Muzieknieuws november 2018

ANGÉLIQUE KIDJO – Remain In Light

Padam padam! In een zeer gedurfde onderneming heeft Angélique Kidjo zich gewaagd aan een integrale herinterpretatie van een muzikaal hoogtepunt uit de twintigste eeuw, met name het mythische meesterwerk ‘Remain In Light’ van Talking Heads. Dat alleen al verdient een medaille voor moed en zelfopoffering. Dat een Afrikaanse zangeres dit onderneemt hoeft helemaal geen verbazing te wekken. In 1980 had Talking Heads met hun mijlpaal ‘Remain In Light’ de aandacht en de focus nadrukkelijk verplaatst naar het Afrikaanse continent, iets wat ze eerder op vroeger werk ook al schoorvoetend hadden gedaan. Maar plots waren Afrikaanse percussie, polyritmiek, gitaarwerk, mystiek en vodou en afrobeat essentiële inspiratiebronnen van hun sound geworden. Voor velen in het Westen was die plaat de toegangspoort tot Afrikaanse muziek. Dat zal wellicht ook niet in Afrikaanse muziekkringen ontgaan zijn. Aldus ervaren wij de versie van Kidjo als een eresaluut aan wat in 1980 ook een eresaluut was. Daarover zegt ze het volgende: “As ‘Remain In Light’ was influenced by the music of my continent, I want to pay back the homage and create my own African take on Talking Heads’ songs. We all know that rock music came from the blues and thus from Africa. Now is the time to bring rock back to Africa, connect our minds, and bring all our sounds to a new level of sharing and understanding.” Kidjo leerde de plaat kennen toen ze in 1983 vanuit Benin naar Parijs gevlucht was. ​
Laat dit vooral duidelijk zijn: we hebben hier niet te maken met een coveralbum maar a.h.w. met een recoveralbum. Angélique Kidjo zet hier een radicale en brutale herneming neer die resulteert in een wervelend, indringend , gelaagd en verpletterend geluidsspektakel dat het origineel terug naar Afrika brengt. We wisten natuurlijk al dat Kidjo net zo beïnvloed is door Amerikaanse soul als door Afrikaanse muziek. De muzikanten gaan tekeer met de dynamiek en de oerkracht van een razend afrobeatorkest. En ja, Angélique is natuurlijk een geweldige zangeres maar dat wisten we al veel langer. ‘Remain In Light’ is dan ook de dertiende titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. En tot nader order ook ons album van het jaar.
publieksprijs: 19,20

RADIO COLUMBUS

STROGRASS / OLD SALT

woensdag 14 november 20u – Stadsschouwburg Brugge
inkom 15 12 9 7 euro

Met Strograss en Old Salt staan twee beloftevolle jonge vertegenwoordigers van de nieuwe generatie transatlantische rootsmuziek samen op het podium.
De leden van Strograss lieten zich de voorbije jaren gelden binnen de actuele wereldmuziek, met heel eigen benaderingen van traditionele bluegrass en country. Op hun recente album ‘Brother Earth’ bewijst het Gentse gezelschap zich als een erg harmonieus ensemble dat actuele sociale thema’s niet schuwt. De band bezit ook een bijzonder energieke livereputatie met gesmaakte passages op festivals als Dranouter en de Gentse Feesten.
Old Salt is een erg internationaal collectief met muzikanten uit de VS, Zweden, Frankrijk, Schotland en jawel, ook België. Zij halen hun inspiratie uit de straten van New Orleans, de Appalachia Mountains, de folkrevival in het noordoosten van de VS en vermengen dit met de vele klanken en invloeden uit het oude Europa. Met deze “blended music” wonnen ze vorig jaar de European World of Bluegrass Award 2017.
Speciaal voor deze double-bill brengen beide bands een exclusief programma met eigen werk, maar ook gezamenlijke interpretaties van een aantal traditionals.

 

MÍSIA – ‘Do Primeiro Fado ao Último Tango’

zondag 25 november 20 u – Stadsschouwburg Brugge exclusief concert voor Vlaanderen
inkom 32 27 21 15 euro

Deze grote dame is een van onze huisfavorieten en mag ons altijd komen storen want ieder album en elk concert van haar zijn een ware verademing. Ondanks ze nooit de commerciële status van Mariza, Cristina Branco en consorten behaalde is ze zonder twijfel de belangrijkste vertolkster van de hedendaagse fado en wat ons betreft de waardige opvolgster van Amália Rodrigues, als iemand daar al zat op te wachten. Mísia heeft een glasheldere stem en een overweldigende présence. Ze startte als fadozangeres pur sang maar gaandeweg kwamen meer invloeden in haar muziek, vooral tango (dat verklaart de albumtitel van haar onlangs verschenen compilatie en de naam van deze tournee). Zoals zo vaak bij fado zet tragiek de boventoon. Toch verzet Mísia zich tegen pessimisme en ontdek je bij haar ook een lichte vorm van joie de vivre. Ze beantwoordt niet echt aan het prototype van de fadoartiest: half Portugees, half Catalaans verhuisde ze op haar twintigste van Oporto naar Barcelona. Dit resulteerde toen in fado met een nieuw gezicht en een zeer persoonlijke toets. Ze nam ook afstand van het tot op de draad versleten thema van onderontwikkeling en integreerde hedendaagse poëzie in haar werk. Naast die poëzie zijn de meeste teksten speciaal voor haar stem geschreven. Mísia is ervan overtuigd dat fado bovenal een spirituele daad is waarbij vocale acrobatieën geen plaats hebben. Dat verklaart haar angst om haar aanpak te stileren. Aldus komt ze dicht mogelijk bij de intensiteit van emotie. Dit alles kwam het best tot uiting op een van haar twee voorlopige meesterwerken, ‘Garras Dos Sentidos’ uit 1998. Na enkele zijpaden te hebben bewandeld (op ‘Ritual’, ‘Canto’, ‘Drama Box‘ en vooral op ‘Ruas’ waarop een bloedstollend mooie cover van ‘Hurt’ staat met Geoffrey Burton op gitaar) keerde ze zes jaar geleden, net zoals Mariza die het jaar voordien ook die move maakte op het geweldige ‘Fado Tradicional’, op haar tiende album ‘Senhora Da Noite’ terug naar de traditionele fado. En net zoals Mariza deed ze dat met heel veel verve en overtuiging. Achter ‘Senhora Da Noite’ schuilde ook volgend idee: Mísia wilde traditionele muziek combineren met teksten van uitsluitend vrouwelijke dichters, schrijvers en vocalisten. Net als op dat andere meesterwerk ‘Garras Dos Sentidos’ werd het traditionele gitaartrio bijgestaan door accordeon, piano en viool, instrumenten die Mísia als eerste introduceerde in de fado. Maar ‘Senhora Da Noite’ had nog een andere grote waarde: voor het eerst in de geschiedenis van de fado was de rol van vrouwen niet beperkt tot die van muze of zangeres. Hier waren ze ook de auteurs die het poëtische universum voor de muziek creëren.

 

Bixiga 70

Bixiga 70 is een tienkoppige band uit de gelijknamige bairro (buurt) uit São Paulo en ‘Quebra-Cabeça’ is hun vierde album. Resp. drie en vier jaar terug bliksemden deze tien heren ons van ons paard met hun albums ‘Ocupai’ en ‘III’. Om de groep even sociologisch te situeren: ‘Ocupai’ verwees naar de straatprotesten die in 2013 op verschillende plaatsen in Brazilië uitbraken en die bekend staan als de Revolta do Vinagre (Azijnopstand) of de Braziliaanse lente. Brazilië is het niet-Afrikaanse land met het grootste aantal zwarte inwoners en toch heeft het erg lang geduurd vooraleer men er zich ging interesseren voor de Afrikaanse cultuur en muziek. De voorbije jaren is daarin enige verandering gekomen en hebben de Brazilianen een van Afrika’s populairste muziekgenres ontdekt, met name afrobeat. Ondertussen heeft zowat elke grote Braziliaanse stad minstens een afrobeatorkest. Er kan gesteld worden dat Bixiga 70 een Braziliaanse interpretatie neerzet van de nalatenschap van Fela Kuti. De 70 in de groepsnaam is trouwens een vette knipoog naar Fela Kuti’s Africa 70. Zelf noemt Bixiga 70 haar muziek geen afrobeat maar música negra. De fundamenten zijn alleszins van afrobeat makelij maar de eigenzinnig en vaak onvoorspelbaar ingebrachte infusen zijn velerlei: Afro-Braziliaanse muziekstijlen, reggae, Braziliaanse funk, Braziliaanse percussie, ethiojazz, big band, highlife, carimbó, cumbia en mandingue blues, om het bij deze te houden. De vele Afrikaanse invloeden mogen heus geen verwondering wekken: vele Braziliaanse ritmes hebben hun wortels deels in West-Afrika en de fusie van funk en jazz was in oorsprong transatlantisch. In tegenstelling tot het uitgesproken gezongen engagement van Fela Kuti wordt er bij Bixiga 70 niet gezongen en zijn er dus ook geen (militante) teksten. De groep zelf zegt daarover dat haar muziek daarom niet minder geëngageerd is en zelfs net universeler want door iedereen verstaanbaar, over alle taalgrenzen heen. Ze zeggen daarover ook nog het volgende: “Wij kunnen ons volledig vinden in Fela’s boodschap over Afrika en de wereld: vooral zijn visie op muziek als viering van vrijheid. Daar gaat onze show ook om: unie, vrede en vrijheid.” De muziek van Bixiga 70 is doorgaans zeer dynamisch, opzwepend, gedreven, broeierig, gejaagd en gelaagd maar soms ook wat meer ingetogen maar vooral steeds subtiel. Er wordt ook indrukwekkend, oerkrachtig en vol zelfvertrouwen gemusiceerd met de blazerssectie als ultiem verkoopargument en de sterke, fantasierijke en intelligente composities worden uitmuntend opgebouwd. Bixiga 70 is ronduit brutaal en tegelijk ook weelderig in zijn klankenrijkdom. Bixiga 70 is een ware masterclass in de jonge internationale afrobeatschool met een zeer divers aanbod die verder nog bewoond wordt door andere klassen zoals Jungle By Night, The Souljazz Orchestra, Shakara United en Antibalas en waar headmaster Tony Allen en zijn substituut Seun Kuti van op de zijlijn tevreden staan te glunderen. Voor de derde keer op rij bliksemt Bixiga 70 ons van ons paard met een werkstuk van wolkenkrabberhoog niveau. Het weze duidelijk dat dit vierde album van Bixiga 70 de veertiende titel voor de ultieme playlist van 2018 is en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 18,75
 

ALBA GRIOT ENSEMBLE – The Darkness Between The Leaves

Wat voorafging: eind jaren 80 kwamen zangers / gitaristen Mark Mulholland en Craig Ward aan de kost als buskers in en rond Glasgow en Edinburgh. Later scheidden hun wegen: Mulholland belandde langs een omweg naar Port-au-Prince in 2014 in Mali waar hij een zeer actieve rol opname in de muziekscene en o.a. tekende voor de productie van ‘Kidal’ van Tamikrest. Ward trok naar Antwerpen en was daar een tijd gitarist bij de plaatselijke helden van dEUS om daarna terug te keren naar Schotland en er een hotel te runnen. De Belgische contrabassist en keyboardsspeler Hannes d’Hoine en de Malinese ngonispeler en polyvalente percussionist Yacouba Sissoko (die we nog kennen van AfroCubism) vervolledigen Alba Griot Ensemble (Alba is de Keltische naam voor Schotland en wat een griot is kwam op deze pagina’s al tot vervelens toe aan bod). Verder is er nog een indrukwekkende gastenlijst: Tony Allen, Toumani Diabaté, Madou Sidiki Diabaté, Pamela Badjogo en Lassana Diabaté (Trio Da Kali) om maar deze te vermelden. Dit album vermengt complexe ritmes, melodieën en snarenwerk met sterke vocale harmonieën van de vier actoren. Een van de eerste muzikanten die Mulholland in Mali tegen het lijf liep was Yacouba Sissoko en daar en dan neemt dit verhaal een aanvang. Samen gaan ze optreden in Bamako en doorheen de provincies en al snel rijpt het idee om te gaan opnemen wat nu dus resulteert in dit album met een bijzondere en hybride fusie van Keltische folk en Malinese mandingue, doorspekt met tinten van rock, blues, jazz en psychedelica. Duidelijker kunnen we het niet omschrijven want verder past deze muziek in geen enkel hokje of categorie; als er toch iemand aandringt: zo zou Pentangle wellicht kunnen klinken hebben na een lang verblijf in Mali. Deze samenwerking is niet zo uitzonderlijk als die wel lijkt: toegegeven, geografisch en klimatologisch zijn de verschillen enorm maar Mali en Schotland hebben ook overeenkomsten. Zo hebben ze beide eeuwenlange tradities van musiceren en verhalen vertellen die doorgegeven werden en nog worden van generatie naar generatie.
De muziek op ‘The Darkness Between The Leaves’ is uitermate gevarieerd: iedere song baadt in een verschillend aroma en er wordt zeer kundig gehopt van de ene stijl en ritmes naar de andere. De verweving van de gitaren met de ngoni en de kora is sensueel en vaak ook melancholisch. We hebben het niet uitgeprobeerd maar we vermoeden dat deze muziek wel eens het best tot zijn recht zou kunnen komen bij zonsondergang of bij een kampvuur. Het lange slotlied ‘North Wind’ is een ronduit machtige finale waarin het ensemble en in het bijzonder de ritmesectie zich helemaal uitleeft. Hopelijk is ‘The Darkness Between The Leaves’ geen eenmalige onderneming van dit uitzonderlijk begiftigde ensemble.
publieksprijs: 13,15
 

SUBHASIS BHATTACHARYA – Tablananda

De familie Bhattacharya lijkt wel kind aan huis (of aandeelhouder?) bij World Music Network. Naast meerdere uitgaven van Debashish was er drie maanden geleden nieuw werk van diens dochter Anandi en nu is broer Subhasis aan de beurt. Hij componeerde al heel wat werk voor andere artiesten en voor film en tv. Hij nam al vaak samen op met Debashish, maar ook met o.m. Asha Bhosle en John McLaughlin en nu is ‘Tablananda’ zijn eerste internationale samenwerking waarvoor hij een indrukwekkende gastenlijst optrommelde, met o.m. broerlief in een belangrijke rol en verder met een zeer uitgebreid instrumentarium dat dateert van eeuwen terug tot op vandaag, van o.a. bansuri, dholak en sarangi tot saxen, drums, elektrische gitaren en keyboards. Subhasis zelf zingt en bespeelt tabla, djembe, dugi, shakers, clave, tam-tam, jhumur, triangel, mridangam, djumo bells en programmeert drums: m.a.w. hij is te situeren in de afdeling percussie.
Op ‘Tablananda’ etaleert hij samen met zijn kornuiten een waarlijk moderne benadering van traditie die sterk beïnvloed wordt door andere muzikale stijlen, van jazz en folk over bollywood tot allerlei wereldstijlen. Dit werkstuk reflecteert ook zijn universele en grensverleggende kijk op muziek die hij ontwikkelde tijdens zijn vele internationale concerten met broer Debashish die hem ook in contact brachten met vele verschillende muzikale culturen. ‘Tablananda’ excelleert in verregaande schoonheid en zet Subhasis Bhattacharya op de wereldkaart.
publieksprijs: 13,15
 

LOKKHI TERRA meets DELE SOSIMI – Cubafrobeat

Lokkhi Terra is een Londens multicultureel (Bangladesh, Cuba, Turkijke, UK), eclectisch collectief, opgericht door de klassiek geschoolde en jazz minded Brits-Aziatische pianist Kishon Khan, die al met god en klein pierke speelde (in casu o.a. Havana Cultura en Hugh Masekela). Deze groep brengt een wel zeer eigenzinnige en bijwijlen bijzonder prettig gestoorde mix van Bengali folk (de basis van hun repertoire), Cubaanse rumba, afrobeat, Braziliaanse samba, jazzfunk en Indiase klassieke muziek.
De naam Dele Sosimi zal wellicht niet zo bekend in de oren klinken als Tony Allen en andere Kuti’s, maar zijn belang voor de afrobeat kan nauwelijks onderschat worden. Een greep uit zijn cv: keyboardsspeler en bandleader bij Fela Kuti’s Egypt 80, medeoprichter van en bandleider bij Femi Kuti’s Positive Force, muzikaal consultant voor de UK versie van de musical FELA!, gastheer bij de tweemaandelijkse ‘Afrobeat Vibration night’, een langlopend event in Londen.
Beide partijen hebben nu de krachten gebundeld op ‘Cubafrobeat’ dat 4 XL lappen muziek bevat, ingezongen door Sosimi die ook op twee stukken de piano beroert. Zoals de albumtitel aangeeft horen we een mix van Cubaanse dansmuziek en afrobeat, een ontmoeting tussen Havana en Lagos in Londen. Deze synergie mag geen verbazing wekken gezien de vele overeenkomsten tussen de Afro-Cubaanse en Yoruba muziek, taal en mythologie. En het dient gezegd dat de mayonaise uitstekend pakt. Ook al zitten we nu volop in de herfst, bij beluistering van dit zeer swingende schijfje waant men zich hartje zomer.
publieksprijs: 16,20
 

CIMBALIBAND – Balkan Projekt

De zeskoppige Hongaarse Cimbaliband is genoemd naar hun sleutelinstrument, de cimbalom, een traditioneel percussief snaarinstrument dat behoort tot de plankciters en in het oud Vlaamsch een hakkebord heet. Cimbalomspeler, zanger en bandleider Balázs Unger trekt al jaren doorheen de Balkan op zoek naar lokale muziek en muzikanten. En die muziek meet hij een hedendaags smoelwerk aan. Hij is ervan overtuigd dat volksmuziek in de Balkan nog steeds een sleutelrol vertolkt in het leven van alle dag. Op deze live-cd horen we dan ook een diversiteit aan stijlen uit meerdere Balkan regio’s, gaande van Servische kolo over Macedonische ritmes en Hongaarse tinten tot geampara uit het zuiden van Roemenië. Hun missie is om culturele grenzen te slopen, voorwaar een hels karwei in het Hongarije van vandaag: eat your heart out Viktor Orbán. Er wordt geopend met een cover van ‘Caravan’ -hier genaamd ‘Vágy’- van Duke Ellington, ook al wordt dat niet vermeld en dat is hier dus wel een heikel punt want we krijgen nul info over de herkomst van de composities. Maar laten we niet kniesoren want verder kunnen we niets dan enthousiast zijn over deze uitgave. Er wordt voortreffelijk, nee virtuoos, gemusiceerd op cimbalom, gitaar, viool, contrabas, frame drum, darbuka, saxofoon, accordeon en trompet en zangeres Danics Dóra zingt als een bedwelmende sirene. Joie de vivre, positive vibration en spelplezier druipen en spatten af van deze muziek die een levende reclame is voor het onderhand zeer wankele EU motto ‘united in diversity’. Waar Cimbaliband is langs geweest daar is het feest feest feest geweest en ook de doldwaze geest van Emir Kusturica is nooit ver weg.
Gebruikswaarschuwing: de veelvuldige en vaak uitzinnige tempowisselingen kunnen een tollend hoofd en spasmen in de ledematen veroorzaken; zeg dus niet dat wij dit niet vermeld hadden. 12 points from ze Oxfam jury en een zitje in onze ultieme playlist van 2018 en dus ook in jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 19,90
 

QUEST – Out of Nations

Quest, dat is zes muzikanten en zes verschillende nationaliteiten met als hoofdkwartier Berlijn. Ze hebben zich losgemaakt van de boeien die identiteit laten bepalen door het vaderland en ze delen dezelfde muzikale visie: reizen tussen culturen. Aldus vormt deze groep een droombeeld voor een wereld waar mensheid altijd primeert op nationaliteit. De melodieën kregen gestalte tussen NYC, Cairo, Beirut en Berlijn in het hoofd van rietspeelster Lety Elnaggar (saxofoons, klarinet., fluit, ney). Zij is een dochter van Egyptische en Mexicaanse immigranten in de VS. Tussen 2010 en nu leefde zij in de VS, Europa en het Midden-Oosten en was al die jaren getuige van mondiale golven van toenemende xenofobie, grensbeveiligingen en geweld. Deze fenomenen interpreteert zij als restricties en obstakels om te kunnen reizen, leven en “out of nations” denken. Ze wil die graag plaats doen ruimen voor een postraciale en postnationale wereld zonder categorieën en voor het creatieve potentieel van de menselijke geest om zich te bevrijden van de waan dat elk individu zich moet identificeren met een natie. Samen met producer Khalil Chahine en haar vijf medemuzikanten (op drums, percussie, elektrische gitaar, piano, keyboards, synthesizer, basgitaar) en geruggensteund door een bataljon gastmuzikanten en -vocalisten brengt ze elf nummers die elk een deel van een mondiaal verhaal vertellen van muziek met een hedendaagse klank die inspiratie put uit hun Arabisch en Latijns erfgoed maar evenzeer uit pop, funk, rock, electro en jazz. Dit alles laat zich vertalen in een bijzonder eigenzinnige en haast futuristische invulling en interpretatie van het begrip “wereldmuziek” en dat met zeer veel zin voor avontuur. Net als in de groepsfilosofie vervagen ook in de muziek zowat alle grenzen en de inherente beperkingen.
publieksprijs: 13,15
 

HAROUNA SAMAKE – Kamale Blues

Malinese n’gonispelers en gitaristen die daarenboven ook nog zingen, we zouden ze niet graag de kost moeten geven, want ze zijn zo talrijk, mevrouw en meneer. De volgende in de galerij heet Harouna Samake en wordt erkend als een grootmeester op de kamale n’goni. De n’goni is een traditioneel Malinees snaarinstrument in diverse types en is een van de voorlopers van de banjo. Samake werd onlangs genomineerd voor ‘The All African Music Awards 2018’. Vorige maand nog was hij te horen en te zien op het prestigeuze WOMEX muziekgebeuren. Jarenlang was hij een van de drijvende krachten in de begeleidingsgroep van Salif Keita. Hij is te horen op meer dan 50 albums van andere artiesten, zo o.m. Salif Keita, Blick Bassy, Bela Fleck, Etienne Mbappé en Bassekou Kouyaté. Op ‘Kamale blues’ waagt hij zijn eerste solostappen. Hij vermengt traditionele Malinese mandingue met jazz en blues en dansbaar en opzwepend zijn zijn regels wel. ‘Kamale Blues’ staat verder ook bol van krachtige vocale duetten met zijn wederhelft Assekou Diakite die over een uitzonderlijk stemgeluid beschikt en wat ons betreft ook rijp is voor een solocarrière. Er wordt gezongen in het Bambara en het Frans en de teksten behandelen o.m. migratie, ongelijkheid, gender, mensenrechten en meer van dat fraais. Zijn virtuositeit komt het best tot uiting op het instrumentale ‘Dissan Konon’ en tussen alle opzwepende momenten door wordt er even gas teruggenomen op ‘Il Est Temp’. ‘Kamale Blues’ doet ons tot aan de rand gevulde rek met uitstekende Malinese muziek nu helemaal uit de voegen barsten.
publieksprijs: 18,75
 

BOKANTÉ + METROPOLE ORKEST conducted by Jules Buckley – What Heat

In de pers- en verkooppraatjes wordt Bokanté naar voren geschoven als een “supergroep”, voor wat dit waard is. Wij probeerden dit album te beluisteren zonder voorkennis. Een punt voorsprong vooraf: ‘What Heat’ is uitgegeven bij Real World en dit label is wel degelijk een huis van vertrouwen. In de Creoolse taal van Guadeloupe betekent ‘bokanté’ ‘uitwisseling’. Dit ambitieuze verhaal startte toen Michael League, bassist bij de fusionband Snarky Puppy uit Brooklyn, samen met enkele bandleden en gasten op tournee begon te schrijven. Ze wisselden die liedjes uit met zangeres Malika Tirolien uit Guadeloupe, die in het Creools en het Frans zingt en dat doet met een indringend, helder, flexibel, warm, krachtig en delicaat stemgeluid. De sociaal relevante teksten behandelen (gedwongen) migratie, diaspora, (on)gelijkheid, (on)rechtvaardigheid, mensenrechten, de leefomstandigheden van vrouwen en andere wereldbranden. Behalve Tirolien en leden van Snarky Puppy wordt Bokanté bevolkt door lieden die nog speelden bij Paul Simon, Sting en Yo-Yo Ma. Vorig jaar debuteerde Bokanté met ‘Strange Circles’. Michael League werkte voorheen al samen met Metropole Orkest wat hen een Grammy Award opleverde. Dit orkest is actief sinds 1945 en werkte samen met vele groten der aarde. Voor de jonkies onder de lezers: jullie oudjes zullen zich dit orkest het best herinneren van de samenwerking met Boudewijn de Groot, in een ver verleden. Het repertoire van Tirolien bestaat uit een samengaan van Caraïbische, Midden-Oosterse, West-Afrikaanse en jazzinvloeden. Michael League en Metropole Orkest verrijkten haar klankwereld met filmische en dramatische accenten en speelruimte. De ingrijpende inbreng en de ronduit meesterlijke, gelaagde, elegante en rijkelijk getextureerde arrangementen van dirigent Jules Buckley openden voor Bokanté een nieuwe muzikale wereld en dit resulteert in een briljante, klaterende en uitstekend gebalanceerde cocktail, samengesteld uit Afrikaanse, Arabische en Caraïbische ingrediënten, jazz en delta blues en nog een en ander. Dit alles wordt gekoppeld aan een uitgesproken sociaal engagement: het ziedende slotnummer ‘Maison en Feu’ is daarvan het duidelijkste voorbeeld met het slotakkoord “Il est temps d’utiliser notre pouvoir / Maintenant”. Rest ons nog te melden dat ‘What Heat’ de zestiende titel is voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 17,15
 

ALFREDO TEJADA – Sentidos del Alma

Flamencozanger Alfredo Tejada Zurita werd geboren uit twee flamencozingende ouders en studeerde al op prille leeftijd solfège, zang en trombone; hij startte reeds op zijn dertiende met het zingen van flamenco, samen met gitarist Miguel Ochando. Sindsdien mocht hij met vele flamencotoppers samenwerken en won hij diverse prijzen, zo o.m. de ‘Lampara Minera en La Union’, naar verluidt de meest prestigieuze onderscheiding in de flamencowereld. Ook al is hij ondertussen zelf een topnaam in de flamencowereld, toch is ‘Sentidos del Alma’ nog maar zijn tweede cd. De cd bevat vier duetten met andere flamencotoppers: Miguel Poveda, Antonio Rey, Makarines en José Luis Montón. Verder horen we o.m. ook nog drie eerbetuigingen aan twee overleden Spaanse kunsticonen: een requiem en fandango’s voor de controversiële flamencozanger Enrique Morente en een elegie voor de dichter Miguel Hernández. Tejada heeft een krachtig, bezield en tegelijk gevoelig stemgeluid en wordt hier begeleid door uitstekende muzikanten en vocalisten. Tejada vertrekt vanuit de wortels van de flamenco maar zoekt ook het experiment op zoals bv. in de afsluiter ‘Aylan Kurdi’ die hij componeerde samen met Ahmad Al Katib. Flamencoliefhebbers kunnen deze uitmuntende cd blind aanschaffen en voor wie flamenco een onbeschreven blad is geldt ‘Sentidos de Alma’ als een warme uitnodiging.
publieksprijs: 19,60
 

ROBERT SVÄRD – Alquimia

De Zweedse gitarist Robert Svärd groeide op in Zweden en Australië en werd er ook geschoold in klassieke gitaar. Hij begon zich van op afstand te interesseren in flamenco maar ondervond al snel dat zijn opmerkelijke techniek en zijn soepele vingers bewondering opwekten in Andalusië. En dus ging hij flamenco studeren in Sevilla.
Twee jaar geleden debuteerde hij met de veelgeprezen cd ‘Pa’ki pa’ka’ waarvoor hij alle muziek zelf componeerde. Als buitenstaander brengt hij zijn individuele benadering van flamenco waarbij je sporen van zowel zijn klassieke als zijn Scandinavische achtergrond hoort zonder dat hij probeert fusiemuziek te creëren. Het verhaal van zijn debuutalbum startte wanneer Svärd werd uitgenodigd op een doopfeest in Granada. Hij was toen al een van de meest gesolliciteerde gitaristen bij flamencogezelschappen in Andalusië. Zanger Alfredo Tejada (zie bespreking hierboven), een topnaam in de hedendaagse flamencowereld, nodigde zichzelf uit om te zingen op dat album en schreef er ook alle teksten voor. Bovendien werd Svärd ook uitgenodigd om dat album op te nemen in de legendarische FJR Estudios de Grabación in Granada en dat samen met topmuzikanten uit de flamencowereld zoals bassist Nani Conde en percussionist Miguel “El Cheyenne” Rodriguez. Ook voor ‘Alquimia’ (‘alchimie’) kon Svärd verschillende topnamen strikken: El Potito, Niño Josele, Luis Moneo, Miguel Rodriguez (die ook voor de productie tekende), Alfredo Tejada e.v.a. Zowel zijn debuut als deze opvolger klinken allesbehalve als werk van een “beginneling” dan wel als de zoveelste hoog kwalitatieve worp van een doorwinterde artiest. Zijn spel is verbijsterend betoverend en virtuoos en de melodieën zijn bijzonder ritmisch. Robi is een melodist in de ware zin van het woord en zijn composities zitten vol warme melodieën en exploderende ritmische passages. Svärd laat optekenen al een leven lang affiniteit met Spanje te voelen (hij zou er ook verwekt zijn op de huwelijksreis van zijn ouders) en dat is overduidelijk hoorbaar. Robert Svärd brengt flamenco van zeer hoog niveau en is na twee cd’s zonder twijfel een aanwinst voor en nu al een gevestigde waarde in de flamenco maar ook ver daarbuiten.
publieksprijs: 20,40
 

TOTÓ LA MOMPOSINA – Oye Manita

Colombiaanse muziek kent een lange geschiedenis met vele invloeden. Het is een rijke culturele mix van inheemse Indiaanse , Afrikaanse (via de slaven) en Spaanse (via de kolonisators) invloeden. De basis van Totó’s muziek is die van de oude Cantadoras: Indiaanse vrouwen die het land bewerkten en daarbij zongen. Als jong meisje kreeg de nu 78-jarige Totó les van de Cantadora Ramona Ruiz. De hoofdmoot in de begeleiding is een uitgebreid arsenaal percussie-instrumenten en TLM bedient zich van ritmes uit Colombia (cumbia, salsa, bullerenge, chalupa, garabato, mapale) maar ook uit andere Caraïbische regionen (son, guaracha, rumba, bolero) die Colombia bereikten via San Basilio de Palenque (een ommuurde gemeenschap gebouwd door ontsnapte slaven). In 1993 brak ze internationaal door met het op Real World Records uitgebrachte album ‘La Candela Viva’.
‘Oye Manita’ is het tweede deel in een retrospectieve trilogie, binnenkort verschijnt ook deel drie. Drie jaar geleden verscheen deel een, ‘Tambolero’. Dat was een opgepoetste versie van ‘La Candela Viva’. ‘Oye Manita’ focust dan weer grotendeels op haar Parijse jaren en bevat opnames die dateren van 1981 tot 2001. Totó arriveerde er in 1979 als vluchtelinge (ondertussen woont ze terug in haar geboorteland) en werd er onder de vleugels genomen door het alternatieve Parijse theatergezelschap Collectif de la Rue Dunois bestaande uit mimeartiesten, straatperformers en muzikanten en voorzien van een heteluchtballon, een dubbeldekbus, een draaimolen en een mobiele cinema. Haar bijzondere stem, haar charisma en haar liedjes zorgden ervoor dat ze een instant succes werd en aldus werd Frankrijk een lanceerplatform voor een vruchtbare carrière. Haar muziek was het voorbije decennium een belangrijke inspiratiebron voor dj’s, muzikanten en producers in de hedendaagse dansmuziek: zo gebruikte Jay-Z een sample op zijn meest recente album. Deze compilatie steekt van wal met haar iconische scharnierlied ‘La Verdolaga’ en bevat verder niets dan klassiek en essentieel materiaal voor elke rechtgeaarde muziekliefhebber. Haar werk straalt in de eerste plaats vrolijkheid, levenslust, energie en spontaniteit uit.
publieksprijs: 16,80
 

STELLA CHIWESHE – Kasahwa: Early Singles

Nog meer verzameld werk komt van de inmiddels 70-jarige Zimbabwaanse legende en icoon Stella Chiweshe. ‘Kasahwa’ brengt een introductie tot de wereld van Mbira, niet enkel het instrument (in de volksmond ook duimpiano genoemd) maar ook een muzikaal genre en bij uitbreiding ook een onder het vroegere koloniale bewind verboden cultuur en een diep spirituele levensstijl. Mbira is een oude mystieke muziekstijl die al meer dan duizend jaar gespeeld wordt door de Shona, de grootste bevolkingsgroep in Zimbabwe. ‘Kasahwa’ bevat acht onvindbare en geremasterde singles uit de periode 1974-1983; deze opnames zien voor het eerst het licht buiten Afrika. Naast begenadigd muzikant is Stella Chiweshe in haar land ook een symbool voor de strijd voor vrouwenrechten. Als vrouw vond ze aanvankelijk niemand die haar het instrument wilde leren bespelen, laat staan er een maken voor haar. Maar haar verbetenheid zorgde er voor dat ze vele jaren later door het leven ging als ‘Queen of Mbira’. Haar muziek klinkt repetitief, zeer ritmisch, dromerig en hypnotisch en wordt opgesmukt met woordenloze zang en shakers. ‘Kasahwa’ is een zeer welgekomen uitgave en een machtig eerbetoon aan een sterke vrouw, een briljante muzikant en een fascinerend muziekinstrument.
publieksprijs: 18,75
 

ROUGH GUIDES

ALI AKBAR KHAN

Yehudi Menuhin noemde hem de grootste muzikant op aarde, voor wat zo’n stelling waard is natuurlijk. Samen met Ravi Shankar leidde Ali Akbar Khan, de belangrijkste virtuoos op de sarod, de klassieke Hindustani muziek naar de moderne tijden. In menig opzicht leken ze yin en yang. De moslim Khan bespeelde de sonore sarod, een luit met een korte hals. In de figuratieve instrumentenrangorde van het Indiase subcontinent is de sarod de ‘mannelijke’ component, gecompenseerd door de sitar, de ‘vrouwelijke’ luit met de lange hals, het instrument van de hindoe muzikanten. De zes composities op deze compilatie illustreren de narratieve stijl van Khan. De cd opent met twee korte tracks, een alap en een jod, die dateren vanuit zijn 78-toeren dagen, vandaar die korte duur. Daarna volgen drie lange tot extra lange ragas waarna er wordt afgesloten met een korte avondraga. Khan wendde zich vaak tot ongewone en obscure ragas en daarvan is ‘Maligaura’ een voorbeeld. Kenmerkend voor de magistrale stijl van Khan was zijn beheersing van de samenvloeiing van melodie en ritmiek. Hij was de belichaming van Debussy’s inzicht dat “muziek een kwestie van kleuren en ritmische tijd is”.
Samen met de onlangs verschenen Rough Guides met werk van Ravi Shankar en van Zakir Hussain vormt deze cd een triptiek, samengesteld door Ken Hunt, die een ideale introductie tot en opstap naar de Indiase klassieke muziek is. Ken Hunt is een autoriteit als het om die muziek gaat en is bovendien een aanbevolen biograaf van Ravi Shankar. Die zei ooit het volgende over Hunt: “Hij is ongeëvenaard in het begrijpen van de muziek van het Indiase subcontinent.” Lieden die vertrouwd zijn met het werk van Ali Akbar Khan zullen aan deze cd wellicht weinig boodschap hebben maar aan alle anderen roepen we luid en duidelijk: warm aanbevolen!
publieksprijs: 13,15
 

REGGAE

THE DROP – Last Stand

Na vele jaren toeren en een reeks singles en ep’s pakt de Britse reggaeband uit met hun overtuigende debuutalbum ‘Last Stand’ dat ze opdragen aan hun in 2012 overleden bassist en milieuactivist Charles “Chaz” Blinstrub. Dat vele toeren bracht hen een ruime en trouwe achterban op. De groep brengt een mix van roots reggae, rocksteady en dub met jazz-, rock- en soulinvloeden. Sleutelfiguren bij The Drop zijn zanger Daniel ‘Dandelion’ Collier en gitarist Leon King. Verder horen we nog keyboards, bas, drums, percussie, saxofoon en trompet. Aan de knoppen zat o.a. Daniel Boyle die we kennen van zijn werk voor o.m. Max Romeo en Lee “Scratch” Perry; die laatste is hier ook op een song te horen (weetje voor de starsuckers onder jullie). De kwaliteit van de songs en het spel zijn van hoog niveau en doet ons uitkijken naar meer werk van deze jonge wolven: hopelijk is ‘Last Stand’ niet hun laatste zet. Deze muziek is zo sprankelend en fris van de lever gespeeld en betekent een grote aanwinst voor het reggaelandschap. In de gedaante van de invloedrijke Britse DJ’s Gilles Peterson en David Rodigan hebben ze alvast twee grote believers en steunpilaren: dat geldt nu ook voor ons.
publieksprijs: 15,40
 

VINYLRELEASES

ANGÉLIQUE KIDJO – Remain In Light
publieksprijs: 25,35

BIXIGA 70 – Quebra-Cabeça
publieksprijs: 32,05

LE TRIO JOUBRAN – The Long March
publieksprijs: 23,10

STELLA CHIWESHE – Kasahwa: Early Singles
publieksprijs: 21,35

ALPHA BLONDY – Human Race
publieksprijs: 28,05

LOKKHI TERRA meets DELE SOSIMI – Cubafrobeat
publieksprijs: 22,50

OKONKOLO – Cantos
publieksprijs: 25,80

BOKANTÉ + METROPOLE ORKEST – What Heat
publieksprijs: 27,75 (2 lp)

THE DROP – Last Stand
publieksprijs: 18,00

GAIKA – Basic Volume
Publieksprijs: 23,85 (2 lp)

‘TWO NILES to sing a melody (the violins & synths of Sudan)’ (compilatie)
Publieksprijs: 32,05 (3 lp)

‘QUEENS OF ARIWA part 1’ (compilatie)
Publieksprijs: 18,00

DUR-DUR BAND – Dur Dur of Somalia Volume 1 & 2 (re-release)
Publieksprijs: 34,60 (3 lp)

ITAL FOUNDATION – Ital Foundation Vol. 1 (re-release)
Publieksprijs: 27,95

FEELING KRÉYOL – Las Palé (re-release)
Publieksprijs: 23,10

AMANAZ – Africa (re-release)
Publieksprijs: 32,65 (2 lp)

‘VOICES OF MISSISSIPPI’ (compilatie)
Publieksprijs: 27,25

JOEY PASTRANA & HIS ORCHESTRA – Let’s Ball
Publieksprijs: 25,80

 

GOUD VAN OUD

‘éthiopiques 4 (ethio jazz & musique instrumentale 1969-1974)’

Bouwjaren: 1969 - 1974 (cd-uitgave: 1998)
Over Ethiopië en zijn muzikale schatkamers hebben we hier al vaak een boom opgezet. Ethiopische muziek kent een zeer uitgebreide diversiteit: zowat iedere etnische groep heeft zijn unieke sound met als gemeenschappelijke factoren polyritmiek en een pentatonisch modaal stelsel, die a.h.w. de constanten vormen. Ook het instrumentenarsenaal kent die zelfde diversiteit. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw begon Ethiopische muziek ook ingang te krijgen in het Westen, vooral via de zogenaamde golden age ethiojazz (jaren 70), waarbij de grote innovators Mahmoud Ahmed en Mulatu Astatke tot de meest invloedrijke muzikanten behoorden. Addis Abeba was in de jaren 70 the place to be en de muziek die er toen ontsproot werd nadien de standaard en de norm voor heel veel muziek over de hele wereld. Met hun avontuurlijke mix van traditionele muziek en soul, funk, jazz, pop en rock hielpen fijne lui als Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke, Alemayehu Eshete, Girma Byene, Menelik Wossenachev, Hirut Bekele en tutti quanti het muzikale landschap voor vele decennia bepalen. Compilaties zoals ‘Swingin’ Addis’ en ‘Ethiopian Groove’ en vooral deze fabeltastische reeks ‘Éthiopiques’ (30 delen als we de tel niet kwijt zijn) zijn mijlpalen in de Afrikaanse muziek. Deze clash tussen Ethiopische en Westerse stijlen had dus gevolgen die niet te overzien waren en vooral de zeer bijzondere ethiojazz inspireerde muzikanten over de hele wereld. Ondertussen zijn vele Westerse muzikanten in de ban van die schatkamer geraakt en dat heeft voor een interculturele samenwerking en kruisbestuiving gezorgd met als resultaat zeer innovatieve muziekvormen waarbij het experiment niet geschuwd wordt maar toch steeds met zeer veel respect voor en kniediep in de aloude tradities. Belangrijkste exponenten van deze nieuwe golf zijn o.m. Gigi, Bole 2 Harlem, Dub Colossus, Invisible System, Krar Collective, Samuel Yirga…. (en onze welgemeende excuses aan wie we over het hoofd zien). Die kruisbestuiving heeft nu ook zijn weg gevonden buiten het Afrikaanse continent: in steeds meer Westerse muziek zijn Ethiopische invloeden te horen.
In 1974 pleegden militairen een staatsgreep en installeerden een militaire raad, de Derg. Het nieuwe regime sloeg die muziek die zij voor contrarevolutionair hield in de ban. De piepjonge pionierproducer Amha Eshete, oprichter van Amha Records, vluchtte naar de VS en volgens de legende verzeilden zijn mastertapes ergens in Griekenland. Op naar 1997: het Parijse label Buda Musique stoot op een verzameling decennia oude Ethiopische muziek en brengt ‘Éthiopiques Volume 1: The Golden Years of Modern Ethiopian Music’ op de markt. Dat was een compilatie met godvergeten songs uit de hoger beschreven ‘golden age’. Ondertussen staat deze dertigdelige reeks garant voor parel na juweel uit zowel de traditionele als de moderne stromingen.
Vandaag houden wij deel 4 onder onze loep. Alle tracks op deze cd zijn gedistilleerd uit twee lp’s: ‘Ethiopian Modern Instrumental Hits’ uit 1972 en ‘Yekatit – Ethio jazz – Mulatu Astatke featuring Fekade Amde Meskel’ uit 1974 waarbij Mulatu Astatke fungeerde als bandleider en als auteur van negen van de veertien composities (voor meer duiding over dit monument: lees muzieknieuws september 2018). Deze uitgave geniet een zekere faam doordat Jim Jarmusch meerdere composities opnam in de soundtrack van zijn film ‘Broken Flowers’ en dit zorgde ook voor de internationale doorbraak van Mulatu Astatke. Dit genie creëerde een unieke stijl binnen de jazzimprovisatie en zorgde ook voor ritmische innovaties: zijn muziek is tegelijkertijd groovy en dansbaar alsook dromerig en bevreemdend met een zeker gevoel voor psychedelica. Hij beheerst een breed en divers scala aan stijlen maar laat zich ook opmerken door eenvoud en ongekunsteldheid. De Ethiopische melodielijnen laten zich vermengen met hypnotische baslijnen en jazz en elementen uit afro-latin jazz, funk en rocksteady. Vele liefhebbers van ethio jazz zullen wellicht al beschikken over dit kleinood maar voor wie op ontdekkingstocht wil gaan is deze parel een uitmuntende opstap.
publieksprijs: 18,75
De meeste delen uit deze reeks zijn nog verkrijgbaar.
 

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

75 DOLLAR BILL – Wood / Metal / Plastic / Pattern / Rhythm / Rock

75 Dollar Bill is een New Yorks duo dat bestaat uit Rick Brown (maracas, shakers, bells, a drum, multiplex krat) en Che Chen (twaalf- en zessnarige elektrische gitaren, bas, shakers) dat verder nog begeleid wordt op floor tom, trompet, saxofoons, contrabas en viola. Zelf omschrijven ze hun muziek als hypnotisch en pulserend, die een lijn weeft van rauwe elektrische blues en Arabische toonaarden naar bekoorlijk folkminimalisme. Hun missie is luid en duidelijk interculturele uitwisseling. Less is more is helemaal niet hun devies: de vier composities worden uitgesmeerd over 40 minuten. Van bij de aanvang is het duidelijk dat desert blues (in een sterk verstedelijkte toonaard), experiment, improvisatie en trance helemaal hun ding zijn: de klank is woest en hypnotiserend en de gitaren zitten vol zandkorrels. Che Chen studeerde een tijd bij de Mauretanische gitarist Jeiche Ould Chigaly (wederhelft van Noura Mint Seymali) en dat laat zich duidelijk horen. Ali Farka Touré wordt gekoppeld aan vioolmuziek uit de Appalachen en kolkende Arabische toonschalen. Ook John Lee Hooker, Tinariwen, Tamikrest, Ornette Coleman en Bo Diddley laten hier welig hun geesten rondwaren. De extra lange, hyperintense en hypnotische afsluiter ‘I’m Not Trying To Wake Up’ is op alle vlakken de pièce de résistance van dit uiterst fascinerende en verbazingwekkende album. Deze compositie waarvan de minimalistische groove verrijkt wordt door de trompet en de sax begint waar ‘Kashmir’ van Led Zeppelin eindigde en is een aaneenschakeling van aanzwellende crescendo’s. 75 Dollar Bill balanceert op de grenzen tussen desert blues, Arabische toonaarden, experiment, avant garde en rauwe, psychedelische rock: tegelijk verpulvert dit duo ook die grenzen.
publieksprijs: 18,75

 

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

LE TRIO JOUBRAN – The Long March

Le Trio Joubran bestaat uit de drie Palestijnse broers Adnan, Samir en Wissam Joubran uit Nazareth. Alle drie bespelen ze de oud. Dit trio kan tot een van de meest vernieuwende ensembles uit het Midden-Oosten gerekend worden. Op hun eerste drie cd’s beperkten ze zich tot de trioformule maar sinds de briljante, passionele en intense cd ‘AsFar’ uit 2011 doen ze beroep op gastmuzikanten en deze inbreng gaf sindsdien duidelijk een nieuwe dimensie aan hun muziek en belette dat ze zouden verzanden in de beperkingen van de trioformule waarbij enkel de oud aan bod kwam. Ook Brian Eno is een grote fan. Dit liet hij optekenen: “The Trio Joubran talents as musicians are complemented by their compassion as human beings. Their longstanding and determined commitment has made them a symbol of Palestinian identity and resistance. Trio Joubran, in its brilliant and fiery exuberance, sends out a message: Palestine is alive.” Deze woorden van een muzikaal genie maken een bespreking van onze hand haast overbodig maar toch zullen we er ons aan wagen. Hun muziek is een eerbetoon aan de strijd die inheemse volkeren wereldwijd voeren tegen onderdrukking en in het bijzonder aan de strijd van het Palestijnse volk voor erkenning en bevrijding. Een sleutelsong op dit nieuwe album is ‘Carry The Earth’, geschreven samen met Roger Waters, dat opgedragen is aan de vier jonge neven die vermoord werden terwijl ze voetbalden op Gaza Beach. De titel van dit lied is ontleend aan een gedicht van de iconische Palestijnse dichter Mahmoud Darwish: “The dead who die carry the earth after relics are gone’. Er staat hier nog een gedicht van Darwish te prijken waarop we ook diens stem horen. De aanwezigheid van Roger Waters is geen toeval. Hij was er als de kippen bij om zijn protest te laten horen toen Trump Jeruzalem erkende als hoofdstad van Israël en hij vergelijkt de situatie van de Palestijnen met die van de Indianen en daarbij verwijst hij nadrukkelijk naar Darwish’s gedicht ‘The Penultimate speech of the Red Indian to the white man’ dat hij eerder samen met het trio vertolkte in de song ‘Supremacy’.
Op hun zesde cd ‘The Long March’ wordt het trio op drie nummers vocaal bijgestaan door Mahmoud Darwish, Mohammad Motamedi en Roger Waters. Verder horen we nog zes instrumentals. Er is instrumentale begeleiding op percussie,synths, piano, viool, fluit, duduk en een hoop strijkers. Die begeleiding veroorzaakt onze enige kanttekening bij dit sublieme en intrigerende album: soms klinkt die als overbodig en “verzuipen” de ouds in de orkestratie en de arrangementen, maar meer dan detailkritiek is dit niet.
publieksprijs: 17,05

 

GAIKA – Basic Volume

Ontheemding en ontworteling -in al zijn gedaanten- en het diepe verdriet dat die meebrengen waren als een cruciaal spook doorheen het debuut van Gaika Tavares, geboren en getogen in Brixton en met wortels in Jamaica en Grenada. Dit is het verhaal van een jonge zwarte die zich niet aanvaard en ongewenst voelt in de witte wereld. Het is ook een oproep om de controle over het eigen leven terug te nemen en aan de gemarginaliseerden om te rebelleren tegen de rauwe, dystopische realiteit van alle dag in het VK. Zijn vervormde en verwrongen raps vertolken dit onbehagen, dit verzet en deze opstandigheid tegen een achtergrond van donkere dancehall, ragga, hiphop, grime, trap, rokerige R&B en industrial elektronica, in een uiterst gelaagde klankomgeving en productie die constant en dwingend apocalyptische spanning, dreiging en onvrede suggereren. Een vreemde eend dus in onze wereldmuziekbijt zou je kunnen aangeven maar wel helemaal op zijn plaats in deze rubriek van ons muzieknieuws. Windrush, Grenfell Tower, onderdrukking, drugsoorlogen, raciale verdeeldheid en Brexit zijn manifest aanwezige thema’s. Gaika wil een zeer aanwezige, vitale en subversieve stem zijn van en voor zoekende immigranten en minderheden wereldwijd, met kwaadheid als energiebron. ‘Basic Volume’ is een zeer geslaagde proeve van een van de beste kwaliteiten en troeven die Londen in huis heeft, met name zijn hybride muzikale cultuur.
publieksprijs: 17,05

 

SONGS VAN DE MAAND

BOKANTÉ + METROPOLE ORKEST conducted by Jules Buckley – Maison en Feu
ANGÉLIQUE KIDJO – Born Under Punches (The Heat Goes On)
ANGÉLIQUE KIDJO – Crosseyed And Painless / Lady
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Tony Allen – Houses In Motion
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Ezra Koenig – Listening Wind
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Alicia Keys, Questlove and Blood Orange – The Great Curve

 

COVERS VAN DE MAAND

ANGÉLIQUE KIDJO – Born Under Punches (The Heat Goes On)
ANGÉLIQUE KIDJO – Crosseyed And Painless
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Tony Allen – Houses In Motion
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Ezra Koenig – Listening Wind
ANGÉLIQUE KIDJO featuring Alicia Keys, Questlove and Blood Orange – The Great Curve

Auteurs van deze vijf songs zijn David Byrne, Brian Eno, Christopher Frantz, Jerry Harrison, Martina Weymouth. De originele versies staan op naam van Talking Heads.


EIGEN LOF STINKT

En toch gaan we heel even onze eigen loftrompet steken. Onlangs kregen wij volgende mail van Dan Rosenberg, radioproducer en presentator bij CBC (Canadian Broadcasting Corporation), de publieke omroep van Canada. Dit liet hij ons weten: “I wanted to get in touch for a couple of reasons. I’ve been a big fan of your CD reviews for quite some time (with the help of Google translate), and absolutely love so many of the albums you recommend.” Ziezo, hiermee zijn onze ego’s weer voor een hele tijd gestreeld

EN VERDER NOG:

‘A WOMAN’S WORLD - SONGS OF RESILIENCE & HOPE’(compilatie)

Met o.a. Lenka Lichtenberg, Minyeshu, Ana Alcaide, Kiran Ahluwalia, Afrika Mamas…. publieksprijs: 12,70

ERIC BIBB – Global Griot
publieksprijs: 19,70 (2 cd)

AHMED MUKHTAR – Music From Iraq
publieksprijs: 12,70

‘QUEENS OF ARIWA part 1’ (compilatie)
publieksprijs: 15,40

FEELING KRÉYOL – Las Palé (re-release)
publieksprijs: 17,05

Categorie: