Muzieknieuws juni 2018

FEEST IN'T PARK

FIP













Feest in’t Park is een gratis mondiaal festival dat al enkele decennia een traditie is in Brugge. Naast de muziek valt er nog heel wat te beleven. Zo kan je o.m. genieten van een steltenact en kan je aan de slag met zeefdrukken. Er is naar goede gewoonte ook een wereldkinderdorp met crea-, dans- en muziekworkshops en ook de taalcarrousel is terug van de partij waar je je kan wagen aan een portie ‘moedertalen’. Geest en lichaam kan je voederen in de Bazaar met info van Noord-Zuidorganisaties, wereldkeuken en fairtradebar. Het wordt ook uitkijken naar wat het productiehuis CirQ in petto heeft. Afspraak op zaterdag 30 juni in het Minnewaterpark te Brugge vanaf 14u.

Nog niet overtuigd om te komen? Dan leggen we nu nog een grote muzikale troefkaart op tafel, in de gedaante van een bijzonder en prettig gestoord Antwerps orkest dat de beste beentjes zal voorzetten op het podium.

ANTWERP GIPSYSKA ORKESTRA

ANTWERP GIPSYSKA ORKESTRA

Dit wel zeer prettig gestoorde Antwerps-multiculturele gezelschap debuteerde in 2007 met het toepasselijk getitelde ‘Tuttilegal’: alle leden van het orkest hadden eindelijk legale papieren. Sindsdien hebben ze daar ook gebruik van gemaakt om hun unieke en aanstekelijke gipsy-ska mix voor te stellen aan de rest van de wereld. Vier jaar na hun debuut brachten ze een tweede album uit, ‘I Lumia Mo Kher’ (‘de wereld is mijn huis’) waarop ze hun Roma gipsy en ska op pittige, avontuurlijke en rauwe wijze doorspekten met drum ‘n’ bass, samba, salsa, reggae, hip hop en dubstep. Hun muziek is ondertussen bijzonder gegeerd in Midden- en Oost-Europa maar ook in de Kaukasus, Rusland, Japan en Zuid-Amerika zijn ze al lang geen onbekenden meer. Drie jaar geleden verscheen ‘Kilo Gipsyska’, een wat ons betreft te toegankelijk en te lichtvoetig album. Maar wat er ook van zij: wij kijken heel erg uit naar hun verschijning op FIP. Jullie ook?
Naast de klanken van AGSO word je ook nog vergast op die van Remork & Karkaba (unieke Brusselse combi van fanfare en percussiegroep met een gnaoua trance repertoire), Arumbo (Brussel), Djeli Moussa Condé (Guinee) en Team DAMP (DJ duo + MC uit Bruhhe met een hart voor reggae, dancehall en alles wat naar de Caraïben ruikt).


INDIA in een ander perspectief

NORDIC RAGA – Nordic Raga

NORDIC RAGA – Nordic Raga

Nordic Raga dwarst met erg veel gevoeligheid, diepgang en virtuositeit twee rijke muzikale tradities en combineert daarbij naadloos de improvisatorische traditie van Zuid-Indiase (Karnatische) klassieke muziek (in de handen van meestervioliste Jyotsna Srikanth) met de tradities, schalen, ritmes en soundscapes van Noord-Europese folk. Nordic Raga is het initiatief van de Zweden Dan Svensson (percussie, zang) en Pär Moberg(saxen, fluiten, harmonica, didgeridoo). De virtuoze Jyotsna Srikanth (muzieknieuws oktober 2015) is afkomstig uit Bangalore, het centrum van de Karnatische muziek. De Zweedse violist Mats Edén (bespeelt hier de viola d’amore) stamt dan weer uit de Zweedse Värmland traditie en leverde baanbrekend werk voor de revival van Zweedse folk sinds de jaren 70.
Mede dankzij de elegante arrangementen en de stijlvolle mix krijgen we te maken met grootse, rijke, resonante, pastorale en evocatieve roots muziek die geenszins het experiment schuwt en voluit ruimte biedt aan spontaneïteit.
publieksprijs: 13,15

 The Indo-Jazz Sessions

GUILLAUME BARRAUD QUARTET – Arcana: The Indo-Jazz Sessions

Op ‘Arcana: The Indo-Jazz Sessions’ reflecteert de Franse fluitist Guillaume Barraud de spirit van India door een jazzspectrum. Jarenlang studeerde hij bij de legendarische Indiase fluitist Hariprasad Chaurasia en nu exploreert hij samen met zijn hedendaags jazzkwartet de klank van de bansuri (Indiase fluit). Zijn betrachting was de grenzen van de bansuri te verleggen en het instrument een nieuwe koers te laten varen. Barraud combineert naadloos diverse muzikale concepten uit zowel westerse als Indiase tradities. Doordrongen van de sacrale kleuren is ‘Arcana’ een mijlpaal geworden in het werk van Barraud: op uiterst elegante wijze alsook met veel gevoel voor improvisatie integreert hij de bansuri en haar erfgoed in de context van hedendaagse jazz en samen met zijn drie collega’s doet hij dat in een eclectische en baanbrekende benadering die wellicht het meest gesmaakt zal worden door jazzliefhebbers.
Barraud formeerde zijn kwartet in 2015 dat verder bestaat uit de Britse gitarist Tam De Villiers, bassist Johann Berby uit Reunion en de Belgische drummer Xavier Rogé. ‘Arcana’ werd live opgenomen in nauwelijks twee dagen.
publieksprijs: 13,15


A HAWK AND A HACKSAW –Forest Bathing

A HAWK AND A HACKSAW –Forest Bathing

In 2009 werden we bijzonder aangenaam verrast door ‘Délivrance’ van deze achtkoppige Amerikaanse band rond het spitsduo Jeremy Barnes (voorheen actief bij Neutral Milk Hotel) en Heather Trost (voorheen actief bij Josephine Foster). Hoewel dat reeds hun vierde album was betekende ‘Délivrance’ voor ons toch de eerste kennismaking. Twee jaar later presenteerden ze de wereld ‘Cervantine’: de verwachtingen waren hoog en het verrassingseffect moest plaats maken voor bevestiging. En bevestigen en de verwachtingen overtreffen deden ze met de vingers in de neus; het album was meteen een van de toptitels van 2011. Dit duo uit New Mexico exploreert Oost-Europa. Het resultaat is een grote fascinatie voor folk- en zigeunermuziek uit de regio en ook uit Turkije, waar ze al vele concerten gaven. Ze woonden trouwens ook een tijd in Boedapest. Het hele verhaal doet ook denken aan dat van Beirut en van Orchestre International Du Vetex: frisse, originele en uitdagende Balkanmuziek ziet de voorbije jaren vooral buiten die Balkan het licht. AHAAH vertolkt Oost-Europese muziek (met een Midden-Oosten tintje) op eigenzinnige, originele en authentieke wijze. Voor hun zesde album met een onmogelijk lange titel gingen ze vijf jaar geleden terug naar de duoformule en weer wisten ze ons uitermate te verrassen. Wij dus blij als een kind toen ‘Forest Bathing’ in de bus viel. Ook nu gaan Barnes en Frost op een volledig zelf gepend album resoluut verder op de ingeslagen weg waarvan nog niet alle hoekjes en kantjes ontdekt waren en weer is het evocatieve vioolspel van Frost het meest prominente en kenmerkende element dat zeer bepalend is voor de atmosferische en ruraal klinkende benadering en zeer uiteenlopende sferen en stemmingen vertolkt. Verder speelt Frost nog viola, autoharp en mellotron en Barnes neemt accordeon, dulcimer, orgel, mellotron, autoharp, tapan en riq voor zijn rekening. Enkele gastmuzikanten zorgen nog voor begeleiding op klarinet, cimbalom, tenorsax, contrabas en gitaar: de meest in het oog springende namen onder hen zijn Cüneyt Sepetci (cd-nieuws augustus 2013) en Unger Balász. Het ingeslagen pad wordt ook verlaten richting het Midden-Oosten maar de aanpak blijft onveranderd dezelfde.

AHAAH did it again: voor de zoveelste keer op rij leveren ze een ambachtelijk en meeslepend werkstuk af dat ook nog eens getuigt van grote openheid. De muziek die we hier horen is levendig, verrassend, mysterieus, merkwaardig, zeer divers en bovenal uitzonderlijk inventief. Ze bevat de weeklagende scherpte van klezmer, de harmonische eigenaardigheid van acid folk en het gebogen snarenwerk van zigeunerwalsen. ‘Forest Bathing’ van AHAAH is de zevende titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 13,05

CATRIN FINCH & SECKOU KEITA – Soar

CATRIN FINCH & SECKOU KEITA – Soar

‘Soar’ is een intercontinentale muzikale ontmoeting. Catrin Finch is een Welshe concertharpiste. Toen ze zes was raakte ze in de ban van de harp nadat ze de Spaanse harpiste Marisa Robles aan het werk had gezien. Ze heeft een klassieke achtergrond maar werkte in het verleden ook al samen met artiesten uit de wereldmuziek, met name de Colombiaanse groep Cimarrón en de Malinese koravirtuoos Toumani Diabaté. Seckou Keita is een Senegalese koraspeler. Zijn moeder komt uit een griotfamilie en zijn vader is een afstammeling van Mandinguekoning Sundiata Keita. Seckou Keita is een geschoolde en zeer bedreven koraspeler en drummer (op dit album beroert hij enkel de kora). Hij werkte ook al samen met Cubaanse, Indiase en Scandinavische muzikanten. Vier jaar geleden hadden Keita en Finch hun eerste muzikale ontmoeting en die resulteerde in ‘Clychau Dibon’, een ware streling voor de oren. De harp en de kora zijn haast vanzelfsprekend muzikale partners en bovendien vrij naaste familie. Beide muzikanten komen dus uit uiteenlopende achtergronden maar de muziek uit zowel Wales als Mali is doorheen de geschiedenis generaties lang oraal doorgegeven. Als motief voor dit nieuwe werk werd gekozen voor de zeearend, een vogel die migreert tussen West-Afrika en Noord-Europa. Hoewel er een frappante gelijkenis is in de klank van beide instrumenten is de wijze van bespelen zeer verschillend. De glasheldere productie van Keita heeft er mee voor gezorgd dat de technische subtiliteit in het spel van zowel Finch als Keita goed te horen en vooral goed te onderscheiden is. Beide muzikanten produceren zeer subtiele en adembenemende muziek met een torenhoge finessegraad waarbij het aangeraden is je ten zeerste te concentreren om deze muzikale weldaden tot in de details te absorberen. Deze cd is een streling voor de oren en geeft het gevoel dat je een heerlijke dag aan zee beleeft: de harp en de kora rollen aan en af alsof het golven zijn. De wisselwerking tussen beide muzikanten is opmerkelijk, fascinerend en magisch en de spaarzame zang is een toegevoegde waarde. Beurtelings nemen ze de leiding in het spel of nemen ze een ondersteunende en dienende rol aan. We horen vooral trage, gevoelige en delicate passages maar ook snelle en zwierige. Met heel veel respect en enthousiasme brengt dit vernuftige duo de culturen van Wales en Senegal zeer dicht bij elkaar. In grote lijnen brengt ‘Soar’ in vergelijking met ‘Clychau Dibon’ meer van hetzelfde maar dit is absoluut geen bezwaar. De twee meesterwerkjes van dit ingenieuze duo doen ons ook nog denken aan twee andere producties die als referentie zeker kunnen tellen, ook al staat het werk van Finch en Keita geheel en al op zichzelf. Acht jaar geleden ondernamen de Malinese koraspeler Ballaké Sissoko en de Bretoense cellist Vincent Segal al een soortgelijke onderneming met hun adembenemende cd ‘Chamber Music’ (en vijf jaar later nog eens glorieus overgedaan op ‘Musique De Nuit’). De tweede referentie behoeft geen verdere uitleg: ‘Renaissance De La Harpe Celtique’ van Alan Stivell. Bij deze muziek wordt een mens, en ook alles er omheen, helemaal stil en kan je helemaal weg dromen. ‘Soar’ van Catrin Finch en Seckou Keita is dan ook de achtste titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Tenslotte geven we nog een dikke pluim weg voor het prachtige en uitstekend gedocumenteerde info- en fotoboekje.
publieksprijs: 15,25

TAL NATIONAL – Tantabara

TAL NATIONAL – Tantabara

In Niger blijkt Tal National naar verluidt de populairste nationale groep te zijn; buiten het thuisland heeft de groep nog niet de naambekendheid van hun landgenoten Bombino, Etran Finatawa en Mamar Kassey. De groep werd in 2000 opgericht door gitarist Almeida (echte naam: Hamadal Issoufou Moumine) die in het dagelijkse leven ook rechter is en in een vorig leven een bekende voetballer was. Hun vijfde album ‘Tantabara’ is hun derde internationale release. Ondanks de vaak erbarmelijke omstandigheden waarin in Niger dient gewerkt te worden en het gebrekkige materiaal waarvan ze zich moeten bedienen produceert Tal National voortreffelijke werstukken, mede dankzij de Amerikaanse klanktechnicus en co-producer Jamie Carter, maar vooral door het ongebreidelde enthousiasme van de muzikanten. Het heeft de groep geen windeieren gelegd want vijf jaar geleden leverde de cd ‘Kaani’ een eerste tournee door de VS op en belandde die ook in de album top-10 van 2013 bij The New York Times. Dit zestienkoppig collectief bevestigt de status van Niger als cultureel knooppunt langs de aloude handelsroutes en als smeltkroes van verschillende etnische groepen: zowel Songhoy, Fulani, Hausa als Tuareg zijn vertegenwoordigd in Tal National. De muzikale inspiratie komt uit diverse tradities zoals highlife, soukous, afrobeat, desert blues…. Op ‘Tantabara’ wordt er verder gebouwd op de fundamenten van de twee voorgangers ‘Kaani’ en ‘Zoy Zoy’. De bezongen thema’s zijn al even divers als de tradities waaruit ze geplukt zijn. De muziek is scherp gerand, vrolijk warrig, kleurrijk, helder, opgewekt en duizelingwekkend snel en doet in menig opzicht denken aan de energie, de snelheid, de dolheid, de razernij en de geluidsmuur van Konono N°1 maar dan met een meer gevarieerde textuur. Opnieuw kan het vaak adembenemende en duizelingwekkende eindresultaat het best omschreven worden als Afrikaanse rock met een torenhoge intensiteit en een rijke, golvende, hypnotische, polyritmische en hybride klank(mozaïek). Tal National zelf omschrijft haar muziek als ‘Trad-Moderne’. Er wordt zeer strak gespeeld en gezongen: gitaren, verrukkelijke vocalen en percussie zijn de bepalende factoren in deze cascade van energie. Dat strakke hebben ze misschien wel gepuurd uit hun jarenlange podiumervaring, waarbij ze zeven dagen in de week sets van vier tot vijf uren brachten. Samen met de jaren ervaring bevat de klank van deze muzikale tikkende tijdbom steeds meer dimensies. STRAF SPUL! Slechts 1 kleine randopmerking: wil iemand dit gezelschap eindelijk eens een andere hoesontwerper aan de hand doen?
publieksprijs: 17,05

SIDI TOURÉ – Toubalbero

SIDI TOURÉ – Toubalbero

Mali en gitaristen: het is me wat; het is er zeker geen knelpuntenberoep. Neem nu Sidi Touré: de man is een zanger / gitarist / componist uit Bamako. Hij is al meer dan 40 jaar actief, won tal van prijzen in Mali en is een ster in West-Afrika. Toch maakte hij pas in 1996 zijn eerste eigen plaat en vijftien jaar later nog maar zijn tweede. Maar de voorbije jaren kwam er een stroomversnelling in zijn productie, want zie, ‘Toubalbero’ (een grote traditionele trommel die een gemeenschap samenbrengt) is ondertussen zijn vijfde album. Sidi Touré is een man die zijn roots koestert maar ook uitdaagt. Zijn muziek wordt omschreven als songhay (in begrijpelijk Nederlands zou je dit ook Sahel folk en blues kunnen noemen). Hij laveert tussen takamba (een oeroude traditie uit het zuiden van de Sahara) en trance. Zoals op zijn vorig werk toont Touré zich weer als een ware virtuoos met een zeer gediversifieerde sound; jarenlang optreden zal hieraan wellicht niet vreemd zijn. Zijn zeer levendige muziek wordt voortgedreven door bedreven en gedreven gitaarwerk, hypnotische, uitbundige en complexe ritmes, zijn verbluffende stem, gelaagde songs en uiterst inventieve veelzijdigheid. Complexe gitaarpartijen wervelen rond gesyncopeerde beats. Er zijn nu duidelijk meer rockinvloeden te horen dan voorheen en Touré wordt hierbij uitstekend bijgestaan op bas, drums, elektrische gitaar, ngoni en door een tweede zanger, Boubou Diallo. In tegenstelling tot veel van zijn Malinese collega’s kon Sidi Touré nog niet genieten van de interesse en de aandacht van westerse muzikanten en producers. Als je zijn muziek goed beluister kan je je afvragen waarom dat dan wel zo is maar een andere mogelijke bedenking kan zijn dat hij dat wellicht ook niet nodig heeft. Thematisch is er onvermijdelijk de instabiliteit in Mali maar ook het potentieel van het land en boodschappen van vrede, eenheid en hoop: deze tweedeling is ook merkbaar in de stemmingen van de songs. Met ‘Toubalbero’ heeft Sidi Touré een beduidende artistieke progressie geboekt en brengt hij zijn sterkste werk tot op vandaag. En zo raakt de letter M in ons platenrek wel overbevolkt.
publieksprijs: 18,15

DJÉNÉBA & FOUSCO – Kayeba Khasso

DJÉNÉBA & FOUSCO – Kayeba Khasso

En we blijven nog even in Bamako waar het althans muzikaal fijn vertoeven is. Zangeres Djénéba Kouyaté en zanger / gitarist Fousco Sissoko zijn een ontdekking van koravirtuoos Ballaké Sissoko die hier ook op een nummer te horen is. De twee ontmoetten elkaar in 2011 in het naar verluidt populairste talentenconcours in Mali. Van het een kwam het ander: ze werden onafscheidelijk op het podium en niet veel later ook privé en een jaar later waren ze al getrouwd. In 2015 werden ze door Ballaké Sissoko uitgenodigd op het Africolor Festival in Parijs waar ze een artiestenresidentie voor twee jaar in de wacht sleepten. Daarvan maakten ze o.m. gebruik om dit album te ontwikkelen. Hun inspiratie halen ze bij de Malinese griottraditie en bij de liedjesschrijvers (zoals Habib Koïté en Boubacar Traoré) uit Kayes, hun geboortestreek. Zoals zo velen van hun landgenoten vermengen Djénéba & Fousco traditionele West-Afrikaanse melodieën met westerse technieken en muzikale thema’s. We horen in zes door Fousco geschreven uitstekende liedjes en drie traditionals, gezongen door twee wendbare stemmen en begeleid op gitaar, cello (die een bijzondere meerwaarde biedt) en drums (en door nog een rist gasten), een mix van snelle en trage ritmes, van upbeat en dansbaar tot wiegende ballads, alsook invloeden uit diverse stijlen gaande van Mandinka over reggae, assouf en blues tot zelfs een vleugje rock ‘n’ roll. Thematisch schuilt er veel nostalgie naar hun geboorte- en thuisstreek in de teksten: zo wordt o.m. de realiteit bezongen van zij die gedwongen vertrekken op zoek naar werk. Ook bezingen ze de jeugdcultuur in Bamako en hun verlangens naar en hoop op een gelukkige toekomst. ‘Kayeba Khasso’ is een zeer fijn debuut van twee talenten.
publieksprijs: 20,40

AMSTERDAM KLEZMER BAND & SÖNDÖRGÖ – Szikra

AMSTERDAM KLEZMER BAND & SÖNDÖRGÖ – Szikra

‘Szikra’ is een samenwerking (niet enkel op cd en lp maar ook op tournee) tussen twee bands die wij een bijzonder warm hart toedragen. De zevenkoppige Amsterdam Klezmer Band uit Mokum begon 22 jaar geleden als een straatorkest dat traditionele Joodse dansmuziek speelde. Maar al snel groeide het orkest uit tot een ensemble dat vele stijlen aandurft. Hun muziek beperkt zich al lang niet meer tot klezmer en balkan: invloeden van diverse genres (o.a. uit Turkije, Oost-Europa en Noord-Afrika) hebben beetje bij beetje hun ingang gevonden en resulteerden vaak in een unieke mishmash van klezmer en balkan met scherpe percussie en elektronica alsook in een vaak uitzinnige crash die ons bij momenten deed denken aan The Kyteman Orchestra. Hun muziek baadt in een variatie van uiteenlopende genres en maatsoorten (sirba, turbo polka, cocek, oom-pah, oneven maatsoorten). Het spel van AKB is steeds virtuoos en de spelvreugde en het jolijt lopen er van af. AKB brengt dansmuziek par excellence die ook de meest weerbarstige strijkplanken overstag doet gaan. Klezmerfans zullen het wellicht niet fijn vinden dat instrumenten als de viool en de tsimbl ondertussen achterwege werden gelaten en dat de groep steeds meer haar toevlucht nam tot geprogrammeerde geluiden, maar so be it. Hoe dan ook voegde die stapsgewijze koerswijziging een nieuwe dimensie toe aan het groepsgeluid en ook aan klezmer. In tegenstelling tot bij traditionele klezmer wordt bij AKB veel gezongen en in het geval van frontman Job Chajes is dat een uitstekende zaak: zijn zang en raps zijn een lieve lust voor de oren. De tragere liederen worden doorgaans gedragen door de doodgraversstem van Alec Kopyt. Vaak wordt AKB de ‘Magnificent Seven van klezmer en balkan’ genoemd. Ze hebben een ijzersterke livereputatie: waar AKB is langs geweest, daar is het feest geweest. Maar niet alles is feestgedruis, er is ook voldoende ruimte voor de humor en de melancholie, eigen aan klezmer en balkan. Niet enkel in Europa heeft dit gezelschap een enthousiaste achterban, maar ook in Turkije, Brazilië, de VS (die van A) en Canada. Ze zijn graag geziene gasten op festivals (Dranouter, here they come!) en ook onder collega-muzikanten is de band geliefd: regelmatig worden ze gecoverd en geremixt (o.a. door Shantel); deze remixes zijn ook wereldwijd te horen in clubs.
23 jaar geleden ontmoetten de drie muzikale broers Eredics en nog een neef van hen Attila Buzás in Szentendre, Hongarije: Söndörgö was geboren. Alle vijf hebben ze gemeen dat ze tambura spelen. Nog steeds trakteren ze de wereld gul op hun niet te stoppen tamburitza. Hoe ze dat doen viel twee jaar geleden te horen op het uitmuntende ‘Live Wires’. De jaren daarvoor leerden wij dit vijftal kennen via hun verbluffende albums ‘Tamburising’ en ‘Tamburocket’. De tambura is een gevestigd en populair snaarinstrument (lijkt een beetje op de mandoline en de bouzouki) bij de Servische en Kroatische gemeenschappen in Hongarije. Het instrument is waarschijnlijk van Turkse origine en kan bespeeld worden als solo-instrument, maar meestal wordt het gebruikt in kleine orkesten, zoals bij Söndörgö, een multi-etnisch familieorkest (met een vreemde eend in de bijt). De vijf muzikanten bespelen, naast nog andere instrumenten, verschillende types tambura. Söndörgö doet meer dan het terug opleven van deze traditionele Servische en Kroatische muziek, het orkest exploreert en herwerkt ook muziek van dieper in de Balkan met Macedonische, Bulgaarse, Turkse, joodse en zigeunerinvloeden en voegt ook nieuwe lagen toe aan die tradities. Ook al gaat het om muziek die door de traditie is geïnspireerd, dan toch heeft het spel niets weg van wat wij kennen als traditionele Hongaarse en andere Oost-Europese muziek: Söndörgö klinkt lichtvoetig, dartel, energiek, aanstekelijk, veerkrachtig en uiterst delicaat. De groep combineert op meesterlijke wijze respect voor de tradities met de drang tot vernieuwing en doet dit met een bruisende virtuositeit. Iemand een etiket van doen? Dan opteren we voor Hongaarse Nu-folk.
Dan is er de vraag van een miljoen: zal de mayonaise pakken wanneer deze twee uitzonderlijke bands het samen doen? Ja, dat doet die zeker. De constante is de vaststelling dat hier met enorm veel goesting aan gewerkt is en dit aan windkracht zeven. De afzonderlijk kenmerkende groepsgeluiden convergeren hier organisch en met open vizier naar een nieuw groepsgeluid dat vonken genereert, afkomstig van een “nieuwe” groep: het intrigerende eindresultaat staat in deze samenwerking voor veel meer dan de optelsom der aparte delen, waarbij extra dynamiek, uniciteit en identiteit wordt toegevoegd. Dit alles zorgt er voor dat ‘Szikra’ garant staat voor meer dan 73 minuten puur genieten.
publieksprijs: 20,90

Zaterdag 4 augustus is deze unieke combinatie te bewonderen op de mainstage van Festival Dranouter alwaar jullie ook kunnen genieten van onze (h)eerlijke Oxfamdrankjes.

BCUC – Emakhosini

BCUC – Emakhosini

BCUC of voluit Bantu Continua Uhuru Consciousness is een jonge zevenkoppige groep uit Soweto die furore maakt in Zuid-Afrika. Zang en hechte harmonieën speelden steeds een dominante rol in de stijlen van de townships maar bij BCUC krijgen die een update, een deconstructie en een herwerking met krachtig maar ook subtiel drum- en baswerk. Als invloeden vermeld de groep James Brown en Fela Kuti maar ons doet BCUC ook terugdenken aan de hoogtij van Mahlathini and the Mahotella Queens, begeleid door Makgona Tsohle Band. ‘Emakhosini’ bevat slechts drie nummers: twee extra lange (19:11 en 16:41) en een korte (3:11). We horen een mix van aloude voorouderlijke en inheemse en van moderne (funk, hip hop, punk) invloeden in een kenmerkend Zuid-Afrikaanse stijl maar ook met dramatische, woeste en dreigende accenten en passages die doen denken aan het beste uit de Congotronics producties. De muziek bezit een ontzettende dynamiek en is voortdurend in evolutie: soms dooft die uit, dan komt er een drastische koerswijziging en wordt er opgebouwd naar een razende climax. Het urgente en inventieve basspel zorgt voor de lijm voor stemmen en percussie. Het korte slotlied ‘Nobody Knows’ start als een versie van de oerspiritual ‘Nobody Knows The Trouble I’ve Seen’ maar al snel blijft de strofe steken en raakt die nooit bij Jezus en wordt die gekaapt door rauwe gezangen, rap en percussie. BCUC is een ontdekking van formaat.
publieksprijs: 18,95

EBO TAYLOR – Yen Ara

EBO TAYLOR – Yen Ara

Zanger / gitarist / componist / arrangeur Ebo Taylor is een veteraan (82) uit de Ghanese muziek. Hij maakt al zes decennia lang een unieke mix van highlife, konkoma en afrobeat. Toch duurde het tot 2010 vooraleer er van dit zeer goed bewaarde geheim werk verscheen buiten Afrika, met name het album ‘Love And Death’, een gedeeltelijke heruitgave van ‘Conflict’ uit 1980, aangevuld met nieuw materiaal. Dat album maakte van hem voor niet-Afrikanen een ontdekking op late leeftijd. Twee jaar later volgde dan zijn eerste internationale release die volledig uit nieuw materiaal bestond, ‘Appia Kwa Bridge’. Lang geleden, toen de dieren nog spraken, werd hij als jazzmuzikant geschoold in London, waar hij regelmatig jamt met Fela Kuti. Met hun kennis van jazz en funk verrijken ze highlife en afrobeat. Fela Kuti doet er zijn voordeel mee en wordt een wereldster terwijl Ebo Taylor in de vergetelheid geraakt. Decennia later wordt de man dus heropgevist en is er het zeer ruim verdiende eerherstel. Met aanstekelijke grooves mikt Ebo Taylor voluit op de heupen maar soms raakt hij ook rechttoe rechtaan in de buik. De man kan samengevat worden in twee woorden (altijd met twee woorden spreken): grote klasse.
Zijn nieuwste album nam hij live op in de studio met gelegenheidsgroep Saltpond City Band (met twee van zijn zonen) in een productie van de alomtegenwoordige Justin Adams die her en der ook nog voor wat gitaargetokkel zorgt. Hyperenergieke maar ook malse en schuimende grooves in uiteenlopende tempi en ritmische detonaties zorgen voor onweerstaanbare, verrukkelijke, opwindende, goed doordachte en uitmuntend uitgevoerde muziek met de onwaarschijnlijk strakke blazers vaak in een glansrol. Van deze muziek worden wij geweldig blij.
publieksprijs: 20,65

MÉLISSA LAVEAUX – Radyo Siwèl

MÉLISSA LAVEAUX – Radyo Siwèl

De Canadese zangeres / gitariste Mélissa Laveaux werd geboren uit Haïtiaanse ouders. Op haar eerste twee cd’s bracht ze een mix van folk en indie rock. Op ‘Radyo Siwèl’ (genoemd naar de oude rurale orkesten in Haïti) delft ze in haar Haïtiaanse erfgoed en restylet ze oude Creoolse folksongs over Vodou godheden en protestliederen tegen de Amerikaanse bezetting (1915-1934) van Haïti. Dit betekent niet dat we hier een folky klank geserveerd krijgen, daarvoor zit het puntige en scherpe gitaarspel te veel op de voorgrond. Bovendien zitten het instrumentengebruik en de arrangementen helemaal in vandaag. Oorspronkelijk plande ze een album met enkel covers van liederen van Martha Jean-Claude, legendarische zangeres en verbannen burgerrechtenactiviste. Maar eenmaal in Haïti stootte ze op een ruime schat aan inheemse muziek. Populaire gelaagde, allegorische liederen vol van symboliek werden verzetwapens in de strijd tegen de onderdrukker die aan het eind leidde tot de eerste onafhankelijke zwarte republiek. Laveaux heeft een verleidelijk en wat schor (keel)stemgeluid met een cachet van rook en whisky waarmee ze met een zeer eigen smoel een levendige set van geheel en al catchy en toegankelijke Creoolse melodieën brengt die het midden houdt tussen een Vodou ceremonie en de spirit van rebelse garagerock. ‘Radyo Siwèl’ is een oververdiende en hedendaagse viering van de rijke muzikale cultuur van Haïti die een perfect antidotum vormt voor het mainstream beeld van een vervloekt eiland dat het als eerste zwarte republiek aandurfde het westerse imperialisme te bevechten.

Een deel van de opbrengst van ‘Radyo Siwèl’ gaat naar Haïtiaanse vrouwelijke muzikanten.
publieksprijs: 21,60

JAH WOBBLE & MoMo – Maghrebi Jazz

JAH WOBBLE & MoMo – Maghrebi Jazz

Selfmade man Jah Wobble is een van de meest avontuurlijke, vernieuwende en invloedrijke bassisten in de hedendaagse muziek: zijn cv zou ons hier veel te ver leiden. Naast de bas hanteert hij ook diverse klavieren en percussie en tevens programmeert hij. De man heeft zijn hele loopbaan lang de muzikale normen uitgedaagd en ernaar gestreefd om de muzikale grenzen naar de limieten te drijven en soms ook erover. Ieder album van Jah Wobble is een sonisch avontuur, zo ook ‘Maghrebi Jazz’ dat hij opnam met drie leden van zijn band Invaders Of The Heart en met het Londense duo van Marokkaanse origine MoMo Project dat bestaat uit Tahar Elidrissi (zang, percussie, gimbri) en Hassan Nainia (gitaren). Jazz met een Noord-Afrikaans aroma: dit ontbrak wellicht nog in het hemelsbrede scala aan stijlen en genres waaraan John Wardle zich de voorbije 35 jaren gewaagd had. En het dient gezegd, ook dit doet hij (en zijn kompanen) met verve. De vijf lange stukken hebben een strakke muzikale fundering die weliswaar veel ruimte geeft aan losse improvisatie en linken de multiculturele straten van Londen aan Noord- en West-Afrika. ‘Maghrebi Jazz’ behoort wel niet tot het meest wereldschokkende deel van Wobble’s repertoire maar is zeker wel een bekoorlijk schijfje dat naar goede Wobble-traditie rijkelijk atmosferische, genrevermengende en -overschrijdende muziek bevat.
publieksprijs: 18,00

KOUM TARA – chaâbi, jazz and strings

KOUM TARA – chaâbi, jazz and strings

Traditionele chaâbi, klassiek strijkkwartet, hedendaagse muziek, jazz: deze vier muzikale werelden ontmoeten elkaar in Koum Tara, in een gemeenschappelijk project gecreëerd, gearrangeerd en geleid door de Franse pianist / componist Karim Maurice. De andere actoren zijn: Sid Ahmed Belksier (zang, mandole), Kamal Mazouni (percussie), Brice Berrerd (contrabas) en een strijkkwartet (2 violen, viola, cello) uit La Camerata String Orchestra. Het ruwe materiaal werd onttrokken aan het traditionele repertoire van de Algerijnse zanger Sid Ahmed Belksier. Deze thema’s werden bewerkt, verwrongen, opnieuw geharmoniseerd en geherstructureerd om een hybride multicultureel repertoire te creëren. Als onderdeel van het schrijfproces droeg iedere muzikant de eigen identiteit, culturele erfenis, originaliteit en specifieke know how bij aan elke compositie. De traditie en liefdesliederen uit de chaâbi traditie werden vermengd met de traditie van het westerse strijkkwartet, jazzimprovisatie en elektronische muziek. Het vervormende spectrum dat werd gebruikt is de artistieke vector die een echte fusie van stijlen binnen een enkel werk toelaat. Deze fusie klinkt zowel oud en modern, eenvoudig en complex, exotisch en vertrouwd, vederlicht opgewekt en diep ingetogen. Meesterlijk en helaas ook wel wat te klinisch: soms doorleefd maar soms ook laboratorium.
publieksprijs: 17,05

CHEIKH NDIGUËL LÔ – Né La Thiass

CHEIKH NDIGUËL LÔ – Né La Thiass

Heruitgave van het debuut van Cheikh Lô uit 1995, oorspronkelijk in 1990 uitgegeven op cassette, in een productie van Youssou N’Dour. ‘Né La Thiass’, dat wereldwijd een succes was, werd destijds onthaald als een instant klassieker. Van overproductie kan deze Senegalese sufi troubadour met de uitmuntende, hese, soepele en sensuele falsetstem zeker niet beschuldigd worden. Tussen 1995 en 2015 liet hij vijf werkstukken op de wereld los. Voor wie niet vertrouwd is met de naam geven we even een korte introductie. Lô werd in 1955 in Burkina Faso geboren uit Senegalese ouders. Al vroeg begon hij te drummen en te zingen en vervoegde hij Orchestre Volta Jazz, een variétéorkest dat Cubaanse en Congolese pop speelde alsook traditionele Burkinabé muziek. In 1978 verhuisde hij naar Senegal en daar speelde hij bij verscheidene mbalaxbands. Vanaf 1987 verbleef hij in Parijs om er te werken als sessiemuzikant en ondertussen ontwikkelde hij zijn eigen geluid dat omschreven wordt als een mix van mbalax, reggae en soukous. In 1995 tekende Youssou N’Dour voor de productie van zijn debuut, dat nu dus heruitgegeven is. Cheikh Lô is lid van Baye Fall, een beweging binnen de Mouride Sufi orde in de Islam. Dat verklaart ook waarom hij dreadlocks heeft. Deze dreadlocks en de reggae-invloed in zijn muziek leidden vaak tot de misvatting dat hij een Rastafari zou zijn. Cheikh Lô werd in het verleden ten onrechte in de weegschaal gelegd met Youssou N’Dour en Baaba Maal waarbij hij het ook moest afleggen bij beiden. We schrijven ten onrechte want dat is een verhaal van appelen met peren vergelijken.
Op ‘Né La Thiass’ waren alle eigenschappen waarvoor hij later zou geroemd worden al ruimschoots aanwezig: zijn dansende stem (falset maar soms ook schor) is een liefelijke streling voor de oren en de muziek (uitstekende compositie!) had toen ook al dat slingerende en kronkelende funkaccent in de mbalax grooves met een mix van subtiele funky gitaar- en blazerriffs en talking drums en invloeden uit inheemse stijlen, jazz en bitterzoete Cubaanse muziek. Cheikh Lô blijft het ganse album lang zijn relaxte zelf, ook als hij in ‘Set’ fel tekeer gaat over de sociale onlusten die destijds Dakar in de greep hielden. ‘Né La Thiass’ is een meer dan terechte en uiterst welgekomen heruitgave.
publieksprijs: 11,30

‘YORÙBÁ!   Songs & rhythms for the Yorùbá gods in Nigeria (compilatie)

‘YORÙBÁ! Songs & rhythms for the Yorùbá gods in Nigeria (compilatie)

Met hun veertig miljoen vormen de Yorùbá een van de drie grootste etnische groepen in Nigeria, naast de Hausa en de Igbo. Zij leven vooral in het zuidwesten van het land, waar ook Lagos ligt, en in grote delen van Benin en Togo. Een significant deel van de Yorùbá leeft ook in de diaspora (vooral in Brazilië en Cuba) als gevolg van de slavenhandel en van economische migratie (VK en VS). Vandaag zijn vele Yorùbá christen of moslim; ze zijn ook een van de meest religieus gevarieerde etnische groepen in Afrika. Toch wordt ook nog de millennia oude traditionele religie gepraktiseerd. De Yorùbá delen een gemeenschappelijke taal en cultuur en behoren tot de meest verstedelijkte volkeren in Afrika, lang voor Nigeria een Britse kolonie werd. Voor meer info verwijzen we naar het -naar uitstekende gewoonte bij Soul Jazz Records- voortreffelijk gedocumenteerde infoboekje (40 pp). Hun spirituele concept is zeer gelijklopend met dat uit andere syncretische godsdiensten uit de slavendiaspora zoals o.a. Santería, Vodou en Candomblé: Afrikaanse spirituele aanbidding en verering raakten verstrengeld met koloniale katholieke en protestantse praktijken. De muzikanten en vocalisten die we op dit album (opgenomen in Lagos) aan het werk horen wijden zich aan de uitvoering van de vele liederen uit het Yorùbá pantheon. Deze liederen eren en prijzen de diverse Òrìsas (bovennatuurlijke wezens die intermediëren tussen de mens en het bovennatuurlijke) en zijn opgebouwd in vraag-en-antwoord-gezangen tussen de leadvocalist en het koor naast complexe drumritmes en -patronen en dit specifiek per god. Daarnaast is er ook ruimte voorzien voor improvisatie voor de leadvocalist en de percussionisten. We horen ook liederen waarin specifieke drums in de schijnwerper staan, in het bijzonder de Batá drums (steeds in triovorm) die in Nigeria functioneren als talking drums en in de jaren 30 ook opdoken in Cuba en later ook in de VS. Deze muzikale vormen lieten later hun sporen na in blues, gospel, soul, jazz, hip-hop, salsa en samba. Waarmee nog maar eens bewezen is dat alle zwarte muziekvormen op een of andere manier teruggaan naar Moeder Afrika.
publieksprijs: 20,60

SONIDO GALLO NEGRO – Mambo Cósmico

SONIDO GALLO NEGRO – Mambo Cósmico

‘Mambo Cósmico’ is het derde album van dit Mexicaanse negental dat naar verluidt zeer hot is in de undergroundscene van Mexico City. Deze negen heren spelen instrumentale (met hier en daar een achtergrondkoortje), vintage cumbia met flarden chicha, huayno, boogaloo, rumba, mambo, cha cha chá, porro, Ennio Morricone en surf in een psychedelisch jasje waarin de voornaamste tinten tot stand komen door het gebruik van een Farfisa orgel en de theremin (een zeer oud elektronisch instrument dat bespeeld wordt door de afstand tussen de handen en twee antennes te variëren en waarbij de speler het instrument niet aanraakt; om een en ander iets aanschouwelijker te maken: twee bekende muziekmonumenten waarin het instrument ook gebruikt werd zijn ‘Whole Lotta Love’ en ‘Good Vibrations’). Ook de bas is zeer belangrijk in hun sound: donker en traag maar ook vloeiend draagt die de hartslag van de muziek. Deze heren spelen hun muziekjes zeer strak met naast de reeds vermelde belangrijkste instrumenten groovy percussie, vervormde wah wah gitaren en klavieren. Ze houden een prettig gestoorde, vrolijke balans tussen heerlijke melodieën en opwindende percussie op een Peruviaans- Colombiaans bedje. Allemaal zeer sixties dus en uiterst gezellig, deze nostalgische psychedelica, maar ook niet meer dan dat al kan deze muziek wel menig feestje aanzwengelen want stilzitten is niet echt een optie. ‘Mambo Cósmico’ voegt ook niets toe aan hun vorige werk en als daar geen verandering in komt is de kans wellicht heel klein dat Sonido Gallo Negro ooit nog in deze rubrieken opduikt. Voor meer info over cumbia verwijzen we jullie naar ons muzieknieuws van april 2013.
publieksprijs: 18,75

KIALA and THE AFROBLASTER – Money

KIALA and THE AFROBLASTER – Money

David Kiali Nzavotunga die in de vorige eeuw medeoprichter was van de eerste Europese afrobeatband Ghetto Blaster heeft een verleden bij Fela Kuti (zijn ‘Sorrow, Tears And Blood’ krijgt hier een soortement afrodisco versie aangemeten): op ‘Money’ brengt hij muziek in de geest van en geëngageerde teksten in de traditie van zijn grote mentor. In het tekstboekje valt dan ook te lezen: “SPECIAL THANKS to the innocent children of the world who can help to overcome racism and create a fairer world.” Verder biedt hij rake waarschuwingen over o.a. geld, consumptie, migratie, slavernij, paspoorten. Voor Kiala zijn de teksten minstens even belangrijk als de muziek, wellicht vandaar dat hij vooral parlando zingt en dat de teksten meestal ook overtuigender zijn dan de muziek. De grooves zitten wel lekker en zijn behoorlijk dansbaar en er wordt uitstekend gemusiceerd maar de composities hebben te weinig om het lijf.
publieksprijs: 18,75

ALTIN GÜN – On

ALTIN GÜN – On

Turkse muziek uit de jaren 60 en 70 was en is een grote fascinatie voor bassist Jasper Verhulst. Die muziek was sterk beïnvloed door westerse psychedelica, funk en (folk)rock maar hield een been wel stevig in de traditie van Turkse volksmuziek. Verder bestaat Altin Gün (‘gouden dag’) uit drie noorderburen (gitaar, percussie, drums) en twee Turkse muzikanten (zang, saz, keyboards) die opgegroeid zijn met Turkse traditionele muziek. De groep brengt interpretaties van interpretaties van traditionele muziek, gebracht door die groepen uit de jaren 60 en 70. In Nederland blijkt Altin Gün een regelrechte hype te zijn maar wij krijgen het van hun muziek niet warm en ook niet koud. Voor wie het toch wil wagen: ze staan dit jaar op het podium van Dour Festival.
publieksprijs: 16,70


REGGAE

CROSS CLUB & VIBRONICS – present Woman On A Mission

CROSS CLUB & VIBRONICS – present Woman On A Mission

Ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag eerder dit jaar bracht de Britse producer Steve Vibronics deze compilatie uit waarvoor hij enkel zangeressen uitnodigde: Trilla Jenna, Boney L, Nish Wadada, Nia Songbird, Vanya O, Sis I-Leen, Saralène en Nãnci Correia. 10% van de opbrengst van dit album gaat naar Womankind Worldwide Charity (www.womankind.org.uk). Deze sessie resulteerde in acht tracks, overwegend in de voor Vibronics kenmerkende UK stepper stijl. ‘Woman On A Mission’ is ook bedoeld als een eerbetoon aan vrouwen in reggae en dub. Een onderdeel van dit project is de website www.culturalresistance.eu en Cross Club Prague (www.crossclub.cz) fungeert als partner; een bezoekje aan deze sites verdient jullie aandacht. Iedere zangpartij glijdt naadloos in een uitmuntende dubversie zoals in de “goede oude tijd” van de 12” reggaesingles en deze move maakt dit schijfje extra charmant: voer voor nostalgici en de liefhebbers van dit format. Steve Vibronics bevestigt zijn neus voor kwaliteit met als gevolg dat ‘Woman On A Mission’ bulkt van heerlijk heupwiegende en relaxte kwaliteitsreggae (voor de goede zaak). Prima zomerstuff.
publieksprijs: 16,80

MAD PROFESSOR – Electro Dubclubbing!!

MAD PROFESSOR – Electro Dubclubbing!!

Neil Fraser aka Mad Professor is een van de meest gerespecteerde dubproducers. Sinds begin jaren 80 is hij een leidende figuur in de dubscene en in al die tijd is hij uitgegroeid tot een mythe en een icoon: deze cultstatus verwierf hij vooral door zijn twaalfdelige reeks Dub Me Crazy. Als producer werkte hij met god en vele kleine pierkes zoals zijn leermeester Lee “Scratch” Perry, Sly & Robbie, Johnny Clarke, Horace Andy en vooral die vele anderen. Hij wordt ook aanzien als de man die dub met succes het digitale tijdperk inloodste. Hij is ook een veel gevraagde remixer en in die hoedanigheid was zijn grootste krachttoer wellicht ‘No Protection’, de remix van het album ‘Protection’ van Massive Attack. Zijn handelsmerk werd een cross-over van reggae, dub, triphop en trance. Voor deze nieuwe uitstekende dubcollectie liet de professor zich omringen door wree schoon volk zoals o.a. Sly Dunbar, Robbie Shakespeare, Lloyd Parks, U Roy, Roots Heritage Brass en weerom vooral die vele anderen. ‘Electro Dubclubbing!!’ zal het aanschijn van de muziekwereld niet op zijn kop zetten maar staat desalniettemin garant voor 54‘ muzikaal vertier. Ook dit nog: op de binnenflap van de hoes laat hij sterk zijn black consciousness gelden en gaat hij fel tekeer tegen gevestigde muzikale instituten zoals de BBC die hij verwijt een glazen plafond voor zwarte muziek te installeren en een broedplaats voor inlandse terroristen te creëren door zwarte positieve rolmodellen straal te negeren. Afijn, u leest het maar eens zelf.
publieksprijs: 15,40


VINYLRELEASES

- ORLANDO ‘CACHAITO’ LOPEZ – Cachaito (voor het eerst op vinyl)
publieksprijs: 19,05
- EBO TAYLOR – Yen Ara
publieksprijs: 28,35
- CHEIKH NDIGUË LÔ – Né La Thiass
publieksprijs: 19,05
- A HAWK AND A HACKSAW – Forest Bathing
publieksprijs: 20,45
- AMSTERDAM KLEZMER BAND & SÖNDÖRGÖ – Szikra
publieksprijs: 29,80 (2 lp)
- PURA VIDA – In Dub
publieksprijs: 24,95
- VIBRONICS – Woman On A Mission
publieksprijs: 26,10
- MAD PROFESSOR – Electro Dubclubbing!!
publieksprijs: 18,00
- SONIDO GALLO NEGRO – Mambo Cósmico
publieksprijs: 21,35
- SIDI TOURÉ – Toubalbero
publieksprijs: 26,30 (2 lp)
- ALTIN GÜN – On
publieksprijs: 19,50
- BCUC – Emakhosini
publieksprijs: 24,90
- MÉLISSA LAVEAUX – Radyo Siwèl
publieksprijs: 21,75
- ‘YORUBA’ Songs & rhythms for the Yorùbá gods in Nigeria (compilatie)
publieksprijs: 24,50 (2 lp)


GOUD VAN OUD / GET UP, STAND UP!

Deze maand serveren we deze 2 rubrieken op 1 schotel.

POET AND THE ROOTS – Dread Beat An’ Blood

POET AND THE ROOTS – Dread Beat An’ Blood

Bouwjaar: 1978
Onder dit pseudoniem debuteerde Linton Kwesi Johnson in 1978. ‘Dread Beat An’ Blood’ was in menig opzicht (taal, inhoud, stijl) een revolutionaire plaat die destijds insloeg als een bom. Ook nu nog blijft het een mijlpaal in de geschiedenis van de hedendaagse muziek. De dichter LKJ werd geboren in Jamaica en trok als elfjarig kind met zijn moeder naar Brixton in Groot-Brittannië. Hij verwierf bekendheid op het moment dat hij zijn poëzie ging combineren met reggae. Zijn bekendste cd is ‘Bass Culture’ met daarop de hit ‘Inglan Is A Bitch’. Het grootste deel van zijn poëzie is politiek georiënteerd en behandelt vooral de situatie van zwarte migranten in Groot-Brittannië en de kwalijke gevolgen van racisme, dit alles gebaseerd op zijn hoogstpersoonlijke ervaringen. Zijn bekendste gedichten schreef hij toen Thatcher aan de macht was: deze gedichten beschrijven de racistische wreedheden van de politie in die periode. In de slotsong op ‘Dread Beat An’ Blood’, met name ‘All We Doin’ Is Defendin’ voorziet hij a.h.w. reeds de rellen in Brixton in 1981, merkwaardig zelfs tot in sommige details. Zijn belang als dichter kan zeker niet onderschat worden: hij is een van de drie dichters die bij leven gepubliceerd werden bij Penguin Modern Classics. Maar in deze rubriek interesseert ons vanzelfsprekend vooral de muziek en ook die is meer dan dik ok. LKJ reciteert zijn poëzie in Jamaicaans patois over sublieme dub reggaelagen, meestal geschreven in samenwerking met Dennis Bovell. De combinatie van Bovell’s zware dubritmes met de monotone intonatie van LKJ creëerde een nieuw reggaegenre: dub poetry. De meeste van de gedichten op deze cd verschenen eerder in 1975 in LKJ’s gelijknamige poëziebundel. Zijn bekendste en ook wel zijn beste albums zijn naast dit ook ‘Forces Of Victory’, ‘Bass Culture’, ‘Making History’ en ‘LKJ In Dub’. Zijn interpretatie van de Jamaicaanse toasting traditie wordt beschouwd als de essentiële voorloper van rap.

Hoogtepunten: hét hoogtepunt van de plaat is ‘Five Nights Of Bleeding’ met de onsterfelijke beginrelgels “madness, madness - madness tight on the heads of the rebels - the bitterness erup’s like a heart blas’”. Het zeer melodieuze ‘Song Of Blood’ is zowat het buitenbeentje op de plaat, ook al omdat de heerlijke zang van Dennis Bovell het reciteren van Johnson domineert. Verder steken ook ‘It Dread Inna Inglan’ en het zeer ritmische ‘Man Free’ er boven uit, wat niets zegt over de hier niet vermelde tracks, want die zijn ook alle top.
publieksprijs: 10,65

Meer van deze artiest:
Bass Culture (bouwjaar: 1980; 6,45€) aanrader!
Forces Of Victory (1979; 9,20) aanrader!
LKJ A Cappella Live (1996; 17,80)
LKJ In Dub (1980; 9,20) aanrader!
Reality Poems (The Best Of) (2014; 7,20)
Reggae Greats (1998; 6,85).


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

VIEUX FARKA TOURÉ – Samba

VIEUX FARKA TOURÉ – Samba

Vijf jaar geleden trad Vieux Farka Touré volledig uit de schaduw van zijn roemruchte vader met zijn album ‘Mon Pays’, muzikaal Mali op zijn allerbest. Sindsdien maakte hij nog twee uitstekende duo-albums waarop hij andere paden betrad met singer-songwriters uit totaal andere culturen, een met de Israëliër Idan Raichel en een met de Amerikaanse Julia Easterlin. Verschillende muzikale achtergronden en passies versmolten daarbij zowaar organisch en transformeerden in een nieuw en uniek muzikaal gebeuren. Op ‘Samba’ concentreert VFT zich weer geheel op eigen werk. Dit album werd live in de studio opgenomen voor een zeer select en uitgeloot publiek van ongeveer 50 personen in het kader van Woodstock Sessions. De albumtitel kan enige verwarring scheppen: VFT heeft zich niet omgeschoold tot sambamuzikant maar in de taal van de Songhai betekent samba het tweede geboren kind in een gezin. Nu dit potentiële misverstand is opgeruimd kunnen we ons concentreren op de muziek. In tegenstelling tot het merendeel der live-albums zijn alle tien composities hier van kakelverse makelij. Vieux zingt en neemt alle gitaarwerk voor zijn rekening en laat zich verder begeleiden op drums, kalebas, ngoni, bas, shakers, kourignan, orgel en keyboards. Er zijn gastverschijningen van Idan Raichel en Afel Bocoum. Vieux bevestigt nog eens wat eigenlijk al lang niet meer nodig is: hij is zoveel meer dan de zoon van een wereldbekende vader. Hij is vooral de smid van een unieke identiteit als zanger, briljante gitarist (zowel elektrisch als akoestisch) en componist (zo is ‘Ouaga’ een wéreldsong) die zichzelf album na album nog wat meer uitvindt en vaak op indrukwekkende wijze zijn muzikale spectrum verbreedt. Hij is al lang niet meer de kloon van zijn vader en van John Lee Hooker die hij bij zijn debuut nog was: hij is zoals in het Engels zo treffend uitgedrukt “an artist in his own right”. Wie hiervoor een sterk Nederlands equivalent zou kennen stuurt maar een voldoende gefrankeerde gele briefkaart. Beetje bij beetje is VFT een vernieuwer geworden met zijn unieke mix van Malinese blues, lofliederen, funk en een vleugje reggae waarin nooit minder dan intens gemusiceerd wordt. Zijn nieuwe Afrikaanse stijl kruidt hij met westerse tempo’s en power zonder daarbij zijn wortels (uit het oog) te verliezen en hij matcht op briljante wijze traditionele met rockinstrumenten: dit is hedendaags muzikaal Afrika op haar allerbest. ‘Samba’ is ongetwijfeld zijn (voorlopig?) creatieve piek: nooit voorheen klonk hij zo gebald, gefocust, zelfzeker, zelfbewust, trots en baanbrekend. Kortom: a true artist in his own right uit de muzikale schatkamer genaamd Mali. En onze laatste pluim steken we op de hoed van het concept Woodstock Sessions, een waarlijk boeiend initiatief.
publieksprijs: 20,90


SONGS VAN DE MAAND

GROUNDATION – Jah Spirit
GROUNDATION – Dub Rome
GROUNDATION – If I Dub
A HAWK AND A HACKSAW – The Magic Spring
CATRIN FINCH & SECKOU KEITA – Hinna-Djulo
EBO TAYLOR - Krumandey

Verwacht

BOMBINO - Deran
ZIGGY MARLEY – Rebellion Rises

Categorie: