Muzieknieuws januari 2019

GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

ANTHONY JOSEPH – People Of The Sun

Gil Scott-Heron is al zeven jaar niet meer, maar hij heeft een waardige opvolger. Anthony Joseph is de naam, een Londenaar afkomstig uit Trinidad. Anthony is in de eerste plaats dichter en schrijver. Hij doceert creative writing aan het Birkberck College in Londen. Zes jaar geleden serveerde hij samen met Spasm Band de magistrale cd ‘Rubber Orchestras’, naar onze mening het beste wat de wereld in dit genre was overkomen sinds ‘The Revolution Will Not Be Televised’ van de grote Gil Scott-Heron: er was nogmaals bewezen dat dansen op poëzie wel degelijk kan. Vier jaar geleden verscheen ‘Time’ waarop de muziek, de arrangementen en de productie van de hand en het brein van de New Yorkse zangeres Meshell Ndegeocello waren. Ontmoetingen tussen poëzie en muziek leiden vaak niet tot goede huwelijken: ofwel worden verzen geringeloord door ritmes of wordt de muziek gereduceerd tot ornament. Zoniet echter bij Anthony Joseph die samen met Ndegeocello een compromisloos werkstuk neerzette. In vergelijking met vroeger werk draaide ‘Time’nog veel meer rond de kritische en geëngageerde teksten en stonden er weinig echte songs op: het album had eerder een verhalend karakter en deed naast het werk van Scott-Heron ook sterk denken aan dat van Linton Kwesi Johnson. ‘Time’ was een stomend en bij momenten indrukwekkend werkstuk maar haalde net niet het constant zeer hoge niveau van ‘Rubber Orchestras’. Twee jaar geleden vuurde Anthony Joseph ‘Caribbean Roots’ op de wereld af: dat album stond voor een compromisloze terugkeer naar zijn wortels, zoals de titel al suggereerde, ook al was hij ondanks alle zijsporen steeds trouw gebleven aan zijn Caraïbische identiteit. De betrachting was de verschillende eilanden bijeen te brengen in een enkele entiteit en de Caraïbische diaspora bedachtzaam te herenigen. Zijn scherpzinnige reflecties op kolonialisme vormen zowat de rode draad doorheen dat album.​
En dan ligt nu vandaag zijn nieuwe ei ‘People Of The Sun’ op onze draaitafel. Dit album vormt samen met de twee voorgangers een trilogie in een breed verhalenspectrum met een scherpzinnige visie op Trinidad en Tobago en vormt er het piekmoment van. Die uitdagende visie en muziek laten zich kenmerken door zowel nostalgie als door brutale eerlijkheid en diep engagement. Het is tevens een poëtische exploratie van en een connectie met de levens, de geschiedenissen, de verhalen en de lotsbestemmingen van zijn volk. Muzikaal horen we een viering van lokale stijlen zoals rapso en calypso, stevig gekruid met royale porties (Afro-Caraïbische) jazz, soul en funk en met gastrollen voor Trinidadiaanse muzikale iconen zoals daar zijn: Ella Andall, Len ‘Boogsie’ Sharpe, 3 Canal, John John Francis en Brother Resistance. Er is een prominente rol weggelegd voor de alomtegenwoordige lokale steel pan, een chromatisch gestemd slaginstrument en zowat het nationale instrument van Trinidad en Tobago. In ‘People Of The Sun’ huist alweer al het goede uit de voorgangers, zowel compositorisch, instrumentaal en vocaal (wat een heerlijk schorre keelstem met accenten uit zijn beide werelden heeft de man!) als inhoudelijk in zijn poëzie en sociale kronieken. Doorheen het album verschuiven de texturen al even vaak als de ritmes, de dynamiek en de harmonieën. Er wordt uitstekend en zeer strak en gebald gemusiceerd in een vloed van ritmes en pulses die zeer fraai matchen met de narratieve zangstijl van Anthony Joseph. In zijn poëzie manifesteert Joseph zich zowel als profeet en als cultureel historicus waarbij hij redeneert, argumenteert en statements en waarschuwingen niet van de lucht zijn en Joseph de luisteraar uit zijn comfortzone haalt. Hij brengt evocaties van het verleden, het heden en de toekomst. Joseph declameert vaak in brutale cadansen en doet dit in vele toonaarden: er wordt gefluisterd, voorgedragen, geschreeuwd, uitgespuwd, gescandeerd en zelfs gezongen. ‘People Of The Sun’ is net als ‘Caribbean Roots’ een krachtige viering van de Caraïbische diversiteit. Al het voorgaande werk van Joseph culmineert hier in dit uitzonderlijke werkstuk dat een heuse krachttoer is geworden. Anthony Joseph heeft eens te meer bewezen dat dansen op poëzie wel degelijk kan: ‘People Of The Sun’ staat garant voor meer dan 70 minuten exquis luister- en dansplezier. Met ‘People Of The Sun’ zet hij zijn (voorlopige?) meesterwerk neer dat ook als negentiende titel belandt in onze ultieme playlist van 2018 en dus ook in jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 20,55

ANTHONY JOSEPH & THE SPASM BAND – Rubber Orchestras

Bouwjaar: 2011

Ook in 2011 was Anthony Joseph muzikaal al niet voor dat ene gat te vangen: calypso, afrobeat, funk en jazz gaan hier hand in hand. Anthony serveert dit alles in een stomende mix met zijn ritmische en kritische, geëngageerde poëzie waarbij de geest van Black Power Movement van weleer nooit ver weg is. Er wordt voorgedragen, gezongen, gefluisterd, geschreeuwd, uitgespuwd: welke toon Anthony Joseph ook aanneemt, steeds klinkt hij bezwerend. De Afrikaanse invloeden zijn nadrukkelijk aanwezig, tot in de teksten toe. Zo is opener ‘Griot’ een lofdicht op “the sound of universal culture, of vocal Music of Black Africa”. ‘Rubber Orchestras’ laat ons een performer én een band in grote doen horen. ‘Rubber Orchestras’ was op het vlak van dansbare militante poëzie wellicht het beste dat de wereld was overkomen sinds ‘The Revolution Will Not Be Televised’ van Gil Scott-Heron (de magistrale slotsong ‘Generations’ lijkt wel het broertje van de titelsong van Scott-Heron’s epische meesterwerk).
publieksprijs: 18,35


JUNGLE BY NIGHT – Livingstone

Ooit ons favoriete piepkuikencollectief maar ondertussen zijn ze al heel wat minder piep (nu allen flinke twintigers) en ondertussen helemaal tot wasdom. Niemand minder dan de grote Tony Allen omschreef zes jaar geleden Jungle By Night uit Nederland als “de toekomst van de afrobeat”. Wie zouden wij zijn om hem tegen te spreken. Als druk en als gewicht op de schouders kan een dergelijke uitspraak van een grondlegger van de afrobeat wel tellen, zeker voor een piepjonge band. Deze negen witte jongens kozen toen resoluut voor afrobeat en ethiojazz. Ze speelden in het voorprogramma van enkele van hun helden zoals Mulatu Astatke, Orchestre Poly-Ritmo de Cotonou, Tony Allen en Seun Kuti. Zelf organiseerden ze in Amsterdam, op de verjaardag van Fela Kuti, een ‘Felebration’. Het is ondertussen ook zes jaar geleden dat deze jongens ons met verstomming sloegen na het aanhoren van hun debuutalbum ‘Hidden’ (de mini-lp ‘Jungle By Night’ even niet meegerekend). Nog eens twee jaar later bevestigden deze negen jonge heren met opvolger ‘The Hunt’ al het goede dat we schreven over ‘Hidden’. Op deze twee albums bracht Jungle By Night geen afrobeat en afrojazz pur sang, maar hoorden we ook vele andere invloeden: soukous, oosterse beats, psychedelica, rauwe funk, triphop en hiphop grooves deden hun intrede maar afrobeat bleef de solide basis van hun instrumentale muziek. Alle ingrediënten van een geslaagd (afrobeat)feestje waren aanwezig en alle invloeden vloeiden wonderwel in elkaar over. Het is niet vanzelfsprekend om zonder zang te blijven boeien, maar dat deden deze jongens wel degelijk. Hun instrumentarium bestaat uit drums, percussie, bas, keyboards, gitaar, tenor sax, trombone en trompet. Vooral de blazers stonden garant voor een strakke, funky en groovy sound en beide albums zaten eivol met zeer aanstekelijke en swingende grooves en beats en lieten hedendaagse afrobeat (met zijsporen) horen van constant zeer hoogstaande kwaliteit. Tony Allen had wel degelijk de nagel op de kop getikt: Fela Kuti mocht zich nog eens rustig omdraaien in zijn graf en op beide oren slapen. Femi, Seun en nog een aantal anderen hadden er negen leuke witte broertjes bij. Die sound werd twee jaar geleden op ‘The Traveller’ in grote lijnen doorgetrokken, al was het aandeel van de analoge synthesizers veel groter en prominenter geworden, maar de muzikale insteek was veel uitgebreider waardoor de begrippen afrobeat en ethiojazz ruimschoots overstegen werden en de groep verder wegdreef van wat als wereldmuziek beschouwd wordt. En ook op het nieuwe album ‘Livingstone zet zich dat door.
Deze lange inleiding om aan te geven dat ‘Livingstone’ ons ten zeerste ontgoochelt. De basisingrediënten waarmee de groep een vaste waarde werd zijn in de fundering nog wel aanwezig maar de groep drijft steeds verder weg van het oorspronkelijke concept richting mainstream en stroomlijn en helaas ook klinische stuurloosheid. We sloten de bespreking van ‘The Traveller’ af als volgt: “deze groep blijft in volle ontwikkeling en dat valt enkel toe te juichen”. Het is op ‘Livingstone’ overduidelijk dat Jungle By Night blijft ontwikkelen, alleen kunnen wij die niet meer smaken. We maken van deze vaststelling gebruik om jullie met aandrang hun debuut ‘Hidden’ aan te raden. Wij gaan die alvast nog eens uit de kast halen, al was het maar om deze ontgoocheling door te spoelen.
publieksprijs: 14,40

BAUL MEETS SAZ – Namaz

Vorige maand nog schitterde Emre Gültekin hier nog samen met Vardan Hovanissian op de bedwelmend mooie cd ‘Karin’. Even recapituleren: Gültekin is zanger en sazspeler (saz = Centraal-Aziatische langhalsluit en een emblematisch instrument in Turkije). Hij is een leerling van Talip Özkan en van zijn vader, de bard Lütfü Gültekin. Het baulelement wordt hier vertegenwoordigd door zangeres Malabika Brahma en door dubkispeler (dubki = percussie-instrument uit het Indiase subcontinent) en gitarist Sanjay Khyapa. Zij vormen samen het duo BrahmaKhyapa en gingen in de leer bij de grootste meesters van deze Bengaalse traditie. Baul (Sanskriet voor ‘bezeten door de godheid’) staat voor een mix van de heersende devotionele Bhakti stromingen in Islam- en Hinduculturen in het Indiase subcontinent. Het is er al sinds vele eeuwen sterk aanwezig. Zoals bij de meeste mystieke tradities hebben Baul hun eigen unieke reeks van metaforen en allegorieën. De poëtische traditie zoekt inspiratie in teksten die de eenmaking tussen goddelijke en menselijke liefde verkondigen. Belangrijk binnen de Indiase context is dat de Baul het kastenstelsel sterk bekritiseren. De spirituele en mystieke muziek van de Baul is sinds 2005 opgenomen in de UNESCO lijst met immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

Deze drie bevlogen muzikanten ontmoetten elkaar voor het eerst in 2016 en voelden meteen de connecties in de repertoires voor saz en baul, zowel muzikaal als spiritueel, en de gelijkenissen en raakvlakken tussen de culturen waarin ze geboren werden: nomadische levenswijze, metaforische poëzie en het belang dat geschonken wordt aan liefde en menselijkheid. Het repertoire van dit trio bestaat uit traditionele Baul liederen waarover geïmproviseerd wordt. Op deze cd worden ze bijgestaan door heel wat gastmuzikanten onder wie Vardan Hovanissian, Tristan Driessens en Nathan Daems. ‘Namaz’ is een bepaald sfeervol, dromerig, verfijnd, gelaagd, symbiotisch, interactief en avontuurlijk werkstuk maar de beluistering ervan vraagt een intense inspanning, m.a.w. niet geschikt voor bij de afwas. Malabika Brahma heeft een bijzonder, karakteristiek en intens stemgeluid maar we kunnen ons wel de voorstelling maken dat sommigen erop zullen afknappen. Gültekin, die vocaal minder aan de bak komt, heeft daarentegen een zacht en warm stemgeluid.
publieksprijs: 16,20

VAUDOU GAME – Otodi

Vaudou Game is een Frans / Togolese afrofunkband o.l.v. componist, zanger, gitarist en percussionist Peter Solo en ‘Otodi’ is hun derde album, genoemd naar de studio waar ze dit opnamen, in de Togolese hoofdstad Lome. Deze lieden produceren snelle ritmes die gebaseerd zijn op de ideeën van de vaudoucultuur: dit mysterieuze en bovennatuurlijke element dient als lyrische en conceptuele basis voor hun muziek. Reeds als kind was Peter Solo gefascineerd door muziek en maakte hij instrumenten met alles wat hij op straat vond. Deze DIY attitude wordt ook gereflecteerd in de obsessie van Vaudou Game met oude vormen en met de historische context van vaudou. Vaudou Game klinkt dan ook als een vintage artefact uit een vervlogen tijdperk en de digitale wereld lijkt niet echt aan hen besteed: productie, opname, mix en mastering gebeurden volledig vintage en analoog en ook het instrumentarium is good old fashioned. De keuze voor deze studio in Lome en ook voor lokale muzikanten was niet lukraak maar wel degelijk heel bewust want met een gelijklopende visie. Bovendien konden ze er de volledige 279 m2 benutten om -althans volgens Solo- de vaudougeesten te bezweren waarmee hij dagelijks converseert.
Ook de inbreng van een lokale ritmetandem en het gebruik van Togolese schalen zijn zeer bepalend voor de klankkleur. We begonnen deze bespreking met Vaudou Game te omschrijven als een afrofunkband maar dat is iets te simpel gesteld: afrofunk is wel degelijk het fundament maar daar doorheen worden vaudouritmes en diverse klassieke Afrikaanse stijlen geweven in een complexe klankenpuzzel. Afrika is van Ethiopië tot Nigeria nadrukkelijk aanwezig in deze puzzel maar ook blues, soul en afrodisco zijn essentiële stukjes van het geheel. Deze opzwepende en opwindende muziek is een soort van ritualistische ervaring die je ledematen hypnotiseert en naar een spontane dans stoot. Dit zorgt voor een aanstekelijk concept en een zeer divers muzikaal landschap waarbij Fela Kuti en zonen, James Brown, Wilson Pickett en Otis Redding nooit ver weg zijn. De heerlijke arrangementen liggen geheel in de lijn van wat je hoort in ethiojazz, afrobeat en highlife. Met hun onvoorspelbaar en okselfris werk treden Solo en de zijnen in de voetsporen van een grote traditie van kruisbestuivingpioniers uit Benin en Togo zoals Orchestre Poly Rythmo de Cotonou en Victor Uwaifo. Vaudou Game staat garant voor prima voer voor de dansvloer en voor een ideale warmtebron voor de komende koude maanden. Er wordt verrassend afgesloten met het slepende ‘Tassi’ dat opgesmukt wordt met heerlijke vrouwelijke vocalen en een strijkkwartet.
publieksprijs: 20,45

OI VA VOI – Memory Drop

Het is wel heel erg lang stil geweest rond dit Londense multiculturele zevental met diverse muzikale achtergronden en interesses: hun laatste teken van leven dateert van 2009, met name ‘travelling the face of the globe’. Na het vertrek van zangeres KT Tunstall waren er vele wissels aan de microfoon, zonder bevredigend resultaat. Met de komst van nieuwe zangeres Zohara Niddam lijkt de groep weer helemaal op de rails te zitten. Oi Va Voi is Jiddisch voor ‘o, lieve god’. De vijf heren en twee dames brengen een subtiele en sferische mix van Oost-Europese klanken en klezmer met indie pop en Britse melodie, in een klankenspectrum dat bij momenten reminisceert aan het vroege werk van Beirut en dat vooral in de blazersarrangementen. Viool (glansvertolkingen van Anna Phoebe), klarinet en trompet spelen een prominente rol. De boodschappen die de groep brengt zijn sociaal urgent en bevatten verbindende en oprechte oproepen voor wat de mensheid kan verenigen in een steeds toenemend polariserende wereld. ‘Memory Drop’ zal het muzikale landschap niet drastisch op zijn kop zetten maar zorgt toch voor een welgekomen terugkeer.
publieksprijs: 17,05

DINA EL WEDIDI – Slumber

De Egyptische Dina El Wedidi is een podiumartieste die zich bekwaamd heeft in het vertellen van verhalen, acteren en muziek (compositie, zang, gitaar, daf). Ten tijde van de Arabische lente, waar ze actief bij betrokken was, had ze een hit met een lied uit de musical ‘Khalina Nehlam’ (‘laat ons dromen’). In 2012 werd ze in een wedstrijd “ontdekt” door Gilberto Gil en dat leverde haar een jaar officieel mentorschap van Gil op. El Wedidi heeft een missie: ze wil de muzikale opvoeringstradities van de Egyptische vrouwen bewaren voor het nageslacht. Deze ambitie bracht haar in contact met de groep Mazaher uit de zãrcultus. Zãr is een oude rituele muziekvorm die hoofdzakelijk door vrouwen uitgevoerd wordt. Drie jaar geleden debuteerde ze met ‘Turning Back’ waarop we een combinatie hoorden van hedendaagse klanken en vooral Arabische orkestratie stijl jaren 50 met haar wortels in de Egyptische vocale muziek. Haar stemgeluid doet ons denken aan dat van Souad Massi.
Voor de opvolger ‘Slumber’ gooit ze het wel over een totaal andere boeg. De enige muzikale partner van haar stem is een trein: jawel, u leest het goed. Op een treinrit langs zeven Egyptische stations verzamelde ze de klanken van spoorwegen, treinstations, treinfluitjes, treinreizigers en rails. Die klanken ging ze nadien elektronisch verwerken tot een dromerig klankenlandschap dat ze rond haar stem wikkelde. De albumtitel moet suggereren dat zij zich deze luisterervaring voorstelt als een droom die zich afspeelt tussen het bewuste en het onbewuste. Thematisch gaat het over zich losmaken van de tijd als concept, beperkingen, verbeelding, liefde, hallucinaties en mentale gevangenschap. Ze ziet de trein daarbij als een klankstructuur die de rol van een groep muzikanten compenseert. Deze volkomen afwijkende ervaring gaf haar een nieuwe kijk op de definitie van klank. Het idee van treingeluiden integreren in muziek is niet nieuw: schoon volk zoals Kraftwerk, Björk en Steve Reich deden het haar al voor. Als klankexperiment is dit wellicht zeer interessant maar wij werden helemaal niet geboeid door wat wij ervoeren als een stuurloos (what’s in a name) breiwerk.
publieksprijs: 19,60

ABU – Abu

Gitarist Abu Djigo werd in Senegal geboren en na wat omzwervingen doorheen Europa vestigde hij zich door de lokroep van de liefde in Italië. Hij toerde de wereld rond als begeleidingsgitarist, vooral met andere West-Afrikaanse gitaristen. Daaruit groeiden enkele hechte muzikale vriendschappen zoals met zijn landgenoten Omar Ka (zang) en Seringe CM Gueye (percussie, zang), de Malinees Baba Sissoko (ngoni, tama, gitaar, zang) die op deze pagina’s al vaak over de vloer kwam en de Iraniër Afra Mussawisade (drums, percussie) die ook voor de muzikale leiding en de productie instond. Samen traden en namen ze veel op. Maar wat Abu echt wou was een soloalbum opnemen. Gueye bracht hem in contact met het kleine maar fijne Belgische label homerecords.be alwaar ze de idee wel genegen waren en dat viel ook in goede oren bij la Fédération Wallonie-Bruxelles die voor de nodige ondersteuning zorgde. In twee dagen tijd werd het grootste deel opgenomen maar toen ging Abu toeren doorheen Thailand en China. De bedoeling was dat de cd daarna zou afgewerkt worden maar Abu kwam om het leven bij een ongeval. Als eerbetoon maar ook als steun aan Abu’s familie besloten de vier muzikale vrienden de plaat af te werken samen met gastmuzikanten Prosper Kasse (bas, zang), Fons Laar (gitaar), Wouter Vandenabeele (viool) en Gabriel Perez (sax). De bijzonder geslaagde soepele en melodieuze composities van Abu kregen al even geslaagde arrangementen mee. De muziek is rijk aan emoties, is een viering van de vriendschap en klinkt tegelijkertijd intiem en feestelijk op deze denkbeeldige reis langs de culturele en muzikale tradities van zijn natale West-Afrika waarbij via een deel van de instrumentatie ook wel degelijk een brug naar Europa geslagen wordt. Abu’s vrienden hebben waardig afscheid genomen op dit boeiende muzikale testament.
publieksprijs: 19,55

AMIRA KHEIR – Mystic Dance

Even voorstellen: deze Londense zangeres en percussioniste is van oorsprong half Soedanees en half Italiaans. ‘Mystic Dance’ is haar derde cd. Na haar doortocht op het befaamde Festival Au Desert in Mali kreeg ze aldaar de titel ‘Diva of the Sudanese desert’ toegedicht. Haar klankenpalet is geïnspireerd door traditionele (Nubische) muziek uit haar geboorteland Soedan en is verankerd in Oost-Afrikaanse ritmes, Noord-Afrikaanse sferen, Sahara blues, de multiculturele muziekscene van Londen, (afro-latin)jazz en soul, door haarzelf omschreven als ‘Sudani-Jazz’. Ook het instrumentarium komt uit haar twee werelden: percussie, ud, contrabas, basgitaar, akoestische en elektrische gitaar, drums, klarinet, tenorsax, marimba. Naast traditionele liederen en dansen vertolkt Kheir op deze cd ook nieuw (eigen) werk en brengt ze een uitstekende en eigenzinnige cover van ‘Speak Low’ van Kurt Weill en Ogden Nash. Traditionele zangstijlen en ritmes worden met veel flair, glans, scherpzinnigheid en gevatheid in een popformaat vermengd met jazzy harmonieën, timbres en grooves waarbij de grote verscheidenheid van Afrikaans slagwerk zeer goed tot zijn recht komt. Met haar zachte, warme, gracieuze, melodieuze, lenige, vlekkeloze en melismatische zang vertolkt ze in het Arabisch (in het tekstboekje vertaald naar het Engels) en het Engels. Op ‘Mystic Dance’ horen we een geslaagd samengaan van nostalgie, traditie en moderniteit.
publieksprijs: 16,90

RADIO COLUMBUS

VOCAL SAMPLING

<

p>zaterdag 26 januari 20 u – Stadsschouwburg Brugge
inkom 24 21 15 12 euro

Deze a capellagroep uit Cuba is in Zuid-Amerika beroemder dan The Flying Pickets ooit waren in Europa. Als je op uitnodiging van Quincy Jones zelf op het podium mag staan naast o.a. Phil Collins of Toots Thielemans, dan wil dat wat zeggen over de reputatie die Vocal Sampling geniet in de hogere muzikale kringen. Het begon als een grap tijdens hun vrije uren aan de Havana Arts University. Als stemexperiment probeerden de zangers verschillende instrumenten na te bootsen. Gaandeweg leken hun stembanden zich uitstekend te kunnen smeren met imitaties van percussie, strijkers of koperblazers. Naast Cubaanse traditionals schuwt Vocal Sampling zeker het internationale repertoire niet, met covers van o.a. Frank Sinatra, Bob Dylan, The Eagles, Sting of Rubén Blades…. Geen trucs, niets in de handen of de mouwen, maar puur talent, beheersing en stemtraining, dat is het geheim van dit sextet.


REGGAE

BLACK ROOTS – Take It

Deze reggae(t)rots uit Bristol (UK) draait ondertussen al bijna 40 jaar mee en bewees met hun twee vorige albums ‘On The Ground’ en ‘Ghetto Feel’, vooral die laatste, dat ze nog steeds tot de top van de roots reggae mag gerekend worden. ‘Ghetto Feel’ was niet besteed aan wie aan de zonnige zijde van het leven vertoeft maar wilde een stem verlenen aan wie hopeloos en stemloos achtergelaten moet vechten en deze mensen motiveren om de noodzakelijke strijd aan te gaan en ondanks alles het hoofd rechtop te houden. Helaas is dit nog steeds dezelfde thematiek als bij hun debuut in 1979 en blijven deze heren noodgedwongen de muzikale advocaten van de mensenrechten: dit is 39 jaar Black Roots in een notendop. Het is op deze ‘Take It’ weer niet anders. Zelf verwoorden ze het als volgt: “All our songs were inspired by the oversight of how the youth dem lost their way in the jungle of capitalism, slaying dem brothers and sisters without any hesitation. That brutality comes from the mindset of our so-called leaders. Deze leiders moeten er ook nu weer aan geloven. Andere thema’ zijn o.m. de mondiale crisis, herr Trump, de Britse Conservative Party die valse profeten genoemd worden, de Brexit, de zogezegde “hulp” aan Afrika, het evangelie, het drama in Grenfell Tower en meer van dat fraais. En hoe vertaalt dit alles zich in de muziek? ‘Take It’ ademt naar goede Black Roots traditie decennia ervaring en klassieke grandeur met alles erop en eraan: van de monumentale en triomfantelijke blazerssectie over de vlekkeloze riddims tot de indrukwekkende vocale harmonieën die je zo in de seventies doen wanen en dit alles gegoten in uitstekende songs, waartoe veel van hun generatiegenoten nu niet meer in staat blijken. ‘Take It’ is net als ‘Ghetto Feel’ een muzikale aanval van jewelste en een perfecte soundtrack voor deze crisistijden met muziek bij uitstek om te bekomen en te bekoelen van je dagelijkse strijd.
publieksprijs: 19,20

BLACK UHURU – As The World Turns

Deze Black Uhuru (uhuru is Swahili voor vrijheid) heeft nog weinig uitstaans met de vroege formatie. Puma Jones overleed in 1987 maar we vinden ook geen enkel spoor meer van de levenden Sly and Robbie, Mykal Rose, Junior Reid en Don Carlos. Enkel stichtend lid Duckie Simpson bleef nog aan boord. O.i. vormde Black Uhuru van de grote dagen samen met The Wailers en Burning Spear de grote drievuldigheid van de roots reggae. Maar die dagen liggen nu ver achter ons. Hun vorige studioalbum ‘Dynasty’ dateert al van 2001 en vandaar dachten wij dat Black Uhuru long gone en geschiedenis was. En misschien was die naam wel beter (zeer gewaardeerd) deel van de geschiedenis gebleven. Her en der klinkt dit nog als het huis vertrouwen al mag dat geen conditio sine qua non zijn: de tijd gaat vooruit met name. We hebben andere bezwaren: de sterke songs liggen eerder dun gestrooid en de nogal gerobotiseerde sound (vooral van de stem) zint ons niet echt. Als stichtend lid kan Duckie Simpson natuurlijk niet het recht ontzegd worden zijn 46 jaar oude merknaam te gebruiken -wellicht spelen commerciële belangen hier ook mee- maar o.i. had hij die naam meer eer betuigd door ze aan het erfgoed en aan zijn erfenis te laten. ‘As The World Turns’ wordt ook ontsierd door enkele overbodige en vooral ondermaatse covers zoals o.m. ‘Stand Alone’ (Bob Marley) en ‘Police And Thieves’ (Junior Murvin). En het kan nog erger: we horen ook enkele regelrechte miskleunen zoals de ronduit lachwekkende en beschamende dancehall track ‘5 Star General’. Wat wel overeind is gebleven is het militante karakter van de songteksten en dit gegeven plaatst Simpson aan de goede kant van sociale gerechtigheid om maar eens een premier partieel te parafraseren. Vergeet gewoon dat Black Uhuru deze cd ooit gemaakt heeft. Als eerbetoon en uit respect halen we de mantel der liefde uit onze kleerkast. En uit onze platenkast halen wij: ‘Black Sounds Of Freedom’, ‘Black Uhuru’ (oorspronkelijk uitgegeven als ‘Showcase’) en de fabeltastische compilatie ‘Liberation - The Island Anthology’.
publieksprijs: 19,95

LEE SCRATCH PERRY –The Black Album

Over Lee Perry hebben we het hier al vaak en uitvoerig gehad: de introductie slaan we dus over (voor wie iets gemist heeft: lees muzieknieuws november 2017). Vier jaar na ‘Back On The Controls’ pakt hij samen met producer, mixer en percussionist Daniel Boyle weer de draad op om een vervolg te breien aan dat rauwe, analoge klanktapijt, met de begeleiding van sessieband Rolling Lion All Stars. ‘The Black Album’ is zowaar een duaal werkstuk dat evengoed had kunnen opgedeeld worden in 2 cd’s. Elke van de 9 composities wordt onmiddellijk gevolgd door de dubversie ervan. In het hoesboekje wordt de technische kant van het productieproces uit de doeken gedaan: voorwaar boeiende info voor techneuten. De titel ‘The Black Album’ is niet lukraak: op dit album overheersen donkere en obscure klanken. Dik een jaar geleden legde de heer Perry ons kamerbreed in de watten met ‘Super Ape Returns to Conquer’ (muzieknieuws november 2017); zeker in vergelijking met dat briljante werkstuk bezorgt ‘The Black Album’ ons een lichte ontgoocheling: we horen weinig dat raakt en blijft plakken en hangen en het meeste songmateriaal klinkt te vlak. Productie en spelkwaliteit daarentegen zijn van prima niveau. En een mindere Lee Perry is toch nog altijd beter dan topwerken van mindere goden. ‘The Black Album’ is enkel aan te raden aan diehard aficionado’s van dit genie. We hebben wel goed gelachen met de pastiche ‘Killing Dancehall Softly’ waarin sarcasme, ironie en humor hand in hand gaan.
publieksprijs: 17,40

‘STUDIO ONE LOVERS ROCK’ (compilatie)

Sinds 2004 is Soul Jazz Records bezig met het archiveren en inventariseren van de opnames uit de schatkamers van de iconische en baanbrekende Jamaicaanse opnamestudio Studio One. Deze studio kan gerust omschreven worden als de wieg van reggae. In 1963 opende sound system operator Clement “Coxsone” Seymour Dodd zijn eigen studio in Kingston, Jamaica. Samen met het nu legendarische huisorkest The Skatalites giet hij er de funderingen van reggae. De reggaeartiesten die destijds niet in Studio One zijn geweest zijn bij wijze van spreken op de vingers van een hand te tellen. Bob Marley blikte er het prototype van ‘One Love’ in; Lee Perry begon er als buitenwipper en werd vervolgens auditieleider; wat nog volgde is geschiedenis. Clement Dodd overleed op 80-jarige leeftijd en Brentford Road, waar Studio One gevestigd was, werd omgedoopt tot Clement Dodd Boulevard. In Studio One werden meer dan 250 albums en meer dan 6000 singles opgenomen. Sinds jaar en dag beheert en koestert Soul Jazz Records deze muzikale erfenis en schatkamer, o.m. met deze onvolprezen thematische compilatiereeks.
Op deze nieuwste uitgave wordt gefocust op het verschijnsel lovers rock. Deze reggaestijl staat bekend om zijn romantische klank en inhoud. Vanaf de tweede helft van de sixties werden liefdesliedjes een belangrijke topic in reggae en halverwege de seventies werd daar in de Londense reggaescene nog meer op gefocust. De wortels van lovers rock liggen in de nadagen van rocksteady en in de begindagen van roots reggae. Het genre vertegenwoordigde een meestal apolitiek contrapunt voor de destijds in Jamaica dominante conscious rastafari sound en was een voortzetting van de meer soulgetinte rocksteady, waarin het liefdesthema ook centraal stond, die de rastafaribeweging niet zo goed gezind was. Lovers rock combineerde de gladde soulklanken uit Chicago en Philadelphia met de baslijnenritmiek van rocksteady en roots reggae en was geworteld in de sound systems van Zuid-Londen. De nieuwe stijl sprak vooral een vrouwelijk publiek aan en bracht ook vele vrouwelijke artiesten voort maar die zijn op deze compilatie wel schandelijk ondervertegenwoordigd (welgeteld 1). In de tweede helft van de seventies begon het genre ook meer aan te slaan in Jamaica en werden er successen geboekt door o.m. Gregory Isaacs, Dennis Brown, Sugar Minott en Freddie McGregor. In 1979 tenslotte populariseerde The Clash de term met hun song ‘Lover’s Rock’ op hun mijlpaal ‘London Calling’.
Deze uitgave is geen hoogtepunt in deze doorgaans goed doordachte, uitgebalanceerde, uitstekende en vaak essentiële compilatiereeks. Van de 18 tracks werden wij enkel geboeid door die van Alton Ellis, The Invaders en Sugar Minott. publieksprijs: 19,05

VINYLRELEASES

LEE SCRATCH PERRY – The Black Album
publieksprijs: 36,25 (2 lp)

VAUDOU GAME – Otodi
publieksprijs: 33,80 (2 lp)

MULATU ASTATKE – Mulatu Of Ethiopia (re-release)
publieksprijs: 19,00

SIR SHINA PETERS – Sewele (re-release)
publieksprijs: 23,10

‘STUDIO ONE BLACK MAN’S PRIDE: None Shall Escape The Judgement Of The Almighty’ (compilatie)
publieksprijs: 24,50

‘TWO TRIBES’ (compilatie)
publieksprijs: 27,20 (2 lp)

GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

MARJAN VAHDAT – Serene Hope

Deze Iraanse zangeres is de zus van de bekendere Mahsa Vahdat. Samen namen ze in 2012 ‘Twinklings of Hope’ op. Sinds 1979 is vrouwelijke zang ‘en plein publique’ verboden in Iran. Zoals vele andere zangeressen weigert ook Marjan Vahdat om te stoppen met zingen en ligt ook haar podium nu buiten Iran, meer bepaald in Noorwegen. Het Noorse muzieklabel KKV maakt er werk van om vele van deze Iraanse zangeressen de kans te geven om cd’s op te nemen en hun cultureel erfgoed te blijven uitdragen: dit is een lange termijnproject i.s.m. en met steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. De intentie is om deze vrouwen een stem en zichtbaarheid op muziekpodia te geven. Zo mochten we twee jaar geleden nog kennismaken met het monument van schoonheid en hoop maar ook een duidelijke daad van protest en een schrijnende schreeuw om aandacht voor de positie van de vrouw in Iran (en op nog veel te vele andere plaatsen), genaamd ‘Songs in the Mist’, door Young Iranian Female Voices (muzieknieuws februari 2017).
Op haar tweede soloalbum gaat Marjan Vahdat de samenwerking aan met een internationaal samengesteld kwartet: de Palestijn Ahmad Al Khatib (muzieknieuws juni 2017) op oud, de Turk Ertan Tekin op duduk, De Iraniër Ali Rahimi op percussie en de Noor Gjermund Silset (Mari Boine Band) op bas. Op ‘Serene Hope’ geven ze nieuwe interpretaties aan klassieke gedichten uit de Perzische volkstraditie en ook aan het werk van hedendaagse dichters (alle gedichten staan in het tekstboekje vertaald naar het Engels). Deze gedichten gaan over liefde en hoop. Marjan Vahdat heeft een sterk , krachtig, verstillend en zeer expressief stemgeluid waarrond de vier muzikanten een energiek -maar ook ingetogen, sereen en desolaat-, oriëntaals klanklandschap neerzetten. Deze muziek laat de luisteraar vaak sprakeloos (en ons ook een beetje schrijveloos) achter en grijpt dan helemaal naar de keel. Wanneer schoonheid haast onwezenlijk wordt en ook tegelijkertijd verkillend en hartverwarmend dan heet dat ‘Serene Hope’.
publieksprijs: 18,75

In memoriam / GOUD VAN OUD

MAMANE BARKA

De Nigerese muzikant Mamane Barka is niet meer. Bij leven en welzijn blies hij o.m. met behulp van een beurs van UNESCO de biram nieuw leven in. De biram is een vijfsnarige inheemse harp van de Boudouma, een stam van vissende nomaden rond het Tsjaadmeer. Het is een sacraal instrument en mag enkel bespeeld worden door ingewijde meesters. Barka was een van hen en spendeerde een groot deel van zijn leven aan het eren van de wensen van zijn overleden leraar Boukar Tar om de kennis en de hypnotische klank van het instrument te verspreiden over de aardkloot. In 2005 trad hij aan op het Desert Music Festival in Rissani, Marokko, en dat was meteen de eerste keer dat de biram buiten Niger te horen was. De publieksbijval was groot en er volgden meer buitenlandse concerten, ook in Europa. In 2008 werd hij samen met percussionist Oumarou Adamou uitgenodigd op het WOMAD festival. Dit optreden werd een geweldig succes en kreeg een positief staartje in de gedaante van de opname van een cd die verscheen op het Introducing sublabel van World Music Network. Deze cd is het enige werk van Barka dat internationaal verkrijgbaar is. In 2012 toerde hij doorheen het VK met The Endless Journey, een gezelschap dat naast Barka en Adamou nog bestond uit twee leden van de gevierde Nigerese desert blues band Etran Finatawa. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om studenten te informeren over politieke en sociale kwesties in Niger. Mamane Barka stond bekend als een man met een diepe connectie met zijn erfgoed en zijn vaderland maar ook met een reusachtige nieuwsgierigheid naar wat daarbuiten nog omging. Zijn dood wordt beschouwd als een groot verlies voor de culturele en muzikale scene van Niger.
De cd in de Introducing reeks is niet enkel een eerbetoon aan de biram maar ook aan de traditionele percussie-instrumenten van de rijke Nigerese cultuur: de Douma (de spirituele drum), de kalangou en de kalebas. De meeste liederen op deze cd zijn traditionals van de Boudouma en gaan over het leven van de voorouders, de geesten, en de dieren waarmee de nomaden samenleven: kamelen, koeien, geiten, vissen en vogels. Ze beschrijven ook het water in het Tsjaadmeer en de moed van de krijgers. Naast die traditionals bevat de cd ook enkele originele composities van Barka. Deze liederen bevatten boodschappen voor de jeugd en gaan verder over respect voor de ouderen en reflecteren over de steeds veranderende samenleving. Hij zingt in de taal van de Boudouma en ook in andere Nigerese talen: Hausa, Toubou en Kanuri. Producer Paul Borg is er aan de hand van opnames van de oude meester Boukar Tar wonderlijk in geslaagd een klank te genereren die sterk gelijkt aan die van die oude meester.
publieksprijs: 10,70

SONG VAN DE MAAND

ANTHONY JOSEPH – On The Move


EN VERDER NOG:

ALI HASSAN KUBAN – From Nubia To Cairo (re-release)

We horen hier de originele opnames van de destijds (1988) in Egypte miljoenenverkopende cassettes met Nubische dansmuziek. Live opgenomen in de studio met zegge en schrijve 1 microfoon. In zeven lange lappen muziek krijgen we zeer sensuele, verleidelijke en hypnotische klanken geserveerd.
publieksprijs: 17,05

MULATU ASTATKE – Mulatu Of Ethiopia (re-release)

De heruitgave van deze baanbrekende en iconische lp uit 1972 is een uitstekende introductie tot het werk van deze Ethiopische grootmeester. De originele opnames worden hier aangevuld met de voorheen onuitgegeven mono mix op 2” tapes. Een bespreking lezen jullie volgende maand in de rubriek Goud van Oud.
publieksprijs: 17,05

SIR SHINA PETERS – Sewele (re-release)

publieksprijs: 17,05

‘STUDIO ONE BLACK MAN’S PRIDE 3: None Shall Escape The Judgement Of The Almighty’ (compilatie)

We horen o.a. Horace Andy, The Gladiators, Freddie McGregor, Wailing Souls, Sugar Minott….
publieksprijs: 20,65

‘TWO TRIBES’ (compilatie)

publieksprijs: 17,05