Muzieknieuws juni 2017

Feest in’t Park

Feest in’t Park

Feest in ’t Park is een gratis mondiaal festival dat al enkele decennia een traditie is in Brugge. Naast de muziek valt er nog heel wat te beleven. Er is dansspektakel met Jhalik Punjab Di en Nyaka Ngoma. Je kan je uitleven in de workshops dancehall, reggaeton, doundoun, djembé en flamenco. In de Bazaar kan je terecht voor actuele Noord-Zuidinfo en voor een Afghaanse, Tibetaanse, Mexicaanse, Vietnamese, Indiase of Congolese hap. Je kan je ook wagen aan de Fair Trade kookbattle en aan een portie ‘moedertalen’ in de taalcarrousel. Je oude gsm of smartphone is welkom in de Recupel Transform3 Energiebox. Er is een wereldkinderdorp met tientallen wereldspelen, muziek-, dans- en creaworkshops voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Afspraak op zaterdag 24 juni in het Minnewaterpark te Brugge vanaf 14u.

Nog niet overtuigd om te komen? Dan leggen we nu nog twee grote muzikale troefkaarten op tafel, in de gedaante van twee zeer bijzondere Afrikaanse acts die hun beste beentjes zullen voorzetten op het podium.

DOBET GNAHORÉ

DOBET GNAHORÉ

We schrijven zaterdag 24 april 2004. Oxfam België bestaat 40 jaar en dat wordt die dag gevierd in Tour & Taxis. Het avondfeest wordt afgetrapt door de toen nog totaal onbekende jonge zangeres Dobet Gnahoré uit Ivoorkust die haar eerste concert buiten Afrika geeft. Wij stonden aan de grond genageld door haar stem, haar podiumprésence en haar danskunsten. Het was toen al klaar en duidelijk: we hadden te maken met een tomeloos podiumbeest en vooral met een uiterst getalenteerde artieste. Dobet Gnahoré werd geboren en groeide op in een artistieke coöperatieve in de landelijke omgeving van Abidjan. Deze coöperatieve werd gesticht door de Kameroense kunstschilderes, theaterregisseuse en schrijfster Were Were Liking en was bedoeld als een verzamelplaats voor artiesten uit diverse tradities. Dobets vader was een stichtend lid. De spreekwoordelijke mosterdpot was dus niet ver uit de buurt. Op haar twaalfde verlaat ze de schoolbanken om een artistieke carrière na te streven. Twee jaar later leert ze de Franse gitarist Colin Laroche de Féline kennen die bij Were Were aangespoeld was om zich Afrikaanse gitaartechnieken meester te maken. Dobet en Colin deelden hun muzikale passie en daarna nog een andere waarna ze trouwden en bij het uitbreken van de burgeroorlog vluchtten ze naar Marseille. Eind 2006 blaast dit podiumbeest ons nog eens van de sokken tijdens de Putumayo Acoustic Africa tournee (ten voordele van Oxfam), samen met Habib Koité en Vusi Mahlasela. In 2004 had ze net haar ondertussen klassiek geworden debuut ‘Ano Neko’ (Beté voor ‘laat ons samen creëren’) uit. Dertien jaar na datum nog steeds even (ver)fris(send) en nieuw. Dat album levert haar een nominatie voor de BBC’s Award for World Music’s Best Newcomer op. In 2010 was het dan wel prijs en sleept ze een Grammy in de wacht voor Best Urban/Alternative Performance voor de song ‘Pearls’, een duet met India.Arie. In 2007 bevestigt ze haar uitzonderlijke talent met de cd ‘Na Afriki’. En nog eens drie jaar later ontgoochelt ze helaas over de ganse lijn op haar album ‘Djekpa La You’. Drie jaar geleden zette ze die misstap dan weer recht op ‘Na Drê’, een dot van een album waarop we wel wat de opwinding en de tomeloze energie van haar concerten missen. Gnahoré put muzikaal uit de lokale tradities en injecteert die met andere stijlen zoals rumba, mandinge, bikoutsi, highlife, Zulu-koren, mbube, mbaqanga, blues, jazz, reggae…. Dit doet ze geheel in de panafrikaanse geest van Were Were Liking. Het instrumentarium is deels traditioneel en deels westers. Als vrouw en chansonnière-met-een-boodschap gaat ze de al dan niet heikele thema’s niet uit de weg: god, vriendschap, werk, aids, onrecht allerhande, de dood, liefde, moederschap, het lot van vrouwen wereldwijd en inzonderheid Afrika (mishandeling, sterven in het kraambed, gedwongen huwelijken), de zoektocht naar wijsheid, het belang van een Afrikaanse identiteit die conflicten overstijgt…. Ze brengt haar briljant geschreven (samen met Colin) en tijdloze songs in een bont allegaartje van talen (Bété, Malinke, Dida, Haïtiaans, Creools, Lingala, Wolof, een flard Engels en Frans).

MOKOOMBA

MOKOOMBA

Deze zes jonge muzikanten uit Zimbabwe groeiden samen op aan de Victoria watervallen en opereren vandaag vanuit Harare. In 2008 wonnen ze het Music Crossroads Festival in Malawi. Sindsdien legden ze een lange weg af die hen o.a. op Roskilde en Sziget (en nu dus op FIP) bracht maar ook in ‘Later with Jools’ op de BBC en in het Apollo Theatre in New York. Vijf jaar geleden debuteerden ze met ‘Rising Tide’ (in een productie van Manou Gallo) waarop ze een mix van afrofusion en traditionele Zuid-Afrikaanse en Tongaritmes lieten horen, gelardeerd met scheuten funk, jazz en reggae én met een prominente rol voor het funky basgeluid. De Tonga zijn een minderheid in Zimbabwe (de leden van Mokoomba komen uit verschillende etnische groepen, ook uit de Tonga). De groepsnaam betekent ‘diep respect voor de rivier’ en is bedoeld als een diepe buiging voor de Zambezistroom. De titel van hun nieuwe album ‘Luyando’ betekent dan weer ‘moederliefde’. Begin dit jaar startte Mokoomba haar ‘world wide acoustic tour’. ‘Luyando’ is een akoestisch album waarop de groep teruggaat naar een meer traditioneel en dieper geluid en op zoek gaat naar haar afkomst en naar een evenwicht tussen traditie en moderniteit. De songs handelen over het traditionele leven en de geschiedenis en cultuur van de regio waar ze opgroeiden, het harde leven en de strijd van de Tongagemeenschappen om hun voortbestaan (ontheemd door de aanleg van de Karibadam) maar ook over hoe om te gaan met woeste leeuwen en het harde bandleven on the road. Er wordt gezongen (door alle muzikanten) in vier Zimbabwaanse talen en in het Engels. Afgaande op het geleverde resultaat zal deze gedurfde switch genaamd ‘Luyando’ Mokoomba geen windeieren leggen. Dit bijzonder frisse, dartele, avontuurlijke en levendige en ook zeer toegankelijke album wordt geschraagd door de vocale harmonieën en de traditionele ritmes. Hoe vreugdevol, lichtvoetig en verheven ‘Luyando’ ook mag toeschijnen, het is evenzeer een duidelijke repliek op de besluiteloosheid, de verscheurdheid, de turbulentie en de wanorde in Zimbabwe en op de dictatuur van Mugabe. Wie beweert dat dansen en politiek niet samengaan is er bij deze aan voor de moeite. ‘Luyando’ van Mokoomba is een onmisbare en delicieuze kleinood. Komt dat zien en vooral horen op 24 juni.

Naast de klanken van Dobet Gnahoré en Mokoomba word je ook nog vergast op die van Xamanek (Chili) en DJ Papa Mojito (België).

QUANTIC & NIDIA GÓNGORA – Curao

QUANTIC & NIDIA GÓNGORA – Curao

Hier is ie weer, duivel-doe-al, globetrotter, muzikale duizendpoot, multi-instrumentalist, songschrijver, arrangeur, remixer, dj en producer Will(iam) Holland. Hij is amper 35 maar toch is dit zijn 22ste album in nauwelijks zestien jaar tijd: in die collectie schuilen heel wat pareltjes. Hij werkt onder verschillende aliassen waarvan Quantic er een is. Weinig muziekstijlen zijn hem vreemd: afrobeat, soul, cumbia, salsa, bossa nova, jazz, funk, reggae, rocksteady en dub om maar deze te noemen. Ook de Colombiaanse zangeres Nidia Góngora is recent alomtegenwoordig: ze was te horen op werk van Quantic’s Flowering Inferno (Will Holland), Ondatrópica (Will Holland) en The Bongo Hop. Góngora werd in 2003 ontdekt en gefilmd door de Franse trompettist (en nog veel meer) en drijvende kracht achter The Bongo Hop, Etienne Sevet, toen zij nog zangeres was bij het folklore-ensemble Socavon. Nu is ze frontvrouw bij de Colombiaanse folkgroep Grupo Canalón de Timbiquí. Ze werd geboren in een muzikale familie in een Afro-Colombiaanse gemeenschap en ze wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande artiesten uit de Zuid-Pacifische marimbatraditie (die verhalen en ritmes en ook het instrument zijn hier rijkelijk aanwezig) en een voogdes van de orale traditie. Voor aankomend talent is zij een raadsvrouw en een grote zus. Góngora en Holland leerden elkaar kennen in de periode waarin hij in Cali leefde.

‘Curao’ is in de eerste plaats het album van Góngora geworden: zij verdiende het al lang om eindelijk eens helemaal in de schijnwerpers geplaatst te worden. Dit betekent nog niet dat de stempel van Holland niet aanwezig is maar die is hier minder nadrukkelijk dan we gewend zijn. Een grote verdienste is dat hij de bekoorlijke en magnetische stem van Góngora op meesterlijke wijze inbedt in zijn karakteristieke en zeer evenwichtige mix van traditionele en hedendaagse stijlen en in diverse sfeerstemmingen, van onstuimig en aanstekelijk groovy over bitterzoet tot mysterieus en reflecterend, en dat steeds met uiterste respect voor de inheemse en voorouderlijke stijlen en een zeer subtiele benadering. ‘Curao’ is zeker niet Quantic’s sterkste werk maar het is wel een oerdegelijk album dat een wat vergeten muziekstijl maar vooral de uitzonderlijke stem van Nidia Góngora eindelijk in de internationale belangstelling plaatst.
publieksprijs: 12,85

OUMOU SANGARÉ – Mogoya

OUMOU SANGARÉ – Mogoya

Overproductie kan je haar zeker niet aanwrijven: ‘Mogoya’ is haar zesde album in achttien jaar. Deze lage productie wordt wel gecompenseerd door de overdonderende kwaliteit van haar werk. Voor al wie de voorbije twee decennia op een andere planeet vertoefde geven we een introductie tot een fenomeen. De Malinese Grammy Awardwinnares Oumou Sangaré is een Wassoulouzangeres die wel eens ‘de zangvogel van Wassoulou’ genoemd wordt. Wassoulou is een historische regio ten zuiden van de Nigerstroom. De regio kent een eeuwenoude liedtraditie. Oumou is de dochter van de lokaal zeer bekende zangeres Aminata Diakaté. Als ukkie in een eenoudergezin ging Oumou zingen om het gezin te helpen in leven houden. Op vijfjarige leeftijd stond ze al gekend als een getalenteerde zangeres. Toen ze zestien was ging ze toeren met de percussiegroep Djoliba en nog eens zes jaar later nam ze haar debuutalbum ‘Moussolou’ (‘Vrouwen’) op met Amadou Ba Guindo en niemand minder dan Ali Farka Touré hielp haar aan een contract bij het gerenommeerde World Circuit label. Sangaré wordt beschouwd als een Wassoulouambassadrice: haar inspiratie haalt ze uit de traditionele muziek en dansen uit deze regio. Ze schrijft en componeert zelf haar liederen die vaak sociale kritiek bevatten, in het bijzonder over de lage status van de vrouw in de samenleving en gearrangeerde huwelijken, maar net zo goed schrijft ze over vrouwelijke sensualiteit zoals in haar grote hit ‘Diaraby Nene’ (‘de rillingen van de liefde’) uit haar debuutalbum. Nu eens schrijft ze metaforisch en ironisch, dan weer direct en expliciet. Veel van die teksten zorgden voor beroering in een fundamenteel conservatieve samenleving. Oumou Sangaré stond in sommige van de meest prestigieuze zalen en op de belangrijkste festivals wereldwijd. Extramuzikaal staat ze ook bekend als een pleitbezorgster voor vrouwenrechten en een tegenstander van kinderhuwelijken en polygamie. Ze is ook nog ambassadrice voor FAO en won in 2001 de UNESCO International Music Prize voor “haar bijdrage tot de verrijking en de ontwikkeling van muziek alsook voor haar engagement voor de vrede, voor verstandhouding tussen diverse volkeren en voor internationale samenwerking”. En tot slot is Sangaré ook nog eens zakenvrouw (hotelwezen, landbouw, automobielsector).

En dan gaan we nu over naar datgene waar het hier eigenlijk om te doen is, met name haar muziek. Met haar debuut ‘Mossoulou’ introduceerde Sangaré destijds gedurfde nieuwe ritmes en een muzikale kleur die de West-Afrikaanse dansvloeren stormenderhand innamen. Maar het betekende vooral de lancering van die bijzondere stem van een getalenteerde jonge vrouw met een immens charisma. Sangaré’s biotoop is die van de jagersmuziek. Vóór de kolonisatie waren de herders de beschermers van de dorpen, de kostwinners, de genezers en de filosofen. Hun muziek werd gespeeld op een zessnarige harp en men geloofde dat die muziek magische krachten bezat die de jagers beschermden en de gevaarlijkste dieren konden temmen. Oumou wil de kracht en de betovering van die muziek in haar liederen overbrengen. Het belangrijkste instrument in haar groepsgeluid is dan ook de kamelengoni, een hedendaagse versie van de jagersharp. Die produceert gejaagde ritmes en grooves en resoneert allerlei stijlen zoals funk, rhythm and blues en afrobeat. Ook de viool is nadrukkelijk aanwezig en evoceert de treurige klank van de eensnarige vedel van de Wassoulou. Doorheen haar hele oeuvre heeft Sangaré er steeds naar gestreefd de diverse Malinese tradities te exploreren en dan vooral die van haar eigen Wassoulou. Of zoals ze zelf zegt: “Waarom andermans muziek spelen als die van ons zo rijk is?”.

Acht jaar was het wachten op een nieuw werkstuk en dus waren de verwachtingen trumptorenhoog gespannen. En of die waargemaakt zijn gaan we hier en nu eens uitvogelen. We hebben Sangaré steeds als een avontuurlijke artieste gekend en op ‘Mogoya’ zorgt ze voor een drastische koerswijziging. Ze mikt duidelijk op een jonger publiek: strakke basriffs, keyboards, stevig drumwerk en rockgitaar maken hun opwachting en ze trok een jong Europees productieteam aan. De ngoni blijft weliswaar op de voorgrond maar moet samen met de karignan en de kalebas toch eerder onverwachte compagnons dulden en het dient gezegd dat die daar bijzonder goed mee omgaan. Een en ander brengt met zich mee dat haar Wassoulousound vaak een funky en groovy makeover aangemeten krijgt. Sangaré rockt op haar eigen manier en haar vernieuwende aanpak is intens, intrigerend en gedurfd en zal wellicht geen spek voor de puristenbek zijn, ook al blijft de traditie overeind net als haar krachtige, diepe, flexibele en sensuele stem. Sangaré kleurt duidelijk buiten de lijntjes en dat is dan ook waar kunst moet over gaan. Zij doet dit met bijzonder veel waardigheid, zelfrespect, overtuiging en intensiteit. Slotakkoord ‘Mogoya’ is werkelijk indrukwekkend en daarin duikt godbetert voor de puristen warempel ook nog een cello op die samen met hoofdrolspeler keyboards op magistrale wijze die imposante stem voort dragen. Thematisch tapt ze uit haar vertrouwde vaatje en biedt ze een feministische en sensuele gids voor de Afrikaanse vrouwen. Muzikaal maakt ‘Mogoya’ deel uit van een nieuwe Malinese traditie die in 1987 het licht zag op ‘Soro’ van Salif Keita waarop rock en elektronica ingebed werden in de traditie.
publieksprijs: 20,15

KASAI ALLSTARS & ORCHESTRE SYMPHONIQUE KIMBANGUISTE – Around Félicité (original soundtrack)

KASAI ALLSTARS & ORCHESTRE SYMPHONIQUE KIMBANGUISTE – Around Félicité (original soundtrack)

In het voorbije decennium lieten Kasai Allstars twee indrukwekkende, overrompelende, meeslepende en extreem intense albums op de wereld los. Die verschenen in de onvolprezen ‘Congotronics’-reeks van het Brusselse label Crammed Discs, die op unieke en onnavolgbare wijze muziek op de kaart zet die traditie en moderniteit organisch koppelt en zowel oud als avant-garde klinkt. Kasai Allstars verenigt zestien muzikanten, vocalisten en dansers uit vijf groepen (enkele ervan stonden op ‘Congotronics 2’) die elk uit een andere etnische groep uit Kasai komen, een andere taal spreken en een verschillende muzikale cultuur vertegenwoordigen: met deze gegevens willen de muzikanten dan ook een zeer duidelijk signaal geven en zijn ze er in geslaagd het schijnbaar onverenigbare te verenigen. De meeste van deze muzikanten komen uit de jungle en hebben zich ondertussen in Kinshasa gevestigd. Hun muziek wordt gekenmerkt door charismatische vraag-en-antwoord-gezangen, urgente percussie, hardnekkig aanhoudende gitaar- en xylofoonriffs en de prominent aanwezige, ambachtelijk versterkte en verwrongen likembe (een duimpiano). Congotronics kan zowat beschouwd worden als het geesteskind van producer Vincent Kenis (zie ook: Konono N°1 en Staff Benda Bilili) en het moet met nadruk grezegd dat Kenis dat kind met alle respect en egards behandelt. Dit verhaal ging ook niet onopgemerkt voorbij aan de aandacht van vele muzikanten uit de elektronische muziek en de indie rock, wat in 2010 resulteerde in het album ‘Tradi-Mods vs Rockers’. Dit zou het vermoeden kunnen opwekken dat we bij Kasai Allstars een stortvloed van ruige, urbane muziek krijgen. Mis poes dus. Basaal spelen ze muziek uit de jungle waarbij de sleutelwoorden ritualistisch, furieus, messcherp, spookachtig, hypnotisch, dreigend, resonerend en trance zijn.

Op cd 1 horen we de soundtrack van de film ‘Félicité’ van regisseur Alain Gomis. Deze film is geïnspireerd door de muziek van Kasai Allstars en door de figuur van hun leadzangeres Muambuyi. De protagonist in de film is een trotse en vrijgevochten alleenstaande moeder genaamd Félicité. Zij werkt als zangeres bij een band (Muambayi en Kasai Allstars vertolken ook in de film) en onderneemt een halsbrekende race door elektrisch Kinshasa om haar zoon te redden en zijn zware operatiekosten te kunnen betalen. In acht van de elf composities horen we Kasai Allstars. Zes zijn nieuw geschreven, twee zijn reprises van op hun debuut. Opname en productie waren alweer in de zeer goede handen van Vincent Kenis en drummer Sam Gysel springt bij op drie tracks. De opnames werden verweven met flarden dialoog, danspasjes en straatklanken. Verwacht geen aardverschuiving: wat we horen is vintage Kasai Allstars en laat dat nu net een garantie en een referentie zijn. De essentie van Kasai Allstars culmineert in het extra lange ‘Mabela’ waarin werkelijk alle registers worden opengetrokken. De overige drie composities zijn werk van de Estse componist Arvo Pärt en contrasteren fel met de zeer urgente muziek van Kasai Allstars: ze vormen a.h.w. rustpunten. Pärt’s werk werd gearrangeerd en gespeeld en uitermate bekoorlijk gezongen door Orchestre Symphonique Kimbanguiste uit Kinshasa. Hun uitvoering van ‘Fratres’ behoort tot de hoogtepunten van dit album dat eigenlijk bol staat van de hoogtepunten. ‘Around Félicité’ is de zevende titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Dat is dus twee keer prijs want de film won eerder dit jaar ook nog de grote prijs van de jury op de 67ste Berlinale. Voor de derde keer in negen jaar bezorgen Kasai Allstars een waar meesterwerk. Ons slotadvies luidt: geef je voor de volle 100% over aan Kasai Allstars en een overrompelende en als derwisjen doldraaiende luisterervaring zal je deel zijn.

Op cd 2 ‘Félicité Remixes’ worden de hipsters op hun wenken bediend: tien elektronische remixes van zowel oud als nieuw werk dat door de molen gehaald wordt en alsof de sound van Kasai Allstars op zich niet heftig genoeg zou zijn wordt die hier nog eens schaamteloos afgejakkerd. We horen veel -energiek en bijwijlen hyperkinetisch en soms verbijsterend- psychedelisch voer voor de dansvloer. Op de bijdragen van Africaine 808 en Esa willen wij nog wel eens onze beste beentjes voorzetten maar verder krijgen wij hier niet warm en niet koud van en haalt ‘Félicité Remixes’ nergens het niveau van ‘Tradi-Mods vs Rockers’.
publieksprijs: 20,40 (2 cd)

AMINE & HAMZA (The Band Beyond Borders) – Fertile Paradoxes

AMINE & HAMZA (The Band Beyond Borders) – Fertile Paradoxes

Amine en Hamza Mraihi zijn twee Tunesische broers en virtuozen op respectievelijk ud en qanun; Hamza neemt ook nog de zang voor zijn rekening. De bespreking van hun vorige cd ‘Perpetual Motion’ besloten we met de vaststelling dat de geest van Anouar Brahem nooit ver weg leek en dat dit in de eerste plaats als een compliment gold (een mens zou met minder tevreden zijn) en ook dat ze wel degelijk een eigen geluid voortbrachten. Laat nu toch wel die Brahem een van de twee voorwoorden binnenin de hoes van hun nieuwe cd schrijven (het tweede komt van een andere klepper, met name Vincent Ségal die ook op twee tracks meespeelt). Nogmaals: een mens zou met minder tevreden zijn temeer daar beide heren zich zeer lyrisch en lovend uiten over de muziek van het broederpaar en hun Band Beyond Borders. ‘Fertile Paradoxes’ is een dagboek van hun voorbije zes jaar, van geïmproviseerde diepmenselijke ontmoetingen en mooie vriendschappen verspreid over de wereld en van het vieren van de mensheid d.m.v. muziek. Amine & Hamza beschrijven dit nieuwe werk als wie ze zijn, een mix van adembenemende Zwitserse landschappen (waar ze wonen), zoete Poolse melancholie (waar ze het grootste deel van dit werk opnamen) en Tunesische straatwoede (waar ze vandaan komen). The Band Beyond Brothers bestaat verder nog uit een violist, een saxofonist en twee percussionisten met een groot arsenaal instrumenten en worden nog aangevuld met een legertje gastmuzikanten. Door de jaren en nu acht albums heen hebben ze hun eigen unieke en diverse klankwereld gecreëerd waarin ze klassieke Arabische muziek doen samensmelten met klassieke westerse muziek, (free) jazz, flamenco, Indiase muziek en nog een en ander en die ook gekenmerkt wordt door multiculturele interactie, gevoelvolle diepgang, moderne harmonieën, kriskras melodieën, hypnotische grooves, veel adrenaline en bovenal door een zeer groot muzikaal meesterschap. Ze leggen daarbij de lat zeer hoog maar overwinnen schijnbaar moeiteloos die hoogte. Ze behoren tot de voorhoede van een nieuwe generatie binnen de Arabische muziekscene die met behoud van haar identiteit open staat voor andere culturen en die ook omarmt. De groepsnaam wordt dan ook ten volle waargemaakt: jeux sans frontières.
publieksprijs: 16,10

DUO SABÎL / Elie Khoury / Hubert Dupont – Zabad, l’écume des nuits

DUO SABÎL / Elie Khoury / Hubert Dupont – Zabad, l’écume des nuits

Het voorbije decennium is er een kleine golf met uitstekende Palestijnse udspelers over ons heen gekomen. Denk maar aan Le Trio Joubran en Adel Salameh. Ook Ahmad Al Kathib is een van hen. Zijn muziek is gebaseerd op de traditie van de udimprovisatie uit het Midden-Oosten en is ook beïnvloed door zijn opgroeien in een Jordaans vluchtelingenkamp, zijn latere leven in de bezette Westelijke Jordaanoever en zijn huidige leven in Zweden waar hij sinds 2004 doceert aan de universiteit van Göteborg. Samen met de Palestijnse percussionist Youssef Hbeisch vormt hij Duo Sabîl. Zij ontmoetten elkaar aan het Edward Said Nationaal Muziekconservatorium in Oost Jerusalem waar Hbeisch doceerde en Al Kathib werd opgeleid. Nadien doceerde hij nog tien jaar in Shefa’amr en nu is hij neergestreken in Parijs. Vele groten uit de muziek deden een beroep op zijn diensten. Voor ‘Zabad’ (‘opbruisend’) lieten ze zich bijstaan door Elie Khoury op buzuq en Hubert Dupont op contrabas. Techniek en compositie steunen op en putten uit de traditie maar gedreven door een grote artistieke nieuwsgierigheid streven ze naar vernieuwing. De muziek is afwisselend contemplatief en opwindend. De bijdrage van Khoury en Dupont is essentieel en gaat dus veel verder dan begeleiden. De wisselwerking tussen de vier muzikanten is inventief en ongekunsteld en resulteert in elegant en passioneel samenspel. ‘Zabad’ is ongetwijfeld een aanrader voor liefhebbers van (Arabische) instrumentale muziek.
publieksprijs: 19,70

VIEUX FARKA TOURÉ – Samba

VIEUX FARKA TOURÉ – Samba

Vier jaar geleden trad Vieux Farka Touré volledig uit de schaduw van zijn roemruchte vader met zijn album ‘Mon Pays’, muzikaal Mali op zijn allerbest. Sindsdien maakte hij nog twee uitstekende duo-albums waarop hij andere paden betrad met singer-songwriters uit totaal andere culturen, een met de Israëliër Idan Raichel en een met de Amerikaanse Julia Easterlin. Verschillende muzikale achtergronden en passies versmolten daarbij zowaar organisch en transformeerden in een nieuw en uniek muzikaal gebeuren. Op ‘Samba’ concentreert VFT zich weer geheel op eigen werk. Dit album werd live in de studio opgenomen voor een zeer select en uitgeloot publiek van ongeveer 50 personen in het kader van Woodstock Sessions. De albumtitel kan enige verwarring scheppen: VFT heeft zich niet omgeschoold tot sambamuzikant maar in de taal van de Songhai betekent samba het tweede geboren kind in een gezin. Nu dit potentiële misverstand is opgeruimd kunnen we ons concentreren op de muziek. In tegenstelling tot het merendeel der live-albums zijn alle tien composities hier van kakelverse makelij. Vieux zingt en neemt alle gitaarwerk voor zijn rekening en laat zich verder begeleiden op drums, kalebas, ngoni, bas, shakers, kourignan, orgel en keyboards. Er zijn gastverschijningen van Idan Raichel en Afel Bocoum. Vieux bevestigt nog eens wat eigenlijk al lang niet meer nodig is: hij is zoveel meer dan de zoon van een wereldbekende vader. Hij is vooral de smid van een unieke identiteit als zanger, briljante gitarist (zowel elektrisch als akoestisch) en componist die zichzelf album na album nog wat meer uitvindt en vaak op indrukwekkende wijze zijn muzikale spectrum verbreedt. Hij is al lang niet meer de kloon van zijn vader en van John Lee Hooker die hij bij zijn debuut nog was: hij is zoals in het Engels zo treffend uitgedrukt “an artist in his own right”. Wie hiervoor een sterk Nederlands equivalent zou kennen stuurt maar een voldoende gefrankeerde gele briefkaart. Beetje bij beetje is VFT een vernieuwer geworden met zijn unieke mix van Malinese blues, lofliederen, funk en een vleugje reggae waarin nooit minder dan intens gemusiceerd wordt. Zijn nieuwe Afrikaanse stijl kruidt hij met westerse tempo’s en power zonder daarbij zijn wortels (uit het oog) te verliezen en hij matcht op briljante wijze traditionele met rockinstrumenten: dit is hedendaags muzikaal Afrika op haar allerbest. ‘Samba’ is ongetwijfeld zijn (voorlopig?) creatieve piek: nooit voorheen klonk hij zo gebald, gefocust, zelfzeker, zelfbewust, trots en baanbrekend. Kortom: a true artist in his own right uit de muzikale schatkamer genaamd Mali. Na deze bespreking weet je het wel: ‘Samba’ van Vieux Farka Touré is de achtste titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. En onze laatste pluim geven we weg aan het concept Woodstock Sessions, een waarlijk boeiend initiatief.
publieksprijs: 20,90

DANYÈL WARO – monmon

DANYÈL WARO – monmon

Danyèl Waro is een dichter / muzikant / activist uit Réunion waar hij een zeer gevierd artiest is: hij wordt er beschouwd als de “kampioen” en de “held” van de Creoolse cultuur en van de maloya, de traditionele, polyfone en ook ceremoniële zang, muziek en dans van het eiland. Maloya is een fusie van Malagasy stijlen en Afrikaanse ritmes en ontstond op de suikerplantages. Nu is het de nationale sound en sinds 2010 behoort het tot het Werelderfgoed. Bij Waro staat maloya ook voor verzet, o.m. tegen de dominantie van de Franse administratie, maar ook voor de strijd voor het behoud van de culturele eigenheid; als dienstweigeraar belandde hij in de cel. Voor Waro maakt maloya deel uit van zijn dagelijkse bestaan en belichaamt het zijn irrationele, religieuze en spirituele kant. Nu is Waro een informele culturele leider. In 2011 won hij de prestigieuze Womex Artist Award. Danyèl Waro beschikt over een fascinerend en uniek stemgeluid. De meeste liederen worden gezongen in het Creools (in het tekstboekje vertaald naar het Frans en soms ook naar het Engels), enkele ook in het Frans. ‘monmon’ (‘moeder’) is een ode aan alle moeders. In het verlengde van zijn vorig werk uit de afgelopen decennia bezingt hij voorts nog de diversiteit van het eiland en het dagelijkse leven van zijn inwoners. Voor Waro is maloya in de eerste plaats woord en taal en dan pas muziek. ‘monmon’ is een prachteenvoudig document van een cultuur die alhier zeer onbekend is en bij deze wordt bekend dan misschien toch bemind.
publieksprijs: 18,95

BALUJI SHRIVASTAV – Best Of

BALUJI SHRIVASTAV – Best Of

Baluji Shrivastav behoort tot de toplaag van het Indiase muzikantengild. Sitar, surbahar, dilruba, pakhavaj en tabla hebben geen geheimen voor hem. In tegenstelling tot veel van zijn collega’s stamt hij niet uit een bekende muzikale dynastie en werd hij niet opgeleid door befaamde gurus: dit laatste heeft te maken met zijn blindheid. Afgezien van het basisonderricht op de blindenschool is Baluji autodidact: zijn zoektocht naar kennis trekt vele van de mythes die het proces van het zich meester maken van Indiase klassieke muziek omgeven in twijfel. Grote troeven in zijn leerproces waren natuurtalent, hard werken en vastberadenheid. Hij staat buiten het conventionele establishment van de Indiase muziek en moet vaak optornen tegen vooroordelen om toch zijn plaats in te nemen tussen de grootsten. Als kind gradueerde hij wel in zang, sitar en tabla. Als jongeling toerde hij door India met het Nationaal Ballet. Zijn nieuwsgierigheid en zijn veelzijdigheid zorgden er voor dat hij muziek in allerlei gedaantes ging exploreren: hedendaagse muziek, jazz, pop, niet-Indiase wereldmuziek, ballet-, film- en theatermuziek. Hij concerteerde en doceerde de wereld rond en is te horen op opnames van o.m. Massive Attack, Andy Sheppard, Shakira, Annie Lennox, Noel Gallagher, Stevie Wonder, Coldplay. Hij formeerde zijn eigen jazzensemble, Jazz Orient, waarmee hij vijf albums opnam die veel bijval kenden. Hij richtte ook de Baluji Music Foundation op, een erkende liefdadigheidsinstelling die zich o.m. tot doel stelt mensen met een handicap aan te moedigen om te gaan musiceren. In het verlengde van dit streven stichtte hij Inner Vision Orchestra, samengesteld uit blinde en slechtziende muzikanten. Op deze compilatie is Inner Vision Orchestra te horen op twee opnames. Verder is hij ook betrokken bij British Paraorchestra dat samen met Coldplay optrad op de sluitingsceremonie van de Paralympische Spelen in 2012. Baluji is m.a.w. een bedrijvig baasje.
Op deze compilatie horen we een dwarsdoorsnede van het werk van Baluji Shrivastav uit de voorbije drie decennia. Voor wie én zijn hart verpand heeft aan Indiase muziek én geen moeite heeft met buiten de lijntjes kleuren en verder nog niets van Baluji in huis heeft is een blinde (nee, dit is geen botte woordspeling) aanschaf van deze ‘Best Of’ een vanzelfsprekendheid. Dat geldt evenzeer voor de geïnteresseerde leek.
publieksprijs: 16,10

AWA POULO – Poulo Warali

AWA POULO – Poulo Warali

Na een reeks lokaal uitgegeven cassettes en cd’s is ‘Poulo Warali’ de eerste internationale release voor de Malinese zangeres Awo Poulo. Zij maakt deel uit van de Dilli-gemeenschap in het zuidwesten van Mali. Haar muziek is geworteld in de folktradities van de Peulh (ook gekend als Fula), een herdersvolk uit deze afgelegen regio bij de grens met Mauretanië. Alle liederen zijn in de taal van de Peulh gezongen. De productie was in handen van de Amerikaanse muzikant, producer en pedagoog Paul Chandler die sinds 2003 in Mali woont en er met tal van (vooral traditionele) muzikanten samenwerkt. Hij is ook medestichter van de ngo Instruments4africa (I4A) die tot doel heeft traditionele muziek en kunsten in Afrika te behoeden en versterken en de artiesten te ondersteunen in hun uitoefening zodat die blijvend hun gemeenschappen van dienst kunnen zijn bij hun zeggenschap. Karakteristiek voor de muziek van Poulo zijn de attractieve vraag-en-antwoord-melodieën, de rijke vocale harmonieën, de gebalanceerde sonische structuur en de atmosferisch aangewende instrumentatie (ngoni, -vaak vervormde- elektrische gitaar, basgitaar, fluit, kalebas en soku, een traditionele eensnarige Wassoulouviool). Poulo en haar muzikanten creëren ingehouden, delicate, verstrengelde, uitbundige en bekoorlijke ritmes en melodieën. Het repetitieve aspect van de muziek werkt charmerend en is bijzonder gestructureerd en zinspeelt in zekere zin op het Noord-Amerikaanse klassieke minimalisme dat op haar beurt in vele opzichten geïnspireerd is door West-Afrikaanse ritmes. Deze aanpak geeft dan ook een hedendaagse toets aan deze landelijke volksmuziek. Awa Poulo maakt reeds lang deel uit van deze lokale muziekscene, niettegenstaande open participatie aan musiceren door vrouwen een zeldzaamheid is bij de Peulh. Een andere uitzondering hierop is de zeer bekende Inna Baba Coulibaly van wie Poulo familie is. Zonder de invloed van Coulibaly had Poulo wellicht deze kans niet gekregen.
‘Poulo Warali’ is uitgegeven op Awesome Tapes From Africa. Dit Amerikaanse label met een steeds toenemende rijke en diverse catalogus startte in 2006 met het heruitgeven van cassettes die voorheen enkel lokale distributie kenden maar is zich ondertussen gaan oriënteren op relatief hedendaagse Afrikaanse muziek die elders weinig kans krijgt.
publieksprijs: 17,10

VINYLRELEASES

- QUANTIC & NIDIA GÓNGORA – Curao
publieksprijs: 20,95 (2 lp)
- KASAI ALLSTARS & ORCHESTRE SYMPHONIQUE KIMBANGUISTE – Around Félicité
publieksprijs: 24,75 (2 lp)
- LAMOMALI – Lamomali
publieksprijs: 22,35 (lp + cd)
- AWA POULO – Poulo Warali
publieksprijs: 21,80
- KEITH & TEX – Same Old Story
publieksprijs: 14,25 (lp + cd)
- 75 DOLLAR BILL – Wood / Metal / Plastic / Pattern / Rhythm / Rock
publiekprijs: 21,35
- ‘ZAÏRE 74 The African Artists’ (compilatie)
publieksprijs: 37,45 (3 lp)
- ‘The ROUGH GUIDE to CUBAN RARE GROOVE’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15
- ‘The ROUGH GUIDE to BOLLYWOOD: The Psychedelic Years’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15

GOUD VAN OUD

YMA SUMAC – Mambo! and more

YMA SUMAC – Mambo! and more

Bouwjaar: 1954 En dan nu graag jullie aandacht voor een ook door ons veel te lang vergeten fenomeen. Uit het oog -of zo u wil uit het oor- is al te vaak uit het hart. Zoila Augusta Emperatriz Chávarri del Castillo, of kortweg Yma Sumac, zag in 1922 het levenslicht in Peru en overleed in 2008 in Los Angeles. Ze had koninklijk Incabloed in de aderen, althans zo luidt toch het verhaal. In 1946 emigreerde ze naar de States (die van Amerika). Ze werd wereldberoemd door haar “buitenaardse” stembereik van vier octaven (de doorsnee mens heeft er zowat twee); zijzelf hield het zelfs op vijf. Ze kon zowel tsjilpen en kwetteren als brullen en grommen en nog heel wat gradaties daar tussenin. Haar grote doorbraak kwam er in 1950 met haar lp ‘Voice of the Xtabay’ en een jaar later werd ze een heuse ster toen ze opdraafde in de Broadwaymusical ‘Flahooley’. Later zou ze ook nog acteren in films. Blijkbaar bestond het fenomeen alternative facts toen ook al want lieden die het blijkbaar niet zo goed met haar voorhadden beweerden dat haar artiestennaam spiegelschrift was voor Amy Camus, een huisvrouw uit Brooklyn. Dit weerhield het publiek niet om van haar te houden en kort daarop werd dit fake news ontzenuwd door een geboorteakte, geleverd door de Peruviaanse overheid (ja Barack, waar hebben we nog zo’n verhaal gehoord). In promotiecampagnes werd haar afkomst nadrukkelijk als verkoopsargument gebruikt; Sumac liet zich naast haar stem ook nog opvallen door een overdaad aan juwelen en flamboyante kledij wat destijds haar “exotische” verschijning extra in de verf zette en haar tot een echte campkoningin maakte, hierin ook geholpen door haar mix van bizarre klanken, haar folkwortels en haar meeslepende podiumpersoonlijkheid. Ze werd door de “ernstige” kritiek nooit voor vol aanzien en veeleer beschouwd als een curiosum en een freak. Eind jaren 60 ging haar ster tanen en verdween ze beetje bij beetje in de marginaliteit, maar gelukkig is haar stemgeluid vereeuwigd en zijn er nog behoorlijk wat opnames van haar beschikbaar. Haar muzikale zwanenzang beleefde ze in 1972 met een mislukt rockalbum. Aan het begin van deze eeuw -in haar laatste levensjaren- kon ze nog genieten van officiële rehabilitatie: in Peru werd ze geëerd met de Orden del Sol (Orde van de Zon) en in Hollywood kreeg ze een ster op de Walk of Fame.

‘Mambo!’ werd een van haar grootste commerciële successen en is mede door de grote toegankelijkheid van de muziek een perfecte opstap, tenminste voor wie van mambo houdt. De opener is ‘Bo Mambo!’, misschien wel haar beroemdste lied en zeker nog steeds een van de coolste deuntjes uit de populaire muziek. Het album blijft na meer dan een halve eeuw sterk overeind en is een toonbeeld van forse, vurige, prettige en vaak grappige latin jazz, aangedreven door geweldige blazers. Deze update release uit 2006 bevat nog acht welgekomen bonus tracks.
publieksprijs: 15,50
Meer van deze artieste:
Ataypura (compilatie; 16,95€) (4 cd)
El Sonido De (compilatie; 5,15)
TheEssential Recordings (compilatie; 6,00) (2 cd)
The Exotic Sounds Of (compilatie; 6,35)
Legend of the Jivaro / Fuego del Ande (bouwjaar: 1957 / 1959; 11,85)
Miracles (enkel op vinyl) (1972; 27,30)
The Peruvian Songbird (compilatie; 15,15)
Princesa De Los Andes (compilatie; 20,30)
Queen of Exotica (compilatie; 21,65)
Recital (1961; 19,45)
Shou Condor (compilatie; 11,40)
Voice of the Xtabay (1950; 14,05).

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

BLACK FLOWER – Artifacts

BLACK FLOWER – Artifacts

Black Flower is een jonge Belgische band met als spilfiguur saxofonist en componist Nathan Daems. Black Flower speelt een aanstekelijke mix van Ethiopische melancholie, groovy jazz en funky soul. Iemand een label nodig? Doe dan maar ethiojazz of ethiogroove, muziek in het verlengde van die van pianist en vibrafonist Mulatu Astatke en van zanger Mahmoud Ahmed, de founding fathers van de ethiojazz. Ethiojazz mixt traditionele Ethiopische ritmes en melodieën met westerse stijlen als rock, jazz, funk en soul (zie ook de bespreking van ‘Rough Guide to Ethiopian Jazz in het muzieknieuws van november 2016). De hoogdagen van de ethiojazz liggen al decennia achter ons maar net zoals afrobeat maakt het genre opnieuw opgang en dat is een zeer goede zaak, dunkt ons. Op ‘Abyssinia Afterlife’, het debuut van Black Flower uit 2014 kreeg je er 2 voor de prijs van 1, want ze doorspekten daarop hun ethiogrooves met een flinke dosis afrobeat. Dit kwintet bestaat amper zes jaar maar heeft al flink wat muzikale ervaring bijeengesprokkeld. Cornetspeler (en nog een en ander) Jon Birdsong speelde o.a. al bij Calexico, Beck, dEUS, Think Of One en Lisa Van der Aa. Bassist Filip Vandebril kennen we ook van zijn werk met Antwerp Gypsy Ska Orchestra en Lady Linn. Toetsenspeler Wouter Haest kennen we dan weer van bij Los Callejeros en drummer Simon Segers van bij De Beren Gieren, Stadt en Nathan Daems Quintet. Met dat debuut was België in het bijzonder en de wereldmuziek in het algemeen een klasbakkengroep rijker. En dan was er vorig jaar de zogenaamde “moeilijke tweede” (al was er ook nog de “tussenplaat” ‘Ghost Radio’, enkel op vinyl), getiteld ‘Artifacts’. Voor ‘Abyssinia Afterlife’ lieten de heren zich inspireren door de legende van Prester John (zie ook ‘The Prester John Sessions’ van Tommy T, daarvoor verwijzen we jullie naar het cd-nieuws februari 2010). De inspiratie voor ‘Artifacts’ is heel wat aardser: die putte Nathan Daems uit een reis naar Griekenland waar hij zich verder ging bekwamen in het bespelen van de ney. De titel van het album is een verwijzing naar “eeuwenoude breekbare voorwerpen of gereedschappen die aan de basis liggen van het ontstaan van de menselijke cultuur en zonder welke het heden er helemaal anders zou uitzien”. Maar dan gaan we nu over naar de orde van de dag, de muziek met name. ‘Artifacts’ is dan ook een haast logisch vervolg op ‘Abyssinia Afterlife’: Black Flower blijft zich laten herkennen als een bijzonder hybride band waarbij elementen als ethiojazz, blues, soul, afrobeat, afrofunk, oosterse klanken en dub op organische wijze een geheel gaan vormen. De koortsachtige, broeierige en zweterige sfeer die Black Flower genereert doet ons onwillekeurig maar ook ten volle terugdenken aan ‘In A Town Called Addis’, het uiterst fascinerende debuut van Dub Colossus, en dat is voorwaar geen geringe referentie en bovendien mag u dit lezen als een groot compliment. Black Flower staat ook voor exotiek, sensualiteit, (oriëntaalse) melancholie, een tikkeltje excentriciteit en psychedelica, bezwering, krachtige ritmes en grooves maar vooral ook voor feestelijke, gevoelvolle, stomende en aanstekelijke instrumentale muziek met een zeer hoge spelkwaliteit. Een opvallende en vaak ook bepalende factor in de groepssound is het zeer inventieve orgelspel van Wouter Haest dat nauw verwant is aan de klanken die Ray Manzarek destijds bij The Doors uit zijn instrument toverde en ook dit mag u lezen als een groot compliment. ‘Artifacts’ is nog maar eens een bevestiging van een fenomeen dat zich de voorbije jaren steeds nadrukkelijker manifesteert: ook buiten Afrika wordt ethiojazz (net als ook afrobeat) van de allerbovenste plank geproduceerd, ook al is Black Flower zoveel meer dan ethiojazz. Maar ‘Artifacts’ is vooral de bevestiging maar ook de overstijging van de revelatie die Black Flower drie jaar geleden was. Black Flower heeft met verve en con brio het adagium van de “moeilijke tweede” omzeild.
publieksprijs: 17,05

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise

ASIAN DUB FOUNDATION – More Signal More Noise

Bouwjaar: 2015 Asian Dub Foundation is zonder twijfel een buitenbeentje, de splinterbom en het (en ook ons favoriete) lelijke eendje in de wereldmuziek. Al 23 jaar brengt ADF multiculturele Brits-Aziatische global fusion in een unieke en onnavolgbare mix van bhangra, raga, rock, dancehall, reggae, toasting, dub beats, breakbeats, drum ‘n’ bass, ragga, rap, hiphop en Afrikaanse instrumentals; sleutelwoorden hierbij zijn avontuurlijk, messcherp en veel weerhaken. Hun karakteristieke sound combineert indo-dub baslijnen, harde ragga-jungle ritmes en hitsige sitar-geïnspireerde gitaren met traditionele klanken, dit alles overgoten met militante songteksten die vaak gerapt of getoast worden. Hun teksten zijn oproepen voor radicale politieke harmonie, rechtvaardigheid, sociale verandering en strijd tegen onderdrukking. ADF engageert zich ook voor educatie en sociaal werk bij de jeugd in de Londense East End en voor Britse antiracismecampagnes. Met hun muziek willen ze ook een brug slaan tussen zwarte invloeden en hun eigen Aziatische stijl en achtergrond; tegelijkertijd mixen ze die invloeden met allerlei andere muzikale stijlen. ADF toont zich vaak een meester in de delicate balans tussen het schoppen van een geweten en het produceren van straffe dansbeats. Met enige verbeelding zou je ADF kunnen omschrijven als het Britse antwoord op Rage Against The Machine. Op hun vorige album ‘A History Now’ was de klank nog breder geworden, o.a. door het gebruik van strijkers en fluit. Die fluit is gebleven (fluitist Nathan “Flutebox” Lee behoort nu ook tot de vaste kern van ADF en is meteen ook een bepalende factor in de groepsklank geworden) en fungeert ook als een nieuw uitgangspunt en vehikel maar wat ook en nog meer opvalt is dat de dhol (karakteristieke trommel in bhangra) nog op slechts een nummer gebruikt wordt en dat de tabla helemaal niet meer van de partij is. Naar goede gewoonte ademt ook ‘More Signal More Noise’ kracht, billijke woede, energie en agressie en het feit dat alles in het korte tijdsbestek van zes dagen werd opgenomen zorgt er mee voor dat alle hoeken bewaard blijven. ADF blijft voortdurend politiek en streetwise geïnspireerd en daarbij wordt geen enkel blad voor de mond genomen en dat gebeurt bij voorkeur met heel veel trots en met de volumeknop helemaal open en vooral zonder compromissen. Producer Adrian Sherwood is er op verbluffende wijze in geslaagd de opruiende live-energie en gramschap van de band te laten doorklinken op dit album. Voor de gevoelige oortjes staan er ook enkele relatieve rustpunten op ‘More Signal More Noise’. Een van de hoogtepunten is de herbewerking van ‘Flyover’ (uit 2005), hun ranselende, rammelende, urgente en claustrofobische visie op Londen. Een van de aangrijpendste momenten van dit album krijgen we te horen in ‘Get Lost Bashar’ wanneer een sample gebruikt wordt van een Syrische dichter die vermoord wordt. Met de gebruikelijke energie, intensiteit en inventiviteit heeft ADF nog eens verschroeiend uitgehaald en alweer een ziedend album op de wereld losgelaten dat thuishoort in hun rijtje klassiekers, met name ‘Community Music’, ‘Tank’ en ‘Punkara’ en dat ons, even geheel terzijde, in menig opzicht doet denken aan ‘Sandinista’ van The Clash. De muzikale tijdbom genaamd ‘More Signal More Noise’ is dan ook verplichte leerstof voor de revolutie.
publieksprijs: 18,85

Songlines World Pioneer Award voor FRANCIS FALCETO

Songlines World Pioneer Award voor FRANCIS FALCETO

Samen met zijn jaarlijkse Music Awards reikte Songlines Magazine vorige maand ook de World Pioneer Award uit en wel aan Francis Falceto. Toen hij in 1997 voor Buda Musique het eerste volume in de ‘Éthiopiques’ reeks cureerde was Ethiopische muziek nog een haast onbeschreven blad in onze kontreien. In de twee decennia die daarop volgden was Falceto eigenhandig verantwoordelijk voor het op de wereldmuziekkaart zetten van Ethiopië en voor de groeiende appreciatie voor artiesten zoals Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke, Tilahun Gessesse e.v.a. Eerder dit jaar verscheen volume 30 rond Girma Bèyènè en Akalé Wubé. De impact van ‘Éthiopiques’ reikt veel verder dan het wereldmuziekmilieu: Jim Jarmusch gebruikte een track voor de titelmuziek van zijn film ‘Broken Flowers’ en heerschappen als Jamie Cullum, Robert Plant, Brian Eno, Simon Reeve en David Harrington zijn overtuigde liefhebbers. Voor Falceto zou het een levenslange passie worden nadat hij in 1984 opnames van Mahmoud Ahmed hoorde. Al snel trok hij regelmatig naar Addis Ababa om er op te nemen. Gefeliciteerd met je award, Francis Falceto, en op naar de volgende dertig volumes.

SONGS VAN DE MAAND

QUANTIC & NIDIA GÓNGORA – Muévelo Negro
KASAI ALLSTARS – Mabela
VIEUX FARKA TOURÉ – Ouaga
OUMOU SANGARÉ - Mogoya