Muzieknieuws december 2018

AFRO CELT SOUND SYSTEM – Flight

Dit juweeltje kwam nog net op de valreep binnen om het muzieknieuws van deze maand te halen. Voor het ontstaansverhaal van Afro Celt Sound System verwijzen we jullie naar de rubriek Goud van Oud verder in dit muzieknieuws. Twee en een half jaar na hun onbetwiste en triomfantelijke meesterwerk ‘The Source’ is ACSS -sneller dan gewoonlijk- er terug met hun achtste album. Op ‘The Source’ bleef van de oerbezetting enkel nog geestelijke vader en bezieler Simon Emmerson aan boord en ook nu vormt hij samen met Johnny Kalsi (dhol drum, tabla, percussie) en N’Faly Kouyaté (zang, kora, balafon), die beiden ook al een hele tijd meedraaien, de kerngroep. Meest opvallende vaststelling: de elektronica en de geprogrammeerde beats worden deels teruggedrongen en maken plaats voor een meer organische benadering in de lijn van hun live shows: de nadrukkelijke aanwezigheid van Griogair Labhruidh en Ewen Henderson, twee bepalende muzikanten bij concerten, lijkt dus een bewuste zet. Een nieuw gegeven is de inbreng van een blazerssectie (altsax, baritonsax, tenorsax, trombone, trompet, bastrombone) -naast de usual suspects uilleann pipes, highland pipes, fluiten- in de gedaante van The Kick Horns. Het centrale thema is migratie zoals ook gesuggereerd in de albumtitel. Het betreft niet enkel menselijke migratie maar Emmerson heeft een fascinatie voor ornithologie en trekt parallellen tussen vogelvlucht en de vlucht van mensen voor oorlog, armoede en onderdrukking. De politieke insteek op ‘Flight’ is deels terug te brengen op het vrijwilligerswerk dat zanger en fluitist Ríoghnach Connolly en zangeres Emmanuela Yogolelo doen binnen de vluchtelingengemeenschap in Manchester en het noordwesten van Engeland. Ook de gastvertolking van de band Stone Flowers die ondersteund wordt door Music Action International, een organisatie die levens die aangetast zijn door oorlog, foltering en gewapend conflict terug op het spoor wil zetten door middel van muziek en lied, zal aan deze insteek wellicht niet vreemd zijn. De kern van het album is er in de vorm van het vierdelige ‘The Migration Medley’, live opgenomen in de studio in een poging om te klinken zoals de groep dat op podia doet. ‘Flight’ is een bijzonder intrigerend, volkomen betoverend, wervelend en breed opgezet werkstuk van een baanbrekend collectief dat trouw blijft aan haar opzet, met name nieuwe muzikale avonturen opzoeken en exploreren. Bij iedere beluistering geeft deze muziek van dit huis van vertrouwen ook nieuwe geheimen prijs. Bij weinig gezelschappen hoor je zoveel diverse vocale pracht bijeen: bij momenten is dit een delirium voor de oren. Opvallend daarbij is de inbreng van het Congolese The Amani Choir en de Zuid-Afrikaanse African Gospel Singers. Het basisidee van ACSS houdt na 22 jaar moeiteloos stand: net zoals de eerste drie albums en ‘The Source’ straalt ‘Flight’ een verpletterende (levens)kracht uit die de luisteraar ademloos achterlaat. Alle stoppen werden uitgetrokken en alle riemen en remmen losgegooid en er wordt 72’ en 28” ongegeneerd loos gegaan tot het delirium nabij is in een bijzonder gedurfde, massieve en triomfantelijke mix van oerintensiteit, spirituele schoonheid, explosieve ritmes, gevechten tussen diverse instrumenten, en gezangen die uit de gecontroleerde kakofonie van texturen en melodieën breken. 12 op 10, een lading kussen van de juf en/of de meester en een hele rij banken vooruit, ook al zaten ze reeds op de eerste rij. U had het alvast begrepen: ‘Flight’ is de zeventiende titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 17,10

””FOFOULAH – Daega Rek

Fofoulah opereert vanuit Londen en verenigt vier Britse muzikanten (ook nog actief bij o.m. Red Snapper, Iness Mezel, Robert Plant’s Sensational Shape Shifters, JuJu, Outhouse Ruhabi) en de Gambiaan Kaw Secka (die we ook kennen van bij Africa Express). Secka zingt (in het Wolof) en bespeelt de tama talking drum en de sabar, een Wolof percussie-instrument uit Gambia en Senegal en ook de naam van een drumstijl uit die twee landen. De muziek van Fofoulah wordt gemakshalve omschreven als afro-dub en wordt gedomineerd door percussie. De complexe en energieke maar ook zeer vloeiende poliritmes van de sabar vormen het hart en de ziel van Fofoulah maar deze band heeft nog veel meer troeven achter de hand: dub-baslijnen, spacey en dystopische synths, nerveuze gitaren, stampende hectiek, trance, vurige en driftige West-Afrikaanse beats, sjamaanse gezangen en uitstapjes naar free jazz vermengen zich naadloos. De klankenwereld van Fofoulah situeert zich duidelijk in het heden en in de grootstad, met veel oog voor de roots en dat vertaalt zich in aanstekelijke, vreugdevolle, speelse, intelligente, kosmopolitische, transglobale, innovatieve, futuristische, trancey en dansbare muziek, kortom een fascinerende kakofonie van hoog niveau. Fofoulah was vier jaar geleden met hun gelijknamig debuut zondermeer een verrassing van formaat en met ‘Daega Rek’ bevestigt de band met de vingers in de neus. Het avontuur en het experiment worden nog verder uitgediept.
En dan willen we graag ook nog een grote pluim op de hoed van Glitterbeat Records steken: dit label is doorheen de jaren een broeinest van en thuishaven voor (hoofdzakelijk Afrikaans) talent geworden of wat dacht je van o.a. Noura Mint Seymali, Sonido Gallo Negro, Tamikrest, Aziza Brahim, Dirtmusic, Bombino, Lobi Traoré, Samba Touré, Bixiga 70, Ammar 808, Bargou 08, 75 Dollar Bill, A-H-E-O, Bassekou Kouyaté, Ifriqiyya Electrique, Jupiter & Okwess, Orkesta Mendoza? ​
publieksprijs: 18,75


NIEUWE BELGEN

””LUC MISHALLE & MAROCKIN’ BRASS – Beats & Pieces

Marockin’ Brass is een tienkoppig Brussels multicultureel samengesteld ensemble onder aanvoering van sopraan- en tenorsaxofonist Luc Mishalle. Ze brengen een energieke, stomende, organische, eigenzinnige en respectvolle mix van gnawa, shaabi, vodou en trance met jazz, funk en brass. Het instrumentarium bestaat uit fluit, trompet, saxen, tuba, drums, percussie, vocalen, pandeiro (Braziliaanse versie van de tamboerijn) en uit karakteristieke instrumenten uit de gnawa: sentir, bendir en krakeb. Voor hun vorige album ‘Tout Droit’ namen ze de Britse trompettist Byron Wallen onder de arm en nu gaan ze voor hun vierde worp ‘Beats & Pieces’ op pad met de Brusselse producer en arrangeur Sofyann Ben Youssef (van Tunesische afkomst) die we kennen van zijn zeer gewaardeerde werk met o.a. Kel Assouf, Bargou 08 en zeer recent nog Ammar 808: een bezige bij voorwaar. Het repertoire bestaat deels uit door Mishalle gearrangeerde traditionals uit Marokko en Benin en deels uit eigen werk van Mishalle. Mishalle werkt al van in de jaren 80 samen met Marokkaanse muzikanten en zelf zegt hij dat Marokkaanse muziek in zijn DNA is geslopen en deel is geworden van zijn eigen muziek die hij omschrijft als zeer organische Brusselse muziek van nu, waarbij hij nog aangeeft dat de Brusselse context een unieke is met eigenzinnige vibraties. Gnawa blijkt vandaag springlevend te zijn in Brussel. ‘Beats’ in de albumtitel verwijst naar de drums van Roel Poriau (Think Of One, Antwerp Gipsy Ska Orkestra), ‘Pieces’ dan weer naar de pompende Arabische baslijnen van Ben Youssef. Op ‘Beats & Pieces’ brengt dit gezelschap een uiterst efficiënte combinatie van veelgelaagde soundscapes, vraag - en - antwoord structuren en uiteenlopende akoestische timbres, en dit resulteert voorwaar in een sublieme dialoog tussen diverse werelden. De improvisaties zijn overweldigend en de ritmesectie speelt meedogenloos. Deze muziek is hyperenergiek, overvloedig en mateloos genereus en elke beperking voorbij. Aarzel niet als je deze bende live aan het werk kan zien want gnawa is in de eerste plaats muziek die levend moet gebracht worden waarbij de improvisaties het best tot hun recht komen.
publieksprijs: 19,55

””MANOU GALLO – Afro Groove Queen

We leerden de van afkomst Ivoriaanse bassiste, percussioniste en zangeres Manou N’Guessan Gallo kennen tijdens haar passages bij Zap Mama, van 1997 tot 2003, en bij Tambours de Brazza. Ze was ook te horen op werk van Ray Lema en Mokoomba. Haar eerste optreden deed ze op haar twaalfde en als jongeling toerde ze door vele West-Afrikaanse landen. Als prille twintiger was ze in Ivoorkust ook actief in theater- en dansgezelschappen. ‘Afro Groove Queen’ is haar vierde solo-cd (na een lange afwezigheid veroorzaakt door tinnitus) en, getuige de gastenlijst, hiervoor werden blijkbaar kosten noch moeite gespaard. Enkele ronkende namen op die gastenlijst zijn: Bootsy Collins (die ook voor de prima productie tekende), Sabine Kabongo, Lucas Van Merwijk, Chuck D., Marie Daulne en Manu Dibango. Wij mogen van geluk spreken dat we de factuur niet gepresenteerd kregen. Voor Manou Gallo is het bespelen van een instrument meer dan een hobby, een job of een passie. Muziek is voor haar een vitaal expressiemiddel voor haar positionering en haar engagement in de feministische strijd. Reeds als kind speelde ze tambour in een land waar dat voor een vrouw eigenlijk verboden was. Op ‘Afro Groove Queen’ brengen Gallo en haar kompanen van Groove Orchestra en gasten een inventieve en vaak stomende fusie van Afrikaanse melodielijnen (meer bepaald de muziek van de Djiboi), ritmes en grooves met soul, funk, jazz, blues en beats en dat resulteert in withete muziek vol emotie en gevoeligheden, gezongen in Dida (een dialectgroep uit haar geboortestreek) , Frans en Engels. Er werd ook ruimte gemaakt voor ingetogen momenten. Haar percussieachtergrond laat duidelijke sporen na op haar manier van basspelen. ‘Afro Groove Queen’ is een meestal luchtige verzameling van vooral vrolijk huppelende muziekjes, vocale hoogstandjes, sterke melodieën en subtiele percussie. Welkom terug, Manou, en weg met de tinnitus.
publieksprijs: 20,55

””VARDAN HOVANISSIAN & EMRE GÜLTEKIN – Karin

We mochten vorig jaar een onvergetelijk concert bijwonen van deze toen voor ons nog onbekende twee heren tijdens het Belmundo Festival in Brugge. De Armeniër Vardan Hovanissian werd ingewijd in de duduk door Khatchik Khatchatryan en wordt vandaag beschouwd als een van de meesters van dit dubbelrietinstrument dat als geen ander de klank en de ziel van Armenië uitademt. Elf jaar geleden vond hij in de Turkse sazspeler (saz = Centraal-Aziatische langhalsluit en ook een emblematisch instrument in Turkije) en zanger Emre Gültekin een zielsgenoot. Deze is een leerling van Talip Özkan en van zijn vader, de bard Lütfü Gültekin. Die vriendschap resulteerde drie jaar geleden in de cd ‘Adana’. Adana refereert niet enkel naar de stad waar in 1915 de Armeense tragedie zijn aanloop kende, maar staat ook voor de droom van een ander Adana, een stad waar Turken en Armeniërs in harmonie samenleven en aldus de geschiedenis een positieve wending geven. Dat album stond dan ook symbool voor de verzoening en de vriendschap tussen twee verwante culturen. De teksten worden in het Armeens en het Turks gezongen. Met de meesterlijke weeklacht ‘Adana’ wonnen Hovanissian en Gültekin de Octave de la Musique 2016 in de categorie wereldmuziek.

Hun tweede album ‘Karin’ , de Armeense naam van Erzurum, gelegen in het huidige Turkije, verwijst naar de geboorteplaats van de grootvader van Vardan, een van de 200 overlevenden van naar schatting 40000 Armeniërs die tijdens de Armeense genocide werden gedeporteerd. Deze uitgave verwijst naar het oorspronkelijke, kosmopolitische Karin, een levendige ontmoetingsplaats van culturen langs de zijderoute. Het duo verkent niet enkel de verwantschap tussen Turkije en Armenië, maar ook die van de muzikale rijkdom die in deze woelige regio op de rand van Europa en Azië te vinden is met Georgië, Iran en de Koerden. Vanuit hun grensoverschrijdende vriendschap bouwen ze bruggen tussen verschillende tradities en instrumenten, speelstijlen en talen in een album dat aantoont hoe verrijkend samenleven in verschil kan zijn. Daarbij putten ze zowel uit een schat aan traditionele liederen, maar ook nieuwe composities die hedendaagse thema’s zoals het lot van vluchtelingen en onderdrukte volkeren niet uit de weg gaan, maar steeds met een oproep en een lofzang voor broederschap, connectie en generositeit. In de voetsporen van de Armeense troubadour Sayat Nova brengen ze liederen in het Armeens, Turks, Koerdisch en Georgisch en vloeit de klank van de Armeense duduk samen met het snarenwerk op verschillende types langhalsluiten (baglama, kopuz, cura, üçtelli, selpe, divan). Naast de duduk bespeelt Hovanissian ook de tav shi, een traditionele fluit. Deze meestermuzikanten willen een hoopvol alternatief bieden voor een discours dat haat zaait met het uitvergroten van tegenstellingen, een alternatief van poëtische schoonheid die bloeit in verscheidenheid. En het dient gezegd dat ze dit con brio doen. Slechts op een van de twaalf composities treden de heren in duovorm aan. Ze worden verder begeleid door uitstekende muzikanten op een gans bataljon instrumenten: zil, bendir, cymbalen, contrabas, panduri, setar, dhol, us, cello, dubki en het nodige stemmenwerk. Enkele trefwoorden bij deze bedwelmend mooie, rillingen verwekkende en naar de keel grijpende muziek zijn: intimistisch, lyrisch, introspectief, melancholisch, langoureus, contemplatief, nostalgisch. Vardan Hovanissian en Emre Gültekin bezorgen ons de achttiende titel voor onze ultieme playlist van 2018 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,45
‘Karin’ is een uitgave van vzw Muziekpublique: voor meer duiding rond deze Brusselse organisatie verwijzen we jullie graag door naar ons muzieknieuws van juli 2017.


””MEHDI ROSTAMI & ADIB ROSTAMI – Melodic Circles (Urban Classical Music from Iran)

Kort door de bocht en in grote lijnen wordt Iranese muziek gewoonlijk in twee algemene takken opgedeeld. Er is de muziek van Iranese etnische minderheden die diverse landelijke en nomadische tradities omvat, elk met een onderscheiden muzikaal systeem. Daarnaast is er de hedendaagse stedelijke muzikale traditie, gekend als ‘radif-e dastgãhi’. Deze traditie is geworteld in de pre-islamitische ‘maqãmi’ traditie, waarover geen geschreven bronnen bestaan. Latere bronnen vermelden de radif en dastgãh systemen en de structuren van ‘melodic circles’ die oraal werden overgeleverd en ook aldus nog vandaag worden onderwezen. De radif is onderverdeeld in instrumentale en vocale muziek.
De muziek op deze cd is geworteld in de oude muzikale traditie maar biedt zich aan in een fris en hedendaags perspectief. Mehdi en Adib zijn neven. Mehdi speelt setãr, een prominent instrument in de dastgãhi traditie, een houten luit met lange hals. De oudere versies telden drie metalen snaren, de hedendaagse versie vier. Adib speelt tombak, het voornaamste percussie-instrument in de Iranese muzikale traditie, gemaakt van hout en in de vorm van een kelk. Het membraan bestaat uit dierenhuid en het instrument wordt met de tien vingers bespeeld. Deze twee instrumenten hebben een bloedlijn naar de Indiase sitar en tabla. De twee klassiek geschoolde neven zijn graag geziene gasten (onder de naam Agrin Ensemble) op de Engelse concertpodia en samen met Maya Youssef (muzieknieuws februari) vormen zij Awj Trio. Deze cd bevat twee stedelijke, meditatieve ‘melodic circles’, beide in traditionele Iranese toonaard, die in elkaar uitlopen en met elkaar verbonden zijn. Mehdi en Adib integreren invloeden van Koerdische traditionele muziek en uit de provincie Fars. Deze melodic circles zijn samengesteld uit verschillende melodieën die met elkaar verbonden zijn middels modale systemen. Om deze complexe, uiterst subtiele, puur magische, betoverende, geraffineerde, virtuoze en grotendeels geïmproviseerde muziek te kunnen savoureren zijn een open mind, enige mentale inspanning en een grote luisterbereidheid van doen. Wie dat niet kan opbrengen zal zijn tijd zitten verprutsen. Wie dat wel kan krijgt er een intense ervaring voor terug.
publieksprijs: 15,25

””YOM and The Wonder Rabbis – You Will Never Die!

Yom (Guillaume Humery) is een Franse klezmerklarinettist. In 1985, hij was toen vijf, hoorde hij ‘Peter en de Wolf’ en gaf hij zijn ouders te kennen dat hij klarinet wilde spelen. Eerst gaat hij naar de wijkmuziekschool en later naar het conservatorium. In 1997 behaalt hij aan dat conservatorium (CRR) de eerste prijs voor klarinet. Daarna smijt Yom zich op zijn andere passie: klezmer. Voor Yom is deze muziek de link tussen zijn joodse moeder en de instrumentale erfenis van zijn grootvader, die ook klarinet speelde. In 2004 debuteert hij als soloartiest met het album ‘The Golem On The Moon’ en ondertussen is hij aan zijn negende worp toegekomen. Zeven albums heeft hij gewijd aan de culturele erfenis langs moederskant (joden uit Transsylvanië) en voor zijn vorige werkstuk ‘Songs for the old Man’ ontwierp hij een herinterpretatie van het vertrek van zijn vader naar de VS in de jaren 50. Dat was een herlezing van die epische familielegende maar ook de creatie van zijn “eigen” Amerika: romantisch, nostalgisch maar ook gewelddadig. Muzikaal was het een mengvorm van Jiddische klanken en americana, twee op het eerste gehoor zeer uiteenlopende werelden die wel nostalgie, melancholie, omzwerving, ontworteling en existentiële eenzaamheid gemeen hebben. Voor ‘You Will Never Die!’ grijpt hij na zeven jaar terug naar zijn oude makkers van The Wonder Rabbis die zijn klarinet begeleiden op bas, gitaar, keyboards en drums. Samen maken ze in tien door Yom neergepende composities een weirde trip vol van rauwe energie, trance en donkere, macabere, sjamanistische, tribale en massieve klanken met psychedelische accenten en pompende beats waarin op enkele fragmenten na van klezmer nog weinig merkbaar is. Wij zijn best voorstanders van experimenten maar dit probeersel vinden wij weinig geslaagd. Wie deze klarinettist in veel interessantere doen wil horen verwijzen we naar ‘Songs for the Old Man’ maar vooral naar ‘Le Silence De L’Exode’ uit 2014. Dat is een samenwerking met drie grootheden uit evenveel muzikale achtergronden: Claude Tchamitchian, Farid D. en Bijan Chemirani. ‘Le Silence De L’Exode’ is een introspectieve muzikale vertolking van de joodse exodus uit Egypte en is een lange improvisatie op een compositie van Yom. Het is een verbluffend, verkillend, meeslepend en indrukwekkend werkstuk dat naar de keel grijpt.
publieksprijs: 18,95

””OKONKOLO – Cantos

Met hun veertig miljoen vormen de Yorùbá een van de drie grootste etnische groepen in Nigeria. Zij leven vooral in het zuidwesten van het land, en in grote delen van Benin en Togo. Een significant deel van de Yorùbá leeft ook in de diaspora als gevolg van de slavenhandel (vooral in Brazilië en Cuba) en van economische migratie (UK en USA). Vandaag zijn vele Yorùbá christen of moslim; ze zijn ook een van de meest religieus gevarieerde etnische groepen in Afrika. Toch wordt ook nog de millennia oude traditionele religie gepraktiseerd. De Yorùbá delen een gemeenschappelijke taal en cultuur en behoren tot de meest verstedelijkte volkeren in Afrika, lang voor Nigeria een Britse kolonie werd. Hun spirituele concept is zeer gelijklopend met dat uit andere syncretische godsdiensten uit de slavendiaspora zoals o.a. Santería, Vodou en Candomblé: Afrikaanse spirituele aanbidding en verering raken verstrengeld met koloniale katholieke en protestantse praktijken. De liederen uit het Yorùbá pantheon eren en prijzen de diverse Òrìshas (bovennatuurlijke wezens die intermediëren tussen de mens en het bovennatuurlijke) en zijn opgebouwd in vraag - en - antwoord gezangen tussen leadvocalist en koor naast complexe drumritmes en -patronen en dit specifiek per god. Daarnaast is er ook ruimte voorzien voor improvisatie voor de leadvocalist en de percussionisten. Er zijn ook liederen waarin specifieke drums in de schijnwerper staan, in het bijzonder de Batá drums (steeds in triovorm) die in Nigeria functioneren als talking drums en in de jaren 30 ook opdoken in Cuba en later ook in de USA. Deze muzikale vormen lieten later hun sporen na in blues, gospel, soul, jazz, hip hop, salsa en samba. Waarmee nog maar eens bewezen is dat alle zwarte muziekvormen op een of a ndere manier teruggaan naar Moeder Afrika.
Deze lange en hopelijk verhelderende inleiding brengt ons haast naadloos naar New York en naar Yorùbá Chango priester maar ook zanger en percussionist Abraham “Aby” Rodriguez die al meer dan twee decennia aan het toeren is. Twee jaar geleden debuteerden hij en zijn band Okonkolo met de ep ‘Rezos’, vandaag is er het eerste full album ‘Cantos’ (dat ook de volledige ep herbergt). Daarop horen we een collectie sacrale liederen uit ceremonies gericht aan de òrìsha godheden. De gezangen en de ritmes zijn traditioneel maar krijgen een jasje van vandaag aangemeten d.m.v. de arrangementen en de productie van gitarist Jacob Plasse en toevoeging van klarinetten, saxofoons, sousafoon, trombone, gitaren, bas, strijkers en Farfisa orgel. Dit zorgt naast de krachtige gezangen en ritmes voor een rijke en diverse instrumentatie en klankgeheel, mede door de mix van klanken uit Afrika, Zuid-Amerika, de Caraïben en New York City. Deze vernieuwende en organische aanpak voegt een waardevolle, verfrissende en verrijkende dimensie toe aan de traditie. Wat Okonkolo brengt past moeiteloos in het rijtje van artiesten die er in slaagden moeiteloos het sacrale en het seculaire te verzoenen zoals Nusrat Fateh Ali Khan, Ravi Shankar en Alice Coltrane.
publieksprijs: 17,05

””MINYESHU – Daa Dee

De in Ethiopië geboren Minyeshu Kifle Tedla heeft in haar vaderland een bijzondere reputatie. Als veertienjarige debuteerde ze als zangeres in een band en twee jaar later maakte ze de overstap naar dans en werd ze opgenomen in het Nationale Theater van Ethiopië, waarbij ze ook choreografe werd en veel binnen- en buitenlandse tournees maakte. Ze acteerde ook in diverse films en werd zangeres bij de band Ambassel. Op tour vroeg ze in 1996 politiek asiel aan in België. Nog eens twee jaar later verhuisde ze als zangeres bij Africa-Unite naar Nederland, waar ze Chewata oprichtte. Wij leerden haar negen jaar geleden kennen via het album ‘Dire Dawa’, genoemd naar haar geboortestad. Op dat album bracht ze een mix van Ethiopische muziek en pop. Vijf jaar later volgde ‘Black Ink’ waarop ze koos voor ethiogroove en een mix van ethiojazz en (vooral) westerse grooves die vaak hypnotisch klonken, aangevuld met flarden rock, polyfonie, reggae, afropop….Ook elektronica werd niet geschuwd. En dan is er nu haar vierde cd, kort en krachtig ‘Daa Dee’ getiteld. De muziek is stevig gefundeerd in de Ethiopische traditie en de door blazers aangedreven ethiojazz maar je hoort in de klank bovenal dat we hier te doen hebben met een vrouw die reeds 23 jaar in de Lage Landen leeft: dit is muziek van hier en nu (dance, pop, rock, funk, reggae, ballad….), weliswaar doordesemd van haar wortels, nu eens opgewekt, uitbundig, pittig en opzwepend gebracht, dan weer introspectief en reflecterend maar altijd doorleefd, hartverwarmend en aanstekelijk. De gevarieerde composities zijn van prima makelij en dat kan ook gezegd worden over Minyeshu’s gepassioneerde stemgeluid dat vaak neigt naar dat van Ejihayehu “Gigi” Shibabaw. Ze zingt in het Amhaars (haar moedertaal) en in het Sidamo (de teksten staan in het tekstboekje vertaald naar het Engels), en ze doet dat uitstekend. We mochten hier graag naar luisteren en van tijd tot tijd kunnen hierbij de beentjes los. Op ‘Daa Dee’ is Minyeshu helemaal gerijpt. Holland en Ethiopië op hun best.
publieksprijs: 15,45

””OMAR SOSA & YILIAN CAÑIZARES – Aguas

De Cubaanse componist, orkestleider, (jazz)pianist en keyboardsspeler Omar Sosa is een man van vele samenwerkingen: Seckou Keita, Carlos Valdes, Pancho Quinto, Susana Baca, Paolo Fresu en Jaques Morelenbaum zijn maar enkele namen in dit verband. Sosa heeft een groot deel van zijn muzikaal leven gewijd aan de exploratie van Afro-Cubaanse muziek in al zijn vormen. Muziek is voor de man ook een intense Yorùbámeditatie over levenscycli en het bestaan en zijn piano is niet enkel een instrument maar evenzeer een gids naar spiritueel bewustzijn. Sosa staat voor een unieke fusie van Afrikaanse muziektalen, Cubaanse dictie, jazzallusies, minimalisme, spiritualiteit en bluesgetinte fraseologie. Ook afkomstig uit Cuba , maar nu Zwitsers burger, is zangeres / violiste Yilian Cañizares met een zeer gracieus stemgeluid, voor ons een onbeschreven blad maar dat zal dan wel aan ons liggen. Nog een andere Cubaanse expat is percussionist Inor Sotolongo, die hier uitmunt in subtiliteit. Gedrieën reflecteren ze op ‘Aguas’ de perspectieven van twee generaties Cubaanse expat artiesten die hun wortels en tradities interpreteren in een mix van Afro-Cubaanse roots, westerse klassieke muziek en jazz verrijkt met elektronica. Zoals de titel suggereert is water het centrale thema en meer specifiek Oshun, godin van de liefde en meesteres van de rivieren in de Lucumí traditie binnen de Yorùbá, in Cuba gekend als Santería. Deze spirituele praktijk is van groot belang voor Sosa en Cañizares. Water staat symbool voor leven, energie, sterkte, ruimte maar ook voor verborgen krachten, onbegrensde transmutaties en meedogenloze creatie en destructie. Maar vooral vertegenwoordigt water voor deze artiesten de scheiding van en de nostalgie naar hun geboorteland. Op ‘Aguas’ horen we een grote variëteit aan tempi, stemmingen en sferen waarbij vakmanschap, delicaatheid, sierlijkheid en subtiliteit de grootste troeven zijn. Minpunt voor ons is het vaak te kabbelende gehalte: wat meer spirit en dynamiek hadden gemogen, zoals we wel horen in de uitmuntende finale ‘D2 de Africa’.
publieksprijs: 18,75

””ZVEZDOLIKI ensemble – María de Buenos Aires

‘María de Buenos Aires’ is een tango-operita van componist en bandoneonist Ástor Piazzolla op een libretto van dichter en tekstschrijver Horacio Ferrer. Dit werk beleefde zijn première in 1968. Het verhaal van María is een antiklerikale, blasfemische, provocatieve en schandaalverwekkende parodie op het verhaal van Maria, Jozef en Jezus, de vlekkeloze ontvangenis, de maagdelijke geboorte, de aanbidding van de drie wijzen (hier in de gedaante van bouwvakkers) en nog wat andere mythes. Onze Argentijnse María zag het levenslicht in een verarmde buitenwijk van Buenos Aires. Volgens het verhaal werd ze geboren met een vloek in haar stem, “op een dag waarop God dronken was”. Ze wordt verleid en betoverd door tango, verzeilt in de prostitutie, raakt aan lager wal, eindigt als een schaduw van haarzelf, wordt te gronde gericht door de tango om ten langen leste vermoord te worden, waarna haar ziel blijft dwalen door de straten van Buenos Aires. Dit werk is ook een hymne aan (bovennatuurlijk) afwijkend gedrag, verleiding, lust en fataliteit maar ook aan religiositeit, vertaald in traditionele en nuevo tango. Dit is het verhaal in een notendop. Het eerste deel van de plot speelt zich af bij leven van María, het tweede deel na haar dood.
Dit verhaal brengt ons vandaag naar ’t Stad (voor de parkingbewoners: lees Antwerpen). In 2009 start Oriana Dierinck ZVEZDOLIKI ensemble op met als missie het deprioriteren van historische en nieuwe muziek en hun over het hoofd geziene gemeenschappelijke gelijkenissen (sorry, maar dit hebben wij niet zelf verzonnen). De naam van dit kamermuziekensemble komt van een werk van Igor Stravinsky en de Russische symbolistische dichter Konstantin Balmont. Dierinck is een klassiek geschoolde fluitiste die in diverse symfonische en filharmonische orkesten speelt en samen met componist, pianist en dirigent Luc Brewaeys zaliger was zij van bij de aanvang de drijvende inspiratiebron voor dit ensemble. Het ensemble bracht de première van ‘María de Buenos Aires’ in 2016 in het kader van hun nevenproject Noot voor Nood, een benefietproject ten voordele van daklozen en kansarmen dat drempelverlagend voor klassieke muziek wil werken.
Het instrumentarium omvat fluit, violen, viola, cello, contrabas, bandoneon, piano, gitaar en percussie. Vocalisten en verteller van dienst zijn Raphaële Green, Alejandro Fonte en Annemie Vandaele en zij doen dat uitstekend. De muzikale directie was in handen van Felicia Bockstael. De opnames gebeurden in een studio voor een levend publiek. Deze bijzondere uitgave bevat ook een zeer fraai info-, tekst- en fotoboekje (78 pp): de teksten staan afgedrukt in Spaans en Engels.
publieksprijs: 23,90 (2 cd)

””JEAN-PHILIPPE RYKIEL & LANSINÉ KOUYATÉ – Kangaba-Paris

J-P Rykiel is een Franse componist, arrangeur en muzikant (keyboards van allerlei slag) die hoofdzakelijk actief is in progrock maar wel al vele wereldmuzieksporen verdiend heeft. Zo werkte hij samen met o.a. Salif Keita, Lama Gyurme en Youssou N’Dour. Ook de Malinese componist en balafonspeler Lansiné Kouyaté is een man van vele samenwerkingen. Op zijn palmares prijken o.a. Kassé Mady Diabaté, Mory Kanté, Baaba Maal en Manu Dibango. Op zijn twaalfde kon hij via een nationale competitie toetreden tot het prestigieuze Ensemble instrumental national du Mali waartoe ook o.a. Ballaké Cissoko, Baba Sissoko en Toumani Diabaté behoorden.
Beide heren kennen elkaar zo’n dertig jaar en werken al meer dan twintig jaar samen maar toch is ‘Kangaba-Paris’ hun eerste gezamenlijke cd. Rykiel laat de synthesizers voor een keer voor wat ze zijn en speelt hier enkel piano en prepared piano, een rariteit in zijn discografie. De combinatie piano en balafon doet misschien wat wenkbrauwen fronsen maar er zijn voldoende redenen om het wel te doen. Vooreerst mogen voor ons alle instrumenten gecombineerd worden. Er zijn duidelijke verschillen tussen de twee instrumenten maar ook gelijkenissen. De piano is chromatisch (octaaf onderverdeeld in 12 semitonen) en de balafon is diatonisch (octaaf onderverdeeld in 7 noten) en soms ook pentatonisch. De piano is niet enkel een toetsen-, maar ook een snaar- en percussie-instrument. De balafon is een houten percussie-instrument met resonatoren onder iedere lat, in de vorm van fleskalebassen. Naargelang kan de klank van beide instrumenten zeer goed op elkaar lijken maar net zo goed zeer verschillen. Tot Rykiel en Kouyaté na verschillende niet bevredigende projecten met synthesizers en balafon zegden: “piano en balafon, waarom niet?” En of dit een goed idee was! Dat blijkt overtuigend op dit subtiele en rijkelijke maar ook speelse en vaak swingende en wervelende werkstuk dat resulteert in een verfijnde symbiose van West-Afrikaanse klanken en jazz. Alle muziek werd geschreven door Kouyaté en gearrangeerd door Rykiel.
publieksprijs: 18,95

””SÉKOU BAH – Soukabbè Mali

Elf was hij toen hij uitgenodigd werd om toe te treden tot het orkest Nangabanou Jazz in zijn Malinese thuisstad Bandiagara. Hij is Sékou Bah, in het dagelijkse leven een bijzonder talent in de gedaanten van bassist, gitarist, arrangeur, tekstschrijver, componist en zanger. Bij zijn volgende orkest, Saghan Sire, verwierf hij de roepnaam “het monster van het Malinese ritme”. Op zijn achttiende ging hij muziek studeren in Guinee en later ook in Senegal en Gambia. Nog eens vijf jaar later keerde hij terug naar Mali en trad er toe tot het nationaal orkest en alzo onder de aandacht van Salif Keita kwam die hem prompt in zijn begeleidingsgroep inlijfde. In diezelfde periode ging hij ook bassen bij Oumou Sangaré bij wie hij ook nog orkestleider zou worden. De voorbije vier jaar speelt hij bas bij Fatoumata Diawara. Zeven jaar geleden vormde hij in Bamako zijn eigen band, Bandia Jazz genoemd naar zijn thuisstad. Met deze groep wil hij het rijke, fiere en kleurrijke erfgoed en universum van het Dogon volk en plateau promoten en verheffen en de steeds groeiende dreiging van de ontwrichting van die cultuur verwerpen. In de traditie van veel Malinese muziek gaan zijn liedjes over sociale aangelegenheden: hij zingt over de gevaren van emigratie waarbij hij de jongeren oproept om in Mali te blijven en zo het land her op te bouwen, gemeenschapstrots, de noodzaak voor iedereen om elkaars culturen en onze gemeenschappelijke mensheid te eren. Deze liedjes zijn geschreven in tijden van omwenteling, onzekerheid en gewelddadig etnisch conflict waarbij in de schaduw van de sociale ontwrichting van het land onschuldige mensen strijden om hun leven in vrede te leven.
Op ‘Soukabbè Mali’ laat Sékou Bah zich omringen door een keur aan Malinese muzikanten zoals Harouna Samake (muzieknieuws november), Yacouba Koné, Antoine Leroi en de onlangs overleden balafonspeler Amadou Keita aan wie de cd is opgedragen. Samen brengen ze een mix van traditionele klanken en afropop met westerse elementen uit rock en jazz en van traditionele instrumenten (kamel ngoni, kora, balafon, percussie) met elektrische gitaren en drums en dat in een opvallend zacht klankenpalet dat wat ons betreft iets te veel kabbelt. De cd wordt afgesloten met twee remixes bestemd voor dansclubs, maar ze bieden geen meerwaarde. ‘Soukabbè Mali’ is een beloftevol debuut (maar ook niet meer dan dat) van een muzikale veteraan.
publieksprijs: 17,05

””DUR-DUR BAND – Dur Dur of Somalia Volume 1 & Volume 2

In de tweede helft van de jaren 80 was Mogadishu -ondanks alle beroering- nog een bruisende stad. Het was toen dat Dur-Dur Band zijn opmars maakte. Deze cd herbergt hun eerste twee lp’s uit die periode. Hun eerste twee singles, ‘Diinleeya’ en ‘Dab’ (te beluisteren op deze uitgave), hadden een zeer grote impact en maakten van Dur-Dur Band dé band in de stad. De groep was samengesteld uit de meest vooruitdenkende muzikanten uit de toen nog zeer levendige en bloeiende muziekscene. Zij brachten een krachtige en groovy fusie van traditionele Somalische muziek (banaadiri, daantho, saar….) met allerlei mondiale dansritmes zoals funk, reggae, soul en disco, overgoten met jazzelementen en een aanstekelijk psychedelische saus en met een briljante ritmesectie als extra troef. Ze interpreteerden die traditionele muziek op een manier die tot dan ongehoord was in Somalië en dit maakte Dur-Dur Band tot een baanbrekend gegeven. Met deze uitgave wordt ook duidelijk gemaakt dat de Hoorn van Afrika nog meer schatten bevat dan al het Ethiopische goud dat we in overvloed geserveerd krijgen. Met dank aan het Analog Africa label dat met veel respect grote inspanningen blijft leveren om Afrikaanse muzikale schatkamers open te stellen, te restaureren en te behoeden voor vergetelheid. In de toekomst plant het alvast nog twee uitgaven van Dur-Dur Band.
publieksprijs: 25,25 (2 cd)

””‘TWO NILES to sing a melody the violins
& synths of Sudan’ (compilatie)

De muziek op deze collectie dateert uit het “gouden tijdperk” (jaren 70 en 80) van de moderne Soedanese muziek; het gebeuren speelde zich vooral af in de hoofdstad Khartoum. Toen grepen Soedanese muzikanten de komst van electronische instrumenten aan om synthesizers en drummachines te gaan gebruiken en aldus hun traditie (die vele diverse stijlen omvat) te gaan vermengen met westerse invloeden. Halverwege de jaren 80 nam de invloed van de Turabi islamisten hevig toe: er werd hardhandig opgetreden tegen alcoholconsumptie, platen werden verbrand en liederen over vrouwen werden verboden, naast vele andere calamiteiten. In 1989 volgde een brutale militaire coup die de Turabi aan de macht bracht: de aanvallen op muzikanten bleven toenemen. Ofwel werden ze gefolterd en vervolgd ofwel het zwijgen opgelegd. Velen onder hen ontvluchtten het land. Het was een helse klus om deze opnames op te sporen in Soedan maar opzoekingen in Ethiopië, Somalië, Djibouti en Egypte brachten soelaas: daar vonden ze de oude cassettes. Het verzamelde werk werd nauwgezet gerestaureerd voor deze uitgave en aangevuld met een zeer goed gedocumenteerd en fraai uitgegeven booklet dat in een historisch overzicht weergeeft hoe muziek in Soedan tot volle bloei kwam en daarna een niet zo stille dood stierf omwille van politieke en religieuze factoren. De zestien opnames op deze collectie doorkruisen het brede sonische spectrum van de Soedanese muziek: van de door accordeon en hypnotische viool aangedreven orkestrale muziek uit de jaren 70 over de synthesizers en drummachines uit de jaren 80 tot de muziek die in de jaren 90 werd gemaakt in ballingschap. Veel van deze liederen bezingen de strijd van de gewone mens, zowel voor als na de coup. Veel van deze muziek etaleert bruisende en betoverende levensvreugde die later de nek werd omgedraaid en nu al vele jaren brutaal monddood is gemaakt. Dit uistekende historisch tijdsdocument is een zeer waardevolle nalatenschap die een vitale en veerkrachtige muziekscene passend in de verf zet.
publieksprijs: 25,60 (2 cd)


REGGAE

WERELDERFGOED

29 november jl. was en blijft voor altijd een historische dag voor Jamaica en vooral voor reggae: de reggaemuziek van Jamaica werd die dag ingeschreven op de lijst van het immateriële werelderfgoed van de Unesco. In de verantwoording stelt de Unesco dat reggaemuziek een belangrijke bijdrage levert aan de internationale bewustwording over verzet tegen onrecht en onderdrukking via liefde en menselijkheid. Bob, ge kunt op uw beide oren slapen.

””ALPHA BLONDY – Human Race

De man die ooit verantwoordelijk was voor pareltjes als ‘Apartheid Is Nazism’, ‘Brigadier Sabari’, ‘Jerusalem’, ‘Politiqui’ e.v.a. liet het de voorbije jaren flink afweten met als absoluut dieptepunt ‘Mystic Power’, vijf jaar geleden de pijnlijke afgang van een reggaemonument met een zeer grote staat van verdienste en een discografie en een livereputatie om U tegen te zeggen. Op ‘Human Race’ blijft hij helaas uit hetzelfde vaatje tappen, zij het minder uitgesproken pijnlijk: de inspiratiebron lijkt stilaan helemaal opgedroogd en koning rockgitaar is te vaak aan zet. We horen terug een combinatie van Afrikaanse rasta en een westers pop- en rockgeluid die kant noch wal raakt: vooral de uitmuntende blazerssectie verdient een beter lot. Al dat lonken naar de Amerikaanse rockmarkt lijkt ons nergens goed voor. In dit licht zijn de gastrolletjes voor die andere grootheden Angélique Kidjo en Youssou N’Dour (beiden zijn wel in topvorm) eerder weggesmeten moeite, ook al zorgt het duet met N’Dour voor het enige hoogtepunt op dit album. Net zoals hij op ‘Mystic Power’ ‘I Shot The Sheriff’ en ‘Le Méteque’ naar de haaien hielp moet ook nu andermans werk eraan geloven: we horen ongeïnspireerde en overbodige versies van Bob Marley’s ‘The Heathen’ en van ‘Whole Lotte Love’ maar bovenal de ronduit ridicule interpretatie van ‘Je Suis Venu Te Dire Que Je M’en Vais’. Thematisch blijft Alpha Blondy geëngageerd en rebels én ook positief geïnspireerd werk afleveren: hij roept luid en duidelijk op om op te staan tegen de machthebbers maar hij bezingt ook de schoonheid van de wereld en van het leven. Verder willen we hier geen woorden meer aan vuil maken: zand erover.
publieksprijs: 20,00


VINYLRELEASES

JUNGLE BY NIGHT – Livingstone

publieksprijs: 19,85 (2 lp)

OI VA VOI – Memory Drop

publieksprijs: 17,70

FOFOULAH – Daega Rek

publieksprijs: 21,35

ANTHONY JOSEPH – People Of The Sun

publieksprijs: 31,15 (2 lp)

ALI HASSAN KUBAN – From Nubia To Cairo

publieksprijs: 21,75

‘STUDIO ONE LOVERS ROCK’ (compilatie)

publieksprijs: 21,75

BLACK ROOTS – Take It

publieksprijs: 22,20

SUGAR MINOTT – Sugar Minott At Studio One

publieksprijs: 24,50 (2 lp)


GOUD VAN OUD

””AFRO CELT SOUND SYSTEM – Volume 1 Sound Magic

Bouwjaar: 1996
Afro Celt Sound System ontstond als het geesteskind van producer / programmeur / gitarist Simon Emmerson. Op dit verbazingwekkende debuut creëert ACSS een ambitieuze en innovatieve soundscape vol wervelende, crossculturele muzikale patronen. Dance-, techno- en trance-elementen worden versmolten met ritmes uit de West-Afrikaanse en Keltische traditie. Het resultaat is een van de rijkste global fusion projecten ooit. Emmerson’s muzikale visie was gebaseerd op een theorie die zegt dat de Kelten afstamden van Afrika en via het Europese vasteland de Ierse westkust bereikten. Wat er ook van zij, de muzikale empathie tussen de Afrikaanse kora en de Keltische harp en tussen de Afrikaanse talking tama drum en de Ierse bodhrán is hier bijzonder treffend. Emmerson werkte twee jaar aan de voorbereiding van dit project. Plaats en tijdstip van gebeuren was de tweejaarlijkse opnameweek in de Real World studio’s, in juli 1995. De intentie van die biënnale is het samenbrengen van muzikanten uit verschillende tradities voor een kruisbestuiving. Dit gegeven creëerde de perfecte omgeving voor Emmerson’s visionaire project. Emmerson had reeds twee albums van Baaba Maal geproducet en uit diens band nodigde hij koravirtuoos Kauwding Cissokho en talking drum speler Masamba Diop uit. Uit Ierland kwamen Ronan Browne (doedelzak), Davy Spillane (doedelzak, fluit), Jame McNally van The Posues (bodhrán, fluit) en de bard Iarla Ó’Lionaird die zingt in de sean nós traditie. De Bretoense harpist Myrdhin voegde nog een Euro-Keltisch accent toe aan het project. Simon Emmerson zelf en de keyboardspelers Martin Russell en Jo Bruce stonden in voor de programmering. De basistracks had Emmerson klaar bij de start van de opnames: de opnameweek werd besteed aan improvisaties over die tracks heen. Daarna werkte Emmerson nog drie maanden aan de tapes. De rest is geschiedenis.
Hoogtepunten: de cd opent met de mooie, wat dromerige instrumental ‘Saor/Free’. Dit nummer wordt op de voet gevolgd door een nieuw hoogtepunt, ‘Whirl-Y-Reel 1’, waarin de Keltische en de Afrikaanse percussie een perfecte synergie vinden. Op het hypnotische ‘Sure-As-Not/Sure-As-Knot’ vinden dan weer de snaarinstrumenten die synergie. De revelatie van ACSS was zanger Iarla Ó’Lionaird (niemand minder dan Luka Bloom is een onvoorwaardelijke fan): zijn emotieve stem komt het best tot zijn recht op nog twee andere hoogtepunten, het strakke ‘House Of The Ancestors’ en het zeer meeslepende ‘Eistigh Liomsa Sealad/Listen To Me/Saor Reprise’ . Drie jaar later verscheen hun tweede album, ‘Volume 2 Release’, waarop de stem van Ó’Lionaird een prominentere rol ging spelen. Dat album was zo mogelijk nog sterker dan het debuut, maar de magie en de baanbrekende impact zullen voor altijd onlosmakelijk verbonden zijn met ‘Volume 1 Sound Magic’.
publieksprijs: 9,45
Meer van deze artiesten:
Capture (compilatie) (bouwjaar: 2011; 14,75€: 2 cd)
Flight (2018; 17,10)
Seed (2003; 9,45)
The Source (2016; 16,95)
Volume 2 Release (1999; 9,45)
Volume 3 Further In Time (2001; 9,45).


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

””LA MAMBANEGRA – El Calle Güeso Y Su Mala Maña

Dit negenkoppige ensemble uit Santiago de Cali (de salsahoofdstad van Colombia en volgens sommigen bij uitbreiding ook van de wereld) valt te situeren in de stroming waarin ook andere hedendaagse bands als ChocQuib Town en Bomba Estéreo thuis zijn. Zelf omschrijven ze hun stijl als “Colombiaanse break salsa”, een explosieve mix van furieus energieke NYC salsa dura met funk en Caraïbische invloeden en in de marge nog wat R&B, hip hop, ragga en jazz. Wellicht zal hun muziek niet direct in de smaak vallen bij de liefhebber van traditionele salsa maar eerder bij hen die hun salsa graag hard, vurig, tomeloos, urbaan, fel en snel en met scherpe randen hebben. Hun sound is uitgesproken hedendaags en innovatief met een overvloed aan onvermoeibare poliritmes en strakke en wilde blazers die een witheet gekruide vuurbol genereert, James Brown achterna. Voor de exuberante bandleader Jacobo Vélez is muziek een essentiële levenskracht en salsa betekent voor hem “zweet, seks, likeur, Pielroja sigaretten en ook de benzine die zijn hart aandrijft”. La Mambanegra produceert met veel trots, zelfvertrouwen en eigenwaarde salsa van en voor de 21ste eeuw en laat zich daarbij niet hinderen door oude conventies en dogma’s. Deze Colombiaanse muzikale orgie en orkaan maakte dan vorig jaar ook terecht deel uit van onze ultieme playlist.
publieksprijs: 17,10


GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

””ANN O’ARO – Ann O’aro

Zangeres en liedjesschrijfster Ann O’aro is afkomstig uit Réunion en haar muziek is geënt op de Creoolse Maloya traditie, de polyfone en ook ceremoniële zang, muziek en dans van het eiland. De bekendste artiest is de gevierde dichter / muzikant / activist Danyèl Waro. Maloya is een fusie van Malagasy stijlen en Afrikaanse ritmes en ontstond op de suikerplantages. Nu is het de nationale sound en sinds 2010 behoort het tot het Werelderfgoed. Maloya staat ook voor verzet, o.m. tegen de dominantie van de Franse administratie, maar ook voor de strijd voor het behoud van de culturele eigenheid. Maar bij O’aro draait het verzet om iets helemaal anders. Haar debuut is een conceptalbum dat hoofdzakelijk incest en andere vormen van seksueel geweld behandelt en daarbij schuwt ze het expliciete niet wat resulteert in vaak brutale teksten. Als kind werd ze verkracht door haar gewelddadige en suïcidale vader. Met haar muziek wil ze een stem geven aan de vele slachtoffers van incest en ander seksueel geweld en misbruik, wreedheden die vooral gepleegd worden door mannen: op Réunion is dit een zeer verdrongen thema, meer nog, een heus taboe. Maar tevens roept ze op om niet te wentelen in de slachtofferrol en hier en daar bezingt ze ook de potentiële weldaden van vleselijke lusten.
Ann O’aro zingt en declameert in het Creools (in het tekstboekje vertaald naar het Frans) en soms ook in het Frans. Ze doet dit met een pezig, indringend, bezwerend en insistent maar ook rustgevend stemgeluid. Deels zijn de liedjes a capella, deels met begeleiding van trompet, fluiten, piccolo, euphonium en van lokale instrumenten zoals kayanm, roulèr, sati en bob en verder is er ook nog opvallende samenzang van bijzondere kwaliteit. Vrolijk kan je niet worden van deze cd maar toch adviseren we jullie de inspanning tot beluistering om aldus de aandacht te geven die O’aro meer dan waard is. Ondanks de zwaarwichtige thematiek straalt deze aangrijpende muziek ontzettend veel sensualiteit, kracht en poëzie uit.
publieksprijs: 18,95


””CONCERTTIP: OMAR PERRY

zaterdag 15 december 20u30 – N9 villa Eeklo

Omar Perry -jawel, zoon van- kiest er voor zijn eigen weg te gaan op basis van zijn eigen vaardigheden en talenten en niet op basis van zijn status van zoon van. Hij verliet Jamaica in 1996 en via Londen en Gambia belandde hij in 2000 in Europa, meer bepaald in Brussel. Voor zijn vijfde cd ‘new dawn’ die zeer recent verscheen werkte hij nauw samen met de jonge Franse componist / drummer Jonas ‘Koffi’ Gouraud van Soulnation Band. Gouraud schreef alle muziek en Perry alle teksten die gaan over eenheid, respect, onderdrukking, geweld, opwarming van de aarde, vrije meningsuiting, individualisme en dies meer. Omar zal wellicht niet zo geniaal zijn als zijn vader maar hij heeft wel een zeer vette streep voor: zijn stem. Die is veel krachtiger en heeft een veel gevarieerder bereik dan die van zijn vader: hier wint Omar met ko. Omar bewijst ondertussen met verve dat hij een artiest ‘in his own right’ is waarbij je dus nooit het gevoel en de indruk hebt dat hij zoon van is. Hij zingt los uit de pols wat aantoont dat Lee Perry geen gewicht op zijn schouders is. Tijdens dit concert zal Omar Perry begeleid worden door de Belgische reggae backing band Asham Band die ook de Nederlandse hiphop- en reggaeartiest JR Kenna meebrengt.

Kosmo Sound verzorgt het voorprogramma. Deze dubformatie is samengesteld uit muzikanten van o.a. Compro Oro, Nordmann en Pura Vida.


EN VERDER NOG:

‘The ROUGH GUIDE to SCOTTISH FOLK’ (compilatie)

Met o.m. Battlefield Band, Karen Matheson, Kyle Carey…. publieksprijs: 13,15

‘PUTUMAYO presents JOY TO THE WORLD A Christmas Celebration (compilatie)

Met o.m. The Mighty Diamonds, Leon Redbone, Nossa Bossa Nova…. publieksprijs: 13,75

SUGAR MINOTT – Sugar Minott At Studio One (re-release)

publieksprijs: 20,65