Muzieknieuws september 2018

RADIO COLUMBUS

Cultuurcentrum Brugge en Oxfam wereldwinkel Brugge zijn begin vorig jaar een samenwerking aangegaan omwille van de aansluiting die er is tussen beide organisaties en waarbij we elkaar promotioneel ondersteunen. Voor CC Brugge is dat het Radio Columbus-luik van hun programmering waarin een denkbeeldige reis om de wereld wordt gemaakt en dat hoofdzakelijk d.m.v. muziek (maar ook film, dans, theater….).

PARNO GRASZT – ‘Dancing’ / TZIGANI

zaterdag 22 september 20u – Stadsschouwburg Brugge
inkom 15 euro

Radio Columbus start dit nieuwe seizoen met een concert van de Hongaarse groep Parno Graszt. Alle leden zijn afkomstig uit het dorpje Paszab en bovendien zijn ze allen familie van elkaar of toch nauw verwant. Hun naam verwijst naar hun zigeunerbloed. Letterlijk vertaald uit het Roma betekent de groepsnaam ‘wit paard’, voor de groepsleden het symbool van zuiverheid en vrijheid. De groep zingt zowel in het Roma als in het Engels. Vooral de authenticiteit en de charmante oprechtheid van de muzikanten geven elk optreden een zeer uitbundige sfeer, alsof je op een volksfeest in het oosten van Hongarije bent beland. Parno Graszt werkt momenteel aan een nieuw album waarvan ze enkele songs in première zullen voorstellen tijdens dit exclusieve concert.

Tzigani opent dit concert met virtuoze zigeunermuziek uit de Balkan, Hongarije en Rusland. De Bulgaarse gastzangeres en violiste Emilia Kirova laat haar veelzijdigheid uitbundig gelden in passionele zigeunerliederen en neemt je mee naar een universum van extreme emoties. Orkestleider Pal Szomora leidt met zijn verbluffende viooltechniek het instrumentale samenspel in betoverende banen.
Gratis afterparty in de foyer.


welkom op het feest van de solidariteit

MANIFIESTA

zaterdag 8 en zondag 9 september vanaf 11u – Centrum Staf Versluys / Bredene
inkom 15 euro dagticket / 25 euro weekendticket

Twee dagen lang kan je de wereld ontdekken zoals die zou moeten zijn. Een wereld waar we samen onze schouders zetten onder de alternatieven van de toekomst en we de taal van solidariteit en diversiteit spreken, de taal van de 99%, niet die van het grote geld. Op dit feest kan je gaan snuisteren in de grote boekenbeurs, je uitleven tijdens de vele concerten, geïnspireerd raken op debatten en workshops, vrij spelen op PioFiesta (voor kleine en grote kinderen) en mensen van overal ontmoeten. ManiFiesta is ook betaalbaar met gratis vervoer, betaalbare slaapplaatsen en lekker eten en drinken aan zeer aanvaardbare prijzen. ManiFiesta bestaat dankzij de vele vrijwilligers die hun talenten inzetten voor een feest dat een verschil maakt. Elk jaar zoekt ManiFiesta naar manieren om de ecologische voetafdruk nog meer te verkleinen. Je vindt ook ecologische thema’s terug in de vele debatten en workshops. Solidariteit stopt niet aan de grenzen: geen nationalisme, maar internationalisme! Via muziek, eten en debatten brengt ManiFiesta de wereld naar Bredene. Sprekers van overal getuigen over hoe zij de wereld mee veranderen.

Wie feest zegt zegt muziek en in dit segment kijken wij reikhalzend uit naar de concerten van onze muzikale helden Seun Kuti & Egypt 80 en Asian Dub Foundation en verder ook nog naar die van Jaune Toujours en La Pegatina.


GURRUMUL – Djarimirri (Child of the Rainbow)

GURRUMUL – Djarimirri (Child of the Rainbow)

‘Djarimirri’ -zijn vierde album- is het muzikale testament van Geoffrey Gurrumul Yunupingu die vorig jaar overleed kort na de opnames van dit album. Gurrumul was een Aboriginal. Hij speelde drums, keyboards, gitaar en didgeridoo maar zal vooral herinnerd worden om zijn zeer bijzonder, soms spokend, indringend, warm en helder stemgeluid met een uitzonderlijke reikwijdte. Hij zong zijn verhalen in diverse talen van de Yolngu bevolking zoals Dhanu, Dhuwala, Gaalpu en Gumatj en ook occasioneel in het Engels. De muziek op ‘Djarimirri’ is ingebed in de traditionele muziek van de Aboriginals die zich laat kenmerken door haar repetitieve, cyclische en minimalistische karakter. De muziek en de verhalen zijn onderdeel van een orale cultuur en gaan over herkomst, voorouders, land, gedeelde dromen die doorgegeven worden door liederen, kunst, dans, muziek, ceremonies en het vertellen van verhalen. Gurrumul vervlecht traditionele liederen en gezangen afkomstig uit de Yolngu culturen met grootse orkestrale en vaak hypnotische arrangementen en inspiratiebronnen zoals vroege barok, Stravinsky, Arvo Pärt, Philip Glass, Steve Reich, Michael Nyman, Max Richter…. Zeer uiteenlopende muzikale tradities -met weliswaar gelijkenissen zoals lange duur van de werken, minimalisme en herhaling van melodische en ritmische motieven- gaan bedachtzaam in conversatie en vloeien uiteindelijk samen. Aan het verschijnen van ‘Djarimirri’ gaan vier jaren werk vooraf in zeer nauwe en essentiële samenwerking met arrangeurs en componisten Michael Hohnen en Erkki Veltheim. Dit werk genereert tonnen kippenvel, is een ware, authentieke en compromisloze triomftocht met adembenemende contrasten en excelleert in angstaanjagende, dreigende en contemplatieve schoonheid. Deze oude en tijdloze maar ook moderne en revolutionaire muzikale nalatenschap is niets minder dan een mijlpaal. Waaruit vanzelfsprekend volgt dat ‘Djarimirri’ de twaalfde titel is voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 19,70

LES FILLES DE ILLIGHADAD – Eghass Malan

LES FILLES DE ILLIGHADAD – Eghass Malan

Fatou Seidi Ghali, Alamnou Akrouni en Mariama Salah Assouan -alias Les Filles De Illighadad- zorgen voor een vrouwelijk tegengewicht in het mannenbastion van de Tuaregmuziek alsook van de desert blues waar je doorgaans een collectie vergrootglazen van doen hebt om een vrouw te ontwaren. Hun muziek is gebaseerd op de traditionele stijl tende, de vergeten inspiratie van de Tuareggitaar. Het geluid van de gelijknamige trommel, bespannen met dierenhuid en bespeeld in een bak water, zorgt voor de oriënterende hartslag en creëert in combinatie met de hypnotische gitaarklank en de polyfonisch resonerende, sonore en zeer aanwezige zang voor een organisch, eigen en tijdloos klankuniversum met een repetitieve hartslag. Deze trip tussen traditie en trance brengt oude volksmuziek naar een nieuw tijdperk.
Deze drie filles komen uit Illighadad, een afgelegen en geïsoleerde gemeenschap in centraal Niger. In tegenstelling tot het mannenbastion Tuaregmuziek en desert blues wordt tende gedomineerd door vrouwen, althans wat de zang betreft. Zangeres en selfmade gitariste Fatou Seidi Ghali is een van de zeer weinige vrouwelijke Tuareg gitaristen in Niger. De liedjes behandelen het dorpsleven, de liefde en lof voor de voorouders. De klank is geïmproviseerd, schraal, kaal en minimalistisch maar daarom niet minder boeiend: het naturel spat van dit schijfje.
publieksprijs: 16,95

TOURE KUNDA – Lambi Golo

TOURE KUNDA – Lambi Golo

De naam Toure Kunda staat voor het zingende Senegalese broederpaar Ismaïla en Sixu Toure, in 1977 in Parijs gestart als Frères Griots. Sinds 1979 timmeren ze vanuit Parijs aan de weg. Al snel werden deze pioniers de ambassadeurs van een nieuwe golf Afrikaanse muziek met in hun kielzog fijne lieden als Salif Keita, Mory Kante, Youssou N’Dour, Manu Dibango, Francis Bebey en Pierre Akendengue. Naast hun muzikale bestaan zijn ze nog actief voor United Nations’ Decade for the Promotion of a Culture of Peace and Non-Violence for the Children of the World. De voorbije tien jaar hebben ze vooral uitgeblonken in productionele afwezigheid. ‘Lambi Golo’ is een levendige mix geworden van mbalax, Casamance ritmes, funk, pop, rock, reggae en een vleugje salsa. De broers gingen zich herbronnen in Casamance (streek in Senegal) waar de saga van de olifantenfamilie ontsproot (toure kunda is Soninké voor olifantenfamilie). De albumtitel refereert dan weer in Wolof naar traditioneel Afrikaans worstelen. Tot hier de weetjes. Blijkbaar werden kosten noch moeite gespaard want op de gastenlijst figureren lieden als Manu Dibango, hun goede vriend Carlos Santana, Alune Wade, Kiddus I en Lokua Kanza. Gelukkig kregen wij de factuur niet gepresenteerd. Er werd bewust in “primitieve” omstandigheden (zijzelf noemen het “village studio”) opgenomen om de essentie van het leven te behoeden en het verlies van waarden te evoceren. Als van oudsher maakt Toure Kunda uiterst dansbare muziek waarvan een mens, ondanks de ernstige ondertoon van de bezongen onderwerpen met veel boodschappen, alleen maar vrolijk kan worden. Voor wie even wil pauzeren tussen de danspasjes door zijn er ook enkele rustpunten ingebouwd. Welkom terug, Ismaïla en Sixu, maar laat ons nu weer niet tien jaar wachten.
publieksprijs: 18,15

NIGERIA FUJI MACHINE – Synchro Sound System & Power

NIGERIA FUJI MACHINE – Synchro Sound System & Power

Fuji is een krachtig percussieve en improvisatorische stijl in de Nigeriaanse populaire muziek, tegelijkertijd modern en diep geworteld in de traditionele, islamitische Yorùbá cultuur. Nigeria Fuji Machine wordt aangevoed door de opvallende en krachtig zingende hoofdzanger Taofik Yemi Fagbenro en bestaat verder uit koorzangers en een klein bataljon energieke slagwerkers dat zich polyritmisch uitleeft op traditionele talking drums, trap drums, elektronische en straatpercussie en aldus een krachtige en intense klankmuur bouwen. Deze zeer energieke, hypnotische en furieuze straatmuziekstijl groeide uit de islamitische ramadanviering die bijna een eeuw geleden een belangrijk gebeuren werd in Lagos. Groepen jonge mannen wandelden ’s nachts door de moslimbuurten en zongen geïmproviseerde wéré muziek, begeleid op potten, pannen, drums, bellen en wat ze nog meer vonden. Alzo wekten ze de gelovigen voor het ochtendgebed. Begin jaren 70 begon deze muziek onder de naam fuji deel uit te maken van de populaire Nigeriaanse cultuur. De eerste populaire artiest binnen dit genre was Alhaji Sikiru Ayinde Barrister die de muziek ten gehore bracht op party’s en andere sociale evenementen.
In de jaren 70 en 80 verwierven drie Nigeriaanse artiesten -Fela Kuti, King Sunny Adé en Chief Ebonezer Obey- internationale naam en faam met hun juju, highlife en afrobeat. Maar het drong niet tot de buitenwereld door dat juju, highlife en afrobeat slechts het topje van de ijsberg van Nigeria’s rijke muzikale landschap vormden, waardoor stijlen als fuji, sakara, apala, aro, igbo, gudugudu en nog vele andere in de vergeethoek verzeilden. Voor meer duiding bij de Yorùbá cultuur verwijzen we jullie graag naar het muzieknieuws van juni van dit jaar.
publieksprijs: 20,65

ELIADES OCHOA & ALEJANDRO ALMENARES – Dos Gigantes de la Música Cubana

ELIADES OCHOA & ALEJANDRO ALMENARES – Dos Gigantes de la Música Cubana

Dan is het nu tijd voor de meest bescheiden cd-titel van de maand. Voor de jongeren onder jullie: Eliades Ochoa is samen met Omara Portuondo een van de twee overlevende vocalisten van Buena Vista Social Club. Recenter is hij ook gekend van zijn deelname aan het prestigieuze project AfroCubism. Vandaag de dag speelt hij nog dagelijks met zijn oude gabber Alejandro Almenares in de befaamde muziekclub La Casa de la Trova in Santiago de Cuba. Almenares is vooral gekend als een zeer productieve liedjesschrijver. Veel van zijn liedjes zijn ondertussen Cubaans erfgoed. Beide heren zijn ook meesterlijke gitaristen. Deze instrumentale cd bulkt van de bekoorlijke, zwierige, ritmische en melodieuze gitaarduetten die ondersteund worden door contrabas, tres, percussie, sopraansax, fluit en viool. ‘Dos Gigantes etc.’ is een waar festijn voor liefhebbers van bolero en son maar ook de oren van de leek kunnen voordeel doen bij het beluisteren van deze zeer fijnbesnaarde muziekjes waar je enkel maar vrolijk kan van worden, ook al balanceren enkele fragmenten toch wel op de rand van de ondraaglijke lichtheid: dit is dan ook de enige detailkritiek op dit werk van deze twee meestergitaristen.
publieksprijs: 18,75

Trio KYMATA (Kevin Seddiki / Maria Simoglou / Iacob Maciuca) – Kymata

Trio KYMATA (Kevin Seddiki / Maria Simoglou / Iacob Maciuca) – Kymata

Deze drie muzikanten werkten al vaker samen in allerlei verbanden en zijn nu herenigd in dit nieuwe trio op initiatief van de Franse gitarist en percussionist Kevin Seddiki. De Griekse Maria Simoglou (muzieknieuws november 2015) zingt en speelt percussie en de Franse Roemeen Iacob Maciuca beroert de viool. Alle drie zijn ze gepokt en gemazeld in traditionele muziekvormen maar ook in klassiek en kunstmuziek en hebben ze een uitgesproken smaak voor de meest uiteenlopende ritmes. Hun repertoire op deze cd varieert traditioneel werk met eigen creaties. Zo horen we o.m. rebetiko uit de jaren 30, een quatuor van Schumann dat vermengd wordt met Bulgaarse ritmiek, klanken uit Ottomaans Griekenland, een Griekse versie van ‘Gloomy Sunday’ en een conversatie tussen de Perzische zarb en een Roemeense dans: aan aparte en wonderlijke combinaties en aan contrasten geen gebrek. Spel en zang zijn van uitzonderlijk hoog niveau, uitgepuurd en genereus en gebracht met veel nuances en finesse. 12 op 10, elk een kus van de juf en/of van de meester en elk een bank vooruit.
publieksprijs: 18,95

CUMBIA CHICHARRA – Hijo de Tigre

CUMBIA CHICHARRA – Hijo de Tigre

De nieuwe cumbia is vandaag hot, hotter, hottest. Het is cumbia hier, cumbia daar, cumbia everywaar. Dit genre wordt gekenmerkt door een gesyncopeerd 4/4 ritme, vraag-en-antwoord gezang, een rollende drumbeat en repetitieve percussie op maracas en guacharaca. De Colombiaanse bevolking bestaat uit een rassenvermenging van Afrikanen, Europeanen en Native American Indianen en dat wordt in cumbia weerspiegeld in de ritmes, de instrumentatie en de melodieën. De overlevering vertelt dat cumbia ontsproot uit Guinese en Yorùbá percussie en dans. In de loop van de twintigste eeuw werd cumbia een symbool van nationale identiteit. Vanaf de jaren 40 veroverde cumbia de rest van Latijns-Amerika, waar het nog steeds zeer populair is en ook werd aangepast aan lokale smaken en tradities. Van zijn bescheiden folkloristische oorsprong, toen het nog geassocieerd werd met marginale groepen in de samenleving, tot de internationale erkenning in alle klassen, en van de rurale conjuntos in de jaren 30 over de big bands uit de jaren 40 en 50 tot de populaire hedendaagse digitale dancehallversies heeft cumbia een enorm arsenaal invloeden geabsorbeerd, van surf over salsa en mariachi tot hip hop, dancehall en reggae, om maar deze te noemen. Toch behield het zijn eigenheid met die karakteristieke beat en aanstekelijke uitbundigheid en joie de vivre.
En dan verplaatsen we ons nu van Colombia naar Marseille. Want het is daar dat de groep Cumbia Chicharra in 2001 ontstond. De groep is samengesteld uit Franse en Latino muzikanten en begon ooit als covergroep met op het repertoire Colombiaanse en Peruviaanse cumbia. Door de jaren heen bouwden ze een eigen repertoire op dat cumbia aanlengt met urbane en actuele muziek uit Europa, afrobeat, Caraïbische grooves, dub en funk en dat ze omdoopten tot “la Cumbia de Méditerranée”. In 2014 konden ze voor het eerst toeren in Zuid-Amerika, meer bepaald in Chili. We weten niet hoe deze fransozen daar onthaald geweest zijn maar ons, nochtans liefhebbers van cumbia, hebben ze helemaal niet overtuigd, daarvoor is deze groep compositorisch veel te lichtgewicht. Aan wie cumbia en aanverwanten in al hun glorie wil ontdekken adviseren wij de beluistering van o.a. maar vooral Quantic, Bomba Estéreo, Chicha Libre, Totó La Momposina, Ondatrópica, Frente Cumbiero, Mario Galeano, Los Destellos, Juaneco y su Combo en Systema Solar.
publieksprijs: 15,60

MULATU ASTATKE and his ETHIOPIAN QUINTET – Afro-Latin Soul (re-release)

MULATU ASTATKE and his ETHIOPIAN QUINTET – Afro-Latin Soul (re-release)

Ethiopië is -naar onze zeer weinig bescheiden mening- samen met Mali dé muzikale schatkamer van Afrika. Ethiopische muziek kent een zeer uitgebreide diversiteit: zowat iedere etnische groep heeft zijn unieke sound met als gemeenschappelijke factoren polyritmiek en een pentatonisch modaal stelsel, die a.h.w. de constanten vormen. Ook het instrumentenarsenaal kent die zelfde diversiteit. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw begon Ethiopische muziek ook ingang te krijgen in het Westen, vooral via de zogenaamde golden age ethiojazz (jaren 70), waarbij de grote innovators Mahmoud Ahmed en Mulatu Astatke tot de meest invloedrijke muzikanten behoorden. Addis Abeba was in de jaren 70 the place to be en de muziek die er toen ontsproot werd nadien de standaard en de norm voor heel veel muziek over de hele wereld. Met hun avontuurlijke mix van traditionele muziek en soul, funk, jazz, pop en rock hielpen fijne lui als Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke, Alemayehu Eshete, Girma Byene, Menelik Wossenachev, Hirut Bekele en tutti quanti het muzikale landschap voor vele decennia bepalen. Compilaties zoals ‘Swingin’ Addis’ en ‘Ethiopian Groove’ en vooral de fabeltastische reeks ‘Ethiopiques’ (30 delen als we de tel niet kwijt zijn) zijn mijlpalen in de Afrikaanse muziek. Deze clash tussen Ethiopische en Westerse stijlen had dus gevolgen die niet te overzien waren en vooral de zeer bijzondere ethiojazz inspireerde muzikanten over de hele wereld. Ondertussen zijn vele Westerse muzikanten in de ban van die schatkamer geraakt en dat heeft voor een interculturele samenwerking en kruisbestuiving gezorgd met als resultaat zeer innovatieve muziekvormen waarbij het experiment niet geschuwd wordt maar toch steeds met zeer veel respect voor en kniediep in de aloude tradities. Belangrijkste exponenten van deze nieuwe golf zijn o.m. Gigi, Bole 2 Harlem, Dub Colossus, Invisible System, Krar Collective, Samuel Yirga…. (en onze welgemeende excuses aan wie we over het hoofd zien). Die kruisbestuiving heeft nu ook zijn weg gevonden buiten het Afrikaanse continent: in steeds meer Westerse muziek zijn Ethiopische invloeden te horen.

Sommige zaken zijn zeer moeilijk te bevatten, zoals deze: na een halve eeuw muzikaal meesterschap kreeg de gigant Mulatu Astatke pas vijf jaar geleden de kans om zijn muziek uit te brengen op een internationaal label. En of hij toen met ‘Sketches Of Ethiopia’ die kans met beide handen gegrepen heeft, laat daar geen twijfel over bestaan. En die beide handen zijn ook Astatke’s belangrijkste instrumenten als vibrafonist, pianist en percussionist. Astatke staat geboekstaafd als ‘de vader van de Ethiopische jazz’ maar internationaal doorbreken deed hij pas met de soundtrack die hij schreef voor de film ‘Broken Flowers’ van regisseur Jim Jarmusch. Debuteren deed hij in 1966 met de lp’s ‘Afro-Latin Soul’ en ‘Afro-Latin Soul Vol. 2’ die nu heruitgegeven zijn op deze ene cd (en ook afzonderlijk op vinyl). Na zijn studies aan Berklee College of Music in Boston verkaste hij terug naar Addis maar hij ging wel vaak terug naar de States. In New York formeerde hij de band The Ethiopian Quintet (piano, trompet, bas, conga’s, bongo’s, timbales) met Ethiopische, Latino en Afro-Amerikaanse muzikanten. Astatke had altijd een diepe connectie gevoeld tussen Latino en Afrikaanse muziek en trok ook naar Cuba om hun muziek te ontdekken: tempo, ritme en gevoel vertoonden voor hem vele gelijkenissen met verschillende Afrikaanse vormen. Met The Ethiopian Quintet wilde hij de Afrikaanse bijdrage aan de Latino muziek aantonen en al doende ontwikkelde hij zijn visie voor wat ethiojazz zou worden. Verwacht je hier dus niet aan de muziek die later zijn handelsmerk zou worden maar eerder aan een embryonale fase in zijn muzikale evolutie. ‘Afro-Latin Soul’ behoort wis en zeker niet tot de topwerken van Mulatu Astatke -het heeft bijwijlen zelfs muzakgehalte- en is vooral interessant als inkijk in zijn prille ontbolstering. Dit gezegd zijnde willen we jullie graag nog eens met aandrang maar ook van harte ‘Sketches Of Ethiopia’ en ‘Ethiopiques 4’ aanraden alsook ‘Inspiration Information, Vol. 3’, zijn samenwerking met de geweldige Engelse band The Heliocentrics.
publieksprijs: 17,05

REGGAE

PROTOJE – A Matter Of Time

PROTOJE – A Matter Of Time

Samen met zijn trouwe gabbers van begeleidingsband The Indiggnation maakt Protoje (geboren als Oje Ken Ollivierre en ook gekend als DJ Protégé) samen met o.m. Chronixx, Raging Fyah en Kabaka Pyramid deel uit van de voorhoede van wat beschouwd wordt als de huidige “Reggae Revival” in Jamaica. Gezien zijn afkomst is dit ook niet zo verrassend: hij is de zoon van calypsolegende Mike Ollivierre (artiestennaam: Lord Have Mercy) uit St. Vincent, Trinidad en reggaezangeres Lorna Bennett (wie in 1972 al gebeten was door muziek herinnert zich wellicht haar hit ‘Breakfast In Bed’). Protoje begon reeds als kind met schrijven en zette zijn eerste muzikale stappen in de hiphop, waarvan nu nog sporen te vinden zijn in zijn muziek, en dan vooral in de teksten en de rijmschema’s. De muzikanten uit de “Reggae Revival” komen op voor het gemeenschappelijke goed van reggae en Jamaica en willen een nieuwe reggaesound voor een nieuwe generatie lanceren. Maar die nieuwe sound is wel degelijk geïmpregneerd in het oude: de traditionele baslijnen uit de jaren 70 en 80 zijn dominant aanwezig alsook het sociale bewustzijn. Na twee decennia lang te zijn afgedaan als toeristenmuziek is reggae dankzij deze new roots reggae terug relevant in Jamaica. Het woord “revival” wordt niet door eenieder gesmaakt en zorgt dan ook voor controverse. Hoe dan ook, de nieuwe lichting is talrijk en er kan wel degelijk van een beweging gewag gemaakt worden. Deze lichting doet een genre dat eigenlijk nooit oud geklonken heeft herleven. Naast de muziek gaat er ook veel aandacht uit naar bewustzijn, positivisme, Afrocentrische spiritualiteit en wereldwijde zelfbeschikking. De geest van deze beweging breidt ook uit naar andere kunstvormen en naar de niet-artistieke wereld. En in haar zog zien we ook in Engeland hetzelfde fenomeen opduiken, zeg maar een brevival.
Zijn vierde album ‘A Matter Of Time’ werd grotendeels opgenomen in het reggaewalhalla Tuff Gong Studios. Protoje brengt zijn reggae op smaak met dancehall, dub, hiphop, jazz, funk en rock en op opener ‘Flames’ is er zelfs een klassiek orkest van de partij. De klank is minder traditioneel dan op voorganger ‘Ancient Future’ die een klaaglied voor vervlogen dagen was. Nu zoekt hij meer vernieuwing, variatie, experiment en mondiale elementen op. Zelf zegt hij daarover dat hij de reggaecultuur wil verheffen alsook de mondiale perceptie errond. Protoje bevestigt nog maar eens zijn voorhoedepositie bij de nieuwe reggaegarde en zijn status van een van de meest creatieve artiesten van zijn generatie waarvoor hij een waardevol uithangbord is. ‘A Matter Of Time’ is Protoje’s rijkste album tot op vandaag waarop hij zich ook alweer toont als een meesterlijke tekstschrijver. Er waait sinds enkele jaren opnieuw een frisse wind doorheen muzikaal Jamaica en in dit proces speelt Protoje een essentiële rol.
publieksprijs: 15,40

TRIBAL SEEDS – Roots Party

TRIBAL SEEDS – Roots Party

Tribal Seeds is een Amerikaanse reggaeband die sant is in eigen land maar daarbuiten eerder een onbeschreven blad. Begin vorig jaar verscheen de ep ‘Roots Party’ in de VS met daarop vijf prima songs en drie al even sterke dubs. Voor de Europese release werd deze ep aangevuld met zes bonus tracks uit vroeger werk om zo tot een full album te komen. Tribal Seeds staat voor relaxte, gladde en positieve roots reggae met uitstekend gelaagde riddims en met aandacht voor sociale thema’s zoals samenhang, vrede en gerechtigheid. Hun grote troefkaart is het opvallende en karakteristieke strottenhoofd van zanger Steven Jacobo. Muzikaal maakt ‘Roots Party’ ten zeerste zijn titel waar. Tribal Seeds brengt uitstekende en pretentieloze feelgood muziek maar ook niet meer dan dat. Maar soms kan schaamteloos genieten -al dan niet op je luie krent- meer dan voldoende zijn. Laat alvast de palmbomen aanrukken.
publieksprijs: 19,45

ALBOROSIE meets THE WAILERS UNITED – Unbreakable

ALBOROSIE meets THE WAILERS UNITED – Unbreakable

Na zijn dubescapade met King Jammy op ‘Dub Of Thrones’ koppelt ‘Unbreakable’ de Italiaanse hedendaagse dubmaster, producer, arrangeur, zanger en multi-instrumentalist Alborosie aan enkele Wailers, met name Aston ‘Family Man’ Barrett, diens zoon Aston Barrett Jr, Tyrone Downie en Junior Marvin. Ook van de partij zijn gastvocalisten Raging Fyah, Jah Cure, Chronixx, Beres Hammond en J Boog. Alborosie is gefascineerd door roots rock reggae en dub uit de jaren 70 en dan vooral door de analoge opname- en mixtechnieken uit dat gouden decennium in de Jamaicaanse muziek. In de jaren 90 speelde hij bij de Italiaanse reggaeband Reggae National Tickets en na een concert in Jamaica besloot hij om de band te verlaten en zijn leven grondig te veranderen. Hij vestigde zich in Jamaica en ging er aan de slag als klanktechnicus en later als soloartiest. In 2011 won hij de Britse MOBO (Music of Black Origin) award voor beste Reggae Act. ‘Unbreakable’ start op zeer opvallende wijze met een weliswaar verwaarloosbare cover van ‘The Unforgiven’ van -jawel- Metallica. Dit is een toch wel weifelende start maar dat wordt meteen goedgemaakt in het daarop volgende ‘Mystical Reggae’ dat meteen de toon zet voor wat wellicht Alborosie’s beste werk tot op heden is, mede dankzij de sterke en zeer aanwezige Wailers signatuur. Puurder en vitaler dan dit vind je de spirit van reggaemuziek wellicht niet op de dag van vandaag. Alborosie manifesteert zich als een vooruitdenkende traditionalist in deze moderne roots rock reggae set die wel nauw aanschurkt tegen de fundamenten. En Barrett, Downie en Marvin zetten hier een imposante definitie van waardig oud worden neer.
publieksprijs: 19,35

OMAR PERRY – new dawn

OMAR PERRY – new dawn

Omar Perry -jawel, zoon van- kiest er voor zijn eigen weg te gaan op basis van zijn eigen vaardigheden en talenten en niet op basis van zijn status van zoon van. Hij verliet Jamaica in 1996 en via Londen en Gambia belandde hij in 2000 in Europa, meer bepaald in Brussel. Voor zijn vijfde cd ‘new dawn’ werkte hij nauw samen met de jonge Franse componist / drummer Jonas ‘Koffi’ Gouraud van Soulnation Band. Gouraud schreef alle muziek en Perry alle teksten die gaan over eenheid, respect, onderdrukking, geweld, opwarming van de aarde, vrije meningsuiting, individualisme en dies meer. Soulnation Band zorgt voor de begeleiding en er zijn gastrolletjes voorzien voor Cedric Myton, Jah Mason en Dub Inc. Omar zal wellicht niet zo geniaal zijn als zijn vader maar hij heeft wel een zeer vette streep voor: zijn stem. Die is veel krachtiger en heeft een veel gevarieerder bereik dan die van zijn vader: hier wint Omar met ko. Omar Perry brengt hier in prima composities van Gouraud uitstekende roots reggae zonder poespas en bewijst met verve dat hij een artiest ‘in his own right’ is waarbij je dus nooit het gevoel en de indruk hebt dat hij zoon van is. Hij zingt los uit de pols wat aantoont dat Lee Perry geen gewicht op zijn schouders is.
publieksprijs: 20,90

JOHNNY CLARKE – Creation Rebel

JOHNNY CLARKE – Creation Rebel

In de tweede helft van de jaren 70 was Johnny Clarke -samen met Dennis Brown en Gregory Isaacs- een van de populairste zangers in de Jamaicaanse dancehalls. In Jamaica was zijn succes gigantisch maar in tegenstelling tot Brown en Isaacs verwierf hij nooit internationale erkenning. Toch kan hij beschouwd worden als de founding father van de moderne dancehall zangstijl en is hij ook van zeer grote invloed op zangers als Linval Thompson, Barrington Levy, Sugar Minott en Frankie Paul. Zijn eerste opnames dateren van 1973 waarna hij de succesvolle producer Bunny ‘Striker’ Lee opzocht. Deze was een van de eerste producers die oude riddim tracks uit Studio One en Treasure Island ging hergebruiken. Aangezien Lee geen eigen studio had was hij genoodzaakt om de zaken anders aan te pakken dan de gevestigde namen zoals Coxsone Dodd en Duke Reid die het zich konden veroorloven onbeperkt met klank te experimenteren in hun eigen studio. Vanuit economisch oogpunt was het dus zaak voor Bunny Lee om studiotijd tot een minimum te beperken: hij liet de muzikanten klassieke riddim tracks spelen waarmee ze reeds vertrouwd waren en hij gebruikte iedere riddim meer dan een keer. Johnny Clarke gedijde uitstekend in deze werkwijze: hij spendeerde destijds een groot deel van zijn dagen in studio’s allerhande, in die mate zelfs dat hij gekend stond als studioleegloper. In 1975 verscheen zijn debuutalbum ‘None Shall Escape The Judgement’. In 1983 vestigde hij zich in London.
‘Creation Rebel’ compileert geremasterde tracks die Clarke door de jaren heen opnam voor Bunny Lee met een aantal van de beste Jamaicaanse klanktechniekers. Originele composities van Johnny Clarke staan hier zij aan zij met coverversies van Jamaicaanse klassiekers zoals ‘King In The Arena’, ‘Time Will Tell’, ‘I’m The Toughest’, ‘Move Out Babylon Rastaman’. Deze dubbelaar is geweldig én essentieel en capteert heel erg goed de essentie van de gouden periode in de reggae.
publieksprijs: 19,35 (2 cd)

VINYLRELEASES

- GURRUMUL – Djarimirri (Child of the Rainbow)
publieksprijs: 41,05 (2 lp)
- TOURE KUNDA – Lambi Golo
publieksprijs: 20,00
- LES FILLES DE ILLIGHADAD – Eghass Malan
publieksprijs: 21,90
- NIGERIA FUJI MACHINE – Synchro Sound System & Power
publieksprijs: 24,50
- MULATU ASTATKE and his ETHIOPIAN QUINTET – Afro-Latin Soul Vol. 1 re-release)
publieksprijs: 22,50
- MULATU ASTATKE and his ETHIOPIAN QUINTET – Afro-Latin Soul Vol. 2 (re-release)
publieksprijs: 22,50
- PROTOJE – A Matter Of Time
publieksprijs: 18,00
- ALBOROSIE meets THE WAILERS UNITED – Unbreakable
publieksprijs: 15,45
- JOHNNY CLARKE – Creation Rebel
publieksprijs: 24,45
- TRIBAL SEEDS – Roots Party
publieksprijs: 29,00 (2 lp)

GOUD VAN OUD

‘THE HARDER THEY COME’ (original soundtrack)

‘THE HARDER THEY COME’ (original soundtrack)

Bouwjaar: 1972
We sluiten in deze rubriek de zomer af met een reggaeklassieker en wat voor een. We keren terug naar waar het voor Jimmy Cliff destijds allemaal begon. In 1972 acteerde hij in de gelijknamige en ondertussen iconische Jamaicaanse misdaadfilm. Hij vertolkt ook exact de helft van de liedjes op de soundtrack. De andere artiesten zijn Scotty, The Melodians, The Maytals, The Slickers en Desmond Dekker. Enkel het titelnummer werd specifiek voor de film geschreven. De andere tracks zijn singles die in Jamaica verschenen tussen 1967 en 1972 en tot de persoonlijke favorieten van regisseur en co-auteur Perry Henzell hoorden. Het grote belang en de grote verdienste van deze soundtrack is dat die -nog een jaar vóór Bob Marley- reggae wereldwijd introduceerde en zo voorkwam dat het genre beperkt bleef tot een Jamaicaans fenomeen: wat volgen zou is geschiedenis. We hebben de film nooit gezien maar de muzikale consequenties ervan zijn een zegen voor de mensheid.
Hoogtepunten: de 12 songs op deze cd zijn 12 klassiekers. Meer moet dat niet zijn. Maar als we toch eventjes mogen: onze absolute voorkeur gaat uit naar ‘Johnny Too Bad’ door The Slickers en ‘Pressure Drop’ door The Maytals.
publieksprijs: 9,20

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape Returns to Conquer

LEE ‘SCRATCH’ PERRY + Subatomic Sound System – Super Ape Returns to Conquer

Lee Perry, onze favoriete geniale gek, is wellicht de grootste zot in muziekland maar bovenal is hij een instituut: hij verenigt op geheel eigen wijze anarchie, spiritualiteit en (wrede en wrange) humor. Muzikaal is hij een eigengereide, unieke persoonlijkheid die door de jaren heen een bepalende factor is gebleven, zeker als producer. Samen met o.a. King Tubby vormt Lee Perry het uithangbord van dub (voor meer info over dub verwijzen we jullie graag naar het cd-nieuws januari 2014), al heeft Perry veel meer dan alleen dub op zijn kerfstok. Midden jaren 70 was de Black Ark Studio (opgericht in 1973) van Perry een magische plek en een epicentrum van de reggaescene. De studio waar Lee Perry zijn glorieperiode beleefde was een kort leven beschoren (in 1980 stak deze man die zelf in de fik) maar zowat alles wat er werd opgenomen veranderde ter plekke in goud. Alle ingrediënten uit de beste keuken van Lee Perry werden in die periode uit de kast gehaald: Black Ark Studio genereerde een unieke sound en visie met als belangrijkste kenmerken de deinende bassen en zeer atmosferische en getextureerde mix. Perry zat in die periode in overdrive waarbij hij zijn muzikanten mee in die vloed nam. Een van de allerbeste opnames die hij samen met zijn fenomenale huisorkest The Upsetters inblikte in Black Ark was ‘Super Ape’, die een jaar later nog een opvolger kreeg in het ook al uitstekende ‘Return Of The Super Ape’ (enkel nog op vinyl verkrijgbaar). ‘Super Ape’ is een van de meest onderschatte opnames uit Black Ark en o.i. een van de absolute pieken in Perry’s werk. Lee Perry was rond die tijd op het hoogtepunt van zijn creatieve vermogen aanbeland en misschien ook wel op dat van zijn geestesverruimende consumptie. Perry voegde een dimensie toe: hij bespeelde de mixtafel als een instrument en wat hij daaruit te voorschijn haalde was zeer compact, veelgelaagd, complex, mozaïsch, psychedelisch, donker en gedempt klinkend en sonisch nooit minder dan briljant. Dat alles maakte van ‘Super Ape’ de ultieme signatuur van Lee Perry. Twee jaar geleden kwam de aap terug uit de mouw wanneer onze nationale reggaetrots Pura Vida samen met de tovenaar ‘The Super Ape Strikes Again’ uitbracht.
Met deze recapitulatie komen we nu terecht bij ons onderwerp van vandaag. ‘Super Ape Returns to Conquer’ is een radicale herbewerking van de originele ‘Super Ape’, opgenomen o.l.v. Subatomic Sound producer Emch in Subatomic Sound Studios in Brooklyn en in Perry’s huisstudio New Ark in Jamaica aangevuld met buiten- en livelocaties. Drummer en percussionist Larry McDonald is de enige die ook nog op ‘Super Ape’ te horen was. Van de gastbijdragen onthouden we vooral Ari Up zaliger die hier haar allerlaatste opname bij leven en welzijn volbracht. Het album wordt verder nog opgesmukt met vier dubmixes. Producer Emch was bijzonder ambitieus en drukte het als volgt uit: “I’m just trying to turn what’s in Perry’s head into reality. I wanted it to sound like Perry teleported into 2017 and we gave him technology to bring back to 1976 and create an album 40 years ahead of its time without the limitations of 1976.” Dat is gedurfd gesproken vermits Perry in 1976 al ver zijn tijd vooruit was. We citeren verder Emch: “It is crazy to do completely remake a classic, no one has ever dared to do something like that.” Van druk op de eigen schouders gesproken. Thematisch en melodisch zijn beide albums uitermate gelijklopend maar de aanpak van deze nieuwe versie is donkerder, dromeriger, korreliger maar vooral ook pittiger. De gelijkenissen zijn duidelijk maar dit betekent niet dat dit een overtollige onderneming is: deze pluim mogen Perry en Emch alvast op hun hoed steken. Het is ook meer dan een update en bevat alle kwaliteiten om duidelijk op zichzelf te staan, met veel respect voor het origineel. The Upsetters waren weergaloos maar Subatomic Sound System pareert dit gegeven met een eigen smoel, gracieusheid en innovatie: naast een eerbetoon is het bovenal een revisie met een vernieuwende kracht. Aldus is deze revisie een haast perfecte aanvulling op het origineel en biedt die een meerwaarde. Nog niet overtuigd? Laat je dan helemaal over de streep trekken door de vier fabeltastische additionele instrumentale dubmixes.
publieksprijs: 16,80


GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

YIDDISH GLORY – The Lost Songs of World War II

YIDDISH GLORY – The Lost Songs of World War II

Dit groots opgezette project kwam gedurende drie jaar tot stand in samenwerking met Malka Green, professor in Jiddische Studies en directeur van het Anne Tanenbaum Centrum voor Joodse Studies aan de universiteit van Toronto. De muzikale leiding was in handen van violist en componist Sergei Erdenko. De liederen op deze cd zijn composities van soldaten van het Rode Leger, joodse vluchtelingen, slachtoffers en overlevers uit de Oekraïense getto’s, zowel mannen, vrouwen en kinderen en vertellen het verhaal van verzet, leven en dood onder de nazibezetting in de Sovjet Unie. Ze worden nu voor het eerst sinds 1947 uitgevoerd en laten aldus de stemmen van de Sovjet joden horen die door Hitler en Stalin en hun handlangers het zwijgen waren opgelegd.
Tijdens WO II namen Sovjet etnomusicologen van het Kiev Cabinet voor Joodse Cultuur, o.l.v. Moisei Beregovsky, honderden nieuwe Jiddische liederen op. Beregovsky en zijn collega Ruvim Lerner hoopten een anthologie van deze liederen te publiceren maar daarvan kwam niets in huis want Beregovsky werd gearresteerd tijdens Stalin’s anti-joodse zuivering en de documenten werden verzegeld. De studenten die meewerkten aan dit project stierven met de gedachte dat hun werk voor altijd verloren en vernietigd was. In de jaren 90 vonden bibliothecarissen van de Nationale Vernadsky Bibliotheek ongelabelde dozen met daarin deze documenten en een van hen maakte de eerste catalogus nadat het origineel vernietigd was in de jaren 40. De auteurs bedienden zich van muziek en poëzie om de gruweldaden en de verwoesting te beschrijven. Van sommige liederen was de melodie bewaard gebleven maar van de meeste restte enkel nog de tekst. De ontbrekende muziek werd nu gecomponeerd en gearrangeerd door Psoy Korolenko, in een uitvoering van het gelegenheidsensemble Yiddish Glory, samengesteld uit vijf vocalisten en vijf klassiek geschoolde instrumentalisten. Deze uitgave bevat ook nog een fraai uitgegeven boekje (44 pp.) met daarin de teksten in Engels en Russisch en duiding over de liederen en waar mogelijk ook over de auteurs. ‘The Lost Songs of World War II’ is een -ook muzikaal- indrukwekkend historisch document.
publieksprijs: 20,90

MÉLISSA LAVEAUX – Radyo Siwèl

MÉLISSA LAVEAUX – Radyo Siwèl

Bouwjaar: 2018 De Canadese zangeres / gitariste Mélissa Laveaux werd geboren uit Haïtiaanse ouders. Op haar eerste twee cd’s bracht ze een mix van folk en indie rock. Op ‘Radyo Siwèl’ (genoemd naar de oude rurale orkesten in Haïti) delft ze in haar Haïtiaanse erfgoed en restylet ze oude Creoolse folksongs over Vodou godheden en protestliederen tegen de Amerikaanse bezetting (1915-1934) van Haïti. Dit betekent niet dat we hier een folky klank geserveerd krijgen, daarvoor zit het puntige en scherpe gitaarspel te veel op de voorgrond. Bovendien zitten het instrumentengebruik en de arrangementen helemaal in vandaag. Oorspronkelijk plande ze een album met enkel covers van liederen van Martha Jean-Claude, legendarische zangeres en verbannen burgerrechtenactiviste. Maar eenmaal in Haïti stootte ze op een ruime schat aan inheemse muziek. Populaire gelaagde, allegorische liederen vol van symboliek werden verzetwapens in de strijd tegen de onderdrukker die aan het eind leidde tot de eerste onafhankelijke zwarte republiek. Laveaux heeft een verleidelijk en wat schor (keel)stemgeluid met een cachet van rook en whisky waarmee ze met een zeer eigen smoel een levendige set van geheel en al catchy en toegankelijke Creoolse melodieën brengt die het midden houdt tussen een Vodou ceremonie en de spirit van rebelse garagerock. ‘Radyo Siwèl’ is een oververdiende en hedendaagse viering van de rijke muzikale cultuur van Haïti die een perfect antidotum vormt voor het mainstream beeld van een vervloekt eiland dat het als eerste zwarte republiek aandurfde het westerse imperialisme te bevechten.

Een deel van de opbrengst van ‘Radyo Siwèl’ gaat naar Haïtiaanse vrouwelijke muzikanten.
publieksprijs: 21,60

SONGS VAN DE MAAND

TRIBAL SEEDS – The Garden
GURRUMUL – Wulminda (Dark Clouds)