Muzieknieuws maart 2019

RADIO COLUMBUS

Inschrijven op de nieuwsbrief van Radio Columbus kan je op https://www.ccbrugge.be/nieuwsbrief/.


REFUGEES FOR REFUGEES

donderdag 28 maart 20 u – Stadsschouwburg Brugge
inkom 7 9 12 13,50 15 euro

De eerste doortocht van het project Refugees For Refugees twee jaar geleden bleek voor heel wat muziekliefhebbers een hoopgevende ontdekking. Vooral de gesmaakte samenwerking met het opvangcentrum van het Rode Kruis gaf het project een bijzondere meerwaarde. Ook nu vallen in de marge van dit ‘grote’ concert enkele kleinere muzikale ontmoetingen te beleven in de Patio, het Opvangcentrum van het Rode Kruis in de Vlamingstraat 55 te Brugge. Dit concert wordt georganiseerd in samenwerking met Muziekpublique Brussel en het Opvangcentrum van het Rode Kruis Brugge.
Drie jaar geleden bracht Muziekpublique (muziekacademie, concerthuis en muzieklabel) achttien virtuoze muzikanten samen die gevlucht waren uit Irak, Pakistan, Syrië, Tibet, Afghanistan en uiteindelijk in België waren beland. Zo willen ze een ander geluid laten klinken dat hopelijk ook gehoord zal worden. Het betreft muzikanten die gevormd zijn in gerenommeerde conservatoria (Damascus, Baghdad, Aleppo) langs de zijderoute, naast volksmuzikanten. Allen beschikken ze over bakken talent. Met de toen uitgebrachte cd ‘Amerli’ (wanneer je dit leest is waarschijnlijk de opvolger al uitgebracht) wilde Muziekpublique de topkwaliteit aan het licht brengen van mensen die bijna onzichtbaar zijn geworden in ons land. Op de vlucht uit hun thuisland hebben ze ook het ecosysteem verlaten waarin hun muziek zo goed aardde. Op die manier lieten ze een enorme rijkdom achter zich, maar brachten ze hun kennis en in het beste geval hun instrumenten mee. Hun liederen vertellen het verhaal over hun landen van oorsprong en de weg die ze aflegden. Door muzikale bruggen tussen muzikanten uit verschillende tradities wilde Muziekpublique een rijk en innovatief album maken dat als symbool staat voor de interculturele ontmoetingen in een diverse samenleving. Het is ook het doel om een weergave te maken van de artistieke waarde van de deelnemende artiesten en een duw in de rug te geven aan de artistieke activiteiten van tal van andere vluchtelingen in België. Om die reden gaat een deel van de opbrengst van ‘Amerli’ naar de verenigingen Globe Aroma en Synergie 14.
De achttien muzikanten (op dit concert zullen er dat tien zijn) brengen ook een grote verscheidenheid aan instrumenten mee; zet jullie schrap: qanun, sarod, cello, gitaar, zang, percussie, ud, dramyen, tabla, dambura, erhu, viool en ney. Alsof dat nog niet volstond kwamen op ‘Amerli’ ook nog eens acht gastmuzikanten aandraven met hun erhu, saz, zang, contrabas, percussie, ud en duduk. Hun repertoire bestaat deels uit origineel werk, deels uit bewerkingen van traditionals. ‘Amerli’ is vernoemd naar de stad in Noord-Irak die met succes weerstand bood aan IS. In het zeer verzorgde infoboekje wordt uitleg verstrekt bij de teksten en de achtergronden van de muziek. De klank is zeer traditioneel en het spel is nooit minder dan virtuoos. Dit project verdient alle mogelijke aandacht en daaraan dragen wij graag een steen bij wat bij deze ook gebeurd is. ZEER WARM AANBEVOLEN!

VOLOSI

zaterdag 9 maart – Stadsschouwburg Brugge
inkom 9 12 15 18 euro

Eén brok muzikale energie, dat is wat van het podium spat wanneer de muzikanten van Volosi hun strijkstokken op de snaren leggen. Met verbluffende virtuositeit creëert dit Poolse strijkkwintet een magische en toegankelijke mix van klassieke en traditionele Poolse volksmuziek. Hun hypnotiserende sound zit pittig gebakken in de Karpatische traditie, stevig voorzien van melodie, melancholie en kruidige Oost-Europese aroma’s. In enkele jaren tijd wierp dit traditionele trio aangevuld met een klassieke violist en cellist zich op tot een van de meest vooraanstaande ensembles in de Poolse en Europese muziekscene. Elk concert garandeert een grensoverschrijdende trip waarbij dit onnavolgbare vijftal muziek maakt zoals nog maar zelden gehoord is: snaarinstrumenten met rockallures, jazzy improvisaties en volkse deuntjes met klassieke ambities. Dit alles uitgevoerd met een licht ontvlambaar gevoel voor stomende hedendaagse sensualiteit.

BASSEKOU KOUYATE & NGONI BA – Miri

En dan is het nu aan de beurt aan een huisfavoriet. We kennen deze excellente ngonispeler ook van het uitstekende AfroCubism project. Ngoni Ba lijkt wel een familiebedrijfje want daarin draven ook zijn vrouw en twee zonen op (en ook de andere muzikanten zijn op een of andere manier familie). In de voorbije vijf jaar schitterden deze grote artiest en al even grote begeleiders met ‘Jama ko’ en ‘Ba Power’, twee zeer snedige en uiterst dynamische werkstukken gekenmerkt door een opwindende, vurige, uitdagende, urgente, niet aflatende, furieuze en brutale mix van Afrikaanse blues, rock en funk en hun beste werk ooit. De ngoni is een traditioneel instrument met vier, zes, acht of twaalf snaren; het instrument wordt ook wel eens de Afrikaanse voorloper van de Amerikaanse banjo genoemd. Ngoni Ba is Bambara voor “de ngoni groep” maar ook voor “de kracht van de ngoni’. De ngoni is al acht eeuwen het instrument van de griots (de West-Afrikaanse troubadours en verhalenvertellers). Ook Bassekou Kouyate komt uit die traditie maar hij doet er duidelijk zijn eigen ding mee, waarvan zijn vele muzikale samenwerkingen wellicht aan de basis liggen; hij werkte met o.a. Ali Farka Touré, Toumani Diabaté, Taj Mahal, Africa Express (de rondreizende workshop van Damon Albarn).

Verrassing o verrassing: na de power, de branie, de brutaliteit en de opwinding van ‘Jama ko’ en ‘Ba Power’ grijpen Bassekou en de zijnen op het vijfde album ‘Miri’ (‘droom’ / ‘contemplatie’) in grote lijnen terug naar de akoestische en meer skeletale klanksetting van de twee eerste albums ‘Segu Blue’ en ‘I Speak Fula’ en ruimt de elektrische power plaats voor een meer verfijnd en reflecterend klanklandschap, aangedreven door traditie en subtiele en genuanceerde muzikaliteit. Naast politieke thema’s (politieke en sociale problemen in Mali, rechtvaardigheid, moslimfundamentalisme, klimaatverandering) ligt de nadruk op de waarden liefde, familie, integriteit en vriendschap in tijden van crisis, steeds verpakt in mooie verhalen, betoverende songs en naar de keel grijpende emoties en uit het hart gebracht. Het album is opgedragen aan twee overleden groten uit de Malinese muziek, met name de zangers Zoumana Tereta en Kassemady Diabate alsook aan de Duitse ngo Häuser der Hoffnung – Schulbildung für Afrika voor hun steun aan Malinese vrouwen en meisjes, de meest kwetsbaren uit de samenleving. Naast het geweldige Ngoni Ba horen we ook een keur aan gasten: Majid Bekkas, Habib Koite, Madera Limpia, Abdoulaye Diabate en Afel Bocoum. Niet de minsten dus. En wie zeker niet de minste is dat is vrouwlief Amy Sacko die als van oudsher excelleert met haar doordringende, zeer krachtige, precieze, gepassioneerde en withete zang. De muziek van Bassekou Kouyate blijft een joy forever, zowel elektrisch als akoestisch. Op ‘Miri’ resulteert dat in een tijdloos, indringend, subtiel, betoverend en ingenieus meesterwerk van Afrikaanse traditie. Wat zeggen wij dan in koor? ‘Miri’ is de tweede titel voor onze ultieme playlist van 2019 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. Op weergaloze wijze bevestigt Bassekou Kouyate (en met hem zijn familiebedrijfje) zijn positie tussen de meest relevante muzikanten van deze eeuw.
publieksprijs: 20,20


SALIF KEITA – un autre blanc

Nog een grootmeester uit de Malinese muziek is Salif Keita, maar deze draait muzikaal al meer dan een halve eeuw mee (hij debuteerde bij de legendarische Rail Band). Dit monument van de West-Afrikaanse muziek die destijds Mali muzikaal op de kaart zette brak in 1987 als soloartiest door met de cd ‘Soro’. Deze mijlpaal van de Afrikaanse muziek was meteen een schot in de roos en Keita bereikte voor het eerst de niet-Afrikaanse en niet-francofone markt. In tegenstelling tot het merendeel van de West-Afrikaanse muzikanten is hij geen jali, maar van koninklijke bloede (rechtstreekse afstammeling van Sunjata Keita). Dat hij daarnaast ook nog een albino is maakte het voor hem aanvankelijk extra moeilijk om aanvaard te worden. Toch werd hij met de jaren, ondanks de vele vooroordelen tegen zijn persoon, een legende op basis van zijn muzikale exploten. Zo was hij verantwoordelijk voor een collectie indrukwekkende meesterwerkjes, denken we maar o.m. aan ‘Soro’, ‘Papa’, ‘M’Bemba’, ‘La Différence’…. Keita heeft vaak weten te verrassen door diverse muzikale richtingen in te slaan, van zijn experimentele doorbraakalbum ‘Soro’ over jazzfusie tot exquise akoestische albums. Maar bovenal is zijn muziek steeds een krachtige, avontuurlijke en zeer gevoelige smeltkroes van uiteenlopende muzikale tradities geweest. Hij verplaatste de traditionele muziek van de griots naar het heden en presenteerde een wonderlijke fusie van traditionele vocale thema’s en moderne elektronica, instrumenten en stijl. Dit alles overgiet hij met zijn opvallende, zeer intense en gevoelvolle falsetto stemgeluid waarmee hij a.h.w. vocale schilderijtjes creëert.

Zes jaar geleden echter ging hij met zijn vorige album ‘Talé’ ernstig de mist in en de bocht uit. Producer Philippe Cohen Solal (Gotan Project) gaf de muziek van Keita een hedendaagse dance behandeling maar dat viel dik tegen. Het experiment kwam te veel over als experiment om het experiment en het gebruik van samples klonk te gratuit in de oren. Het resultaat van dit geëxperimenteer en van de improvisaties klonk vooral doelloos, richtingloos en te geforceerd waarbij het bijzondere stemgeluid van Salif Keita te vaak verzoop in de brij. Maar zie, op zijn nieuwe cd ‘un autre blanc’ (de titel verwijst naar de processen en beproevingen omwille van zijn albinisme) horen we opnieuw de Salif Keita van de grote dagen en zijn alle hoger vermelde kwaliteiten weer van de partij. Hij haalt ook een grote troef en handelsmerk van weleer terug boven: de vocale interactie met de vrouwelijke backing vocals (al klinkt backing hier toch wel geringschattend). Keita bereidt zijn pensioen voor en kondigt deze cd aan als zijn laatste en het dient met nadruk gezegd: dit werkstuk is een verrukkelijk testament van zijn weerstandsvermogen en zijn muzikaal meesterschap, dit is daadwerkelijk afscheid nemen in zeer grote schoonheid en waardigheid. Hij zet deze -in tien zelfgepende nieuwe songs- geweldige synthese van zijn muzikale loopbaan en avonturen zelf nog eens dik in de verf met zijn vlekkeloze productie en een keur aan gasten vieren het afscheid mee: zo horen we o.a. Angélique Kidjo, Ladysmith Black Mambazo, Alpha Blondy, Djessou Mory Kante, Mamadou Diabate, Harouna Samake, Jean-Philippe Rykiel en Djelimady Tounkara. Een van de grootste levende zangers op aarde verdwijnt van het muzikale toneel. Die misstap van zes jaar geleden is hem al lang vergeven en is nu dik goedgemaakt met zijn zwanenzang ‘un autre blanc’, de derde titel voor onze ultieme playlist van 2019 en dus ook voor jullie verplichte leerstof. We zullen hem missen maar we wensen hem vooral een geweldige pensioentijd toe. Wie deze grootmeester nog een laatste eresaluut wil brengen kan hem op 16 april aan het werk zien en horen in Pantin, nabij Parijs, in Salle Jacques Brel (de locatie is al een eerbetoon op zich).
publieksprijs: 18,00


QUINTETO ASTOR PIAZZOLLA – Revolucionario

“May I say with great pride that this quintet is pure Piazzolla. They interpret the music with mastery and virtuosity in a way that no other group could. And all while maintaining the love for music that this great revolutionary composer has left us in his legacy.” Dit zijn woorden van Laura Escalada Piazzolla, in een vorig leven echtgenote van Astor Piazzolla, de man die een revolutie teweegbracht in de populaire tango. Vandaag is hij er niet meer maar zij wel en ze houdt de nalatenschap levendig als voorzitter van Astor Piazzolla Foundation. Het originele Piazzolla Quintet werd opgericht tijdens de jaren 60 en zorgde voor een heuse sensatie met hun provocatieve klank. Piazzolla’s muziek werd gekenmerkt door een doorwrochte en intellectuele stijl die rebelse geesten aantrok. Na de dood van de componist werd de Astor Piazzolla Foundation in het leven geroepen: het objectief was de voortgang en de promotie van de nalatenschap van de maestro bij het publiek. Laura besloot een nieuw ensemble uit de grond te stampen met vijf virtuozen die in staat waren om het immense werk te interpreteren van de componist die verantwoordelijk was voor een ware revolutie in de tango. Het huidige kwintet toert al meer dan 20 jaar wereldwijd en wordt internationaal ook beschouwd als het enige ensemble dat in staat mag geacht worden om Piazzolla’s unieke en onnavolgbare stijl te vertegenwoordigen. ‘Revolucionario’ is een eerste cd in een reeks van vier die tussen nu en 2021 (Piazzolla zou dan 100 geworden zijn) zullen verschijnen. Deze eerste cd bevat twaalf composities, geschreven tussen 1950 en de jaren 80. Ze worden uitgevoerd op bandoneon (of wat dacht je?), viool, piano, contrabas, gitaar, fluit en saxofoon. De muzikale directie is in handen van Julián Vat. De uitvoeringen zijn virtuoos en getuigen ook van stilistische soliditeit maar zijn ook overgepolijst, bij momenten steriel en vaak te slaafs imiterend. We missen vooral de branie en de scherpe randen van de uitvoeringen van de grootmeester destijds. We houden hieraan dus een dubbel gevoel over maar dan wel een die licht naar de positieve kant overhelt. Wie de originelen niet kent of die uit het hoofd en de oren kan zetten zal wellicht ten zeerste gecharmeerd zijn maar wij hebben onze tango liever met een ferme hoek af zoals Melingo die vandaag brengt of natuurlijk Piazzolla zelf in vervlogen tijden bracht . Toch juichen wij het dubbel en dik toe dat de nagedachtenis levendig gehouden wordt. En vooral: er is nog zeer veel origineel werk verkrijgbaar, waag dus je kans.
publieksprijs: 17,05



KELLY THOMA – As the winds die down

Sinds 1995 studeert de Griekse lyraspeelster Kelly Thoma dat instrument bij de van oorsprong Iers / Engelse éminence grise Ross Daly (ondertussen ook haar halve trouwboek) die in zijn lange en rijk gevulde leven al veel strepen verdiend heeft. Vorig jaar nog waren ze samen verantwoordelijk voor de uitstekende cd ‘Lunar’. Drie jaar later begon ze ook te spelen in Daly’s gezelschap Labyrinth waarmee ze de wereld rondtrekt. Daarnaast nam ze ook deel aan vele projecten met muzikanten uit diverse tradities zoals Trio Chemirani, Ballaké Sissoko, Ross Daly Ensemble, Dhruba Ghosh, Erdal Erzincan, Seyir…. Ze stond op sommige van de grootste wereldpodia. Als soloartieste is ‘As the winds die down’ haar derde album waarvoor ze zelf alle muziek componeerde, arrangeerde en producete. Ook manlief -die ze in de liner notes “dankt voor alles”- is aanwezig en dat op saz, percussie en tarhu. Verder wordt ze nog begeleid op laouto en percussie en zangers Vassilis Stavrakakis en Giorgos Manolakis laten zich elk op vier composities horen. Deze muziek componeerde ze uit liefde en respect voor Vassilis Stavrakakis en Giorgos Manolakis, in haar ogen twee van de meest prominente Kretenzische muzikanten. Als immigrante is ze er rotsvast van overtuigd dat het niet noodzakelijk is om Kretenzer te zijn om een Kretenzische syrtos te componeren. Al wat nodig is zijn de spirit, het hart en een lang proces van zorgvuldig luisteren, stelt ze, en in het juiste gezelschap vertoeven. Liefhebbers van de Griekse muzikale rijkdom zullen aan het feest zijn met het muzikale landschap en klankentapijt en het uitgesproken briljante, elegante en unieke lyraspel van Kelly Thoma dat nog versterkt wordt door de rijkelijke percussie en laouto. Deze indringende en niet aflatende muziek vraagt wel enige inspanning en voldoende aandacht van de luisteraar maar die wordt dan ook royaal beloond. Een kanttekening: de teksten staan eentalig in het Grieks afgedrukt waardoor we het gevoel hebben dat we een deel van het verhaal missen.
publieksprijs: 18,75



TRISTAN DRIESSENS / ROBBE KIECKENS – Blue Silence (Dancing Tales Vol. I)

Dan is het nu tijd voor eigen kweek. Ud- en luitspeler, musicoloog en componist Tristan Driessens is een bezige bij die vorig jaar in deze rubrieken opdraafde met Lâmekân Ensemble, Seyir Trio en Soolmaan Quartet (muzieknieuws februari 2018). Als kind van een reizende muzikale familie verbleef hij geruime tijd in Zuid-Europa waar hij de oriëntaalse ud leerde bespelen. Hij voltooide zijn opleiding in Istanbul en stichtte in 2011 Lâmekân Ensemble. Daarnaast exploreerde hij uiteenlopende horizonten binnen een brede waaier aan samenwerken: van Europese folk (Amorroma), Balkan- en Griekse (Tcha Limberger) tot oosterse muziek (Kudsi Erguner, Refugees for Refugees) en modale jazz. Samen met de al even immer bezige bij Nathan Daems is hij de drijvende kracht achter Soolmaan Quartet dat o.a. ontstond uit Driessens’ drang om zijn eclectische muzikale referenties te verenigen in iets waar veel tijd en vrijheid weerklinkt. Al een decennium lang werkt hij ook samen met percussionist (bendir, udu, bas djembe, basdrum, framedrum, pandero cuadrado, riqq) Robbe Kieckens. Deze veelzijdige percussionist groeide op in Rwanda waar hij de smaak te pakken kreeg voor percussie-instrumenten. Hij heeft een fascinatie voor uiteenlopende stijlen zoals flamenco, Arabische en Perzische percussie, latin, jazz, funk, Braziliaanse en West-Afrikaanse muziek. Tijdens hun muzikale loopbaan verdiepte het duo zich in klassieke Ottomaanse muziek en andere oosterse muziekstijlen. Ze stonden zij aan zij bij o.a. Lâmekân Ensemble, Soolmaan Quartet en Refugees for Refugees. ‘Blue Silence’ is hun duodebuut waarop de composities van Driessens een weergave bieden van de diverse wegen die het duo aflegde, van Turkse en Perzische muziek tot Europese folk en modale jazz.
Sinds 2011 gaan Driessens en Kieckens als La Compagnie d’Elias de boer op in Frankrijk, Italië, Portugal, Duitsland, Nederland en eigen land en geven er zowel luisterconcerten als optredens op folkbals. De liefde voor de vanzelfsprekende poëtische kracht die uitgaat van Driessens’ dansmelodieën bracht het duo ertoe om dit album op te nemen met een selectie van de meest verstillende dansmelodieën aangevuld met enkele nieuwe composities die zijn ontstaan in de stilte van een trage huifkarreis. In deze cyclus van twaalf kleurrijke instrumentale ‘Dancing Tales’ is de invloed van Europese folk duidelijk hoorbaar. Deze wordt verrijkt door de vele muzikale wegen die Driessens aflegde. Met minimale muzikale middelen (met verder nog spaarzame begeleiding op kemençe, tenorsax, viool, ney, hurdy-gurdy, zang en baglama) weten ze gerijpte en uitgepuurde kracht op te roepen in een sfeer waar Oost en West als vanzelfsprekend in elkaar vervloeien. Het begrip verstillende dansmelodieën lijkt misschien een contradictio in terminis maar hier wordt overtuigend bewezen dat het wel degelijk een optie is. Tristan Driessens en Robbe Kieckens nemen de luisteraar mee op hun fascinerende en verstillende muziektrip en zijn jullie volle aandacht meer dan waard.
publieksprijs: 19,55



IDAN RAICHEL – And If You Will Come To Me

In zijn thuisland is de Israëlische singer-songwriter en pianist Idan Raichel een grote ster en een icoon, maar daarvan strooit hij nooit de allures uit. Alhier kennen we hem vooral van het multiculturele The Idan Raichel Project en meer recent nog van zijn twee verrukkelijke samenwerkingen met Vieux Farka Touré onder de noemer The Touré-Raichel Collective. Raichel is een muzikale bruggenbouwer tussen geografische, etnische, politieke en religieuze verschillen en dat kwam zeer goed tot uiting bij de twee voornoemde projecten. Op zijn vorige album, zijn eerste solowerk, ‘At the Edge of the Beginning’, ruimde hij drie jaar geleden dan weer plaats voor introspectie en zelfreflectie en dat was ook de reden waarom dat een soloalbum werd. Op zijn nieuwe cd volgt hij verder dat pad. Deze stap is ook duidelijk bepaald geweest door recente gebeurtenissen in zijn persoonlijke leven, meer bepaalde de geboorte van zijn twee kinderen. The Idan Raichel Project blijft dus op non-actief (we horen de groep hier wel op een lied). Raichel nodigde enkele gasten uit waarvan Bombino de bekendste is. Daar waar hij voorheen in allerlei talen zong doet hij dat sinds zijn eerste solowerk in het Hebreeuws (met Engelse vertalingen in het infoboekje). Die twee soloalbums wijken sterk af van alle vorige werk. Ooit startte hij met muziek die sterk beïnvloed was door Ethiopische grooves (hij werkte destijds als jeugdraadsman in een school voor Ethiopische tieners) vooraleer van start te gaan met The Idan Raichel Project. De invloeden op zijn nieuwe cd komen uit allerlei zeer uiteenlopende hoeken (Midden-Oosten, latin, pop, pianominimalisme, Yemenite folk, desert blues, gnaoua, chanson….) en in dit geval komt dat de coherentie niet ten goede (we kennen artiesten die daar wel zeer goed mee omspringen). De neiging bekroop ons om naar de originelen uit die diverse stijlen te luisteren en dit schijfje terzijde te leggen. Wij vinden dit vooral slappe kost: we gunnen de man zijn persoonlijke geluk en zijn persoonlijke en familiale meditatie maar tegelijk hopen we dat hij snel weer zal focussen op het slopen van culturele barrières.
publieksprijs: 19,70



VINYLRELEASES

BASSEKOU KOUYATE & NGONI BA – Miri
publieksprijs: 20,60

MARC RIBOT – Songs of Resistance 1942-2018
publieksprijs: 23,85 (2 lp)

USTAD SAAMI – God Is Not A Terrorist
publieksprijs: 21,35

ALBOROSIE meets ROOTS RADICS – Dub For The Radicals
publieksprijs: 15,45

GENTLEMAN’S DUB CLUB – Lost In Space
publieksprijs: 21,60



GOUD VAN OUD

DIGITALDUBS - #1

Bouwjaar: 2011
Het Braziliaanse Digitaldubs werd in 2001 opgericht en was het eerste dub / dancehall sound system in Rio de Janeiro; ze zorgden voor een nieuw hoofdstuk in de Braziliaanse reggaecultuur. Digitaldubs is een collectief van DJ’s, producers, toasters en muzikanten. Ze brengen een mix van Jamaicaanse dub, roots reggae en dancehall met baile en carioca funk. Ze zijn graag geziene op party’s (o.a. wekelijks in Rio) en festivals in Brazilië. Ze werkten ook samen met Zion Train, Mad Professor, Ranking Joe, Tippa Irie, Brinsley Forde, Lone Ranger e.v.a. Op ‘#1’ worden de muzikanten van Digitaldubs bijgestaan door enkele gastvocalisten, waarvan de bekendste Ranking Joe, Earl Sixteen en Brinsley Forde (ex-Aswad) zijn. Op ‘1#’ (hun eerste Noord-Amerikaanse en Europese release) staan 13 brokken heerlijk wiegende reggae in de beste traditie van de oude sound systems met een Braziliaanse toets en dit alles van de bovenste plank. IJZERSTERK!
publieksprijs: 16,20



GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

DIJF SANDERS – Java

Dijf Sanders? Vraagt u zich misschien af. Wat doet die hier? Welnu, die staat hier met recht en reden. Het gastland van de kunstbiënnale EUROPALIA ARTS FESTIVAL was bij de vorige editie Indonesië. In opdracht van EUROPALIA en KAAP (www.kaap.be) trok de Gentse multi-instrumentalist en buitenbeentje Dijf Sanders twee jaar geleden, gewapend met een batterij aan field recorders, naar het Indonesische eiland Java. Dit album is een psychedelische en hedendaagse zoektocht naar het diverse geluid van dat eiland geworden. Als een moderne incarnatie van etnomusicoloog Alan Lomax trok hij langs zowel stedelijke als rurale uithoeken van het eiland en verzamelde daarbij een indrukwekkend arsenaal aan opnames. Tijdens zijn avontuurlijke muzikale ontdekkingsreis registreerde hij een al even groot arsenaal aan inheemse volksinstrumenten: zither, percussie, gamelan, celempung, calung, kunclungan, tarawangsa, jentreng, kacapi, angklung, kendang…. Andere actoren zijn regen, waterpercussie, nachtgeluiden in de jungle, traditionele gezangen, kikkers en krekels. Onder de deskundige begeleiding van de Amerikaanse etnograaf Palmer Keen werd Dijf twee weken lang ondergedompeld in de kleurrijke cultuur van het eiland en haar rijke ceremoniële tradities. Eenmaal terug in België trok hij met het verzamelde materiaal de studio in en nodigde enkele bevriende muzikanten uit om samen uit de vele uren veldopnames negen nummers te distilleren die teren op psychedelica, extase en trance en beogen met de nodige collage, beats en samples een brug te slaan tussen twee zeer uiteenlopende werelden. Die drie gastmuzikanten -Nathan Daems, Filip Vandebril, Simon Segers- zijn lid van Black Flower (muzieknieuws december 2016), hier ten huize een grote favoriet. Dijf Sanders hield naar verluidt vooral een gevoel van nederigheid over aan zijn Javaanse onderneming.
‘Java’ klinkt tegelijkertijd eclectisch, hybride, experimenteel, prettig geschift, bezwerend, (on)werelds en traditioneel. Hier wordt ingenieus, uitzinnig, fascinerend en verbazingwekkend creatief met klanken getoverd dat het een lieve lust is: Indonesische geluiden en elektronica en ook jazz blijken wonderwel te matchen in een muzikale kruisbestuiving van uitzonderlijk hoog en eerlijk niveau. Radiovriendelijk is deze muziek wellicht niet maar dat neemt niet weg dat Dijf een euh… dijk van een plaat gemaakt heeft. Mission en experiment accomplished.
publieksprijs: 9,45 (nu dus aan sterk verminderde prijs)



GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

MARC RIBOT – Songs of Resistance 1942-2018

Marc Ribot is een van de beste gitaristen en meest gevraagde en doorgewinterde sessiemuzikanten van zijn generatie. Maar daarnaast is hij ook zeer sociaal geëngageerd. Zo werd hij in 2007 gearresteerd na vreedzaam verzet tegen de sluiting van een centrum voor avant-gardemuziek in New York dat moest wijken voor gentrificatie. Vorig jaar nog bestookte hij Donald Trump, samen met zijn band Ceramic Dog op het album ‘Y R U Still Here?’. Op zijn nieuwe album verbreedt hij zijn actieradius. Zoals uit de titel af te leiden is start hij tijdens WO II (meerdere familieleden van Ribot zijn omgekomen in de Duitse concentratiekampen); zo worden twee zeer gekende Italiaanse partizanenliederen onder handen genomen, ‘Bella Ciao’ (meesterlijk vertolkt door Tom Waits) en ‘Fischia Il Vento’, hier naar ecologie vertaald als ‘The Militant Ecologist’. Deze versie is een van dé hoogtepunten op dit album: we horen een superbe, jammerende, treurende en gevoelvolle vertolking door Meshell Ndegeocello tegen een achtergrond van filmische strijkers. Verder werpt hij zijn licht op de Amerikaanse burgerrechtenbeweging met liederen als ‘We Are Soldiers in the Army’ en ‘We’ll Never Turn Back’ en brengt hij nog enkele liederen over de Donald en zijn bewind. Andere thema’s zij o.m. white supremacy, de moord op de Sikh Srinivas Kuchibhotla (“a madman pulled the trigger / Donald Trump loaded the gun”), abolitionisme en Charlotteville.

Ribot laat een rist gasten aanrukken waarvan de bekendste Tom Waits, Sam Amidon, Meshell Ndegeocello, Fay Victor en Steve Earle zijn. De gastzangers op het boze en venijnige ‘Rata de dos Patas’ worden vermeld als ** en dus niet bij naam genoemd, uit vrees voor represailles van het Trump regime i.v.m. hun verblijfsstatus. De meeste liederen bevatten oproepen tot actie, sociale verandering en verzet. Zelf zegt hij daarover: “every movement which has ever won anything has had songs”. Zijn persoonlijke weerstand tegen het presidentschap van Trump plaatst hij in een bredere context van de opkomst en de groei van totalitaire politiek, het demoniseren van illegale immigranten, verzet tegen onderdrukking, economische crisis en klimaatverandering. ‘Songs of Resistance 1942-2018’ is een uiterst dwars maar ook verrukkelijk manifest dat bulkt van de glansprestaties van Ribot en zijn compañeros en dit in een grote maar ook coherente muzikale diversiteit. Dit werkstuk verkondigt uitdagend maar ook bedaard en hoopvol dat vrijheid nog steeds een optie is. Het is ook de vierde titel voor onze ultieme playlist van 2019 en dus ook voor jullie verplichte leerstof.

En Marc Ribot voegt de daad bij het woord: hij doneert een deel van de opbrengst van dit album aan The Indivisible Project, een organisatie die individuen helpt bij het verzet tegen Trump’s agenda en dit via basisbewegingen in hun lokale gemeenschappen.
publieksprijs: 20,15

DAUGHTERS OF JERUSALEM – Banat Al-Quds (Daughters Of Jerusalem)

Daughters Of Jerusalem zijn 25 jonge Palestijnse vrouwen uit Oost Jerusalem. Ze studeren er allen aan Edward Said National Conservatory of Music. Dit koor herbergt ook enkele muzikanten die zich uitleven op qanun, percussie, contrabas en cello. Verder worden ze nog begeleid op fluit, klarinet en ud en op drie songs gaan ze in dialoog met Princeton Girlchoir en Norwegian Girls Choir. Het koor werd opgericht en wordt gedirigeerd door Suhail Khoury, directeur van het eerder vermelde conservatorium. Hij schreef ook alle arrangementen. Ondanks de onderdrukking waaronder ze leven stralen deze jonge vrouwen op krachtige wijze vreugde, trots, hoop en moed uit. Hun liederen betekenen zowel een visie als een klaaglied voor de antieke stad. Voor velen op aarde staat Jerusalem als metafoor voor de “hemel” en “de moeder van de vrede”. Voor diverse religies is het een heilige plaats maar zoals we met zijn allen genoegzaam weten staat de huidige zeer conflictueuze en explosieve situatie van deze door muren, checkpoints en extreem onrecht verdeelde stad in rauw en pijnlijk contrast met die zogenaamde idealen. De meeste liederen op deze cd zijn direct gelinkt aan Jerusalem. Twee ervan werden geschreven door de betreurde Rim Banna (muzieknieuws juli 2018). Vele liederen dateren uit een al dan niet ver verleden, een zelfs uit 1894, het roemruchte ‘The Holy City’ van Frederick E. Weatherly en Stephen Adams. Producer Erik Hillestad voorzag dit lied van een nieuwe tekst die aansluit bij de huidige toestand in de stad. ‘Banat Al-Quds’ is een indrukwekkend kooralbum dat nu eens verkillend, dan weer hartverwarmend klinkt. Naast de klaagzang onthouden we vooral de hoop die eruit weerklinkt, ondanks alles.
Deze cd is een uitgave van het Noorse kwaliteitslabel Kirkelig Kulturverksted -kortweg KKV- met de steun van het Noorse ministerie van buitenlandse zaken. Voor meer duiding bij dit boeiende verhaal verwijzen we jullie naar het muzieknieuws van vorige maand, meer bepaald naar de bespreking van Ooldouz Pouri.
publieksprijs: 18,75



USTAD SAAMI – God Is Not A Terrorist

Deze 75-jarige Pakistaan zet dagelijks zijn leven op het spel door zijn microtonale, pre-islamitische en veeltalige (Farsi, Sanskriet, Hindi, gibberish, Arabisch, Urdu) muziek in leven te houden. Deze devotionele en contemplatieve muziek (surti) wordt al meer dan duizend jaar overgeleverd en Saami is de enige overgebleven beoefenaar ter wereld van deze antieke muziek. De dag dat hij er niet meer zal zijn zal het zo goed als zeker ook over en uit zijn voor deze muziek. Aangezien zingen in Pakistan niet meteen geapprecieerd en getolereerd wordt dient Saami de oeroude traditie van de Perzische zangkunst in de clandestiniteit te beoefenen, want extremisten en islamfascisten nemen aanstoot aan zijn volgens hen godslasterende werk en zijn uitdagende maar ook moedige en kwetsbare visie en daaraan zal ook de provocatieve albumtitel geen verandering brengen. Sinds het begin van deze eeuw werden al tal van muzikanten en dansers uit de surti vermoord en nog eens een veelvoud werd onder bedreiging monddood gemaakt. Zijn ganse leven besteedde Saami aan het meester worden en beheersen van alle nuances en technieken van surti en dit tot in de kleinste details. Hij maakt gebruik van een vaak onnavolgbare toonladder met maar liefst 49 noten, afkomstig uit de khayál, een voorloper van de qawwali. Het is Saami’s missie om zijn kennis te delen met de wereld zodat zijn muziek desondanks kan blijven vrij voortleven. En daarin kunnen Glitterbeat Records en producer Ian Brennan een belangrijke rol spelen middels deze in twee dagen en een nacht in riskante omstandigheden opgenomen uitgave. Centraal in deze improvisatorische, intense, pure en krachtige muziek staan de indrukwekkende, hypnotiserende, gloeiende, magnetische en aangrijpende stem (producer Brennan vergelijkt die met de klank van de theremin) en de acrobatische zanglijnen van Saami die in lagen gelegd worden bovenop monotone, onstuimige drones van harmonium, tanpura en tabla en occasionele vraag - en - antwoord - gezangen. Ustad Saami brengt met deze muziek en met zijn ganse attitude een lichtpunt in een verduisterde en gedwongen obscuur geworden samenleving.

‘God Is Not A Terrorist’ is het vijfde deel in de Hidden Musics reeks van Glitterbeat Records. Deze reeks belicht veldopnames uit minder gekende mondiale muziektradities. De andere uitgaven komen uit Vietnam, Mali, Cambodja en Rwanda.
publieksprijs: 17,90



KAIA KATER – Nine Pin

Bouwjaar: 2016
En dan zijn we nu aanbeland bij de vreemde eend in de bijt: openminded is onze core business. Kata Kaier is een jonge Canadese zangeres met een rijke, evocatieve en lage tenor, banjospeelster en pianiste van Afrikaans-Caribische afkomst. Ze behoort tot de nieuwe generatie folk- en rootsmuzikanten in Canada en de VS. Haar liedjes worden al eens omschreven als de missing link tussen Pete Seeger en Kendrick Lamar. Naast persoonlijke verhalen kijkt ze in haar liedjes met een onwrikbare blik naar de dagelijkse realiteit waarmee gekleurde mensen in Noord-Amerika geconfronteerd worden en legt ze een focus op armoede, racisme en de vele schietpartijen op scholen. Zo toont ze zich in twee liedjes als onvervalste en compromisloze pleitbezorgster voor de Black Lives Matter beweging. Zo zal het wellicht een bewuste keuze zijn dat die twee songs (‘Paradise Fell’ en ‘Rising Down’) net na elkaar op de cd staan. Bij beluistering ervan hangt ‘Strange Fruit’ in de lucht. Naast muziek maken en zingen is Kaia Kater ook nog druk bezig met de studie van Appalachia(berg)muziek (ze gradueerde twee jaar terug) en dat is waar we heen wilden. Naast elf eigen liedjes brengt Kater op ‘Nine Pin’ nog vier adaptaties van traditionals uit deze muziekcultuur. De eerste opnames van deze muziek zijn nu bijna een eeuw oud maar de oorsprong ervan gaat al drie eeuwen terug. Appalachiamuziek is een historisch gemengde muziekvorm van Europese en Afrikaanse stijlen en invloeden zoals Engelse ballads, Ierse en Schotse traditionele muziek (vooral vioolmuziek), hymnes en Afro-Amerikaanse blues. Deze muzikanten hadden een zeer grote invloed in de ontwikkeling van old-time Music, country en bluegrass en speelden ook een sleutelrol bij de folkrevival in de sixties. De belangrijkste instrumenten in deze muziekvorm zijn de banjo, de Amerikaanse viool, de dulcimer en de gitaar. Artiesten zoals Bob Dylan, Jerry Garcia en Bruce Springsteen speelden Appalachialiederen, al dan niet herschreven. Maar nu beginnen we stilaan helemaal naast onze winkel te lopen, dus terug naar ‘Nine Pin’ van Kaia Kater. Ze nam haar album op in 1 dag maar toch klinkt het zeer gepolijst (in de positieve zin van het woord), intens en samenhangend. Ondanks haar zeer jeugdige leeftijd schrijft ze en speelt ze al songs met de bekwaamheid van een folkveteraan, zowel qua muziek als tekst. Dat ze banjo speelt is wellicht geen toeval. Het instrument is aan een terugkeer bezig en samen met andere zwarte muzikale generatiegenoten zoals Leyla McCalla, Rhiannon Giddens en Otis Taylor herinnert ze er aan dat de banjo deel uitmaakt van de Afrikaanse muzikale wortels van Amerika. Deze generatie beschouwt het instrument dan ook als onderdeel van hun erfgoed. Zowel het instrument als de naam zijn afgeleid van de banjar, een Afrikaans snaarinstrument. ‘Nine Pin’ werd vooral solo volgespeeld en wanneer er begeleiding was dan wel eerder spaarzaam en gedempt in de minimalistische arrangementen van producer Chris Bartos. Zang en banjospel zijn meestal ingetogen van aard (al zijn er ook wel momenten met een vrolijke noot) en klinken als een heldere weldaad voor de oren en balsem voor iedereen met een onrustig gemoed. Haar creatieve visie staat op de kruispunten van traditionele en hedendaagse folk en rootsmuziek en ze slaat een brug van het verleden naar het heden met muziek die geaard is in de traditie en met een open vizier naar hedendaagse stijlen. Waar Kaia Kater voor staat is een zeer krachtig statement: de opeising en de viering van de rol van de zwarte medemens van Afrikaans-Canadese, Afrikaans-Caribische en Afrikaans-Amerikaanse afkomst, gegoten in een muziekvorm die maar al te vaak toegeëigend werd en nog wordt door whites. ‘Nine Pin’ is een delicieuze en tijdloze dot van een plaat en een uiterst weldoende kennismaking met een indrukwekkende artieste met een duidelijke missie, een helder inzicht en een klare visie.
publieksprijs: 17,10



TANYA TAGAQ – Retribution

Bouwjaar: 2016
We blijven in de afdeling Canadese vreemde eend in de bijt maar dan wel met een ‘specialleke’. Keelzangeres Tanya Tagaq behoort tot de Inuitgemeenschap en dat gegeven is een constante in haar oeuvre. ‘Retribution’ is haar vierde album maar voor ons was dat een kennismaking, ook wij leren iedere dag bij. Naar verluidt hebben haar volledig geïmproviseerde concerten de intensiteit van een natuurkracht en benaderen ze de sfeer van een sjamanistisch ritueel. Met haar derde album ‘’Animism’ behaalde ze in Canada de prestigieuze Polaris muziekprijs. Ze werkte samen met o.m. Kronos Quartet, Björk en Mike Patton. Op het vlak van keelzang is Tagaq een autodidacte. Haar muziek overschrijdt wel de traditionele Inuitmuziek: ze zoekt de grenzen op en die liggen best ver. Het fundament van haar muziek blijft wel die eeuwenoude zangtechniek. Voor Tagaq is die zang sterk verbonden met haar culturele identiteit. Toen ze naar de andere kant van Canada verhuisde voor haar studie beeldende kunst werd ze overmand door heimwee. Op een dag ontving ze van haar moeder een cassette waarop twee Inuitvrouwen zongen (Inuitkeelklankmuziek wordt doorgaans in duoformule gezongen) waarna Tagaq besloot om zelf aan de slag te gaan en zich deze complexe en intense techniek, waarbij het hele lichaam betrokken wordt, in haar eentje eigen te maken (dit deed ze vaak in de douche). Deze zangtechniek is een vrouwenzaak die vooral beoefend werd terwijl de mannen uit jagen waren. Deze techniek heet katajjaq en wordt afwisselend in een laag en een hoog register gezongen en deze Inuitzang is een van de weinige muzikale tradities wereldwijd waarin deze boventoonzang nog voorkomt. Dat ze deze techniek solo aanwendt is uiterst bijzonder. Ook bijzonder is dat ze deze techniek combineert met de meest uiteenlopende genres gaande van jazz en elektronica over heavy metal, punk en hardcore tot klassiek wat uitmondt in onwaarschijnlijke crossover. In The Guardian werd ze ooit omschreven als ‘the polar punk’ die Björk doet verbleken en laat klinken als een mak en zedig koormeisje. De voorbije jaren reeg ze diverse prijzen aan elkaar, zowel voor haar albums als voor haar soundtracks voor films over de Inuitcultuur. Haar muzikale activiteiten hebben ook een sterk politieke tint met een scherpe rand. Tagaq zag met eigen en lede ogen de effecten van hoe de Canadese overheid systematisch verwoede pogingen ondernam om de Inuitcultuur te ontmantelen. Haar moeder werd nog geboren in een iglo (= inuktitut voor huis)en groeide er ook in op. In de jaren 50 werd haar familie gedwongen verhuisd door de overheid. Nog later verhuisde de familie opnieuw, nog verder verwijderd van hun roots, en werd kleine Tanya naar een residentiële school gestuurd, een systeem dat gecreëerd werd om inheemse kinderen gedwongen te assimileren aan de Canadese cultuur. Deze scholen hebben een zeer schadelijk effect gehad op de inheemse cultuur, erfgoed en taal. Nog niet zo lang geleden heeft de eerste minister van Canada rijkelijk laat daarvoor excuses aangeboden. Vandaag is Tagaq vastbesloten om haar groeiende populariteit aan te wenden om de issues van haar gemeenschap aan te kaarten waarbij de titel van dit album dan ook niet toevallig gekozen is. Een van de songs op het album ‘Animism’ heette ‘Fracking’ en daar hoeven we wellicht geen tekening bij te schetsen. De Canadese overheid wil seismische testen uitvoeren en daarbij vormen de Inuit een probleem omdat ze hun rechten opeisen en blokkades uitvoeren omdat ze hun land niet willen laten verwoesten. Tagaq is samen met andere inheemse activisten ook betrokken bij de acties tegen de beteugeling van de zeehondenjacht (dat we dit ook vermelden zal misschien kwaad bloed zetten maar wij hier houden niet van censuur). Ze wil ook de beangstigende armoede bij vele Inuit onder de aandacht brengen en stelt dat er reservaten zijn die alles weg hebben van een derdewereldland. Volgens haar konden gemeenschappen in afgelegen gebieden voorheen in hun eigen onderhoud voorzien dankzij de zeehondenjacht. Voor “ons” alhier lijkt dit wel een discutabel hangijzer (zie eerdere opmerking). Feit is wel dat hun enige duurzame natuurlijke hulpbron de Inuit ontnomen werd en dat de zelfmoordcijfers kort daarna piekten. Een ander issue dat ze onder de aandacht wil brengen is het decennialange geweld tegen First Nations vrouwen. Tegelijkertijd benadrukt ze ook de succesverhalen en de kracht van die vrouwen.

In de eerste plaats is dit een muziekrubriek, dus terug naar de muziek en over naar ‘Retribution’. Dit album kan samengevat worden in tien trefwoorden: angstaanjagend, apocalyptisch, rauw, ongemakkelijk, inventief, totaal onvoorspelbaar, orgiastisch, rusteloos, furieus maar steeds buitengewoon. Tagaq hoort thuis in de afdeling beeldenstormende vocalisten genre Diamanda Galás en Yoko Ono. Ze zingt meestal woordenloos en is bij manier van spreken haast gedwongen om haar engagementen buiten haar muziek uit te spreken, vandaar onze wat langere passage over haar activisme. Vocaal spookt ze, gromt ze gutturaal, hijgt ze, brabbelt ze, sputtert en kreunt ze. Het titelnummer krijgt een spoken word behandeling met een expliciete tekst: “Our mothers grow angry / Retribution will be swift / We squander her soil and suck out her sweet, black blood to burn it.” De opnames gebeurden opnieuw met het kernduo Jesse Zubot (viool) en Jean Martin (percussie): hun vrije-vorm-aanpak is sterk meebepalend voor de klank en het concept en doet alle lijnen tussen diverse stijlen vervagen. Folk, klassiek; klezmer, postrock en concrete muziek worden aan flarden gescheurd zodat je zowaar van flardenmuziek kan gewagen. Naast een aantal gastmuzikanten wordt Tagaq op enkele fragmenten vocaal bijgestaan door The Element Choir, de Tuvaanse keelzanger Radik Tulush, Inuitzanger Ruben Komangapik en de Canadese rapper Shad. De sfeer is hoofdzakelijk bizar en desoriënterend en de ritmiek doorgaans robuust en gespierd. Het merkwaardigste fragment wordt voor het slot behouden: een cover van ‘Rape Me’ van Nirvana dat ze omvormt tot een autobiografisch verhaal waarin ze terugkeert naar haar jeugdjaren en de veelvuldige seksuele aanrandingen die ze moest ondergaan. De nadruk waarmee ze de zin ‘I’m Not The Only One’ zingt laat vele vragen in het verhaal onbeantwoord. Die verkrachting is ook metaforisch: het album kondigde vergelding aan maar het gevoel aan het einde is er een van verdriet om een stervende planeet, om lijdende vrouwen, om haar onderdrukte volk en om haar persoonlijke pijnen. Voelt ze zich verslagen of provoceert ze net?

‘Retribution’ van Tanya Tagaq is een zeer beklijvende en indringende ervaring. Het minste wat we kunnen zeggen is dat dit werkstuk diep onder de huid blijft zitten.
publieksprijs: 16,95



SONGS VAN DE MAAND

MARC RIBOT feat. TOM WAITS – Bella Ciao

MARC RIBOT feat. MESHELL NDEGEOCELLO – The Militant Ecologist (based on Fischia Il Vento)

SALIF KEITA – Bah Poulo



COVERS VAN DE MAAND

MARC RIBOT feat. TOM WAITS – Bella Ciao (traditional)

MARC RIBOT feat. MESHELL NDEGEOCELLO – The Militant Ecologist (based on Fischia Il Vento) (Matvei Blanter / Felice Cascione)



EN VERDER NOG:

LEYLA McCALLA – Capitalist Blues
publieksprijs: 17,25

ALBOROSIE meets ROOTS RADICS – Dub For The Radicals
publieksprijs: 16,95

GENTLEMAN’S DUB CLUB – Lost In Space
publieksprijs: 14,90

‘STRICTLY THE BEST volume 58’ (reggaecompilatie)
publieksprijs: 15,45

‘STRICTLY THE BEST volume 59’ (reggaecompilatie)
publieksprijs: 15,45