Muzieknieuws november 2017

GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra – Three Letters From Sarajevo (Opus 1)

GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra – Three Letters From Sarajevo (Opus 1)

The one and only. In ons huiselftal heeft hij een onbetwiste en onbetwistbare basisplaats. Voor wie enkele decennia op een andere planeet doorbracht: een fenomeen verklaard in een notendop. Goran Bregovic is een van afkomst Bosnische muzikant/componist (met Kroatisch / Servische ouders) die tijdens de Joegoslavische oorlogen uitweek naar Servië en zijn tijd verdeelde tussen een bestaan in Belgrado en Parijs. Zes jaar geleden ging hij terug in Sarajevo leven bij zijn familie. Bregovic is wellicht de bekendste moderne componist uit de Balkan. Nochtans begon hij zijn muzikale carrière bij de rockband Bijelo Dugme waarmee hij in eigen land (toen nog Joegoslavië) grote roem vergaarde. Vanaf 1989 ging hij zich concentreren op filmmuziek (ook in de jaren 70 schreef hij al twee scores): zijn eerste score in 89 was voor Time of the Gypsies van Emir Kusturica, met wie hij later nog meer zou samenwerken (Arizona Dream, Underground). In totaal schreef hij tot op heden meer dan 30 scores. Hij componeerde ook voor andere artiesten zoals Sezen Aksu, Cesaria Evora en Iggy Pop. Naast zijn uitgebreide eigen oeuvre en een reeks duetten maakte hij nog vier cd’s in samenwerking met andere artiesten: de Turkse Sezen Aksu (het fantastische ‘Wedding and Funeral’), de Griek Jorgos Dalaras, de Poolse Kayah (650.000 verkochte exemplaren alleen al in Polen) en de nobele onbekende Pool Krzysztof Krawczyk. De inspiratie voor zijn muziek ligt in Balkanritmes en Europees classicisme. Hij gebruikt Bosnische, Servische en Romathema’s en zijn werk is een fusie van populaire muziek, traditionele polyfone muziek uit de Balkan, tango en brass bands. Sinds 1998 trekt Bregovic de wereld rond met de outstanding The Wedding and Funeral Orchestra die kan variëren van 8 tot 37 muzikanten. De kleinste versie bestaat bijna hoofdzakelijk uit blazers, aangevuld met Bregovic zelf, een drummer en twee Bulgaarse zangeressen; die laatste zorgen voor een unieke sound. De grootste versie bevat o.m. nog zangers van het Belgrado Orthodox Koor en strijkers uit Polen. Hoe geweldig en indrukwekkend zijn studiowerk ook moge zijn, live zijn Bregovic en zijn orkest nog “duizend” keer beter: hun concerten zijn een aaneenschakeling van imposante, hyperenergieke en overdonderende chaos en een waarlijk sensitieve overdosis nonsensicale dynamiek; zeg dat wij het gezegd hebben.

Na de lichtelijk fantastische instant klassieker en Brego grand cru ‘Champagne for Gypsies’ was het precies vijf jaar wachten op nieuw werk en laten we maar meteen met de deur in huis vallen: het is weer van dat. Het lange wachten wordt meer dan beloond: dit is alweer een Bregovic van de grote dagen. Op een Jiddische traditional (het intens bruisende ‘Mazel Tov’) na heeft Bregovic voor dit zeer gevarieerde album alles zelf neergepend, al speelt hij hier en daar buurtje leen. Ook bij de productie en de arrangementen had hij de touwtjes volledig zelf in handen. De uitgebreide gastenlijst oogt meer dan veelbelovend: Rachid Taha, Mirjana Neskovic, Sifet & Mehmed, Bebe, Asaf Avidan, Zied Zouari, Gershon Leizerson en Riff Cohen. De inspiratie voor ‘Three Letters From Sarajevo’ deed Bregovic op in de geschiedenis van zijn geboorteplaats Sarajevo die voor de Balkanoorlog nog een ontmoetingsplek voor christenen, moslims en joden was. Voor Bregovic luidt de moraal van het verhaal als volgt: “Het lijkt duidelijk dat het niet Gods plan was ons te leren hoe samen te leven. Dit is iets wat we op ons zelf zullen moeten leren.” Centraal staat een instrumentale compositie die drie keer vertolkt wordt, telkens gedomineerd door een andere violist (uit de Balkan, de Maghreb en Israël), die zo uit een soundtrack lijkt weggelopen te zijn en die de drie godsdiensten eert. De viool staat ook metafoor voor de coëxistentie van klezmer en klassieke en oriëntaalse muziekstijlen, die zich ook weerspiegelt in de gastenlijst. ‘Three Letters From Sarajevo’ is de meest eclectische Bregovicschijf in jaren maar blijft voor het grootste deel geïnspireerd door de tradities waarbinnen hij werkt. Het album heeft ook een meer uitgesproken melancholisch karakter wat niet wegneemt dat er nog voldoende ruimte is voor de doldwaze feestneus en de Balkanjukebox met muzikanten die behoorlijk uit hun dak gaan en uiterst strakke blazers die zinderende grooves genereren in de allerbeste aanstekelijke Balkantraditie. De ontdekking van dit album is zangeres Bebe die tweemaal ten tonele verschijnt. ‘Three Letters From Sarajevo’ behoort tot de verplichte leerstof van dit kalenderjaar en is de vijftiende titel voor onze ultieme playlist van 2017. Iemand op zoek naar een muzikaal eindejaarsgeschenk? Staak dan maar meteen die zoektocht want hier ben je aan het juiste adres.
publieksprijs: 20,45

TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – Ladilikan

TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – Ladilikan

Trio Da Kali is samengesteld uit drie buitengewone muzikanten uit de Zuid-Malinese Mandecultuur, geboren in griotfamilies met een zeer lange traditie en veel aanzien. Het trio betracht een hedendaagse draai te geven aan oude en verwaarloosde repertoires. Zangeres Hawa Kassé Mady Diabaté is de dochter van de legendarische griotzanger Kassé Mady Diabaté en omwille van haar (vibrato)stem werd ze al vaak vergeleken met Mahalia Jackson (de traditionele gospel ‘God Shall Wipe All Tears Away’ werd ook opgenomen voor dit album). Balafonspeler Lassana Diabaté is al lange tijd een legende in Mali en speelde o.m. bij AfroCubism en Symmetric Orchestra. Een stuk jonger dan die twee is Mamadou Kouyaté die basngoni speelt en de zoon is van de gigant Bassekou Kouyaté, een van onze huisfavorieten. Het trio werd opgericht voor een samenwerkingsverband met Kronos Quartet: samen traden ze op in en op de meest prestigieuze concertzalen en festivals.
Het Amerikaanse strijkkwartet Kronos Quartet met wereldfaam is van vele markten thuis, zo ook van de wereldmuziekmarkt. Gedurende 43 jaar hebben ze hun strijkkwartetrepertoire uitgebreid met werk uit diverse bronnen en stijlen uit alle windhoeken en aldus veel pionierswerk verricht. Tussen 1992 en 2009 verschenen vijf albums waarop hun mondiale aspect duidelijk tot uiting komt. Elk album was gewijd aan muziek uit een verschillend geografisch gebied in de wereld. Wat Kronos Quartet onderscheidt van vele andere gezelschappen die geschoold zijn in de westerse klassieke traditie is hun vindingrijkheid, hun experimenteren met microtonaliteit en hun vermogen om de mogelijkheden van hun instrumenten te her-denken. Voor meer info over dit weergaloze kwartet verwijzen we jullie graag naar ons muzieknieuws van juni 2014, juli 2014 en november 2014.

We steken van wal met de slotsom: ‘Ladilikan’ is ronduit betoverend, sprookjesachtig, koude rillingen verwekkend en verbijsterend en de winnende combinatie Trio Da Kali - Kronos Quartet is een “match made in heaven”. Het (samen)spel van de zeven muzikanten is een indrukwekkende en fabeltastische viering van subtiliteit, betovering, enthousiasme, genot,veelzijdigheid, harmonie, vitaliteit en virtuositeit. ‘Ladilikan’ is een superbe demonstratie van de stelling die zegt dat muziek alle grenzen doorkruist en alle mensen verbindt. Violist David Harrington -ook stichter van Kronos Quartet- noemt ‘Ladilikan’ een van de allerbeste albums uit 43 jaar Kronos Quartet. Klappen op de vuurpijl en hoogtepunten onder de hoogtepunten zijn de betoverende opener ‘Tita’, de verkillende coverversie van het reeds aangehaalde ‘God Shall Wipe All Tears Away’ (waarbij de strijkers de klank van een kerkorgel opwekken) maar vooral de verpletterende schoonheid van de titelsong die gebaseerd is op ‘I’m Going To Live The Life I Sing About In My Song’ van Mahalia Jackson en zich uitspreekt tegen de gruwelijke politieke en religieuze omstandigheden in het noorden van Mali. Op dit lied brengt Hawa Kasse Mady Diabaté haar meest exuberante vertolking en een ware demonstratie van haar onwaarschijnlijke stembereik. Dit meesterwerk werd in nauwelijks vier dagen opgenomen. Verder betoog lijkt overbodig om duidelijk te maken dat ‘Ladilikan’ de zestiende titel is voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. En wat ons betreft zit die ook al in de ultieme playlist van de 21ste eeuw.
publieksprijs: 19,45

ANTIBALAS – Where The Gods Are In Peace

ANTIBALAS – Where The Gods Are In Peace

Long time no hear (vijf jaar om precies te zijn) maar hier zijn de dertien heren van Antibalas (“kogelvrij”) -voorheen Antibalas Afrobeat Orchestra- nog eens. Voor wie de wereldmuzikale kinderschoenen nog niet lang ontgroeid is: een korte introductie. Antibalas is een Amerikaanse band die gemodelleerd is naar Fela Kuti’s Africa 70 en naar Eddie Palmieri’s Harlem River Drive Orchestra. Het fundament van hun muziek is overduidelijk afrobeat, maar dan wel dik gelardeerd met jazz, funk, dub, geïmproviseerde muziek en traditionele drumstijlen uit Cuba en West-Afrika. In het verleden genoot de groep regelmatig van gastvertolkingen van muzikanten uit A frica 70 en Egypt 80 zoalsTony Allen, Femi Kuti, Seun Kuti, Oghene Kologbo…. Op dit nieuwe en zesde album is die rol dan weer weggelegd voor o.m. Zap Mama en Morgan Price. Al die jaren demonstreerde Antibalas een enorm potentieel, gelijkwaardig met dat van Kuti’s orkesten Africa 70 en Egypt 80, met een sleutelrol voor de ritmesectie die zich de essentiële afrobeatmix van potige kracht, subtiliteit en hypnotiserende grooves en beats op haast perfecte wijze heeft eigen gemaakt en waarbij alle elementen schijnbaar moeiteloos in elkaar schuiven: de percussie, de staccato blazers, de vraag-en-antwoord-gezangen en de scherpe, swingende keyboards.
Zoals het goede afrobeat betaamt zijn hier enkel lange composities te beluisteren, drie stuks voor 35’ (die tijdsduur is dan wel de enige kanttekening: het mocht wel een ietsje meer geweest zijn). Het moge dus duidelijk wezen dat het hier niet om gemakkelijk meefluitbare deuntjes gaat. In de voorbije vijf jaar heeft Antibalas vele personeelswissels ondergaan: er was een uittocht naar Arcade Fire, The Roots, The Black Keys, Mark Ronson en er was de intocht van veel vers bloed. En die nieuwe jeugdige inbreng doet de vroege Antibalas herleven, de groep die zo’n belangrijke schakel was in de New Yorkse funkscene aan het begin van deze eeuw. Dit resulteert in -naar onze zeer onbescheiden mening- hun sterkste en meest politiek geladen en activistisch geïnspireerde album so far met als sleutelwoorden: inventief, ambitieus, explorerend, hybride, opwindend, woest, brutaal, bedwelmend, krachtig, potig en messcherp. Afsluiter ‘Tombstown’, een driedelige suite, vormt het orgelpunt van ‘Where The Gods Are In Peace’. Het verhaalt het wrede wedervaren (ontheemding, uitbuiting en meer van dat fraais) van de inheemse volkeren ten tijde van de gold rush maar gaat dan over in een verhaal van hoop en utopie. Muzikaal lijkt het wel alsof Fela Kuti en Ornette Coleman samen mee van de partij zijn. Voor de Belgische toets zorgt Marie Daulne die hier lekker loos gaat. ‘Where The Gods Are In Peace’ boort zich vast in het brein en in de lenden en bevat meer dan voldoende kwaliteiten om de zeventiende titel te worden voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 17,90

AMADOU & MARIAM – La Confusion

AMADOU & MARIAM – La Confusion

Reeds meer dan 35 jaar timmert dit vastberaden duo passioneel en koppig aan de weg met tijdloze muziek en dat bracht ze in 2005 de verdiende wereldroem met het door Manu Chao geproducete ‘Dimanche À Bamako’. Sindsdien zijn ze zo gegeerd dat internationaal gerenommeerde artiesten van allerlei pluimage staan te trappelen om alstublieft te mogen meespelen op hun platen. Onder hen veel hippe luitjes maar dat mag ons vooral niet doen vergeten dat de grote verdienste van de kwaliteit van het werk van Amadou & Mariam in de allereerste plaats bij deze bevlogen Malinese talenten zelf ligt en dat bovenal die hippe luitjes blij kunnen zijn dat ze hier mógen meespelen, hoe gewaardeerd en geweldig hun bijdragen ook zijn. Vijf jaar geleden leverden A & M hun meesterwerk so far af met ‘Folila’ waarop ze magistraal laveerden tussen West-Afrikaanse traditie en rock, blues en pop. Nu is er de opvolger ‘La Confusion’ en wij waren zeer benieuwd of ze de krachttoer ‘Folila’ nog eens overgedaan hadden. De lijst BM’s is alvast bescheidener dan voorheen. De situatie in het noorden van Mali waart constant door ‘La Confusion’ hoewel deze intense context zich muzikaal niet vertaalt. De reflectie over de confusie betreft niet enkel Mali maar bij uitbreiding ook de rest van de planeet. Nieuw is de inbreng van allerlei elektronica die producer Adrien Durand meebracht. Dat bekomt niet steeds even goed en bij momenten is de lichtheid een beetje ondraaglijk en is synthpop heel dichtbij (de titelsong lijkt wel van Martha and The Muffins te komen), ook al zijn de melodieën naar goede traditie van hoge kwaliteit. Het moge duidelijk wezen dat wij deze Amadou & Mariam light niet hun sterkste werk vinden ook al dragen we nog steeds dit duo op handen voor eerder bewezen diensten. En zingen kunnen ze ook nog steeds als de allerbesten.
publieksprijs: 20,00

TAMALA (Bao Sissoko, Mola Sylla & Wouter Vandenabeele) – Tamala

TAMALA (Bao Sissoko, Mola Sylla & Wouter Vandenabeele) – Tamala

In de Brusselse Matongewijk is Muziekpublique gevestigd. Deze organisatie heeft er een zaal, baat een muzieklabel uit en heeft vooral een groot hart voor traditionele muziek. Met concerten, workshops en eigen creaties timmeren ze er al jaren aan de weg om wereldmuziek in België te promoten, waarbij ze focussen op uitwisseling tussen muzikanten uit de diverse culturen die in ons land leven, met vernieuwing en verrijking als doel. Voor een uitgebreide voorstelling van Muziekpublique verwijzen we jullie graag naar ons muzieknieuws van juli 2017. Tamala (“reizigers”) is een nieuw trio dat zeer organisch tot stand kwam en is in de eerste plaats een menselijke ontmoeting die zich heel erg laat voelen op muzikaal vlak.
Mola Sylla is een van de groten binnen de Senegalese griotzangtraditie (hij speelt ook xalam en kalimba) en heeft een adembenemend en korrelig stemtimbre. De Senegalese griot Bao Sissoko, die vroeger opnam met Baaba Maal, is al lang geen onbekende meer bij Muziekpublique want hij nam er al twee cd’s op met Malick Pathé Sow. Sissoko is een begenadigde koraspeler en een belangrijke exponent van de mandinkatraditie: als koraspeler is hij noch min noch meer een wereldautoriteit. We nemen aan dat de avontuurlijke violist Wouter Vandenabeele voor de meesten van jullie gekende materie is. Mocht dat niet zo zijn: hij is in de eerste plaats gekend van zijn werk met Ambrozijn en Olla Vogala maar vooral van nog veel meer. Emre Gültekin zorgde er mee voor dat de zeer bijzondere stem van Sylla perfect geïntegreerd werd in het weergaloze, verfijnde, bedwelmende en vaak intimistische samenspel. Dit trio creëert een eigen muziektaal die gestoeld is op velerlei tradities. Er worden persoonlijke verhalen gezongen maar ook universele waarbij eerbied voor mens en natuur centraal staat. Drie virtuoze muzikanten en vakmannen pur sang staan op ‘Tamala’ garant voor meer dan een uur verrukkelijk luisterplezier.
publieksprijs: 20,45

MEÏKHÂNEH – La Silencieuse

MEÏKHÂNEH – La Silencieuse

Meïkhâneh (“huis van bedwelming”) is een Frans-Iraans trio dat zijn inspiratie put in Oost-Europa, Azië, Andalusië, Mongolië en Iran (en nog een zweem Appalachia en Sahara); ‘La Silencieuse’ is hun tweede album. Zangeres Maria Laurent speelt tovshuur (een Mongoolse luit) en morin khuur (een Mongools gebogen strijkinstrument). Boventoon- of keelzanger Johanni Curtet die een maestro is in dit segment speelt gitaar, dombra (een snaarinstrument uit Centraal-Azië) en mondharp. De Iraanse percussionist Milad Pasta speelt zarb (Perzië), daf (Midden-Oosten) en udu (Nigeria) en produceert gepolijste ritmes die borduren op de Perzische traditie. Ze worden bijgestaan door de grote Bijan Chemirani (tzouras, saz, udu, riqq), Uuganbaatar Tsend-Ochir (ikh khuur) en Martin Coudroy (diatonische accordeon). Met de ingehouden schoonheid en de diepgang van haar bedrieglijk licht klinkende, vlottende en bijzonder subtiele stemgeluid vormt Maria Laurent het cement voor het groepsgeluid en drukt ze er ook haar stempel op. De diverse en zeer uiteenlopende invloeden komen zeer organisch en ongedwongen samen in weidse en luchtige klanklandschappen alsof deze muzikanten nooit iets anders hebben gedaan. Meïkhâneh ontmoette contrabassist Uuganbaatar Tsen-Ochir in 2011 in het Zwitserse Bulle en dat was de start van een close samenwerking die nog steeds blijft duren. Jaarlijks komen ze samen om nieuwe muziek te maken. Afgaande op de zeer geslaagde mix van traditie en moderniteit op ‘La Silencieuse’ belooft hun samenwerking nog meer fraais. Deze samenwerking heeft alvast een klassieke song opgeleverd, het bluesy ‘Pluies’.
publieksprijs: 18,95

TEMENIK ELECTRIC – Inch’Allah Baby

TEMENIK ELECTRIC – Inch’Allah Baby

We blijven nog even in het al lang niet meer zo douce France, meer bepaald in de vibrante multiculturele smeltkroes genaamd Marseille alwaar vier jaar geleden het debuut van Temenik Electric het licht zag. ‘Ouesh Hada?’ (‘Watskeburt?) was een flamboyante Arabische rocktrip langsheen de zuid- en de noordbank van de Middellandse Zee. Deze trip doen ze nog eens over op ‘Inch’Allah Baby’. In de aanstekelijke en dreunende rockgetinte nummers doet de groep met hun scherpe elektrische gitaren en krachtige rockritmes ongewild denken aan Led Zeppelin, The Clash en meer van dat fraais en roept ze vooral de opwindende spirit op van Rachid Taha’s befaamde cover van ‘Rock the Casbah’ van The Clash. Maar de superbe, robuuste en hybride muziek van componist Mehdi Haddjeri en de zijnen bevat zoveel meer andere aspecten en troeven. Hun arabrock is diep doordrenkt van en geworteld in Maghrebijnse stijlen als gnawa, chaabi en rai. Al te vaak klinkt Arabische rock als een onhandige imitatie van de Anglo-Amerikaanse, maar dan in een andere taal gezongen. Temenik Electric trapt niet in deze val en integreert op zeer dynamische wijze de westerse rockstijlen in de Arabische muzikale cultuur: niet vanzelfsprekend maar well done here! De fusie van Temenik Electric doet ons ook denken aan die van muzikanten als Robert Plant en Justin Adams (die ook meewerkte aan dit album en in deze rubrieken wel een abonnement lijkt te hebben -slaapt die mens ooit?-), maar dan in de omgekeerde denkpiste. Net als Tinariwen en consorten omarmt Temenik Electric westerse gitaarrock zonder daarbij eigenheid en originaliteit in te boeten. Tussen al het brute geweld werd er ook nog ruimte voorzien voor een heerlijk rustpunt (‘Zakia’). Temenik Electric bevestigt moeiteloos maar het blijft wel uitkijken voor de valkuil van de beperking van het ‘genre’ zodat we bij een volgende beurt geen gewag moeten maken van een one trick pony. Maar we ronden af op een positieve noot en roepen met Joe Strummer uit: Rock the Casbah.
publieksprijs: 17,05

THE SOULJAZZ ORCHESTRA – Under Burning Skies

THE SOULJAZZ ORCHESTRA – Under Burning Skies

Tussen 2007 en 2012 hebben de vijf heren en een dame van het Canadese The Souljazz Orchestra, een orkest met een volstrekt eigen klank en gezicht, ons vergast op en verrast met de uitstekende, warmbloedige, stomende, opzwepende en zeer aanstekelijke albums ‘Freedom No Go Die’, ‘Manifesto’, ‘Rising Sun’ en vooral ‘Solidarity’ (een van de muzikale hoogvliegers in deze nog jonge eeuw). Op ‘Solidarity’ rolde de kwaadheid uit de saxen en de drums. De geesten van Fela Kuti, Tito Puente, Mulatu Astatke, Pharoah Sanders en James Brown waren nooit veraf. Het handelsmerk was een royale, energieke, feestelijke en broeierige mix van afrobeat, latijnse stijlen, (afro)jazz en funk die voorzien werd van (schaarse) militante teksten. Sleutelwoorden waren inspiratie, enthousiasme en spelvreugde. De grote troefkaart van TSO is het gewelde trio saxofonisten. Helaas waren de twee vorige albums ‘Inner Fire’ en ‘Resistance’ -zeker naar TSO normen- ondermaats. Dus waren wij, ondanks nog steeds fans, toch wel zeer benieuwd uit welk vat er getapt werd voor hun nieuwe en achtste worp ‘Under Burning Skies’. Nieuwe gegevens op hun vorige album waren de introductie van elementen uit Frans-Caraïbische stijlen als zouk, compas en cadence en dat er op elk nummer gezongen werd: dat viel bovendien bijzonder mee, mede door de grote variëteit aan stemmen (alle zes leden zongen). We vermoedden toen dat de toevoeging van teksten bedoeld was om de muziek een grotere politieke impact te geven; de teksten waren geschreven met het hart op een goede plaats maar wat ons betrof veel te sloganesk.
Ook nu laat de openingszin in het openingsnummer ‘Dog Eat Dog’ niets aan de verbeelding over: “Dogs working for the system get fucked by the system.” Maar ook de ritmes scheppen duidelijkheid: die zijn weer verleidelijk, geraffineerd en aanstekelijk als voorheen. Het nieuwe gegeven op dit album is de toevoeging van drummachines en vintage synthesizers die zorgen voor extra power en zo nu en dan ook voor een jaren tachtig gevoel (disco en boogie). Na twee afknappers is TSO als van oudsher in bloedvorm en dat is een weldaad voor onze en ook jullie oren. Naast acht nieuwe composities van Pierre Chrétien prijken hier twee uitstekende covers: ‘Is Yeelyel’ van de Somalische Dur-Dur Band en ‘Aduna Jarul Naawo’ van Orchestra Baobab. ‘Under Burning Skies’ is een muzikale uitbarsting van levensvreugde: party! party!
publieksprijs: 15,55

FARIDA PARVEEN – Chants de Lalon Shah

FARIDA PARVEEN – Chants de Lalon Shah

In de harten en geesten van talloze Bengalen is de naam van de klassieke zangeres Farida Parveen nauw verwant met die van Lalon Shah, 19e eeuwse dichter, filosoof, liedschrijver en nog een en ander. Hij verwierp de religieuze dogma’s van de islam en het hindoeïsme en zag het goddelijke binnen eenieders ziel. Hij gebruikte vaak de beeldspraak van een vogel (staat voor de ziel) en de kooi (staat voor het menselijk lichaam). Hij werd enorm bewonderd door Rabindranath Tagore en zijn fascinerende levensloop was onderwerp van vele films. Parveen wordt ook wel eens “de koningin van het Lalonlied” genoemd omwille van haar immense bijdrage aan de verspreiding van de poëzie en het gedachtengoed van Lalon, gekenmerkt door uitgesproken eigenheid, syncretisme en universaliteit (vergelijkbaar met Rumi) en aldus de belichaming van de Bengaalse ziel vormt. Als eerbetoon aan die bijdrage brengt Radio France deze cd uit op haar Ocora label dat zich wijdt aan de verspreiding van wereldwijde traditionele muziekvormen. ‘Chants de Lalon Shah’ werd live opgenomen in 2006 in Théâtre de la Ville, Parijs. Parveen spreidt een totale beheersing en beleving van deze tien liederen tentoon en wordt daarbij geruggensteund door een subliem musicerend ensemble van percussie, dotara (Bengaalse luit) en bamboefluit (het kenmerkende Bengaalse instrument). Toegegeven, dit is geen muziek die men beluistert ter ontspanning maar ze verdient zeker en vast een eerlijke kans omwille van haar onmiskenbare kwaliteiten en bovenal dat merkwaardige en extraordinaire stemgeluid.
publieksprijs: 17,15

MAKAN BADJÉ TOUNKARA – Daba

MAKAN BADJÉ TOUNKARA – Daba

Deze Malinese ngonispeler, zanger, componist, tekstschrijver en arrangeur is een jali (griot) en de kleinzoon van Djeli Baba Tounkara die in de jaren 90 door zijn gelijken erkend werd als de “leider van de Malinese jalis”. Badjé musiceerde in het verleden aan de zijde van grootheden zoals Salif Keita, Baaba Maal en Kandia Kouyaté naast nog vele anderen. Samen met zijn tante Mah Damba nam hij twee albums op. Een grote verdienste van Makan is dat hij aan de oorsprong ligt van een instrumentale innovatie: hij voegde drie snaren toe aan zijn ngoni die bij de jalis traditioneel uitgerust is met vier snaren. Ondertussen is de zevensnarige ngoni wijd verspreid onder de griots. De eerste sporen van dit eeuwenoude instrument van de Mande volkeren gaan terug tot de 14e eeuw. Dat we in Mali zijn merken we verder ook aan de namen van de muzikanten: 5 x Tounkara en verder nog Sissoko, Kouyaté en Diabaté. De titel van deze cd, zijn derde, is de naam van een Afrikaanse handploeg en wordt gebruikt als eerbetoon aan alle Afrikaanse boeren die Afrika van voedsel voorzien. Ook de uitvinders van de ngoni worden geëerd en het migrantenthema komt enkele keren voor, naast nog wat levenslessen. ‘Daba’ brengt traditionele, akoestische, vredige, pure, rurale en betoverende griotmuziek en -liederen met veel bluesgevoel, uitgevoerd op diverse ngonitypes en percussie en gebracht door excellente muzikanten en vocalisten. Zoek hier niet naar vernieuwing of baanbrekend werk maar het kan geen kwaad dat Tounkara ons nog eens herinnert aan de traditie waaruit vernieuwers zoals Bassekou Kouyaté hun inspiratie en hun mosterd haalden.
publieksprijs: 17,80

MIGHTY MO RODGERS & BABA SISSOKO – Griot Blues

MIGHTY MO RODGERS & BABA SISSOKO – Griot Blues

We blijven nog even voor 50% bij de jalis. Een samengaan van griot en blues is een fluitje van een cent: Mali en Mississippi liggen -althans muzikaal- wel heel erg dicht bij elkaar, dat verhaal hebben we hier al vaker uit de doeken gedaan. De Amerikaanse zanger, liedjesschrijver en keyboardsspeler Mighty Mo Rodgers en de Malinese zanger,liedjesschrijver en multi-instrumentalist (tamani, ngoni,kamalengoni, balafon, gitaar, kalebas, djembe, kalimba) Baba Sissiko ontmoetten elkaar backstage op een concert in Litouwen. Even later stonden beide heren al samen op het podium en ‘Griot Blues’ was geboren. Blues-, soul- en jazzveteraan Rodgers kennen we vooral van zijn werk uit lang vervlogen dagen met o.m. Sonny Terry & Brownie McGhee; met zijn solowerk won hij tal van prijzen. Sissoko stelde -naast zijn solowerk- zijn bijzondere talenten ten dienste van een resem muzikale groten der aarde zoals Sting, Santana, Youssou N’Dour, Salif Keita, Habib Koite, Rokia Traoré, The Wailers, Art Ensemble of Chicago…. Hij is vooral gekend als een meester in het bespelen van de tamani (talking drums) en de ngoni. Beide heren worden hier nog begeleid op gitaar, bas, drums, percussie, harmonica en fluit. Op enkele songs worden griot en blues effectief gecombineerd maar meestal neigt de muziek naar een van de twee stijlen (het openingsnummer is dan weer onvervalste reggae) wat voor een weinig consistente indruk zorgt ook al is het motto van ‘Griot Blues’ de Amerikaanse bluesmuzikant die zijn Afrikaanse wortels ervaart en de Afrikaanse verhalenverteller die de blues terug thuis verwelkomt. Ook vertaalt het eindresultaat zich niet in de optelsom van de aanwezige talenten.
publieksprijs: 17,05

QOTOB TRIO – Entity

QOTOB TRIO – Entity

Deze cd werd vorige maand voorgesteld op een campagneavond van CNCD (de Franstalige 11.11.11) rond vluchtelingen en migratie. Qotob ontstond in Damascus maar begon in België aan een nieuw hoofdstuk. Deze Brusselse versie met Bassel Abou Fakher op cello, Jean-Baptiste Delneuville op piano (en een klein beetje zang) en de alomtegenwoordige Piet Maris op accordeon (en ook een klein beetje zang) brengt een mix van Midden-Oosterse klassieke muziek en hedendaagse jazz. Maris ontmoette Fakher vorig jaar op de Wednesday Music Jams die Choux de Bruxelles organiseerde en ze gingen al snel samenspelen en toen ging de bal rollen met dit trio als gevolg. Voor Fakher was dit als nieuwkomer een zeer belangrijke stap in zijn nieuwe start in België. Hij vond een connectie met twee mensen met een andere muzikale achtergrond, een andere manier van denken en een andere culturele levenswijze. Qotob Trio staat voor samenwerking en dialoog en ook voor grenzen verleggen en klinkt bijzonder filmisch en innoverend avontuurlijk, nu eens sereen en dan weer melancholisch of vreugdevol en extatisch. ‘Entity’ belichaamt intense, verkwikkende, spontane, ongekunstelde maar toch overrompelende en soms verkillende schoonheid. Meer moet dat niet zijn om als achttiende titel te prijken in onze ultieme playlist van 2017 en dus ook in jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,70

ORCHESTRE LES MANGELEPA – Last Band Standing

ORCHESTRE LES MANGELEPA – Last Band Standing

OLM is een van de grootste Afrikaanse big bands ooit. Dit orkest is actief sinds 1976 en toch is ‘Last Band Standing’ pas hun eerste internationale release. OLM bestaat uit Congolese muzikanten die zich in Kenia vestigden en was in de jaren 70 een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Afrikaanse rumba en soukous. Gedurende 40 jaar waren en zijn ze nog steeds razend populair in Oost-Afrika waar ze helden van de dansvloer zijn. Ze mixen de immens populaire muziek uit hun vaderland met Keniaanse invloeden zoals benga en chakacha en zingen in Swahili. Vorig jaar braken ze eindelijk uit Afrika middels een Europese tournee; momenteel zijn ze bezig met een zeer uitgebreide wereldtournee die startte in Uganda en Malawi. ‘Last Band Standing’ verzamelt acht lange heropgenomen versies van hun meest geliefde materiaal dat een heerlijk tijdperk van de Afrikaanse muziek vertegenwoordigt en de albumtitel terecht wettigt en ons ook doet terugdromen naar Orchestra Super Mazembe (cd-nieuws augustus 2013) en Orchestra Makassy (cd-nieuws september 2013). De drie zangers die heerlijke harmonieën uit de strotten schudden worden geruggensteund door een krachtige en zeer solide ritmesectie en ineengestrengelde gitaren en blazers. Deze bruisende, hupse, frisse en fruitige muziek is veel te lang verborgen gebleven voor het grootste deel van de wereld. Heruitgave van oud materiaal zou zeer welgekomen zijn en dringt zich meer dan op.
publieksprijs: 17,05

RADIO COLUMBUS

LES AMAZONES d’AFRIQUE

LES AMAZONES d’AFRIQUE

zondag 12 november 20u // Stadsschouwburg Brugge
De opstelling van dit West-Afrikaanse vrouwelijke tiental leest als de shortlist voor een internationaal gerenommeerde prijs, of wat dacht u van: Angélique Kidjo, Kandia Kouyaté, Mamani Keita, Mariam Doumbia, Mariam Koné, Massan Coulibaly, Mouneissa Tandina, Nneka, Pamela Badjogo en Rokia Koné. Deze amazones voeren campagne voor gendergelijkheid vanuit een sterk geloof dat muziek sociale vooruitgang kan ondersteunen. Ze laten zich hierbij inspireren door de mysterieuze Ahosi, de krijgers / amazones van Dahomey. Deze zangeressen verenigen zich om geweld tegen vrouwen te bestrijden. Als vrouw en als muzikant vechten ze voor vrijheid in Afrika en ver daarbuiten. Hun stemmen breken kettingen en hopelijk gaan ze jullie harten veroveren: hun tournee zien ze als een vechtinstrument voor gelijke rechten. Les Amazones d’Afrique schenken de opbrengst van ‘I Play The Kora’ uit hun debuutalbum ‘République Amazone’ aan Panzi Foundation die geleid wordt door de ook hier gekende dokter Mukwege in Bukavu (Congo). Deze stichting verstrekt medische ondersteuning aan meer dan 80.000 vrouwen waarvan er 50.000 slachtoffer zijn van seksueel geweld. Deze amazones hebben een crowdfundingcampagne opgestart om het werk van Panzi Foundation te helpen financieren. Dat ze net deze song uitpikken is hoogst symbolisch: de status van de kora neemt in Afrika mythische vormen aan en lange tijd was het totaal not done dat vrouwen dit instrument aanraakten, laat staan dat ze het zouden bespelen. In het verlengde van de Belgische Vrouwendag op 11 november geeft CC Brugge hen graag een podium voor hun boodschap.

KARIM BAGGILI

KARIM BAGGILI

vrijdag 24 november 20u // Stadsschouwburg Brugge
Karim Baggili is een Belgische componist, selfmade gitarist / udspeler en ook zanger van Jordaans / Joegoslavische afkomst. Zijn handelsmerk is mooie, uiterst verzorgde, intimistische, soms weemoedige en lyrische muziek die baadt in flamenco, klassiek, Zuid-Amerikaanse ritmes en Arabische sonoriteit. Na drie cd’s bij het kleine maar zeer fijne Luikse homerecords.be zocht hij voor zijn vijfde werkstuk ‘Apollo You Sixteen’ nieuw onderdak. Op die cd wordt Baggili verder begeleid op drums, percussie, bas en Arabische viool, door muzikanten uit zijn eerste groep van zo’n twintig jaar geleden die ook present tekenen voor dit concert. Zelf neemt hij gitaren, ud, bas en zang voor zijn rekening. Op ‘Apollo You Sixteen’ ligt de nadruk terug op de gitaren en de ud met veel aandacht voor technische complexiteit en met diepe en intense melodieën als leidraad in een zeer modern, avontuurlijk en vaak hoekig klinkende mix van grooves, electro, klassiek, flamenco en Arabische sonoriteit met een zeer filmische inslag en ook ruimte voor meditatieve sensitiviteit. De cd klinkt zeer sterk als één geheel en moet zich uitstekend lenen voor documentaires die zich langs uitgestrekte of desolate landschappen afspelen. De Ry Cooder ten tijde van ‘Paris, Texas’ is soms heel nabij en beschouw dit dus als een compliment. ‘Apollo You Sixteen’ is een briljant en vooral uiterst origineel werkstuk. Wij hopen alvast dat het concert van dezelfde orde zal zijn.

PUTUMAYO

INDIAN GROOVE (compilatie)

INDIAN GROOVE (compilatie)

Sinds Ravi Shankar in 1967 het Monterey Pop Festival “veroverde” met zijn sitar is er wereldwijd een fascinatie voor Indiase muziek gegroeid. Naast de complexe Indiase klassieke muziek was en is er ook de populaire muziek uit de Bollywoodfilms. Bollywood, de roepnaam voor Mumbai, is de hoofdstad van de Indiase filmindustrie. Verkeerdelijk werd het ook de verzamelterm om de Indiase filmindustrie in zijn totaliteit te benoemen. Musicals vormen een groot aandeel in de filmproductie en veel liedjes daaruit bestormen de top van de hitparade. Vandaag wordt ook de westerse popmuziek beïnvloed door Indiase klanken, vaak aan de hand van Bollywoodsamples. ‘Slumdog Millionaire’ die geen Bollywoodfilm was maar wel een soundtrack had die sterk door Bollywood beïnvloed was werd wereldwijd een fenomeen. Op ‘Indian Groove’ horen we een panorama van hedendaagse populaire Indiase muziek met een palet bestaande uit Indiase popsterren, Indiërs van de tweede generatie uit Londen en Montreal, Europese en Caraïbische fusiemuzikanten en Californische yogamuzikanten.
publieksprijs: 13,75

CUBA! CUBA! (compilatie)

CUBA! CUBA! (compilatie)

Stellen dat muziek een grote rol speelt in het dagelijkse leven op Cuba is meer dan een understatement. Muziek stroomt uit iedere deuropening en taxi en is een van de drie essentiële voorwaarden voor een geslaagde cumbancha (Afro-Cubaanse slang voor feestje). De twee andere zijn goed gezelschap en een fles rum. Eens die fles geledigd is kan die ook nog dienst doen als muziekinstrument. Cubaanse muziek is het product van een culturele storm. De fusie van Europese en Afrikaanse culturen die plaatsvond in Cuba was het resultaat van een gedwongen en pijnlijk huwelijk. Maar desondanks lag deze beschavingsclash aan de basis van Cuba’s rijke muzikale tradities. De unieke muzikale identiteit van het eiland ontwikkelde zich sterk aan het begin van de vorige eeuw en kende een grote opmars met de instroom van nieuwe klanken zoals jazz uit de VS. Jarenlang was Cuba de Caraïbische speeltuin van die VS toen Amerikanen zich kwamen te goed doen aan gokken en ander tijdverdrijf. Stilaan werd de Cubaanse muziek ook ontdekt tot ver buiten het eiland en werd er wereldwijd gedanst op de tonen van rumba, mambo en cha cha chá. Ook na de revolutie in 1959 bleef Cubaanse muziek evolueren maar voor de buitenlanden werd het eiland zowat een cultureel Galapagos, haast onaangeroerd door de buitenwereld. Daarentegen in de VS koesterden vele Cubaanse immigranten de oude stijlen om aldus de banden aan te snoeren met het thuisland dat ze hadden achtergelaten. Het wereldsucces van Buena Vista Social Club bracht aan het licht dat het internationale publiek nog steeds warm kon lopen voor de klassieke stijlen, ook al was het Cubaanse muzikale landschap de afgelopen halve eeuw sterk gewijzigd.
Op deze nieuwe compilatie horen we een staalkaart van die diverse stijlen in klassieke en hedendaagse songs, uitgevoerd door zowel oudere als nieuwere generaties muzikanten. Wij kregen het vooral warm bij de klanken van Soneros de Verdad, Sonlokos en Septeto Nacional Ignacio Piñeiro. Voor de liefhebbers van Cubaanse muziek en van een dansje is het smullen geblazen op ‘Cuba! Cuba!’.
Als uitsmijter krijgen we in het cd-boekje nog een streekrecept geserveerd: El Floridita Daiquiri. Toen Ernest Hemingway op Cuba leefde bezocht hij regelmatig de beroemde El Floridita bar in Havana. Nesten was er voor gekend vele van die legendarische daiquiris op een avond te kunnen nuttigen. We willen jullie vooral niet tot overmatig alcoholgebruik aansporen maar voor de suiker en de witte rum in het recept kan je alvast terecht in onze boetiek. De ijsblokjes daarentegen zal je zelf moeten aanmaken.
publieksprijs: 13,75

PUTUMAYO KIDS

CUBAN PLAYGROUND (compilatie)

CUBAN PLAYGROUND (compilatie)

We blijven nog even in Cuba maar dan wel op de speelplaats. Het cd-boekje bevat wat uitleg over het land, haar muziek en de diverse stijlen en instrumenten. Helaas gebeurt dit enkel in het Engels en ik vrees dat het gros van onze dreumesen die taal nog niet machtig zijn. Ook alle uitgebreide info over de liedjes zijn eentalig Engels. Maar goed, genoeg gekniesd: pa en/of ma of pa en/of pa of ma en/of ma zullen het Engels wel beheersen en verder is het hier vrolijkheid troef. Muzikaal valt er genoeg te genieten voor de allerkleinsten, vooral dan met de bijdragen van Cubanismo, La Familia Valera Miranda, Pedro Luis Ferrer (met het zeer hupse ‘Cachimbiao Caramelo’) en niet in het minst met het geweldige funorkestje Ska Cubano.
publieksprijs: 13,75

REGGAE

LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape Returns to Conquer

LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape Returns to Conquer

Lee Perry, onze favoriete geniale gek, is wellicht de grootste zot in muziekland maar bovenal is hij een instituut: hij verenigt op geheel eigen wijze anarchie, spiritualiteit en (wrede en wrange) humor. Muzikaal is hij een eigengereide, unieke persoonlijkheid die door de jaren heen een bepalende factor is gebleven, zeker als producer. Samen met o.a. King Tubby vormt Lee Perry het uithangbord van dub (voor meer info over dub verwijzen we jullie graag naar het cd-nieuws januari 2014), al heeft Perry veel meer dan dub alleen op zijn kerfstok. Midden jaren 70 was de Black Ark Studio (opgericht in 1973) van Perry een magische plek en een epicentrum van de reggaescene. De studio waar Lee Perry zijn glorieperiode beleefde was een kort leven beschoren (in 1980 stak deze man die zelf in de fik) maar zowat alles wat er werd opgenomen veranderde ter plekke in goud. Alle ingrediënten uit de beste keuken van Lee Perry werden in die periode uit de kast gehaald: Black Ark Studio genereerde een unieke sound en visie met als belangrijkste kenmerken de deinende bassen en zeer atmosferische en getextureerde mix. Perry zat in die periode in overdrive waarbij hij zijn muzikanten mee in die vloed nam. Een van de allerbeste opnames die hij samen met zijn fenomenale huisorkest The Upsetters inblikte in Black Ark was ‘Super Ape’, die een jaar later nog een opvolger kreeg in het ook al uitstekende ‘Return Of The Super Ape’ (enkel nog op vinyl verkrijgbaar). ‘Super Ape’ is een van de meest onderschatte opnames uit Black Ark en o.i. een van de absolute pieken in Perry’s werk. Lee Perry was rond die tijd op het hoogtepunt van zijn creatieve vermogen aanbeland en misschien ook wel op het hoogtepunt van zijn geestesverruimende consumptie. Perry voegde een dimensie toe: hij bespeelde de mixtafel als een instrument en wat hij daaruit te voorschijn haalde was zeer compact, veelgelaagd, complex, mozaïsch, psychedelisch, donker en gedempt klinkend en sonisch nooit minder dan briljant. Dat alles maakte van ‘Super Ape’ de ultieme signatuur van Lee Perry. Vorig jaar kwam de aap terug uit de mouw wanneer onze nationale reggaetrots Pura Vida samen met de tovenaar ‘The Super Ape Strikes Again’ uitbracht.
Met deze recapitulatie komen we nu terecht bij ons onderwerp van vandaag. ‘Super Ape Returns To Conquer’ is een radicale herwerking van de originele ‘Super Ape’, opgenomen o.l.v. Subatomic Sound producer Emch in Subatomic Sound Studios in Brooklyn en in Perry’s huisstudio New Ark in Jamaica aangevuld met buiten- en livelocaties. Drummer en percussionist Larry McDonald is de enige die ook nog op ‘Super Ape’ te horen was. Van de gastbijdragen onthouden we vooral Ari Up zaliger die hier haar allerlaatste opname bij leven en welzijn volbracht. Het album wordt verder nog opgesmukt met vier dubmixes. Producer Emch was bijzonder ambitieus en drukte het als volgt uit: “I’m just trying to turn what’s in Lee Perry’s head into reality. I wanted it to sound like Scratch teleported into 2017 and we gave him technology to bring back to 1976 and create an album 40 years ahead of its time without the limitations of 1976.” Dat is gedurfd gesproken vermits Perry in 1976 al ver zijn tijd vooruit was. We citeren verder Emch: “It is crazy to do completely remake a classic, no one has ever dared to do something like that.” Van druk op de eigen schouders gesproken. Thematisch en melodisch zijn beide albums uitermate gelijklopend maar de aanpak van deze nieuwe versie is donkerder, dromeriger, korreliger maar vooral ook pittiger. De gelijkenissen zijn duidelijk maar dit betekent niet dat dit een overtollige onderneming is: deze pluim mogen Perry en Emch alvast op hun hoed steken. Het is ook meer dan een update en bevat alle kwaliteiten om duidelijk op zichzelf te staan, met veel respect voor het origineel. The Upsetters waren weergaloos maar Subatomic Sound System pareert dit gegeven met een eigen smoel, gracieusheid en innovatie: naast een eerbetoon is het bovenal een revisie met een vernieuwde kracht. Aldus is deze revisie een haast perfecte aanvulling op het origineel en biedt die een meerwaarde. Nog niet overtuigd? Laat je dan helemaal over de streep trekken door de vier fabeltastische additionele instrumentale dubmixes. Hierbij nomineren we ‘Super Ape Returns To Conquer’ tot negentiende titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 16,10

VINYLRELEASES

- GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra – Three Letters From Sarajevo
publieksprijs: 22,50
- TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – Ladilikan
publieksprijs: 19,05
- LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape Returns to Conquer
publieksprijs: 25,25 (2 lp)
- LHASA – La Llorona
publieksprijs: 23,25
- AMADOU & MARIAM – La Confusion
publieksprijs: 20,25
- THE SOULJAZZ ORCHESTRA – Under Burning Skies
publieksprijs: 22,50
- ANTIBALAS – Where The Gods Are In Peace
publieksprijs: 18,05
- ORCHESTRE LES MANGELEPA – Last Band Standing
publieksprijs: 23,10
- LABELLE – Univers-Île
publieksprijs: 27,00 (lp + mp3 download-code)
- VICTOR RICE – Smoke
publieksprijs: 21,60
- KHALED KURBEH & RAMAN KHALAF ENSEMBLE – Aphorisms
publieksprijs: 13,55
- THE FRIGHTNRS – More To Say Versions
publieksprijs: 18,05
- ‘ANDINA The Sound Of The Peruvian Andes Huayno, Carnaval & Cumbia 1968 to 1978’ (compilatie)
publieksprijs: 27,20

GOUD VAN OUD

DIRK van ESBROECK – zingt / canta

DIRK van ESBROECK – zingt / canta

Bouwjaren: 1979 – 2004 (uitgave: 2007)
‘zingt / canta’ is een compilatie uit het helaas veel te vroeg voltooide oeuvre van Dirk van Esbroeck (1946 – 2007), samengesteld door notoir folkicoon Dree Peremans. Na het afscheid van Rum maakte van Esbroeck tien cd’s. De uitvoering was geen solowerk pur sang, want steeds begeleid door nooit minder dan sublieme muzikanten (o.a. Juan Masondo, Alfredo Marcucci, Guido Desimpelaere, Christel Borghlevens), maar de ideeën achter de muziek waren zo goed als volledig zijn werk. Deze compilatie bevat twee cd’s en is opgesplitst in een Nederlandstalige en een Spaanstalige. Spaans was de taal van zijn jeugd in Argentinië. Nederlands was de taal die hij hier na zijn achttiende leerde lezen, schrijven en hanteren. Toen hij twee was trok hij als Belgische kleuter naar Argentinië om zestien jaar later als Argentijnse jongeman de omgekeerde reis te maken. Met Rum was hij een pionier van de folkrevival en later liet hij België kennismaken met het tangolied, want hier kende men toen enkel instrumentale tango. Voor zijn teksten ging hij vooral te rade bij dichters en hij was een meester in de combinatie muziek / poëzie. Op deze compilatie horen we naast eigen teksten vooral op muziek gezette poëzie van Stefaan van den Brempt, Gaston Burssens, Mies Bouhuys, Paul Claes, Richard Minne, Jan van Nijlen, Hans en Monique Hagen, Jan J. Slauerhoff, Herwig Hensen, Gerrit Achterberg, Hans Warren, Cola Debrot, Fernando Pessoa, Chico Buarque, Ruy Guerra, Cayetano Cordova Iturburu, Nicolás Guillén, Alfredo Zitarrosa, Pascual Contursi, Cátulo Castillo, Lito Bayardo, Homero Expósito, Rubén Darío en Atahualpa Yupanqui. Van Esbroeck bracht vijf tangoalbums uit: in Argentinië had hij nochtans nooit muziek gespeeld maar blijkbaar kroop het bloed waar het niet gaan kon. Naast zijn eigen werk was er ook ruimte voor enkele spraakmakende projecten: De Islandsuite, Het Zwarte Goud, Café B, de symfonie La Soledad de America Latina (met Dirk Brossé), De Pampa’s, Maria de Buenos Aires (met I Fiamminghi), Van Alle Landen Thuis, Taalmachine. Tijdens zijn laatste levensjaren toerde hij met het programma Patagon, Patagonië waarmee hij samen met Alfredo Marcucci, Juan Masondo en Carlos Diaz in diverse stijlen (tango, zamba, milonga….) een eerbetoon bracht aan het land waar hij opgroeide. Een uitstekende aanvulling op de muziek van Dirk van Esbroeck is het boek ‘Dirk van Esbroeck reiziger’ waarin de auteur “zijn zwerftocht door het leven, de landschappen, de literatuur en de muziek probeert samen te vatten”. Dirk van Esbroeck is een authentieke artiest om nooit te vergeten.
publieksprijs: 15,25 (2 cd)

Nog verkrijgbaar van deze artiest:
Canto De Nadie (met Juan Masondo) (bouwjaar: 1979; 15,25€)
Dromen is een beetje (v)liegen (2001; 15,15)
La Voyageuse (2004; 20,55)
Tango al Sur (met Juan Masondo) (1995; 15,25)
Van RUM is het volledige werk verzameld op de box ‘Integraal’ (7 cd; 34,00€).

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

LAS HERMANAS CARONNI – Navega Mundos

LAS HERMANAS CARONNI – Navega Mundos

Las Hermanas Caronni zijn de zingende en musicerende Argentijnse tweelingzussen Gianna en Laura Caronni. Gianna speelt klarinet en basklarinet, Laura van haar kant houdt zich onledig op cello en viool. Vandaag wonen, werken en leven ze in Frankrijk. Hun muziek klinkt exact als de optelsom van hun achtergronden: twee klassiek geschoolde muzikanten die bekoord worden door de folkmuziek van hun vaderland. Ze werden geboren in een familie van Zwitserse, Italiaanse, Russische en Spaanse afkomst waar tango en opera een symbiose vormden. Water vormt de rode draad doorheen de elf eigen composities en de werkelijk verbluffende cover van ‘Spanish Caravan’ van The Doors op hun derde album, ‘Navega Mundos’. Net als de twee voorgangers ‘Baguala de la siesta’ en ‘Vuela’ staat ‘Navega Mundos’ vol met verfijnde, intelligente, rijke, sensuele, elegante, rustgevende en intieme muziek gedrenkt in verbluffend inventieve en haast minimalistische arrangementen. Hun samenspel is werkelijk fenomenaal en verbazingwekkend. We horen schakeringen van Europees impressionisme, van Ravel, Rimsky-Korsakov en Debussy, invloeden van Zuid-Amerikaanse klassieke componisten zoals Villa-Lobos, de geest van tango die hier onvermijdelijk rondwaart. Al deze elementen vermengen zich zowat perfect in de melancholie van de volksmuziek uit de Pampas. De sleutelwoorden op ‘Navega Mundos’ zijn warmte, schoonheid, kippenvel, smachtend verlangen, raffinement en KLASSE.
publieksprijs: 15,35

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

LILA DOWNS – Balas y Chocolate

LILA DOWNS – Balas y Chocolate

Bouwjaar: 2015
Kogels en chocolade, jawel. Op haar elfde album focuste Lila Downs samen met haar muzikale en levenspartner Paul Cohen vierkant op de actuele toestand in Mexico en de hevige beroering die er woedt: het geweld van de drugsoorlog, de verdwijning van studenten, de migratie van kinderen, de ongebreidelde internationale hebzucht en het grenzeloze kapitalisme die zich afspelen op Mexicaanse bodem en er aldus een omvangrijk en gevarieerd ecosysteem en in een klap mee inheemse culturen de vernieling in jagen en nog meer van dat fraais. In een mix van eigen composities en covers (zoals de mariachiklassieker ‘La Farsante’) plaatste Downs met haast bedrieglijk gemak folk en populaire stijlen zoals mariachi en cumbia naast hip-hop, pop, son en ranchera tot zelfs klezmer. Maar Downs predikt niet enkel de revolutie maar ook de liefde. Hoewel ‘Balas y Chocolate’ het akelige heden reflecteert poneert Downs ook dat, zolang men ademt, verandering mogelijk is. Het album was een optimistisch statement van een diep geloof in de toekomst van de mensheid alsook een daad van verzet tegen de duistere machten. De song ‘Balas y Chocolate’ was de sleutel tot het denkproces achter het album. Lila zong over het ontsnappen uit een gewelddadige wereld waar de kogels rondvliegen door dans, liefde en chocolade te omarmen. In Mexico staat chocolade symbool voor kracht. De Maya’s zagen deze heerlijkheid als een geschenk van de goden en de Azteken beschouwden chocolade als de belichaming van kracht en beschaving en ook als een elixir voor zelfreiniging. Daarnaast is ‘Balas y Chocolate’ ook een zeer persoonlijke aangelegenheid geworden; Lila Downs liet weten dat het album geïnspireerd was door de Mexicaanse traditie van “de Dag van de Dood” die de dood viert als het begin het hiernamaals. Downs en Cohen maakten dit album nadat Cohen de diagnose van terminale ziekte kreeg. Muzikaal bewandelde Downs verder de weg die ze al jarenlang ingeslagen was: ze werd succesvol met het populariseren van traditionele Mexicaanse muziek zonder die te compromitteren en dat is voorwaar een geweldige verdienste. Op ‘Balas y Chocolate’ deed ze dat bovendien wellicht beter en doorleefder dan ooit. De vaak deprimerende teksten staan bijwijlen in schril contrast met de vrolijke en zwierige energie die de muziek uitstraalt: dit dualisme liet de luisteraar achter met een eerder sinister gevoel, alsof je op een carrousel midden de oorlogszone zit. Dit dualisme maakt volgens Downs deel uit van de metaforische Mexicaanse folklore; we citeren haar: “Those are the reasons we survive, and it makes our case for our connection with the Native World, and the wisdom of that tradition which holds nature in such high esteem. Maybe in this times of crisis we connect to that when we express these things.” Maar hoe dan ook: het fascinerende en veelzijdige stemgeluid (met een zeer breed register) van Lila Downs is een ware vreugde voor de mensheid en een lieve lust voor de oren.
publieksprijs: 16,20

CONCERTTIP

SARATHY KORWAR

SARATHY KORWAR

zaterdag 4 november // Cactus Club Brugge
Een migratieverhaal gezien door een muzikale bril, dat was een jaar geleden zowat de achtergrond van ‘Day To Day’, het debuut van jazzcomponist, percussionist en producer Sarathy Korwar. Geboren in de VS, opgegroeid in India en nu levend en wel in Londen. Korwar kan ondertussen een aardig mondje meepraten over de culturele wisselwerking die migratie omgeeft. Zijn debuut werd gretig opgepikt door smaakmakers als Gilles Peterson en Four Tet en twee jaar geleden nog vroeg de dalai lama hem om zijn bezoek aan het Londense Royal Opera House muzikaal op te luisteren. Korwar bracht in India een hele tijd door met het Siddi migrantenvolk, specifiek met The Sidi Troupe of Ratanpur in het landelijke Gujarat, grotendeels geïsoleerd van de rest van India. Dit volk houdt nog steeds vast aan zijn unieke cultuur. Korwar’s veldopnames van hun hypnotische gezangen en hun percussieve van oorsprong Afrikaanse polyritmes onderstutten de muziek op ‘Day To Day’. De Siddi, hoofdzakelijk Sufi moslims, stammen af van de Afrikaanse Bantu, die vanaf de zevende eeuw naar India trokken als kooplui, zeelui en slaven. Die Afrikaanse invloed is er ook nog steeds in sommige teksten die in Swahili gezongen worden: het is een orale traditie waarbij ze in feite niet begrijpen wat ze zingen. Korwar gaf gehoor aan hun improvisatorische geest en vermengt hun repetitieve en devotionele stijl met gelukzalige, spirituele en astrale jazz in de stijl van Alice Coltrane en lome, explorerende grooves waarbij hij zijn drums beroert als waren het tablas. Bij dit alles was Korwar niet zozeer gefascineerd door wat ze speelden maar vooral door hoe, waarbij bovenal hun totale overgave opviel.

Voor Korwar is migratie een sleutelingrediënt bij alles wat hij doet. Multiculturele items zijn bepalend geweest bij de creatie van ‘Day To Day’. Volgens Korwar ervaart iedere migrant spanning en druk en wordt hij raciale ondertonen gewaar die opduiken in de dagelijkse context, vooral wanneer die migrant een kleurtje heeft. Woorden als terrorisme en vluchteling dienen opnieuw onderzocht te worden: betekenissen evolueren steeds. Maar Korwar blijft optimistisch en rekent erop dat zijn muziek tot hoop en ruimdenkendheid kan inspireren. Hij acht zich gelukkig dat er ruimte is voor wat hij omschrijft als “Indiase-jazz-folk-klassieke-elektronische” muziek. Zijn debuut laat zich met niets vergelijken en dat is ook een van de sterke punten van zijn strak en hypnotisch werkstuk dat moeiteloos, organisch en ongekunsteld bruggen slaat tussen een eeuwenoude cultuur en westerse jazz en elektronica. Fascinerend, briljant, mysterieus en begeesterend zijn op zijn zachtst gezegd understatements. Zijn muziek reikt een taal aan die dienst doet als bindmiddel en argument voor meer transculturalisme in de kunst en de samenleving. Oh so fuckin’ brilliant!!!
Ga dat zien en vooral horen.

SONGS VAN DE MAAND

TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – Tita
TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – God Shall Wipe All Tears Away
TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – Ladilikan
MEÏKHÂNEH – Pluies
GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra feat. RACHID TAHA – Duj Duj
GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra feat. RIFF COHEN – Mazel Tov
LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System ft. Ari Up – Underground Roots
LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape (dubinstrumental mix)
QOTOB TRIO - Cone

COVERS VAN DE MAAND

TRIO DA KALI and KRONOS QUARTET – God Shall Wipe All Tears Away (traditional)
GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra feat. RIFF COHEN – Mazel Tov (traditional)
LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System ft. Ari Up – Underground Roots (Lee Perry)