Muzieknieuws juli 2018

 DRANOUTER met Oxfambars














festival in de kijker: DRANOUTER met Oxfambars

festival of new traditions: 3-4-5 augustus
Oxfam wereldwinkel Brugge is jarenlange partner en huisleverancier van een heerlijk assortiment eerlijke wijnen, koffies en cocktails (mojito, soldaridad, cuba libre, alcoholvrij, enz). Oxfam wijnen en koffies zijn verkrijgbaar op alle barpunten maar mocht je een ruimer assortiment of een specialleke (bv. latte machiato, cappuccino, enz) wensen, dan ben je bij Place De L’Apero aan het juiste adres! Je vindt er vanaf dit jaar ook lekkere bio tuinsappen. Onze enthousiaste vrijwilligers bedienen jullie met de glimlach.

Tussen jullie bezoekjes aan onze bar door kunnen jullie ook nog eens genieten van de muziek. Met stip helemaal bovenaan adviseren wij het fenomeen Goran Bregovic (zie verder in dit muzieknieuws) en zijn uitzinnige Wedding & Funeral Band. Verder tippen wij op Zap Mama, Gogol Bordello, Les Négresses Vertes, Amsterdam Klezmer Band & Söndörgö, De Temps Antan, Willem Vermandere, Le Temps Du Nord, Jokke Schreurs Quartet (met een hommageprogramma aan Wannes), Luca Bassanese & P.O.P. en vooral die vele anderen die wij even over het hoofd zien. Sanitaire stop, uiltje knappen en maaltijd nuttigen kan tijdens het optreden van Milow. Alle info vind je terug op www.festivaldranouter.be.


In memoriam / GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

RIM BANNA with Checkpoint 303 & Bugge Wesseltoft – Voice Of Resistance

RIM BANNA with Checkpoint 303 & Bugge Wesseltoft – Voice Of Resistance

Rim Banna overleed op 24 maart. Zij was een Palestijnse zangeres, componiste, arrangeur en ook activiste. Ze was vooral bekend voor haar hedendaagse interpretaties van traditionele Palestijnse liederen en poëzie. De bekende dichteres Zouhaira Sabbagh is haar moeder. Ze zal herinnerd blijven voor haar kinderliedjes, haar toewijding aan Palestijnse vrijheid en haar weigering om gecategoriseerd te worden als tweedeklas burger van de staat Israël. Haar muziek vertelde verhalen over de schoonheid van het leven in weerwil van de onderdrukking en vuurde haar bezette, verbannen en gevangengenomen medeburgers aan een erfenis van verzet in stand te houden. Als tiener nam ze haar eerste album op ten tijde van de eerste intifada. Haar cassettes waren low budget en net zoals andere radicale Palestijnse stemmen opereerde ze buiten de zionistische culturele mainstream en weigerde ze gecoöpteerd te worden; ze verkoos toewijding aan de bevrijdingszaak boven massapopulariteit. Rim Banna combineerde folkloregeïnspireerde melodieën met popelementen en schreef naast kinderliedjes over leven onder de bezetting. Ieder lied vertelde een verhaal, vaak pijnlijk echt. Hoewel ze vaak over tragedie zong omarmde ze ook sumud (vastberadenheid, onwrikbaarheid) en riep ze met veel vitaliteit en levenslust op tot Palestijnse trots, in antwoord op zionistische verhalen van repressie. Zelf zei ze: “Ik bestrijd twee kankers: de bezetting en die binnen in mijn lijf.” Haar toewijding aan de komende generaties resulteerde in vele kinderrijmpjes en traditionele kinderliedjes die gegrift blijven in het geheugen van vele Palestijnse jongeren. Het was ook een missie van haar om oude teksten te behoeden verloren te gaan en om de jonge generatie te helpen bewust te zijn van hun folklore. (bron: www.palestinechronicle.com).

Ondanks haar ziekte en de verlamming in haar stembanden werkte Rim Banna met veel volharding aan haar nieuwe cd en slaagde ze er in deze af te werken twee maanden voor haar overlijden. Ze wilde een krachtig en uitdagend werkstuk afleveren, geen verdrietig of melancholisch. Dit betekende voor haar een creatieve daad tegen onrechtvaardigheid en bezetting in al hun vormen in. Met haar krachtig statement looft ze de strijd van haar volk tegen alle vijanden en ellende. De idee achter ‘Voice Of Resistance’ ontstond drie jaar terug nadat Banna van de dokters vernomen had dat haar stembanden gedeeltelijk verlamd waren en ze niet meer in staat zou zijn om nog te zingen. Maar niemand had haar te vertellen wat ze kon of niet kon. In Oslo had ze een ontmoeting met de Noorse producer Erik Hillestad (die hier al vaak aan bod kwam) van het Kirkelig Kulturverksted label en met de Tunesiër SC Mocha van het activistische electro en electro-akoestische collectief Checkpoint 303. Samen beraamden ze het plan voor een audio experiment zonder precedent. Checkpoint 303 ging data uit Banna’s medische bestanden mixen door ze om te zetten in klanken waarop zij haar eigen gedichten over haar verzet en haar strijd zou voordragen (en wanneer nog mogelijk zingen). De uitzonderlijk begaafde jazzpianist Bugge Wesseltoft, die al samenwerkte met Rim Banna op haar vorige album, aanvaardde onverwijld deel uit te maken van het project en aldus kon het avontuur starten.
De vijftien songs die we te horen krijgen zijn een explosieve mix van vastberaden en aandoenlijk spoken word, experimentele klankkunst, complexe beats en krachtige provocatieve en hartverwarmende pianomelodieën. De teksten zijn uitdagend en brutaal maar ook hartverscheurend en zeer diep. De transformatie van medische scans uit tweedimensionale beelden naar hoorbare klankelementen, gekend onder de naam “data sonificatie”, werd geprogrammeerd door Checkpoint 303 en toegepast op medische data uitgekozen door Rim Banna. Dit proces resulteert in gedurfde, minimalistische, bijzonder bevreemdende en vaak dromerige soundscapes waarbij de haast gebroken stem huiver wekt en je zowaar verkild achterlaat en (sorry) naar de keel grijpt. Zoals alle uitgaven van Kirkelig Kulturverksted werd ook ‘Voice Of Resistance’ ondersteund door het Noorse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Waar wacht je nog op, Didier Reynders? Wij bieden alvast morele ondersteuning en nemen dit waardige en indrukwekkende afscheid van een grootse artieste op als negende titel in onze ultieme playlist van 2018 alsook in jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 19,60
Van Rim Banna zijn volgende titels ook nog verkrijgbaar:
The Mirrors Of My Soul
Revelation Of Ecstasy & Rebellion
Seasons Of Violet


Eindigen doen we met ‘My Voice’, een tekst van Rim Banna:
you will never silence my voice
with its one vocal cord which is fighting
like a clothesline that the wind can’t reach
my voice is sprinkling from my pores
and if my pores are shut
my voice comes from my wrist
and if my hand is cut
my voice is the song of my heart
and if its pulse is silenced
my voice is the mirror of my soul
and if my soul is taken
my songs will be sung in the public squares
like the blazing sun that never fades away
the songs will go on


FATOUMATA DIAWARA – Fenfo (“Something To Say”)

FATOUMATA DIAWARA – Fenfo (“Something To Say”)

Fatoumata Diawara werd in 2011 de zoveelste nieuwe ster aan het Malinese firmament. Oorspronkelijk is ze actrice en aldus wordt ze ook op handen gedragen in West-Afrika. Ze woont al een tijd in Frankrijk en oogstte de voorbije jaren succes in Europa met de straattheatergroep Royal de Luxe. Daarnaast begint ze ook te componeren, zingen en gitaar spelen. Ze begeleidde (live en in de studio) artiesten als AfroCubism, Vieux Farka Touré, Dee Dee Bridgewater, Oumou Sangaré, Youssou N’Dour, Cheikh Lô, Angélique Kidjo, Rokia Traoré: referenties die kunnen tellen. Op haar 29ste was ‘Fatou’ haar internationaal debuut op het vermaarde World Circuit label. Op dat debuut hoorden we sporen van haar mentor Oumou Sangaré, maar ze klonk actueler, als een nouvelle-Africaine chanteuse met een hedendaagse folky sound met toetsen van jazz en funk en met een instinctieve popfeeling, waarbij de sporen van haar goede vriendin Rokia Traoré nog duidelijker aanwezig waren dan die van Sangaré. Toch had ze toen al een eigen stijl en een persoonlijke verkenning. Ze heeft een warme, lichte, sensuele en aantrekkelijk hese stem die de luisteraar raakt en een zeer aangenaam gevoel bezorgt. Op ‘Fatou’ bracht ze een evenwichtige mix tussen traditionele en moderne Malinese muziek in zeer sobere en ook subtiele arrangementen met daar bovenop geëngageerde teksten. Met ‘Fatou’ maakte ze direct naam en faam: een wereldster was geboren. Sindsdien duikt deze verrukkelijke chanteuse zowat overal op en is ze een veel gevraagde en gegeerde zangeres om andermans werk te helpen opfleuren. In Frankrijk is ze ‘Chevalier de l’ordre des arts et des lettres’ en vier jaar geleden won ze nog mee de César voor Beste Film voor ‘Timbuktu’ waarin ze speelt en zingt. Een jaar later maakt ze samen met de Cubaanse multi-instrumentalist Roberto Fonseca het live-album ‘At Home (Live In Marciac). De jazzbuigingen van Fonseca stuurden het Malinese element duidelijk in nieuwe richtingen terwijl Diawara’s smachtend verlangende, warme, sensuele en aantrekkelijk hese vocalen zijn wentelende en insistente pianopatronen in een compleet verschillende context plaatsten. ‘At Home’ is een muzikale orgie van begin tot einde en een ware lust voor de oren. Zelden werd een brug tussen twee continenten zo overtuigend geslagen.
En dan is er nu zeven jaar na haar debuut eindelijk de lang verwachte opvolger. Daarop wordt al het goede hierboven beschreven moeiteloos bevestigd. Haar stemgeluid is nog gegroeid met meer ziel en expressie. De songs bestrijken een breed palet aan stijlen: vooral okselfrisse en melodieuze afropop met de aanstekelijkheid van de Wassoulou traditie maar ook blues en funk. Verwacht je echter niet aan een avontuur want ‘Fenfo’ klinkt duidelijk als een werkstuk dat vooral bedoeld lijkt om helemaal door te breken op de internationale markt en daar zal de keuze voor co-producer M (Matthieu Chedid) wellicht niet vreemd aan zijn. De gastenlijst oogt indrukwekkend: zo horen we o.a. M, Etienne Mbappe, Mokhtar Samba, Zé Luis Nascimento en hors catégorie Vincent Ségal, Sidiki Diabaté en Toumani Diabaté. M.a.w: kosten noch moeite werden gespaard. De geëngageerde teksten (gezongen in Bambara en in het tekstboekje vertaald naar het Engels) nemen diverse relevante, heikele thema’s onder handen zoals migratie, armoede, Afrikaanse identiteit en waardigheid, haar connectie met haar zorgenkind en thuisland Mali, het verbod op gemengde huwelijken tussen verschillende etnische groepen en daarnaast ook persoonlijke verhalen over liefde, familie, moederschap…. Die gedrevenheid in haar engagement refereert duidelijk naar de albumtitel. Producer M had nog iets recht te zetten nadat hij vorig jaar verantwoordelijk was voor de draak van het jaar, Lamomali, waarop hij het verzamelde talent van Diawara en vader en zoon Diabaté te grabbel gooide en deed verzuipen in muzaksferen, goedkoop sentiment en allerlei bliepjes en loze (disco)beats. Op ‘Fenfo’ betoont hij duidelijk meer respect en ontzag voor dit muzikaal toptalent en zorgt hij samen met Fatoumata voor een productie in een evenwichtige balans tussen authenticiteit en commercieel streven aangelengd met een toets afrofuturisme. Er wordt in absolute schoonheid afgesloten met een wondermooi duet tussen Fatoumata (zang, elektrische gitaar) en Vincent Ségal (cello).
publieksprijs: 18,70

DOBET GNAHORÉ – Miziki

DOBET GNAHORÉ – Miziki

We zetten onze weg verder op het pad van de West-Afrikaanse vocale finesse. We schrijven zaterdag 24 april 2004. Oxfam België bestaat 40 jaar en dat wordt die dag gevierd in Tour & Taxis. Het avondfeest wordt afgetrapt door de toen nog totaal onbekende jonge zangeres Dobet Gnahoré uit Ivoorkust die haar eerste concert buiten Afrika geeft. Wij stonden aan de grond genageld door haar stem, haar podiumprésence en haar danskunsten. Het was toen al klaar en duidelijk: we hadden te maken met een tomeloos podiumbeest en vooral met een uiterst getalenteerde artieste. Dobet Gnahoré werd geboren en groeide op in een artistieke coöperatieve in de landelijke omgeving van Abidjan. Deze coöperatieve werd gesticht door de Kameroense kunstschilderes, theaterregisseuse en schrijfster Were Were Liking en was bedoeld als een verzamelplaats voor artiesten uit diverse tradities. Dobets vader was een stichtend lid. De spreekwoordelijke mosterdpot was dus niet ver uit de buurt. Op haar twaalfde verlaat ze de schoolbanken om een artistieke carrière na te streven. Twee jaar later leert ze de Franse gitarist Colin Laroche de Féline kennen die bij Were Were aangespoeld was om zich Afrikaanse gitaartechnieken meester te maken. Dobet en Colin deelden hun muzikale passie en daarna nog een andere waarna ze trouwden en bij het uitbreken van de burgeroorlog vluchtten ze naar Marseille. Eind 2006 blaast dit podiumbeest ons nog eens van de sokken tijdens de Putumayo Acoustic Africa tournee (ten voordele van Oxfam), samen met Habib Koité en Vusi Mahlasela. In 2004 had ze net haar ondertussen klassiek geworden debuut ‘Ano Neko’ (Bété voor ‘laat ons samen creëren’) uit. Veertien jaar na datum nog steeds even (ver)fris(send) en nieuw. Dat album levert haar een nominatie voor de BBC’s Award for World Music’s Best Newcomer op. In 2010 was het dan wel prijs en sleept ze een Grammy in de wacht voor Best Urban/Alternative Performance voor de song ‘Pearls’, een duet met India.Arie. In 2007 bevestigt ze haar uitzonderlijk talent met de cd ‘Na Afriki’. En nog eens drie jaar ontgoochelt ze helaas over de ganse lijn op haar album ‘Djekpa La You’. Vier jaar geleden zette ze die misstap dan weer recht op ‘Na Drê’, een dot van een album waarop we wel wat de opwinding en de tomeloze energie van haar concerten missen. Gnahoré put muzikaal uit de lokale tradities en injecteert die met andere stijlen zoals rumba, mandinge, bikoutsi, highlife, Zulu-koren, mbubu, mbaqanga, blues, jazz, reggae…. Dit doet ze geheel in de panafrikaanse geest van Were Were Liking. Het instrumentarium is deels traditioneel en deels westers. Als vrouw en chansonnière - met - een -boodschap gaat ze de al dan niet heikele thema’s niet uit de weg: god, vriendschap, werk, aids, onrecht allerhande, de dood, liefde, moederschap, het lot van vrouwen wereldwijd en inzonderheid Afrika (mishandeling, sterven in het kraambed, gedwongen huwelijken), de zoektocht naar wijsheid, het belang van een Afrikaanse identiteit die conflicten overstijgt…. Ze brengt haar briljant geschreven (samen met Colin) en tijdloze songs in een bont allegaartje van talen (Bété, Malinke, Dida, Haïtiaans, Creools, Lingala, Wolof, een flard Engels en Frans).
Vier jaar na ‘Na Drê’ verschijnt nu haar vijfde studioalbum, ‘Miziki’. Thematisch borduurt ze verder op de vertrouwde thema’s en daar komen nu ook haar passie voor muziek, haar eigen rebelse kant, het verhaal van een sterke mentaal gehandicapte vrouw en een inkijk in haar eigen emotionele leven bij. Het allegaartje van talen is achterwege gebleven: ze zingt nu hoofdzakelijk in haar moedertaal Bété. Net zoals Fatoumata Diawara neemt Gnahoré een Franse producer uit de pop- en rockwereld onder de arm, met name Nicolas Repac die voorheen wel al zijn strepen verdiende bij Afrikaanse artiesten. ‘Miziki’ klinkt over het grootste deel van de lijn ritmisch maar ook ingehouden en vederlicht en lijkt ook gericht op een doorbraak op de internationale markt. De basis en het fundament zijn nog steeds overduidelijk Afrikaans maar de aanpak is ons bij momenten te poppy. Ze blijft ontegensprekelijk wel een groot talent met een markant, loepzuiver, okselfris en gevoelvol stemgeluid. Dan gaan wij maar eens opnieuw ‘Ano Neko’ en ‘Na Afriki’ uit de kast halen. publieksprijs: 18,70

BOMBINO – Deran

BOMBINO – Deran

Zanger / gitarist Oumara Moctar, alias Bombino, is een Tuareg uit Niger en staat geboekstaafd als een pionier van de desert blues. Hij mag dan al de populaire Stef zijn onder de woestijnrockers, bij ons stond hij lange tijd nooit bovenaan het lijstje. Tot ook wij twee jaar geleden overstag gingen bij het album ‘Azel’ en onszelf toen officieel tot fans van de man verklaarden. Bombino groeide op in vluchtelingenkampen en hij beschouwt zijn muziek dan ook als een statement voor het behoud van de Tuaregcultuur en -erfgoed. In 2004 debuteerde hij met het akoestische ‘Agamgam’. Vijf jaar geleden kon hij ons voor het eerst overtuigen met ‘Nomad’ dat grotendeels live in de studio werd opgenomen, in een opmerkelijke productie van Dan Auerbach (The Black Keys). Blijkbaar was er een bepaalde magie aanwezig tussen de twee heren want de samenwerking werkte echt: we werden getrakteerd op dampende, overrompelende, meeslepende desert blues in een mix van traditionele en rock- en bluesinstrumenten en met heerlijke echo op de stemmen en de harde gitaren. Voor de opvolger ‘Azel’ waarvan hoger sprake koos hij opnieuw voor een producer uit de rockhoek, met name David Longstreth (Dirty Projectors) die naar Bombino’s eigen zeggen meer vrijheid en hoofdrol liet aan de artiest dan Dan Auerbach dat deed. Die rockinsteek betekende echter niet dat Bombino ontworteld was want hij bleef getrouw zingen in het Tamasheq en veel van zijn teksten zijn Tuareg gerelateerd: deze twee vaststellingen blijven nu ook gelden op het nieuwe ‘Deran’. Voor het eerst in bijna tien jaar ging Bombino zijn nieuwe album terug in Afrika opnemen, meer bepaald in Casablanca. Voor de productie nam hij zijn manager Eric Herman onder de arm. Die zorgt er dan weer voor dat we hier wellicht opnieuw de “echte” Bombino aan het werk horen, niet gefilterd door de glinstering van een beroemde rockproducer. Op ‘Deran’ horen we een meer dan uitstekende mix van (en in de beste momenten een schoolvoorbeeld van kruisbestuiving) Afrikaanse muziek, Tuareg verhalen, boodschappen van vrede en hoop en blues en rock (en soms een vleugje reggae die hij zelf omdoopt tot Tuareggae), van elektriek en akoestiek, van traditionele Afrikaanse en moderne westerse instrumenten. De nadruk blijft liggen op de repetitieve, complexe en bezwerende gitaarriffs (met grote schatplicht aan peetvader Ibrahim Ag Alhabib van Tinariwen) waarbij hij zich weer eens ontpopt tot een buitengewone gitarist. In de beste momenten werken die gitaarriffs symbiotisch met Bombino’s passionele zang die zowel elementen van honing als zand bevatten, a.h.w. zandkorrelig. In vergelijking met ‘Nomad’ en ‘Azel’ is de gitaarklank minder hard. ‘Deran’ is niet echt een grote Bombino maar staat wel garant voor drie kwartier fijn muzikaal vertier.
publieksprijs: 17,15

SAMBA TOURÉ – Wande

SAMBA TOURÉ – Wande

We zetten onze weg verder op het pad van het fijnbesnaarde West-Afrikaanse gitaarspel. De Malinese zanger / gitarist / songschrijver Samba Touré speelde lang geleden als leerling in de begeleidingsband van Ali Farka Touré. Negen jaar geleden bracht hij zijn internationaal debuut uit, ‘Songhaï Blues’, een eerbetoon aan zijn leermeester en inspirator. Twee jaar later verscheen ‘Crocodile Blues’, een album met al meer eigen gezicht. Nog eens twee jaar later verscheen zijn derde album, ‘Albala’, waarop Samba Touré steeds dichter ging aanleunen bij de top van de West-Afrikaanse muziek en we misschien wel een hele grote in wording aan het werk hoorden. Samba Touré is een begenadigde gitarist en zingt krachtig en bezwerend. Op ‘Albala’ hadden het optimisme en de relaxte sfeer van zijn twee vorige albums plaats gemaakt voor een uitdagende en donkere kant. In de Songhaï taal betekent ‘albala’ gevaar / risico: Samba Touré maakte zich zorgen over de wereld en meer specifiek over de situatie in het noorden van zijn thuisland Mali. Deze zorgen lieten zich ook voelen in de klank van dat album: ‘Albala’ was bij uitstek een donkere plaat in een subtiele en sobere productie van Chris Eckman (The Walkabouts, Dirtmusic) en met atmosferische bijdragen van Hugo Race (Dirtmusic, ex The Bad Seeds) op gitaar en keyboards. ‘Albala’ was woestijnblues met een uiterst scherpe rand die de luisteraar met de neus op de feiten drukte en waarbij de aaibaarheidsfactor nihil was: de kwaadheid van Samba Touré vertaalde zich in complexe, dreigende, hypnotiserende en repetitieve ondertonen in de arrangementen en vooral in een compromisloze sound zonder franjes, woestijnblues zoals we die nog maar zelden hadden gehoord. Drie jaar geleden verscheen zijn vierde album, ‘Gandadiko’: vertaald uit het Songhaï, zijn Malinese moedertaal, als ‘brandend land’ of ‘land van droogte’. Touré bleef bijzonder somber gestemd. De VN missie in Mali had aanhoudend moeite de situatie te controleren waardoor Touré het moeilijk had om zijn goede voornemens waar te maken. Die voornemens waren dat ‘Gandadiko’ een vrolijker album zou worden dan ‘Albala’, dat werd opgenomen ten tijde van de jihadistische terreur in het land. Ook de nieuwe songs op ‘Gandadiko’ waren geboren uit het conflict, maar toch klonken ze iets helderder en lichter, -ook al logen de teksten er weerom niet om- want Touré wou toch vooral een boodschap van hoop de wereld insturen. De muziek was doordrongen van een verbazingwekkende veerkracht en van de -ondanks alles- intrinsieke vreugde en opgewektheid van een land en zijn volk. We hoorden een myriade muzikale structuren: van hypnotische, inheemse, traditionele melodieën uit de Songhaï erfenis over folkblues ingebed in vroege rock ‘n’ roll tot funky psychedelica. ‘Gandadiko’ was m.a.w. veel minder Mali blues dan zijn drie voorgangers. De songs waren omkaderd met een rusteloos eclecticisme en Touré’s gitaarspel was nooit zo angstwekkend, explorerend en rock and roll én tegelijkertijd verleidelijk. Maar er was ook veel ruimte voorzien voor een hele rist traditionele instrumenten. Ondanks alle kwaadheid klonk zijn stem nooit zo egaal en relaxt.
Dit lange en hopelijk verhelderende verhaal brengt ons en jullie bij het nieuwe album ‘Wande’. Opvallende vaststelling: ‘Wande’ klinkt een pak minder donker dan de twee voorgangers en straalt zelfs rust, stabiliteit, warmte, vreugde, vrede en vertrouwen uit. Touré zingt zelfs een liefdeslied voor zijn vrouw en verder ook nog een eerbetoon aan zijn overleden vriend en medewerker, de sokouspeler Zoumana Tereta van wie we ook een sample van de ‘Albala’ sessies te horen krijgen. ‘Wande’ keert ook deels terug naar een meer traditioneel en akoestisch klankenpalet met o.a. de tama (talking drum) in een prominente rol die op vroeger werk weggelegd was voor heroïsche gitaar-ngoni duels. De klank is helderder dan voorheen maar desalniettemin even direct en krachtig met veel klemtoon op ritme. Mede door de korte opnameduur en het feit dat enkel eerste takes van Touré’s zang en gitaarspel werden gebruikt heeft de klank van deze muziek een buitengewoon naturel en een karrenvracht spontaneïteit: niets klinkt opgepolijst of “perfect”. Ondanks de zeer variërende ritmes en stemmingen klinkt ‘Wande’ zeer coherent. ‘Wande’ etaleert een muzikant die voortdurend in evolutie is, op de verrassing speelt en avontuurlijke, vernieuwende en zeer hedendaagse traditionele muziek brengt, inclusief de erfenissen van Ali Farka Touré en John Lee Hooker. Aldus kennen jullie de tiende titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
Mali mag dan misschien een land van droogte zijn, in muzikaal opzicht geldt dat zeker niet: wild eclecticisme en experiment slaan wild om zich heen en talenten komen als paddestoelen uit de grond en deze gerijpte en zelfverzekerde Samba Touré is er daar een van en zeker niet een van de minsten. Met ‘Gandadiko’ had hij zich al definitief genesteld in de top van de West-Afrikaanse muziek en op ‘Wande’ bevestigt hij dat met verve en con brio.
publieksprijs: 18,75

MARIZA – Mariza

MARIZA – Mariza

Sinds Mariza debuteerde in 2001 met ‘Fado em Mim’ bereikte fado een nieuw en vooral niet-Portugees publiek. Ze verbreedde de muzikale horizon van fado door er jazz, flamenco en Braziliaanse invloeden aan toe te voegen. Ze gebruikte ook niet-traditionele instrumenten zoals piano en trompet; toch verloor ze de traditie nooit uit het oog, ook al dreef ze er met de jaren steeds verder van weg. Maar in Portugal was men niet zo erg opgezet met haar, en zeker al niet met haar peroxide kopje; op vele vlakken was ze te controversieel. In 2011 verscheen dan ‘Fado Tradicional’ en dat was meteen een muzikaal statement. De koningin van de moderne (pop)fado keerde op meer dan overtuigende én indrukwekkende wijze terug naar de bron en nam 12 traditionele fado’s op met traditionele begeleiding, waarbij ze de grote klassiekers vermeed. De zangeres van de grote concertzalen hengelde met die cd nadrukkelijk naar erkenning als fadista voor de kleine fadohuizen van Lissabon. Vier jaar later voer ze op ‘Mundo’ dan weer een andere koers en daarin had topproducer en muzikale duizendpoot Javier Limón (die ook flamencogitaar speelde op dat album) wellicht een niet onbelangrijk aandeel. Er werd naast het Portugees ook in het Spaans gezongen, er was een meer uitgebreid palet aan stijlen te horen en het klassieke fado-instrumentarium werd uitgebreid. ‘Mundo’ was een verrassende wending in het parcours van Mariza. Ook op haar nieuwe cd neemt ze terug Limón onder de arm als producer en ging ze bovendien opnemen in diens Casa Limón in Madrid. Muzikaal gaat ze resoluut verder op het elan van ‘Mundo’ en glijdt ze steeds verder weg van fado: ze wil zich blijkbaar nadrukkelijk profileren en manifesteren als een artieste die meerdere stijlen aankan en bewust haar eigen weg wil uitstippelen. Wij kunnen dat alleen maar aanmoedigen maar net als bij ‘Mundo’ blijven we achter met gemengde gevoelens: sterke momenten waarin ze o.a. een zeer eigen vertaling van fado brengt worden de pas afgesneden door halfslachtig (en soms melig) werk maar een ding blijft overeind: die wonderlijke stem van Mariza. Elk album van Mariza gaat over een bepaald deel van haar leven. Op ‘Mariza’ vertelt ze hoe ze opgroeide, als vrouw, en legt ze daarbij haar gevoelens en emoties uit.
publieksprijs: 16,70

EUGENIA GEORGIEVA – Po Drum Mome / A Girl On The Road

EUGENIA GEORGIEVA – Po Drum Mome / A Girl On The Road

We vergeten wel eens dat Bulgarije muzikaal nog meer te bieden heeft dan enkel Le Mystère Des Voix Bulgares annex Bulgarian Voices Angelite al moeten we ook toegeven dat we daar zo voor de vuist weg en uit het blote hoofd ook geen namen weten op te plakken. Een nieuwe naam, althans voor onze kontreien, is zangeres Eugenia Georgieva. Ze groeide op in een grote stad (Plovdiv) maar haar liefde voor de Bulgaarse folkmuziek deed ze op in haar moeders thuisdorp aan de voet van het Rilagebergte waar ze reeds als kind optrad op festivals en in aanraking kwam met de authentieke diafonische gezangen van de oude Shoppe vrouwen. Toen ze verhuisde naar Londen zette ze haar innovatieve exploratie van de Bulgaarse folksong verder met twee a cappella groepen, Perunika Trio en Yantra en op haar solodebuut graaft ze nog dieper in deze muziek. Infeite spendeert Georgieva reeds bijna een leven lang aan de studie en de uitvoering van deze lokale folksongs. Toch is ze van meerdere markten thuis: zo werkte ze samen met o.a. Transglobal Underground. Eeuwenlang waren liederen een onuitwisbaar element in het Bulgaarse dorpsleven, zowel op het veld, bij het avondlijke samenzijn, op de festivals en de familiefeesten. Nu nog steeds worden deze liederen oraal doorgegeven. Liefde is een constant thema dat zich verstrengelt met het dagelijkse werk op de velden. Een andere grote maar ook dreigende constante is de dood die steeds op de loer ligt. Daarnaast komen ook de geboorte en de levenscirkel aan bod. De vreugden en de smarten uit deze oude liederen krijgen hier uitgeklede arrangementen die de traditionele instrumenten kaval, gadulka en tambura vlekkeloos laten samengaan met gitaar en contrabas in een klank die teruggaat tot de Renaissance en die herinterpreteert voor de concertzaal van vandaag en die het erfgoed betekenisvol transponeert naar de context van vandaag. De vertolking van zowel de loepzuivere, exquise, sierlijke en zeer karakteristieke stem van Georgieva als van de vier topmuzikanten is ronduit vlekkeloos en verbluffend en de totaalklank is pastoraal en verfrissend eenvoudig en reminisceert ook aan de Britse en Amerikaanse sixties folk. Eugenia Georgieva is een waarachtige ontdekking waarvan we hopen nog veel te zullen horen alsook dat we nog niet het beste van haar gehoord hebben.
publieksprijs: 13,15

KYLE CAREY – The Art of Forgetting

KYLE CAREY – The Art of Forgetting

Deze Amerikaanse zangeres en gitariste brengt een transatlantische fusie van Keltische en Appalachia muziek, op haar nieuwe en derde album nu ook doorspekt met invloeden uit het diepe zuiden (o.a. cajun en bluegrass) van de VS van A waar de cd ook werd opgenomen, in dezelfde studio waar het fabeltastische ‘Freedom Highway’ van Rhiannon Giddens werd opgenomen en ook met dezelfde producer, Dirk Powell. Zelf omschrijft ze haar werk als gaelic americana. Ze combineert deze folkroots met persoonlijke verhalen. Ze studeerde o.m. Engelse literatuur, Keltische muziek en de Schots Gaelische taal. Op deze akoestische opnames wordt ze begeleid door lieden die behoren tot de fine fleur van de Amerikaanse en de Keltische folk en zo horen we o.a. een van onze huisfavorieten, Rhiannon Giddens (muzieknieuws april 2017). Op ‘The Art of Forgetting’ is Carey tot volle en rijke rijpheid en muzikale volwassenheid gebloeid en exploiteert ze al haar kwaliteiten: uitstekende verhalenvertelster, muzieketnologe, eersteklas liedjesschrijfster en haar elegante, ingetogen, intieme, aangrijpende, hartverwarmende en innemende stemgeluid, dit alles ingepakt in een weelderig en gracieus klankenpalet. De composities zijn deels traditionals, covers en eigen werk dat geïnspireerd is door werk van Edna St. Vincent Millay, George Scroggie, Samuel Taylor, Louise McNeill, Charles Dickens en John Hiatt. Haar grote verdienste is dat haar bijdrage aan die traditionals en dat werk van anderen ook voor een echte meerwaarde staat. ‘The Art of Forgetting’ is een edelsteen van zeer veel karaat en ademt pure schoonheid. Meteen kent u de elfde titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 13,15

AMMAR 808 – Maghreb United

AMMAR 808 – Maghreb United

Ammar 808 is het alias van producer en arrangeur Sofyann Ben Youssef die we vorig jaar leerden kennen als het sonische brein achter het veel geprezen Bargou 08 (muzieknieuws april 2017), een zeer avontuurlijke en opwindende benadering van een eeuwenoude orale traditie uit Tunesië. Op zijn debuut als artiest verbindt hij de toekomst en futurisme met het verleden, folklore en mythologie. Samen met de zangers Mehdi Nassouli (Marokko), Sofiane Saidi (Algerije) en Cheb Hassen Tej (Tunesië) gaat hij voor een radicale en elektronische heruitvinding van oude Noord-Afrikaanse muziek. Traditionele Targ- en gnaoualiederen en al even traditionele raïverhalen worden onder handen genomen door een analoge basdrumcomputer, samples, een synthesizer en andere electronica, de verwrongen klank van een guembri (driesnarig instrument uit de luitfamilie), een gasba (fluit) en een zokra (verre familie van de doedelzak). Met dit project wordt er ook getoerd, begeleid door een VJ, designers en acteurs met het oog op een totaalervaring. Dat belooft dus want alleen al het auditieve aspect is een bijzondere en zeer uitbundige, dolgedraaide ervaring die het pad van Bargou 08 verder bewandelt en verdiept. Rommelende baslijnen, uitbundige gezangen, huilende blaasinstrumenten en meedogenloze percussie zijn ons deel. Deze intense, opzwepende, vervoerende, brutale, apocalyptisch klinkende en waarachtige viering van Noord-Afrikaanse muzikale identiteit zal menige luisteraar van het paard bliksemen. Voor de danslustigen: hedendaagse Europese acts als The Chemical Brothers en Front 242 zijn nooit ver weg.
publieksprijs: 18,75

CALYPSO ROSE – So Calypso!

CALYPSO ROSE – So Calypso!

Dan volgt nu de rubriek monumentenzorg: 78 lentes telt ze, de regerende calypsokoningin Calypso Rose (echte naam: McArtha Linda Sandy-Lewis), de muzikale matriarch van Trinidad and Tobago en ook wel eens de Miriam Makeba van de Caraïben genoemd. Ze zit nog steeds op kruissnelheid en verkeert in bloedvorm. Twee jaar geleden zette ze op ‘Far From Home’ een update neer van het genre dat ze een halve eeuw gedomineerd heeft ondanks dat genre een mannenbastion is. Ze is wellicht de prominentste ambassadrice voor calypsomuziek en misschien ook wel voor haar land. Ze is een ware survivor: misbruik, huiselijk geweld, kanker en twee hartaanvallen konden haar niet klein krijgen en ze blijft de energie en de pit zelve. Daarover zegt ze zelf: “They say I reign too long, forgetting my constitution is strong”. Haar repertoire bevat dansmuziek en gospelgetinte gezangen en beslaat ook (vaak strijdbare en militante) sociale en politieke commentaar en oproepen voor planetaire solidariteit en vrede op de wijze van Bob Marley. Maar ook de (vleselijke) geneugten van het leven komen ruimschoots aan bod. Calypso laat zich kenmerken door een feestelijke ambiance en dat is bij deze dame niet anders, ook al maskeert dat feestelijke aspect de vaak maatschappijkritische teksten. Om het heel simpel te omschrijven verenigt het genre in zich Afrikaanse ritmes, Latijnse koperblazersarrangementen en Europese harmonieën. Maar de muzikale leefwereld van Calypso Rose is breder dan enkel calypso: in haar muziek komen ook o.a. ska, mento en soca aan bod alsook vleugjes schmaltz en blues.

Calypso is, om het zeer summier uit te drukken, de onbeschaamde en subversieve carnavalsmuziek uit Trinidad. De eerste calypso-opnames dateren al uit 1912. De muziek verwierf een controversieel statuut omdat de zangers het medium aanwendden om de machthebbers te bekritiseren en in een en dezelfde beweging met veel branie op te scheppen over hun seksuele, drank- en gokprestaties. Het genre was een van de eerste Afro-diaspora-muziekvormen die internationale populariteit behaalden. Waar reggae heel veel mosterd vandaan haalde hoort u op dit en vele andere calypsoalbums.

Met de assistentie van de Belizeaanse producer Ivan Duran (die we leerden kennen van zijn werk met Andy Palacio) en met gastverschijningen van Angélique Kidjo en Manu Chao brengt ze een eerbetoon aan de artiesten die haar muzikale carrière beïnvloed hebben. Naast zeven eigen composities doet ze dat middels vijf covers die bekend werden in de versies van Nat King Cole, Diana Coupland & Monty Norman, Dionne Warwick, The Andrew Sisters en The Melodians. De overige zeven songs zijn updates van vroeger werk van haarzelf dat zich laat kenmerken door zijn vurig en wulps karakter. Met haar vorige album ‘Far From Home’, een meesterlijke update van traditionele Caraïbische muziek, verdiende ze een mondiale erkenning en status: die heeft ze ondertussen gekregen. We hopen dat dit verder afstraalt op dit wat vergeten en verwaarloosde genre en dat dit terug van onder het stof gehaald wordt en ook buiten het carnaval in Trinidad en London terug onder de aandacht komt. Jawel, Calypso Rose is zo calypso! Laat de zomer maar komen: iemand een soundtrack daarbij nodig? Wuivender, sprankelender en zomerser kunnen ze wellicht niet gemaakt worden. Zo, en dan gaan we nu aan onze cocktail nippen.
publieksprijs: 16,45

SHADI FATHI & BIJAN CHEMIRANI – Delâshena

SHADI FATHI & BIJAN CHEMIRANI – Delâshena

De Iraanse Shadi Fathi werd opgeleid door grootmeester Ostad Dariush Talai. Zij is een virtuoze op setar en shourangiz, twee traditionele snaarinstrumenten. Bijan Chemirani, de jongste telg uit het befaamde muzikale geslacht Chemirani (Chemirani Trio behoort tot de onbetwiste top in de Perziche klassieke muziek), kwam hier al vaker langs (eerder dit jaar nog met Efrén López en Stelios Petrakis op de sublieme cd ‘Taós’). Hij bespeelt allerlei slagwerk zoals zarb, daf en udu en samen met zijn vader geldt hij internationaal als een referentie voor de zarb, een voorouderlijk Perzisch percussie-instrument. Fathi en Chemirani leven in ballingschap, ver verwijderd van hun culturele voedingsbodem. Beiden ontmoetten elkaar voor het eerst twee jaar geleden in Marseille. Op hun eerste gezamenlijke cd mixen ze klassieke inspiratiebronnen met hedendaagse toetsen in een ritmische overvloed die aanleidt tot delicaat samenspel en elkaar afwisselende improvisaties met een totale vrijheid en respect voor elkaar. Dit alles levert een immens en zeer helder palet aan timbres en dynamiek op. De composities betreffen hoofdzakelijk eigen werk (al dan niet samen geschreven) en zijn gebaseerd op het Perzische klassieke repertoire en traditionele thema’s maar evenzeer op hun persoonlijke routes en thema’s. ‘Delâshena’ is een proeve van uiterste bekwaamheid en subliem meesterschap dat wel een zeer intense inspanning van de luisteraar vraagt maar waarvoor die luisteraar zeer veel terugkrijgt.
publieksprijs: 18,95

MICHALIS TERZIS & VASILIS SKOULAS – A Tribute To GREECE

MICHALIS TERZIS & VASILIS SKOULAS – A Tribute To GREECE

Michalis Terzis wordt beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse Griekse componisten. Hij startte zijn muzikale loopbaan in 1973. Zijn werk werd uitgevoerd en opgenomen door artiesten die deel uitmaken van de Griekse muzikale fine fleur zoals Jorgos Dalaras, Dimitra Galani, Glykeria, Eleftheria Arvanitaki, Nena Venetsanou en vooral die vele anderen. Hij is een fervent verzamelaar van prijzen voor filmmuziek en dit wereldwijd. Ook toeren doet hij wereldwijd.
De Kretenzische zanger en lyraspeler Vasilis Skoulas stamt uit een artistiek nest: zijn grootvader Michalis Skoulas was een befaamde lyraspeler en vader Alkiviades een gerenommeerde schilder. Ook voor Vasilis is wereldwijd het gezichtsveld en de actieradius. Zijn eerste opnames dateren van 1965.
Beide heren ontmoetten elkaar enkele jaren terug voor het eerst in Kreta en dat was meteen de geboorte van de idee voor een creatieve samenwerking. Hun project bestond uit het creëren van lyrische en erotische liederen alsook liederen over historische en heroïsche momenten in Kreta in het bijzonder en Griekenland in het algemeen. Eenmaal die geschreven waren gingen beiden aan de slag met een keur aan uitstekende Griekse muzikanten. De instrumentatie is vrij klassiek en traditioneel: klassieke gitaar, contrabas, akoestische (en heel even ook elektrische) gitaren, 12-snarige akoestische gitaar, Kretenzische lyra, viool, bouzouki, tzouras, lauto, santouris, percussie, chembalon, piano en als buitenbeentje synthesizers op het grootste deel van de cd. Ondanks de veelheid aan instrumenten krijgen we te maken met een sobere en meestal ingehouden begeleiding. De albumtitel mag wat vernauwd worden want wat we hier horen is vooral een kunstige stilering van de Kretenzische volkse muziek, vergelijkbaar met wat de Kretenzische kunstliedcomponist Yannis Markopoulos doet. ‘A Tribute To Greece’ is bij uitstek voer voor liefhebbers van het warme, gevoelige en veelal melancholische luisterlied. Dat geldt ook voor liefhebbers van bijzonder stemgeluid want dat heeft Vasilis Skoulas zeer zeker.
publieksprijs: 15,25

MÍSIA – Do Primeiro Fado ao Último Tango

MÍSIA – Do Primeiro Fado ao Último Tango

Een huisfavoriet na twaalf albums verzameld in veertig nummers op 2 cd’s voor de prijs van 1 met als toetje bijdragen van enkele groten der aarde: Maria João Pires, Maria Bethânia en Iggy Pop. Mísia is een grote dame die ons altijd mag komen storen want ieder album van haar is een ware verademing. Ondanks ze nooit de commerciële status van Mariza, Cristina Branco en consorten behaalde is ze zonder twijfel de belangrijkste vertolkster van de hedendaagse fado en wat ons betreft de waardige opvolgster van Amália Rodrigues, als iemand daar al zat op te wachten. Mísia heeft een glasheldere stem en een overweldigende présence. Ze startte als fadozangeres pur sang maar gaandeweg kwamen meer invloeden in haar muziek, vooral tango (dat verklaart de albumtitel van deze compilatie). Zoals zo vaak bij fado zet tragiek de boventoon. Toch verzet Mísia zich tegen pessimisme en ontdek je bij haar ook een lichte vorm van joie de vivre. Ze beantwoordt niet echt aan het prototype van de fadoartiest: half Portugees, half Catalaans verhuisde ze op haar twintigste van Oporto naar Barcelona. Dit resulteerde toen in fado met een nieuw gezicht en een zeer persoonlijke toets. Ze nam ook afstand van het tot op de draad versleten thema van onderontwikkeling en integreerde hedendaagse poëzie in haar werk. Naast die poëzie zijn de meeste teksten speciaal voor haar stem geschreven. Mísia is ervan overtuigd dat fado bovenal een spirituele daad is waarbij puur vocale acrobatieën geen plaats hebben. Dat verklaart haar angst om haar aanpak te stileren. Aldus komt ze zo dicht mogelijk bij de intensiteit van emotie. Dit alles kwam het best tot uiting op een van haar twee voorlopige meesterwerken, ‘Garras Dos Sentidos’ uit 1998. Na enkele zijpaden te hebben bewandeld (op ‘Ritual’, ‘Canto’, ‘Drama Box’ en vooral op ‘Ruas’ waarop een bloedstollend mooie cover van ‘Hurt’ staat met Geoffrey Burton op gitaar en die ook te vinden is op de speellijst van deze compilatie) keerde ze zes jaar geleden, net zoals Mariza die het jaar voordien ook die move maakte op het geweldige ‘Fado Tradicional’, op haar tiende album ‘Senhora Da Noite’ terug naar de traditionele fado. En net zoals Mariza deed ze dat met heel veel verve en overtuiging. Achter ‘Senhora Da Noita’ schuilde ook volgende idee: Mísia wilde traditionele muziek combineren met teksten van uitsluitend vrouwelijke dichters, schrijvers en vocalisten. Net als op dat andere meesterwerk ‘Garras Dos Sentidos’ werd het traditionele gitaartrio bijgestaan door accordeon, piano en viool, instrumenten die Mísia als eerste introduceerde in de fado. Maar ‘Senhora Da Noite’ had nog een andere grote waarde: voor het eerst in de geschiedenis van de fado was de rol van vrouwen niet beperkt tot die van muze of zangeres. Hier waren ze ook de auteurs die het poëtische universum voor de muziek creëren.
Voor wie nog niets van deze grote dame in huis heeft en bovendien geen allergie voor fado heeft (zo zijn er immers velen) hebben wij slechts één advies: ga als de wiedeweerga naar je lokale Oxfam platenboer en schaf deze magistrale compilatie aan. Een wereld van schoonheid zal voor je opengaan. Ons slecht karakter heeft nog een kleine kanttekening: naar aloude Portugese gewoonte is alle bijgeleverde info eentalig Portugees. publieksprijs: 17,15 (2 cd)

REGGAE

ZIGGY MARLEY – Rebellion Rises

ZIGGY MARLEY – Rebellion Rises

Ziggy Marley is wellicht de muzikaal meest getalenteerde nakomeling uit het geslacht van Bob (en met de jaren begonnen Ziggy’s uiterlijk en stem ook steeds meer op die van zijn vader te lijken), ook al heeft hij zich het voorbije decennium redelijk onsterfelijk belachelijk gemaakt met non-platen zoals ‘Wild and Free’, ‘In Concert’ en ‘Fly Rasta’. Twee jaar geleden hoorden we beterschap op zijn titelloze album al werden we wat ongemakkelijk door de ondraaglijke lichtvoetigheid en het gebrek aan dimensie. Maar eind jaren 80, begin jaren 90 heeft Ziggy Marley zich wel degelijk de muziekgeschiedenis in gezongen. Hij kwam toen zeer sterk uit de hoek met het drieluik ‘Conscious Party’, ‘One Bright Day’ en vooral het klassieke ‘Jahmekya’, zijn moment de gloire en vooralsnog zijn laatste noemenswaardige wapenfeit. Uit dit drieluik kwamen superbe reggaeklassiekers zoals ‘Tomorrow People’, ‘One Bright Day’, ‘Look Who’s Dancing’, ‘Raw Riddim’ en ‘Kozmik’. Dat drieluik nam hij op met zijn toenmalige begeleidingsgroep en familiebedrijfje The Melody Makers (Ziggy, Sharon, Cedella en Stephen Marley) die hij voor ‘Fly Rasta’ terug opviste. Na ‘Jahmekya’ deemsterde Ziggy beetje bij beetje weg en werd hij vooral politiek actief. In 2003 begon hij een solocarrière waarover we het al even terzijde hebben gehad. Dat de man ook nu nog steeds uitstekend kan zingen staat buiten kijf maar het gros van zijn composities uit de voorbije twee decennia zijn routineuze lichtgewichten. Maar toch, zoals we dat steeds doen, zetten we voor de beluistering van zijn nieuwe worp onze geest en vooral onze oren wijd open. En zie, er wordt sterk afgetrapt met ‘See Dem Fake Leaders’. Helaas wordt de kwaliteit van die straffe opener te weinig herhaald om gewag te kunnen maken van een “wedergeboorte”: sterke nummers worden te vaak afgewisseld met zoutloze reggaepop. Maar toch is ‘Rebellion Lies’ zijn muzikaal meest geïnspireerde album sinds hij helemaal solo ging: er is dus nog hoop temeer dat drie composities (See Dem Fake Leaders’, ‘Your Pain Is Mine’, ‘I Will Be Glad’) opnieuw een niveau halen de naam Marley waardig, al blijft er werk aan de winkel. Maar dat stemgeluid blijft natuurlijk overheerlijk. Ook nu weer zijn de meeste van zijn teksten politiek en maatschappelijk van aard. De gekende boodschappen van vrede, liefde en samenhang blijven aanwezig maar moeten wel wat plaats ruimen voor een roep om actie.
publieksprijs: 17,05

ASTON ‘FAMILY MAN’ BARRETT & THE WAILERS BAND – Soul Constitution (Instrumentals & Dubs 1971-1982)

ASTON ‘FAMILY MAN’ BARRETT & THE WAILERS BAND – Soul Constitution (Instrumentals & Dubs 1971-1982)

We blijven nog even vertoeven in Marleyland. Aston Barrett is in de eerste plaats bekend als bassist bij Bob Marley & The Wailers. Hij was ook co-auteur van meerdere Marley songs maar zag nooit een cent auteursrechten daarvoor. Samen met zijn broer Carlton vormde hij de onwrikbare ritmesectie van The Wailers: hun reputatie toen was vergelijkbaar met het latere aanzien van Riddim Twins, alias Sly and Robbie. Voor hun overgang naar The Wailers speelden ze bij The Upsetters. Verder boden ze hun diensten aan bij jah en klein pierke zodat ze te horen zijn op duizenden reggaeopnames. Zonder te overdrijven kan Aston Barrett een reggaehoeksteen genoemd worden. Minder gekend is dat Family Man onder eigen naam in de jaren 70 en 80 avontuurlijke en experimentele reggae uitgebracht heeft die weliswaar slechts op kleine schaal verspreid werd. ‘Soul Constitution’ biedt een bloemlezing uit dat verdwenen werk, deels de originele opnames deels herbewerkingen. Wat destijds experimenteel was klinkt nu eerder vintage en bij momenten toch ook wel wat gedateerd, zij het op charmante wijze. Deze compilatie is verre van essentieel maar diehard fans van old skool reggae zullen hier zeker hun meug vinden. Het prijskaartje spreekt helaas in het nadeel.
publieksprijs: 22,40

BOOBOO’ZZZ ALL STARS – Studio Reggae Bash vol. II

BOOBOO’ZZZ ALL STARS – Studio Reggae Bash vol. II

Dit vijftal ontstond in 2013 in de kelder van de Booboo’zzz Club in Bordeaux alwaar het oorspronkelijk gedurende twee jaren fungeerde als begeleidingsgroep voor de vele zanger(e)s(sen) die er de revue passeerden. Twee jaar geleden lanceerde de groep een reeks video’s onder de titel ‘Studio Reggae Bash’ waarin ze Franse chansons en rock- en variétéklassiekers een reggaekleedje aanmaten en die ingezongen werden door vocalisten van over de hele aardkloot. Vorig jaar vertaalde dit project zich in een eerste album dat hier en nu een vervolg krijgt. Elke cover van de twaalf liedjes wordt ingezongen door een andere vocalist waarvan enkel Ben L’Oncle Soul een bel doet rinkelen in onze beperkte hersenpan. De keuze van de gecoverde artiesten is divers en alvast merkwaardig: zo wordt hier werk van o.m. Etienne Daho, Mariah Carey, Yes, France Gall, London Grammar, Nino Ferrer, Sade en Lianne La Havas onder handen genomen en helemaal in de pan gehakt. Dit album kreeg vele lovende besprekingen maar ons ontgaat het waarom daarvan. We horen muzakreggae van dertien in een dozijn die thuishoort in supermarkten en op foute barbecues, baby- en andere borrels en allerlei smakeloze evenementen. Bob Marley en consorten zijn zich nu al zeer ongemakkelijk aan het keren in het graf. Weg met deze rommel en volksverlakkerij.
publieksprijs: 15,75

VINYLRELEASES

- DOBET GNAHORÉ – Miziki
publieksprijs: 19,50
- FATOUMATA DIAWARA – Fenfo
publieksprijs: 18,75 (lp + cd)
- BOMBINO – Deran
publieksprijs: 21,75
- SAMBA TOURÉ – Wande
publieksprijs: 21,35
- EBO TAYLOR and the PELIKANS – Ebo Taylor and the Pelikans
publieksprijs: 23,95
- CALYPSO ROSE – So Calypso!
publieksprijs: 23,90 (2 lp)
- AMMAR 808 – Maghreb United
publieksprijs: 21,35
- ASTON ‘FAMILY MAN’ BARRETT & THE WAILERS BAND – Soul Constitution (Instrumentals & Dubs 1971-1982)
publieksprijs: 38,05 (2 lp)
- ZIGGY MARLEY – Rebellion Rises
publieksprijs: 19,00
- BOOBOO’ZZZ ALL STARS – Studio Reggae Bash Vol. II
publieksprijs: 23,90
- THE SELECTER – Live At The Roundhouse
publieksprijs: 33,70 (2 lp + dvd)
- REBELUTION – Free Rein
publieksprijs: 24,35
- WILLIE COLON – Wanted By The FBI / The Big Break – La Gran Fuga
publieksprijs: 25,80


GOUD VAN OUD / GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

Ook deze maand serveren we deze 2 rubrieken op 1 schotel.

FELA KUTI & EGYPT ’80 – Underground System

FELA KUTI & EGYPT ’80 – Underground System

Bouwjaar: 1992 (geremasterde cd-release: 2001)
Lieve luisterpaalkinderen, om met een vreselijk cliché in huis te vallen: Fela Kuti is een man die niet meer hoeft voorgesteld te worden. Maar misschien zijn er onder jullie toch enkelen die de voorbije halve eeuw op een andere planeet geleefd hebben. Daarom een poging tot duiding. Deze Nigeriaanse muzikant en politiek activist ontwikkelde in de loop van zijn zeer rijke loopbaan een eigen genre, de afrobeat. Hij debuteerde in het jaar 69 van de vorige eeuw met de lp ‘The ’69 Los Angeles Sessions’ en maakte 23 jaar later, een jaar voor hij stierf, zijn laatste, ‘Underground System’. Zijn discografie telt meer dan 50 albums! In 1969 trekt hij met zijn band Nigeria 70 naar de US of A en daar werd hij sterk beïnvloed door de ideeën van Malcolm X en andere zwarte activisten. Bij zijn terugkeer naar Nigeria werd zijn afrobeat een groot succes aldaar. Via zijn muziek promootte hij zijn politieke ideeën en zijn Afro-Shrine club werd al snel een politiek centrum. Zijn politiek activisme was zijn tijd ver vooruit: hij dacht al globalistisch nog voor die term werd uitgesproken. In 1974 richtte hij de Kalakutu Republic op en plaatste hij een hek om zijn huis: een staat binnen de staat was geboren en werd een doorn in het oog van de machthebbers: ook Occupy was hij ver vooruit. Kuti werd vaak opgepakt en gevangen genomen. Hij werd steeds radicaler en zijn aanhang groeide tot ongeziene hoogtes. In 1978 werd zijn republiek vernield en de bewoners gemolesteerd, waarbij Kuti’s moeder overleed. Een jaar later was Kuti presidentskandidaat maar zijn kandidatuur werd geweigerd; vier jaar later gebeurde nog eens hetzelfde. Kuti herdoopte zijn band Africa 70 tot Egypt 80, die maximum uit zo’n 80 leden bestond, en toerde all over the world: dit leidde tot een brede appreciatie van Afrikaanse muziek en cultuur. Hij groeide uit tot een belangrijke vertolker van de gevoelens van miljoenen Afrikanen. In 1997 overleed hij en zijn begrafenis bracht maar liefst een miljoen mensen op de been. Vandaag de dag leidt zijn jongste zoon Seun Egypt 80 in een uitgedunde versie in goede banen en waakt zo over de erfenis van zijn vader en het moge gezegd zijn: die erfenis is in bijzonder goede handen, getuige daarvan o.m. de briljante albums ‘From Africa with Fury: Rise’ en ‘A Long Way To The Beginning’ vol furieuze, gedreven en stomende afrobeat naar het aloude recept van vader Kuti.

Tot daar de politieke en maatschappelijke schets: dan focussen we nu op de muzikale betekenis van dit genie, hoewel beide dimensies bij Kuti onlosmakelijk verbonden waren. Eind jaren 50 trekt Fela Kuti naar Londen om er vier jaar trompet en muziektheorie te studeren. Hij sticht er ook de groep Koola Lobitos met andere Nigeriaanse studenten. Terug in Nigeria gaat hij muzikaal experimenteren en combineert de vernieuwende afrosoul (geënt op James Brown) met jazz, highlife en traditionele muziek. Het resultaat doopt hij afrobeat: een nieuw genre was geboren. Hoewel afrobeat algemeen erkend wordt als Kuti’s kind, zonder de fenomenale percussionist Tony Allen (vandaag nog steeds actief) was het nooit geworden tot hoe we het nu kennen. Dit is het succesrecept: Fela op tenor- en altsax en keyboard, Tony Allen aan het drumstel, broeierige brasspartijen, vraag- en antwoordzang, een vrouwenkoor van twintig eenheden in een spectaculaire choreografie. Meer moet dat niet zijn. De -meestal zeer lange- muziekstukken worden door Egypt 80 opgebouwd naar overweldigende en extatische climaxen. De ene bestseller volgde de andere op.

‘Underground System’ was de laatste lp die Kuti opnam (nadien verscheen er nog veel onuitgegeven materiaal). Het album bevat 2 XXXL lappen muziek (28’26” en 17’18”), op deze geremasterde cd-versie aangevuld met nog een XXXL lap van 29’10” uit zijn album ‘O.D.O.O.’ uit 1990. ‘Underground System’ wordt algemeen beschouwd als een van dé essentiële albums van Kuti, met recht en reden. De muzikale structuur van Kuti’s werkstukken hebben we al eerder toegelicht: ook hier loopt alles naar beproefd en onweerstaanbaar recept. En avant la fête dus! De behandelde thema’s zijn daarentegen minder feestelijk, maar dat kan absoluut de muzikale pret niet deren. De titel staat voor het samenzweringssysteem van militaire en politieke leiders in Afrika waarbij iedereen die voor verandering opkwam systematisch uit de weg geruimd werd. Verder behandelt hij fijne thema’s zoals door de overheid gesponsorde brutaliteiten en economische incompetentie. Als we deze thema’s vergelijken met diegene die worden aangesneden op de twee recente cd’s van zonen Seun en Femi moeten we helaas vaststellen dat 26 jaar na dato nog alles bij het oude is gebleven.
publieksprijs: 17,80
Meer van deze artiest: sinds 2013 is het volledige oeuvre van Fela Kuti terug beschikbaar. Daarvan een opsomming maken zou ons hier veel te ver leiden. Maar voor wie het allerbeste in huis wil halen raden we deze uiterst subjectieve en summiere selectie aan:
The ’69 Los Angeles Sessions (bouwjaar: 1969)
Open & Close (1972)
He Miss Road (1975)
Underground System 1992).


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage

GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra – Three Letters From Sarajevo (Opus 1)

GORAN BREGOVIC & The Wedding and Funeral Orchestra – Three Letters From Sarajevo (Opus 1)

The one and only. In ons huiselftal heeft hij een onbetwiste en onbetwistbare basisplaats. Voor wie enkele decennia op een andere planeet doorbracht: een fenomeen verklaard in een notendop. Goran Bregovic is een van afkomst Bosnische (met Kroatisch / Servische ouders) muzikant / componist die tijdens de Joegoslavische oorlogen uitweek naar Servië en zijn tijd verdeelde tussen een bestaan in Belgrado en Parijs. Zes jaar geleden ging hij terug in Sarajevo leven bij zijn familie. Bregovic is wellicht de bekendste moderne componist uit de Balkan. Nochtans begon hij zijn muzikale carrière bij de rockband Bijelo Dugme waarmee hij in eigen land (toen nog Joegoslavië) grote roem vergaarde. Vanaf 1989 ging hij zich concentreren op filmmuziek (ook in de jaren 70 schreef hij al twee scores): zijn eerste score in 89 was voor Time of the Gypsies van Emir Kusturica, met wie hij later nog meer zou samenwerken (Arizona Dream, Underground). In totaal schreef hij tot op heden meer dan dertig scores. Hij componeerde ook voor andere artiesten zoals Sezen Aksu, Cesaria Evora en Iggy Pop. Naast zijn uitgebreide eigen oeuvre en een reeks duetten maakte hij nog vier cd’s in samenwerking met andere artiesten: de Turkse Sezen Aksu (het fantastische ‘Wedding and Funeral’), de Griek Jorgos Dalaras, de Poolse Kayah (650.000 verkochte exemplaren alleen al in Polen) en de nobele onbekende Pool Krzystof Krawczyk. De inspiratie voor zijn muziek ligt in Balkanritmes en Europees classicisme. Hij gebruikt Bosnische, Servische en Romani thema’s en zijn werk is een fusie van populaire muziek, traditionele polyfonie uit de Balkan, tango en brass bands. Sinds 1988 trekt Bregovic de wereld rond met de outstanding The Wedding and Funeral Orchestra die kan variëren van 8 tot 37 muzikanten. De kleinere versie bestaat bijna hoofdzakelijk uit blazers, aangevuld met Bregovic zelf, een drummer en twee Bulgaarse zangeressen; die laatste zorgen voor een unieke sound. De grootste versie bevat o.m. nog zangers van het Belgrado Orthodox Koor en strijkers uit Polen. Hoe geweldig en indrukwekkend zijn studiowerk ook moge zijn, live zijn Bregovic en zijn orkest nog “duizend” keer beter: hun concerten zijn een aaneenschakeling van imposante, hyperenergieke en overdonderende chaos en een waarlijk sensitieve overdosis nonsensicale dynamiek; zeg dat wij het gezegd hebben.

Na de lichtelijk fantastische instant klassieker en Brego grand cru ‘Champagne for Gypsies’ was het precies vijf jaar wachten op nieuw werk en laten we maar meteen met de deur in huis vallen: het was weer van dat. Het lange wachten werd meer dan beloond: dit is alweer een Bregovic van de grote dagen. Op een Jiddische traditional (het intens bruisende ‘Mazel Tov’) na heeft Bregovic voor dit zeer gevarieerde album alles zelf neergepend, al speelt hij hier en daar buurtje leen. Ook bij de productie en de arrangementen had hij de touwtjes volledig zelf in handen. De uitgebreide gastenlijst oogt meer dan veelbelovend: Rachid Taha, Mirjana Neskovic, Sifet & Mehmed, Bebe, Asaf Avidan, Zied Zouari, Gershon Leizerson en Riff Cohen. De inspiratie voor ‘Three Letters From Sarajevo’ deed Bregovic op in de geschiedenis van zijn geboortestad Sarajevo die voor de Balkanoorlog nog een ontmoetingsplaats voor christenen, moslims en joden was. Voor Bregovic luidt de moraal van het verhaal als volgt: “Het lijkt duidelijk dat het niet Gods plan was ons te leren hoe samen te leven. Dit is iets wat we op ons zelf zullen moeten leren.” Centraal staat een instrumentale compositie die drie keer vertolkt wordt, telkens gedomineerd door een andere violist (uit de Balkan, de Maghreb en Israël), die zo uit een soundtrack lijkt weggelopen te zijn en die de drie godsdiensten eert. De viool staat ook metafoor voor de coëxistentie van klezmer en klassieke en oriëntaalse muziekstijlen, die zich ook weerspiegelt in de gastenlijst. ‘Three Letters From Sarajevo’ is de meest eclectische Bregovicschijf in jaren maar blijft voor het grootste deel geïnspireerd door de tradities waarbinnen hij werkt. Het album heeft ook een meer uitgesproken melancholisch karakter wat niet wegneemt dat er nog voldoende ruimte is voor de doldwaze feestneus en de Balkanjukebox met muzikanten die behoorlijk uit hun dak gaan en uiterst strakke blazers die zinderende grooves genereren in de allerbeste aanstekelijke Balkantraditie. Dé ontdekking van dit album is zangeres Bebe die tweemaal ten tonele verschijnt.

Dit fenomeen komt op zondag 5 augustus naar festival DRANOUTER om dit liefelijke dorp op zijn grondvesten te doen daveren. Daar kan je ook genieten van onze (h)eerlijke Oxfam dranken (zie bovenaan dit muzieknieuws).


CONCERTTIPS: HELDEN in het PARK

Gespreid over over vier donderdagavonden (vanaf 20u) gaat ook dit jaar het sympathieke stadsfestival Helden in het Park -een initiatief van muziekclub N9- door in het Heldenpark in Eeklo en ook dit jaar is de toegang tot het festival he-le-maal gratis.

26 juli / EBO TAYLOR

Zanger / gitarist / componist / arrangeur Ebo Taylor is een veteraan (82) uit de Ghanese muziek. Hij maakt al zes decennia lang een unieke mix van highlife, konkoma en afrobeat. Toch duurde het tot 2010 vooraleer er van dit zeer goed bewaarde geheim werk verscheen buiten Afrika, met name het album ‘Love And Death’, een gedeeltelijke heruitgave van ‘Conflict’ uit 1980, aangevuld met nieuw materiaal. Dit album maakte van hem voor niet-Afrikanen een ontdekking op late leeftijd. Twee jaar later volgde dan zijn eerste internationale release die volledig uit nieuw materiaal bestond, ‘Appia Kwa Bridge’. Lang geleden, toen de dieren nog spraken, werd hij als jazzmuzikant geschoold in London, waar hij regelmatig jamt met Fela Kuti. Met hun kennis van jazz en funk verrijken ze highlife en afrobeat. Fela Kuti doet er zijn voordeel mee en wordt een wereldster terwijl Ebo Taylor in de vergetelheid geraakt. Decennia later wordt de man dus heropgevist en is er het zeer ruim verdiende eerherstel. Met aanstekelijke grooves mikt Ebo Taylor voluit op de heupen maar soms raakt hij rechttoe rechtaan in de buik. De man kan samengevat worden in twee woorden (altijd met twee woorden spreken): grote klasse. Vorige maand verscheen ‘Yen Ara’ waarop hyperenergieke maar ook malse en schuimende grooves in uiteenlopende tempi alsook ritmische detonaties zorgen voor onweerstaanbare, verrukkelijke, opwindende, goed doordachte en uitmuntend uitgevoerde muziek met de onwaarschijnlijk strakke blazers vaak in een glansrol. Van deze muziek worden wij geweldig blij. Het concert van Taylor wordt voorafgegaan door dat van Kyekyeku & Ghanalogue Highlife. De ons onbekende jonge Ghanese muzikant Eugene Ampadu -Kyekyeku voor de vrienden- laat zich al zijn hele leven inspireren door palmwine (dit is wel degelijk een muzikale stijl, met name Ghanese folk), highlife en afrobeat. Zijn teksten verwijzen naar oude Afrikaanse dorpsliederen, protestliederen en liefdesgedichten. In zijn songs staat hij stil bij de sociale realiteit, liefde, religie en natuur. In zijn nieuwste project Ghanalogue Highlife grijpt Kyekyeku -door CNN ooit benoemd tot de ‘Wizard of the Guitar’- terug naar het ontstaan van highlife: het moment waarop folkmuzikanten voor het eerst hun gitaar in een versterker plugden. Live blijkt hij steeds garant te staan voor een overdosis plezier.

2 augustus / ORLANDO JULIUS & THE HELIOCENTRICS

Ook voor deze Nigeriaanse veteraan (75) was het zeer lang wachten vooraleer werk van hem een internationale release kreeg, met name in 2000 met de re-release van zijn debuut ‘Super Afro Soul’ uit 1966. De reputatie van dat album verwierf sindsdien legendarische afmetingen: het was dan ook jaren de tijd vooruit en gaf het begrip fusion een nieuw gezicht. Zanger / saxofonist / percussionist en afrofunk- en afrobeatpionier (hij was een belangrijke inspiratiebron voor Fela Kuti) Orlando Julius werd vooral bekend als vernieuwer en pionier in het mixen van Afrikaanse ritmes en Nigeriaanse jùjú en highlife met pop, rhythm and blues, jazz, soul en funk en hij zette in 1981 zijn naam voorgoed in de boeken van de moderne muziekgeschiedenis als co-componist (met Motownlegende Lamont Dozier) van de wereldhit ‘Goin’ Back To My Roots’ van Odyssey. Als muzikant kreeg hij pas in 2000 internationale bekendheid bij de re-release van ‘Super Afro Soul’, ook al had hij voordien in de VS al vele jaren samengewerkt met Louis Armstrong, Lamont Dozier, The Crusaders en Hugh Masekela. In 1999 keerde hij terug naar Nigeria en startte er een opnamestudio en hij formeerde ook een nieuwe groep, The Nigerian Allstars. Het handelsmerk van Orlando Julius is steeds zijn schorre en expressieve spel op de altsax en zijn ruwe stemgeluid geweest. Zijn vroegste werk klinkt als Lagos goes Memphis Soul Stew met blazersriffs en dominante baslijnen die lijken weggelopen te zijn uit de Staxschool.
Sinds 2014 neemt hij The Heliocentrics onder de arm met wie hij dat jaar ‘Jaiyede AFRO’ opnam, een bijzonder attractief, organisch en vintage klinkend werkstuk van zeer veel karaat. The Heliocentrics staan voor een eigenzinnig Brits muziekcollectief dat we voorheen al leerden kennen door hun samenwerkingen met Quantic en met Mulatu Astatke. Hun muziek definiëren is haast onbegonnen werk: veelzijdigheid, creativiteit, avontuur en muzikale vrijheid zijn de sleutelwoorden in het grensverleggende muzikale uiversum van deze kleine bigband die van zijn muziek vaak een spannend en meeslepend elektronisch knipselboek en lappendeken maakt en meestal met veel druk op de ketel speelt.
Het concert van Julius wordt voorafgegaan door dat van het ons onbekende jonge Londense collectief Nubiyan Twist onder leiding van gitarist en producer Tom Excell. MC Nubiya Brandon vormt het gezicht én de soulvolle stem van deze tienkoppige band.

9 augustus / MIGHTY DIAMONDS

Het gebeurt wel eens meer dat de zeer hoge kwaliteit van een debuut dat een instant klassieker was nooit nog geëvenaard, laat staan overtroffen wordt. ‘Right Time’ van Mighty Diamonds is er zo een, ook al staat hun teller ondertussen al op meer dan veertig. Dit Jamaicaanse vocale harmonietrio werd opgericht in 1969 en is nog steeds actief in dezelfde bezetting: leadzanger Donald “Tabby” Shaw en harmoniezangers Fitzroy “Bunny” Simpson en Lloyd “Judge” Ferguson. Deze drie schoolvrienden brengen roots reggae met een sterke Rastafari invloed. In hun lange carrière brachten ze zowel militante roots reggae als honingzoete lovers rock en nog heel veel daartussenin. ‘Right Time’, een mijlpaal zonder weerga, werd een internationaal succes dat ze later nooit meer zouden herhalen met eender welk album. In 1982 hadden ze wel nog een internationale hit met ‘Pass The Kutchie’ dat nog een grotere hit werd in de gekuiste versie van de snotneuzen van Musical Youth. Vandaag de dag worden ze live begeleid door The Redemption Band.
Het concert van Mighty Diamonds wordt voorafgegaan door dat van de ons onbekende reggaezangeres Reemah. Naar verluidt beschikt ze over een opvallend warme stem en een gezonde dosis podiumpresence. In haar scherpe teksten draagt deze songschrijfster steeds de conscious-gedachte uit.

16 augustus

Met de twee namen die op 16 augustus aantreden zijn wij helemaal niet vertrouwd.

/ THE MAUSKOVIC DANCE BAND

De Nederlandse drummer Nicola Mauskovic sloot zich, samen met zijn broers, enkele maanden op in zijn homestudio in Amsterdam. Toen ze weer buitenkwamen waren ze getransformeerd tot The Mauskovic Dance Band. De broers omschrijven hun muziek als Afro-Caribbean Space Sounds met als doel mensen laten dansen.

/ MAMUD BAND

Deze band draait al een twintigtal jaar mee in de Italiaanse muziekscene. De band, die geleid wordt door percussionist Lorenzo ‘Abu’ Gasperoni, beschikt naar verluidt over een indrukwekkende ritmesectie. De sound van Mamud Band is het resultaat van een grondige studie van Afrikaanse, Braziliaanse, Cubaanse, Jamaicaanse en Afro-Amerikaanse muziek.

SONGS VAN DE MAAND

KYLE CAREY – Opal Grey
CALYPSO ROSE – Israel By Bus
SAMBA TOURÉ - Wande

COVER VAN DE MAAND

CALYPSO ROSE – Israel By Bus (Calypso Rose)

Verwacht

ANGÉLIQUE KIDJO – Remain In Light
Afrikaanse reïnterpretatie van het klassieke album van Talking Heads.

EN VERDER NOG:

THE SELECTER – Live At The Roundhouse
publieksprijs: 22,80 (cd + dvd)
REBELUTION – Free Rein
publieksprijs: 16,95