Muzieknieuws februari 2019

DAVID ATTENBOROUGH – My Field Recordings from Across the Planet

David Attenborough associëren met muziek, het ligt niet voor de hand. Maar toch. Deze compilatie bevat 2 cd’s met originele veldopnames die Attenborough inblikte met een niet zo gebruiksvriendelijke draagbare bandopnemer tussen 1954 en 1963 tijdens zijn reizen naar afgelegen gebieden om er exotische dieren op te zoeken en te filmen voor de BBC tv-reeksen Zoo Quest. Maar zijn interesse voor de mensen die hij ontmoette en hun muziek was al even groot. Sindsdien vergaarden die banden veel stof in BBC’s Sound Archive maar nu worden ze eindelijk in de openbaarheid gebracht, tot groot genoegen van Attenborough, die zich nu op zeer hoge leeftijd ontpopt als de Alan Lomax van de wereldmuziek. Deze collectie bevat 56 opnames van traditionele muziek uit Sierra Leone, Guyana, Indonesië, Paraguay, Tonga, Polynesië, Melanesië, Madagascar en Australië. Wat je krijgt is wat je hoort, puur en onversneden, met op elke cd voor- en nawoord van de Sir zelf. Bijhorend is een zeer gedegen zwart-wit foto- en infoboekje (52pp). Deze collectie is wellicht prima historisch voer voor etnomusicologen, muziekbibliothecarissen en archivarissen alsook voor docu’s, colleges en voordrachten. Voor uw persoonlijk vertier en vermaak vindt u wellicht elders in deze rubrieken meer aangewezen materiaal, al waren wij toch ten zeerste gecharmeerd door de bijdragen uit Paraguay, door een soortement brassband uit Madagascar en door een Fiji versie van ‘Colonel Bogey March’ (dat wij ons nog herinneren als een schuin Vlaams kinderliedje, hier niet vatbaar voor publicatie). Aangezien het schier onmogelijk is om de originele componisten en uitvoerders te traceren zullen de royalty’s uitbetaald worden aan ngo’s uit de ecologische sector.
publieksprijs: 24,65 (2 cd)


DAWDA JOBARTEH – I met her by the river

Dawda Jobarteh werd geboren in een illustere en zeer gerespecteerde griotfamilie met een zeer lange traditie. Twee ooms en een grootvader waren als koraspelers tot ver buiten de Gambiaanse landsgrenzen bekend maar vooral zijn vader, Amadou Bansang Jobarteh, was een monument en instituut en in de vorige eeuw een van de belangrijkste ambassadeurs van de Afrikaanse muziek in het westen. Zeven jaar geleden debuteerde Dawda met de prachtige cd ‘Northern Light Gambian Night’ en vijf jaar later bevestigde deze korameester met ‘Transitional Times’ op gesofistikeerde wijze met vaak betoverende en adembenemende muziek al het goede dat zijn debuut deed vermoeden. Dawda begon destijds als percussionist en pas toen hij naar Denemarken vertrok ging hij zich toeleggen op de kora. Aanvankelijk drumde hij in Kopenhagen nog bij jazz- en rockbands. Maar de klank van de kora raakte een ….snaar bij hem en haalde diepe herinneringen en gevoelens naar boven. Als selfmade man leerde hij deze 21-snarige harp bespelen aan de hand van de klassiekers die hij zich nog herinnerde maar ook door hedendaagse muziek te componeren. Vandaag wordt hij erkend als een van de belangrijkste koraspelers van zijn generatie. Hij werkte al samen met schoon volk als Youssef Latif, Muktar Samba, Toumani Diabaté, Bassekou Kouyaté. Het vele wereldwijd toeren en reizen bracht hem een zeer breed wereldbeeld bij en dat reflecteert zich zowel in zijn muziek als in zijn teksten. Verwacht bij de man geen prettige teksten: die zijn net zoals zijn onderwerpen overwegend zwaarwichtig. Ook de muzikanten van zijn begeleidingsgroep komen uit alle windhoeken en samen omarmen ze een brede waaier aan stijlen en emoties.
Waren de twee voorgangers nog groepswerk dan is ‘I met her by the river’ vooral solowerk met enkel zijn compagnon de route, bassist Preben Carlsen, als vaste begeleider en zo nu en dan nog een gastvertolking. Thematisch gaat deze cd over zijn leven in zijn geboorteland en in zijn nieuwe thuisland en als wereldburger absorbeert hij zowel West-Afrikaanse als Scandinavische invloeden maar ook jazz en een vleugje pop zijn hem niet vreemd. Getuige daarvan zijn de sublieme coverversies van Mongo Santamaria’s ‘Afro Blue’ waarin hij op zijn elektrische kora tekeer gaat alsof hij Jimi Hendrix is en van Adele’s ‘Hello’ dat hij een beklijvende en exquise instrumentale behandeling bezorgt op zijn akoestische kora. Daarnaast brengt Jobarteh nog drie eigen composities en vier door hem gearrangeerde traditionals, dit alles in een breed gestileerde aanpak. Het album focust op het meesterlijke, sublieme en subtiele koraspel van Jobarteh die daarnaast op een nummer ook sabar drums bespeelt en ook nog over een mooie en warme zangstem beschikt die qua timbre zowat in de buurt van Geoffrey Oryema en Ayub Ogada te situeren is. Alweer bevestigt Dawda Jobarteh zijn immense talent: wie deze verrukking kan afleveren dient met aandrang en met onmiddellijke ingang gekoesterd te worden.
publieksprijs: 16,90


WARSAW VILLAGE BAND – Mazovian Roots re:action

Dit Poolse septet -in Polen gekend onder de naam Kapela ze Wsi Warszawa- grossiert sinds 1997 in traditionele Poolse volksmuziek in een mix met moderne stijlen en elementen; zelf omschrijven ze hun muziek als ‘transminimalroots’. De band gebruikt veel traditionele Oost-Europese instrumenten (suka, dulcimer, hurdy-gurdy, baraban, ligawka….) maar is ook nooit te beroerd om met samples, elektronica en avant-garde elementen aan de slag te gaan. Hun gedurfde mondiale experimenten maakt WVB tot een van de meest inventieve folkgroepen in Europa. De meest prominente en kenmerkende elementen in het groepsgeluid zijn de bijzonder krachtige, snijdende en scherpe samenzang (denk hierbij aan Värttinä en aan Bulgaarse open keelzang) van de drie zangeressen en het extraordinaire spel van de twee (voorheen drie) violisten. De teksten behandelen vaak sociale en politieke issues, vanuit een progressief standpunt. Op al hun werk zijn ook veel gastmuzikanten en -vocalisten te horen, zo ook nu weer.

Voor hun nieuwe album keert de band terug naar haar muzikale oorsprong: het gaat deze muzikanten om het pure genoegen om samen te werken met en te leren van de laatste overblijvende traditionele zangers uit het centraal gelegen Mazovië, een van de zestien Poolse woiwodschappen (regionale bestuursgebieden), met als hoofdstad Warschau. De vertolkte liederen leerden ze van oude meesters en behoren tot het Mazoviaanse culturele erfgoed. De vertolking van WVB en gasten is rauw en onversneden en dat zint ons geheel en al. WVB heeft even alle experimenteerdrang terzijde gelaten en keert all the way terug naar de wortels: de elektronica kreeg vrijaf. Aan deze onderneming gingen dertien jaar studie en ontmoetingen met de folkbarden van weleer vooraf. Het resultaat is een indrukwekkend, nederig en zeer respectvol eerbetoon aan een traditie die op de tocht is komen te staan. Warsaw Village Band heeft alweer een zeer geraffineerde dot van een plaat gemaakt (with a lot of help from their friends). ‘Mazovian Roots re:action’ is dan ook de eerste titel voor onze ultieme playlist van 2019 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.
publieksprijs: 19,55


DOMNA SAMIOU – Music From Greece

We blijven nog even rondwaren in de Europese traditionele volksmuziek maar dan wel in meer zuidelijke regionen. ‘Music From Greece’ compileert uit vier albums (periode 1980-2008) en uit onuitgegeven materiaal van de Griekse zangeres Domna Samiou zaliger (1928-2012). Samiou kent ook en vooral belang als researcher en conservator van de Griekse volksmuziek en legde daarvan heel wat demotika veldopnames vast, o.a. voor programma’s op Griekse muziekscholen, tv en radio. Deze uitgave bevat ook een fraai uitgegeven en uitstekend gedocumenteerd tweetalig (Grieks / Engels) boekje (120 pp) met gedetailleerde commentaar bij de herkomst en inhoud van de 25 geselecteerde liedjes alsook een biografisch verhaal en uitgebreid fotografisch documentatiemateriaal, samengesteld door muzikaal researcher Miranda Terzopoulou die zeer nauw samenwerkte met Domna Samiou. Het leeuwendeel van de opnames is afkomstig van studio-opnames in Stockholm uit 1979 toen Samiou door Zweden toerde met de volksdansgroep Eleni Tsaouli en met muzikanten uit verschillende Griekse regio’s. De muziek van Samiou is een ideale kennismaking met de veelzijdige muzikale schatkamer van Griekenland en leert dat die meer voorstelt dan enkel Theodorakis en bouzouki om het wat simplistisch uit te drukken. Domna Samiou zag het levenslicht en groeide op in die Atheense buren die grotendeels bevolkt waren door uit Turkije verdreven Anatolische Grieken. Dat maakte van Athene en Piraeus een smeltkroes van diverse muziekstijlen. Een zingende vader zorgde voor een muzikaal rijke kindertijd en legde de funderingen voor haar grote interesse in muziek, ondanks de destijds erbarmelijke leefomstandigheden. Als tiener werd ze ontdekt door researcher, muzikant en pedagoog Simon Karas die van grote betekenis was voor haar ontwikkeling. In 1954 begon zij als researcher en producer te werken voor de Griekse publieke radio-omroep. Het zou nog eens meer dan twintig jaar duren vooraleer haar eerste plaatopname verscheen, ‘Xenitemenou Mou Pouli’ die volledig terug te vinden is in deze compilatie. Ze werd zeer bekend in Griekenland na de val van de militaire junta in 1974: ze was overal een graag geziene gaste, gaande van de piepkleinste Griekse dorpjes tot prestigieuze internationale festivals wereldwijd. Haar bijdrage tot de Griekse volksmuziek kan nauwelijks overschat worden. Haar muziek is een reflectie van de Griekse cultuur, gedachtegoed, geschiedenis en kunst. Deze heruitgave + compilatie kwam tot stand in samenwerking met Domna Samiou Greek Folk Music Association.
publieksprijs: 18,75


OOLDOUZ POURI – Waiting For The Dawn

Het Noorse kwaliteitslabel Kirkelig Kulturverksted -kortweg KKV- blijft zich, met de steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken, danig engageren voor de strijd van Iraanse zangeressen tegen hun precaire leef- en werkomstandigheden. In hun thuisland is het sinds 1979 voor vrouwen verboden ‘en plein publique’ te zingen. Vele van deze zangeressen weigeren om te stoppen met zingen en nu ligt hun podium buiten Iran. KKV maakt er werk van om vele van deze Iraanse zangeressen de kans te geven om cd’s op te nemen en hun cultureel erfgoed te blijven uitdragen: dit is een lange termijnproject i.s.m. en met steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. De intentie is om deze vrouwen een stem en zichtbaarheid op muziekpodia te geven. Zo werden de voorbije jaren cd’s van o.a. Mahsa Vahdat, Marjan Vahdat en bovenal Young Iranian Female Voices op ons losgelaten. Die laatste cd was een monument van schoonheid en hoop maar ook een duidelijke daad van protest en een schrijnende schreeuw om aandacht voor de positie van de vrouw in Iran (en op nog veel te vele andere plaatsen).
En dan is het nu de beurt aan Ooldouz Pouri. Ze is een leerlinge van de grote Mahsa Vahdat (ook co-producer van deze cd) en figureerde ook op het album van de hoger vermelde Young Iranian Female Voices. ‘Waiting For The Dawn’ bevat oude Perzische liedjes uit de jaren 50 en 60, afkomstig uit de Azerbeidjaanse minderheid in Iran. Iran telt vele etnische groepen en daarvan zijn de Azerbeidjaanse Turken de tweede grootste, goed voor ca. 20%. Ze leven wijd verspreid over het land maar hun culturele basis bevind zich in het noordwesten. Ze spreken allen Farsi maar hun traditionele moedertaal is Azeri, een taal uit de Turkse familie. De voorouders van Ooldouz Pouri waren Azerbeidjaans. De albumtitel is metaforisch: met deze liedjes grijpt ze terug naar de tijd toen vrouwen nog solo mochten zingen in Iran. Het voornaamste onderwerp is de liefde in al haar facetten (in het tekstboekje vertaald naar het Engels). Pouri laat haar expressieve, krachtige, beheerste en vaak smachtende stemgeluid begeleiden op accordeon, gitaar, contrabas en percussie. Haar oriëntaalse repertoire bevat sporen uit Portugal, Argentinië en de Balkan. Het Noorse huis van vertrouwen KKV heeft weer eens een Iraanse parel op de wereld losgelaten.
publieksprijs: 18,75


NES (Nesrine Belmokh / Matthieu Saglio / David Gadea) – Ahlam

Van het bestaan van een inventief en veelzijdig trio zoals Nes kan een mens maar blij worden: ze zijn met name in geen hokje te stoppen en nergens op vast te pinnen en daar houden wij van. Ze zijn ook gespeend van taalbarrières. Drie talen, drie instrumenten, drie artiesten. Ze putten uit traditionele Arabo Andalusische muziek, flamenco, jazz, blues en pop. ‘Ahlam’ betekent dromen en met de internationale release van deze cd is hun lang gekoesterde droom werkelijkheid geworden. Deze drie topmuzikanten ontmoetten elkaar voor het eerst in Valencia. Percussionist David Gadea is een local en toerde voorheen met flamencogrootheden zoals Ximo Tébar en Josemi Carmona. De Franse cellist Matthieu Saglio toerde al wereldwijd en de Frans - Algerijnse zangeres en celliste Nesrine Belmokh werkte met legendarische dirigenten zoals Lorin Maazel en Daniel Barenboim en toerde met Cirque du Soleil. Nesrine zingt in het Engels, Frans en Arabisch. De twee Arabische teksten zijn van de hand van haar moeder, een hobbydichteres. De andere teksten zijn van de zangeres zelf en de muziek is gecomponeerd door Belmokh en Saglio. Nes is tot op heden het meest persoonlijke project van Nesrine Belmokh. Ze beschouwt Arabo Andalusische muziek als de klassieke muziek van Noord-Afrika; deze muziek heeft haar sterk beïnvloed. Ze studeerde klassieke cello maar ze wou bovenal net zo goed zangeres worden. Dat bijzondere en delicieuze stemgeluid (met een groot bereik) van haar alsook de meesterlijk opgebouwde composities worden dik in de verf gezet d.m.v. ingenieuze en gracieus geboetseerde arrangementen. Met ‘Ahlam’ plaatst Nes en zangeres Nesrine Belmokh in het bijzonder zich in de categorie ‘zeer beloftevol en zeker te volgen’.
publieksprijs: 21,05



REGGAE

KABAKA PYRAMID – Kontraband

Samen met o.a. Protoje, Chronixx en Raging Fyah is zanger, tekstschrijver en deejay Keron Salmon (alias Kabaka Pyramid) een speerpunt van de new roots reggae, het handelsmerk van de zogenaamde “Reggae Revival”. Aan het einde van de vorige eeuw en begin deze eeuw is de Jamaicaanse reggae meer ziek dan gezond geweest: de grote boosdoener heette dancehall, een stijl met veel negatieve vibes. Tijdens die lange ziekteperiode werd (en wordt nog steeds) in allerlei windstreken verspreid over de hele aardkloot razend interessante en uitmuntende reggae gemaakt en hierbij denken we o.a. aan Zion Train, Groundation + nevenprojecten, Tiken Jah Fakoly, Fat Freddy’s Drop, Digitaldubs en in eigen land Pura Vida. Maar recent groeide en groeit er weer goede hoop sinds de komst van die “Reggae Revival” met o.m. hoger vermelde muzikanten als voorhoede die ons doet vermoeden dat er opnieuw een frisse wind waait doorheen muzikaal Jamaica. Deze muzikanten komen op voor het gemeenschappelijke goed van reggae en Jamaica en willen een nieuwe reggaesound voor een nieuwe generatie lanceren. Maar die nieuwe sound is wel degelijk geïmpregneerd in de oude: de traditionele baslijnen uit de jaren 70 en 80 zijn dominant aanwezig alsook het sociale bewustzijn. Na twee decennia lang te zijn afgedaan als toeristenmuziek is reggae terug relevant in Jamaica. Het woord “revival” wordt niet door eenieder gesmaakt en zorgt dan ook voor controverse. Hoe dan ook, de nieuwe lichting is talrijk en er kan wel degelijk van een beweging gewag gemaakt worden. Deze lichting doet een genre dat eigenlijk nooit oud geklonken heeft herleven. Naast de muziek gaat er ook veel aandacht uit naar bewustzijn, positivisme, Afrocentrische spiritualiteit en wereldwijde zelfbeschikking. De geest van deze beweging breidt ook uit naar andere kunstvormen en naar de niet-artistieke wereld. En in haar zog zien we ook in Engeland hetzelfde fenomeen opduiken, zeg maar een brevival.
Sinds 2011 verspreidde Kabaka Pyramid een rist ep’s en mixtapes en dan is er nu zijn eerste full album ‘Kontraband’ with a little help from his friends Pressure Busspipe, Damian “Jr Gong” Marley, Stonebwoy, Akon, Protoje, Chronixx en Nattali Rize die drie continenten vertegenwoordigen en in een productie van Damian en Stephen Marley. Op ‘Kontraband’ bevestigt Keron Salmon zijn reputatie als uitstekende schrijver van veelzijdige, oprechte, welbewuste, scherpe en veelal sociaal bewuste en bewustmakende teksten (compositorisch zijn slechts twee songs van zijn hand: zo is opener ‘Make Way’ een cover van Oje Ken Ollivierre, vader van -jawel- Protoje) die vele dubbele bodems tellen en moeiteloos opgaan in de riddims. Kabaka levert met ‘Kontraband’ een auditieve oase en een weldoordacht, krachtig, potent en compromisloos album van zeer degelijke en accurate makelij af met een mooie en vastbesloten balans tussen roots reggae, hip hop en dancehall, waarbij de invloed en de inbreng van Damian Marley niet weg te denken zijn. ‘Kontraband’ is een van de betere reggaereleases van de voorbije jaren.
publieksprijs: 19,35


‘STEP FORWARD YOUTH Roots Masters From The “Punky Reggae Party”’ (compilatie)

Begin jaren 60 omarmden de Britse mods de Jamaicaanse ska en rocksteady. Aan het einde van dat decennium ontvouwden de skinheads een fanatieke obsessie voor de muziek uit Jamaica. Reggae begon door te dringen tot de Britse hitcharts maar bleef alsnog een underground fenomeen. 1976 zag de punkexplosie en de haast onwaarschijnlijke crossover en symbiose tussen reggae en punk (en new wave). Deze alliantie genereerde in een zelden geziene atmosfeer van rebellie, samenhorigheid en activisme. Muzikaal lagen de twee genres lichtjaren van elkaar verwijderd maar toch hadden ze veel gemeen. Inhoudelijk waren ze rebels en anti-establishment. Punks en rasta’s leefden onderaan (of zelfs buiten) de maatschappij: DIY, kleine budgetten, huisnijverheid, no nonsense en intuïtief te keer gaan waren sleutelwoorden in de filosofie. Inhoudelijk was het grote raakvlak de afkeer van en de strijd tegen racisme dat in die periode sterk belichaamd werd door het extreemrechtse National Front. Zwart en wit bundelden de krachten in de Rock Against Racism beweging. De essentie en de synthese van dit verbond vinden we terug in het iconische ‘Punky Reggae Party’ van Bob Marley, helaas niet te bespeuren op deze compilatie.
‘Step Forward Youth’ biedt een uitstekende inkijk in dit Britse tijdsgewricht. De speellijst leest als reggae memory lane en bulkt van de regelrechte Jamaicaanse en Britse klassiekers zoals daar zijn: ‘King Tubby Meets Rockers Uptown’, ‘Cokane In My Brain’, ‘Police And Thieves’, ‘Ballistic Affair’, ‘War’, ‘Guess Who’s Coming To Dinner’, ‘Two Sevens Clash’ (koude rrrrrillingen), ‘Cool Runnings’, ‘U.K. Skanking’, ‘Ku Klux Klan’. 2 u 18’ 33” topreggae voor amper 14,25€ zorgen voor wellicht het koopje van het nog piepjonge jaar. OH BABYLON UP YOURS!
Aansluitend hebben we nog een kijktip: twee jaar geleden draaide regisseur Don Letts -expert en autoriteit terzake- de uitmuntende documentaire ‘Two Sevens Clash: Dread Meets Punk Rockers’ die dezelfde thematiek en tijdsgewricht belicht.
publieksprijs: 14,25 (2 cd)



VINYLRELEASES

KABAKA PYRAMID – Kontraband
publieksprijs: 24,45 (2 lp)

‘STEP FORWARD YOUTH Roots Masters From The “Punky Reggae Party” (compilatie)
publieksprijs: 15,45

MICHAEL FRANTI & SPEARHEAD – Stay Human Vol.II
publieksprijs: 29,20 (2 lp)

BEIRUT – Gallipoli
publieksprijs: 23,15

NUBIYAN TWIST – Jungle Run
publieksprijs: 27,20 (2 lp)

MASAKI BATOH – Nowhere
publieksprijs: 26,55

DAMILY –Valimbilo
publieksprijs: 21,20

DUDU TASSA and the KUWAITIS – El Hajar
publieksprijs: 20,45



GOUD VAN OUD

MULATU ASTATKE – Mulatu Of Ethiopia

Bouwjaar: 1972 (re-release: 2017) Ethiopië is -naar onze zeer weinig bescheiden mening- samen met Mali dé muzikale schatkamer van Afrika. Ethiopische muziek kent een zeer uitgebreide diversiteit: zowat iedere etnische groep heeft zijn unieke sound met als gemeenschappelijke factoren polyritmiek en een pentatonisch modaal stelsel, die a.h.w. de constanten vormen. Ook het instrumentenarsenaal kent die zelfde diversiteit. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw begon Ethiopische muziek ook ingang te krijgen in het Westen, vooral via de zogenaamde golden age ethiojazz (jaren 70), waarbij de grote innovators Mahmoud Ahmed en Mulatu Astatke tot de meest invloedrijke muzikanten behoorden. Addis Abeba was in de jaren 70 the place to be en de muziek die er toen ontsproot werd nadien de standaard en de norm voor heel veel muziek over de hele wereld. Met hun avontuurlijke mix van traditionele muziek en soul, funk, jazz, pop en rock hielpen fijne lui als Mahmoud Ahmed, Mulatu Astatke, Alemayehu Eshete, Girma Byene, Menelik Wossenachev, Hirut Bekele en tutti quanti het muzikale landschap voor vele decennia bepalen. Compilaties zoals ‘Swingin’ Addis’ en ‘Ethiopian Groove’ en vooral de fabeltastische reeks ‘Ethiopiques’ (30 delen als we de tel niet kwijt zijn) zijn mijlpalen in de Afrikaanse muziek. Deze clash tussen Ethiopische en westerse stijlen had dus gevolgen die niet te overzien waren en vooral de zeer bijzondere ethiojazz inspireerde muzikanten over de hele wereld. Ondertussen zijn vele westerse muzikanten in de ban van die schatkamer geraakt en dat heeft voor een interculturele samenwerking en kruisbestuiving gezorgd met als resultaat zeer innovatieve muziekvormen waarbij het experiment niet geschuwd wordt maar toch steeds met zeer veel respect voor en kniediep in de aloude tradities. Belangrijkste exponenten van deze nieuwe golf zijn o.m. Gigi, Bole 2 Harlem, Dub Colossus, Invisible System, Krar Collective, Samuel Yirga… (en onze welgemeende excuses aan wie we over het hoofd zien). Die kruisbestuiving heeft nu ook zijn weg gevonden buiten het Afrikaanse continent: in steeds meer westerse muziek zijn Ethiopische invloeden te horen.

Sommige zaken zijn zeer moeilijk te bevatten, zoals deze: na een halve eeuw muzikaal meesterschap kreeg de gigant Mulatu Astatke pas zes jaar geleden de kans om zijn muziek uit te brengen op een internationaal label. En of hij toen met ‘Sketches Of Ethiopia’ die kans met beide handen gegrepen heeft, laat daar geen twijfel over bestaan. En die beide handen zijn ook Astatke’s belangrijkste instrumenten als vibrafonist, pianist en percussionist. Astatke staat geboekstaafd als ‘de vader van de Ethiopische jazz’ maar internationaal doorbreken deed hij pas met de soundtrack die hij schreef voor de film ‘Broken Flowers’ van regisseur Jim Jarmusch. Debuteren deed hij in 1966 met de lp’s ‘Afro-Latin Soul’ en ‘Afro-Latin Soul Vol. 2’ die vorig jaar heruitgegeven zijn. Na zijn studies aan Berklee College of Music in Boston verkaste hij terug naar Addis maar hij ging wel vaak terug naar de States. In New York formeerde hij de band The Ethiopian Quintet, met Ethiopische, Latino en Afro-Amerikaanse muzikanten. Astatke had altijd een diepe connectie gevoeld tussen Latino en Afrikaanse muziek. Met The Ethiopian Quintet wilde hij de Afrikaanse bijdrage aan de Latino muziek aantonen en al doende ontwikkelde hij zijn visie voor wat ethiojazz zou worden.
En dan was er onlangs de heruitgave (op cd en vinyl) van de baanbrekende en iconische lp ‘Mulatu Of Ethiopia’, die we hier en nu onder de loepen nemen. Dit album uit 1972 was een kantelpunt voor deze pionier en kan gelden als een uitstekende introductie tot het werk van deze Ethiopische grootmeester. De originele opnames worden hier aangevuld met de voorheen onuitgegeven mono mix op 2” tapes. In zeven melodieuze, funky en zeer toegankelijke composities wordt de luisteraar meegenomen op een stemmig ritmisch pad, begeleid door orgel, fluit, contrabas, conga’s, een blazerssectie en door Astatke’s handelsmerk, de vibrafoon. Hierbij bedient Astatke zich van Ethiopische melodielijnen, (subtiel gelaagde) muzikale structuren (pentatonisch modaal stelsel) en toonaarden die hij niet invult met traditionele instrumenten maar wel met westerse. Anno nu klinkt ‘Mulatu Of Ethiopia’ nog steeds (ver)fris(send), alsof het kakelverse opnames betreft, met het lange slotnummer ‘Chifara’ als hoogtepunt.
publieksprijs: 17,05
Meer van deze artiest:
Mulatu Steps Ahead (bouwjaar: 2010; 17,05€)
Sketches Of Ethiopia (2013; 19,30)
Timeless (2010; 25,75) (cd + dvd)
-met Ethiopian Quintet:
Afro-Latin Soul (1966; 17,05).



GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

MAYA YOUSSEF – Syriam Dreams

Een citaat: “The war started in my homeland in 2011. From that point on making music was no longer a choice, it was a crucial means to express and come to terms with intense feelings of loss and sadness from seeing my people suffer and my land destroyed. On a hot summer’s afternoon in London in 2012 I was watching the news. At the time I felt overwhelmed, as if I was going to explode, so I held my qanun and ‘Syrian Dreams’ came out of me. That was the very first piece of music I wrote.” Aan het woord is de virtuoze Syrische qanunspeelster Maya Youssef, geboren in een progressieve familie van schrijvers en artiesten. Een qanun is een traditionele plankciter uit het Midden-Oosten, met 78 snaren. Ze verhuisde naar Londen in het kader van het “uitzonderlijk talent” visastelsel van de Britse Arts Council. Op ‘Syrian Dreams’ laat ze zich inventief, indringend en bedachtzaam begeleiden door Barney Morse-Brown op cello, Sebastian Flaig op diverse percussie en Attab Haddad op ud. Zelf omschrijft ze haar debuut als een persoonlijke tocht doorheen zes oorlogs- en terreurjaren in Syrië en een gebed voor vrede, gebracht in acht zelfgepende composities en een Syrische traditional. Dit uitgelezen geheel klinkt vaak emotioneel en verandert constant van stemming, gaande van smart tot hoop met nog wat tussenschakeringen en is vooral een krachtig eerbetoon aan haar gehavende en verscheurde thuisland, een weergave van de herinneringen aan dat thuisland en haar muzikale antwoord op het bloedbad. Deze muziek mag dan al instrumentaal zijn, ook zonder woorden zijn de smart, de kwetsuren, de angst en de beklemming zeer tastbaar op dit werkstuk. Hoewel haar muziek gebaseerd is op de schalen en de toonaarden van de traditionele Arabische maqam (een modale structuur) horen we diverse invloeden van jazz tot flamenco.
publieksprijs: 16,45



CONCERTTIP: KEL ASSOUF

zaterdag 2 maart 20u – Cactus@Biekorf Brugge
Moeten er nog Touareggitaren zijn? In het geval van Kel Assouf (‘zij die zich wentelen in nostalgie’) zeggen wij volmondig: JAA! Deze groep ontstond dertien jaar geleden in Brussel rond spilfiguur Anana Harouna (ex-Tinariwen), een vluchteling uit Niger. De identiteit van dit powertrio is gebouwd rond twee centrale ideeën: de verspreiding van de Touaregcultuur en de strijd tegen discriminatie, oorlog, onrecht, vervuiling en meer van dat fraais en hun muziek is al even pittig als hun onderwerpen. Met verbazing en verbijstering kijkt Harouna naar wat zich nu allemaal op de wereldbol afspeelt en dat wil hij ook vertolken in zijn teksten. De Tunesische producer en toetsenist Sofyann Ben Youssef heeft een belangrijk aandeel in de vitale tradi-modern sound (tussen traditie en urban) van Kel Assouf. Ben Youssef is een componist gediplomeerd in musicologie en Arabische muziek. We kennen hem ook van zijn zeer gewaardeerde werk met o.a. Bargou 08 en zeer recent nog Ammar 808 en Luc Mishalle & Marockin’ Brass. Zijn interesse voor hedendaagse én traditionele muziek bracht hem ertoe te experimenteren met en zich te initialiseren in de Indiase en Arabische muziek, jazz, electro, filmmuziek en rebetiko. Het trio wordt vervolledigd door drummer Olivier Penu. Op hun laatste album ‘Tikounen’ stonden de ruige, stevige, scheurende, snijdende en vervormde rockgitaren, een potente ritmesectie die staat als een huis en ook veel blues en knarsend woestijnzand centraal. Het gitaarwerk vertoont veel minder de kronkelende patronen van Tinariwen en consorten waardoor Kel Assouf zich naast ook het gebruik van keyboards onderscheidt van andere Touaregbands en wellicht de meest rockende en energieke in het gezelschap is: wel hebben ze het trance-effect en de distortie gemeen. De identiteit en de taal van Harouna zijn nog uiterst Touareg gerelateerd maar de muziek is dit nog nauwelijks maar enkel een kniesoor kan hier rouwig om zijn, gezien de kwaliteit die gebracht wordt. Samen met Songhoy Blues en Imarhan moet Kel Assouf in staat geacht worden om desertblues (in de zeer brede zin van het woord) ‘hot’ te maken in westerse oortjes. Moeten er nog Touareggitaren zijn? JAA!

Dit concert kadert in de reeks die al een eeuwigheid meegaat. Met Projet Global gaat Cactus Muziekcentrum door op een oud elan: muziek van buiten onze westerse denkgrenzen binnenhalen en het muzikale spectrum verbreden. Om het stoffige label ‘wereldmuziek’ nog dieper in het stof te drukken voert Cactus met deze concertreeks een eigenzinnige koers met als vaarroute ‘new engaged sounds from Africa and beyond’. ‘Beyond’ mag u gerust heel ruim interpreteren, deze reeks heeft tentakels tot in Cuba en Zuid-Korea. Zeer warm aanbevolen!

COVER VAN DE MAAND

DAWDA JOBARTEH – Hello (Adele Adkins / Greg Kurstin)



EN VERDER NOG:

MICHAEL FRANTI & SPEARHEAD – Stay Human Vol.II
publieksprijs: 14,85

BEIRUT – Gallipoli
publieksprijs: 15,00

ORATNITZA – Alter Ethno
publieksprijs: 14,20

BALKAN AIRS feat. OTROS AIRES – Otros Aires presents Balkan Airs
publieksprijs: 16,35

NUBIYAN TWIST – Jungle Run
publieksprijs: 14,95

MASAKI BATOH – Nowhere
publieksprijs: 16,35

DAMILY – Valimbilo>
publieksprijs: 14,95

MASAKI BATOH – Nowhere
publieksprijs: 14,95

DUDU TASSA and the KUWAITIS – El Hajar
publieksprijs: 16,35

DAMILY – Valimbilo
publieksprijs: 14,90

JULIO MONTORO y ALMA LATINA – Black Roots
publieksprijs: 16,40

FRANCISCO PELLEGRINI – Los Viajes de Chico
publieksprijs: 14,90

Categorie: