschatten: hij was van onschatbare waarde voor de evolutie van het genre en het is lichtzinnig gevaarlijk om kwistig met deze term te zwieren maar Jackie Mittoo is een muzikale legende. Hij was een van de drijvende krachten bij het ontstaan van zowel ska, rocksteady en reggae. Op deze geremasterde dubbelcd staan drie klassieke lp’s van Mittoo uit de jaren 70 integraal uitgesmeerd, met name ‘Showcase’, ‘The Keyboard King’ en ‘Hot Blood’). Zeer opvallend bij de muziek van Mittoo, in tegenstelling tot veel van zijn collega’s, is dat de riddims niet gedomineerd worden door bas en drums maar eerder door de keyboards. Weinig reggaeartiesten werden zo vaak gesampled en na het beluisteren van deze collectie zullen jullie snappen waarom. Deze collectie is een absolute aanrader en bovendien een welgekomen heruitgave want van de drie titels op ‘Striker Showcase’ is enkel nog ‘The Keyboard King’ afzonderlijk verkrijgbaar. Overigens is er nog weinig verkrijgbaar van deze sleutelfiguur uit de reggae. Een extra pluspunt is de begeleiding door het toenmalige kruim van reggaemuzikanten: we horen o.m. Sly Dunbar, Robbie Shakespeare, Winston Wright, Ansel Collins en Earl ‘Chinna’ Smith. Onze laatste pluim gaat naar het zeer goed gedocumenteerde infoboekje.
publieksprijs: 19,35 (2 cd)

NEW ROOTS REGGAE

NEW ROOTS REGGAE

Aan het einde van vorige eeuw en begin deze eeuw is de Jamaicaanse reggae meer ziek dan gezond geweest: de grote boosdoener heette dancehall, een stijl met veel negatieve vibes. Tijdens die lange ziekteperiode werd (en wordt nog steeds) in allerlei windstreken verspreid over de hele aardkloot razend interessante en uitmuntende reggae gemaakt en hierbij denken we o.a. aan Zion Train, Groundation + hun nevenprojecten, Tiken Jah Fakoly, Fat Freddy’s Drop, Digitaldubs en in eigen land Pura Vida. Maar recent groeit er weer goede hoop sinds de opkomst van de “Reggae Revival” met o.m. Protoje, Chronixx, Raging Fyah en Kabaka Pyramid als voorhoede die ons doet vermoeden dat er opnieuw een frisse wind waait doorheen muzikaal Jamaica. De muzikanten uit de “Reggae Revival” komen op voor het gemeenschappelijke goed van reggae en Jamaica en willen een nieuwe reggaesound voor een nieuwe generatie lanceren. Maar die nieuwe sound is wel degelijk geïmpregneerd in de oude: de traditionele baslijnen uit de jaren 70 en 80 zijn dominant aanwezig alsook het sociale bewustzijn. Na twee decennia lang te zijn afgedaan als toeristenmuziek is reggae terug relevant in Jamaica. Het woord “revival” wordt niet door eenieder gesmaakt en zorgt dan ook voor controverse. Hoe dan ook, de nieuwe lichting is talrijk en er kan wel degelijk van een beweging gewag gemaakt worden. Deze lichting doet een genre dat eigenlijk nooit oud geklonken heeft herleven. Naast de muziek gaat er ook veel aandacht uit naar bewustzijn, positivisme, Afrocentrische spiritualiteit en wereldwijde zelfbeschikking. De geest van deze beweging breidt ook uit naar andere kunstvormen en naar de niet-artistieke wereld. En in haar zog zien we ook in Engeland hetzelfde fenomeen opduiken, zeg maar een brevival.

VINYLRELEASES

- JUPITER & OKWESS – Kin Sonic
publieksprijs: 24,00
- ORCHESTRA BAOBAB – Tribute To Ndiouga Dieng
publieksprijs: 19,05
- KINGSTON ALL-STARS – Kingston All-Stars
publieksprijs: 24,50
- ‘COLOMBIA! GOLDEN YEARS FUENTES’ (compilatie)
publieksprijs: 19,50 (2 lp)
- ‘MONKEY BUSINES: 7” VINYL BOX SET’ (compilatie)
Met o.m. Max Romeo, The Maytals, The Upsetters….
publieksprijs: 59,90 (10 x 7”)
- ‘THE ORIGINAL SOUND OF MALI’ (compilatie)
publieksprijs: 26,85 (2 lp)

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

YO-YO MA & THE SILK ROAD ENSEMBLE – Sing Me Home

YO-YO MA & THE SILK ROAD ENSEMBLE – Sing Me Home

Yo-Yo Ma is een Chinees / Amerikaanse componist en virtuoze cellist die reeds meerdere Grammy Awards won. Hij trad op met de belangrijkste orkesten. Hij heeft een zeer veelzijdig repertoire en waagt zich op meer gebieden dan de meeste klassieke cellisten. Hij maakte opnames van barokwerken, gespeeld op authentieke instrumenten, maar ook van traditionele Chinese melodieën, Argentijnse tango’s en filmmuziek. In 2000 richtte hij The Silk Road Ensemble op, onder het dak van de ngo Silkroad, om de muziek uit de culturen langs de Zijderoute te exploreren. Na een intense samenwerking (intensief toeren, workshops, samenleven) met etnomusicologen, componisten en muzikanten uit elf landen kwam hij in 2002 op de proppen met de cd ‘Silk Road Journeys When Strangers Meet’, een wonderlijke muzikale ontdekkingsreis en een zeer ambitieus en meesterlijk geslaagd project en het wereldmuzikale hoogtepunt in dat jaar. De Zijderoute staat hier als een metafoor voor culturele uitwisseling, bruggen bouwen, ontmoeting, connectie en nieuwe creatie. Ondertussen is het bereik groter geworden dan de Zijderoute en telt het ensemble muzikanten en componisten uit meer dan twintig landen. ‘Sing Me Home’ is hun zesde cd en hun meest diverse in termen van repertoire en mondiaal bereik. Een radius van muzikale werelden wordt geëxploreerd op een benaderingswijze die veel gemeen heeft met die van Kronos Quartet. Deze muzikale exploratie brengt ons langs China, Ierland, de VS, Mali, Macedonië, Japan, India, Iran, Syrië, Spanje en Tuva. Naast het uitgebreide ensemble maken ook nog heel wat gasten, en niet van de minsten, hun opwachting: of wat dachten jullie van o.a. Sarah Jarosz, Toumani Diabaté, Shujaat Khan, Dima Orsho, Abigail Washburn, Anxo Pintos, Rhiannon Giddens, Bill Frisell, Julia Fischer, Gregory Porter en vooral die vele anderen? Dit album vergezelt de documentaire film ‘The Music of Strangers: Yo-Yo Ma and the Silk Road Ensemble’, gedraaid door regisseur Morgan Neville, Oscar- en Emmywinnaar. De composities zijn deels origineel, deels traditionals. In die traditionals worden dan andere stijlen geïnfuseerd; de klassieke folksong ‘Little Birdie’ krijgt een Chinees infuus terwijl ‘Going Home’ van een royale scheut Dvorák wordt voorzien en ‘St. James Infirmary Blues’ ondergedompeld wordt in Romaklanken. Dit zijn maar enkele voorbeelden maar het illustreert wel de geest van de hele onderneming. Openheid, exploratie, muzikale durf en experiment zijn hierin sleutelwoorden en mede dankzij de performante en transparante productie van Johnny Gandelsman (die al werkte met U2, Kate Bush, Elvis Costello, David Bowie) is dit geen richtingloze brij maar een onwaarschijnlijk coherent geheel geworden: voorwaar een hele krachttoer. Het slotakkoord ‘Heart and Soul’) met Lisa Fischer en Gregory Porter in de hoofdrollen contrasteert dan weer op charmante, speelse en lichtvoetige wijze met de rest van het hier gebrachte materiaal. ‘Sing Me Home’ is een geniale, levendige, caleidoscopische en overweldigende illustratie en de muzikale realisatie van de filosofie van Yo-Yo Ma; we citeren: “Every tradition is the result of successful invention. Human beings grow by being curious and receptive to what’s around them. A lot of people are scared of change, and sometimes there’s reason to be fearful. But if you can welcome change, you become fertile ground for development.” Beter dan de meester zelf doet kunnen wij het niet verwoorden. ‘Sing Me Home’ herinnert er de luisteraar op briljante en weergaloze wijze aan waarom het delen van muziek mee de kern uitmaakt van mens zijn.
publieksprijs: 19,70

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

RAMZI ABUREDWAN – Reflections of Palestine

RAMZI ABUREDWAN – Reflections of Palestine

Bouwjaar: 2012 In 1987, als achtjarig jongetje, werd Ramzi Aburedwan wereldberoemd toen hij gefotografeerd werd terwijl hij stenen gooide naar Israëlische tanks tijdens de eerste Intifada, waarvan hij een icoon werd. Posters van Ramzi “de stenengooier” waren een “hit” in de West Bank en de gevierde dichter Nizar Qabbani schreef een gedicht, geïnspireerd door de acties van de piepjonge rebel en zijn kameraadjes. Als tiener volgde hij gratis muzieklessen warbij hij zijn talent ontdekte en een nieuwe wereld openging. Al snel werd hij professioneel muzikant en werd muziek zijn nieuwe wapen. Heden ten dage is Ramzi een bepleiter voor vrede en begrip via muziek. Hij ging verder studeren aan het Franse Conservatoire National d’Angers. Hij is nu dirigent van het Palestine National Ensemble of Arabic Music en ook een wereldwijd gewaardeerde bouzoukspeler. Hij is eveneens de stichter van Al Kamandjâti, een muziekschool in Palestina. Op dit album vol evocatieve en bedachtzame instrumentale wordt hij verder op sobere wijze begeleid op ud, accordeon, klarinet en percussie. Op ‘Reflections of Palestine’ maken we kennis met een waarachtig, bedachtzaam, subtiel, elegant, bedreven en gedreven muzikaal talent. Via de wereld van klank vertelt hij op gevoelige wijze zijn buitengewone verhaal.
publieksprijs: 13,15

SONGS VAN DE MAAND

RHIANNON GIDDENS – At The Purchaser’s Option
RHIANNON GIDDENS – Better Get It Right The First Time
RHIANNON GIDDENS – Freedom Highway
MOKOOMBA – Vimbe
VIBRONICS meets CONSCIOUS SOUNDS – Blaze A Fire Dub
ORCHESTRA BAOBAB - Woulinewa

COVER VAN DE MAAND

LLOYD PARKS – Slaving (Lloyd Parks)

Verwacht

KASAI ALLSTARS – Around Félicité

EN VERDER NOG:

- DENGUE FEVER – Dengue Fever (re-release)
publieksprijs: 17,10
- DENGUE FEVER – Escape From Dragon House (re-release)
publieksprijs: 17,10
- ‘THE ORIGINAL SOUND OF MALI’ (compilatie)
Dat wij hier een zeer grote voorliefde en een megazak boontjes voor Malinese muziek hebben is meer dan een understatement. Maar het laatste waar we zitten op te wachten is toch wel een zoveelste compilatie met oude opnames, ook al leest de artiestenrol als een shortlist voor een prestigieuze prijs (o.a. Idrissa Soumaoro, Les Ambasadeurs du Motel de Bamako, Rail Band, Le Super Djata Band, Salif Keita en ga zo maar door). Bovendien is het prijskaartje voor een compilatie veel te hoog.
publieksprijs: 20,40