Muzieknieuws april 2019

TARTIT – Amankor (The Exile)

Met een vrouwelijke frontlinie is Tartit (“verbond”) -samen met o.m. Les Filles De Illighadad- een van de zeer weinige genderstoorzenders en tegengewichten in het mannenbastion van de Tuaregmuziek alsook van de desert blues waar je doorgaans een collectie vergrootglazen van doen hebt om een vrouw te ontwaren. Door de ogen van vrouwen biedt deze band een uniek perspectief op het leven van de Tuaregs. Ze bezingen de ontberingen van het dagelijkse leven en, ondanks het gebrek aan water, onderwijs en gezondheidszorg, hun grote liefde voor de Sahara. Tegelijk vragen ze aan de wereld ook om terug zorg te dragen voor die Sahara. Nostalgie is een centraal thema op ‘Amankor’: ooit was de Sahara een vredige regio, nu is die verdeeld door oorlog. Ondanks de diepe spijt om het vele verlies wil Tartit een baken van hoop blijven voor een betere toekomst voor de Tuaregs.
Twaalf jaar na het bejubelde ‘Abacabok’ is er dan eindelijk de opvolger ‘Amankor’. Dezelfde boodschappen als toen worden ook nu vastberaden verkondigd: liefde, vrede, aandacht voor de politieke condities van de Tuaregs, nostalgie naar hun thuisland, oproepen tot solidariteit, eenheid en verzoening. ‘Amankor’ werd live opgenomen in een studio in Bamako en laat Tartit horen op zijn hypnotische, rauwe en authentieke best. De groep werd zowat een kwarteeuw geleden opgericht om de traditionele Tuaregmuziek, die langzaam aan het verdwijnen was, te vrijwaren van de teloorgang. Aldus lagen ze mee aan de heropleving van die muziek en ondertussen tieren Tuaregbands welig wat in vele gevallen een godsgeschenk is gebleken. Alle leden komen uit de regio van Timbuktu en vormden de groep als ballingen in diverse vluchtelingenkampen. Sindsdien traden ze wereldwijd op en bereikten ze ook de iconische status van ambassadeurs, bewakers en bewaarders van de traditionele Tuaregmuziek en -cultuur. Hun repertoire en instrumentatie is traditioneel maar hun boodschappen betreffen topics van vandaag. Hun missie is het behoeden van een cultuur die aangevallen wordt. Tartit’s vrouwelijke frontlinie bestaat uit vier zangeressen die hun gezangen begeleiden met cyclische slagritmes, geruggensteund door vijf gesluierde mannelijke muzikanten met gitaren, fluit en ngoni in de aanslag die een hedendaagse schakering geven aan de hypnotische en trance opwekkende vraag-en-antwoord gezangen. Voor wie Tuaregmuziek en consorten liefst rauw en onversneden heeft is Tartit the (one and only) real thing en verzinken vele andere ‘hippe’ acts -ook al hebben ze ontegensprekelijk veel kwaliteit te bieden- in de afdeling gladboenen.
publieksprijs: 13,15

 

KAIA KATER – Grenades

Kwestie van niet in herhaling te vallen verwijzen we jullie voor het uitgebreide verhaal rond deze jonge Canadese zangeres, banjospeelster en pianiste naar het muzieknieuws van vorige maand, meer bepaald naar de rubriek Get Up, Stand Up! Op haar derde album ‘Grenades’ neemt ze ons mee op een odyssee over persoonlijke identiteit en ergens thuishoren, herinnering en ontdekking in het zog van haar vaders tocht als jonge politieke vluchteling vanuit Grenada. Zijn immigratie was alomtegenwoordig in Kaia Kater’s kinderjaren. Muzikaal bedient ze zich nog steeds van invloeden uit Quebec, de Caraïben en Appalachia alsook van haar biculturele ervaringen als “nieuwe Canadese” uit de tweede generatie. De liedjes op ‘Grenades’ kwamen tot stand in twee huizen en twee seizoenen: tijdens een winter in haar kamer in Toronto en tijdens een lente op Grenada, waar ze op zoek ging naar haar achtergrond en haar erfgoed. Naast de liedjes horen we ook drie verhalende intermezzo’s gebracht door haar vader over de socialistische revolutie in Grenada (1979), de invasie van het eiland door Ronald Reagan (1983) en de migratie naar Canada, gezien door de ogen van haar toen veertienjarige vader. ‘Grenades’ is een zelfportret van een artieste op exploratie doorheen haar verleden, heden en toekomst met beelden van pijn, oorlog, conflict, ontworteling, immigratie en boosheid. Maar ook met beelden van leven, jeugd en zichzelf onttrekken aan de negatieve waarnemingen met de blik gericht naar de hemel. Deze nieuwe liedjes ziet ze als gidsen in de verwarring van de nieuwe wereld. Op ‘Grenades’ bevestigt Kater al het goede dat we schreven over ‘Nine Pin’. Haar creatieve visie staat op de kruispunten van traditionele en hedendaagse folk en rootsmuziek en ze slaat een brug van het verleden naar het heden met muziek die geaard is in de traditie en met een open vizier naar hedendaagse stijlen.
publieksprijs: 19,90

 

CIMBALOM BROTHERS – Testvériség (Brotherhood)

Net als hun landgenoten van het sextet Cimbaliband (muzieknieuws november 2018) ontleent dit Hongaarse kwartet zijn naam aan zijn sleutelinstrument, de cimbalom, een traditioneel slagsnaarinstrument dat behoort tot de plankciters en in het oud Vlaamsch een hakkebord heet. Dit kwartet werd vorig jaar opgericht door de getalenteerde cimbalomspelers Jenö Lisztes en Balázs Unger. Deze laatste is ook de bezieler en bandleider van het al eerder genoemde Cimbaliband. Unger trekt al jaren doorheen de Balkan op zoek naar lokale muziek en muzikanten. En die muziek meet hij een hedendaags smoelwerk aan. Hij is ervan overtuigd dat volksmuziek in de Balkan nog steeds een sleutelrol vertolkt in het leven van alledag. Jenö Lisztes toerde de afgelopen tien jaar met Robby Lakatos. Om hun kwartet te vervolledigen brachten beide heren elk een muzikale broer aan: Gergö Unger op gitaar en tambura en László Lisztes op nagybögö, in het schoon Vlaamsch een contrabas.
De cimbalom werd zo’n anderhalve eeuw geleden gecreëerd door instrumentenbouwer Vencel Schunda uit Boedapest en de uitvinding werd een sensatie. De muzikale elite uit die tijd, onder aanvoering van Ferenc Liszt en Ferenc Erkel, deed er alles aan om deze “Hongaarse piano” te helpen populariseren. Ook op internationale muziekbeurzen sloeg het instrument meteen aan en Igor Stravinsky, Franz Liszt en Béla Bartók componeerden meerdere werken voor cimbalom. Maar W.O. I maakte abrupt een einde aan de “gouden eeuw” van het instrument (de oorlog deed dat wel met meer). Het instrument overleefde dankzij regionale zigeunerorkestjes die in de koffiehuizen speelden. De voorbije twee decennia is er een hernieuwde interesse voor het instrument en zijn er excellente bespelers die nieuwe wegen inslaan met de cimbalom: hedendaagse klassieke muziek, jazz, de revival van Hongaarse rurale volksmuziek tot zelfs crossover. Met deze cd komt die interesse in een stroomversnelling. Het gebrachte repertoire is gevarieerd: Aladár Ráz, traditionele Hongaarse zigeunermuziek, Hongaarse rurale volksdansmuziek, invloeden van Django Reinhardt, Chassidische melodie, Roemeense en Griekse cimbalommuziek. Hun missie is om culturele grenzen te slopen, voorwaar een hels karwei in het Hongarije van vandaag: eat your heart out Viktor Orbán. We kunnen niets dan enthousiast zijn over deze uitgave: er wordt voortreffelijk, nee, virtuoos gemusiceerd op deze uitbarsting van energie die gekenmerkt wordt door joie de vivre, positive vibration, tonnen spelplezier en veelvuldige en vaak uitzinnige tempowisselingen.
publieksprijs: 18,75

 

VULA VIEL – Do Not Be Afraid

De muziek van Vula Viel is gebaseerd op de oude traditionele muziek van de Dagaarestam en het Guovolk uit het noorden van Ghana. In hun taal betekent Vula Viel ‘goed is goed’ en groepsleidster Bex Burch kreeg die naam toebedeeld door de plaatselijke bevolking. Dit trio uit Londen wordt dus geleid door Bex Burch die gedurende drie jaar bij de Dagaare leefde en er het land bewerkte en studeerde: zij genoot er een doorgedreven opleiding in het bouwen van de gyil, een houten xylofoon gemaakt van het sacrale Iligahout. De gyil is dan ook het toonaangevende instrument bij Vula Viel en wordt ondersteund door bas, drums en percussie. Bex Burch begon te drummen bij een kerkkoor toen ze drie was en op haar zevende had ze een toevallige ontmoeting met een djembespeler die haar inspireerde om percussie te studeren. Ze ging klassieke muziek spelen in de Guildhall School of Music en werd er geïntroduceerd in de muziek van Steve Reich. Ze raakte geïntegreerd door de Ghanese invloed op de muziek van Reich en had op die school een nieuwe toevallige ontmoeting, deze keer met Bill Bannerman, kruier bij het schoolorkest. Er groeide al snel een vriendschap en dit leidde tot een uitnodiging om zijn familie in Accra te bezoeken. Ze raakte er in de ban van de muziek en de cultuur en reisde een jaar door het land om de muziektradities te bestuderen. Zo kwam ze ook in aanraking met de gyil en ontmoette ze meesterxylofoonspeler Thomas Segkura die haar uitnodigde haar leerling te worden, niet in het bespelen maar in het bouwen van het instrument want het spelen zelf wordt niet aangeleerd maar gebeurt gewoon. Ze leefde drie jaar in Ghana, maakte haar opleiding af en kocht een lap grond, bouwde een huis, werkte als xylofoonbouwer en bewerkte het land. Ze speelde gyil op begrafenissen (in Ghana zijn die het belangrijkste opvoeringplatform voor de gyil) en aan het einde van haar opleiding kreeg ze de naam Vula Viel mee alsook het advies: “Alles wat we jou gegeven hebben is van jou, alles wat je ons gegeven hebt is van ons. Het goede wat je doet blijft ook na je dood.” Toen Segkura in 2010 overleed nam Bex Burch zijn opleiding over. Dit merkwaardige levensverhaal resulteerde vier jaar geleden in haar briljante debuutalbum ‘Good Is Good’ en nu dus in de opvolger ‘Do Not Be Afraid’.
De zeer ritmische muziek en de spirituele liederen zijn geaard in de functionele lokale traditie: naast ontspanningsmuziek betreft het vooral begrafenismuziek. Mede door de warme houten klank van de gyil klinkt die begrafenismuziek toch vreugdevol, feestelijk, zeer ritmisch, explosief, vitaal, vaak euforisch, ja zelfs bijna orgiastisch maar ook steeds intimistisch. Deze intens ritmische muziek is een innemende mix van Afrikaanse muziek, elektronica, (afro)jazz, free music, postpunk en minimalisme (denk hierbij aan Colin Stetson, The Creatures, Bill Laswell, Congotronics en vooral het marimbawerk van Steve Reich), dit alles verwerkt in complexe poliritmische ritmestructuren. Op briljante, verrukkelijke en opwindende wijze wordt de aloude Dagaaremuziek gekatapulteerd naar vandaag. In tegenstelling tot bij het debuut wordt hier wel gezongen (op 1 track door het trio en verder door drie gastvocalisten): deze vocale inbreng verruimt de totaalklank en biedt wel degelijk een meerwaarde.
publieksprijs: 15,85

 

SOCIEDADE RECREATIVA – Sociativa

Sociedade Recreativa is een samenwerking tussen de Frans / Braziliaanse groep Forró de Rebeca en producer Maga Bo, een Amerikaanse Carioca (inwoner van Rio de Janeiro). Naast producer is hij ook dj, maar dan geen gewone: hij verrijkt zijn dj sets met live instrumentatie. Hij wordt ook wel eens “global producer” genoemd: hij is actief geweest als muzikant en producer in meer dan 40 landen en woonde o.m. in Marokko, India, Ethiopië en Senegal en sinds 1999 in Rio. In 2012 schonk hij ons de uitmuntende cd ‘Quilombo Do Futuro’, een “global” eerbetoon aan de muziek van zijn adoptievaderland.
Op ‘Sociativa’ horen we pittige, elektronische interpretaties van oudere Braziliaanse muziekstijlen (vooral uit het noordoosten van Brazilië). Rap, elektronica, beats, samba, capoeira, candomblé, dub, reggae, jongo en nog een en ander gaan samen in een grote grensoverschrijdende, avontuurlijke en vrolijke smeltkroes van levendige ritmes, zware baslijnen en energieke zanglijnen en maken een reis doorheen Braziliaanse ritmes met extra beats van Maga Bo. Ze graven zich een weg doorheen de rijke Afro-Braziliaanse muzikale erfenis en geven er vooral een eigen en vernieuwend cachet aan, richting 21ste eeuw. We horen een mix van lokaal en globaal, van organisch en elektronisch, dit alles in een zeer frisse en opwindende mix. Onontbeerlijk voer voor de dansvloer.
publieksprijs: 16,55

 

RODOPI ENSEMBLE – Thraki (thrace - the paths of dionysus)

Rodopi Ensemble (viool, klarinet, qanun, percussie, luit, zang) vertolkt muziek uit Thracië, ooit een unieke culturele gemeenschap en ontmoetingsoord voor Griekse, Turkse en Bulgaarse invloeden. Dit oude koninkrijk was de thuisbasis van helden en goden uit de oudheid en is bij uitstek gekend als de toegangspoort voor de aanbidding van Dionysus, de god van wijn, vruchtbaarheid en extase. In de Griekse mythologie wordt Thracië omschreven als de dochter van Oceanus en de zuster van Europa, Azië en het vruchtbare Libië. Tot daar het rijk der fabels en dan nu over naar de muziek. De rijke traditie van Byzantijnse en post-Byzantijnse gezangen had een wezenlijke invloed op het Thracische volksliedrepertoire, in het bijzonder op de modale toonladders en de doorwrochte melodieën van de ‘tafelliederen’, de epische en verhalende ballades en de historische liederen. Thracische dansen worden gekenmerkt door een buitengewone ritmische complexiteit: 5 / 8 (baidouska), 6 / 8 (zonaradikos), 7 / 8 (kalamatianos en mantilatos), 9 / 4 (zeibekikos) en 9 / 8 (karsilamas en synkathistos). De Thracische muziekexpressie is zeer rijk en wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan lokale idiomen, mee bepaald door de diversiteit aan bevolkingsgroepen. Het uitmuntende Rodopi Ensemble brengt een representatieve inkijk in dit rijke en expressieve repertoire dat nog voortleeft op festivals en in rituelen waarbij ook hedendaagse liederen en dansen voortschrijden “op de passen en de muzikale paden van Dionysus”.
Rodopi Ensemble ontstond in de jaren 90 onder de naam Lalitades. Geïnspireerd door het Rodopigebergte, dat een geografische en muzikale verbinding vormt tussen de Griekse, Bulgaarse en Turkse bevolkingsgroepen, adopteerde dit ensemble deze naam als een meer heldere weergave van hun muziek die ze erfden van hun ouders, grootouders en nog oudere generaties. De idiomen en nuances van Thracische muziek spruiten voort uit het harmonieuze samenleven van verschillende culturen d.m.v. muziek en zang. We horen een sprankelende collectie liederen en dansen uit een levende subcultuur met folkloristische tradities: majestueuze melodieën en intense percussie uit Turkije, bluesy en klagende melancholie uit Griekenland en onwaarschijnlijk asymmetrische ritmes uit Bulgarije. Rodopi Ensemble brengt met veel bravoure en vakmanschap zeer traditionele muziek van het allerhoogste niveau. ‘Thraki’ is dan ook zonder twijfel een aanrader voor liefhebbers van muziek uit de zeer oude doos en we schrijven dit met het grootste respect. Met veel flair, liefde en dynamisme wordt de muziek van Thracië, een traditie en smachtende herinnering van prachtige dans en zang, terug tot leven gebracht.
publieksprijs: 15,25

 

UMUT ADAN – Bahar

De invloeden van de Turkse vintage psychedelica van singer-songwriter / gitarist / percussionist / toetsenist Umut Adan gaan terug naar de bloeitijd van de Anatolische rock uit de jaren 60 en 70. Zijn songs bevatten belangrijke sociale commentaren op de conflictueuze spanningen in zijn vaderland. Geboren en getogen in de smeltkroes Istanbul raakte hij betoverd door de Anatolische rockbeweging die eind jaren 60 Turkse volksmuziek ging vermengen met westerse rock. ‘Bahar’ (‘Lente’) is zijn internationaal debuut en is een eerbetoon aan de innovatieve pioniers van de vervlogen Turkse rockscene. Daarnaast is het ook een portret van de huidige tumultueuze veranderingen die plaatsgrijpen in Turkije. Deze combinatie van oprechte integriteit en unieke retroklank overtuigden Jack White om Umut Adan -die nu in Italië leeft- uit te kiezen als support act op zijn Turkse tour. Zoals het nostalgie betaamt werd ‘Bahar’ analoog opgenomen. Deze man heeft wellicht het hart op een zeer goede plaats en de beste intenties in pacht maar compositorisch is hij veeleer een lichtgewicht. Voer voor nostalgici, die graag zullen horen dat de mellotron een hoofdrol speelt.
publieksprijs: 13,15

 

RADIO COLUMBUS

Inschrijven op de nieuwsbrief van Radio Columbus kan je op https://www.ccbrugge.be/nieuwsbrief/.


DIZZY MANDJEKU & ODEMBA OK JAZZ –Project Congo

Zaterdag 13 april 20 u – Stadsschouwburg Brugge
inkom 9 12 15 18 euro

Radio Columbus gaat op zoek naar de wortels van de Congolese rumba, een muzikaal genre dat ontstond rond de jaren 40. De muziekstijl verspreidde zich vanuit Kinshasa en Brazzaville over heel Afrika. Dankzij de airplay op Radio Congo Belge in het toenmalige Leopoldville danste tegen de jaren 60 zowat iedereen in Kenia, Oeganda en Tanzania op de tonen van de ‘rumba lingala’. De ritmes vertonen een grote verwantschap met de Cubaanse son en legden de basis voor de latere kwasa kwasa en zouk. Papa Wendo en zijn band Victoria Bakolo Miziki brachten de muziekstijl naar Europa en Noord-Amerika. Maar vooral African Jazz en Joseph Kabasele, samen met Franco en OK Jazz, zorgden voor de grote internationale doorbraak van het genre. Zij waren wereldsterren in eigen land, zeker na de onafhankelijkheid. Joseph Kabasele schreef bij die gelegenheid zijn legendarische ‘Indépendence Cha Cha’, zowat de enige Congolese wereldhit, maar wat voor een…. Het genre blijft nog altijd erg populair, ook bij actuele Congolese en Afrikaanse muzikanten, die graag dit erfgoed met hedendaagse arrangementen ontginnen en bewerken. Een van hen is Dizzy Mandjeku, van wie je zou kunnen denken dat hij met de gitaar in de hand is geboren. Deze levende legende uit Congo woont vandaag in Schaarbeek. Hij speelt op zijn 73ste nog altijd dagelijks gitaar, soms met Baloji, soms met Zap Mama of Stromae. Die legende nam vooral vorm aan wanneer hij lid werd van het vermaarde Orchestre OK Jazz, gedirigeerd door Franco Luambo Makiadi in de jaren 60 en 70. Na het overlijden van Franco nam hij de leiding van het orkest over en werd hij samen met lieden zoals Papa Noël, Papa Wemba, Tshala Muana en Verckys een wezenlijk onderdeel van de Congolese muziek. Onder zijn artistieke leiding nam Orchestre African All Stars International drie albums op, die elk beschouwd worden als ware monumenten van soukous. Eenmaal aanbeland in Brussel stichtte hij Odemba OK All Stars waarmee hij de unieke klank van de traditionele Congolese rumba wil conserveren.

ROUGH GUIDES

‘EASTERN EUROPE’ (compilatie)

12 van de 13 selecties op deze compilatie zijn afkomstig van artiestenalbums op de sublabels Riverboat Records en Introducing en passeerden hier eerder al de revue. Muzikaal is het oosten van Europa al even divers als het dat geografisch is. World Music Network wil met deze compilatie een uitstalraam bieden aan een brede waaier aan hedendaagse, zeer diverse en innoverende artiesten die zowel waardevolle tradities willen bewaren als die laten evolueren langs onverwachte wegen en wendingen. Volgende artiesten staan op de speellijst: Söndörgö (Hongarije), Chlopcy Kontra Basia (Polen), Kries (Kroatië), Romano Drom (Hongarije), Faith i Branko (Engeland / Servië), Eugenia Georgieva (Bulgarije), Shukar Collective (Roemenië), Don Kipper (Londen), Sukke (Oost-Europese klezmer), Boris Kovac & La Campanella (Servië), Perunika Trio (Bulgarije), Bela Lakatos & The Gypsy Youth Project (Hongarije) en She’Koyokh (UK). Deze compilatie biedt een uitstekende staalkaart van en opstap naar hedendaagse Oost-Europese muziek.
publieksprijs: 13,15


‘WOMEN OF THE WORLD’ (compilatie)

Alle selecties op deze compilatie zijn afkomstig van artiestenalbums op het sublabel Riverboat Records en passeerden hier eerder al de revue. Volgende artiesten staan op de speellijst: Anandi Bhattacharya (India), Kyle Carey (USA), Kristi Stassinopoulou & Stathis Kalyviotis (Griekenland), Dozan feat. Shireen Abu-Khader (Jordanië), Sally Nyolo (Kameroen), Olcay Bayir (Turkije), Jyotsna Srikanth (India), She’Koyokh feat. Cigdem Aslan (UK / Turkije), Lala Njava (Madagascar), Chlopcy Kontra Basia feat. Basia Derlak (Polen), Saba (Somalië / Italië), Sambasunda Quintet feat. Neng Dini Andriati (Indonesië), Tartit (Mali), Rafiki Jazz feat. Sarah Yaseen (UK), Eugenia Georgieva (Bulgarije) en Monoswezi feat. Hope Masike (Mozambique / Noorwegen / Zweden / Zimbabwe).
Voor wie muziek graag exclusief vrouwelijk en stilistisch zeer divers heeft is deze compilatie een aanrader. Voor alle anderen trouwens ook, zolang je vrede kan nemen met het concept compilatie.
publieksprijs: 13,15



VINYLRELEASES

KEL ASSOUF – Black Tenere
publieksprijs: 20,60

KAIA KATER – Grenades
publieksprijs: 29,50

BOUBACAR TRAORÉ – Mbalimaou
publieksprijs: 22,35

ANANDI BHATTACHARYA – Joy Abounds
publieksprijs: 13,15

VULA VIEL – Do Not Be Afraid
publieksprijs: 21,75

‘REGGAE MANDELA’ (compilatie)
publieksprijs: 13,95

SOCIEDADE RECREATIVA – Sociativa
publieksprijs: 21,15

DELGRES – Mo Jodi
publieksprijs: 21,60 (2 lp)

ENRIQUE MORENTE – Negra, Si Tu Supieras (re-release)
publieksprijs: 28,90

MEHMET POLAT – Ageless Garden
publieksprijs: 37,40 (2 lp)

‘NIGERIA 70: NO WAHALA: HIGHLIFE, AFRO-FUNK & JUJU 1973-1987’ (compilatie)
publieksprijs: 17,05 (2 lp)

‘SONGS of ARETHA DUBWISE SHOWCASE’ (compilatie)
publieksprijs: 18,00

MINYO CRUSADERS – Echoes Of Japan
publieksprijs: 27,20 (2 lp)

HOODNA ORCHESTRA – Ofel
publieksprijs: 21,75

COLADERA –La Dôtu Lado
publieksprijs: 21,75


GOUD VAN OUD

TOMMY T – the Prester John sessions

Bouwjaar: 2009
Prester John was een middeleeuwse koning, gekend omwille van zijn wijsheid en generositeit, aldus gaat de legende. Oorspronkelijk werd hij gelokaliseerd in Azië, maar later bleek zijn koninkrijk zich te bevinden in Ethiopië, dat toen beschouwd werd als een van de “drie Indiës”. Het koninkrijk is nog steeds een legende, want officieel bestaat nog steeds geen enkel spoor. Maar deze legende is voor Thomas Gobena, alias Tommy T (bassist bij Gogol Bordello), een prima kapstok om zijn zoektocht doorheen de Ethiopische muziekschatkamers (cf. muzieknieuws februari) aan op te hangen. Hij doorspekt deze schatkamers met flinke dosissen reggae, dub, funk, jazz en andere westerse elementen. En wie horen we daar zingen op twee tracks??? Jawel, de onweerstaanbare GIGI. Diverse samenwerken tussen muzikanten uit Ethiopië, de VS en het VK staan vooral de voorbije twee decennia garant voor wervelende en grensverleggende muziek: deze Tommy T mag toegevoegd worden aan het rijtje Abyssinia Infinite feat. Gigi, Bole 2 Harlem, Dub Colossus, Invisible System, Krar Collective, Samuel Yirga… (onze welgemeende excuses aan wie we over het hoofd zien).
publieksprijs: 14,85
Meer van deze artiest:
Soulmate (bouwjaar: 2015; 11,15€)


GOUD VAN HELEMAAL NIET OUD

Elke maand zetten we nog eens een klassieker van het voorbije jaar in de etalage.

A HAWK AND A HACKSAW – Forest Bathing

In 2009 werden we bijzonder aangenaam verrast door ‘Délivrance’ van de toen nog achtkoppige band rond het spitsduo Jeremy Barnes (voorheen actief bij Neutral Milk Hotel) en Heather Trost (voorheen actief bij Josephine Foster). Hoewel dat reeds hun vierde album was betekende ‘Délivrance’ voor ons toch de eerste kennismaking. Twee jaar later presenteerden ze de wereld ‘Cervantine’: de verwachtingen waren hoog en het verrassingseffect moest plaats maken voor bevestiging. En bevestigen en de verwachtingen overtreffen deden ze met de vingers in de neus. Dit duo uit New Mexico exploreert Oost-Europa. Het resultaat is een grote fascinatie voor folk- en zigeunermuziek uit de regio en ook uit Turkije, waar ze al vele concerten gaven. Ze woonden trouwens ook een tijd in Boedapest. Het hele verhaal doet denken aan dat van Beirut en van Orchestre International Du Vetex: frisse, originele en uitdagende Balkanmuziek ziet de voorbije jaren meer en meer buiten die Balkan het licht. AHAAH vertolkt Oost-Europese muziek (met een Midden-Oosten tintje) op eigenzinnige, originele en authentieke wijze. Voor hun zesde album met een onmogelijk lange titel gingen ze zes jaar geleden terug naar de duoformule en weer wisten ze ons uitermate te verrassen. Wij dus blij als een kind toen vorig jaar ‘Forest Bathing’ in de bus viel. Ook op dit volledig zelf gepende album gaan Barnes en Trost resoluut verder op de ingeslagen weg waarvan nog niet alle hoekjes en kantjes ontdekt waren en weer is het evocatieve vioolspel van Frost het meest prominente en kenmerkende element dat zeer bepalend is voor de atmosferische en ruraal klinkende benadering en zeer uiteenlopende sferen en stemmingen vertolkt. Verder speelt Frost nog viola, autoharp en mellotron en Barnes neemt accordeon, dulcimer, orgel, mellotron, autoharp, tapan en riq voor zijn rekening. Enkele gastmuzikanten zorgen nog voor begeleiding op klarinet, cimbalom, tenorsax, contrabas en gitaar: de meest in het oog springende namen onder hen zijn Cüneyt Sepetci (cd-nieuws augustus 2013) en Balász Unger (zie ook: Cimbalom Brothers en Cimbaliband). Het ingeslagen pad wordt ook verlaten richting het Midden-Oosten maar de aanpak blijft onveranderd dezelfde.
AHAAH did it again: voor de zoveelste keer op rij leveren ze een ambachtelijk en meeslepend werkstuk af dat ook nog eens getuigt van grote openheid. De muziek die we hier horen is levendig, verrassend, mysterieus, merkwaardig, zeer divers en bovenal uitzonderlijk inventief. Ze bevat de weeklagende scherpte van klezmer, de harmonische eigenaardigheid van acid folk en het gebogen snarenwerk van zigeunerwalsen.
publieksprijs: 13,30



GET UP, STAND UP! MUZIEK, VERZET en REVOLUTIE

KEL ASSOUF – Black Tenere

Moeten er nog Touareggitaren zijn? In het geval van Kel Assouf (‘zij die zich wentelen in nostalgie’) zeggen wij volmondig: JAA! Deze groep ontstond dertien jaar geleden in Brussel rond spilfiguur Aboubacar Anana Harouna (ex-Tinariwen), een vluchteling uit Niger. De identiteit van dit powertrio is gebouwd rond twee centrale ideeën: de verspreiding van de Touaregcultuur en de strijd tegen discriminatie, oorlog, onrecht, vervuiling en meer van dat fraais en hun muziek is al even pittig als hun onderwerpen. Met verbazing en verbijstering kijkt Harouna naar wat zich nu allemaal op de wereldbol afspeelt en dat wil hij ook vertolken in zijn teksten. De Tunesische producer en toetsenist Sofyann Ben Youssef heeft een belangrijk aandeel in de vitale, woeste, stormachtige en hypnotische tradi-modern sound (tussen traditie en urban) van Kel Assouf, met een voet in de woestijn en een in Europa. Ben Youssef is een componist gediplomeerd in musicologie en Arabische muziek. We kennen hem ook van zijn zeer gewaardeerde werk met o.a. Bargou 08 en zeer recent nog Ammar 808 en Luc Mishalle & Marockin’ Brass. Zijn interesse voor hedendaagse én traditionele muziek bracht hem ertoe te experimenteren met en zich te initialiseren in de Indiase en Arabische muziek, jazz, electro, filmmuziek en rebetiko. Het trio wordt vervolledigd door (jazz)drummer Olivier Penu.
Zo ver als we kunnen teruggaan in de geschiedenis van de Touaregs -een naam die hen werd opgedrongen, zelf verkiezen ze de benaming Kel Tamashek- zien we de strijd van een volk om zijn nomadische en grenzenloze status te behouden. Dit nieuwe album is geheel en al doordrenkt met een energie die nooit slaapt, met name die van een revolte tegen onderdrukking en onrecht, zij het in de tijd van het kolonialisme of vandaag, van de multinationals die de natuurlijke bronnen komen roven ten bate van het comfort van westerse samenlevingen en ten koste van de lokale bevolkingen. Deze geest van verzet is permanent aangezien revolutie een steeds aanwezig bewustzijn is, meer nog, voor Harouna is het ook een plicht. Wat de Kel Tamashek kenmerkt is een diepe connectie met de woestijn die hun dorst naar vrijheid verklaart. Leven in de woestijn is voor hen een constante aanmaning om hun waarden hoog te houden en derhalve een filosofie van de essentie. Daarover zingt hij in ‘Ariyal’: ‘To you materialist, when you lose all your markers, fade back to square one’. In het zeer militante ‘America’ gaat hij tekeer tegen de afgrijselijke expansie- en kolonisatiepolitiek van de VS en Israël. Maar Harouna brengt ook een boodschap van hoop en optimisme: “Music is a weapon of war without violence. It is a claim for justice and it is also the soul of humanity. It brings together human beings from different cultures and different languages and from different countries. If we were to invest more in culture today and less in weapons, the world would be different. Music is peace for our souls.”

Muzikaal staan de ruige, stevige, scheurende, snijdende, razende en vervormde rockgitaar met veel reverb, het potente drumwerk en ook veel blues en knarsend woestijnzand centraal. Het gitaarwerk vertoont veel minder de kronkelende patronen van Tinariwen en consorten waardoor Kel Assouf zich naast ook het gebruik van keyboards onderscheidt van andere Touaregbands en wellicht de meest rockende en energieke in het gezelschap is: wel hebben ze het trance-effect en de distortie gemeen. De identiteit en de taal van Harouna zijn nog uiterst Touareg gerelateerd maar de muziek is dat veel minder maar enkel kniesoren kunnen hier rouwig om zijn, gezien de kwaliteit die gebracht wordt. Op ‘Tamatant’ en ‘Ariyal’ wordt er behoorlijk gas teruggenomen. Samen met Songhoy Blues en Imarhan moet Kel Assouf in staat geacht worden om desertblues (in de zeer brede zin van het woord) ‘hot’ te maken in westerse oortjes. Moeten er nog Touareggitaren zijn? JAA!
publieksprijs: 17,90


BLACK ROOTS – Ghetto Feel

Bouwjaar: 2014
Deze reggae(t)rots uit Bristol (UK) draait ondertussen al 40 jaar mee en bewijst album na album dat ze nog steeds tot de top van de rootsreggae mag gerekend worden. ‘Ghetto Feel’ is niet besteed aan wie enkel aan de zonnige zijde van het leven vertoeft maar wil een stem verlenen aan wie hopeloos en stemloos achtergelaten moet vechten en deze mensen motiveren om de noodzakelijke strijd aan te gaan en ondanks alles het hoofd rechtop te houden. Helaas is dit nog steeds dezelfde thematiek als bij hun debuut in 1979 en blijven deze heren noodgedwongen de muzikale advocaten van de mensenrechten. En hoe vertaalt dit alles zich in de muziek? ‘Ghetto Feel’ ademt decennia ervaring en klassieke grandeur met alles erop en eraan: van de monumentale blazerssectie tot de indrukwekkende vocale harmonieën die je zo in de seventies doen wanen en dit alles gegoten in uitstekende songs (‘Carnival’ is een van de beste en meest swingende reggaesongs ooit), waartoe veel van hun generatiegenoten nu niet meer in staat blijken. ‘Ghetto Feel’ is een perfecte soundtrack voor deze crisistijden met muziek bij uitstek om te bekomen en te bekoelen van je dagelijkse strijd.
publieksprijs: 13,80



EN VERDER NOG:

‘THE SOCIAL POWER OF MUSIC’ (compilatie)
publieksprijs: 67,25 (4 cd)

OUR NATIVE DAUGHTERS – songs of our native daughters
Met o.a. Rhiannon Giddens en Leyla McCalla.
publieksprijs: 14,85

‘REGGAE MANDELA’ (compilatie)
publieksprijs: 14,25 (2 cd)

THE LIBERATION PROJECT – Songs That Made Us Free
publieksprijs: 19,40 (3 cd)

DUB COLOSSUS – Dr Strangedub (Or How I Learned To Stop Worrying And Dub The Bomb)
publieksprijs: 15,00

TITI ROBIN – Rebel Diwana
publieksprijs: 16,40

HALVA – The Sweetest Klezmer Orchestra
publieksprijs: 17,10

JULIAN MARLEY – As I Am
publieksprijs: 14,75

‘NIGERIA 70: NO WAHALA: HIGHLIFE, AFRO-FUNK & JUJU 1973-1987’ (compilatie)
publieksprijs: 14,95

‘SONGS of ARETHA DUBWISE SHOWCASE’ (compilatie)
publieksprijs: 14,90

MINYO CRUSADERS – Echoes Of Japan
publieksprijs: 14,95

BANDADRIATICA – Odissea
publieksprijs: 17,10

ANDREAS ARNOLD – Odisea
publieksprijs: 16,35

HOODNA ORCHESTRA – Ofel
publieksprijs: 14,95

COLADERA – La Dôtu Lado
publieksprijs: 14,95

Categorie: