Muzieknieuws augustus 2017

SHE’KOYOKH – First Dance On Second Avenue

SHE’KOYOKH – First Dance On Second Avenue

Volgens het gerenommeerde tijdschrift Songlines is She’Koyokh (voorheen nog langweg She’Koyokh Klezmer Ensemble) de beste Britse klezmer en Balkan band. The Jewish Music Institute noemt hen de leiders in hun genre en The Australian een van de allerbeste klezmerensembles op de planeet. Zes jaar geleden maakten we kennis met hen via de cd ‘Busker’s Ballroom’ en na het aanhoren ervan konden we best in die stellingen inkomen. Ze beschikken over een breed repertoire van klezmer tot Oost-Europese en Turkse deuntjes. Het sterkste wapen van de groep is ongetwijfeld de Turks / Koerdisch / Alevitische zangeres Cigdem Aslan (luistertip: haar solo-cd’s ‘Mortissa’ en ‘A Thousand Cranes): haar stem is loepzuiver en ze zingt met een onwaarschijnlijk naturel. Haar vertolking is strak, sensueel en vaak dramatisch. Ze zingt vloeiend gracieus: in trage nummers klinkt haar stem donker en voorzien van de nodige pathos terwijl ze in dansnummers klinkt als een dartel mussenjong. Drie jaar geleden bevestigde de band met de opvolger met de welluidende titel ‘Wild Goats & Unmarried Women’ waarop ze verhalen brachten over wilde geiten, ongehuwde vrouwen, kibbelende Joodse moeders, gebroken harten en nog meer fraaie onderwerpen. She’Koyokh (Jiddisch voor ‘goed zo!’) is een polyglotte zevenkoppige band met muzikanten van Britse, Turkse, Zweedse en Servische origines. Ooit zijn ze gestart als buskers op een Londense bloemenmarkt maar vandaag zijn ze indrukwekkende vertolkers van klezmer en van traditionele stijlen uit Rusland, Oekraïne, Griekenland, Turkije, Servië, Bulgarije, Albanië, Armenië…. en zijn ze graag geziene gasten in de meest prestigieuze concertzalen in Europa. Het instrumentarium is zeer uitgebreid: viool, accordeon, klarinet, pennywhistle, gitaren, tambura, kaval, lauto, tupan, poyk, riqq, darabuka, frame drum, daf, cymbalen, jingles, klokken, contrabas en snare drum. Bovendien nemen alle muzikanten nog een deel van de zang voor hun rekening. Alle muzikanten genoten een traditionele of klassieke opleiding en bovendien spelen ze nooit minder dan virtuoos. ‘First Dance On Second Avenue’ start in het New York van de jaren 50 om via o.m. Roemeense bergen en Servische dorpen te eindigen in een Turkse sauna, dit alles aan de hand van verhalen van allerlei slag, het ene al meer bizar of vreemder dan het andere. Het is een grote bekommernis van de groep om hun muziek op traditionele wijze te vertolken maar wel met een frisse benadering en met innovatieve arrangementen. Ook willen ze de diversiteit van al dat erfgoed en de migratiegeschiedenis reflecteren. Het dient gezegd dat ze dit met bijzonder veel zwier en vaardigheid tot uitvoering brengen. De groep combineert de pit en de dynamiek van hun concerten met hun muzikale virtuositeit en bevestigt alweer al het goede dat over hen werd neergepend. She’Koyokh is een zwierige en uitbundige feestband (fasten your seatbells) die tussendoor ook oog heeft voor de nodige (melancholische) rustpunten. Om het met She’Koyokh te zeggen: goed zo! Of nee: zeer goed zo!
publieksprijs: 13,15

ROCQAWALI – Sufi Spirit

ROCQAWALI – Sufi Spirit

Ogenschijnlijk moet dit zowat het meest mogelijke bizarre huwelijk zijn: qawali, devotionele muziek uit Pakistan, met rock and roll. Maar voor drummer Stephan Grabowski delen beide tradities een diepliggende eerlijkheid die voor een sublieme match zorgen. Hij schrijft die toe aan de rauwheid die het hart van beide genres kenmerkt. Zo bv. ziet hij parallellen tussen de ijzingwekkende klaagliederen en de gitzwarte ballades van Johnny Cash en de ghazals, de vurige, goddelijke liefdesliederen uit de qawali. Verder ontwaart hij ook een gedeelde transcendentale drang en drift en een ontwijfelbare zoektocht naar extase in de rammelende gitaren en de harde drums van de rock and roll en de vurige vocale improvisatie en de heftige percussie en handgeklap van de qawali. Zo hadden wij het nog niet bekeken maar bij nader toehoren valt daar wel iets voor te zeggen.
De productie werd verzorgd door Mark Howard die het klappen van de zweep leerde kennen bij o.m. Bob Dylan, Neil Young en Tom Waits en dus niet bij Janneke en Mieke. Zanger en harmoniumspeler Ejaz Sher Ali, die niet aan zijn eclectisch proefstuk toe is, stamt uit een waarlijk legendarische familie: zijn vader Ustad Sher Ali wordt vaak op 1 lijn geplaatst met Nusrat Fateh Ali Khan. Ejaz heeft een meesterlijke controle over zijn sensationele en extatische zangprestatie. De Deense Iraniër Tin Soheili en de Deense Pakistaan Jonas Stampe zetten solide gitaarfundamenten neer en Grabowski voegt daar zijn kennis van westerse, Indiase en Ethiopische grooves aan toe. Samen met de vermaarde bassist Thomas Risell vormt hij een ritmesectie die staat als een huis. ‘Sufi Spirit’ werd in amper zeven dagen opgenomen. De opnames gebeurden live en concentreerden zich op lange en meditatieve jams in organisch gegroeide arrangementen. Deze improvisatorische benadering was bedoeld als eerbetoon aan deze gebruikelijke qawalipraktijk. Deze fusie toont vooral een immens en warm respect voor beide vormen en geeft bovenal aan dat een huwelijk tussen de vastberadenheid en de hartstocht van elektrische gitaren met de eeuwenoude, verrukte en complexe melodieën uit de sufitradities helemaal niet bizar hoeft te zijn en hier in volle harmonie geschiedt ondanks hun hemelsbreed verschillende oorsprong. Rocqawali voegt aan beide vormen een brandnieuwe en vooral briljante dimensie toe en brengt met ‘Sufi Spirit’ een schoolvoorbeeld van geslaagde en vooral verantwoorde samensmelting die er toe doet. De lange afsluiter ‘Dil Mein’ zorgt voor een verkwikkend, vredig en mijmerend rustpunt en is qawali pur sang waarbij het rockkwartet wandelen werd gestuurd.
publieksprijs: 13,15

RAFIKI JAZZ – Har Dam Sahara

RAFIKI JAZZ – Har Dam Sahara

Rafiki Jazz wil eenheid in diversiteit vieren. Hun muziek is geworteld in het moderne Groot-Brittannië maar ook geïnspireerd door oude muzikale tradities van zowel dichtbij als veraf. ‘Har Dam Sahara’ is opgevat als een liefdesbrief naar deze verwarde wereld in al haar schoonheid en complexiteit. Hun sound doorkruist culturele grenzen in traditionele en nieuwe talen en overspant vier continenten waarbij wereldwijde instrumenten naadloos gecombineerd worden: tanpura, oud, ney, kawala, duduk, kora, sabar, gitaar, steelpan, bas, klokken, tabla, darbuka, berimbau, pandeiro, gumbe, hosho, viool, riqq en daf. Dat zijn dus vele valkuilen samen maar desondanks slaagt Rafiki Jazz erin om deze hybride context om te zetten in een bijzonder coherent en consistent werkstuk. Rafiki Jazz startte in 2006 als een ontmoeting van regionale roots- en jazzmuzikanten en artiesten met een migratie- en vluchtelingenachtergrond. Vandaag staat stichtend lid Tony Koni nog steeds aan het roer van dit achttal (waarvan er vier zingen) en stuurt hij de collectieve artistieke richting. De albumtitel kan vanuit het Urdu vertaald worden als “op elk moment in het leven is er steeds steun / houvast”. Dit wijze en hoopvolle adagium wordt dan ook gereflecteerd in de talrijke zedenlessen en boodschappen die de muziek begeleiden en vooral migratie, vluchtelingen en mensenrechten behandelen. Het repertoire bestaat uit nieuw materiaal en uit traditionals uit diverse orale tradities. Hun cross-continentale benadering resulteert in een repertoire van devotionele muziek die stoelt op mystieke sufi tradities uit Pakistan en Senegal en op hebreeuwse en koptische liturgieën en aangedreven wordt door de polsslag van de orishas uit de candomblé en de stuwkracht van de Indiase sangeet. Rafiki Jazz ontleedt de groepsnaam als volgt: ‘rafiki’ staat voor ‘vrienden’ en ‘jazz’ voor ‘vrijheid’. Daarbij staan hun onbegrensde, imponerende, betoverende, elegante en veelzijdige muziek én zang symbool voor hun gedeelde respect voor deze beide sleutelwaarden. De diverse invloeden worden behandeld met inzicht en begrip, sierlijkheid, een ongemeen mature muzikale wisselwerking en tonnen spelgenot. Het meest opvallende nummer is ‘Jhooli Laal Qalandar’, een wonderbaarlijke, krachtige, verrassende en inventieve bewerking van de wereldhit ‘Mustt Mustt’ met de kora (!) in een hoofd- en glansrol. Deze sublieme productie is de tiende titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Ook nog meegeven dat ‘Har Dam Sahara’ gerealiseerd werd met de steun van Arts Council England, University of Huddersfield, Platforma Arts & Refugees Network.
publieksprijs: 13,15

‘LOST IN CHINA’ (compilatie)

‘LOST IN CHINA’ (compilatie)

Deze compilatie werpt het licht op een nieuwe generatie artiesten die de wens gemeen hebben de lokale tradities te exploreren. Voor allen is het de eerste keer dat ze buiten hun thuisland kunnen gehoord worden. De etnische en culturele diversiteit van het volkrijkste land op aarde wordt vaak over het hoofd gezien want beelden van grijze conformiteit, vervuilde steden en militaire parades domineren onze indrukken. En toch heeft muziek de kracht om een meer diverse wereld te bedenken voorbij die beelden. ‘Lost In China’ beoogt de stereotiepen over wat Chinese muziek kan zijn weg te blazen, het etnische lappendeken te onthullen en ons te doen afvragen of we echt wel iets weten over dit immense land. Een nieuwe generatie worstelt met haar zelfdefiniëring in het moderne tijdperk maar een vastbesloten nieuwe stem treedt naar voren. Een kleine maar groeiende en invloedrijke lichting artiesten doet folktradities herleven en herontdekt daarbij wat verloren is gegaan of dat dreigt te zullen doen. Vaak maken ze daarmee een statement dat deze muziek relevant is ondanks de haast meedogenloze kanteling van de Chinese cultuur in de richting van moderniteit en gladde esthetiek. Voor veel van deze artiesten draait dit uit op een harde strijd tegen sociale ambivalentie en financiële onzekerheid: deze strijd definieert mee hun werk. Van de steppes van Binnen-Mongolië over de woestijnvlakten van Xinjiang en Centraal-China en de chaos van Peking tot de afgelegen bergen van Yunnan horen we uiteenlopende stemmen maar steeds dezelfde boodschap: ‘vergeet niet wie je bent!’
Deze compilatie presenteert bezielers en voortrekkers uit deze beweging maar evenzeer artiesten die zelfs in China nauwelijks gekend zijn. Allen kunnen ze nu voor de eerste keer ook gehoord worden buiten hun thuisland. Deze artiesten hebben gemeen dat ze China’s muzikale relatie met de wereld willen herdefiniëren. Onze favoliete tlacks wolden geselveeld dool Wu Junde (tonnen melancholie), The Herdsmen en Ajam. ‘Lost In China’ biedt een verrassende en interessante staalkaart van en inkijk in de nieuwe generatie Chinese muzikanten maar huisvest iets te weinig kwaliteit om een klein uur lang te blijven boeien.
publieksprijs: 13,15

GHALIA BENALI & MÂÄK – Mw’SOUL

GHALIA BENALI & MÂÄK – Mw’SOUL

Geboren in Brussel vertrekt Ghalia Benali in 1971 op driejarige leeftijd met haar familie naar het zuiden van Tunesië waar ze verder opgroeit in een artistiek nest met een zeer brede kijk en waar ze studeert tot haar 21ste. Na haar wetenschappelijke opleiding in Tunis keert ze terug naar Brussel waar ze grafiek gaat studeren. Ze besluit dan om in België te blijven en komt door het zingen in contact met andere culturen. Al snel na haar podiumdebuut in Brussel wordt ze uitgenodigd voor tournees in Portugal en in Andalusië, waar ze in de ban van flamenco raakt. Naast zangeres is Ghalia Benali ook nog actrice (o.a. in ‘Swing’ van Tony Gatliff), danseres en beeldend kunstenares. In 2001 debuteert ze cd-gewijs met de ondertussen klassiek geworden boeiende muzikale ontdekkingsreis ‘Wild Harissa’ waarop ze indruk maakte met haar expressieve, sensuele en ietwat hese en rokerige stem. Later volgen nog ‘Romeo & Leila’ (over de onmogelijke liefde tussen twee mensen uit verschillende culturen) en ‘Al Palna’, een samenwerking met Bert Cornelis, waarbij sufiteksten centraal staan. Daarnaast duikt ze ook vaak op in werk van collega’s. Haar voorlopig laatste persoonlijke wapenfeit dateert van 2010: ‘Ghalia Benali Sings Om Kalthoum’, haar grootste uitdaging tot dusver, waarin ze het werk vertolkt van deze Egyptische legende, die al meer dan een halve eeuw het voorwerp is van een onvergelijkbare cultus. Wij vinden Benali’s eerbetoon nog steeds een huzarenstukje. Tijd voor nieuw werk dus en dat komt er in de gedaante van deze samenwerking met het Belgisch-Franse jazzcollectief Mâäk dat loos gaat op trompet, saxen, trombone, tuba, oud en drums. Alle composities werden geschreven door Benali en gearrangeerd door Mâäk. De teksten zijn deels van Benali en deels van Egyptische, Tunesische, Palestijnse en Syrische auteurs, vaak in penibele omstandigheden geschreven. ‘Mw’SOUL’ betekent ‘connectie’ en is geïnspireerd door verscheidene recente gebeurtenissen in de Arabische wereld waarbij Benali de aandrang voelde om te creëren en te communiceren over een nooit eindigende zoektocht naar verbondenheid en liefde. ‘Mw’SOUL’ is Benali’s meest sufi- en spiritueel georiënteerde werk tot op heden. Arabische poëzie en zang worden hier op subtiele wijze doordrenkt met jazz en brass waarbij de vier blazers bescheiden dominant zijn. Deze connectie is een schot in de roos en toont alweer aan waarom Ghalia Benali een rasartieste is met een grote en flexibele openheid naar een divers palet aan begeleiders.
publieksprijs: 17,05

MARJAN VAHDAT – Serene Hope

MARJAN VAHDAT – Serene Hope

Deze Iraanse zangeres is de zus van de bekendere Mahsa Vahdat. Samen namen ze vijf jaar geleden ‘Twinklings of Hope’ op. Sinds 1979 is vrouwelijke zang ‘en plein publique’ verboden in Iran. Zoals vele andere zangeressen weigert ook Marjan Vahdat om te stoppen met zingen en ligt ook haar podium nu buiten Iran, meer bepaald in Noorwegen. Het Noorse muzieklabel KKV maakt er werk van om vele van deze Iraanse zangeressen de kans te geven om cd’s op te nemen en hun cultureel erfgoed te blijven uitdragen: dit is een langetermijnproject i.s.m. en met steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. De intentie is om deze vrouwen een stem en zichtbaarheid op muziekpodia te geven. Zo mochten we eerder dit jaar nog kennismaken met het monument van schoonheid en hoop maar ook een duidelijke daad van protest en een schrijnende schreeuw om aandacht voor de positie van de vrouw in Iran (en op nog veel te vele andere plaatsen), genaamd ‘Songs in the Mist’, door Young Iranian Female Voices (muzieknieuws februari).
Op haar tweede soloalbum gaat Marjan Vahdat de samenwerking aan met een internationaal samengesteld kwartet: de Palestijn Ahmad Al Khatib (muzieknieuws juni) op oud, de Turk Ertan Tekin op duduk, de Iraniër Ali Rahimi op percussie en de Noor Gjermund Silset (Mari Boine Band) op bas. Op ‘Serene Hope’ geven ze nieuwe interpretaties aan klassieke gedichten uit de Perzische volkstraditie en ook aan werk van hedendaagse dichters (alle gedichten staan in het tekstboekje vertaald naar het Engels). Deze gedichten gaan over liefde en hoop. Marjan Vahdat heeft een sterk, krachtig, verstillend en zeer expressief stemgeluid waarrond de vier muzikanten een energiek -maar ook ingetogen, sereen en desolaat-, oriëntaals klanklandschap neerzetten. Deze muziek laat de luisteraar vaak sprakeloos (en ons ook een beetje schrijveloos) achter en grijpt dan helemaal naar de keel. Wanneer schoonheid haast onwezenlijk wordt en ook tegelijkertijd verkillend en hartverwarmend dan heet dat ‘Serene Hope’ alsook de elfde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,75

JUSTIN ADAMS – Ribbons

JUSTIN ADAMS – Ribbons

We hoorden de Britse gitarist (en multi-instrumentalist) Justin Adams hier al vaak passeren maar dan wel steevast als begeleider en/of producer bij o.a. Tinariwen, Terakaft, Africa Express, Lo’Jo, Bassekou Kouyaté, Seun Kuti, Juldeh Camara, Rachid Taha, Hamid el Kasri, Sharon Shannon en tutti quanti. De man is in de eerste plaats gekend als gitarist bij Robert Plant maar al van in zijn jeugd raakte hij geïnteresseerd in Arabische en Afrikaanse culturen. Hij groeide met name op in Jordanië en Egypte alwaar zijn vader Brits ambassadeur was en thuis hoorde hij vaak de platen van o.a. Fairuz. Sindsdien liep zijn muzikale pad o.m. langsheen het Midden-Oosten, deltablues, punk, reggae, soul, funk, Mali, Gambia, Marokko. Als soloartiest debuteerde hij in 2001 met ‘Desert Road’ waarop hij het Afrikaanse erfgoed van de blues exploreerde. Onvoorspelbaar als Adams voor de dag komt is opvolger ‘Ribbons’ dan weer een ambient en filmisch uitstapje, weg van traditionele structuren, waarop hij alle instrumenten (gitaren, percussie) zelf bespeelt en zich vocaal (woordloos) laat bijstaan door de Noorse zangeres Anneli Drecker (vooral gekend van Röyksopp) die voor bijzonder ijle en rondspokende accenten zorgt. Adams liet zich inspireren door het werk van modernistische schilders als Rauschenberg, Pollock, Miro en Motherwell. En toch is het Afrikaanse element weer duidelijk aanwezig in de gedaante van zeer gelaagde, subtiele, repetitieve, stamelende en glijdende trance-inducerende Noord-Afrikaanse gitaarmotieven en -loops waarbij het lijkt alsof Steve Reich in de buurt was en Tinariwen aan de slag ging met Brian Eno. GREAT STUFF!
publieksprijs: 17,10

RIO MIRA – Marimba Del Pacífico

RIO MIRA – Marimba Del Pacífico

Rio Mira wordt op de wereld losgelaten als een marimba “supergroep” met afro-pacifisch binationaal erfgoed. De groep zou bestaan uit sommige van de meest gewilde en gerespecteerde muzikanten uit Colombia en Ecuador. In hun muziek weerklinkt de regio El Pacífico Sur, verbonden door geschiedenis, ecologie en cultuur en opgedeeld door de nationale grenzen van beide landen. De bevolking aan beide zijden kent gelijksoortige muziek, voedsel, taal, gebruiken en achtergrond. De groep is genoemd naar de gelijknamige rivier die langs deze grens vloeit en die mensen en culturen eerder verbindt dan verdeelt. Deze streek wordt bevolkt door mensen van Afrikaanse afstamming en de Afrikaanse ritmes raakten doorheen de tijd verstrengeld met de Colombiaanse en Ecuadoriaanse ritmes en grooves. Marimbamuziek, die deel uitmaakt van de Afrikaanse diaspora en feitelijk basaal de muziek is die door de slaven werd meegebracht, is er een gevestigde waarde en behoort sinds twee jaar tot het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de UNESCO. ‘Marimba Del Pacífico’ wil een uitstalraam zijn voor deze beschermde muziek en een viering van een uniek cultureel erfgoed, dat strikt aan deze regio verbonden is, door jonge muzikanten die deze sterke traditie willen behoeden. De meest voorkomende instrumenten in de regio zijn de marimba de chonta (de chonta is een palmboom), een houten familielid (met Afrikaanse wortels) van de balafon en de xylofoon, de bombo, een basdrum, de cununo, een handdrum en de guasá, een cilindrische shaker. Andere muziekstijlen uit de regio zijn o.m. arrullos, liederen voor patroonheiligen, chigualos, rouwliederen en -ceremonieën voor een kind en alabaos, idem dito voor een volwassene. De klank op ‘Marimba Del Pacífico’ wordt gedomineerd en aangedreven door de cyclische, in elkaar grijpende patronen van twee sierlijk ritmisch aangewende marimba’s -die duelleren met drums, percussie en shakers- en door opmerkelijke en vaak gospelgetinte vraag-en-antwoord gezangen en harmonieën waarin leadzangeres Karla Kanora excelleert: zij is waarlijk een ontdekking. Ritme en melodie zijn doorlopend intiem met elkaar verbonden wat deze muziek zeer organisch doet klinken. Rio Mira brengt een betoverende, opwindende en nooit minder dan indrukwekkende lofzang op El Pacífico, haar rivier en haar traditionele muziek. Deze vreugdevolle lofzang staat voor de twaalfde titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 15,40

TANZANIA ALBINISM COLLECTIVE – White African Power

TANZANIA ALBINISM COLLECTIVE – White African Power

Voor alle duidelijkheid: de albumtitel is een en al ironie en wil vooral een gevoel van onbehagen opwekken. Die refereert naar albino’s, in Tanzania en in nog wel meer Afrikaanse landen voorwerp en vooral slachtoffers van bijgeloof en discriminatie. Naar verluidt is Tanzania het Afrikaanse land met de grootste verbreiding van albinisme maar deze veelvuldigheid leidde helemaal niet tot tolerantie. Geschuwd worden, verbanning, verkrachting, verminking tot zelfs vermoord worden waren en zijn hun deel. Six Degrees Records en producer Ian Brennan willen met deze opnames die extreem gemarginaliseerde bevolking een stem geven. Brennan is in dit gebied niet aan zijn proefstuk toe: eerder ging hij in zee met Malawi Mouse Boys, Zomba Prison Project, Khmer Rouge Survivors…. Samen met een videocrew en met ondersteuning van de lokale ngo Standing Voice organiseerde hij een songwriting workshop op Ukerewe, een verafgelegen eiland op het Victoriameer, waar een albinogemeenschap in ballingschap leeft. Deze gemeenschap kreeg vaak zangverbod opgelegd, tot in de kerk toe, en werd met dit project aangemoedigd om hun eigen veelal droevige verhalen neer te schrijven en te zingen en deze te communiceren naar de wereld. De meeste teksten zijn geschreven in de locale dialecten Kikirewe en Jeeta die ontmoedigd en gecensureerd worden. Op de hoes zijn de titels naar het Engels vertaald en die liegen er niet om: vele zijn erg expliciet en handelen vooral over isolatie en eenzaamheid. Achttien leden van de gemeenschap -tussen 24 en 57 jaar- namen deel en voorzagen hun stemmen van een minimale muzikale begeleiding: akoestische en elektrische gitaren en goedkope keyboards met ingebouwde drumpartijen. Het eindresultaat is bijzonder origineel, sterk DIY, onbelemmerd, bevreemdend, gevarieerd, breekbaar sierlijk, niet te vatten in hokjes en heeft -wellicht ongewild- een hoog avant garde gehalte.
publieksprijs: 20,90

DIMITRIS MYSTAKIDIS – AMERIKA

DIMITRIS MYSTAKIDIS – AMERIKA

Met de bijzondere tsibiti techniek (= fingerpicking in rebetika) herinterpreteert zanger en gitarist Dimitris Mystakidis op geheel eigen wijze rebetika die voorheen enkel in Amerika uitgevoerd en uitgegeven werd. De tsibiti ontwikkelde zich hoofdzakelijk in Amerika (maar ook in Griekenland) aan het begin van de vorige eeuw en was beïnvloed door de fingerpicking techniek van de Afro-Amerikaanse bluesmuzikanten. De liederen op deze cd verhalen over de pijn van scheiding, de lange en zware reis naar Amerika, de strijd om te overleven en te acclimatiseren, marginalisering, illegaliteit, nostalgie en de droom over terugkeren. Nu, een eeuw later, ondergaat Griekenland opnieuw een diepe economische crisis en doet er zich een nieuwe migratiegolf voor. Veel jonge, hoogopgeleide Grieken voelen zich gedwongen hun thuisland te verlaten en hun toekomst proberen op te bouwen in het buitenland en tegelijkertijd zitten vele vluchtelingen geblokkeerd in Griekenland. Mystakidis draagt ‘AMERIKA’ op aan zij die hun thuisland verlieten op zoek naar een beter leven maar het niet maakten. We horen hier (uiteraard) niet de meest denkbaar vrolijke muziek maar indrukmakende schoonheid is ook niet mis als label. Mystakidis is niet enkel een begenadigde gitarist maar beschikt ook nog eens over een geweldig en zeer karakteristiek stemgeluid dat de sfeer en de inhoud van muziek en tekst zeer getrouw weergeeft: rauw, hees en teder. De fingerpicking techniek zorgt er mee voor dat deze muziek nauw verwant is met (delta)blues: toch blijft ze onmiskenbaar Grieks in al haar vezels.
publieksprijs: 18,75

MARINAH – Afrolailo

MARINAH – Afrolailo

Marina Abad -alias Marinah-: de naam zegt jullie misschien niets maar zij was in een vorig leven jarenlang in dienst als de opvallende en charismatische zangeres bij het Spaanse mestizocollectief Ojos de Brujo zaliger en dit gegeven doet wellicht wel een hele lading belletjes rinkelen. Deze groep heeft met haar vernieuwende impulsen vast en zeker een stempel gedrukt op de hedendaagse Spaanse muziek maar hield het enkele jaren terug voor bekeken. Dat was het sein voor Marinah om solo te gaan en ‘Afrolailo’ is , naast haar samenwerking met flamencogitarist Chicuelo, haar tweede worp waarop ze bijgestaan wordt door o.m. Carlos Sarduy (tevens co-producer) en Javi Martin, twee ex-leden van OdB. Al wie Ojos ooit gehoord heeft zal de klank op ‘Afrolailo’ vertrouwd overkomen: swing, flamenco en Catalaanse rumba -met uitstapjes naar reggae, hip-hop, afro- en latijnse stijlen- worden overgoten met hedendaagse invloeden maar worden wel afgeleverd in een meer lichtvoetige versie dan bij Ojos het geval was. Wat ons betreft véél té lichtvoetig. Zonde van het aan deze crypto-muzak vergooide vocale talent. Wel prima is het zeer fraaie en originele hoesontwerp.
publieksprijs: 16,60


REGGAE

DROOP LION – Ideologies

DROOP LION – Ideologies

We leerden Droop Lion de voorbije jaren kennen als zanger bij de restanten van de ooit legendarische The Gladiators, met wie hij drie jaar terug ‘Back On Tracks’ opnam. ‘Ideologies’ is zijn solodebuut en bevat naast een rist nieuwe nummers zijn hits ‘Freeway’ en ‘Pray For Them’ en een merkwaardige en geslaagde cover van ‘Have You Ever Seen The Rain’ van CCR. In de meeste teksten neemt hij duidelijke standpunten in en vallen er vooral aanklachten. Hij beschikt over een zeer aangenaam, gevoelvol, hitsig, diep en donker stemgeluid en is zowel de oude als de nieuwe riddims meester: deze liggen mooi in balans en creëren een traditioneel reggaegeluid met een moderne twist. Pure en onverdunde passie vormen de rode loper en ook in zijn protest en aanklacht klinkt deze man hyperenthousiast: hierbij gaat zelfs de grootste zuurpruim voor de bijl. Zijn ook weer van de partij, zij het met mate: Sly and Robbie, en dat wel in bloedvorm. Wie een betere ritmesectie kent mag dat melden met een gele briefkaart. ‘Ideologies’ “makes reggae great again” voor zover dat nodig was. Voor de reggaefan is deze ideale zomerplaat een blinde (of dove, zo u wil) aanschaf. Alle anderen zullen ook wel met deze cd niet over de streep worden getrokken maar kunnen misschien toch eens twee oren lenen voor een luisterbeurt, dat doet met name geen pijn.
publieksprijs: 19,35

CHRONIXX – Chronology

CHRONIXX – Chronology

Aan het einde van vorige eeuw en begin deze eeuw is de Jamaicaanse reggae meer ziek dan gezond geweest: de grote boosdoener heette dancehall, een stijl met veel negatieve vibes. Tijdens die lange ziekteperiode werd (en wordt nog steeds) in allerlei windstreken verspreid over de hele aardkloot razend interessante en uitmuntende reggae gemaakt en hierbij denken we o.a. aan Zion Train, Groundation + hun nevenprojecten, Tiken Jah Fakoly, Fat Freddy’s Drop, Digital Dubs en in eigen land Pura Vida. Maar recent groeit er weer goede hoop sinds de opkomst van de “Reggae Revival” met o.m. Protoje, deze Chronixx, Raging Fyah en Kabaka Pyramid als voorhoede die ons doet vermoeden dat er opnieuw een frisse wind waait doorheen muzikaal Jamaica. De muzikanten uit de “Reggae Revival” komen op voor het gemeenschappelijke goed van reggae en Jamaica en willen een nieuwe reggaesound voor een nieuwe generatie lanceren. Maar die nieuwe sound is wel degelijk geïmpregneerd in de oude: de traditionele baslijnen uit de jaren 70 en 80 zijn dominant aanwezig alsook het sociale bewustzijn. Na twee decennia lang te zijn afgedaan als toeristenmuziek is reggae terug relevant in Jamaica. Het woord “revival” wordt niet door eenieder gesmaakt en zorgt dan ook voor controverse. Hoe dan ook, de nieuwe lichting is talrijk en er kan wel degelijk van een beweging gewag gemaakt worden. Deze lichting doet een genre dat eigenlijk nooit oud geklonken heeft herleven. Naast de muziek gaat er ook veel aandacht uit naar bewustzijn, positivisme, Afrocentrische spiritualiteit en wereldwijde zelfbeschikking. De geest van deze beweging breidt ook uit naar andere kunstvormen en naar de niet-artistieke wereld. En in haar zog zien we ook in Engeland hetzelfde fenomeen opduiken, zeg maar een brevival.
Vanuit de underground scene bereikte Chronixx beetje bij beetje en single na single een begeerde status in de hedendaagse reggae. Na een resem singles in de voorbije zes jaren komt Chronixx , né Jamar Rolando McNaughton, nu met een eerste lang verwachte full cd op de proppen. Na beluistering van ‘Chronology’ is het ons echter een raadsel waarom deze jongeman nog tot de new roots reggae gerekend wordt: inhoudelijk en thematisch klopt het plaatje maar muzikaal krijgen we een lauwe en soms wat irritante mix van dancehall, lovers rock, R&B, pop en hip-hop met weliswaar enkele ferme strepen reggae. Diverse invloeden worden opeengestapeld en leiden niet tot coherentie maar wel soms tot richtingloosheid. Ten goede dient de zuiverheid van zijn zachte maar ook krachtige stem vermeld te worden alsook de vele sterke songs die dit album sieren (al is de platte stadionpop in ‘I Can’ een regelrechte afknapper). Dit alles laat ons met gemengde en zelfs dubbele gevoelens achter al denken we wel dat de man potentie en progressiemarge heeft. Afsluitend willen we jullie deze songregel uit ‘Ghetto Paradise niet onthouden: “Jamaica is sweet, but sweet can rot your teeth”. publieksprijs: 19,50

MARK WONDER – Dragon Slayer

MARK WONDER – Dragon Slayer

Mark Andrew Thompson verwijst met zijn artiestennaam naar Stevie Wonder: van lef en zelfvertrouwen gesproken. Zijn stemgeluid wordt vergeleken met die van Curtis Mayfield, Sam Cooke, Aaron Neville, Otis Redding en Marvin Gaye: dit kan tellen. Feit is wel dat hij over een uniek vocaal timbre beschikt. Zijn muziek wordt vaak in een adem genoemd met die van Burning Spear, The Wailers, Black Uhuru en The Abyssinians: ook dit kan tellen. Mark Wonder is niet meteen sant in eigen land maar kan rekenen op het respect van bekende collega’s zoals Sizzla, Gentleman, Luciano en Anthony B. met welke hij ook al samenwerkte. We kunnen wel stellen dat Wonder een onderschatte artiest is die nog altijd niet de volle erkenning krijgt die hij al zo lang verdient. Hij schrijft scherp(zinnig)e en militante teksten over hedendaagse kwesties, zowel Jamaicaanse als wereldwijde. Zijn eerste single dateert al van 1985 of van 1988 -naargelang de bronnen- en zijn werk verschijnt maar zelden in Jamaica: hij werkt vooral met onafhankelijke labels uit Europa en de VS. In Europa heeft hij een solide fanbasis uitgebouwd door het vele toeren. ‘Dragon Slayer’ (ook de nickname van Wonder) is zijn negende album en de muziek daarop leunt aan bij compromisloze roots reggae. Naast de uitmuntende zang en muzikanten (Roots Radics en Mafia & Fluxy) en de excellente productie van het Irie Ites team valt vooral de sterkte van de composities op: deze samenwerkende vennootschap valt op geen enkel zwak moment te betrappen en ‘Dragon Slayer’ bekoort van de eerste tot de laatste noot. Zijn emotionele, krachtige, melodieuze, heldere, zuivere en gevoelvolle zang is er met de jaren alleen nog maar op vooruitgegaan. Een aantal tracks zijn uitstekende herbewerkingen (is niet hetzelfde als covers) van reggaeklassiekers van o.a. Yabby You, Mighty Diamonds, The Gladiators en Mikey Dread. We horen klassieke en uiterst frisse roots reggae met briljante riddims en subtiele en sublieme dubaccenten die weliswaar totaal 2017 klinkt. ‘Dragon Slayer’ van Mark Wonder is een wonder boven wonder alsook de dertiende titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. publieksprijs: 19,85

‘TOTAL REGGAE’ (compilatie)

‘TOTAL REGGAE’ (compilatie)

Zoals Motown voor soul staat en Blue Note voor jazz, zo staat Greensleeves voor reggae en dancehall. Het label bestaat 40 jaar en dat wordt gevierd met een dubbele en zeer budgetvriendelijke compilatie met daarop een overzicht van die 40 jaar, uitgesmeerd over -jawel- 40 tracks. De artiestenlijst leest als een longlist voor een concours zonder weerga. Daaruit selecteren wij volgende shortlist: Reggae Regular, Wailing Souls, Capital Letters, Augustus Pablo, Clint Eastwood & General Saint, Gregory Isaacs, Shaggy en Anthony B & Horace Andy. Helaas staan er op cd 2 te veel braakballen die de pret van cd 1 toch wel wat bederven en die wij graag excommuniceren: Shabba Ranks & JC Lodge, Ninjaman, Beres Hammond, Red Rat, General Degree, Mr. Vegas, Sizzla, Bounty Killer, Elephant Man en Vybz Kartel. Half geslaagd feestje dus maar toch happy birthday en op naar de volgende 40.
publieksprijs: 12,35 (2 cd)

Expo JAMAICA JAMAICA!















Voor wie nog vóór 14 augustus in Parijs verzeild raakt hebben we een muzikaal-toeristische tip. In Philharmonie de Paris (onderdeel van Cité de la Musique in Parc de la Villette) loopt ‘Jamaica Jamaica!’, een naar verluidt indrukwekkende tentoonstelling samengesteld door intendant Sébastien Carayol. De tentoonstelling is opgedeeld in 7 zones:
1. 400 Years rebel music: de erfenis van de slavernij
2. Independence Ska, een muzikale onafhankelijkheid
3. Hey Mr. Music, Studio 1, King Tubby, Black Ark: een uniek productieproces
4. Sound The System, een uniek Jamaicaans muziekinstrument
5. Black Man Time, waar de paden van Jah Rastafari en Marcus Garvey elkaar kruisen
6. We Come From Trenchtown, Bob Marley & The Wailers: politieke gijzelaars van hun wijk
7. Dancehall Style, de Jamaicaanse muziek na Marley

De expo is in de eerste plaats een interactief gebeuren. Overal zijn er luisterpunten waar je de hoofdtelefoon die je aan de ingang krijgt kan inpluggen. De toegangsprijs bedraagt 10 euro. Een uitgebreid verslag van deze expo kan je lezen op www.reggae.be

VINYLRELEASES

- THE SPECIALS – The Specials (re-release)
publieksprijs: 27,00
- THE SPECIALS – More Specials (re-release)
publieksprijs: 27,00 (2 lp)
- The SPECIAL AKA – in the studio (re-release)
publieksprijs: 27,00
- CULTURE – Two Sevens Clash (40th Anniversary Edition)
publieksprijs: 31,10 (3 lp)
- THE CONGOS – Heart Of The Congos (40th Anniversary Edition)
publieksprijs: 32,20 (3 lp)
- U-ROY – Natty Rebel (re-release)
publieksprijs: 24,45
- MITÚ - Cosmus
publieksprijs: 23,95 (2 lp)

GOUD VAN OUD

PABLO MOSES – Revolutionary Dream

PABLO MOSES – Revolutionary Dream

Bouwjaar: 1975
In 1975 verscheen Pablito Henry, alias Pablo Moses, uit het niets op de reggaescene met de single ‘I Man A Grasshopper’ (ook te horen op deze cd), opgenomen in Lee Perry’s Black Ark studio. Die single werd een hit zowel in Jamaica als de UK. Daarna volgden ‘Blood Money’, ‘We Should Be In Angola’ (ook beide op deze cd) die verrassend genoeg meer aansloegen in de UK dan in Jamaica. Deze drie singles vormden later datzelfde jaar het frame voor zijn verbluffende debuut-lp ‘Revolutionary Dream’ die meteen ook zijn beste en meest succesvolle werk zal blijken te zijn in een loopbaan die nog steeds voortgaat tot vandaag (onlangs verscheen nog ‘The Itinuation’). ‘Revolutionary Dream’ werd terecht de hemel in geprezen en verwierf even terecht instant cultstatus maar toch legde het album hem vooral windeieren: de baten zochten blijkbaar andere en vooral schimmige wegen op dan die van Moses. Daarop verdween hij een tijd van het toneel en ging hij studeren aan de Jamaica School of Music om pas in 1980 terug te keren op de scene met het innovatieve album ‘A Song’. Deze beide albums resulteerden in een grote schare “volgelingen” in Jamaica, Europa, Noord-Amerika en Japan. Rond 2010 herwon Pablo Moses de controle op zijn catalogus en werden beide albums heruitgebracht. Thematisch bestaat het werk van Moses vooral uit een revolutionaire maar ook bijbels geïnspireerde kruistocht tegen onrecht(vaardigheid), ongelijkheid, hebzucht, racisme, oorlog en de plundering van de natuur. ‘Revolutionary Dream’ was destijds een baanbrekend album met als opvallendste elementen songs die stonden als een huis, de toen unieke synthesizerklank, het sublieme en voortstuwende drumwerk van Leroy “Horsemouth” Wallace dat de muziek draagt, de verfijnde cool als sterk aanwezige factor en de lijzige en vooral krassende stem van Moses (ook al was hij technisch geen hoogbegaafde zanger, maar dat zijn fijne lui als Melingo, Paolo Conte, Tom Waits etc. ook niet). Deze heruitgave van een heuse klassieker wordt nog “opgesmukt” door drie helaas waardeloze bonus dubs.

Hoogtepunten: de allergrootste troef is misschien wel de aanwezigheid van enkele van de allerbeste songs uit de reggaegeschiedenis zoals het radicale statement ‘Give I Fe I Name’ (waarin hij Jamaicanen van Afrikaanse afkomst oproept hun Europese slavennamen van zich af te werpen), ‘Come Mek We Run’ en ‘Corrupted Man’.
publieksprijs: 14,25
Meer van deze artiest:
A Song (bouwjaar: 1980; 19,85€)
In The Future (1983; 17,30)
Live To Love (1988; 14,25)
Pave The Way (1981; 17,30)
Reggae Live Sessions (1998; 14,25)
The Rebirth (2010; 19,85)
The Revolutionary Years 1975-1983 (compilatie) (2017; 17,30).

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

TIPPA LEE – Cultural Ambassador / Dub Them With Reality

TIPPA LEE – Cultural Ambassador / Dub Them With Reality

Tippa Lee (echte naam: Anthony Campbell) groeide op in Kingston en begon reeds als kind op te treden met het sound system van zijn vader: om aan de microfoon te kunnen stond hij op een bierbak. Toen hij twaalf was maakte hij zijn eerste opnames in King Tubby’s studio. Later vormde hij een duo met Rappa Robert met wie hij enkele hits scoorde zoals ‘No Trouble We’, een hymnisch en schrijnend statement tegen politie-intimidatie, in 1988 een nr. 1 hit in Jamaica en nog steeds vaak te horen op Jamaicaanse radiostations. Daarna bracht hij een kleine dertig jaar in de obscuriteit en in de undergroundscene door. De voorbije jaren leeft hij in de VS waar hij vele concerten geeft en ook tal van cd’s in eigen beheer uitgaf. ‘Cultural Ambassador’ is zijn eerste “officiële” album en werd zeer strak geproducet door Tom Chasteen, promotor van en DJ in de bekende Dub Club in LA. De begeleiding werd verzorgd door uitmuntende studiomuzikanten, waaronder twee reggaelegendes: gitarist Tony Chin en bassist Fully Fullwood, die in de jaren 70 op zowat een vierde van alle platen speelden die in Jamaica verschenen. Er zijn ook nog gastrollen weggelegd voor Bionic Clarke, Sister Nancy, de grote Cornell Campbell en Tony Tuff. Het was lang geleden dat reggae nog eens in zeer goede Jamaicaanse handen was en dat stemt ons zeer tevreden. Al jaren komt de beste reggae van ver buiten Jamaica en het was dan ook een deugddoende ervaring om nog eens steengoede reggae te horen uit de wieg. Het volledige album heeft een diepe, rijke, hechte, strakke, gevarieerde en levendige klank, er wordt scherp en snedig gemusiceerd en de composities zijn van bijzonder hoog niveau. FFFRISSS. Ook de snedige, zwierige en inventieve bonus dub cd kan ons uitermate bekoren. ‘Cultural Ambassador / Dub Them With Reality’ was samen met Flowering Inferno en I Kong met voorsprong de beste reggae die we vorig jaar te horen kregen. En ook onze portemonnee was bijzonder tevreden want we kregen twee cd’s voor de prijs van een.
publieksprijs: 16,95 (2 cd)


GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

THE SPECIALS – The Specials


THE SPECIALS – The Specials

Bouwjaar: 1979
The Specials zijn na The Skatalites wellicht de meest vermaarde en belangrijke skaband (beide dateren wel uit een ander tijdperk); de bindende factor is trombonist Rico Rodriguez. Hun loopbaan was kortstondig (1977-1983) maar zeer creatief en stormachtig en ze zijn verantwoordelijk voor een resem skaklassiekers. Hun muziek combineert ska- en rocksteadybeats met punkenergie en -attitude. Veel van hun teksten zijn zeer geëngageerd (‘Free Nelson Mandela’, ‘Enjoy Yourself (It’s Later Than You Think)’, ‘Ghost Town’, ‘Rat Race’….) en ze waren ook politiek actief met Rock Against Racism. In 2008 was er de comeback (wel zonder stichtend lid Jerry Dammers en zonder de Jamaicaanse trombonelegende Rico Rodriguez) en sindsdien trekken ze weer volle zalen en zoals ze in Engeland zeggen: they’re still going on strong. Waar The Specials zijn langs geweest is het steeds weer feest! feest! feest! geweest. Dat werd nog maar eens bewezen op het dubbele live album ‘More… Or Less.’ uit 2012 waarop ze nog steeds tekeer gaan als dartele jonge veulens met diezelfde drive, spirit en enthousiasme van weleer.
Het debuutalbum van The Specials, in een productie van Elvis Costello, wordt door velen beschouwd als het determinerende momentum in de UK ska scene. Het capteerde als weinig andere de ontevredenheid en verbolgenheid die de jeugd van de Britse “concrete jungle” voelde, een term die ontleend werd aan een song uit het album ‘Catch A Fire’ van Bob Marley and The Wailers maar hier evenzeer toepasselijk gebruikt werd om de grimmige en heftige Britse stadscentra uit de jaren 70 te beschrijven. De sound van The Specials is een Britse herbewerking van de originele Jamaicaanse ska uit de jaren 60. De muziek deelt de aanstekelijke energie van de originele skasound en injecteert die met de reeds aangehaalde verbolgenheid en punkgevoeligheid. Het eindresultaat klinkt aanzienlijk minder ongedwongen en Caraïbisch dan de originele ska en is voorzien van minder percussie en een kleinere blazerssectie dan gebruikt in de oudere variëteit. De gitaar, die in Jamaicaanse ska vaak een secundair instrument was, kwam bij The Specials in het front van de mix. Het repertoire op dit album is een mix van origineel materiaal en verscheidene covers van klassieke Jamaicaanse skasongs. ‘Monkey Man’ was een hit voor Toots and The Maytals in 1969, ‘Too Hot’ van Prince Buster dateert uit 1966 en het overbekende ‘A Message To You Rudy’ was een single van Danny Livingstone in 1967, waarop ook Rico Rodriguez te horen was. ‘You’re Wondering Now’ werd oorspronkelijk vocaal gebracht door Andy & Joey in 1964 en later instrumentaal gecoverd door The Skatalites. Nog andere tracks zijn herbewerkingen van Jamaicaanse originals: ‘Too Much Too Young’ is gebaseerd op ‘Birth Control’ van Lloyd Charmers en ‘Stupid Marriage’ op ‘Judge Dread’ van Prince Buster. In de eigen composities komen vooral de verbolgenheid, de ontgoochelingen en de verbittering uit die dagen aan bod. Uitstekende voorbeelden daarvan zijn het zeer boze ‘Nite Klub’, ‘Blank Expression’, ‘Concrete Jungle’ dat de angst en het geweld capteert die de stadscentra in hun macht hadden en ‘Doesn’t Make It Alright’, een oprecht pleidooi tegen racisme. Andere songs behandelen dan meer persoonlijke onderwerpen zoals ‘It’s Up To You’, ‘Too Much Too Young’ (over tienerzwangerschappen en -huwelijken) en ‘Little Bitch’. De productie van Elvis Costello geeft de muziek een heldere en opgewekte klank maar maakt de donkere stromingen in de songs niet lichter en dikt ze eerder aan. Blazers Rico Rodriguez en Dick Cuthell voorzien de klank van wat Caraïbische zon en verzoeten een ietsje de ontevredenheid en verbolgenheid die rondwaren op dit album. Het debuutalbum van The Specials was een perfecte muzikale impressie en illustratie van Groot-Brittannië anno 1979: een ongelukkig eiland op de rand van de explosie.

Deze uitgave is niet meer verkrijgbaar maar het album werd vorige maand heruitgegeven als dubbelaar. De originele cd werd aangevuld met hun debuutsingle ‘Gangsters’ en op cd 2 horen we 16 live-opnames en geremasterde versies van ‘Ghost Town’ en ‘Friday Night, Saturday Morning’.
publieksprijs: 19,70 (2 cd)

OXFAMbar op festival DRANOUTER

oxfambar Dranouter













Naast de koffie op, in, onder, achter het festival wordt er ook gekozen voor eerlijke wijn en cocktails aan de bar. Onze enthousiaste Oxfamvrijwilligers bedienen jullie met de glimlach. Tussen jullie bezoekjes aan onze bar door kunnen jullie ook nog eens genieten van de muziek en daarvoor tippen wij op Tamikrest, Gabriel Yacoub, Tutu Puoane, Orkesta Mendoza en vooral die vele anderen. Sanitaire stop, uiltje knappen en maaltijd nuttigen kan tijdens het optreden van Bazart.

COLDPLAY in ACTIE voor VLUCHTELINGEN: deel 2

coldplay

Vorige maand meldden we jullie hier nog over de campagne Stand As One die Coldplay samen met Oxfam voert. Nu doet de band daar een financieel schepje bovenop. Op hun nieuwe ep ‘Kaleidoscope’ staat o.m. de song ‘Aliens’ waarvan de opbrengst naar MOAS (Migrant Offshore Aid Station) gaat. MOAS redt bootvluchtelingen op de Middellandse Zee. ‘Aliens’ is meegeschreven door Brian Eno en mee geproduceerd door Brian Eno en Markus Dravs. De videoclip is een animatiefilmpje waarin buitenaardse wezens naar onze planeet vluchten. Deze wezens zijn de metaforische vluchtelingen op aarde.
publieksprijs: 8,60


SONGS VAN DE MAAND

MARK WONDER – Militancy (extended dubwize)
RIO MIRA - Andarele

COVER VAN DE MAAND

RAFIKI JAZZ – Jhooli Laal Qalandar (Mustt Mustt) (Nusrat Fateh Ali Khan)

EN VERDER NOG:

- THE SPECIALS – The Specials (re-release)
(bespreking: hoger in deze nieuwsbrief)
publieksprijs: 19,70 (2 cd)
- THE SPECIALS – More Specials (re-release)
publieksprijs: 19,70 (2 cd)
- The SPECIAL AKA – in the studio (re-release)
publieksprijs: 19,70 (2 cd)
- CULTURE – Two Sevens Clash (40th Anniversary Edition)
(bespreking: muzieknieuws augustus 2015)
publieksprijs: 19,35 (2 cd)
- THE CONGOS – Heart Of The Congos (40th Anniversary Edition)
(bespreking: muzieknieuws juli 2017)
publieksprijs: 21,85 (3 cd)