Muzieknieuws december 2017

JIVAN GASPARYAN DUDUK ensemble – Yeraz

JIVAN GASPARYAN DUDUK ensemble – Yeraz

Het bekendste instrument in Armenië is de duduk en de beroemdste dudukspeler is (D)jivan Gasparyan. De duduk (verwant aan de hobo) is een dubbelriet blaasinstrument gemaakt uit Armeens abrikozenhout, en is zo’n drieduizend jaar oud. Er zijn verschillende soorten duduks. De duduk wordt traditioneel begeleid door een tweede duduk. Vrolijke volksmelodieën begeleid door de dhol trommel, maar ook klagende, droevige melodieën en polyfonie (soms zelfs in een kwintet van duduks) behoren tot het dudukrepertoire. De duduk heeft in Armenië een belangrijke functie: het instrument wordt gebruikt bij bruiloften en feesten. Djivan Gasparyan werd geboren in 1928 en toen hij zes was begon hij duduk te spelen. In 1948 werd hij solist bij Armenian Song and Dance Popular Ensemble en bij Yerevan Philharmonic Ensemble. Hij won verschillende prestigieuze prijzen (4 x UNESCO, People’s Artist of Armenia, WOMEX Lifetime Achievement Award). Hij was ook vele jaren als professor verbonden aan de Yerevan State Musical Conservatory. Hij werkte samen met artiesten van zeer uiteenlopende pluimage: Hossein Alizadeh, Sting, Erkan Ogur, Michael Brook, Peter Gabriel, Ludovico Einaudi, David Sylvian…. Tot zijn grootste fans mag hij Brian Eno rekenen. Toen die destijds ‘I Will Not Be Sad In This World’ horde was dit zijn reactie: “Without doubt one of the most beautiful and soulful recordings I have ever heard.” Meer moet dat niet zijn. Eno was blijkbaar zo onder de indruk dat hij in 1989 voor de internationale release zorgde op zijn eigen label Opal Records, meteen het internationale debuut van Gasparyan (het album werd oorspronkelijk in 1983 uitgebracht op het Russische label Melodya). Bij die tweede release werd dat album opgedragen aan de slachtoffers van de verwoestende aardbeving in Armenië op 7 december 1988. Gasparyan schonk de volledige opbrengst aan de hulpacties voor zijn getroffen landgenoten. Met ‘I Will Not Be Sad In This World’ verwierf Gasparyan wereldwijde erkenning.

Voor de opnames van ‘Yeraz’ trok Gasparyan met zijn dudukkwartet naar Geghard, een middeleeuws klooster in Armenië. Dit klooster is deels uitgehouwen uit een berg en omgeven door rotswanden en maakt deel uit van het UNESCO werelderfgoed. Belangrijk voor dit verhaal is de buitengewone akoestiek in het klooster. Dit gegeven gecombineerd met de aanwezigheid van vier klasbakken waaronder die ene wereldautoriteit Jivan is een basisrecept voor onmetelijke schoonheid. Gasparyan en de zijnen toveren pijnlijk mooie, uiterst melancholische, tedere, fijngevoelige, transcendente, contemplatieve en spiritueel intense klanken uit hun duduks en dit alles in een unieke klankkleur waarbij het op bevreemdende wijze lijkt dat je ook een menselijke stem hoort (nee, we hadden geen hallucinogene substanties tot ons genomen). Het klinkt alsof ze de menselijke ziel blootleggen waarbij het spel van deze vier meestermuzikanten doet denken aan de manier waarop John Coltrane de saxofoon bespeelde. ‘Yeraz’ is één langgerekt hoogtepunt en een mijlpaal in Gasparyan’s zo al indrukwekkende catalogus. Het album staat voor de eenvoud van schoonheid en de schoonheid van eenvoud alsook voor de twintigste titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,95

BOUBACAR TRAORÉ – Dounia Tabolo

BOUBACAR TRAORÉ – Dounia Tabolo

Boubacar Traoré, a.k.a. Kar Kar, is een van de grootste Afrikaanse bluesmannen. Hij vertegenwoordigt de schoonheid van de Afrikaanse blues en heeft een uniek en wonderlijk stemgeluid. In de jaren 60 was hij een ster in Mali: men noemde hem de Malinese Chuck Berry. Daarna deemsterde hij wat weg maar in de jaren 80 en 90 werd hij herontdekt. In 2002 verbaasde hij de wereld met het album ‘je chanterai pour toi’, wellicht zijn beste ooit. 75 is hij inmiddels en nu Ali Farka Touré en Lobi Traoré al een tijdje zijn heengegaan is Boubacar de meest eminente bluesman uit Mali. “Als het maximum 5 is dan geef ik hem een 10”, zei Ali Farka Touré ooit over hem. Hij is een bescheiden maar zeer gerespecteerde selfmade man. Hij is nog een van de laatste levende artiesten die zijn carrière begon in de vroege dagen van de Malinese onafhankelijkheid. In tegenstelling tot de meeste van zijn Afrikaanse bluesbroeders speelt Boubacar Traoré akoestische gitaar die samen met diverse traditionele West-Afrikaanse instrumenten voor een rijke klank zorgt. Zonder ooit maar in de buurt van een kopie te komen zijn de gelijkenissen met Ali Farka Touré opmerkelijk. De klankkleur van zijn muziek leunt zeer dicht aan bij het donkere en desolate van de Mississippi blues maar de melodielijnen en de instrumenten zorgen ervoor dat het Afrikaanse karakter sterk aanwezig blijft. Zijn uiterst karakteristieke schorre zang en basale gitaarspel met subtiele intonaties zijn onnavolgbaar en Boubacar Traoré munt uit in grootse eenvoud en soberheid, elegantie, contemplatie en subtiliteit. Zijn soms hartverscheurende nostalgie en melancholie werken rustgevend. In die meer dan vijftig jaar muzikale activiteit is er nauwelijks wat veranderd aan de muziek van Boubacar Traoré maar in al zijn bescheiden en sobere grootsheid deert dat geenszins: zijn mix van blues en Malinese rootsmuziek, gebaseerd op khassonkéritmes blijft intrigerend, fascinerend en aanstekelijk.

Twee jaar geleden schitterde hij nog met ‘Mbalimaou’ die we toen zijn tweede beste cd ooit noemden. Op zijn nieuwe cd ’Dounia Tabolo’ en op zijn oude dag zoekt Boubacar andere wegen op. Hij ging opnemen in Lafayette, Louisiana en ook drie van de vijf begeleidende muzikanten die hij reeds eerder ontmoette op tour zijn Afro-Amerikaanse artiesten uit het zuiden van de States. De keuze van de instrumenten mag verrassend genoemd worden: naast de gebruikelijke gitaren en percussie zijn dat nu harmonica, viool, wasbord en zelfs cello! Het was Traorés intentie de kleur van zijn songs te veranderen met behoud van het originele karakter. Deze gegevens brengen ook stijlwijzigingen mee: er wordt op zeer behendige en vooral organische en coherente wijze gelaveerd tussen blues, folk, cajun en zydeco maar bovenal toont Boubacar Traoré nog maar eens aan dat hij een levende en vitale connectie is tussen Mali en de Mississippi. De inbreng van een cello is een onverwachte en ware voltreffer om nog maar te zwijgen over de virtuositeit van celliste Leyla McCalla die hier voor veel meer dan meerwaarde zorgt. ‘Dounia Tabolo’ is een excellent en zeer verfrissend toonbeeld van transatlantische crossover en een aanschouwelijke bewijsvoering van de stelling dat, ondanks de enorme fysieke afstand, Mali en de Mississippi een muzikale eenheid vormen. ‘Dounia Tabolo’ vormt samen met ‘je chanterai pour toi’ en ‘Mbalimaou’ de essentiële drievuldigheid in het werk van Boubacar Traoré. Deze 73’ durende exquise luisterervaring staat dan ook voor de eenentwintigste titel voor onze ultieme playlist van 2017 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Moge dit boegbeeld van het waardig oud worden nog lang meegaan én musiceren.
publieksprijs: 20,40

SAZ’ISO – At Least Wave Your Handkerchief At Me (The Joys and Sorrows of Southern Albanion Song)

SAZ’ISO – At Least Wave Your Handkerchief At Me (The Joys and Sorrows of Southern Albanion Song)

SAZE is een Zuid-Albanese muziekvorm die zich uit in betoverende, arabeske en vreugdevolle dansen maar ook in hartverscheurende klaagliederen die troost moe(s)ten bieden in harde tijden. Deze stijl is buiten Albanië zo goed als onbekend en daarmee wil dit album hoogdringend komaf maken. Kosten noch moeite werden gespaard: oudgediende producer Joe Boyd (werkte met god en klein pierke maar vooral met Pink Floyd, Nick Drake, Taj Mahal, Cubanismo, Songhai) bracht samen met co-producers Edit Pula & Andrea Goertler een groep virtuoze muzikanten (op viool, klarinet, luit, frame drum en fluit) en plaatselijk legendarische vocalisten bijeen en voor de opnames werd Jerry Boys aangezocht (ook van god en klein pierke maar vooral van Buena Vista Social Club, Ali Farka Touré, Orchestra Baobab). De sleutel die de Albanese deur opende voor Joe Boyd was een samenwerking tussen etnomusicologe en producer Lucy Durán en de Albanese artieste Edit Pula in 2011 voor een BBC-reeks over Albanese muziek. Drie jaar later trok Boyd met Durán naar Albanië en ontmoette er Pula en haar vriendin Andrea Goertler, beiden vurige pleitbezorgers voor traditionele muziek. Het idee voor een opnameproject was geboren. De droom werd werkelijkheid via crowdfunding. Deze saze is iso-polyfonisch: minimaal twee melodische zanglijnen (een lead en een tweede) die constant op elkaar reageren worden gecombineerd met iso (meerstemmig gonzen). Aan het einde van de negentiende eeuw werden aan deze van oorsprong rurale en a capella muziek instrumenten toegevoegd en vanaf dan ontstonden er saze ensembles. Klarinetten en violen namen de plaats in van de zanglijnen en luiten fungeerden als iso. Deze ensembles veroverden al snel stormenderhand de zuidelijke dorpen en steden en speelden op huwelijken, begrafenissen en vieringen allerlei wat ze tot op de dag van vandaag nog steeds doen. De liederen op dit album vertellen over vreugde en smart, liefde en verlies, heldhaftigheid en tragedie. De muziek en de zang doen haast onaards aan en de hoofdtonen zijn melancholie, intense treurnis (vertolkt door de snerpende klarinet die door merg en been snijdt), angstaanjagende en bloedstollende schoonheid. De uiteenlopende stemtimbres die contrasterend maar ook complementerend zijn (hoog en klagerig vs resonant en warm) creëren opwindende harmonieën. Deze uitgave heeft groot belang in het behoud van dit uiterst waardevolle levend muzikaal erfgoed en in het verder ontginnen van Oost-Europese muzikale tradities voor onze oortjes. Voor de gerenommeerde etnomusicoloog en componist Vasil S. Tole is dit album een mijlpaal in de geschiedenis van de Albanese muziek en dat willen wij graag beamen.
Publieksprijs: 18,75

KOMPANÍA – Crisis (Rebétika & Smyrnéïka From Athens)

KOMPANÍA – Crisis (Rebétika & Smyrnéïka From Athens)

Wat gebeurt er met cultuur en muziek tijdens een financiële crisis? De Griekse groep Kompanía beschouwt in de opener en titeltrack van hun derde album ‘I Krísis’ de economische crisis en de wijze waarop “belastingen en politieke partijen die crisis hebben veroorzaakt en het leven ondraaglijk hebben gemaakt”. Het is een lied dat reeds in 1933 werd geschreven door Kóstas Roúkounas maar helaas nog steeds brandend actueel en visionair klinkt, zeker in Griekenland. Het lied sluit ook de cd af maar dan in een Grieks-Spaanse versie samen met de groep Faela! (met muzikanten uit Argentinië, Chili, Engeland en Zweden). Sinds het vorige album onderging Kompanía enkele personeelswissels: zo vertrok Katerina Tsiridou om solo te gaan (zie muzieknieuws 2016). ‘Crisis’ bevat door gitarist Níkos Protopapas geselecteerde klassieke Atheense rebétika- en smyrnéïkaliederen uit de bloeiperiode 1929-1958 met dromerige, zorgelijke, hunkerende en smachtende accenten. Ze gaan over armoede, corruptie, ballingschap, heimwee, “foute” vrienden en liefdes, het nachtleven, overspel, ouzo, drugs en ander fraais waaraan een mens zich vergrijpt om even de crisis te vergeten. Desondanks wordt al deze kommer en kwel vertolkt met een gretige overgave die een live feel geeft aan deze cd, schatplichtig aan hun live-reputatie. Van een culturele crisis is alvast geen sprake bij Kompanía.
publieksprijs: 18,75

BKO – Mali Foli Coura

BKO – Mali Foli Coura

BKO bestaat uit vier Malinese en een Franse muzikant. ‘Mali Foli Coura’ is de opvolger voor hun uiterst geslaagde debuut ‘Bamako Today’. Ze spelen traditionele Malinese muziek maar geven daar een moderne draai aan. Wat BKO volstrekt uniek maakt is -voor het eerst in de geschiedenis van de Malinese muziek- het verenigen van de djelingoni (de gitaar van de griots) en de donsongoni (de luit van de Bambarajagers). Percussionisten Ibrahima Sarr en Aymeric Krol besloten deze twee tegengestelde werelden samen te brengen met de bedoeling een muziek uit te werken die zowel stedelijk is als ingebed in het seculiere Malinese erfgoed. De wortels van hun muziek liggen in de folklore maar we horen ook een elektrische stedelijke invalshoek met een behoorlijke dosis psychedelica. De traditionele snaarinstrumenten worden ondersteund door de djembe van de onovertroffen Ibrahima Sarr en de hybride drumset (een mix van traditionele en moderne drums) van de Franse percussionist Aymeric Krol. Als kleine groep creëert BKO een opmerkelijk volle klank en met Fassara Sacko en Adama Coulibaly (vervanger van Nfaly Diakité) beschikt het over twee zangers met een zeer krachtig en emotief stemgeluid die ook stevig in vocale interactie gaan met de twee percussionisten. Het eindresultaat is een bijzonder geslaagd en accuraat samengaan van traditie en moderniteit met vooral een groot respect voor die traditie en waarbij die moderniteit ook een zinvolle verrijking betekent. In vergelijking met ‘Bamako Today’ horen we weinig nieuws onder de zon -zij het dat de klank meer elektrisch is- maar ‘Mali Foli Coura’ is wel beresterk. Ware het niet dat dit vijftal uit Mali en Frankrijk komt, dit album zou zo kunnen thuishoren in de Congotronics-reeks.
publieksprijs: 18,95

JOSEP MARIA RIBELLES & KEPA JUNKERA – Enllà

JOSEP MARIA RIBELLES & KEPA JUNKERA – Enllà

Harpist Josep Maria Ribelles uit Barcelona maakte tot gisteren deel uit van de groep VONO (voor ons nobele onbekenden). Hij wordt beschouwd als een van de grootste vernieuwers in de Catalaanse folk en meer bepaald in het traditionele Catalaanse harprepertoire. Het Baskische fenomeen Kepa Junkera is een virtuoos op de trikitixa. In ’t schoon Vlaams is een trikitixa een diatonische accordeon. Daarnaast bespeelt hij nog een hele waslijst andere instrumenten, zo o.m. de txalaparta (een soort xylofoon gemaakt van houten balken op twee schragen, die met knotsen wordt bespeeld) en percussie allerhande. Zijn debuut dateert van 1988 en sindsdien toert hij over de hele wereld. In het verleden werkte hij al samen met een hele rist muzikanten van diverse pluimage zoals Carlos Nuñez, Dulce Pontes, The Chieftains, Hedningarna, Justin Vali, Melonious Quartet, Budiño, Leilía, Uxía, Sorginak…. Dit is slechts een zeer kleine greep uit de armada aan muzikanten met wie hij tot nog toe aan de slag ging. Ribelles en Junkera hebben naar verluidt al een lange muzikale samenwerking en conversatie als vertegenwoordigers van twee totaal verschillende culturele tradities. De subtiele en vaak sublieme dialoog tussen harp en trikitixa resulteert in een lieflijk en rustgevend werkstuk met een breed klankenpalet waaronder ook Keltische verwijzingen. ‘Enllà’ is een heuse aanrader voor liefhebbers van Spaanse volksmuziek en daarnaast ook een prima introductie voor de geïnteresseerde leek.
publieksprijs: 18,75

LABELLE – Univers-Île

LABELLE – Univers-Île

Nee, we hebben het niet over het trio dat zich in de jaren 70 de eeuwige roem inzong met ‘Lady Marmalade’. In dit geval is Labelle het geesteskind van de Frans / Canadese componist, muzikant en producer Jérémy Labelle die een huwelijk afsluit tussen maloya, de inheemse ritmes van La Réunion, het geboorteland van zijn vader, met zijn eigen vakgebied: elektronica. Maloya is gebaseerd op de Creoolse gezangen van de slavenarbeiders op de suikerrietplantages. Op zeven van de elf composities laat hij zich bijstaan door een zanger(es) of een muzikant, waaronder de locals Zanmari Baré, Nathalie Natiembé, Hasawa en Maya Kamaty en verder nog Prakash Sontakke, João Ferreira en de grote Ballaké Sissoko. Niet toevallig komen deze nummers het best uit de verf omdat ze kleur en vitaliteit toevoegen aan de wel zeer cleane en smetvrije ambient van Labelle die te vaak stuurloosheid ademt. ‘Univers-Île’ doet ons helaas in vele opzichten denken aan Lamomali, het recente project van Labelle’s landgenoot M (muzieknieuws juli), al heeft Labelle meer te bieden. U had wellicht al begrepen dat wij hier niet bepaald wild van lopen.
publieksprijs: 19,20


REGGAE

DUB PISTOLS – Crazy Diamonds

DUB PISTOLS – Crazy Diamonds

Sinds 1996 mixt de Engelse band Dub Pistols reggae, ska, ragga, jungle, skank, toast, dancehall, dub, brass beats en hip-hop alsof het hun lieve lust is. Ze werkten samen met o.m. The Specials, Horace Andy, Terry Hall, Madness, Greogory Isaacs, Moby, Busta Rhymes…. Ze hebben een stevige livereputatie als feestmachine wat hun diverse studioalbums ook al doen vermoeden. ‘Crazy Diamonds’ is daarvan het zevende in de rij en ook nu weer maakt een hele rist gasten mee het mooie weer: Mc Navigator, Too Many T’s, Seanie T, Earl 16, Lindy Layton, Ragga Twins, Cutty Ranks, Beenie Man. Dub Pistols was gedurende de voorbije twee decennia een belangrijke factor in de innovatie van dub maar stilaan zijn we op een punt gekomen dat er nog weinig nieuws onder de zon te rapen valt al levert dat op ‘Crazy Diamonds’ geen bezwaren. Van a tot z worden we weer eens vergast op een frontale en hymnische extravaganza met vibrerende dubs en rollende bassen als stevige fundamenten. Er zijn duidelijke invloeden van de vroege Asian Dub Foundation en van The Specials. De vraag waarom Dub Pistols een veelgevraagde festivalact is wordt beantwoord op deze stevige en pretentieloze brok feestgedruis.
publieksprijs: 17,15

‘STUDIO ONE BLACK MAN’S PRIDE’ (compilatie)

‘STUDIO ONE BLACK MAN’S PRIDE’ (compilatie)

Sinds 2004 is Soul Jazz Records bezig met het archiveren en inventariseren van de opnames uit de schatkamers van de iconische en baanbrekende Jamaicaanse opnamestudio Studio One. Deze studio kan gerust omschreven worden als de wieg van reggae. In 1963 opende sound system operator Clement “Coxsone” Seymour Dodd zijn eigen studio in Kingston, Jamaica. Samen met het nu legendarische huisorkest The Skatalites giet hij er de funderingen van reggae. De reggaeartiesten die destijds niet in Studio One zijn geweest zijn bij wijze van spreken op de vingers van een hand te tellen. Bob Marley blikte er het prototype van ‘One Love’ in; Lee Perry begon er als buitenwipper en werd vervolgens auditieleider; wat nog volgde is geschiedenis. Clement Dodd overleed op 80-jarige leeftijd en Brentford Road, waar Studio One gevestigd was, werd omgedoopt tot Clement Dodd Boulevard. In Studio One werden meer dan 250 albums en meer dan 6000 singles opgenomen. Sinds jaar en dag beheert en koestert Soul Jazz Records deze muzikale erfenis en schatkamers, o.m. met deze onvolprezen thematische compilatiereeks. Op deze nieuwste uitgave wordt gefocust op zwarte trots en identiteit als centraal thema, essentie en hart van het Rastafarigeloof en als ware kern van alle muziek die gecreëerd werd in Studio One. Klassieke tracks worden afgewisseld met rariteiten en zeldzame opnames, gesitueerd tussen 1968 en 1979. Wij gingen vooral uit de bol bij Alton Ellis, The Gladiators, The Classics, Sugar Minott, The Heptones (met het uiterst heupwiegende ‘Equal Rights’, hét snoepje op dit album) en Cedric Im Brooks, al zijn ook de andere twaalf opnames plusminus essentieel voer. ‘Black Man’s Pride’ is alweer een topper in deze reeks waarop we naar goede gewoonte een goed doordachte en uitgebalanceerde selectie horen en is aldus de zoveelste parel in een uitstekende en vaak essentiële compilatiereeks. Een andere goede gewoonte is het bijzonder goed gedocumenteerde infoboekje dat naar slechte gewoonte teveel knelt in het doosje. Maar dat is dan ook het enige smetje op het blazoen.
publieksprijs: 19,05

 The Rise Of Jamaican Dancehall Culture’ (compilatie)

‘DANCEHALL: The Rise Of Jamaican Dancehall Culture’ (compilatie)

Wij schrijven het niet zo graag maar al enkele decennia is dancehall de spil van het muzikale en culturele leven in Jamaica. De wortels van het genre situeren zich in Kingston in de jaren 50 en het beleefde een explosieve bloeitijd in de jaren 80. In dat decennium ging het ook grote delen van de aardkloot veroveren. Dancehall gaat verder dan muziek: het is ook een wereldje van mode, drugs, wapens, kunst, community en technologie. Van in den beginne werd alle populaire muziek in Jamaica gemaakt om gespeeld te worden in de dancehall, van ska over rocksteady, reggae, rockers, lovers rock, rub-a-dub tot rastahymnes. Toen zich eind jaren 70 een nieuwe stijl manifesteerde leek het haast onvermijdelijk dat die de naam dancehall zou meekrijgen. Door de jaren heen zou dancehall reggae verdringen als de standaard voor Jamaicaanse populaire muziek. Aanvankelijk, in de hoogdagen van Bob Marley,en zeker buiten Jamaica werd deze nieuwe stijl nauwelijks erkend: het werd eerder bekeken als een vergankelijke gril en lompe, simplistische, waarde(n)loze dansmuziek die in het niets verdween vergeleken bij de universele boodschappen van Bob Marley en consorten. Sorry voor de liefhebbers maar wij konden en kunnen ons in grote lijnen aansluiten bij die stelling. In de vergankelijkheid en de gril hebben wij ons samen met vele anderen helaas schromelijk vergist. Natuurlijk is niet alles kommer en kwel op deze compilatie: wij konden bijdragen van Michigan & Smiley, Greogory Isaacs, Eek A Mouse en Cornell Campbell best wel smaken. De fans zullen wellicht uitgebreid smullen van dit 22-gangenmenu uit de periode 1977-1993 met een goed gedocumenteerde menukaart maar voor ons blijft dancehall tot in lengte van dagen het foute broertje in de grote Jamaicaanse muziekfamilie. Tegelijk met deze 2 cd’s verschijnt ook het gelijknamige boek van Beth Lesser.
publieksprijs: 19,05 (2 cd)

‘COPASETIC! The Mod Ska Sound’ (compilatie)

‘COPASETIC! The Mod Ska Sound’ (compilatie)

56 skaklassiekers en -semi-klassiekers uit de Britse mod scene in de jaren 60 aan een weggeefprijs. Met o.a. Desmond Dekker, Baba Brooks, Tommy McCook, Justin Hinds, Derrick Morgan, Lord Creator, Derrick Harriott, Roland Alphonso, Don Drummond, The Skatalites en vooral die vele, vele anderen.
publieksprijs: 8,60 (2 cd)


VINYLRELEASES

- FAYROUZ – Bebalee
publieksprijs: 26,40
- SAZ’ISO – At Least Wave Your Handkerchief At Me (The Joys and Sorrows of Southern Albanian Song)
publieksprijs: 21,35
- TOOTARD – Laissez Passer
publieksprijs: 21,35
- DUB PISTOLS – Crazy Diamonds
publieksprijs: 27,75
- ZIGGY MARLEY – Love Is My Religion
publieksprijs: 14,95 (lp + download card)
- ‘Mista Savona presents HAVANA MEETS KINGSTON’
publieksprijs: 37,25 (2 lp)
- ‘STUDIO ONE BLACK MAN’S PRIDE’ (compilatie)
publieksprijs: 24,50 (2 lp)
- ‘DANCEHALL: The Rise Of Jamaican Dancehall Culture’ (compilatie)
publieksprijs: 28,05 (3 lp)
- ‘The ROUGH GUIDE to the music of WEST AFRICA’ (compilatie)
publieksprijs: 13,15


GOUD VAN OUD

YMA SUMAC – Legend of the Jivaro / Fuego del Ande

YMA SUMAC – Legend of the Jivaro / Fuego del Ande

Bouwjaren: 1957 / 1959
En dan nu graag jullie aandacht voor een (ondertussen onterecht haast bijna vergeten) fenomeen. Uit het oog -of zo u wil uit het oor- is al te vaak uit het hart. Zoila Augusta Emperatriz Chávarri del Castillo, of kortweg Yma Sumac, zag in 1922 het levenslicht in Peru en overleed in 2008 in Los Angeles. Ze had koninklijk Incabloed in de aderen, althans zo luidt toch het verhaal. In 1946 emigreerde ze naar de States (die van Amerika). Ze werd wereldberoemd door haar “buitenaardse” stembereik van vier octaven (de doorsnee mens heeft er zowat twee); zijzelf hield het zelfs op vijf. Ze kon zowel tsjilpen en kwetteren als brullen en grommen en nog heel wat gradaties daar tussenin. Haar grote doorbraak kwam er in 1950 met haar lp ‘Voice of the Xtabay’ en een jaar later werd ze een heuse ster toen ze opdraafde in de Broadwaymusical ‘Flahooley’. Later zou ze ook nog acteren in films. Blijkbaar bestond het fenomeen alternative facts toen ook al want lieden die het blijkbaar niet zo goed met haar voorhadden beweerden dat haar artiestennaam spiegelschrift was voor Amy Camus, een huisvrouw uit Brooklyn. Dit weerhield het publiek niet om van haar te houden en kort daarop werd dit fake news ontzenuwd door een geboorteakte, geleverd door de Peruviaanse overheid (ja Barack, waar hebben we nog zo’n verhaal gehoord). In promotiecampagnes werd haar afkomst nadrukkelijk als verkoopsargument gebruikt; Sumac liet zich naast haar stem ook nog opvallen door een overdaad aan juwelen en flamboyante kledij wat destijds haar “exotische” verschijning extra in de verf zette en haar tot een echte campkoningin maakte, hierin ook geholpen door haar mix van bizarre klanken, haar folkwortels en haar meeslepende podiumpersoonlijkheid. Ze werd door de “ernstige” kritiek nooit voor vol aanzien en veeleer beschouwd als een curiosum en een freak. Eind jaren 60 ging haar ster tanen en verdween ze beetje bij beetje in de marginaliteit, maar gelukkig is haar stemgeluid vereeuwigd en zijn er nog behoorlijk wat opnames van haar beschikbaar. Haar muzikale zwanenzang beleefde ze in 1972 met een mislukt rockalbum. Aan het begin van deze eeuw -in haar laatste levensjaren- kon ze nog genieten van officiële rehabilitatie: in Peru werd ze geëerd met de Orden del Sol (Orde van de Zon) en in Hollywood kreeg ze een ster op de Walk of Fame.

Eerder dit jaar prijkte haar zeer toegankelijke succesplaat ‘Mambo!’ (een perfecte opstap) in deze rubriek en omdat ze ook door ons veel te lang vergeten was mag ze nog eens, nu met de twee opvolgers van ‘Mambo!’ die hier samengeperst worden op 1 schijfje. Als we de info in het hoesboekje mogen geloven dan trokken Sumac en haar toenmalige componist / echtgenoot Moisés Vivanco voor ‘Legend of the Jivaro’, gewapend met een bandopnemer, naar de Jivaro koppensnellers. Als we de legende en de mythe verder mogen geloven dan verzorgden de leden van deze stam ook de backing vocals op deze lp. Wat er ook van zij, ‘Legend of the Jivaro’ klinkt wel degelijk als een artefact en vaak ook als een uiterst bizar en dramatisch rariteitenkabinet. Als we dan al zeer grote twijfels hebben over het mistige verhaal dan hebben we die zeker niet over de vocale prestatie van la Sumac die bijzonder innemend, vurig en aandoenlijk mag genoemd worden. Dat kan ook gezegd worden op het veel toegankelijkere ‘Fuego del Ande’ (haar eerste stereoplaat), een eerbetoon aan haar erfgoed, waarop ze naast twee originele liederen populaire en traditionele Zuid-Amerikaanse folksongs vertolkt in een orkestratie en (soms te groteske) arrangementen van Moisés Vivanco voor gitaren, bas, mandoline en een uitgebreide ritmesectie met o.m. diverse inheemse Peruviaanse drums.
publieksprijs: 10,05


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

AMIRA MEDUNJANIN – Damar

AMIRA MEDUNJANIN – Damar

Amira Medunjanin (of ook kortweg: Amira) wordt beschouwd als de beste sevdahzangeres uit Bosnië. Ze leidt deze traditionele stijl naar nieuwe wegen. Voorheen nam ze reeds op met Mostar Sevdah Reunion, met accordeoniste Merima Kljuco en met jazzpianist Bojan Zulfikarpasic. Amira en haar muzikanten staan er ook voor gekend het traditionele materiaal met bijzonder veel respect en overgave te behandelen. Sevdah zou je kunnen omschrijven als een gevoel (analoog aan fado, blues, rebetika….) en Amira kan als weinig anderen de inherente passie en schmaltz van dat gevoel zeer accuraat capteren. Bovendien slaagt ze er wonderwel in om het onuitspreekbare van sevdah te communiceren. Ook voor ‘Damar’ vormde ze weer team met Bojan Z en samen stonden ze ook in voor de zeer intieme en subtiele productie. De instrumentale arrangementen (voor piano, gitaren, contrabas en percussie) complementeren uitmuntend de verhalen die Amira zingt. Zes van die negen verhalen zijn traditionals (uit Macedonië, Servië en Bosnië); daarnaast horen we nog twee covers en een originele compositie. Die vaak intieme verhalen en klaagliederen gaan veelal over smart, leed, droefheid, hartzeer, smachtend verlangen, geheime liefdes, gesublimeerde melancholie….kortom, het leven zoals het is. Samen met Bojan Z creëerde Amira een onvoorspelbare en hedendaagse benadering van traditionele liedvormen uit de Balkan waarbij het bereikte resultaat die traditie voorbij is, zij het dat ze die met veel respect behandelen. Ze schuwen ook niet een bescheiden inbreng van andere stijlen: zo horen we toetsen van flamenco en invloeden uit Algerije, Argentinië en Japan. Dat resulteert in meesterlijke hedendaagse muziek, geënt op en verankerd in Bosnische traditie, vertolkt door een uitzonderlijke zangeres met een stemgeluid dat tegelijkertijd gedecideerd, helder, krachtig, melismatisch, rijp en ook gevoelig, intiem en kwetsbaar klinkt en de muziek draagt met een groot respect, kortom een streling voor het oor die onuitwisbaar indrukwekkend blijft hangen. Het pianospel van Bojan Z is zeer gevarieerd en volgt nauwgezet de diverse stemmingen ook al beïnvloedt hij de gang van zaken in de verhalen: nu eens klinkt hij zeer sensitief, dan weer scherp en driftig, maar veelal met een jazzy inslag; instrumentaal is hij de bepalende factor. In de tweede helft van de vorige eeuw was sevdah als kunstvorm op sterven na dood: dit uiterst getalenteerde duo hielp zeer actief mee aan de reanimatie en de revitalisatie en dompelt ons nu onder in de diepte van die sevdah.
publieksprijs: 18,00


GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

YOUNG IRANIAN FEMALE VOICES – Songs in the Mist

YOUNG IRANIAN FEMALE VOICES – Songs in the Mist

Bouwjaar: 2017
Elf jonge getalenteerde Iraanse vrouwen (acht zangeressen en drie muzikanten) vertolken op ‘Songs in the Mist’ traditionele Perzische klassieke poëzie en volksliederen van minderheden in Iran. Ze legden een lange weg af om deze cd op te nemen in Oslo. Enkelen onder hen zijn leerlingen van de grote Mahsa Vahdat die ook meewerkte aan het tot stand brengen van dit project (en wiens nieuwe cd aan bod komt onder deze bespreking). In hun thuisland is het sinds 1979 voor vrouwen verboden ‘en plein publique’ te zingen. Zoals vele andere zangeressen weigeren ze om te stoppen met zingen en ligt hun podium nu buiten Iran. Het Noorse muzieklabel KKV (Kirkelig Kulturverksted) maakt er werk van om vele van deze Iraanse zangeressen de kans te geven om cd’s op te nemen en hun culturele erfgoed te blijven uitdragen: dit is een langetermijnproject i.s.m. en met steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. De intentie is om vrouwen een stem en zichtbaarheid op muziekpodia te geven. De begeleiding gebeurt op Perzische instrumenten zoals kamancheh, qanun, tar en baglama. Ze worden nog begeleid door twee Noorse muzikanten: Rune Arnesen op drums en percussie en Gjermund Silset op contrabas. De begeleiding is sober, functioneel en nergens opdringerig. Het gewicht wordt gedragen door de onwaarschijnlijk grootse stemmen in een doorgaans kale, verstillende, soms verkillende en desolate setting. Ook zonder te begrijpen waarover deze vrouwen zingen spatten de diverse emoties (verlangen, verlies, heimwee, nostalgie, verdriet maar ook hoop) van dit schijfje en grijpen ze ook vaak naar de keel en raken ze in het hart. ‘Songs in the Mist’ is een monument van schoonheid en hoop maar ook een duidelijke daad van protest en een schrijnende schreeuw om aandacht voor de positie van de vrouw in Iran (en op nog veel te vele andere plaatsen).
publieksprijs: 18,75

MAHSA VAHDAT | COSKUN KARADEMIR – Endless Path

MAHSA VAHDAT | COSKUN KARADEMIR – Endless Path

We blijven nog even bij het verhaal van KKV waar wij een serieuze boon voor hebben en dat hier al vaker voorbij kwam. Kind aan huis is er de reeds vernoemde Mahsa Vahdat. We vernamen voor het eerst van het bestaan van deze Iraanse zangeres toen ze vijf jaar geleden samen met haar zus Marjan het album ‘Twinklings of hope’ losliet op de wereld. Ze vertolkten daarop traditionele en eigentijdse Perzische poëzie in een ingetogen en pastoraal klinkend muzikaal kader dat een enorme mentale kracht uitstraalde en de luisteraar begeesterde en vooruit stuwde. De excellente zangpartijen (denk daarbij aan Sima Bina) deden de rest en zorgden voor een beklijvende luistervaring. Na zes albums gemaakt te hebben in samenwerking met andere artiesten zoals bv. De Amerikaanse soulzanger Mighty Sam McClain en het Noorse koor SKRUK was ‘Traces Of An Old Vineyard’ twee jaar geleden het eerste soloalbum van Mahsa Vahdat. Het album was opgedragen aan de stad Shiraz en de teksten waren klassieke Perzische gedichten. Vahdat omarmde de moderniteit maar vertelde tegelijkertijd de Perzische muzikale tradities. De essentie van dat album is de aandoenlijke intimiteit in een grote en verbluffende samenhang tussen poëzie, stem en muziek. Maar de allergrootste constante troefkaart van Vahdat is ongetwijfeld haar scherpe, krachtige, vloeiende, evocatieve, expressieve, rijke en indrukwekkende stem. Die troefkaart demonstreerde ze vorig jaar nog eens ten volle en helemaal solo en a capella op ‘The sun will rise’: dat was meteen ook de eerste keer dat een vrouw dat deed in de Iraanse muziekgeschiedenis. Ze omschreef die onderneming als een pelgrimstocht naar een schoonheid die besmet was door liefde en dromen. Vahdat beschouwt haar stem als haar thuisland en haar lichaam als haar instrument.

Op het nieuwe album ‘Endless Path’ gaat Vahdat scheep met de Turkse zanger Coskun Karademir die ook nog op de kopuz tokkelt, een oud fretloos aan de luit verwant snaarinstrument uit de Centraal-Aziatische muziek. Tot op vandaag was Karademir voor ons een onbeschreven blad maar in Turkije geldt hij naar verluidt als een instituut. Dit gelegenheidsduo wordt verder nog begeleid door de Turk Özer Özel op tamboer, de Turk Ömer Arslan op percussie en de Iraniër Mahdi Teimori op ney (een fluit uit de Perzische, Turkse en Arabische muziek). ‘Endless Path’ wordt gedragen door verhalen, gedichten, melodieën en beelden en verenigt de dichters Rumi (Perzië) en Yunus Emre (Anatolië) en de Noorse visuele artiest Emanuel Vigeland in wiens mausoleum in Oslo deze opnames plaatsvonden. Dat mausoleum beschikt over een impressionante en sterk weergalmende (echo’s van 14 seconden) akoestiek die deze liederen alle eer aandoet. Turkije en Iran hebben een eeuwenlange esthetische en culturele connectie. Als buren en handelspartners met gemeenschappelijke reisroutes reflecteert hun connectie zich in de tonaliteiten, metaforen en poëtische referenties die we horen op de sobere, meditatieve, aangrijpende, vaak melancholische en troostrijke liederen op ‘Endless Path’. Sinds mensenheugenis hebben Perzische en Anatolische poëzie elkaar omarmd. In het tekstboekje vind je de Engelse vertalingen van de hier gezongen gedichten van Rumi en Emre. Voor het stemwerk van Mahsa Vahdat waren we al langer plat op de buik gegaan en dat doen we nu ook voor dat van de voor ons tot gisteren nobele onbekende Coskun Karademir die we vanaf vandaag een ware ontdekking kunnen noemen: zijn hyperintense stem is een wonderlijk vat vol emoties en moet in niets onderdoen voor die van Vahdat. Deze tandem is een gouden duo (ook al zingen ze slechts een keer samen) en het resultaat van hun samenwerking is een waarachtig werk van schoonheid en een verstillend en intens intiem werkstuk, ontdaan van alle gimmicks en kunstgrepen, dat hopen kippenvel bezorgt.
publieksprijs: 18,75


SONG VAN DE MAAND

BOUBACAR TRAORÉ – Dis Lui Que Je L’Aime Comme Mon Pays (Radio Edit)